Nu heeft iedereen heerlijk vakantie en hoeft er lekker geen kind naar school. Zomervakantie was voor ons vroeger een heerlijke aaneenschakeling van lange, vrije dagen waarop wij bijna de hele dag mochten doen wat we wilden. Lekker lang uitslapen. Volgens mij hielden mijn broers en zussen en ik daar heel erg van. Lezen zonder dat je hoefde te stoppen om huiswerk te maken of naar bed te gaan. We mochten ook altijd langer opblijven. En omdat we niet op vakantie gingen kregen we een zwemabonnement en lagen we veel in het zwembad, of op de zonneweide, of op de tribune bij het diepe bad, met elkaar en onze vrienden.
Ik was soms wel een beetje jaloers op kinderen die met hun ouders ‘op vakantie’ gingen maar de vrijheid die we hadden en dat we samen waren maakten alles goed.
Tegenwoordig zijn er best veel kinderen die het omgekeerde meemaken, namelijk, alle weken ‘op vakantie’ en soms is iets wat heel leuk is niet echt leuk meer vanwege de overdaad. Zoals voor een kind als Jochem.
‘Hé Jochem,’ begroette juf hem enthousiast na een zomervakantie, ‘je bent er weer, wat fijn. Heb je een leuke vakantie gehad?’
‘Ja, juf, hartstikke leuk,’
‘Ben je nog weg geweest?’
‘Ja, eerst met mamma en Robin en Woutje drie weken naar Texel. Op een hele mooie camping met een grote speeltuin. En toen met pappa en Annemarie en Lizzy en Eefje drie weken naar Tenerife in een heel mooi huis vlak bij het strand. En we gingen surfen en met zo’n parachute heel hoog achter een bootje aan hangen. Gaaf was dat juf,’
‘En wanneer ben je thuisgekomen Jochem?’
‘Zaterdag en toen gingen we nog even naar oma,’
Een week later was Jochem ziek en sprak juf zijn moeder even toen ze Woutje naar de speelzaal kwam brengen.
‘Ik houd hem maar even een paar dagen thuis. Hij was zo moe.’
Hoe luidt dat spreekwoord nog maar … ‘overdaad schaadt’?