Hoe wij het redden

In de grote familie, en ons veel kleinere gezin, waarin ik ben opgegroeid zijn veel van de grote hobbels, ongemakkelijkheden en misschien wel levensdrama’s voorbij gekomen. We hebben te maken (gehad) met wat men noemt ‘stoornissen’ als ADHD en autisme, ziekten als kanker, hartfalen, astma, Parkinson, depressies en bij één van onze jonge kinderen diabetes. Hoog sensitief, kinderloosheid, lhbti, ontslagen, handicaps, echtscheidingen en overlijdens op veel te jonge leeftijd maken ook onderdeel uit van ons leven.

Toch komen we er samen ‘goed’ door. Ik schrijf dat toe aan het grote netwerk dat wij met elkaar zijn en hebben, oftewel ‘the village to raise the child’. Ik heb de ervaring van een grote familie en een klein gezin en die zijn beiden, bij het opgroeien en ouder worden, ‘bij elkaar’ gebleven. Je kunt je familie niet kiezen, maar je kunt er wel voor kiezen hoe je, in je familie, met elkaar om wilt gaan. Strubbelingen, onenigheden en ruzies zijn er helaas overal en ik ben ervan overtuigd dat het niet erg hoeft te worden wanneer ieder zou kunnen kijken naar wat zijn eigen aandeel daarin is, want die is er…altijd.

Dat de overheid steeds meer lijkt te falen bij de hulpverlening, die juist goed zou moeten zijn, heeft ook te maken met het grote aantal mensen die die hulp lijkt nodig te hebben. Ik zeg ‘lijkt’ omdat veel minder hulp nodig zou zijn wanneer ieder in staat zou zijn, eigen verantwoordelijkheid te onderkennen. Wanneer (scheidende) ouders niet in staat zijn voor hun kinderen te zorgen dan grijpen instanties in. Met veel te vaak gevolgen die, voor de mensen die geholpen zouden moeten worden, verkeerd uitpakken. Dat kun je in veel gevallen voor zijn door in je ‘village’ hulp te zoeken en dat vraagt ook van de mensen in je ‘village’ verantwoordelijkheid. Samen kritisch kijken naar wat er daadwerkelijk gebeurt, en dan helpen en die hulp toelaten.

Hoe wij het redden heeft te maken met communicatie. In onze familie en ons gezin doen we het allemaal op onze eigen manier, maar we doen het omdat we elkaar belangrijk vinden en liefde en respect voor elkaar hebben.

Het gezin als hoeksteen van de maatschappij lijkt (is, volgens velen) achterhaald, maar waar we steeds weer achter komen is dat het altijd bij het gezin begint. Het begint bij de geboorte van een gezin. Op dat moment moet de village gevormd worden en ben je enorm in het voordeel wanneer je familie hebt die jou te hulp kan schieten wanneer je die nodig hebt. Een verstoorde relatie, een verbroken band is te herstellen, als je het van beide kanten wilt. En ook vrienden, familie van familie en buren kunnen deel uitmaken van een village.

Zo redden wij het met elkaar, omdat we het willen.

Mijn moeder, de prinses

Toen zij mijn vader voor het eerst tegenkwam op straat zei ze tegen haar vriendin: ‘Kijk, met die man ga ik trouwen,’. Mijn moeder was toen 16, mijn vader 22. Toen ik mijn vader er later naar vroeg zei hij: ‘Mammie knipoogde naar mij,’. Ik vond ze uiterlijk niet bij elkaar passen. Mijn moeder was wat groter dan mijn vader en al was ze niet dik, naast mijn tengere vader vond ik haar wel ‘gevuld’.

Hun liefde leek vooral aan zijn kant heel sterk maar ik denk dat zij ook gek op hem was. Hij heette Egon en zo werd hij door zijn familie ook genoemd, alleen zij noemde hem altijd Hart. Het was een afkorting van zijn tweede naam, Hartmut, maar het had ook die lieve klank en betekenis. Hij was de man van haar hart.

Ze hadden samen 12 kinderen en wellicht vond mijn vader dat zij overdag hard moest werken. Hij verzorgde in ieder geval elke ochtend het ontbijt. Het brood en toebehoren stond klaar op de eettafel en op de kop van de tafel stonden de koffie en chocoladekopjes klaar om uit te drinken. Ik herinner me elke ochtend, dat ik naar school ging, even de blik om het gordijn en de groet: ‘Doei mam,’. Zo lang ik me kan herinneren sliep zij elke morgen ‘uit’.

De oudere kinderen werden door mijn vader streng aangepakt. Ieder had een taak en hij en mijn oudste broer zagen erop toe dat die nauwgezet werd uitgevoerd. Omdat iedereen jong trouwde (de oudste lichting) zorgde ik, op mijn tiende het oudste meisje van het gezin, voor de dagelijkse boodschappen. Na het eten was het mijn vader die de grote afwas deed. Mijn moeder las ’s avonds. En dat vond ik heel gewoon.

Toen mijn vader met pensioen ging kreeg mijn moeder het ook. Mijn vader nam zeker de helft van de huishoudelijke taken op zich. En toen mijn moeder slecht ter been werd nam hij ook het dagelijkse koken op zich, en dat kon hij heel goed.

Het was mijn oudste broer die bij onze ouders introk toen zij echt ouder werden en wij wel eens bezorgd waren over hun wel en wee. Hij was toen ook de jongste niet meer en na zijn hartinfarct kwamen zijn zes zussen elk een (vaste) nacht van de week bij hun logeren. Uit die tijd stamt één van mijn mooiste herinneringen aan mijn moeder, de prinses.

Ik zat alleen aan de ontbijttafel toen mijn vader, achteruit lopend en in zijn handen klappend, uit hun slaapkamer kwam, zingend-zeggend: ‘Daar komt de koningin, daar komt de koningin,’. Ik keek op en zag mijn moeder, een beetje verlegen kijkend, uit de kamer komen. Haar gezicht sprak boekdelen: ‘Och Hart, doe niet zo gek,’ op een lieve manier.

Mijn moeder kwam uit een, ten opzichte van dat van mijn vader, gegoede familie en met mijn vader heeft ze het de eerste jaren echt arm gehad…maar ze hielden veel van elkaar en tot haar laatste dag heeft mijn vader haar als een prinsesje behandeld.

Over communiceren in een samengesteld gezin

Communicatie is en blijft een lastig fenomeen. Omdat we het allemaal doen kunnen we er ook allemaal over meepraten. Sommige van ons weten dat ze soms onduidelijk communiceren en anderen vinden vooral, dat anderen dat doen.

Onze ouders zijn ons voorbeeld … en ons referentiekader. De manier waarop zij communiceren is oorspronkelijk ontstaan uit de communicatie van hun ouders. In een relatie ontwikkel je je eigen manier om met elkaar te communiceren. Je neemt van elkaar dingen aan en over en…soms  niet. In dat laatste geval stel je dus de communicatie bij. Dat betekent dat je elkaar beïnvloedt en in staat bent keuzes te maken met als doel, in je relatie samen en later met je kinderen, de communicatie beter te maken met ruimte voor invloed van allen die erbij betrokkenen zijn.

In het geval van een samengesteld gezin komen er dus twee van die al lang gevormde communicatiemodi bij elkaar. Twee betrokkenen, in die situatie, hebben er zelf voor gekozen. De overige zijn erbij betrokken. Zij zijn de ex-geliefden en de kinderen van het paar.

Het samengestelde gezin heeft geluk als de ex-geliefden in staat zijn de prille relatie van het gezin niet in de weg te staan. Zij zullen met gespitste oren luisteren naar de verhalen die hun kinderen meenemen uit het huishouden waar zij geen deel van uitmaken. Dat is prima. Het welzijn van de kinderen is ook hun zaak als de kinderen niet ‘onder hun hoede’ zijn en getuigt van hun nimmer aflatende betrokkenheid.

Het samengestelde gezin zal hun prille relatie positief kunnen ontwikkelen wanneer de ouders in staat zijn goed naar hun kinderen te kijken en te luisteren. De non verbale signalen zijn hierbij soms belangrijker dan wat er daadwerkelijk wordt gezegd. Samen zullen zij continue moeten communiceren met woorden die duidelijk maken waar zij en hun kinderen staan.

Zij zijn de basis van het gezin dat in hun leven al een poosje op weg is en op die weg een enorme ‘hobbel’ is tegengekomen. Een ‘horde’ die niet zomaar te nemen is. Compassie, liefde en acceptatie zijn woorden die in deze situatie cruciaal zijn. Er is een keuze gemaakt op basis van liefde. Er zijn vaak twee gezinnen voor uit elkaar gehaald. Om het nieuwe, samengestelde gezin wel te laten slagen is het goed communiceren, wat compassie, liefde en acceptatie omvat, misschien wel het allerbelangrijkste.

Het is veelgevraagd in die complexe situatie . Er zijn emoties die hoog oplopen. Er is liefde en als het goed is, heb je begrepen dat de keuze voor je partner automatisch betekent, de keuze voor zijn of haar kinderen.  

Communicatie in een samengesteld gezin is een enorme uitdaging die de meeste kans van slagen heeft als er voor iedereen die erbij betrokken is respect is en het recht dat eenieder heeft, om gezien te worden.

De modus waarin je samenleeft

‘Denk je dat je liefde kunt meten?’ vroeg ik aan mijn liefste. ‘Nee, zei hij, ‘dat denk ik niet. Want wanneer is liefde dan ‘goed’?’ ‘ Nee,’ zei ik, maar ik bedoel meer of minder.’ ‘Nee,’ zei hij, ‘dat ook niet.’

Een poosje terug merkte ik op dat ik meerdere keren tegen hem had gezegd: ‘Ik hou van jou,’ en dat hij dat nooit had gezegd. Hij keek mij aan en zei: ‘Dan let je niet op.’ Ik dacht daar over na en kwam tot de conclusie dat het niet met woorden hoeft te worden gezegd. Hij laat het regelmatig merken door zijn gedrag.

Er zijn allerlei modi waarin je kunt samenleven. Wij vinden het prettig om samen te leven met een respectvolle en liefdevolle communicatie. Dit betekent geenszins dat we het altijd met elkaar eens zijn of er nooit een onvertogen woord valt. Maar we overladen elkaar niet met verwijten, maken geen vervelende opmerkingen naar elkaar, vragen niet: ‘Nou, waarom?’ of zeggen niet: ‘Doe het zelf,’ als we elkaar vragen iets voor de ander te doen. En we zullen elkaar zeker nooit vernederen, want voor ons geldt: ‘Waarom zou je dat doen?’

Ik hoor en zie om me heen wel relaties waarvan ik denk: ‘Oh? Hoezo zeg je dat? Hoezo doe je dat?’ En omdat in onze maatschappij al snel een vraag of opmerking als bemoeienis wordt opgevat, houd ik dat dan ook voor mezelf.

We mogen gelukkig allemaal zelf weten in welke modus we willen samenleven maar ik vraag me er wel eens bij af of mensen zich wel realiseren wat ze doen of zeggen en wat dat met de ander kan doen. En ik hoop dat mensen, die in een ongewenste modus leven, daar zelf iets aan veranderen. Niemand hoeft in een ongewenste modus te leven, daar is het leven te kort en te kostbaar voor.

Verslag van een logeerpartijtje

Hij vroeg het meteen toen opa en oma waren thuisgekomen. Genoeglijk op de grond, tegen de verwarming aangeleund zei hij: ‘Ik heb een vraag, mag ik vrijdagavond logeren?’ Oma was maar even in de war, omdat we vrijdagochtend weer naar ons andere huis zouden verkassen. Maar natuurlijk kon hij logeren, dan bleven we gezellig een dagje langer.

Hij kwam de volgende ochtend al om half 9 binnen. Niet om direct al te logeren, maar wel om te vragen of oma met hem mee kon naar de bioscoop, omdat mamma en broer naar een andere film gingen dan ‘Samoerai Henk’…en die wilde hij nou zo graag zien.

In de bioscoop kon hij nog even lekker heen en weer rennen door de zaal, omdat we heel vroeg waren en nog alleen aanwezig. Toen één keer de film begonnen was nam hij totaal ‘de lead’ door te stellen dat we pas popcorn mochten eten als het heel spannend was. En toen hij midden in de film naar het toilet moest: ‘Maar we zijn net geweest!’ gingen we dat gewoon doen.

Na de middag kwam hij wel alvast logeren. Met zijn rugzakje op en de kindergitaar van zijn broer in de hand kwam hij naar boven. Hij vond ook dat hij maar direct zijn eerste gitaarles moest hebben. En zo rukte hij opa los van zijn werk, waar hij toch al mee wilde stoppen.

Voor het beweeglijke jongetje dat hij is kon hij verbazend stil en geconcentreerd kijken en luisteren naar opa’s aanwijzingen om een klein melodietje te leren spelen op voorlopig één snaar, met één vinger. Onbewust van een diep ontroerde oma die stond te luisteren naar een melodietje dat ze herkende, als het intro van een oude jaren 60 hit.

Na het pannenkoeken eten, waarvoor hij zelf het beslag had geroerd, heeft hij nog even gegamed op zijn meegebrachte X-box: ‘Ja, zet de klok maar, oma,’ en na het voorlezen vond hij het ook wel tijd om te slapen.

Zo’n klein logeerpartijtje, wat een genot…voor het ventje…en misschien nog wel meer voor zijn opa en oma.

Varen op de vleugels van de wind

We hebben een heerlijke vakantie achter de rug en we zijn voornamelijk gewoon thuis geweest. Met het Zuid-Franse weer waarop we deze zomer getrakteerd zijn/worden is het aan het Paterswoldse meer net zo lekker als in…Zuid-Frankrijk.

We hebben wel een paar dagen een uitstapje gemaakt naar ons favoriete eiland en vandaar zijn we, met onze vrienden op hun boot, afgelopen zondag naar huis gevaren.

In het verleden was ik altijd bang wanneer we ‘scheef’ gingen. Ik voelde dan de spanning in mijn lijf terwijl ik me verzette tegen de beweging van de boot. Sinds ik ergens het zinnetje las ‘je kunt vertrouwen hebben of angstig zijn’ lukt het me steeds vaker om vertrouwen te hebben en merk ik dat daarmee de angst weg blijft.

Het was een uitgelezen dag om te zeilen. De wind was goed, het weer was goed, het gezelschap uitstekend en we hebben de hele weg kunnen zeilen zonder de motor te hoeven gebruiken. Er zijn veel handelingen te verrichten op zo’n zeilboot en omdat ik niets hoef te doen (behalve niet in de weg lopen), kon ik goed aanschouwen hoe belangrijk het is dat de samenwerking onder de ‘bemanning’ vlekkeloos verloopt. Dat vraagt om aandacht en positieve aanwezigheid. Luisteren en elkaar bijstaan.

En opeens begreep ik hoe je ook in het ‘gewone leven’ kunt varen op de vleugels van de wind. Het werkt niet wanneer je je ergens tegen verzet. Ik denk zelfs dat het tegenwerkt. Veel beter kun je erover communiceren. Dat hoeft niet altijd meteen maar is wel goed om op een rustig momentje te doen. Zelfs als je bang bent (waar dan ook voor) is het goed om dat uit te spreken omdat de ander (je man/vrouw, vriend(in) of familie) je dan kan geruststellen. En ook dat kun je uitspreken, dat je daar behoefte aan hebt.

Met (positieve) communicatie kun je meebewegen met de mensen om je heen en het leven dat je leidt. En als de ander het niet doet? Dan kun je dat bij de ander laten, maar in de meeste gevallen zal de ander uiteindelijk met je mee bewegen. Dat is hoe het werkt. En het beste is zelf te beginnen. Het is echt relaxed…varen op de vleugels van de wind.

Wat snappen mensen (ouders) niet

Elk kind heeft recht op een prettig, rustig en bij tijden gelukkig leven. Elk kind heeft recht op de aandacht en aanwezigheid van zijn beide ouders. Elk kind heeft recht op ouders die hun uiterste best doen goed met elkaar te communiceren (omdat van goede communicatie alles afhangt). Elk kind heeft het recht om bij (in ieder geval) één van zijn ouders te wonen. Elk kind heeft recht op genoeg ruimte en privacy. Elk kind heeft recht op (stief)ouders die hun redelijke wensen respecteren en ervoor zorgen. Elk kind heeft recht op het maken van keuzes en zijn mening te mogen uiten.

Elk kind heeft het nodig om gezien te worden. Elk kind heeft liefde, veiligheid, steun en vertrouwen nodig. Elk kind heeft ruimte en privacy nodig. Elk kind heeft erkenning nodig.

Elk kind verdient liefde en kameraadschap van zijn (stief)ouders. Elk kind verdient een luisterend oor. Elk kind verdient tevreden te mogen en kunnen zijn in een goede woonomgeving.

Elke ouder heeft de verantwoordelijkheid zijn kinderen goed voor te leven. Elke ouder heeft de verantwoordelijkheid goed met zijn kinderen te communiceren. Elke ouder heeft de verantwoordelijkheid goed voor zijn kinderen te zorgen.

Elk kind heeft de meest kwetsbare positie. Terwijl ouders niet meer met elkaar kunnen en willen leven, vragen zij dat wel van hun kinderen. Nog te vaak zijn hun keuzes gericht op wat zij willen, wat voor hen goed voelt, op hun eigen gemoedsrust gestoeld. In plaats van op dat van de kinderen die er dagelijks mee worden geconfronteerd en niet de keuze en mogelijkheid hebben er iets aan te veranderen.

Ik vraag me steeds meer en vaker af: wat snappen mensen niet?

Zijn wie je bent

Ik vertelde laatst aan mijn kleinzoontje een verhaal, waar mijn familie en ik al jaren glimlachend aan denken. Het ging over mijn moeder en hoe, meer dan enig ander die ik ooit heb gekend, zij volkomen eigen en autonoom was. Een ander zou misschien zelfs zeggen ‘a- of anti-sociaal’.

Mijn moeder kwam niet veel buiten. Ze bezocht nauwelijks haar kinderen en kwam de kleinkinderen met een bezoek vereren op hun eerste verjaardag. Het had alles te maken met het feit dat van haar 12 kinderen er elke dag wel enkele haar kwamen bezoeken, en later ook de opgroeiende kleinkinderen. Zij wilde daar terecht altijd voor thuis zijn, want geen van ons vond het prettig als mammie/oma er niet was.

Op een dag zag een buurvrouw haar kans schoon om haar voor een kopje koffie uit te nodigen, toen zij op het balkon haar was ophing. Mijn moeders reactie: ‘Ik heb zelf wel koffie,’ En dat was dat. Mijn kleinzoontje vond het heel grappig, hij moest er heel erg om lachen.

Ik zette op Instagram vandaag een foto van de verjaardag van onze schoonzoon. In de kamer zie je de jarige met om hem heen de rest van zijn verjaardagsbezoek. In de keuken, met de rug naar hen toe, zie je mij aan de tafel het magazine lezen dat mijn dochter voor hem heeft gemaakt. Haar ‘droge’ commentaar een paar dagen later op onze familie app was: ‘Altijd leuk als je moeder op bezoek komt,’. Iedere keer als die zin in mijn hoofd opkomt, trekt mijn mond vanzelf in een glimlach.

Voor mij betekent het dat, net als vroeger thuis, wij in ons gezin altijd onszelf kunnen zijn. Wij komen niet bij elkaar op bezoek, we komen bij elkaar thuis en dat vind ik een heel groot goed. Mijn kinderen vonden het altijd heerlijk om bij oma Janssen te mogen doen wat zij wilden. Lezen, televisie kijken, eindeloos kletsen met de aanwezige ooms, tantes, neefjes of nichtjes en als je even alleen in de aangrenzende slaapkamer van oma en opa op bed wou zitten niksen, dan was dat ook goed.

Mijn dochter vroeg mij laatst wat ik van thuis had meegenomen dat ik net zo wilde, en ik antwoordde: ‘Onvoorwaardelijke liefde,’. Daar hoort dit bij; te mogen zijn wie je bent.

Ondersteuners en specialisten

Ik heb een idee hoe de politiek anders moet. Ik kon er steeds de vinger niet op leggen maar ik zit al lang met het gevoel dat daar iets helemaal verkeerd zit. Bovendien krijg ik steeds minder vertrouwen in de politiek. Ik heb me echt suf gepiekerd…en volgens mij begin ik te begrijpen wat anders zou moeten.

In mijn beleving gaat het nu zo; de regering doet zijn uiterste best om het land te besturen. Dat lukt niet (meer) goed. Wat daar deels schuldig aan is zijn de ‘randzaken’ waar veel teveel aandacht aan wordt gegeven. Ik doel daarmee op nieuws over zaken als de sms’jes van de premier en natuurlijk niet over grensoverschrijdend gedrag of de toeslagen affaire.

Verder vraag ik me af of alle politici wel integer genoeg zijn om hun functie te mogen uitvoeren.

De oppositie doet wat er van hen wordt gevraagd; ze voeren oppositie. Wat ik zie is dat een lid van de regering spreekt en dat leden van de verschillende oppositie partijen naar de microfoons snellen om de minister, of de staatssecretaris, te vertellen hoe ‘belachelijk stom’ en ‘waardeloos’ hetgeen gezegd wordt, wel niet is. Ik verbeeld me dat het soms zelfs gebeurt in woorden van die strekking of nog erger, erger.

Daarom moet volgens mij de oppositie veranderen in ondersteuners. Wanneer een minister of staatssecretaris heeft gesproken gaan de ondersteuners, in hun partijen, uit elkaar en onderzoeken met elkaar hoe ze het onderwerp kunnen verbeteren.

Verder zou elke minister een specialist moeten zijn in zijn portefeuille. Zoals mevrouw Kaag als ex-diplomaat volgens mij hoort op Buitenlandse Zaken, de post die zij oorspronkelijk had. Ik begrijp de logica niet van een switch naar Financiën waar zeker een andere minister meer op zijn plaats zou zijn. Ik heb onlangs begrepen dat elke minister zo’n switch kan  maken omdat hij omringd wordt door deskundige adviseurs. Toch lijkt het mij het beste als de minister zelf op zijn post de meest deskundige is. Voor mij is dat een logica.

Dus ondersteuners en specialisten, de politiek zou positief veranderen en daarmee de samenleving ook.

Kind uit een oorspronkelijk gezin

‘Ze voelde voor mij als een vreemd welpje,’  dit is de beste, eerlijkste en meest oprechte uitspraak over een kind uit een oorspronkelijk gezin, dat ik ooit heb gehoord. Vele tweede huwelijken of relaties gaan ook stuk en wanneer daar kinderen bij betrokken zijn, zou dit een plausibele reden daarvoor kunnen zijn.

Het is niet moeilijk van een jong kindje te houden dat door je vriend of vriendin, wanneer jullie een relatie zijn begonnen, uit een eerdere relatie is meegenomen. Het overweldigende gevoel dat een stiefouder ervaart wanneer hij/zij voor het eerst zelf ouder wordt kan echter iets doen met het gevoel dat er tot die tijd was voor het jonge stiefkindje. Voor de nieuwe moeder zal dit mogelijk nog sterker zijn dan voor de nieuwe vader. Zij heeft immers het nieuwe kindje onder haar hart gedragen. Het verschil is enorm en dat is heel logisch. Voor de vader of moeder van het eerste kind is het de uitdaging dit toch in goede banen te leiden. Voor hen is het gevoel voor beide kinderen hetzelfde, terwijl voor de nieuwbakken ouder, op dat moment en in die omstandigheden, dat vaak niet te bevatten is.

Communicatie is in deze situatie van groot belang. Voor de ouder van beide kinderen is dit, vanaf dat moment, het ‘eigen’ gezin. Voor de nieuwe ouder kan het teveel zijn en is er goede en liefdevolle communicatie nodig om deze nieuwe ouder te laten inzien dat ook het eerste kindje onderdeel uitmaakt van het nieuwe, samengestelde, gezin.

Het is niet gemakkelijk om een samengesteld gezin te zijn en de moeilijkste positie daarin is vaak die van het kind uit het oorspronkelijke gezin, in ten minste één van de twee nieuwe gezinnen en soms zelfs in beide gezinnen.

Ik heb vaak tegen ouders gezegd: ‘Als jij het moeilijk vindt (elke situatie die zich in, of na, een scheiding voordoet), stel je dan voor hoe moeilijk het voor het kind of de kinderen is,’. En het grote verschil is dat de ouder er invloed op heeft en het kind, zeker als het heel jong is, helemaal niet.