Kleine warrige moederpoes

Stil maar, het komt echt goed, al zie je nu nog niet hoe. Het bolletje wol om mee te spelen, de slaapmandjes voor iedereen, verdwenen naar hier of naar daar. Het plekje waar pa poes zijn soepele lijf graag legt te rusten is dan weer bezet met dit of met dat of misschien ben je er zelfs wel gaan liggen, verzonken in diep gepeins.

Twee kitten lopen verdwaasd door het huis. Waar is ze nu toch weer gebleven. Net was ze ze nog aan het wassen en opeens was ze weg. Ze dwalen samen door het grote huis. In een kamer vinden ze een kattenbelletje, in de volgende een etensbak en in een derde slingert de poesenmand. En nergens een spoor van moeder poes.  

In het grote bos zoeken ze verder. Miauw, mamma poes, waar ben je? Ze klimmen in de bomen en kruipen door de struiken. En opeens horen ze iets. Het is de stem van de wijze uil en hij fladdert op en neer. In zijn snavel niets meer dan een luchtspiegeling die hij groot maakt en dan weer klein. Mamma poes kijkt stil voor zich uit. Als de uil op en neer is gefladderd, klinkt heel zachtjes haar kleine: “Miauw,” Hij fladdert nog eens en nog eens en tussendoor haar zachte: “Miauw,” ondersteund met een klein knikje van haar sierlijke poezenkopje. Nog drie keer fladdert hij op en neer, hij fladdert bijna om, maar dan is het echt voor elkaar. Moeder poes klinkt nu ferm: “Miauw!”

Het poezenhuis is nu een lust voor het oog, alles heeft een vaste plek. De was maakt mamma poes keurig af, de kitten varen er wel bij. Hun speelgoed staat altijd voor ze klaar, hun eten keurig op tijd. Hun vachtjes glanzend schoongelikt en pa poes kan zijn geluk niet op. En moeder poes, die heeft eindelijk rust, ze weet nu hoe het moet. Eerst dit afmaken en dan dat. Geen gesleep meer van hier naar daar. Dank u uil, nu ben ik klaar.

Als ik de loterij zou winnen

Als ik heel veel geld zou winnen, en ik bedoel echt heel veel geld, dan zou ik eerst onze kinderen een flinke financiële buffer geven. Het leven is duur en daar hoeven ze zich dan geen zorgen meer om te maken. Verder zou ik een speciale vriendin vragen hoeveel zij nog zou willen werken als ik de rest van haar salaris zou aanvullen, tot aan haar AOW en pensioen. Ik zou alle goede doelen die ik al jaren steun ook een flinke financiële impuls geven. Zij doen in het werkveld wat ik best zou willen doen maar niet toe in staat ben. Wat ik doe vind ik ‘second best’ en ook goed genoeg.

En verder…zou ik ervoor willen zorgen dat het huizenprobleem wordt opgelost. Ik vind het verschrikkelijk dat in ons kleine, rijke land, mensen buiten moeten slapen. Dat er niet voldoende huizen zijn om jongvolwassenen op zichzelf te laten wonen wanneer zij dat willen en ik zou er dan voor zorgen dat dat financieel ook mogelijk wordt.

De Rotterdamse straatarts die ik op LinkedIn volg, Michelle van Tongerloo, haalde al eens aan dat een dakloos persoon de maatschappij 30.000 tot 80.000 euro per jaar kost en ik lees op het web dat er jaarlijks gemiddeld zo’n 17.000 woningen leeg staan in Rotterdam. En dan zijn er denk ik ook nog leegstaande panden die best tot woning kunnen worden omgebouwd. 1+1 is toch 2? Dus ik zou die leegstaande woningen en gebouwen (in het hele land) willen kopen en zorgen dat daarmee een groot deel van het woningprobleem wordt opgelost. 

Er is maar een heel kleine kans dat ik de loterij zou winnen, daarvan ben ik me heel goed bewust. Maar we hebben gelukkig een regering die dit zou kunnen regelen. Er zou een groot maatschappelijk probleem worden opgelost als de politiek deze kwestie zou oppakken en er de juiste keuze over maakt.

Meneer Jetten, u zegt dat het WEL KAN. Ik hoop dat u het binnen heel korte tijd ook aan ons laat zien.

50 jaar werken en leren

Ik begon op mijn zestiende te werken. Feitelijk was ik een ‘school drop out’ een schooluitvaller. De leerplichtambtenaar nam contact met ons op maar ik kreeg een vaste baan voor 40 uur en dan was het goed dat ik niet meer naar school ging. Dat ik die vaste baan kreeg, na als vakantiewerker te zijn gestart, is best bijzonder want ik moet alles met zweet en tranen leren. In deze tijd was zeker mijn eerste contract niet verlengd en dan was ik niet 25 jaar bij Albert Heijn gebleven.

Toen mijn ‘juf Duits’ bij mij aan de kassa verkondigde dat ze het heel jammer vond dat ik winkelmedewerker was geworden, omdat er volgens haar ‘veel meer in mij zat’ bleef dat best een beetje hangen. Zij was de eerste die ik, op mijn twee-en-dertigste, vertelde dat ik HBO Engels ging doen en zij was daar net zo blij mee als ik. Het werd financieel mede mogelijk gemaakt door Albert Heijn die mij na drie jaar een 0 urencontract, in verband met mijn jonge gezin, weer aannam voor een parttimefunctie als Filiaal Management Assistent.

Nadat ik mijn diploma had behaald ging ik bij Albert Heijn steeds minder werken. Ik ging daarvoor terug naar de kassa, en begon cursussen Engels te geven, kreeg een paar lesuren op school en deed wat vertaalwerk tot ik in het jaar 2000 een grote baan kreeg op een MBO waar ik naast de lessen en examens Engels, leerlingbegeleider werd. Dit was de baan die mij aanzette tot het schrijven van de Prille-ouder blogs, omdat ik in die tijd werd geconfronteerd met de problemen van leerlingen die vaak gerelateerd waren aan hun thuissituatie.

Nadat ik in 2015 stopte met mijn vaste werk op school begon mijn werk als coach. Ik had hiervoor een NLP-coach certificaat behaald. Ik had het geluk dat het eerste coach traject al een verschil maakte voor een toen al ‘tweede gezin’. Dat had uit elkaar kunnen gaan en dat is mede door de coaching gelukkig niet gebeurd.

Ik heb cursussen mogen geven aan ouders van jonge kinderen. Het was een project om laaggeletterdheid tegen te gaan maar we kregen in de lessen vooral mensen uit andere landen, die in hun eigen land en taal niet laaggeletterd zijn.

Na mijn zestigste haalde ik een certificaat om een oudercursus te mogen geven. Die oudercursus werd in Groningen mogelijk gemaakt door een samenwerking tussen de GGD (die de medewerkers leverde) en de Gemeente (die het budget ervoor regelde). Voor deze mooie cursus werd (onbegrijpelijk voor mij) de doelgroep niet bereikt.

Vier jaar geleden haalde ik een assessoren certificaat om examens Engels te mogen afnemen en schriftelijk werk te mogen beoordelen. Dit was de kers op de taart van mijn laatste werkende jaren. Het certificaat loopt 14 april af, ik word 16 april 67 en daarmee pensioengerechtigd. En na meer dan 50 jaar werken vind ik het dan goed…maar leren zal ik mijn hele leven blijven doen.

Wat de boer niet kent…

De wereld piept en kraakt. Er zijn in korte tijd oorlogen bijgekomen. Ik vind het moeilijk om aan te zien en doe wat ik wel kan, goede doelen steunen waarvan de medewerkers hun leven wagen om de mensen in die oorlogsgebieden wat eten, zorg en onderdak te geven…wanneer ze dat wordt toegestaan.

Het gevolg van deze oorlogen is de stroom vluchtelingen die zich over Europa verspreiden. Hoe ging dat nog maar in oorlogen waar ons land bij was betrokken. Toen zochten volgens mij ook mensen een veilig heenkomen. Mensen die ‘het continent’ konden ontvluchten deden dat naar veiliger gebieden. Wat zou je zelf doen?

Nederland piept en kraakt ook en dat is niet vanwege de vluchtelingen die bij ons hun heil zoeken, al willen bepaalde groeperingen ons dat wel doen geloven. Het heeft met verkeerde keuzes te maken en een heel verkeerde keuze zou zijn om alle ‘pijn’ op één plek te concentreren. Gelukkig hoeft dat niet, aangezien hier de spreidingswet voor is aangenomen. Misschien komt het door het handelen van het vorige kabinet, de vorige minister die over deze kwestie ging, dat deze wet nog niet is uitgevoerd. Dat moet nu wel gaan gebeuren, aangezien de situatie steeds penibeler wordt.

Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen hebben een aantal lokale partijen zetels gewonnen op precies dit punt. Zij hebben hun kiezers beloofd dat er in hun dorp, stad of omgeving geen asielzoekerscentrum komt. Een belofte die zij niet kunnen waarmaken want net als alle andere gemeenten zullen zij er ook aan moeten meewerken om dit probleem op te lossen.

Een jongeman in het programma van Eva Jinek vertelde over zijn woonplaats waar een groot asielzoekerscentrum staat. De bewoners stonden destijds allemaal open voor de komst van dit centrum. Hun goedkeuring neemt af nu blijkt dat een kleine groep mensen voor behoorlijk wat overlast zorgt. Ik ben blij dat hij erbij noemde dat het om een kleine groep mensen ging die die overlast bezorgt. Zo gaat dat over het algemeen, een kleine groep die door hun gedrag de rest van de groep een slechte naam geeft.

De minister kon niet toezeggen dat dit snel kon worden opgelost. Wel wordt in zijn algemeenheid geprobeerd overlast te voorkomen of op te lossen. Ik weet niet hoe ze proberen dat te doen maar volgens mij zou het verstandig zijn mensen van binnen de groep te vinden die hun medeasielzoekers, in hun taal kunnen aanspreken. Dat zullen ze beter kunnen begrijpen en gemakkelijker aannemen.

Wat de dwarsliggende gemeenten betreft vraag ik me af waarom ze zouden denken dat zij zich niet aan deze wet hoeven te houden. Voelen zij zich daarvoor te goed? Is het angst? Of, zonder de boeren te willen beledigen, is het een kwestie van ‘wat de boer niet kent dat vreet (sorry voor het woord) ie niet?’

Recept voor een langdurige, liefdevolle en prettige relatie met je echtgenoot, echtgenote, vriend, vriendin, kinderen, ouders, familie en vrienden

Behandel elkaar met liefde en respect

Toon belangstelling in elkaars dagelijks leven

Zie elkaar

Ban verwijten uit je leven, niemand heeft iets aan verwijten, er is altijd een keuze

Help elkaar, het leven is te moeilijk geworden om alleen te moeten doen

Kijk elkaar aan met je liefste gezicht en als dit niet kan omdat er een onenigheid is, praat er dan over

Communiceren is in elke relatie belangrijk en bij goed communiceren is een belangrijk onderdeel “goed luisteren”

Behandel elkaar met liefde en respect, je zegt daarmee dat de ander het waard is om mee samen te leven, om mee getrouwd te zijn, om mee bevriend te zijn

Laat ook je kinderen in hun waarde

Er is veel van ze te leren als je ze serieus neemt en als je naar ze luistert

Vraag je af waarom je dingen verbiedt of juist opdraagt

Wat is daarvan de zin of de waarde

Wees je er bewust van

Leer je kind verantwoordelijkheid nemen, je bewijst hem daarmee voor de rest van zijn leven een dienst van onschatbare waarde

Spreek elkaar op verantwoordelijkheden aan, als dit nodig is

Geef het goede voorbeeld, aan je kinderen, maar ook aan elkaar

Met een (hopelijk meer dan één) liefdevolle relatie kun je het leven beter aan  

Sarah Roos

Roos’ perikelen maakte ik mede omdat ik het gevoel had dat, na heel veel onrustige jaren, we eindelijk in echt rustig vaarwater terecht waren gekomen. Daardoor dacht ik dat het bij dit ene boek zou blijven.

Ons leven ging verder en onze relatie bleef onrustig met toch weer een uitbarsting in 2003. Na, wat ik vond, een oneerbaar voorstel aan René, zei hij: ‘We hebben zoveel samen Roos, zou ik dat ooit in gevaar brengen?’  En ik dacht: ‘Hoe kun je dat zeggen, terwijl ik het je steeds weer zo moeilijk maak.’ Hij gaf mij daarmee het vertrouwen dat we het samen zouden redden.

Onze kinderen werden jongvolwassenen en op hun beurt ook op nog jonge leeftijd ouders. Onze dochter was net als ik 24 toen haar oudste werd geboren en daarmee werden René en ik grootouders op 47- en 48jarige leeftijd. Op de kleinkinderen passen werd een deel van onze werkweek.

Ik kreeg op school steeds meer te maken met de moeilijkheden van onze leerlingen gerelateerd aan hun thuissituatie. Het moment dat een leerling met een zoontje van dezelfde leeftijd als onze kleinzoon, 17 maanden, vertelde dat hij ging scheiden is in mijn belevenis ‘de Prille-ouder Coach’ geboren. Rond die tijd hoorde ik ook van een baby van vier maanden en een jongetje van twee die hun, zoals ik het noem, gezin verloren. Het jongetje van 17 maanden had al een halfbroertje, en dat zouden de andere twee kinderen ook krijgen, terwijl de tweede relatie van de ouders van twee van de drie kinderen ook weer stukliep.

Sinds die tijd kan ik niet anders dan me bezighouden met wat er nodig is om oorspronkelijke gezinnen bij elkaar te houden. Dat dat niet voor 100% kan en nodig is kan ik begrijpen en accepteren maar dat aanstaande ouders steun nodig hebben bij de impact, die de geboorte van een gezin op alle ouders heeft, staat voor mij als een paal boven water. Voor de fysieke gesteldheid van moeder en kind is er genoeg, maar een gezin is meer dan moeder en kind. De relatie van de ouders, wat het mentaal met ze doet, daarvoor is nog niet genoeg steun.

Het boek eindigt op het moment dat wij tot onze verrassing een kleinkindje krijgen bij het gezin van onze jongste dochter. In de jaren daarvoor hebben we dierbare familieleden verloren en de geboorte van dit kleinzoontje maakte daar wat van goed.

Kleine kinderen worden inderdaad groot en jonge ouders…ook.

Afwezige ouders? Lastige kinderen

In de afgelopen jaren heb ik vaak geschreven over ouderschap en hoe dat in mijn beleving zou kunnen gaan. Wij kozen ervoor dat ik van 40 uur per week werken naar 9 uur per week ging, zodat ik zelf het grootste deel van de tijd bij onze baby en later onze beide kinderen kon zijn. Het betekende niet dat ik me alleen nog met de kinderen en het huishouden bezighield. We moesten ons beiden nog verder ontwikkelen en deden dat zogezegd ‘om de kinderen heen’.

Ik zal niet beweren dat ‘afwezige ouders’ altijd ‘lastige kinderen’ voortbrengen. Deze kop is van een artikel uit het Dagblad van het Noorden van 26 januari 2017. De geïnterviewde sociaal pedagoog Gitty Feddema hoopte dan ook ‘dat ouders dit niet als een aanval opvatten, maar als aansporing’. Ik denk er precies zo over.

Ze zegt onder andere: ‘Ouders hebben geen tijd meer, of maken geen tijd meer, om vanaf het prilste begin genoeg tijd met hun kinderen door te brengen.’ Terwijl: ‘Dáár wordt een basis gelegd voor het gevoel van veiligheid, geborgenheid. Het gevoel van: iemand kijkt altijd naar me om. Dáár leert een kind cruciale dingen als eten, spelen en zich sociaal gedragen.’

Haar concrete voorstel is dat vaders en moeders in de eerste vier jaar beiden hun werkzaamheden zo terugbrengen, dat ze geen zorg van buitenaf meer nodig hebben. Vaders en moeders zullen dan beiden een aantal jaren parttime werken. Dat heeft financiële gevolgen. De vraag is dan waaraan je meer waarde hecht, aan de spullen die je niet kunt kopen, de reisjes die je niet kunt maken, of de tijd die je met je kinderen kunt doorbrengen. En als je samen met de kinderen naar een speeltuin gaat in de tijd die je samen vrij bent dan kunnen zij veilig spelen en kunnen papa en mama zaken bespreken die niet voor de kleine oortjes bestemd zijn. Tijd dubbelgoed besteed.

Het vraagt ook aanpassing van werkgevers wanneer beide ouders parttime willen werken. Ik pleit er namelijk voor dat leidinggevende functies ook parttimefuncties kunnen zijn. Ook de hoogste functies. Bijkomend voordeel, in mijn beleving, is dat er op de werkvloer een meer-ogenbeleid is. Dat kan wellicht grensoverschrijdend gedrag voorkomen. Win-win als collega’s in staat zijn elkaar waar nodig aan te spreken en feedback kunnen accepteren.

Als oma van vier kleinkinderen, op wie ik in totaal 17 jaar 1 dag per week heb gepast, weet ik hoe fijn dat is en hoe goed voor de band tussen oma en kleinkinderen. Ik begrijp ook dat het voor alleenstaande ouders een ander verhaal is en gun ze een oma of vaste oppas die een deel van de opvoeding voor zijn of haar rekening wil en kan nemen. Wat mevrouw Feddema wil benadrukken, en ik helemaal achtersta, is dat een kind vooral de aandacht van zijn ouders nodig heeft. Heel veel in zijn eerste levensjaren en nog lang daarna.

Het gaat haar en mij…om het belang van het kind.

Roos’ perikelen

Het was een schrijfwedstrijd die mij ertoe aanzette om de eerste versie van het boek ‘Roos’ perikelen’ te maken. Op de cover destijds originele dagboekbladen met daaroverheen gelegd een roos en een dagboekslotje. Ik gaf het in eigen beheer uit onder mijn pseudoniem ‘Roos Remmers’.

Ik schreef de inleiding op 20 augustus 2001 en het nawoord op 19 februari 2002. In dat half jaar heb ik dit boek uitgewerkt en bepaald welke dagboekbladen ik toevoegde aan de bladen van het zelfhulpschrift, dat het uitgangspunt was van het boek.

De hernieuwde versie gaf ik, weer in eigen beheer maar nu onder mijn eigen naam, uit samen met deel twee met als titel ‘Sarah Roos’, omdat ik inmiddels de 50 was gepasseerd. Onze inmiddels volwassen jongste dochter was mijn schrijfcoach en de vormgeving deed onze oudste dochter.

Mensen hebben mij destijds vaak gevraagd wat mijn man ervan vond. Ik begrijp dat heel goed. De familie die in het boek beschreven staat, omdat ik lang zoveel moeite had om goed met hen om te gaan, is zijn familie. Dat ik het maakte was omdat ik dacht dat we er samen heel goed waren uitgekomen. En omdat mijn man dat ook dacht heeft mij juist gestimuleerd om het te maken, toen bleek dat ik het wilde.

Dat daar verschillend over werd gedacht bleek pas nadat het boek was uitgegeven. Ik was in al die jaren niet ‘vergeven’ terwijl ik wel ‘heb vergeven’. De familie en ik hebben het elkaar heel veel jaren moeilijk gemaakt. En natuurlijk was ik met de situatie anders omgegaan wanneer ik dat had gekund. Maar ik was daar te jong voor en achteraf, nu ik veel ouder ben en bijna 44 jaar met mijn man samen, sta ik nog evenveel achter dit boek. Omdat ik het nog steeds goed vind en met goede intentie heb geschreven.

We hebben heel moeilijke jaren gehad en ik blijf blij en dankbaar dat we het ‘gered’ hebben. Daar hebben veel mensen, begrijpelijk, aan getwijfeld. En waarschijnlijk werd de doorslag voor het maken van dit boek uiteindelijk gegeven door de uitspraak die mijn man deed toen we 19 jaar samen waren: ‘In de loop van de jaren ben ik grenzeloos van je gaan houden.’ Dat was een heel grote uitspraak voor hem, maar hij deed het en terwijl ik vanaf dag één van hem hield wist ik dat ook ik elke dag meer van hem was gaan houden.

Een collega zei, nadat ze het had gelezen: ‘Het is onbegrijpelijk dat jullie bij elkaar konden blijven. Daar was het eigenlijk veel te moeilijk voor.’ Voor mij was ‘perikelen’ daarom zo’n goed woord. Het zijn er heel wat geweest.

Het zijn de kleine dingen die het doen

Het sneeuwt, een beetje, en ik fiets van de ene kant van de stad naar de andere om bij mijn dochter een kopje koffie te drinken. Onderweg zie ik een jongen en een meisje elkaar passeren en vanuit mijn ooghoek vang ik hun kleine glimlach, van verstandhouding stel ik me voor. ‘Wat een weertje hè?’ of ‘Beetje glibberig, doe maar voorzichtig.’

Wanneer ik bij mijn dochter aankom heeft zij net haar zus aan de telefoon die ik ook nog even kort spreek. Wanneer zij, even later, een moeilijk telefoongesprek moet voeren zit ik tegenover haar aan tafel de krant te lezen en pak op enig moment haar uitgestoken hand. Ik denk dat zij mijn ontroering meer voelde dan zag en zo troost zij mij, waar ik het haar wilde doen. En misschien troost zij ons wel allebei.

‘Ik kan je straks wel met de auto naar huis brengen mam, dan zetten we de fiets achterop.’ Het sneeuwt nog steeds maar ik antwoord: ‘Dat hoeft niet liefje, ik wilde terug door de stad naar huis fietsen en de fietspaden zijn schoon.’

Wanneer ik een half uur later op het voet-/fietspad fiets, komen mij twee jongens tegemoet. Ze zijn druk in gesprek en lijken mij niet op te merken. Ik besluit maar af te stappen en omdat ik moet remmen glijdt mijn fiets onder mij vandaan. Ik kan me gelukkig opvangen en één van de twee vraagt: ‘Gaat het, mevrouw?’ Ik zeg: ‘Ja hoor, maar ik wilde niet op jullie botsen.’ Terwijl ik, mijn weg vervolgend, even inhoud om een voetganger rustig te laten oversteken vangen wij elkaars glimlach. ‘Dank je wel,’ en ‘Graag gedaan.’ Of zoals ze tegenwoordig zeggen en ik altijd een beetje grappig vind: ‘Geen probleem.’

Bij het kleine kruidenierswinkeltje in het centrum van onze stad koop ik een paar chocolade-sinaasappels. Vroeger kon ik ze alleen in Engeland kopen maar hij heeft ze nu altijd. Er is nog een winkel die verschillende smaken verkoopt maar hij heeft de originele, gewoon melkchocola met sinaasappelsmaak. Nu ik niet meer in het centrum woon koop ik ze altijd als ik er ben, voor mezelf, voor een zus die er ook gek op is, maar ook voor hem, omdat ik me soms afvraag of hij wel genoeg klandizie heeft. En ik vind het één van de leukste winkeltjes in de stad.

Het blijft nog even sneeuwen en dat maakt mij ook blij, die mooie, lichte, witte wereld. Saskia en Serge wisten het al in 1972 toen zij met het lied ’t Zijn de kleine dingen die het doen een grote hit scoorden. En ruim 50 jaar later kunnen we zeggen wat we willen, maar klopt het toch nog steeds.

Moeder op afstand

‘Het is een open wond.’ De rechter aan de tafel van de podcast, die ik terugluister naar aanleiding van een post op LinkedIn, verwoordt wat ik dacht toen de host van het programma sprak over een litteken. De podcast gaat over vechtscheidingen met als wreedste uitkomst ouderverstoting. Aan tafel zitten een rechter, een advocaat/mediator en de dame die haar hele leven met die open wond verder door het leven zal moeten gaan.

Een van mijn overtuigingen is, dat een vechtscheiding alleen kan gebeuren wanneer er twee mensen vechten. De advocaat aan tafel heeft zelf een scheiding meegemaakt en is met haar ex-man meebewogen in zijn wensen. Ze heeft daarbij een aantal keren over haar eigen ego moeten stappen omwille van het belang van hun kinderen. Je kunt in je eentje niet blijven vechten.

De moeder in de podcast heeft haar kinderen al drie jaar niet gezien. Toen Jeugdzorg het gezin ging ‘helpen’ deden ze dat door een ‘time-out’ te regelen. Moeder moest maar een tijdje uit huis gaan, dat zou het beste zijn voor de kinderen. Vanaf die tijd heeft deze moeder haar kinderen niet meer gezien. In plaats van helpen heeft deze zorginstantie eraan meegewerkt het gezin verder uit elkaar te drijven.

De moeder in de podcast heeft tot het hoogste orgaan geprobeerd haar kinderen terug te krijgen en daar kreeg ze eindelijk iets wat lijkt op ‘gerechtigheid’. Toen de rechter de vader vroeg met concreet bewijs te laten zien dat zijn ex-vrouw niet voor hun kinderen kon zorgen, kon deze met geen bewijs komen. Haar kinderen kreeg ze niet terug omdat ze al zolang bij, en onder de invloed van, hun vader waren leek dat het beste voor de kinderen.

Wat mij nog trof was wat de rechter in de podcast noemde. Hij zei dat hij, in geval van een scheiding waar kinderen bij waren betrokken, graag zo snel mogelijk de kinderen wilde spreken omdat hij dan nog de kinderen zelf hoorde. Na verloop van tijd spraken zij hun verzorgende ouder na. Dat gebeurde ook met de kinderen van de moeder uit de podcast.

Ik hoop voor deze moeder dat haar dochters, wanneer ze volwassen zijn, haar wel opzoeken en alsnog haar kant van het verhaal horen. Ik heb verschillende verhalen van verstoten ouders gehoord en erover gelezen en in veel gevallen kwamen de inmiddels volwassen kinderen erachter dat hun vader of moeder ‘de waarheid’ hun kant op hadden gedraaid en ze daarmee tegen de andere ouder hadden opgezet.

Ik wens niemand toe vader of moeder ‘op afstand’ te hoeven zijn. Kinderen hebben recht op hun vader en hun moeder zolang ze daar zelf behoefte aan hebben. En dan heb ik het natuurlijk niet over ouders die zich schuldig maken aan misbruik of mishandeling.