De vrije wil

Ik stuit op een artikel over Victor Lamme die veel stof heeft doen opwaaien met zijn boek ‘De vrij wil bestaat niet’. Volgens Arthur Olof, die het boek heeft gelezen, is het ‘een onderhoudende pil vol wetenswaardigheden’ maar blijft de vraag wat die wetenswaardigheden zeggen over de ‘wil’.

Ik lees verder dat veel hersenwetenschappers spreken van ‘ons brein die de touwtjes in handen heeft en onze bewuste gedachten die daar slechts achteraan hobbelen’. Veel filosofen daarentegen zeggen dat ‘het zo simpel niet ligt en dat ‘onbewust kiezen’ niet hetzelfde is als ‘onvrij kiezen’, dat nog steeds de beslissing komt vanuit jou’.

Ik kan uiteraard alleen vanuit mezelf spreken over ‘mijn vrije wil’. Ik wil niet heel veel. Ik hoor vaak mensen praten over een grote televisie of een grote auto of andere dure zaken, misschien een verre vakantie die ‘toch iedereen wil’ en vooral veel geld. Dan zeg ik wat aarzelend: ‘Nee, wij niet.’ En als mensen ons niet kennen zie ik dan steevast de ongelovige blik in hun ogen.

Wat ik wel wilde was ons stukje grond aan het Paterswoldse Meer, toen de ouders van mijn liefste aangaven daar veel belangstelling voor te hebben. Ze durfden zelf niet aan het te kopen en het lukte ons, omdat wij zwaar onderboden. We deden dat met een bedrag dat wij met pijn en moeite zouden kunnen betalen, en de verkoper nam dat bod na maanden aan.

Wat ik ook per se wilde was het kleinere appartement midden in het centrum van onze stad toen wij in het, voor mij te grote, appartement ernaast woonden. Het duurde acht jaar voor wij het konden kopen maar het was wat ik echt wilde.

Hoogleraar cognitiefilosofie Marc Slors (Radboud Universiteit Nijmegen) zegt, dat ‘je bijvoorbeeld onvrij bent als je handelt vanuit een verslaving. Een verslaafde heeft geen controle over wat hij doet en komt vaak geen stap verder als hij bewust probeert van de drugs af te blijven’. Dat geloof ik zeker. Er zijn mensen die dat wel lukt en die hebben dan ‘een vorm van vrijheid teruggekregen’, aldus meneer Slors.

Ik ben gelukkig nooit aan drugs verslaafd geweest maar ik had wel een snoep- en eten/lezenverslaving. Daarvan heb ik jaren geprobeerd af te komen, met steeds even resultaat en steeds weer terugvallen. Ik ben niet te dik maar evengoed wilde ik af van die verslaving. Toen een kennis beweerde: ‘Wanneer je iets 40 dagen achter elkaar doet zit het in je systeem’, besloot ik 40 dagen niet te snoepen. Geen koek, geen snoep, geen chips en geen chocola.

Nu zou ik niet meer, zoals vroeger, 5 koekjes achter elkaar kunnen eten of meer dan een paar blokjes chocola. Van chips neem ik een klein bakje en met snoep doe ik maanden, tenzij er kleinkinderen bij ons zijn. Ik ben van mijn gewoonte afgekomen om te willen lezen als ik iets lekkers eet en andersom. Omdat ik heb gemerkt dat ik, na die 40 dagen, toch steeds meer wil, als ik weer elke dag snoep, doe ik dat nu op drie dagen in de week, woensdag en het weekend.

Bestaat vrije wil? Ik weet het niet. Ik heb het gevoel dat ik best veel zelf beslis en het is maar een heel klein deel van wat wij samen willen, want het meeste laat ik over aan mijn gezin. Als zij graag iets willen, man, kinderen, kleinkinderen of schoonkinderen dan zou het gek zijn als ik zeg: ‘Nee, dat wil ik niet.’

Maar dan kan ik ook nog uitleggen waarom ik dat zeg.

Mijn hart bloedt…

Voor de kinderen, nu jongvolwassenen, die ooit in de gesloten Jeugdzorg instellingen zijn terecht gekomen en alles wat ze daar hebben moeten ondergaan. Op de plek waar ze veilig hadden moeten zijn en waar er voor ze gezorgd had moeten worden. Er zijn jonge mensen die inmiddels zelfmoord hebben gepleegd, anderen hebben pogingen daartoe gedaan en weer anderen hebben wel euthanasie gekregen. Wie kan eigenlijk bepalen wie wel en wie niet ondraaglijk lijdt, dat lijkt mij toch de betreffende jongvolwassenen en niemand anders?

Mijn hart bloedt ook voor de kinderen die bij pleegouders wonen waar ze veilig zouden moeten zijn…en dat te vaak niet zijn. Ik heb bewondering voor de man die als kind vreselijke jaren heeft meegemaakt bij zijn pleegouders en hen succesvol heeft aangeklaagd omdat zij nog steeds kinderen mochten opnemen in hun onveilige huis.

Mijn hart bloedt voor de vluchtelingen die in ons land en de landen om ons heen een veilig heenkomen zoeken en daarbij kou, honger en dorst moeten lijden en dat veilige heenkomen in veel gevallen met de dood moeten bekopen. En voor de instanties die menen dat het zinvol is steeds weer voorzieningen op te ruimen en weg te halen wat vervolgens andere instanties weer verzorgen omdat zij de mensen zien en niet de last.

Mijn hart bloedt voor de jonge meisjes die worden misbruikt in chique gelegenheden door chique mensen of in garageboxen of andere verblijven door mensen…ik kan zowel de chique als de niet-chique ‘lui’ die dit doen eigenlijk geen mensen noemen. Hoe kijken die zichzelf nog aan in de spiegel.

Bij al deze ‘lui’ vraag ik mij af: wat is er met hen gebeurd dat ze tot deze gruweldaden in staat zijn? Waar in hun leven ging het helemaal mis. Hoe kan het dat mensen die hier iets aan zouden kunnen doen, mensen in de politiek, zich druk maken om een economie die niet groeit zoals ‘zou moeten’ in plaats van deze misstanden aan te pakken. Die grote bedrijven koste wat het kost in Nederland willen houden vanwege geld en werkgelegenheid. Wie wil werken in bedrijven die schade brengen aan mens en milieu in ons mooie Nederland. En waarom mogen mensen die in ons land zijn, van elders gekomen, zo lang niet werken terwijl er genoeg zijn die dat zeker zouden kunnen.

Ik kan zelf niet meer doen dan hierover schrijven en met mensen praten en, mensen en instanties die hierin wel enig verschil kunnen maken, financieel ondersteunen.

Maar mijn hart bloedt…

Dolly

Ik koos ‘Jolene’ van Dolly Parton als eerste nummer dat ik mocht solo zingen in de band. Ik wist wie Dolly Parton was, hoewel, ik wist hoe ze eruitzag. Iedereen wist hoe ze eruitzag. Verder wist ik heel lang niets van haar.

Ze kwam uit een grote familie. Ze had zes broers en vijf zussen, net als ik. Heel lang dacht ik dat ze niet getrouwd was, maar ze was juist 59 jaar met dezelfde man getrouwd en dat ze de 60 jaar huwelijk niet haalden was omdat hij vorig jaar overleed, na een zwaar ziekbed. Haar zorg om hem, die ze zo liefhad, was mede de reden voor haar eigen ziekte waar zij onlangs aan overleed. 

We kenden haar als zangeres en actrice en het liefst wordt zij herinnerd als de uitstekende songwriter en storyteller die ze was. Ik heb daar, de afgelopen 50 jaar, mondjesmaat wat van meegekregen en het spijt mij (en dat is altijd achteraf) dat we nooit naar een van haar concerten zijn geweest. Gelukkig heb ik er wat van gezien in de documentaires die de afgelopen twee dagen werden vertoond.

Ik had al lang geleden gehoord van het pretpark dat haar naam draagt ‘Dollywood’ in Tennessee, het gebied waar zij is geboren en grootgebracht. Het pretpark dat zowel toeristen naar het gebied trok als werk verschafte aan een deel van de populatie. Er werkt(e)) een groot aantal van haar familieleden.

Omdat haar vader analfabeet was (wel een van de slimste mannen die ze kende) begon ze de kinderen die in Tennessee werden geboren elke maand een leesboekje te sturen, tot de tijd dat ze naar school gingen. Dolly Parton’s Imagination Library begon als een klein project maar groeide uit tot een programma dat door heel Amerika en andere landen werd overgenomen. Ik hoorde haar vertellen hoe belangrijk ze het vond dat kinderen werden voorgelezen en dat het ook goed was voor de binding tussen ouders en kind. Je neemt een kind dat je voorleest op schoot, of dicht tegen je aan.

Ze steunde goede doelen en streed, met de mooie verhalen in haar prachtige liedjes, voor gelijke rechten voor iedereen. Privé was voor haar en haar man echt privé. Geen foto’s en verhalen in de tabloids. Naar hem gevraagd zou ze kort iets over haar man zeggen, maar daar bleef het bij. Zij was beroemd, hij had daar niet voor gekozen en ze respecteerden elkaar daarin.

Ze was een grootheid en dat heb ik me, gek genoeg, nooit zo gerealiseerd, terwijl ik wel van al haar liedjes heb genoten. Elke karaoke sessie zal ik voortaan een liedje van haar zingen, uit respect voor haar die ons allen is ontvallen.

Dolly, we will always love you.

De voor en nadelen van een langdurige relatie

Onlangs las ik in Volkskrant Magazine in de rubriek ‘De liefde van nu’ het verhaal van Paul, 72 jaar oud. Paul heeft achter elkaar (met verschillende tijden daartussen) relaties gehad die gemiddeld zo’n vier jaar duurden. Paul wilde geen kinderen en ‘liefhebben zonder toekomst, er geen garantie op geluk aan verbinden’ maakte hem gelukkig. ‘Gelukkiger dan velen om hem heen die wel kozen voor het huwelijk’.

Mijn man en ik zijn dit jaar 43 jaar getrouwd, we leerden elkaar 44 jaar geleden kennen. Zeker onze beginjaren zijn niet gemakkelijk geweest en dat had er vooral mee te maken dat ik het ons in die begintijd moeilijk maakte. Ik deed dat uiteraard niet expres, maar het gebeurde wel.

De voordelen van een lange relatie heb ik door de jaren heen meer en meer ondervonden. We hebben elkaar goed leren kennen en we hebben steeds beter leren communiceren. Doordat we interesse in elkaars leven toonden en tonen hebben we ook na het uitvliegen van de kinderen samen een goed en prettig leven. We doen veel samen zoals naar muziek- of andere optredens gaan, soms ook met anderen erbij en we wandelen en fietsen, Netflixen, luieren met een boek bij het water zo vaak als kan, en varen soms een rondje op het meer. Maar we doen ook dingen gescheiden van elkaar, met andere mensen.

Toevallig bezocht ik kort na elkaar zes mensen die de 80 al gepasseerd zijn. Er was een echtpaar bij, maar de overige vier hadden hun echtgenoot verloren. Allen na een lang huwelijk. Ze vullen hun dagen zo goed als ze kunnen. Bij de één lukt dat beter dan bij de ander maar ze missen niet alleen hun echtgenoot, ze missen ook het leven dat ze samen hadden. Na een lang huwelijk moet dat voelen als een amputatie. Alsof je een deel van jezelf kwijt bent.

Terwijl ik een paar uur bij hen zat en luisterde naar hun verhalen realiseerde ik me dat het een paar uur is op een lange reeks van dagen, dat ze geen bezoek krijgen. Dagen dat ze misschien niemand spreken. Bij elk overlijden van een oudere die we hebben gekend realiseer ik me dat dat de prijs is die je betaalt, voor het hebben van een langdurige relatie. Dat er altijd één moet achterblijven.

Mijn ouders hadden twaalf kinderen die allemaal graag bij hen ‘thuis’ kwamen. Ook in het jaar dat mijn vader achterbleef na het overlijden van mijn moeder bleven we komen. Wij kinderen en ook veel kleinkinderen. Maar ondanks het vele bezoek van zijn (klein)kinderen miste hij toch zijn liefste en het leven met haar.

Ik koester alle jaren dat wij tot nu toe al samen zijn. Ook de moeilijke jaren waren goede jaren en het allerbeste is de relatie die we samen met onze kinderen hebben opgebouwd. Ik had er geen één willen missen. Hoe het straks, over hopelijk heel lange tijd, zal gaan…dat zullen we dan wel zien.

Een bijzonder en aimabel mens

Ik noemde hem het liefst ‘meneer Anton’, maar dat wilde hij niet. Hij was gewoon Anton en zijn familie noemde hem Ton. Ik had een televisiefragment bij Op1 voorbij zien komen op LinkedIn, waarin hij vertelde dat hij relatiecoach was geworden op zijn 86ste en dat dat was naar aanleiding van zijn eerste scheiding, waar hij lang verdriet van had gehad. Als hij en zijn vrouw destijds hulp hadden gehad dan had die scheiding niet hoeven te gebeuren. Heel verstandig ging hij met zijn tweede vrouw, die een jeugdliefde was geweest, in relatietherapie en zo kwam hij in aanraking met de coaching die hij later heeft gegeven.

Toen ik in Trouw zijn ‘Tien geboden’ had gelezen schreef ik hem een brief. Wij deelden dezelfde passie en hadden dezelfde missie, het leven van kinderen en gezinnen beter maken door te proberen zoveel mogelijk scheidingen te voorkomen. Hij deed dat met de coaching en ik probeer al zo’n tien jaar om een gratis ouderschapscursus voor alle aanstaande ouders geregeld te krijgen. Ik heb daarover gesproken met mensen uit de politiek, mensen van de GGD en met instanties die op hun manier proberen gezinnen te ondersteunen. Maar in mijn beleving beginnen ze daar te laat mee en vaak zijn ze te veel gericht op moeder en kind in plaats van op het gezin. Het is (nog) niet gelukt omdat mensen niet willen of kunnen begrijpen wat de impact zal zijn wanneer zo’n cursus er is voor iedereen. Maar meneer Anton begreep dat heel goed. Wij vonden ook allebei, en dat idee delen we met oud-minister Rouvoet die zo’n ouderschapscursus ouderschapsgym noemt als vervolg op zwangerschapsgym, dat er op scholen voorlichting moet komen over relaties en ouderschap. En de belangrijke communicatie die daarbij nodig is.

Hij nodigde mij uit bij hem thuis en toen hebben we elkaar uitgebreid gesproken. Dat mijn man en ik toen 40 jaar getrouwd waren vond hij volgens mij heel mooi. Hij stuurde mij folders van zijn stichting ‘Gelukkige Relaties’ en we hielden What’s app contact. Hij vroeg mij of ik eventueel ambassadeur wilde worden van de stichting en stuurde mij Don Ceders ‘Manifest Vitale Relaties’. Hij zou mij daarover op de hoogte houden.

Toen ik hem de foto appte van de groep briefschrijvers, waar ik één van was, met de koning en de koningin en hij daar niet op reageerde, dacht ik dat het misschien niet goed met hem ging. Ik appte hem nog over een motie van Don Ceder over ‘vaderbetrokkenheid’ en toen hij daar ook niet op reageerde appte ik hem: ‘Dag Anton, wil je me laten weten of het goed met je gaat?’ Hij antwoordde: ‘Nog niet goed,’ en dat zijn vrienden mij misschien op de hoogte konden houden van de ‘situatie’. Toen wist ik dat het echt niet goed was.

Zijn overlijden kwam voor mij niet onverwacht, hij was 94, maar ik was wel verdrietig, om hem en zijn familie. Hij had vast nog wel even door willen gaan.

Rust zacht, lieve Anton.

Mijn gastenboekje

Ik heb meerdere gastenboekjes waarvan één helemaal vol geschreven. Ik begon daarmee in 2006 toen we net op een heel bijzondere plek kwamen wonen. Iedereen vond dat en wij ook. Het was midden in het centrum van de stad.

Bij elke familiebijeenkomst werden er een paar blaadjes vol geschreven, ik kom uit een schrijversfamilie. Veel van ons schrijven brieven, dagboeken of journals en artikelen. Een paar van ons zijn uitgegeven en ik heb in eigen beheer twee boeken uitgegeven. De meeste mensen vonden het leuk iets in mijn boekje te schrijven. Enkelen deden het met ‘frisse tegenzin’, die vroeg ik geen tweede keer…om te schrijven. Wel om op bezoek te komen, natuurlijk.

Wanneer ik de boekjes teruglees kan ik me altijd iets van het bezoek voor de geest halen. Het is zo’n fijne herinnering. Ik kan me niets vergelijkbaars voorstellen. De selfies met onze gasten die we tegenwoordig maken, misschien, wanneer we eraan denken ze te maken. Soms stuur ik onze (achter)nichtjes of -neefjes zo’n blad van toen ze nog een kind waren en dat vinden ze altijd leuk.

Vaak weet ik niet eens meer dat mensen ooit bij ons op bezoek zijn geweest en dan herinner ik me het weer levendig wanneer ik hun bericht in mijn gastenboekje zie. Fijne en ook dierbare herinneringen want met al deze mensen ‘heb ik wat’, ook al heb ik ze jaren of decennia niet gezien. Ik heb ze ooit uitgenodigd omdat we ze aardig, aimabel en/of interessant vinden. Er zijn mooie, diepgaande gesprekken geweest waarvan ik altijd iets geleerd heb en die ik koester in mijn herinneringen.

Gaandeweg ben ik gestopt met vragen of, bij een bezoek, mensen nog iets in mijn boekje willen schrijven. Misschien wel om te voorkomen dat mensen zullen denken: ‘Heb je haar weer met haar boekje.’ En de selfies zijn ervoor in de plaats gekomen. Die krijgen ook altijd een mooie plaats in ons fotojaarboek.

Er zijn/waren twee dames die altijd uit zichzelf vroegen om mijn boekje en er iets in schreven. Eén van de twee komt nog maar zelden, sinds onze dochters op zichzelf wonen en de ander, ons jongste zusje, is helaas al veertien jaar niet meer bij ons. Zij en ik waren soulmates op dat gebied, het schrijven van gedichtjes, brieven…en haar hoefde ik nooit te vragen of ze iets wilde schrijven…ze deed het gewoon.

OuderTeam

De naam OuderTeam, voor een cursus voor aanstaande ouders, zegt het precies goed. Ik lees alles wat ik kan vinden over gezinnen en heel vaak gaat dit dan over de moeders. Over de uitdagingen waarmee zij te maken krijgen. Over de zorgtaken die zij in de regel meer doen dan de vaders in de betreffende gezinnen. Het lijkt vaak, en het zal ook in veel gevallen zo zijn, alsof de moeder alleen staat in de zorg voor haar kinderen.

Tijdens mijn jaren als leerlingbegeleider heb ik veel contact gehad met alleenstaande moeders en met kinderen die hun vader niet kenden of er al lang geen contact meer mee hadden.

Op LinkedIn las ik onlangs een verhaal van een vader die de eerste tijd alleen voor de baby moest zorgen omdat de moeder van het kindje lang moest herstellen van de keizersnee waarmee ze de baby had gekregen. Het bleek dat de vader net zo goed voor het kindje zorgde als de moeder in die eerste periode zou hebben gedaan. Bovendien bleef hij ook na die tijd intensief mee zorgen voor hun kind. In een commentaar bevestigde een andere moeder dat dat bij hun ook zo was gegaan.

Ik denk dat cruciaal bij dit gebeuren het feit is geweest, dat de vaders vanaf het begin intensief bij de zorg van het kindje betrokken waren. In deze gevallen is dat uit noodzaak geboren maar ik denk dat het voor alle ouders goed zou zijn. De geboorte van een gezin betreft de moeder en de vader…en het kindje dat totaal van hun zorg afhankelijk is.

De naam OuderTeam zegt het al. Als de ouders als team optrekken zullen zij zich samen gelijk als ouders ontwikkelen. Bij deze cursus ‘hebben de papa’s evenveel inbreng als de mama’s en komen ze dus niet alleen mee ter ondersteuning’. De cursus richt zich echt op de samenwerking tussen ouders terwijl veel zwangerschapscursussen zich vooral richten op de mama. Deze cursus, die wetenschappelijk is onderzocht en ontwikkeld door de Hogeschool van Leiden, is heel compleet en dat maakt dat ik denk dat dit bij uitstek de oudercursus is die de missing link vormt tussen verloskundige en consultatiebureau. De oudercursus die vanuit het basispakket zou moeten worden aangeboden.

Met een goede oudercursus hebben prille gezinnen een beter fundament om de stressvolle, impactvolle periode rond de geboorte van het gezin goed door te komen en daarna hun gezin te laten groeien. De eerste 1000 dagen van het kind zullen beter zijn dan zonder een cursus en de baby zal de meest Kansrijke start hebben die een baby kan hebben.

Niet alle scheidingen zijn te voorkomen, maar er zijn te veel scheidingen die voorkomen hadden kunnen worden wanneer de ouders (mentaal) beter waren voorbereid op de geboorte van hun gezin. Er was daaropvolgend ook minder jeugdzorg nodig geweest.

Het vraagt een enorme investering maar die zal zich dubbel en dwars terugbetalen in geld, maar vooral in rust voor de gezinnen en daarmee voor de maatschappij.

Een boek lezen en nog eens en nog eens

Ik ben een leesfanaat. Ik lees veel en snel. Ik ben in heel veel geïnteresseerd. En ik schrijf graag. Ik kan me niet zo goed voorstellen dat je wel van schrijven houdt maar niet van lezen.

Veel van mijn kinderboeken, en ook mijn boeken voor jonge meisjes heb ik meerdere keren gelezen, sommige wel tientallen keren. Ik heb wel eens iemand horen zeggen dat ze nooit voor de tweede keer een boek had gelezen. Misschien geldt dat wel voor de meeste mensen, dat weet ik niet.

‘Waarom zou je dat doen,’ vroeg ze, ‘als je iets hebt gelezen dan weet je toch wat er staat. Dan ken je het toch al?’ Ik zei: ‘Als ik iets meerdere keren lees kan het opeens zijn dat ik denk: “Hé, dat heb ik de vorige keer helemaal niet zo gelezen.’ Of ik begrijp ineens de titel helemaal.’ Ik lees voor de misschien wel derde of vierde keer het boek dat Harper Lee schreef voor haar bestseller ‘To kill a mockingbird’. Het heet ‘Go set a watchman’ en ik kon de titel nooit helemaal ‘thuisbrengen’ tot ik op de achterkant las: Every man’s island Jean Louise, every man’s watchman, is his concience. Toen begreep ik het.

Ik heb de boeken van mevrouw Van Hille-Garthé allemaal meerdere keren gelezen. Vooral de reeks van vijf aansluitende verhalen, Onder het Stroodak, Aan de Zonzijde, De plaats waarop gij staat, Het verstopte Huuske en Kool en Rozen lees ik ieder jaar. De familie leefde in het begin van de vorige eeuw toen niet alleen het leven veel rustiger was maar waarin ik ook lees over een beschaving die tegenwoordig ver te zoeken is.

Hetzelfde geldt voor de boeken van mevrouw Scheherazade/ Maria Oomkens. De elkaar opvolgende boeken Bidden in de theedoek, Het huis dat lachte en Baas, Marietje en de wereldbol vind ik elke keer dat ik ze lees (liefst achter elkaar aan) weer even mooi. Deze familie leefde in de tijd dat ik zelf jong was. De overeenkomst tussen de boeken van deze twee schrijfsters is dat het familieverhalen zijn en dat is zeker een gegeven dat mij aantrekt.

Verder heb ik veel uiteenlopende boeken meerdere keren gelezen waaronder Ik droomde van Afrika van Kuki Gallman, De Alchemist van Paulo Coelho en De geschiedenis van de liefde van Nicole Krauss en de boeken van John Strelecky Life Safari en Het waarom-ben-je-hier café.

Mijn allerfavoriet blijft To kill a mockingbird van Harper Lee. Het verhaal van Scout en haar broer Jem op wie een moordaanslag wordt gepleegd omdat hun vader een onschuldige man, met een donkere huidskleur, verdedigt in het Alabama van de jaren 30 van de vorige eeuw. Het respect waarmee Atticus, hun vader, en de huishoudster Calpurnia, ook met een donkere huidskleur, (moeder overleed toen Scout 2 was) de kinderen behandelen en ze streng maar rechtvaardig opvoeden vind ik heel mooi beschreven.

Ik zal deze boeken nog vaak lezen.

Vrij

Wanneer ik aan mensen vertel dat ik ‘met pensioen’ ben, en dat gebeurt best vaak omdat het nog zo nieuw is, dan is de standaardvraag: ‘En, ben je nu lekker vrij?’ Ik haast me dan meestal te zeggen dat ik al heel lang ‘vrij’ ben. Ik leg dan uit dat ik sinds ik ontslag nam van school in 2015 nog wel heb gewerkt maar weinig, niet meer elke week.

Ik vraag me vaak af wat mensen bedenken bij ‘vrij zijn’. Ik hoor van pensionado’s vaak dat ze het juist heel druk hebben. Misschien is dat omdat ze allebei tegelijk met pensioen zijn. Mijn man, mijn liefste werkt nog en daarom laat ik, wanneer we samen zijn, vaak van hem afhangen wat hij die dag wil doen. Hij kan een tijdje lezen maar dan moet hij wel weer iets doen en op het moment dat hij zegt: ‘Zullen we even fietsen?’ dan zit ik bij wijze van spreken al op de fiets.

Ik kan eindeloos lezen, zeker als ik een nieuw boek heb. Als het me genoeg boeit dan lees ik het in een paar dagen uit. En tussendoor lees ik tijdschriften of boeken die ik al meerdere keren gelezen heb. Ik schrijf ook bijna elke dag, een blog, mijn dagboek, een brief. En ik zing…ook elke dag.

Vrij zijn is voor mij doen wat en wanneer ik daar zin in heb. Ik heb gisteren een deel van ons onkruid voor het hek weggehaald en ik was vast van plan vandaag de rest weg te halen. Maar daar had ik vanmorgen geen zin in. Dan doe ik het niet.

Ik denk dat ‘vrij zijn’ voor iedereen is doen wat en wanneer ze daar zin in hebben, alleen heb ik vaak het idee dat ze zich daarvoor toch nog veel laten leiden door factoren buiten zichzelf. En dat ze het daardoor in hun pensioentijd nog ‘zo druk’ hebben.

Jaren geleden kwamen we aan bij een camping in Italië. Het was onze eerste vakantie zonder kinderen. En onze eerste, sinds lang, kampeervakantie. Het was midden op de dag en bloedje heet. We zetten twee stoeltjes naast de auto, haalden flesjes koud drinken, pakten onze ‘leeskrat’ en we gingen eerst heerlijk zitten lezen. Op enige afstand van ons hoorde ik iemand zeggen: ‘Nou, dat is lekker. Wij zetten eerst de tent op.’ Toen dacht ik: ‘Ja, dat is ook een keus.’

Hij met pensioen, zij ook

Mijn vader ging in 1983 met pensioen, vlak voor de geboorte van onze eerste dochter. Hij was een harde werker en als hij thuiskwam was hij moe. Alleen voor de voetbalwedstrijden van mijn broers was hij buiten zijn werk nog te porren om de deur uit te gaan.

Toen hij dus voor altijd ‘thuiskwam’ uit zijn werk viel hem op dat er elke dag kleinkinderen over de vloer kwamen. Hij vond dat maar druk en verbood ze voortaan zo vaak te komen. Van hun 12 kinderen hadden mijn ouders wel heel veel kleinkinderen, maar voor hen was het huis van opa en oma ook hun thuis. Mijn moeder zag het heel even aan en greep toen in. Voor haar was mijn vader de baas maar als zij iets wilde dan gebeurde dat, linksom of rechtsom. Al snel wisten de kleinkinderen dat ze weer mochten komen en vervolgde zich hun prettige leventje daar, in hun tweede thuis. Het was ook niet alleen bij oma zijn, het was ook elkaar zien en spreken.

Misschien heeft mijn vader toen pas begrepen hoeveel werk mijn moeder had. Hij begon steeds meer huishoudelijke klussen van haar over te nemen en omdat hij ook veel van zijn kleinkinderen hield begon hij ze te verwennen. Voortaan stonden er potten met lekkers op tafel. Borrelnootjes, M&M’s, pindarotsjes, cashewnoten, koekjes. Wanneer je kwam kreeg je direct koffie of thee en bood hij je steeds lekkers aan.

Hij begon ook te koken en lekkere Indische hapjes te maken. Mijn moeder maakte, wanneer zij tijd en zin had, broodpudding, chocoladepudding wat we aten met gele vla en chocoladepannenkoeken waarvoor ze de gele vla lobbig maakte. En macaroni taart maakte ze ‘in de wonderpan’. Mijn vader maakte rissoles en smeerpropjes, banaan in meel gebakken, nog anders dan de ‘gebakken banaantjes’ die je bij de Chinees kunt kopen, en hij leerde bijna alle gerechten maken die mijn moeder ons voorschotelde.   

Mijn moeder kreeg ook echt pensioen toen mijn vader ‘uitgewerkt’ was. Misschien was zijn tactiek ook geweest ‘if you can’t beat ‘em, join ‘em’. Hoe ouder ze werden hoe meer mijn vader ging doen. Mijn moeder werd slecht ter been en dat zal er zeker mee te maken hebben gehad. Uiteindelijk mocht ze van hem alleen klein klusjes doen ter voorbereiding van het eten. Zij plukte bijvoorbeeld de groene ‘hoedjes’ van de taugé, dat kon ze rustig zittend aan de eettafel doen.

Voor alle kleinkinderen gold ‘we gaan naar oma’. Alleen kleine Linda, het dochtertje van ons jongste zusje dat alle dagen van haar leven, ook nadat ze trouwde en hun kindje kreeg, bij mijn ouders kwam was het: ‘We gaan naar opa.’ Zij liep opa als een trouw hondje achterna. Zij hielp hem met de ontbijtboel naar de keuken brengen en hield de puntjes van de lakens vast als hij het bed verschoonde.

Hij was best bijzonder, mijn vader, en ik heb hem pas laat leren waarderen. Hij werd gelukkig 93 waardoor ik dat ook nog naar hem heb kunnen uitspreken.