Een boek lezen en nog eens en nog eens

Ik ben een leesfanaat. Ik lees veel en snel. Ik ben in heel veel geïnteresseerd. En ik schrijf graag. Ik kan me niet zo goed voorstellen dat je wel van schrijven houdt maar niet van lezen.

Veel van mijn kinderboeken, en ook mijn boeken voor jonge meisjes heb ik meerdere keren gelezen, sommige wel tientallen keren. Ik heb wel eens iemand horen zeggen dat ze nooit voor de tweede keer een boek had gelezen. Misschien geldt dat wel voor de meeste mensen, dat weet ik niet.

‘Waarom zou je dat doen,’ vroeg ze, ‘als je iets hebt gelezen dan weet je toch wat er staat. Dan ken je het toch al?’ Ik zei: ‘Als ik iets meerdere keren lees kan het opeens zijn dat ik denk: “Hé, dat heb ik de vorige keer helemaal niet zo gelezen.’ Of ik begrijp ineens de titel helemaal.’ Ik lees voor de misschien wel derde of vierde keer het boek dat Harper Lee schreef voor haar bestseller ‘To kill a mockingbird’. Het heet ‘Go set a watchman’ en ik kon de titel nooit helemaal ‘thuisbrengen’ tot ik op de achterkant las: Every man’s island Jean Louise, every man’s watchman, is his concience. Toen begreep ik het.

Ik heb de boeken van mevrouw Van Hille-Garthé allemaal meerdere keren gelezen. Vooral de reeks van vijf aansluitende verhalen, Onder het Stroodak, Aan de Zonzijde, De plaats waarop gij staat, Het verstopte Huuske en Kool en Rozen lees ik ieder jaar. De familie leefde in het begin van de vorige eeuw toen niet alleen het leven veel rustiger was maar waarin ik ook lees over een beschaving die tegenwoordig ver te zoeken is.

Hetzelfde geldt voor de boeken van mevrouw Scheherazade/ Maria Oomkens. De elkaar opvolgende boeken Bidden in de theedoek, Het huis dat lachte en Baas, Marietje en de wereldbol vind ik elke keer dat ik ze lees (liefst achter elkaar aan) weer even mooi. Deze familie leefde in de tijd dat ik zelf jong was. De overeenkomst tussen de boeken van deze twee schrijfsters is dat het familieverhalen zijn en dat is zeker een gegeven dat mij aantrekt.

Verder heb ik veel uiteenlopende boeken meerdere keren gelezen waaronder Ik droomde van Afrika van Kuki Gallman, De Alchemist van Paulo Coelho en De geschiedenis van de liefde van Nicole Krauss en de boeken van John Strelecky Life Safari en Het waarom-ben-je-hier café.

Mijn allerfavoriet blijft To kill a mockingbird van Harper Lee. Het verhaal van Scout en haar broer Jem op wie een moordaanslag wordt gepleegd omdat hun vader een onschuldige man, met een donkere huidskleur, verdedigt in het Alabama van de jaren 30 van de vorige eeuw. Het respect waarmee Atticus, hun vader, en de huishoudster Calpurnia, ook met een donkere huidskleur, (moeder overleed toen Scout 2 was) de kinderen behandelen en ze streng maar rechtvaardig opvoeden vind ik heel mooi beschreven.

Ik zal deze boeken nog vaak lezen.

Vrij

Wanneer ik aan mensen vertel dat ik ‘met pensioen’ ben, en dat gebeurt best vaak omdat het nog zo nieuw is, dan is de standaardvraag: ‘En, ben je nu lekker vrij?’ Ik haast me dan meestal te zeggen dat ik al heel lang ‘vrij’ ben. Ik leg dan uit dat ik sinds ik ontslag nam van school in 2015 nog wel heb gewerkt maar weinig, niet meer elke week.

Ik vraag me vaak af wat mensen bedenken bij ‘vrij zijn’. Ik hoor van pensionado’s vaak dat ze het juist heel druk hebben. Misschien is dat omdat ze allebei tegelijk met pensioen zijn. Mijn man, mijn liefste werkt nog en daarom laat ik, wanneer we samen zijn, vaak van hem afhangen wat hij die dag wil doen. Hij kan een tijdje lezen maar dan moet hij wel weer iets doen en op het moment dat hij zegt: ‘Zullen we even fietsen?’ dan zit ik bij wijze van spreken al op de fiets.

Ik kan eindeloos lezen, zeker als ik een nieuw boek heb. Als het me genoeg boeit dan lees ik het in een paar dagen uit. En tussendoor lees ik tijdschriften of boeken die ik al meerdere keren gelezen heb. Ik schrijf ook bijna elke dag, een blog, mijn dagboek, een brief. En ik zing…ook elke dag.

Vrij zijn is voor mij doen wat en wanneer ik daar zin in heb. Ik heb gisteren een deel van ons onkruid voor het hek weggehaald en ik was vast van plan vandaag de rest weg te halen. Maar daar had ik vanmorgen geen zin in. Dan doe ik het niet.

Ik denk dat ‘vrij zijn’ voor iedereen is doen wat en wanneer ze daar zin in hebben, alleen heb ik vaak het idee dat ze zich daarvoor toch nog veel laten leiden door factoren buiten zichzelf. En dat ze het daardoor in hun pensioentijd nog ‘zo druk’ hebben.

Jaren geleden kwamen we aan bij een camping in Italië. Het was onze eerste vakantie zonder kinderen. En onze eerste, sinds lang, kampeervakantie. Het was midden op de dag en bloedje heet. We zetten twee stoeltjes naast de auto, haalden flesjes koud drinken, pakten onze ‘leeskrat’ en we gingen eerst heerlijk zitten lezen. Op enige afstand van ons hoorde ik iemand zeggen: ‘Nou, dat is lekker. Wij zetten eerst de tent op.’ Toen dacht ik: ‘Ja, dat is ook een keus.’

Hij met pensioen, zij ook

Mijn vader ging in 1983 met pensioen, vlak voor de geboorte van onze eerste dochter. Hij was een harde werker en als hij thuiskwam was hij moe. Alleen voor de voetbalwedstrijden van mijn broers was hij buiten zijn werk nog te porren om de deur uit te gaan.

Toen hij dus voor altijd ‘thuiskwam’ uit zijn werk viel hem op dat er elke dag kleinkinderen over de vloer kwamen. Hij vond dat maar druk en verbood ze voortaan zo vaak te komen. Van hun 12 kinderen hadden mijn ouders wel heel veel kleinkinderen, maar voor hen was het huis van opa en oma ook hun thuis. Mijn moeder zag het heel even aan en greep toen in. Voor haar was mijn vader de baas maar als zij iets wilde dan gebeurde dat, linksom of rechtsom. Al snel wisten de kleinkinderen dat ze weer mochten komen en vervolgde zich hun prettige leventje daar, in hun tweede thuis. Het was ook niet alleen bij oma zijn, het was ook elkaar zien en spreken.

Misschien heeft mijn vader toen pas begrepen hoeveel werk mijn moeder had. Hij begon steeds meer huishoudelijke klussen van haar over te nemen en omdat hij ook veel van zijn kleinkinderen hield begon hij ze te verwennen. Voortaan stonden er potten met lekkers op tafel. Borrelnootjes, M&M’s, pindarotsjes, cashewnoten, koekjes. Wanneer je kwam kreeg je direct koffie of thee en bood hij je steeds lekkers aan.

Hij begon ook te koken en lekkere Indische hapjes te maken. Mijn moeder maakte, wanneer zij tijd en zin had, broodpudding, chocoladepudding wat we aten met gele vla en chocoladepannenkoeken waarvoor ze de gele vla lobbig maakte. En macaroni taart maakte ze ‘in de wonderpan’. Mijn vader maakte rissoles en smeerpropjes, banaan in meel gebakken, nog anders dan de ‘gebakken banaantjes’ die je bij de Chinees kunt kopen, en hij leerde bijna alle gerechten maken die mijn moeder ons voorschotelde.   

Mijn moeder kreeg ook echt pensioen toen mijn vader ‘uitgewerkt’ was. Misschien was zijn tactiek ook geweest ‘if you can’t beat ‘em, join ‘em’. Hoe ouder ze werden hoe meer mijn vader ging doen. Mijn moeder werd slecht ter been en dat zal er zeker mee te maken hebben gehad. Uiteindelijk mocht ze van hem alleen klein klusjes doen ter voorbereiding van het eten. Zij plukte bijvoorbeeld de groene ‘hoedjes’ van de taugé, dat kon ze rustig zittend aan de eettafel doen.

Voor alle kleinkinderen gold ‘we gaan naar oma’. Alleen kleine Linda, het dochtertje van ons jongste zusje dat alle dagen van haar leven, ook nadat ze trouwde en hun kindje kreeg, bij mijn ouders kwam was het: ‘We gaan naar opa.’ Zij liep opa als een trouw hondje achterna. Zij hielp hem met de ontbijtboel naar de keuken brengen en hield de puntjes van de lakens vast als hij het bed verschoonde.

Hij was best bijzonder, mijn vader, en ik heb hem pas laat leren waarderen. Hij werd gelukkig 93 waardoor ik dat ook nog naar hem heb kunnen uitspreken.

Soms kan zomervakantie ook een belasting zijn

Nu heeft iedereen heerlijk vakantie en hoeft er lekker geen kind naar school. Zomervakantie was voor ons vroeger een heerlijke aaneenschakeling van lange, vrije dagen waarop wij bijna de hele dag mochten doen wat we wilden. Lekker lang uitslapen. Volgens mij hielden mijn broers en zussen en ik daar heel erg van. Lezen zonder dat je hoefde te stoppen om huiswerk te maken of naar bed te gaan. We mochten ook altijd langer opblijven. En omdat we niet op vakantie gingen kregen we een zwemabonnement en lagen we veel in het zwembad, of op de zonneweide, of op de tribune bij het diepe bad, met elkaar en onze vrienden.

Ik was soms wel een beetje jaloers op kinderen die met hun ouders ‘op vakantie’ gingen maar de vrijheid die we hadden en dat we samen waren maakten alles goed.

Tegenwoordig zijn er best veel kinderen die het omgekeerde meemaken, namelijk, alle weken ‘op vakantie’ en soms is iets wat heel leuk is niet echt leuk meer vanwege de overdaad. Zoals voor een kind als Jochem.

‘Hé Jochem,’ begroette juf hem enthousiast na een zomervakantie, ‘je bent er weer, wat fijn. Heb je een leuke vakantie gehad?’

‘Ja, juf, hartstikke leuk,’

‘Ben je nog weggeweest?’

‘Ja, eerst met mamma en Robin en Woutje drie weken naar Texel. Op een hele mooie camping met een grote speeltuin. En toen met pappa en Annemarie en Lizzy en Eefje drie weken naar Tenerife in een heel mooi huis vlak bij het strand. En we gingen surfen en met zo’n parachute heel hoog achter een bootje aan hangen. Gaaf was dat juf,’

‘En wanneer ben je thuisgekomen Jochem?’

‘Zaterdag en toen gingen we nog even naar oma,’

Een week later was Jochem ziek en sprak juf zijn moeder even toen ze Woutje naar de speelzaal kwam brengen.

‘Ik houd hem maar even een paar dagen thuis. Hij was zo moe.’

Hoe luidt dat spreekwoord nog maar … ‘overdaad schaadt’?

Bol.com

Liever bestel ik niets online. Ik ben meer wat je noemt ‘oldskool’. Ik ga gewoon naar winkels en verder kopen we via Marktplaats en Vinted, omdat dat tweedehands spullen zijn. We vinden dat beter voor het milieu en voor mij is het gemakkelijk vinden wat ik zoek.

Mijn eigen boeken kon ik kopen via Bol.com. Dat ging prima. Bestellen, betalen en ontvangen, niets aan het handje. Van Bol.com stond er toen opeens €0,01 op mijn rekening, dat moet ik gezien hebben, maar niet bewust geregistreerd. En al had ik dat toen wel gedaan, het was ook al te laat geweest.

Een maand na de bestelling van de boeken werd er €14,99 van mijn rekening afgeschreven door Bol.com via een automatische incasso. Ik had daar bij mijn weten nooit toestemming voor gegeven en liet het dus de volgende dag (ik check elke dag onze betaalrekeningen) terugstorten. In de beschrijving stond Kobo Plus, lezen en luisteren van 23 mei tot 23 juni. Dat leek, en was het ook, een abonnement. Een abonnement die ik naar mijn weten niet had afgesloten.

Twee weken later ontving ik een mail, een eerste aanmaning voor die €14,99. We dachten eerst dat het weer eens een fake mail was. Ik heb meerdere keren fake mails ontvangen en een paar jaar geleden kreeg ik via de post herinneringen voor betalingen, samen voor bijna €1000,-, waar ik gelukkig direct mee naar de politie ben gegaan en aangifte van heb gedaan.

Deze mail onderscheidde zich van de fake mails door een mogelijkheid om het servicebureau te bellen en dat deed ik vandaag. Ik werd door de medewerkers uitstekend geholpen, alleen konden zij aan die rekening van €14,99 niets doen, die moest ik hoe dan ook betalen. Wel konden ze mij een cadeaubon van €15,- geven maar die heb ik geweigerd. Het ging mij namelijk niet om die €15,-, maar om het feit dat zij dit zomaar kunnen doen. 

Hoe het is gebeurd? Toen ik die boeken bestelde werd er ‘reclame’ aangeboden. Bij mijn weten negeer ik zulke dingen altijd, of weiger ze als het kan. Ik moet toen een knopje hebben aangeklikt waardoor ik een abonnement ben aangegaan voor die luisterboeken. Zomaar, met het aanklikken van een knopje. Onbewust. Ze konden het abonnement stopzetten, maar pas vanaf de volgende maand. Ik moest dus, hoe dan ook, die €14,99 betalen. Ik heb natuurlijk wel het abonnement laten stopzetten en ik heb de mail daarvoor ontvangen.

Ik ben iemand die elke dag onze betaalrekeningen controleert en daardoor direct het afgeschreven bedrag zag. Het moest, hoe dan ook betaald worden, dus dat is voor Bol.com weer €14,99 gecasht. Wanneer je het niet direct doorhebt kunnen zij dus gewoon elke maand dat bedrag van je rekening afschrijven. Ik heb betaald, maar ik had het bedrag liever betaald voor iets wat ik zelf, bewust en niet via een manier die ik ‘sneaky’ heb genoemd, had gekozen.

Misschien ben ik de enige die ‘zoiets’ overkomt, maar ik wilde het toch laten weten.

Pillen of geen pillen

In Volkskrant Magazine van 16 mei 2026 lees ik op de cover over een wonderpil. In het lange artikel blijkt het te gaan om Ritalin en andere pillen, samengesteld uit soortgelijke stoffen. Voor dit artikel is Jeroen Pen geïnterviewd. Hij kreeg als kind dit middel voorgeschreven, druk onhandelbaar kind dat hij destijds was, nadat hij na een kleine test werd gediagnosticeerd met ADHD. Zijn schoolprestaties verbeterden niet maar hij was anderen minder tot last. Gaandeweg raakte hij meer en meer verslaafd. Hij schreef er het boek ‘Speedpillen’ over dat deze maand verscheen.

Volgens de DSM-5 ‘lijd’ ik ook aan ADHD. Ik zet ‘lijd’ tussen aanhalingstekens omdat ik weet dat ik het heb. Ik wist dit al jaren voordat de psychiater die ik bezocht dit samen met mij en de DSM-5 vaststelde maar ik ‘lijd’ er niet onder. Het is heel lastig, dat is absoluut waar. Soms, of best vaak, zeggen mensen tegen mij: ‘Maar je kunt toch wel…,’ vul maar in, dat kan van alles zijn wat zij en heel veel andere mensen kunnen…maar ik niet.

Ik heb zelf op vrij late leeftijd aan de psychiater gevraagd of ik Ritalin mocht proberen. Ik werd er vooral misselijk van en ben er al snel mee gestopt. Toen ik aan hem noemde dat de psycholoog die mij naar hem doorverwees (op mijn eigen verzoek) had benoemd dat zij dacht aan hoogsensitiviteit, zei hij: ‘Er komt een tijd dat ze die twee termen op elkaar leggen. Er zijn veel overeenkomsten tussen die twee die de last, die jij onder anderen ondervindt, veroorzaken,’ en dat had ik zelf ook bedacht.

Nu ik echt ouder ben, merk ik dat veel mensen rond mijn leeftijd pillen slikken en supplementen gebruiken. Ik ben daar heel voorzichtig en terughoudend in. Een lieve vriend opperde eens dat ik mijn bloeddruk moest laten meten. Misschien was die wel te hoog en dan kon ik daar, net als hij medicijnen, pillen voor krijgen. Maar ik voel me goed en laat het daarom voor nu.

Voor medicijnen kan volgens mij nooit ‘one size fits all’ gelden en ik denk ook niet voor voedingssupplementen. We steken allemaal verschillend in elkaar en daarom is het maar goed dat we ons eigen gezonde verstand hebben, om bij zulke belangrijke beslissingen te gebruiken.

De loyaliteit van een kind naar zijn ouder en gezin

Ik vond het moeilijk om naar te kijken. Vooral de filmbeelden van vroeger. Het filmpje waarop te zien is hoe de vader een jong kind van haar stoeltje mept, waarbij het meisje huilt en zich zichtbaar pijn gedaan heeft, had ik al eens gezien. Ik vond het verschrikkelijk.

Nu heb ik alle vijf delen van de documentaire over ‘De kinderen van Ruinerwold’ gezien en ik heb een enorme bewondering voor deze kinderen, allen volwassen inmiddels, gekregen.

Het werd allemaal wereldnieuws toen de oudste van de toen 6 daar wonende kinderen in 2019 het huis verliet en het gezin door de politie werd ‘ontdekt’. De kinderen ‘bestonden’ eigenlijk niet. Nooit aangegeven, verborgen gehouden. De oudste drie die in 2008, 2009 en 2010 het ouderlijk huis ‘ontvluchtten’ (toen nog niet in Ruinerwold) waren wel aangegeven en hadden ook onderwijs genoten.

Ik heb me er in die tijd niet in verdiept, had er wel hap snap over gelezen. Nadat ik het boek ‘Wij waren, ik ben’ met als ondertitel ‘Weg uit Ruinerwold’ had gelezen besloot ik ook de documentaire te gaan zien.

Ik vond het moeilijk om naar te kijken maar gaandeweg groeide mijn bewondering voor de vier oudste kinderen, met wie de documentaire is gemaakt en de jonge maakster die er, met de kinderen en het team, ‘De Gouden Televizier-Ring mee won in 2021. Wat een geluk dat zij elkaar vonden en dat zij haar vertrouwden. Ik vind dat op zich al onvoorstelbaar, dat vertrouwen na alles wat ze hebben meegemaakt.

Op alle oude filmbeelden is zo duidelijk de angst en spanning op die kindergezichtjes te zien en toch die loyaliteit aan de vader en de jongere kinderen die allen aanvankelijk een andere kijk op het gebeuren hadden dan de oudste vier. Ze vonden het moeilijk dat hun vader ergens ‘een duivel’ werd genoemd maar wat hij zijn kinderen heeft aangedaan kun je wel duivels noemen. Als je regelmatig je kinderen de keel dichtknijpt tot je ze bijna dood gewurgd hebt, hoe kun je zo iemand dan anders noemen?

De nu volwassen kinderen hebben hun integriteit behouden en de loyaliteit aan hun vader en jongere kinderen. Ze zijn nu een gezin, terwijl de oudste drie vroeger op kamertjes van elkaar gescheiden werden gehouden. Toen ze het huis ontvluchtten hadden ze hun jongere broers en zusjes al jaren niet gezien. Ze zijn hun jongere broer dankbaar dat hij het geheim heeft kunnen onthullen. Zij blijven allen lijden onder hun vreemde en verschrikkelijke jeugd, maar ze hebben nu wel elkaar. 

Hun vader kan niet voor zijn daden berecht worden omdat hij door een hersenbloeding niet meer kan praten. Ik ben niet de enige die dat jammer vindt. Ik hoop oprecht dat de leden van dit gezin zo kunnen herstellen dat ze het leven kunnen opbouwen dat ze graag willen en ik hoop dat ze als familie bij elkaar kunnen blijven.

Op bezoek in Paleis Noordeinde

Eind vorig jaar schreef ik een brief aan Koning Willem-Alexander en Koningin Maxima. Ik deed het snel en spontaan over het dakloosheidprobleem in Nederland en ik stuurde het boek ‘Komt een land bij de dokter’ van Michelle van Tongerloo mee. Ik vertelde ook over mijzelf en hoe ik, door de blogs die ikzelf schrijf en onder anderen op LinkedIn plaats, daarmee in aanraking kwam. Ik noemde het project ‘Housing First’ dat in Finland een groot succes is geweest en gaf aan dat dit misschien voor ons land ook mogelijk was. Ik vertelde ook iets over de inhoud van mijn blogs die ik begon over relaties, communicatie en kinderen opvoeden en waar allerlei maatschappelijke onderwerpen bij zijn gekomen.

Begin maart kreeg ik een brief van het Kabinet van de Koning. Ik werd daarin bedankt voor mijn brief en het sturen van het boek. Ik vond het heel prettig dat ook op de inhoud van de brief werd ingegaan en dat hij zou worden doorgestuurd naar Mirjam Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.

Begin Mei werd ik gebeld door een medewerker van het Koninklijk Huis. We hadden een prettig gesprek over mijn brief en we spraken uitgebreider over het tweede deel daarvan dat in feite al jaren mijn missie en passie is. Een gratis oudercursus voor alle aanstaande ouders. Deze aardige meneer mocht mij uitnodigen om als één van tien uitgekozen briefschrijvers bij de koning en koningin aan te schuiven om te praten over maatschappelijke issues die ieder van ons heeft aangegeven. Ik zei het een eer te vinden en kon het de dagen erna nog maar nauwelijks bevatten.

Het bezoek werd aangekondigd in het nieuws en afgelopen dinsdag vond het daadwerkelijk plaats. Tien heel verschillende mensen uit verschillende delen van ons land kwamen samen in het paleis. Vooraf aan de bijeenkomst kregen wij de kans om met elkaar kennis te maken. We spraken ook de medewerkers met wie we telefonisch contact hadden gehad. We werden voorgesteld aan het koninklijk paar en namen plaats achter onze naambordjes. Er was pers om een klein filmpje en een paar foto’s te maken en daarna waren we ‘onder elkaar’. Het koningspaar, twee belangrijke medewerkers van het Koninklijk Huis en wij, de tien briefschrijvers.

Om de ovalen tafel zaten we dicht genoeg bij elkaar om goed contact te kunnen maken. Ieder deed zijn verhaal en wij werden uitgenodigd om te reageren als we dat wilden. Ook de koning en koningin hadden hun inbreng, vaak in de vorm van een vraag. We spraken over verbinding, vertrouwen en vrede, zaken die in deze tijd niet meer altijd vanzelfsprekend zijn, maar ook over social media, ongelijke verdeling van financiën en over kwetsbare kinderen en volwassenen.

De sfeer was gemoedelijk en het voelde ontspannen en vertrouwd, voor mij, en ik hoop ook voor de anderen. Ik voelde me gehoord en als de koning en koningin iets kunnen doen om onze zorgen te verminderen geloof ik dat ze dat zullen doen.

Dank Majesteit, en dan bedoel ik u beiden.

Geboorte van de Prille-ouder coach

…Het tweede semester op school begint bijna weer en nee, ik heb geen hekel aan lesgeven, helemaal niet. En toch. Ik heb het gevoel dat ik toch nog iets anders kan. Iets dat zal bijdragen aan het welzijn van kinderen. En daarbij aan de wereld. Want de kinderen zijn en blijven de toekomst. Verbeter hun wereld en je verbetert de wereld.

            Hoe kunnen we (echt)scheidingen verminderen. Scheidingen die te voorkomen waren. En zijn. Mensen leren te vechten voor waar ze ooit voor kozen, een relatie en kinderen. Ik werd echt wakker door het verhaal van mijn groothandels-leerling Teun. Teun is in de dertig en heeft een (inmiddels) ex-vriendin en zoontje van 17 maanden. Ze zijn drie jaar bij elkaar geweest, bijna niets. Zij is een Bulgaarse en heeft ook nog een zoontje van acht, van een andere Nederlandse man.  Een zeeman voor wie ze Bulgarije verliet. Beide zoontjes wonen bij moeder. Voor beide zoontjes heeft ze met de vaders een bezoekregeling. Het oudste zoontje dat drie jaar bij Teun heeft gewoond is opeens niets meer van hem. Ex-vriendin is bijna direct terugverhuisd naar de regio waar haar ex-man woont. 70 km van waar Teun woont. Teun vindt het niet eerlijk dat zijn zoon nu 70 km bij hem vandaan woont. Heeft hij er ooit over nagedacht dat zijn stiefzoontje 70 km bij zijn vader vandaan woonde?

            Teun en zijn ex zijn beiden in de 30. Hij wil nog zeker een nieuwe relatie en kinderen. Stel dat zijn ex dat ook wil. Haar zoon heeft dan te maken met een derde vader, zijn broertje heeft een andere vader en misschien komt er dan bij vader nummer 3 nog een broertje of zusje bij. Bij vader 1 kunnen ook meer kinderen komen en bij vader 2 ook maar daar heeft alleen zijn ene broertje mee te maken. En de families van vader 1 en 3 en moeder 1 en mogelijk 2 (ik word daar al helemaal van in de war). Misschien had vader 2 wel de leukste familie maar daar hoort het stiefzoontje dan niet meer bij. Hoe kunnen deze kinderen een rustig en overzichtelijk leven krijgen? Denken mensen daar niet over na?…

Tot zover een deel van mijn dagboekverslag van 01-01-2010. Ik wist toen nog niet dat dit de geboorte was van De Prille-ouder coach. Ik begon in 2015 met de blogs schrijven die ik later zo ging noemen ‘Prille-ouder blogs’. In 2018, toen ik er welgeteld 5 had geplaatst zei mijn jongste dochter: ‘Mamma, je moet elke week een blog plaatsten.’ En dat deed ik sindsdien. Een studiegenoot zei niet lang daarna: ‘Je moet ze op LinkedIn zetten, het is je werk.’ Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor want sindsdien worden ze meer gelezen. En omdat ik commentaar geef op content dat gerelateerd is aan kinderen, relaties en soms andere maatschappelijke kwesties komt er ook steeds meer voor mij relevante content naar mij toe.

Waar ik naar streef, dat een oudercursus net zo gewoon, en dus gratis voor alle aanstaande ouders, wordt als verloskundige en consultatiebureau, is nog niet gerealiseerd. Maar ik ga door tot het wel zover is.

Sisterhood

De vier meisjes March, Ruut en Lucy de Ruyve, uit de boekenreeks van mevrouw Van Hille-Garthé, Else en Phien van Arlevoort, of hun moeder Mary en haar zuster Elisabeth en Martje en Suus uit de reeks van mevrouw Scheherazade. Zijn zij de voorbeelden geweest van de zus die ik zelf ben geworden, of was ik dat anders ook geweest?

Mijn zussen en ik zijn, waren, precies de helft van een groot gezin. We lijken niet op elkaar, al zijn er blijkbaar gelijkenissen in uiterlijk en stem. Daardoor hebben mensen soms mijn zussen gevraagd of zij misschien familie van mij zijn.

Onze oudste zus heeft onze moeder fysiek gesteund in het grootbrengen van de jongere kinderen, tot zij trouwde toen ze 19 was en het ouderlijk huis verliet. Ik was nog maar zeven, een lagereschoolkind en ik kende haar uit die tijd nog niet goed. Het leeftijdsverschil was daarvoor veel te groot. We zijn elkaar wat nader gekomen toen we ouder werden en de laatste jaren bezoek ik haar regelmatig en schrijven we elkaar brieven, al wonen we relatief dicht bij elkaar.

Mijn tweede zus en ik hebben elkaars leven gedeeld sinds ik volwassen en uit huis was. Soms steunde zij, soms steunde ik. Als ik het ergens moeilijk mee had stond zij met een bloemetje voor mijn deur en toen ik haar laatst een bloemetje bracht en zij vroeg waarvoor dat was toen zei ik dat ik het bloemetje bracht omdat zij het even moeilijk had, zoals ze ook altijd voor mij had gedaan.

Mijn derde zus en ik lijken misschien wel het meest op elkaar. We willen altijd helpen en hoe goed we het ook bedoelen, het komt niet altijd zo uit. Maar ik weet dat haar en mijn intentie altijd goed is. Zij reisde met mij naar onmogelijke doelen en heeft mij nooit verweten…dat het eigenlijk onmogelijk was.

Met mijn jongere zus heb ik verreweg het meest gedeeld. We hebben samengewerkt, gezongen, gedanst, de slaapkamer gedeeld, gekibbeld maar vooral heel veel gelachen. We kunnen elkaar een verhaal vertellen en halverwege niet meer kunnen praten van het lachen en toch weten wat de clou is. Juist omdat ze heel anders is dan ik heb ik van haar veel kunnen leren.

Ons jongste zusje overleed helaas veel te jong. Ze was nog maar 48 maar moest op dat moment haar dochtertje, die maar vier jaar mocht worden, al elf jaar missen. Ik heb jarenlang met haar de boodschappen gedaan voor onze oude ouders en ik bewonderde haar vaste planning van gerechten samenstellen (voor haar eigen gezin) en boodschappen doen overeenkomstig het lijstje, iets wat mij nooit zal lukken. Wij hebben elkaar ook veel geschreven, al woonden we in dezelfde stad en zij schreef altijd uit zichzelf in mijn gastenboekje, omdat ze dat leuk vond. We hadden dezelfde favoriete juf van school en zij schreef, net als ik, gedichten.

Mijn zussen en ik, daar komt nooit, nooit iemand tussen.