Laatbloeier

Eigenlijk ben ik het aan mezelf verplicht om oud te worden. Ik bedoel, echt oud. Met mijn genen, mijn vader werd 93 en mijn moeder 86, zou het moeten lukken. Maar daarmee is natuurlijk niet gezegd dat het gebeurt.

Ik was een dromerig kind en werd voor mijn gevoel pas op mijn dertiende ‘wakkergekust’  door mijn favoriete band The New Seekers, voor de muziek. Met de muziek ontdekte ik ook de rest van de wereld en ging er, vanaf toen, wat bewuster doorheen.

Ik wist op mijn zestiende al dat ik docent Engels wilde worden maar begon pas toen ik 33 was aan de opleiding. Dat ik er zo laat aan begon had alles te maken met het feit dat ik niet de juiste vooropleiding had. Met twee jonge kinderen kon ik via thuisstudie de benodigde havo certificaten halen en met een parttimebaan erbij konden we de opleiding ook nog betalen.

Het waren drukke jaren en al lonkte toen al de gitaar, om er iets mee te doen kwam er stomweg niet van, tot onze broer Ruud, toen hij nog leefde, mij een paar gemakkelijke akkoorden leerde. De D/C/G en E-mineur kan iedereen leren. Je kunt er Wonderful Tonight mee spelen, een heerlijk langzaam nummer van Eric Clapton. In Ruud’s laatste jaren speelden en zongen we geregeld met een paar broers en zussen in zijn heerlijke muziekkamer. Ik heb daar dierbare herinneringen aan. Ik was ‘nog maar’ 56 toen hij in 2015 overleed en stel je voor dat ik toen les had genomen…

Ik stopte wel met werken op school en had het geluk nog een paar mooie projecten te kunnen doen in de laatste elf jaar van mijn werkende leven. Met meer tijd pakte ik af en toe de gitaar en speelde een paar eenvoudige nummers, altijd met horten en stoten omdat ik het gewoon niet beheers. En ik kreeg van onze schoonzoon een mooie ukelele omdat die gemakkelijker te bespelen is…dan de gitaar maar ook nog niet gemakkelijk.

En opeens dacht ik, afgelopen zomer: ‘Ik wil het nu echt leren,’ ik ben er op de één of andere manier nu klaar voor. Ik heb ook weer het geluk gehad de gitaarleraar te krijgen bij wie ik het graag wilde doen. Vroeger, toen onze kinderen tieners waren, hebben zij vele jaren zangles gehad bij de muziekschool die nu Tumult heet en ik gunde mezelf destijds dat ook een jaar. Het gebouw staat nog op dezelfde plek maar is nu helemaal nieuw. Er wordt ook niet alleen  meer muziekles gegeven maar er zijn nu veel meer kunstvormen die je daar kunt leren en beoefenen. Het gebouw is nieuw maar het gevoel nog net zo fijn als al die jaren geleden. Het was bijna thuiskomen, daarom heb ik er veel vertrouwen in dat het nu gaat lukken.

Laatbloeier is ongeveer ‘my middle name’ en dat is voor mij precies goed. Maar daarom hoop ik wel er nog lang van te mogen genieten.

Prettig leven

Toen ik in 1999 mijn eerste grote baan als docent Engels, en later ook leerlingbegeleider, begon was mijn collega Bertus opleidingscoördinator en praktijkdocent. Hij was in mijn Noorderpoort jaren mijn steun en toeverlaat.

Werken, of het nu in mijn administratieve baan bij Albert Heijn was of als docent op school, was voor mij nooit gemakkelijk. Alles wat ik nieuw moet leren geeft mij wat stress en vind ik moeilijk…maar ik ga het niet uit de weg.

Decennia later, nadat ik al vijf jaar niet meer op school werkte, kreeg ik een baan bij een instituut waarvoor ik examens Engels ging afnemen en beoordelen. En daar was mijn collega Jan Bert. Met hem werkte ik de eerste twee jaar intensief op een school en ook hij was, in dat werk, mijn steun en toeverlaat.

Ik heb in mijn leven vaak ervaren dat er hulp voor mij was wanneer ik die nodig had. Ik sta daar open voor want, net als iedereen, kan ik niet alles alleen. In het boek van dr. Wayne W. Dyer ‘STOP! Geen excuses meer’ lees ik: Een van de belangrijkste beslissingen die je ooit kunt nemen is kiezen voor het universum waarin jij wilt leven. Is het behulpzaam en ondersteunend of vijandig en afwijzend?

Voor mij is het dus dat eerste. Wat het tweede betreft weet ik ook hoe dat voelt. Ik heb me vaak afgewezen gevoeld of misschien was het meer ‘niet gezien’. Tot ik de boeken begon te lezen die gaan over de wereld en ‘hoe je ertegenaan kunt kijken’. Ik begon naar de wereld te kijken met een opener blik en vroeg mij af: wat maakt dat ik mij zo voel en kan ik daar anders mee omgaan? Als iemand niet naar mij toekomt kan ik ervoor kiezen naar hem toe te gaan. En als ik me verwonder over iemands gedrag of me eraan stoor kan ik ervoor kiezen er met diegene over in gesprek te gaan en dan ook open te staan voor zijn of haar standpunt.

Ik heb ervaren dat hoe ik naar de wereld kijk rechtstreeks invloed heeft op mijn gevoel en dat het leven daarmee lichter en prettiger is geworden. Voor mij heeft het een groot verschil gemaakt.

Nu ik weer iets nieuws begin is er de spanning van ‘hoe zal het zijn’ en blijkt bij de eerste kennismaking er weer een aardig persoon te zijn waar ik me direct goed bij voel. Toevalligerwijs (of het viel mij gewoon toe) hebben wij elkaar jaren geleden een keer ontmoet en maakt zij voor mij dit nieuwe begin overzichtelijk en gemakkelijk. Een prettig leven begint bij jezelf. Ik ga ervan uit dat niemand mij opzettelijk wil kwetsen en ga het gesprek aan wanneer het voor mij ‘daarop lijkt’. Weerstand en nare gevoelens kosten veel energie en kunnen een prettig leven enorm in de weg staan.

Wanneer je wel samen kunt blijven

‘Ik had ook weg kunnen gaan.’ We zitten bij elkaar, man, jongste dochter en ik. Ik vertel ze over het gezin dat al uit elkaar is gevallen voordat de tweeling geboren was. De grootouders zijn gebleven en dat is het enige positieve dat in dit verhaal speelt.

‘Dan was ik er niet geweest,’ zegt onze dochter nuchter en ik zeg: ‘maar zoals jijzelf vroeger altijd zei wanneer ik zei dat ik je niet had kunnen missen: maar dan kende je me niet, mam,’ en dat is ook zo. Zij niet en haar kinderen niet en haar man zou niet bij ons zijn geweest.

Mijn man was nog maar 21 toen we elkaar leerden kennen en toen onze eerste baby kwam, net 23. Hij kwam uit een heel comfortabele situatie. Een fijn gezin waarin hij kon groeien en bloeien. En toen kwam ik en werd alles anders voor hem…en voor mij.

Man en dochter benoemen in hetzelfde gesprek dat ik vast ‘geboren ben als moeder’. Dat ik het wilde worden stond voor mij altijd als een paal boven water. Hoe en wanneer, daar had ik nog nooit over nagedacht. Toen het ons ‘overkwam’ was ik er dan ook klaar voor. Hij had zeker niet gedacht zo jong vader te worden of te trouwen, hij zat net in zijn eerste baan, had net de schoolbanken achter zich gelaten.

Hij had weg kunnen gaan, maar deed dat niet. Hij bleef en bouwde met mij (en heel snel ons eerste kind) ons leven op. Al toen de kinderen nog jong waren zeiden wij dat we nooit van elkaar weg konden gaan, omdat we de kinderen allebei niet konden missen. Dat was en is waar. Ik ben misschien als moeder geboren, hij is jong vader geworden en daar razendsnel in gegroeid.

Onze start was op zijn zachtst gezegd niet gemakkelijk, mede omdat we vonden dat één van ons voor de kinderen moest zorgen en de ander dan het geld verdiende. En dat is niet veel in zo’n eerste baan terwijl je ook nog eens vrij jong bent. We moesten elkaar bovendien nog leren kennen en daar hebben we allebei ons best voor gedaan.

Er was liefde, dat moet altijd het uitgangspunt zijn, en die is door de jaren heen gegroeid. Je weet nooit iets van tevoren maar ik denk achteraf dat dat groeien er ook mee te maken heeft gehad dat we elkaar leerden waarderen en ik hem in ieder geval ben gaan bewonderen omdat ik weet dat het helemaal niet zo gewoon is dat iemand zo’n omslag kan maken.

We zijn wie we zijn omdat we samen volwassen zijn geworden en van elkaar en onze kinderen konden leren. Hoeveel en welke problemen je ook hebt, dit kan dus gebeuren…wanneer je wel samen kunt blijven.

Laat het bij de ander

Toen ik jong was, tot een tijd best kortgeleden toen ik al lang niet meer jong was, kon ik me echt naar voelen omdat iemand anders iets had gedaan of gezegd. Een opmerking over mij maken bijvoorbeeld. Over het feit dat ik me erg over dingen kan opwinden en er dan heftig op kan reageren. Of dat iemand zegt dat een ander ‘iets over mij gezegd heeft’. Als ik me onheus bejegend voel of wanneer ik het gevoel heb dat ik niet met respect word behandeld. Allemaal dingen die ik me aantrok en waar ik me behoorlijk naar over kon voelen.

Waar ik ook niet tegen kan is dat iemand geen ‘sorry’ kan zeggen. Waarschijnlijk ben ik daar zelf wat snel mee. Als ik per ongeluk, onbedoeld iemand aanraak: ‘Oh, sorry.’ Als ik iets per ongeluk bijna omgooi: ‘Oh sorry, oh gelukkig, gaat nog net goed.’ Als iemand een klein verwijt maakt dat mij echt raakt: ‘Ja, dat gebeurde, ik voelde me zo en jij had dat niet door.’ ‘Ik had dat niet door, waarom heb je me het niet verteld als het belangrijk voor je was,’ denk ik dan. En ik zeg: ‘Oh, sorry hoor. Nee, ik had het niet door, wat vervelend voor je.’ En dat laatste meen ik dan oprecht.

Ik heb er veel over nagedacht. Me afgevraagd: ‘Waarom doet iemand zo?’ Vanuit NLP weet ik ‘dat er altijd een goede bedoeling is’. Wat ik beschrijf is dus voor iemand goed. En dat is degene die het zegt of doet. Niet omdat hij slecht is of een naar mens. In de meeste gevallen niet, maar wel omdat hij zich slecht of naar voelt.

Dan kun je dus zo’n opmerking, of het feit dat iemand je onrecht heeft aangedaan en daar geen ‘sorry’ voor kan zeggen, bij die ander laten. Hij zal zich er ook niet prettig onder voelen en dat is al erg genoeg. Jij zult ook wel eens iets zeggen waarvan je achteraf denkt: ‘Dat heb ik niet zo bedoeld of had ik het maar niet gezegd,’ en dan is het mooi wanneer je daarop terug kunt komen en er oprecht ‘sorry’ voor kunt zeggen.

Het is akelig genoeg dat die ander zich niet prettig voelt en misschien kun je hem er wel mee helpen. Maar betrek niet dat vervelende gevoel op jezelf want dan zijn er twee die er last van hebben.

Laat het bij de ander.

Mijn moeder, de vrouw

We woonde met 14 mensen in een flatje met vijf slaapkamers. Het was bij ons altijd een rommeltje en vast niet zo schoon als bij andere mensen maar ik vond het reuze gezellig. Mijn moeder deed alles in huis, overdag alleen, ’s avonds na het koken moesten de oudere zussen afwassen en zij deden ook de boodschappen. Maar er moest ook elke dag gewassen worden en we hadden geen droger. Er stond altijd een wasrek om de kachel en aan de gordijnrails in de ouderslaapkamer hingen ook wasrekken. Ze streek ook nog alles, mijn moeder, tot de handdoeken en washandjes aan toe. We hadden niet gewoon grote pannen, we hadden enorme pannen die elke avond weer gevuld met zelf gekookt eten op tafel stonden.

Na het eten koken zat haar dagtaak erop en ik kan me voorstellen dat ze dan ook wel moe was, want al die bedden verschonen deed ze volgens mij ook zelf. We hadden wel een wasserij die elke week lakens kwam halen en brengen, dat deed ze gelukkig niet zelf. Maar ’s avonds las ze, of keek t.v.

Zij was vooral de verzorgende in huis. Ze zei ooit tegen mij dat ‘pappie de baas was want er kon maar één kapitein op een schip zijn’. Ik antwoordde toen: ‘Voor een baas werken kan iedereen wel mam, maar 12 kinderen grootbrengen kan niet iedereen.’ Het was mijn oudste broer die ons ‘strafte’ als we ongehoorzaam of te druk waren. We moesten dan op de bank gaan zitten en daar zat je dan, met niks te doen. Misschien moesten we wel onze zonden overdenken, maar daar dacht ik toen niet aan. Het overkwam mij maar één keer, en ik kan niet meer bedenken waarom, maar na een tijdje was het mijn moeder die mij eraf praatte door mij bij haar te roepen. Zij was dus toch de baas, op haar manier. Zo ‘overrulede’ ze ook mijn vader een keer toen hij een zusje wilde straffen door haar niet op tijd te wekken om naar haar werk te gaan. Mijn moeder had niets gezegd toen deze straf werd uitgesproken…maar de volgende ochtend was zij het die op tijd aan de deur klopte en mijn zusje wekte.

Ik was 16 toen ik het volgende gedichtje schreef:

Mum’s the word

My mum means all the world to me

She’s incredible, really great

She’s the one who ought to be

the LADY, not the maid

She tells me off when I’ve done something wrong

and tells me what to do

For her I’d sing the most beautiful song

A song for me and you

Mum’s the most important word

a word you learn kids to say

Mum’s the greatest word I heard

ever since my childhood days

19-09-1975

Nu ik oud(er) ben vind ik het best bijzonder dat ik, als puber, dit over haar schreef en eigenlijk is het meest bijzondere dat zij zo zichzelf is gebleven, zo authentiek. Ik geloof dat zij de meest ‘echte’ persoon was die ik ooit heb gekend.

Leren van de geschiedenis

In 2020 was Carola Schouten de vijfde zomergast van Janine Abbring. Ik heb hem onlangs pas beluisterd en vind het één van de beste interviews die ik heb gehoord.

Mevrouw Schouten was destijds nog Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Ze spreken onder anderen over de tijd na de Tweede Wereldoorlog toen Sicco Mansholt het ‘nooit meer honger’ principe voerde door in zijn beleid op te nemen: schaalvergroting in de landbouw, landbouwsubsidies te verschaffen aan de boeren en ze minimumprijzen te garanderen.

Het gevolg liet niet op zich wachten, boeren gingen over produceren met als gevolg: boterbergen en melkplassen waardoor de boeren weer een veel te laag inkomen kregen. We kregen bovendien te maken met een mestoverschot wat weer gevolgen had voor het milieu. In 1984 kregen we daarom een melkquotum ingesteld dat in 2015 weer werd afgeschaft voor ‘de vrije marktwerking’.

Wanneer Janine Abbring vraagt waarom ‘we niet leren van de geschiedenis’ antwoordt mevrouw Schouten dat het komt omdat boeren investeren voor de lange termijn, terwijl de overheid ondertussen weer beslist dat het anders moet omdat zich een probleem voordoet voor het stikstofdossier. Beide intenties zijn goed, maar komen niet goed uit.

Een heel ander onderwerp waarin blijkbaar niet wordt geleerd van de geschiedenis is die van de Jeugdzorg. Ik heb daar drie jaar geleden een blog over geschreven na een artikel in de krant over de Jeugdzorg die in 50 jaar tijd weinig veranderd en eerder verslechterd is dan verbeterd.

Wederom lees ik een artikel van Sharon Stellaard hierover, in het blad van Maarten van Rossem dit keer (september-november 2026), waaruit blijkt dat de Jeugdzorg een systeem is dat weinig met ‘zorg’ te maken heeft. Een quote uit het artikel ‘Hoe minder iemand ervan opknapt, hoe meer er aan je verdiend wordt’ geeft aan dat de behandelingen een verdienmodel zijn voor de betreffende instantie en niet zozeer kwetsbare mensen beter maakt. Dat deze geschiedenis nog steeds op dezelfde manier doorgaat is onvoorstelbaar en al voor te veel heel kwetsbare jongeren dodelijk gebleken.

Als we niet van de geschiedenis leren, waarvan dan wel?

Het verschil

‘Maar dan weten we het nog niet zeker, hè mam?’ Mijn dochter en ik praten (weer eens) over de ouderschapscursus waarvan ik denk dat elke aanstaande ouder daar recht op zou moeten hebben. Zoals ze recht hebben op de verloskundige die ze bijstaat gedurende hun zwangerschap en het consultatiebureau waar ze na de geboorte geregeld heengaan om de ontwikkeling van de baby te volgen. De ouderschapscursus die op dit moment nog de ontbrekende schakel is waardoor de nieuwbakken ouders mentaal niet worden voorbereid op de impact van ‘de geboorte van hun gezin’.

De aanleiding is dit keer de brief die ik heb geschreven aan de CEO van onze zorgverzekeraar, de heer Wouter Bos, voormalig politicus voor de PvdA, nadat ik minister-president Rob Jetten hierover heb geschreven. Het is niet dat ik denk dat zo’n ouderschapscursus hiermee opeens in het basispakket zal worden opgenomen, maar ik verwacht wel een antwoord. Ik ben nieuwsgierig naar hoe dat antwoord zal zijn. De zorgverzekeraars, nog meer dan de politici, lijken te gaan over de verdeling en vergoeding van de zorg. En deze ouderschapscursus valt onder zorg.

Voor mensen met geld en ruimte in hun hoofd (ik heb zelf ondervonden dat daar een link tussen zit) is er alle mogelijke hulp en assistentie rond de geboorte van het gezin. Ik heb een dame gesproken die een bevalcursus (bevallen met regie) aanbiedt en ik heb opgezocht wat een doula kost (tussen de €750,=  en €1850,=). Er zijn talloze ouderschapscursussen en relatie coaches, maar die kosten allemaal (veel) geld.

Als een ouderschapscursus net zo gewoon wordt als de hulp van de verloskundige en het consultatiebureau zal niemand denken dat zij zo’n cursus ‘moeten doen’ omdat ze arm zijn, of te jong of te oud of omdat ze minder goed kunnen leren dan anderen of…noem het maar op. Niet een verplichte ouderschapscursus maar juist één waar iedereen recht op heeft.

En dan weten we nog niet zeker of ze betere ouders zullen zijn dan de ouders die zo’n cursus niet hebben gehad. ‘Dochter, dat klopt.’ Mensen zijn verschillend. Of hun relatie met kinderen standhoudt, is van meer afhankelijk dan alleen een mentaal betere voorbereiding op het krijgen van een kind.

Een goede ouderschapscursus is ook meer dan dat. Het betekent in ieder geval dat ouders op hetzelfde moment betrokken worden bij de zwangerschap. Als het goed is, is op dat moment de liefde er nog volop en wordt er goed gecommuniceerd samen, en mocht dat niet zo zijn dan kan zo’n cursus er goed aan doen omdat je het samen doet met 3 of 4 andere aanstaande ouderparen en je van elkaar kunt leren.

Er zullen meer mensen bij elkaar kunnen blijven en daarmee zullen meer kinderen kunnen opgroeien in hun oorspronkelijke gezin. Er zal minder Jeugdzorg nodig zijn en daaraan gerelateerde instanties. Er zal meer rust zijn in de maatschappij omdat veel gezinnen sterker in hun schoenen zullen staan.

Ik ben overtuigd van het verschil dat het gaat maken. 

De vrije wil

Ik stuit op een artikel over Victor Lamme die veel stof heeft doen opwaaien met zijn boek ‘De vrij wil bestaat niet’. Volgens Arthur Olof, die het boek heeft gelezen, is het ‘een onderhoudende pil vol wetenswaardigheden’ maar blijft de vraag wat die wetenswaardigheden zeggen over de ‘wil’.

Ik lees verder dat veel hersenwetenschappers spreken van ‘ons brein die de touwtjes in handen heeft en onze bewuste gedachten die daar slechts achteraan hobbelen’. Veel filosofen daarentegen zeggen dat ‘het zo simpel niet ligt en dat ‘onbewust kiezen’ niet hetzelfde is als ‘onvrij kiezen’, dat nog steeds de beslissing komt vanuit jou’.

Ik kan uiteraard alleen vanuit mezelf spreken over ‘mijn vrije wil’. Ik wil niet heel veel. Ik hoor vaak mensen praten over een grote televisie of een grote auto of andere dure zaken, misschien een verre vakantie die ‘toch iedereen wil’ en vooral veel geld. Dan zeg ik wat aarzelend: ‘Nee, wij niet.’ En als mensen ons niet kennen zie ik dan steevast de ongelovige blik in hun ogen.

Wat ik wel wilde was ons stukje grond aan het Paterswoldse Meer, toen de ouders van mijn liefste aangaven daar veel belangstelling voor te hebben. Ze durfden zelf niet aan het te kopen en het lukte ons, omdat wij zwaar onderboden. We deden dat met een bedrag dat wij met pijn en moeite zouden kunnen betalen, en de verkoper nam dat bod na maanden aan.

Wat ik ook per se wilde was het kleinere appartement midden in het centrum van onze stad toen wij in het, voor mij te grote, appartement ernaast woonden. Het duurde acht jaar voor wij het konden kopen maar het was wat ik echt wilde.

Hoogleraar cognitiefilosofie Marc Slors (Radboud Universiteit Nijmegen) zegt, dat ‘je bijvoorbeeld onvrij bent als je handelt vanuit een verslaving. Een verslaafde heeft geen controle over wat hij doet en komt vaak geen stap verder als hij bewust probeert van de drugs af te blijven’. Dat geloof ik zeker. Er zijn mensen die dat wel lukt en die hebben dan ‘een vorm van vrijheid teruggekregen’, aldus meneer Slors.

Ik ben gelukkig nooit aan drugs verslaafd geweest maar ik had wel een snoep- en eten/lezenverslaving. Daarvan heb ik jaren geprobeerd af te komen, met steeds even resultaat en steeds weer terugvallen. Ik ben niet te dik maar evengoed wilde ik af van die verslaving. Toen een kennis beweerde: ‘Wanneer je iets 40 dagen achter elkaar doet zit het in je systeem’, besloot ik 40 dagen niet te snoepen. Geen koek, geen snoep, geen chips en geen chocola.

Nu zou ik niet meer, zoals vroeger, 5 koekjes achter elkaar kunnen eten of meer dan een paar blokjes chocola. Van chips neem ik een klein bakje en met snoep doe ik maanden, tenzij er kleinkinderen bij ons zijn. Ik ben van mijn gewoonte afgekomen om te willen lezen als ik iets lekkers eet en andersom. Omdat ik heb gemerkt dat ik, na die 40 dagen, toch steeds meer wil, als ik weer elke dag snoep, doe ik dat nu op drie dagen in de week, woensdag en het weekend.

Bestaat vrije wil? Ik weet het niet. Ik heb het gevoel dat ik best veel zelf beslis en het is maar een heel klein deel van wat wij samen willen, want het meeste laat ik over aan mijn gezin. Als zij graag iets willen, man, kinderen, kleinkinderen of schoonkinderen dan zou het gek zijn als ik zeg: ‘Nee, dat wil ik niet.’

Maar dan kan ik ook nog uitleggen waarom ik dat zeg.

Mijn hart bloedt…

Voor de kinderen, nu jongvolwassenen, die ooit in de gesloten Jeugdzorg instellingen zijn terecht gekomen en alles wat ze daar hebben moeten ondergaan. Op de plek waar ze veilig hadden moeten zijn en waar er voor ze gezorgd had moeten worden. Er zijn jonge mensen die inmiddels zelfmoord hebben gepleegd, anderen hebben pogingen daartoe gedaan en weer anderen hebben wel euthanasie gekregen. Wie kan eigenlijk bepalen wie wel en wie niet ondraaglijk lijdt, dat lijkt mij toch de betreffende jongvolwassenen en niemand anders?

Mijn hart bloedt ook voor de kinderen die bij pleegouders wonen waar ze veilig zouden moeten zijn…en dat te vaak niet zijn. Ik heb bewondering voor de man die als kind vreselijke jaren heeft meegemaakt bij zijn pleegouders en hen succesvol heeft aangeklaagd omdat zij nog steeds kinderen mochten opnemen in hun onveilige huis.

Mijn hart bloedt voor de vluchtelingen die in ons land en de landen om ons heen een veilig heenkomen zoeken en daarbij kou, honger en dorst moeten lijden en dat veilige heenkomen in veel gevallen met de dood moeten bekopen. En voor de instanties die menen dat het zinvol is steeds weer voorzieningen op te ruimen en weg te halen wat vervolgens andere instanties weer verzorgen omdat zij de mensen zien en niet de last.

Mijn hart bloedt voor de jonge meisjes die worden misbruikt in chique gelegenheden door chique mensen of in garageboxen of andere verblijven door mensen…ik kan zowel de chique als de niet-chique ‘lui’ die dit doen eigenlijk geen mensen noemen. Hoe kijken die zichzelf nog aan in de spiegel.

Bij al deze ‘lui’ vraag ik mij af: wat is er met hen gebeurd dat ze tot deze gruweldaden in staat zijn? Waar in hun leven ging het helemaal mis. Hoe kan het dat mensen die hier iets aan zouden kunnen doen, mensen in de politiek, zich druk maken om een economie die niet groeit zoals ‘zou moeten’ in plaats van deze misstanden aan te pakken. Die grote bedrijven koste wat het kost in Nederland willen houden vanwege geld en werkgelegenheid. Wie wil werken in bedrijven die schade brengen aan mens en milieu in ons mooie Nederland. En waarom mogen mensen die in ons land zijn, van elders gekomen, zo lang niet werken terwijl er genoeg zijn die dat zeker zouden kunnen.

Ik kan zelf niet meer doen dan hierover schrijven en met mensen praten en, mensen en instanties die hierin wel enig verschil kunnen maken, financieel ondersteunen.

Maar mijn hart bloedt…

Dolly

Ik koos ‘Jolene’ van Dolly Parton als eerste nummer dat ik mocht solo zingen in de band. Ik wist wie Dolly Parton was, hoewel, ik wist hoe ze eruitzag. Iedereen wist hoe ze eruitzag. Verder wist ik heel lang niets van haar.

Ze kwam uit een grote familie. Ze had zes broers en vijf zussen, net als ik. Heel lang dacht ik dat ze niet getrouwd was, maar ze was juist 59 jaar met dezelfde man getrouwd en dat ze de 60 jaar huwelijk niet haalden was omdat hij vorig jaar overleed, na een zwaar ziekbed. Haar zorg om hem, die ze zo liefhad, was mede de reden voor haar eigen ziekte waar zij onlangs aan overleed. 

We kenden haar als zangeres en actrice en het liefst wordt zij herinnerd als de uitstekende songwriter en storyteller die ze was. Ik heb daar, de afgelopen 50 jaar, mondjesmaat wat van meegekregen en het spijt mij (en dat is altijd achteraf) dat we nooit naar een van haar concerten zijn geweest. Gelukkig heb ik er wat van gezien in de documentaires die de afgelopen twee dagen werden vertoond.

Ik had al lang geleden gehoord van het pretpark dat haar naam draagt ‘Dollywood’ in Tennessee, het gebied waar zij is geboren en grootgebracht. Het pretpark dat zowel toeristen naar het gebied trok als werk verschafte aan een deel van de populatie. Er werkt(e)) een groot aantal van haar familieleden.

Omdat haar vader analfabeet was (wel een van de slimste mannen die ze kende) begon ze de kinderen die in Tennessee werden geboren elke maand een leesboekje te sturen, tot de tijd dat ze naar school gingen. Dolly Parton’s Imagination Library begon als een klein project maar groeide uit tot een programma dat door heel Amerika en andere landen werd overgenomen. Ik hoorde haar vertellen hoe belangrijk ze het vond dat kinderen werden voorgelezen en dat het ook goed was voor de binding tussen ouders en kind. Je neemt een kind dat je voorleest op schoot, of dicht tegen je aan.

Ze steunde goede doelen en streed, met de mooie verhalen in haar prachtige liedjes, voor gelijke rechten voor iedereen. Privé was voor haar en haar man echt privé. Geen foto’s en verhalen in de tabloids. Naar hem gevraagd zou ze kort iets over haar man zeggen, maar daar bleef het bij. Zij was beroemd, hij had daar niet voor gekozen en ze respecteerden elkaar daarin.

Ze was een grootheid en dat heb ik me, gek genoeg, nooit zo gerealiseerd, terwijl ik wel van al haar liedjes heb genoten. Elke karaoke sessie zal ik voortaan een liedje van haar zingen, uit respect voor haar die ons allen is ontvallen.

Dolly, we will always love you.