De loyaliteit van een kind naar zijn ouder en gezin

Ik vond het moeilijk om naar te kijken. Vooral de filmbeelden van vroeger. Het filmpje waarop te zien is hoe de vader een jong kind van haar stoeltje mept, waarbij het meisje huilt en zich zichtbaar pijn gedaan heeft, had ik al eens gezien. Ik vond het verschrikkelijk.

Nu heb ik alle vijf delen van de documentaire over ‘De kinderen van Ruinerwold’ gezien en ik heb een enorme bewondering voor deze kinderen, allen volwassen inmiddels, gekregen.

Het werd allemaal wereldnieuws toen de oudste van de toen 6 daar wonende kinderen in 2019 het huis verliet en het gezin door de politie werd ‘ontdekt’. De kinderen ‘bestonden’ eigenlijk niet. Nooit aangegeven, verborgen gehouden. De oudste drie die in 2008, 2009 en 2010 het ouderlijk huis ‘ontvluchtten’ (toen nog niet in Ruinerwold) waren wel aangegeven en hadden ook onderwijs genoten.

Ik heb me er in die tijd niet in verdiept, had er wel hap snap over gelezen. Nadat ik het boek ‘Wij waren, ik ben’ met als ondertitel ‘Weg uit Ruinerwold’ had gelezen besloot ik ook de documentaire te gaan zien.

Ik vond het moeilijk om naar te kijken maar gaandeweg groeide mijn bewondering voor de vier oudste kinderen, met wie de documentaire is gemaakt en de jonge maakster die er, met de kinderen en het team, ‘De Gouden Televizier-Ring mee won in 2021. Wat een geluk dat zij elkaar vonden en dat zij haar vertrouwden. Ik vind dat op zich al onvoorstelbaar, dat vertrouwen na alles wat ze hebben meegemaakt.

Op alle oude filmbeelden is zo duidelijk de angst en spanning op die kindergezichtjes te zien en toch die loyaliteit aan de vader en de jongere kinderen die allen aanvankelijk een andere kijk op het gebeuren hadden dan de oudste vier. Ze vonden het moeilijk dat hun vader ergens ‘een duivel’ werd genoemd maar wat hij zijn kinderen heeft aangedaan kun je wel duivels noemen. Als je regelmatig je kinderen de keel dichtknijpt tot je ze bijna dood gewurgd hebt, hoe kun je zo iemand dan anders noemen?

De nu volwassen kinderen hebben hun integriteit behouden en de loyaliteit aan hun vader en jongere kinderen. Ze zijn nu een gezin, terwijl de oudste drie vroeger op kamertjes van elkaar gescheiden werden gehouden. Toen ze het huis ontvluchtten hadden ze hun jongere broers en zusjes al jaren niet gezien. Ze zijn hun jongere broer dankbaar dat hij het geheim heeft kunnen onthullen. Zij blijven allen lijden onder hun vreemde en verschrikkelijke jeugd, maar ze hebben nu wel elkaar. 

Hun vader kan niet voor zijn daden berecht worden omdat hij door een hersenbloeding niet meer kan praten. Ik ben niet de enige die dat jammer vindt. Ik hoop oprecht dat de leden van dit gezin zo kunnen herstellen dat ze het leven kunnen opbouwen dat ze graag willen en ik hoop dat ze als familie bij elkaar kunnen blijven.

Op bezoek in Paleis Noordeinde

Eind vorig jaar schreef ik een brief aan Koning Willem-Alexander en Koningin Maxima. Ik deed het snel en spontaan over het dakloosheidprobleem in Nederland en ik stuurde het boek ‘Komt een land bij de dokter’ van Michelle van Tongerloo mee. Ik vertelde ook over mijzelf en hoe ik, door de blogs die ikzelf schrijf en onder anderen op LinkedIn plaats, daarmee in aanraking kwam. Ik noemde het project ‘Housing First’ dat in Finland een groot succes is geweest en gaf aan dat dit misschien voor ons land ook mogelijk was. Ik vertelde ook iets over de inhoud van mijn blogs die ik begon over relaties, communicatie en kinderen opvoeden en waar allerlei maatschappelijke onderwerpen bij zijn gekomen.

Begin maart kreeg ik een brief van het Kabinet van de Koning. Ik werd daarin bedankt voor mijn brief en het sturen van het boek. Ik vond het heel prettig dat ook op de inhoud van de brief werd ingegaan en dat hij zou worden doorgestuurd naar Mirjam Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.

Begin Mei werd ik gebeld door een medewerker van het Koninklijk Huis. We hadden een prettig gesprek over mijn brief en we spraken uitgebreider over het tweede deel daarvan dat in feite al jaren mijn missie en passie is. Een gratis oudercursus voor alle aanstaande ouders. Deze aardige meneer mocht mij uitnodigen om als één van tien uitgekozen briefschrijvers bij de koning en koningin aan te schuiven om te praten over maatschappelijke issues die ieder van ons heeft aangegeven. Ik zei het een eer te vinden en kon het de dagen erna nog maar nauwelijks bevatten.

Het bezoek werd aangekondigd in het nieuws en afgelopen dinsdag vond het daadwerkelijk plaats. Tien heel verschillende mensen uit verschillende delen van ons land kwamen samen in het paleis. Vooraf aan de bijeenkomst kregen wij de kans om met elkaar kennis te maken. We spraken ook de medewerkers met wie we telefonisch contact hadden gehad. We werden voorgesteld aan het koninklijk paar en namen plaats achter onze naambordjes. Er was pers om een klein filmpje en een paar foto’s te maken en daarna waren we ‘onder elkaar’. Het koningspaar, twee belangrijke medewerkers van het Koninklijk Huis en wij, de tien briefschrijvers.

Om de ovalen tafel zaten we dicht genoeg bij elkaar om goed contact te kunnen maken. Ieder deed zijn verhaal en wij werden uitgenodigd om te reageren als we dat wilden. Ook de koning en koningin hadden hun inbreng, vaak in de vorm van een vraag. We spraken over verbinding, vertrouwen en vrede, zaken die in deze tijd niet meer altijd vanzelfsprekend zijn, maar ook over social media, ongelijke verdeling van financiën en over kwetsbare kinderen en volwassenen.

De sfeer was gemoedelijk en het voelde ontspannen en vertrouwd, voor mij, en ik hoop ook voor de anderen. Ik voelde me gehoord en als de koning en koningin iets kunnen doen om onze zorgen te verminderen geloof ik dat ze dat zullen doen.

Dank Majesteit, en dan bedoel ik u beiden.

Geboorte van de Prille-ouder coach

…Het tweede semester op school begint bijna weer en nee, ik heb geen hekel aan lesgeven, helemaal niet. En toch. Ik heb het gevoel dat ik toch nog iets anders kan. Iets dat zal bijdragen aan het welzijn van kinderen. En daarbij aan de wereld. Want de kinderen zijn en blijven de toekomst. Verbeter hun wereld en je verbetert de wereld.

            Hoe kunnen we (echt)scheidingen verminderen. Scheidingen die te voorkomen waren. En zijn. Mensen leren te vechten voor waar ze ooit voor kozen, een relatie en kinderen. Ik werd echt wakker door het verhaal van mijn groothandels-leerling Teun. Teun is in de dertig en heeft een (inmiddels) ex-vriendin en zoontje van 17 maanden. Ze zijn drie jaar bij elkaar geweest, bijna niets. Zij is een Bulgaarse en heeft ook nog een zoontje van acht, van een andere Nederlandse man.  Een zeeman voor wie ze Bulgarije verliet. Beide zoontjes wonen bij moeder. Voor beide zoontjes heeft ze met de vaders een bezoekregeling. Het oudste zoontje dat drie jaar bij Teun heeft gewoond is opeens niets meer van hem. Ex-vriendin is bijna direct terugverhuisd naar de regio waar haar ex-man woont. 70 km van waar Teun woont. Teun vindt het niet eerlijk dat zijn zoon nu 70 km bij hem vandaan woont. Heeft hij er ooit over nagedacht dat zijn stiefzoontje 70 km bij zijn vader vandaan woonde?

            Teun en zijn ex zijn beiden in de 30. Hij wil nog zeker een nieuwe relatie en kinderen. Stel dat zijn ex dat ook wil. Haar zoon heeft dan te maken met een derde vader, zijn broertje heeft een andere vader en misschien komt er dan bij vader nummer 3 nog een broertje of zusje bij. Bij vader 1 kunnen ook meer kinderen komen en bij vader 2 ook maar daar heeft alleen zijn ene broertje mee te maken. En de families van vader 1 en 3 en moeder 1 en mogelijk 2 (ik word daar al helemaal van in de war). Misschien had vader 2 wel de leukste familie maar daar hoort het stiefzoontje dan niet meer bij. Hoe kunnen deze kinderen een rustig en overzichtelijk leven krijgen? Denken mensen daar niet over na?…

Tot zover een deel van mijn dagboekverslag van 01-01-2010. Ik wist toen nog niet dat dit de geboorte was van De Prille-ouder coach. Ik begon in 2015 met de blogs schrijven die ik later zo ging noemen ‘Prille-ouder blogs’. In 2018, toen ik er welgeteld 5 had geplaatst zei mijn jongste dochter: ‘Mamma, je moet elke week een blog plaatsten.’ En dat deed ik sindsdien. Een studiegenoot zei niet lang daarna: ‘Je moet ze op LinkedIn zetten, het is je werk.’ Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor want sindsdien worden ze meer gelezen. En omdat ik commentaar geef op content dat gerelateerd is aan kinderen, relaties en soms andere maatschappelijke kwesties komt er ook steeds meer voor mij relevante content naar mij toe.

Waar ik naar streef, dat een oudercursus net zo gewoon, en dus gratis voor alle aanstaande ouders, wordt als verloskundige en consultatiebureau, is nog niet gerealiseerd. Maar ik ga door tot het wel zover is.

Sisterhood

De vier meisjes March, Ruut en Lucy de Ruyve, uit de boekenreeks van mevrouw Van Hille-Garthé, Else en Phien van Arlevoort, of hun moeder Mary en haar zuster Elisabeth en Martje en Suus uit de reeks van mevrouw Scheherazade. Zijn zij de voorbeelden geweest van de zus die ik zelf ben geworden, of was ik dat anders ook geweest?

Mijn zussen en ik zijn, waren, precies de helft van een groot gezin. We lijken niet op elkaar, al zijn er blijkbaar gelijkenissen in uiterlijk en stem. Daardoor hebben mensen soms mijn zussen gevraagd of zij misschien familie van mij zijn.

Onze oudste zus heeft onze moeder fysiek gesteund in het grootbrengen van de jongere kinderen, tot zij trouwde toen ze 19 was en het ouderlijk huis verliet. Ik was nog maar zeven, een lagereschoolkind en ik kende haar uit die tijd nog niet goed. Het leeftijdsverschil was daarvoor veel te groot. We zijn elkaar wat nader gekomen toen we ouder werden en de laatste jaren bezoek ik haar regelmatig en schrijven we elkaar brieven, al wonen we relatief dicht bij elkaar.

Mijn tweede zus en ik hebben elkaars leven gedeeld sinds ik volwassen en uit huis was. Soms steunde zij, soms steunde ik. Als ik het ergens moeilijk mee had stond zij met een bloemetje voor mijn deur en toen ik haar laatst een bloemetje bracht en zij vroeg waarvoor dat was toen zei ik dat ik het bloemetje bracht omdat zij het even moeilijk had, zoals ze ook altijd voor mij had gedaan.

Mijn derde zus en ik lijken misschien wel het meest op elkaar. We willen altijd helpen en hoe goed we het ook bedoelen, het komt niet altijd zo uit. Maar ik weet dat haar en mijn intentie altijd goed is. Zij reisde met mij naar onmogelijke doelen en heeft mij nooit verweten…dat het eigenlijk onmogelijk was.

Met mijn jongere zus heb ik verreweg het meest gedeeld. We hebben samengewerkt, gezongen, gedanst, de slaapkamer gedeeld, gekibbeld maar vooral heel veel gelachen. We kunnen elkaar een verhaal vertellen en halverwege niet meer kunnen praten van het lachen en toch weten wat de clou is. Juist omdat ze heel anders is dan ik heb ik van haar veel kunnen leren.

Ons jongste zusje overleed helaas veel te jong. Ze was nog maar 48 maar moest op dat moment haar dochtertje, die maar vier jaar mocht worden, al elf jaar missen. Ik heb jarenlang met haar de boodschappen gedaan voor onze oude ouders en ik bewonderde haar vaste planning van gerechten samenstellen (voor haar eigen gezin) en boodschappen doen overeenkomstig het lijstje, iets wat mij nooit zal lukken. Wij hebben elkaar ook veel geschreven, al woonden we in dezelfde stad en zij schreef altijd uit zichzelf in mijn gastenboekje, omdat ze dat leuk vond. We hadden dezelfde favoriete juf van school en zij schreef, net als ik, gedichten.

Mijn zussen en ik, daar komt nooit, nooit iemand tussen.

Uit een kokosnoot kwam een Bounty

Vroeger hield ik ontzettend van reclames kijken. Zoals de oude dame, over wat toen Caddy heette en later Lion, kon zeggen: ‘Hapt zo heerlijk weg.’ Ongeëvenaard. Uit een kokosnoot kwam een kant en klare Bounty en een jongetje ‘ging bij Japie wonen, want bij Japie aten ze King Corn’. Gelukkig konden wij thuisblijven, want wij aten het ook.

In die tijd kreeg je de reclames gewoon even te zien, één keer en dan door naar de volgende. Onvergetelijk vind ik ‘Petje Pitamientje’ over Calvé pindakaas: ‘Mijn moeder zegt dat het goed voor mij is omdat er veel pitamientjes in zitten, stom hè…ik vind gewoon lekker.’ En daarna zijn mimiek.

Er werden vooral artikelen aan geprijsd door gewone mensen, in tegenstelling tot de BN’ers en andere beroemdheden die tegenwoordig vooral winkelketens en Vakantiedeals in reclames aanprijzen. Binnen één reclameblok zie je dan ook nog eens verschillende varianten van filmpjes voorbijkomen. Iedereen kent vast de slogan ‘Met Hansie op vakantie’ en ‘zinnenin’ is een woord dat wij lang gebruikten voor iets dat we leuk vonden om te doen. Hans en zijn vrouw zijn mooie mensen om naar te kijken en ook het jonge meisje in haar blauwe badpakje met haar aardige vader spraken ons erg aan, maar ook hier geldt wat ons betreft ‘overdaad schaadt’.

Zijn er nog reclames waar ik graag naar kijk? Ik denk het niet. Een reclame over een hoorapparaat voor 0 euro is gewoon misleidend en ook kun je ze niet zomaar uitproberen, zoals een advertentie suggereert. Dezelfde reclame tig keer laten zien doet mij niet naar de winkel snellen om het betreffende artikel te kopen. Het werkt zelfs averechts, het kan mij doen besluiten om juist niet van zo’n dienst gebruik te maken.

Ik krijg tegenwoordig vaak een reclame in beeld waarbij een dame blijkbaar in haar koelkast kijkt. Ze roept al kijkend: ‘Schaaaat,’op een toon waarop ik me afvraag waarom je een woord dat liefde uitdrukt zo gebruikt. En dan komt het naar boven geschreeuwde verwijt: ‘Jij zou toch de weekendboodschappen doen?’ Wat mij betreft slaat die boodschap de plank totaal mis. Doe hier iets mee in een relatietherapie: ga zo niet met elkaar om. Ik vind het juist geen reclame voor een reclameboodschap.

Er is een reclame die ik wel grappig vind. Hij is van de Vrienden Loterij en eindigt met een heel droog: ‘Joh…’ Geweldige mannen en zo goed bedacht. Misschien vind ik het ook leuk omdat ik de setting zo goed ken en ik denk niet dat ik hier ooit flauw van word.

Melting Pot

Toen ik 10 was, in 1969, was er een band met de naam Blue Mink. Hun eerste single Melting Pot werd direct al een grote hit. Ik ‘kende’ de tekst, dat wil zeggen dat ik het fonetisch mee kon zingen, zonder precies te weten waar het over ging. Toch weet ik, 57 jaar later dat ik toen, of misschien een paar jaar later wel een idee had en dat kwam door de laatste woorden van het refrein dat spreekt van ‘coffee coloured people’. In het lied wordt gepleit voor een ‘melting pot’ waarin we alle rassen en culturen zouden samenbrengen en mixen en er wordt gezongen ‘what a beautiful dream, if it could only come true’.

Ruim 50 jaar later zijn vele rassen gemixt. Veel, heel veel, mensen zijn vanuit het land waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen om talloze redenen in andere landen ‘terecht gekomen’. Vanwege de vroegere slavenhandel, kolonisaties, de verschrikkelijke oorlogen, maar ook het werk in de diverse landen die de oorspronkelijke bewoners van die landen niet willen doen. Door al deze redenen, kun je zeggen, is ‘the beautiful dream’ uitgekomen. Het blijkt alleen in veel gevallen niet ‘beautiful’ te zijn.

Is het omdat ik zelf een ‘coffee coloured person’ ben dat ik voor iedereen die dit land met ons wil delen, opensta? Al ben ik uit een ander land gekomen, mijn familienaam is Janssen en Nederlandser kun je het bijna niet krijgen. Maar de mensen met de familienaam Yeşilgőz of Markuszower zijn toch uit een ander land gekomen om hier te gaan wonen en werken?

Ik begrijp best dat niet iedereen in ons land kan worden toegelaten en dat vooral aan de voorkant goed moet worden bepaald wie wel en wie niet. Maar vertel wel het eerlijke verhaal. Geen onzin over ‘nareis op nareis’ of dat een asielzoeker een zedendelict heeft begaan waar dat een Nederlands persoon bleek te zijn geweest (gezien bij Eva Jinek).

Ik heb een grote groep mensen uit verschillende landen cursussen gegeven, een paar keer met een tolk die 30 jaar geleden uit een Afrikaans land is gevlucht. Een aimabeler persoon dan zij heb ik niet vaak ontmoet en gelukkig werd zij destijds met open armen ontvangen en waren er mensen die haar en haar gezin liefdevol opvingen en wegwijs maakten in het voor hen totaal onbekende land.

Ik hoop dat we een keer kunnen stoppen met bevolkingsroepen weg te zetten als ‘crimineel’ of meer van zulke verschrikkelijke termen. De waarheid is dat je in elke bevolkingsgroep (en daar horen wij Nederlanders ook bij) mensen hebt die criminele daden doen en daarmee de rest van hun bevolkingsgroep te schande maken en het is onacceptabel wanneer die rest, die onschuldig zijn, daarop worden aangekeken…of erger.

Over kindermishandeling

Ik krijg een boek in handen waarin een jongen van 10 een poosje in een internaat moet wonen. Zijn moeder is overleden en zijn vader tijdelijk niet in staat om voor hem en zijn zusje en broertjes te zorgen. Het is in het internaat een hard bestaan. Maar hij leert orde en discipline en hij wordt er goed verzorgd.

Wanneer hij twee jaar later thuiskomt blijkt zijn vader hertrouwt en moet hij bij zijn stiefmoeder en haar zoon gaan wonen. Deze vrouw meet met twee enorm grote maten. Terwijl haar kinderen goed verzorgd worden, wordt de jongen ronduit slecht behandeld. Hij moet elke dag het werk in huis doen en krijgt slaag op de koop toe, soms zo erg dat het eigen kind zijn moeder wel eens maant om ‘nou eens op te houden’. In hun omgeving zien meerdere mensen hoe slecht het met de jongen gaat en pas wanneer de oma ingrijpt wordt hij bij het gezin weggehaald.

Ondertussen zijn zijn broertjes en zusje bij andere gezinnen ondergebracht en wanneer hij in het gezin van zijn twee jaar jongere broer wordt opgenomen blijkt daar hetzelfde te gebeuren. Ook hier worden de eigen kinderen goed verzorgd en moeten de pleegkinderen hun kleren aan hen afstaan. Ook hier worden ze regelmatig geslagen.

Wanneer de jongen 15 jaar oud is eist de vader zijn kinderen terug. Niet uit liefde blijkt, maar omdat ze nu voor hem en zijn nieuwe gezin kunnen werken. De vader gelooft de leugens van zijn vrouw en mishandelt zijn eigen kinderen. Wederom zijn er mensen in hun omgeving die zien wat er gebeurt maar blijkbaar is niemand in staat voor de kinderen op te komen. Na alle mishandelingen, vernederingen en een onverzorgde wond die de jongen bijna het leven kost staat hij bij de laatste mishandeling plotseling in bokshouding voor zijn vader. Die daagt hem uit hem te slaan, maar de jongen kan het niet. Hij kan niet zijn vader slaan. Hij verlaat het huis om er nooit meer terug te komen.

Hij ontkomt nog op tijd. Helaas geldt dat niet…decennia later, voor het Vlaardingse Pleegmeisje.

Kleine warrige moederpoes

Stil maar, het komt echt goed, al zie je nu nog niet hoe. Het bolletje wol om mee te spelen, de slaapmandjes voor iedereen, verdwenen naar hier of naar daar. Het plekje waar pa poes zijn soepele lijf graag legt te rusten is dan weer bezet met dit of met dat of misschien ben je er zelfs wel gaan liggen, verzonken in diep gepeins.

Twee kitten lopen verdwaasd door het huis. Waar is ze nu toch weer gebleven. Net was ze ze nog aan het wassen en opeens was ze weg. Ze dwalen samen door het grote huis. In een kamer vinden ze een kattenbelletje, in de volgende een etensbak en in een derde slingert de poesenmand. En nergens een spoor van moeder poes.  

In het grote bos zoeken ze verder. Miauw, mamma poes, waar ben je? Ze klimmen in de bomen en kruipen door de struiken. En opeens horen ze iets. Het is de stem van de wijze uil en hij fladdert op en neer. In zijn snavel niets meer dan een luchtspiegeling die hij groot maakt en dan weer klein. Mamma poes kijkt stil voor zich uit. Als de uil op en neer is gefladderd, klinkt heel zachtjes haar kleine: “Miauw,” Hij fladdert nog eens en nog eens en tussendoor haar zachte: “Miauw,” ondersteund met een klein knikje van haar sierlijke poezenkopje. Nog drie keer fladdert hij op en neer, hij fladdert bijna om, maar dan is het echt voor elkaar. Moeder poes klinkt nu ferm: “Miauw!”

Het poezenhuis is nu een lust voor het oog, alles heeft een vaste plek. De was maakt mamma poes keurig af, de kitten varen er wel bij. Hun speelgoed staat altijd voor ze klaar, hun eten keurig op tijd. Hun vachtjes glanzend schoongelikt en pa poes kan zijn geluk niet op. En moeder poes, die heeft eindelijk rust, ze weet nu hoe het moet. Eerst dit afmaken en dan dat. Geen gesleep meer van hier naar daar. Dank u uil, nu ben ik klaar.

Als ik de loterij zou winnen

Als ik heel veel geld zou winnen, en ik bedoel echt heel veel geld, dan zou ik eerst onze kinderen een flinke financiële buffer geven. Het leven is duur en daar hoeven ze zich dan geen zorgen meer om te maken. Verder zou ik een speciale vriendin vragen hoeveel zij nog zou willen werken als ik de rest van haar salaris zou aanvullen, tot aan haar AOW en pensioen. Ik zou alle goede doelen die ik al jaren steun ook een flinke financiële impuls geven. Zij doen in het werkveld wat ik best zou willen doen maar niet toe in staat ben. Wat ik doe vind ik ‘second best’ en ook goed genoeg.

En verder…zou ik ervoor willen zorgen dat het huizenprobleem wordt opgelost. Ik vind het verschrikkelijk dat in ons kleine, rijke land, mensen buiten moeten slapen. Dat er niet voldoende huizen zijn om jongvolwassenen op zichzelf te laten wonen wanneer zij dat willen en ik zou er dan voor zorgen dat dat financieel ook mogelijk wordt.

De Rotterdamse straatarts die ik op LinkedIn volg, Michelle van Tongerloo, haalde al eens aan dat een dakloos persoon de maatschappij 30.000 tot 80.000 euro per jaar kost en ik lees op het web dat er jaarlijks gemiddeld zo’n 17.000 woningen leeg staan in Rotterdam. En dan zijn er denk ik ook nog leegstaande panden die best tot woning kunnen worden omgebouwd. 1+1 is toch 2? Dus ik zou die leegstaande woningen en gebouwen (in het hele land) willen kopen en zorgen dat daarmee een groot deel van het woningprobleem wordt opgelost. 

Er is maar een heel kleine kans dat ik de loterij zou winnen, daarvan ben ik me heel goed bewust. Maar we hebben gelukkig een regering die dit zou kunnen regelen. Er zou een groot maatschappelijk probleem worden opgelost als de politiek deze kwestie zou oppakken en er de juiste keuze over maakt.

Meneer Jetten, u zegt dat het WEL KAN. Ik hoop dat u het binnen heel korte tijd ook aan ons laat zien.

50 jaar werken en leren

Ik begon op mijn zestiende te werken. Feitelijk was ik een ‘school drop out’ een schooluitvaller. De leerplichtambtenaar nam contact met ons op maar ik kreeg een vaste baan voor 40 uur en dan was het goed dat ik niet meer naar school ging. Dat ik die vaste baan kreeg, na als vakantiewerker te zijn gestart, is best bijzonder want ik moet alles met zweet en tranen leren. In deze tijd was zeker mijn eerste contract niet verlengd en dan was ik niet 25 jaar bij Albert Heijn gebleven.

Toen mijn ‘juf Duits’ bij mij aan de kassa verkondigde dat ze het heel jammer vond dat ik winkelmedewerker was geworden, omdat er volgens haar ‘veel meer in mij zat’ bleef dat best een beetje hangen. Zij was de eerste die ik, op mijn twee-en-dertigste, vertelde dat ik HBO Engels ging doen en zij was daar net zo blij mee als ik. Het werd financieel mede mogelijk gemaakt door Albert Heijn die mij na drie jaar een 0 urencontract, in verband met mijn jonge gezin, weer aannam voor een parttimefunctie als Filiaal Management Assistent.

Nadat ik mijn diploma had behaald ging ik bij Albert Heijn steeds minder werken. Ik ging daarvoor terug naar de kassa, en begon cursussen Engels te geven, kreeg een paar lesuren op school en deed wat vertaalwerk tot ik in het jaar 2000 een grote baan kreeg op een MBO waar ik naast de lessen en examens Engels, leerlingbegeleider werd. Dit was de baan die mij aanzette tot het schrijven van de Prille-ouder blogs, omdat ik in die tijd werd geconfronteerd met de problemen van leerlingen die vaak gerelateerd waren aan hun thuissituatie.

Nadat ik in 2015 stopte met mijn vaste werk op school begon mijn werk als coach. Ik had hiervoor een NLP-coach certificaat behaald. Ik had het geluk dat het eerste coach traject al een verschil maakte voor een toen al ‘tweede gezin’. Dat had uit elkaar kunnen gaan en dat is mede door de coaching gelukkig niet gebeurd.

Ik heb cursussen mogen geven aan ouders van jonge kinderen. Het was een project om laaggeletterdheid tegen te gaan maar we kregen in de lessen vooral mensen uit andere landen, die in hun eigen land en taal niet laaggeletterd zijn.

Na mijn zestigste haalde ik een certificaat om een oudercursus te mogen geven. Die oudercursus werd in Groningen mogelijk gemaakt door een samenwerking tussen de GGD (die de medewerkers leverde) en de Gemeente (die het budget ervoor regelde). Voor deze mooie cursus werd (onbegrijpelijk voor mij) de doelgroep niet bereikt.

Vier jaar geleden haalde ik een assessoren certificaat om examens Engels te mogen afnemen en schriftelijk werk te mogen beoordelen. Dit was de kers op de taart van mijn laatste werkende jaren. Het certificaat loopt 14 april af, ik word 16 april 67 en daarmee pensioengerechtigd. En na meer dan 50 jaar werken vind ik het dan goed…maar leren zal ik mijn hele leven blijven doen.