Bang

Zijn pappa en mamma zijn een avondje uit en zijn broertje ligt in bed. Het is blijkbaar tijd voor een goed gesprek. ‘Was je altijd al zo bang, oma, of is er een keer iets gebeurd?’ We zitten samen op de bank en ik moet even bedenken waar deze vraag vandaan komt.

Oh, ik weet het al, hij is met zijn broertje een poosje bij mij thuis geweest en daar hebben ze samen, buiten mijn gezichtsveld op onze slaapzolder, gestoeid en ik weet dat het er dan hard aan toegaat. Ik hoor opeens mijn angstige kreten: pas op, kijk uit, zeg  ‘stop’ als je wilt stoppen, omdat ik van hen hoor: ‘Auw!’ En, ‘oh sorry.’ En duidelijke vechtgeluiden.

Ik zeg: ‘Ja, oma zal je vertellen wat er gebeurd is,’. En ik vertel hem hoe ik voor het eerst in het ziekenhuis belandde, met een grote wond. Ik zeg langs mijn neus weg dat ik daar ‘gehecht’ ben en vertel maar niet wat voor traumatische ervaring dat was. Ik was pas vijf toen ik door een vriendinnetje werd uitgenodigd achter op haar fiets verder naar huis te gaan. Ze kon nog niet zo goed recht fietsen en al slingerend is toen mijn voet tussen de spaken van haar wiel terecht gekomen. Ik laat hem het litteken zien en vraag of hij weet wat een korst is. Hij laat direct een korst op zijn arm zien. Ja hij weet het en om het luchtig te laten eindigen vertel ik hoe verbaasd ik was dat op enig moment die korst weg was toen mijn moeder een keer het verband eraf haalde.

‘En toen ik negen was,’ ga ik verder, ‘ben ik met mijn nichtje, bij wie ik logeerde, samen van een paard gevallen. Zij bovenop mij.’ De arm is goed geheeld, maar niet in de juiste stand. Ook daarvan heb ik een litteken overgehouden. Ik vertel hoe ik drie weken in het ziekenhuis lag, in Enschede waar ik logeerde en hoe mijn hele familie kwam om te kijken hoe het met mij ging.

Opeens herinner ik me ook weer dat wij daar na het warm eten tussen de middag een poosje moesten slapen. En daarna werden gewekt met een bordje met fruit en wat lekkers erop. Ze stelden dat samen van wat de kinderen hadden gekregen. Ik weet nog dat ik direct minder verdrietig was. Ik zie hoe hij alles in zich opneemt, aandachtig luistert en mee glimlacht om mijn herinnering.

Ik weet niet precies wat het met hem doet maar opeens haalt hij een balletje tevoorschijn en begint de ene na de andere truc te laten zien. Ik ben niet bang dat ik met mijn verhalen hem angstig maak. Ik denk juist dat het hem gerustgesteld heeft te weten waar mijn angst vandaan komt. Als een kind een duidelijke vraag stelt geef ik graag een duidelijk antwoord en ik ben blij met de herinnering die het bij mij opriep.

Wie beïnvloedt de jongeren het meest?

‘Mijn zoon vraagt zich echt af, of hij wel een kind op deze wereld wil zetten.’ Ik kijk haar aan en begrijp helemaal wat zij, en haar zoon zeggen. Haar kinderen zijn in de twintig, onze kinderen zijn in de dertig. Onze kinderen hebben ieder twee kinderen op deze wereld gezet. Net als wijzelf dus…destijds.

Ik denk serieus na over die tijd, toen wij onze kinderen op de wereld zetten. Het was een economisch slechte tijd, de jaren tachtig. Ik had mijn baan, op 10% na opgegeven om voor ons kind te zorgen. Mijn man zat net in zijn eerste baan. Wij hadden ‘niets te makken’ en die hele economische crisis ging aan ons voorbij.

Net als in deze tijd was er drank en drugs, geweld en seksuele intimidatie. Ik benoem dat expliciet omdat het opvallend negatieve aspecten zijn in onze samenleving nu. Het lijkt steeds erger te worden en er lijkt anders, losser mee te worden omgegaan dan vroeger en dan wenselijk is.

Er is een meisje in elkaar geslagen door een leeftijdsgenoot omdat ze haar sekse niet aan hem bekend wilde maken. Op LinkdIn vindt iemand dat zijn ouders zich moeten schamen en een ander pareert onmiddellijk dat dat nergens op slaat omdat niet de ouders het hebben gedaan. Ik denk ook niet dat de ouders zich ervoor hoeven te schamen maar ik vraag me wel af hoeveel invloed de ouders van deze jongen hebben op hun kind.

Ik lees over dertigers (met kinderen) die in het weekend drugs en drank moeten of willen gebruiken om ‘te ontstressen’ en ‘als uitlaatklep’. Er is een vaste dealer en één van deze hoogopgeleide ouders koopt voor zijn hele vriendengroep tegelijk de drugs in. Ik vraag me serieus af of deze mensen er niet bij stil staan welke ellende en schade er aan de samenleving wordt gedaan, opdat zij op deze manier kunnen ontstressen. En ik vraag me af hoe het kan dat ze niet creatief genoeg zijn om daar een andere manier voor te vinden. Wat denken zij van zichzelf als ouders? Willen zij dat hun kinderen later ook aan de drugs gaan om te ‘ontstressen’?

In grote steden in ons land worden op grote schaal meisjes en jonge vrouwen op straat seksueel geïntimideerd. Het is vaak groepsgedrag (zo laf zijn blijkbaar zulke jongens en mannen) en ik vermoed dat er vaak drank en/of drugs in het spel is. Daarnaast vraag ik me weer af wat de invloed van hun ouders is, of is geweest toen zij jonger waren. Een jonge vrouw met wie ik hierover sprak, had daar wel een zinvolle opmerking over. Ze zei: ‘Misschien blijven kinderen die in hun jeugd strikt hebben moeten luisteren naar hun ouders, wel hetzelfde doen in hun puberteit, maar dan naar anderen, zoals hun vriendengroep.’

Een kind goed opvoeden tot een verantwoordelijke, verstandige en zelfstandige volwassene, hem daarbij een liefdevolle, veilige jeugd bieden en respectvolle communicatie bijbrengen, is een enorme uitdaging. Daarbij heb je elkaar als ouders hard nodig en aangezien je samen ouders bent van een kind, is dat ook het meest zinvolle en in mijn beleving logische dat je kunt doen.  

Een jongvolwassene die zich afvraagt of hij op deze wereld wel een kind wil zetten denkt dus na. Wij zijn blij dat onze kinderen en hun gezinnen dat ook doen. Ze werken allemaal en zorgen goed en samen voor hun kinderen. En ze hebben gelukkig geen drank en drugs nodig om te ontstressen. Daarvoor nemen ze tijd om iets leuks te doen met en soms zonder hun kinderen. Ik hoop dat juist jongvolwassenen die nadenken, kinderen krijgen. Zodat de wereld een betere wereld kan worden in plaats van een wereld waarin mensen vooral denken aan zichzelf en wat zij denken nodig te hebben.

Scheiden is nu de nieuwe norm…?

Een school klas waarin de ouders van 14 van de 22 kinderen zijn gescheiden. Het merendeel van de kinderen in deze klas heeft gescheiden ouders. Je zou daaruit inderdaad bijna concluderen dat ‘scheiden de nieuwe norm is’.

Zover is het gelukkig nog niet en ik hoop dat het zover niet komt. Met een internationale dag van de scheiding waarin mensen die nog twijfelen over de streep kunnen worden getrokken zou het wel die kant op kunnen gaan. En ik vraag me af: hoe wenselijk is dat?

In NRC https://www.nrc.nl/nieuws/2021/09/03/scheiden-is-nu-de-norm-maar-de-samenleving-is-er-niet-klaar-voor-a4057012 vertelt filosoof en schrijver Stine Jensen dat de vader van haar kind en zij uit elkaar gingen toen hun dochter 2 jaar oud was. Ze vertelt dat het geen ‘lichtvaardig’ besluit was en misschien zelfs helemaal geen besluit maar eerder een ‘onoverkomelijke situatie’.

Deze scheiding staat vast niet op zichzelf. Meer dan tien jaar geleden al kende ik drie jongetjes die hun gezinnen verloren door een scheiding. Ze waren 4 maanden, anderhalf jaar en twee jaar toen dat gebeurde. Grote kans dat hun ouders ook in een ‘onoverkomelijke situatie’ terecht zijn gekomen waarop zij uit elkaar zijn gegaan. En dan blijf ik me afvragen: ‘Had het anders gekund?’

Wellicht hadden deze gezinnen wel bij elkaar kunnen blijven wanneer ze beter voorbereid waren op de impact die het krijgen van een kind op hun relatie ging hebben. Want die impact is er voor iedereen.

In het artikel lees ik als redenen voor de scheidingen: op elkaar uitgekeken zijn, botsende karakters, teveel afleiding waardoor bij problemen het oog snel afdwaalt, geëmancipeerde vrouwen die voor zichzelf kiezen, tinderende ouders. Niets wat met de kinderen te maken heeft. Hoezo moeten die er dan onder lijden?

In plaats van aan de achterkant conflicten te gaan begeleiden kunnen we beter aan de voorkant zorgen dat die conflicten er niet hoeven te zijn. Elk kind heeft recht op ouders die nadenken over wat ze doen in plaats van in ‘onoverkomelijke situaties’ terecht te komen. Als ze dan geen andere weg zien dan te gaan scheiden, zullen ze weten hoe ze het willen doen en dat is, omwille van de kinderen, geen vechtscheiding.

Nederland is blijkbaar nog niet klaar voor een oudercursus voor iedereen. Het wordt door veel mensen nog steeds gezien als ‘betutteling’. Ooit is de zwangerschapszorg er gekomen en daarna de geboortezorg. Voor de fysieke gebeurtenissen rond de geboorte van een gezin is alles geregeld. Nu nog de zorg voor de mentale kant en die zal ook ooit ‘gewoon’ worden gevonden. Dan zeggen we: ‘Zo gek, je moest overal een cursus voor volgen en een kind grootbrengen moest je zomaar kunnen. Gelukkig is dat nu niet meer zo.’ En dan ben je, als kind, geen uitzondering meer wanneer je ouders nog ‘gewoon’ bij elkaar zijn.

Anti-consumptie

Ik ga met mijn man mee ‘de stad in’. We wonen ook deze zomer weer in ons Tiny House aan het meer en dan is ‘de stad in gaan’ een bijzondere sensatie.

Hij wil schoenen kopen. Zijn oude ‘doen het nog’ maar hij wil er graag een tweede paar zomerschoenen bij. Menig keer vond ik voor mezelf goede schoenen in de uitverkoop, juist omdat ik er niet voor mezelf op uit ging.

Eerder deze week was ik bij C&A omdat ik in een Libelle een katoenen trui zag, die daar te koop zou zijn,  waarvan ik er ook graag één wilde bij de ene die ik heb. De truien waren er geweest in het voorjaar en nu natuurlijk al lang uitverkocht. Wat ik wel zag waren heel leuke bloesjes, jurkjes en 7/8 broeken, niet duur en allemaal even mooi. De trui zou €20,= gekost hebben en ik was even in de verleiding geweest daar iets anders voor uit te zoeken. Maar ik had er niets van nodig en kocht gelukkig niets.

Ook met mijn man op pad deze zaterdag zie ik allerlei moois hangen, staan en liggen. In de winkel waar hij zijn schoenen koopt zie ik heel mooie zwarte sandaaltjes, precies het model en materiaal waar mijn moeilijke voeten comfortabel in zouden lopen. Hij ziet ze ook, zegt: ‘Koop ze dan, die zijn echt leuk,’ ‘Maar ik heb net nieuwe slippers gekocht zeg ik,’ ‘Dan wissel je ze af,’ zegt hij, en dan blijven de slippers ook langer goed,’ Het klinkt logisch, en het is logisch. En het gaat maar om een paar tientjes…maar, ik doe het niet. Ik heb thuis een paar sandaaltjes.

Bij een tweedehands winkel in de Oosterstraat koop ik wel de (deels) katoenen trui die ik wel wil hebben. Ik ben niet persé blij omdat hij zo goedkoop is maar wel omdat hij tweedehands is en vooral, omdat ik ernaar op zoek was. Ik kan zoveel meer kopen nu dan vroeger, en het gekke is…ik wil het niet meer.

De kunst van ‘liefhebben’

De Belgen zeggen: ‘Ik zie je graag,’. Ik vind dat zo goed uitgedrukt voor degene van wie je houdt, die je lief hebt. De eerste verliefde periode gaat het voor iedereen op…dat je elkaar graag ziet. Later, zegt men, gaat die verliefdheid over in ‘houden van’.

Als die verliefdheid is overgegaan in houden van en het gewone leven met kinderen, werk en huishoudelijke beslommeringen dient zich aan, dan begint het…de kunst van liefhebben.

Het is niet moeilijk om lief te hebben als je verliefd bent, om lief te hebben, als alles van een leien dakje gaat. Maar in het gewone leven gaat helaas niet alles ‘van een leien dakje’. Dan is er net wat meer nodig om de liefde te behouden en als het even kan, te versterken.

Ik geloof namelijk dat mensen die lange tijd samen zijn (en dan heb ik het over decennia) en elkaar nog steeds ‘graag zien’, de kunst van het liefhebben verstaan. Het heeft te maken met communicatie. Hoe kijken zij naar elkaar, op welke toon praten ze met elkaar. De kinderen, als die er zijn, kunnen enorm veel goed doen voor een relatie. Zeker als ze met hetzelfde respect worden behandeld, net zo serieus worden genomen, als dat je het elkaar doet.

En dan is er de intimiteit. De meeste relaties hebben baat bij samen zijn, samen slapen, samen dingen ondernemen, bespreken. En daarnaast ook een eigen leven hebben, met een netwerk en eigen bezigheden. En met samen verantwoordelijkheid dragen…voor alles. Meestal heb je daar woorden voor nodig, maar vertrouw ook op je gevoel. Wanneer je echt van iemand houdt (en liefde kan groeien met de jaren), dan voel je de ander steeds beter aan.

Je hebt wel woorden nodig wanneer één van de twee problemen heeft met die intimiteit. Bij een fijne, langdurige relatie kun je er niet zonder. Tenzij je een broer/zus relatie wilt hebben hoort daar een goed functionerend liefdesleven bij. En daar hoort de uitdrukking ‘oefening baart kunst’ gewoon bij. Je moet het doen om ervan te kunnen genieten. Als daar iets mist, en je wilt deze relatie, dan moet je daar hulp bij zoeken. Voor jezelf, en ook voor de ander.

Wanneer je de kunst van liefhebben beheerst, dan wil je niet anders…en dan zie je je liefste graag.

Spijt van kinderen…

Ik krijg een artikel toegestuurd over ‘ongewenste kinderen’ (Dagblad van het Noorden 14 augustus 2021). De ouders van deze kinderen hebben achteraf spijt dat ze hun kinderen hebben gekregen. Het is een groot taboe en misschien is dat maar goed ook. Je zult zo’n kind zijn van wie de ouders er spijt van hebben dat ze je hebben gekregen. Ik wens dat geen kind toe.

Ik bedoel natuurlijk niet dat het een ‘taboe’ moet zijn. We moeten tegenwoordig alles kunnen vinden en zeggen, maar ik kom weer op voor de kinderen. Hoe zou het voor hen zijn wanneer ze zouden weten dat hun ouders spijt denken te hebben van dat zij er zijn. Tegelijk weet ik dat kinderen gedrag aanvoelen, ook wanneer de woorden niet worden gezegd. Het zou dus goed zijn wanneer ouders wel over hun problemen praten en er tegelijk niet hun kinderen mee belasten.

Als redenen voor het ‘spijt hebben van de kinderen’ worden genoemd: wanneer een relatie stukloopt, bij financiële problemen, wanneer mensen een traumatische jeugd hebben gehad of problemen hebben als depressie, angststoornissen en stress. En opmerkelijk genoeg niet bij chronische ziekte van hun kinderen of bij gehandicapte kinderen. Volgens mij kan dat betekenen dat de mensen geen ‘spijt hebben van de kinderen’ maar dat het spijtig is (heel zacht uitgedrukt) dat ze de problemen hebben, die ze hebben, en die projecteren op de uitdagende taak van kinderen opvoeden en grootbrengen.

Niemand weet van tevoren hoe het zal zijn om kinderen te hebben en daarom zullen weinig mensen van tevoren bedenken waarom ze geen kinderen zouden moeten krijgen. Er zullen mensen zijn die dat wel bedenken en daar achteraf spijt van krijgen. Er meer over praten aan de voorkant zou daarom zinvol kunnen zijn en tegelijk misschien te heikel als onderwerp om met wie dan ook te bespreken.

Wat zeker zinvol zou zijn is de aanstaande ouders op mentaal vlak te begeleiden. Als professionals met ze te praten over wat het kan inhouden om een kind op te voeden en wat het voor hun relatie kan betekenen. Daarbij moeten zoveel aspecten aan de orde komen dat dat niet te doen is door de professionals die er nu zijn om de fysieke gezondheid van moeder en kind in de gaten te houden en te begeleiden.

Daarvoor is er die oudercursus nodig in de basisverzekering, zodat iedereen die nodige begeleiding krijgt. En zodat iedereen weet dat, mochten ze tegen problemen aanlopen, er hulp gezocht kan worden, voordat ze denken dat ze spijt hebben van het feit dat ze een kind hebben gekregen.

In het oog van de ander

We zijn allemaal wie we zijn. Diep van binnen weten we meestal wat dat betekent. Ik weet wie ik ben en ik weet ook dat velen een ander beeld van mij hebben. Net als ik van velen. Hoe dat komt? Omdat we ook altijd iemand zijn in het oog van de ander.

Stellig iets van iemand vinden vind ik moeilijk. In mijn ogen is diegene altijd meer dan er van hem of haar wordt gezegd.

Stel je voor dat je al twintig jaar met iemand samenleeft. Je bent getrouwd en hebt kinderen. Je bent naar elkaar toegegroeid en dat is niet zonder slag of stoot gebeurd. Zijn familie vindt hem veranderd en vindt dat dat jouw ‘schuld’ is. Wat zeggen ze daarmee over diegene met wie je samenleeft?

Of je hebt al twintig jaar een moeizame relatie. Goed communiceren is je samen, jammer genoeg, niet gelukt. Je hebt er hulp bij gezocht en je hebt allebei je uiterste best gedaan. Je hebt steeds meer moeite samen een goede modus te vinden. Wanneer haar familie er is praat ze wel, is ze wel ontspannen en jij hebt daar dan juist weer moeite mee. Dat is wat zij zien en daar vinden ze dan wat van.

Lastig. Wie kan in de relatie van een ander kijken? Je maakt alleen de momenten mee dat je erbij bent. En wanneer je die ander wat vraagt, dan krijg je zijn/haar verhaal. En hoe eerlijk die ook is, hij/zij vertelt het ten faveure van zichzelf. Want dat is wat mensen doen. Je vertelt niet gauw iets lelijks van jezelf. En zelfs al geeft hij jou de credits die je verdient, dan kan het nog zo zijn dat die ander dat niet hoort, omdat hij of zij zelf al lang een oordeel over hem of haar en over de relatie heeft geveld. Wederom, wat zeg je daarmee over de ander waarmee hij of zij samenleeft.

Ik ben blij dat ik zelf niet zo stellig ben. Mensen hebben goede en slechte eigenschappen, goede en slechte momenten. Je kunt best iets van iemand vinden en behalve over die ander, zegt het ook altijd wat over jezelf. Diep van binnen weten we meestal heel goed wie we zijn maar behalve dat, zijn we ook altijd iemand in het oog van de ander.

Weet nog iemand hoe het moet?

Er gaat veel fout in onze maatschappij. Daar wordt in de politiek veel over gesteggeld. De regerende partijen lijken hun uiterste best te doen ons land goed te besturen en de oppositie lijkt hun best te doen ons te laten zien dat ze een heleboel echt niet goed doen.

Er gaat ook veel fout in de wereld. Actiegroepen gaan de straat op om te protesteren tegen alles wat niet goed gaat. Groot-Brittannië vindt dat de Europese Unie zoveel verkeerd doet dat ze met alle moeite die het ze heeft gekost zich van ons hebben afgescheiden.

Hoe moet het wel? Niemand lijkt dat nog te kunnen zeggen…of doen. Soms denk ik dat iedereen maar wat doet. In het groot de regeringen en in het klein wij.

In een documentaire over de Zuidas hoor ik meneer Westra van Holthe zeggen: ‘Elk mens is hier om iets bij te dragen en elk mens is hier voor een reden,’ Wat mezelf betreft klopt dat wel. Ik wil er alles aan doen om ouders beter dan nu voorbereid te krijgen op het ouderschap en dan vooral (de hulp die nu nog ontbreekt) mentaal. Dat ze zich bewust worden van het belang van hun communicatie, verbaal en non-verbaal en hun samenwerking voordat ze aan dat heel grote gebeuren beginnen dat ‘opvoeden’ heet. Dat gebeuren waarmee de staat van de maatschappij valt of staat.

Omdat toch niemand lijkt te weten wat er moet gebeuren om de wereld te verbeteren denk ik dat we het misschien anders moeten aanpakken. Misschien kunnen we stoppen met dingen waarvan we weten dat het niet goed is. Heel bekend, en wat al veel mensen doen, is natuurlijk roken en vlees eten. Daarvan zijn we ons met elkaar bewust en er zijn al veel mensen mee bezig…om hiermee te stoppen.

Misschien kunnen we ook stoppen met subsidies. We weten dat daar grote problemen mee kunnen komen. Laten we ervoor zorgen dat iedereen in een huis kan wonen. Het is ten slotte een grondrecht voor iedereen. En dat iedereen die kinderopvang nodig heeft die gewoon kan betalen omdat (net als met huurwoningen zou moeten zijn) die voor iedereen te betalen is. Zonder subsidies.

Laten we ook stoppen met een woord als ‘verdienmodel’. Ik las ergens dat voor elke (hulp)instantie een probleemgezin die zij kunnen begeleiden een verdienmodel is. Dat daarom een gezin soms meer dan 100 verschillende hulpverleners heeft waarvan maar een klein deel de mensen echt helpt. Stoppen daarmee!

Wat ook volgens mij helemaal niet goed werkt voor heel veel mensen is ‘marktwerking’. Bij belangrijke zaken als zorg, recht, onderwijs en huisvesting zou dit helemaal niet aan de orde moeten zijn. Zorg, recht, onderwijs en huisvesting moet gewoon altijd goed geregeld zijn, daar hebben we allemaal recht op.

En laten we ons gezin belangrijker vinden dan ons bezit. Laten we zijn belangrijker vinden dan hebben. Als we niet weten hoe het moet, laten we dan stoppen met doen waarvan we wel weten hoe het niet moet.

Preventie vanaf het begin

Op LinkedIn zie ik een bijdrage van mevrouw Jet Bussemaker. Het gaat over de problemen rond obesitas en hoe het een maatschappelijk probleem betreft en geen probleem van het individu.

Via de link: https://www.groene.nl/artikel/buikvet-is-niet-een-laagje-blubber-alleen is het lange artikel te lezen waar deze bijdrage over gaat. Het artikel heeft een leestijd van 21 minuten. Lang vind ik voor een LinkedIn bijdrage. Maar ik vermoed dat ik hier een commentaar op wil geven en lees het dus, helemaal.

Om te weten dat obesitas er is in ons land hoef ik maar om me heen te kijken. Dat het ernstige gevolgen kan hebben, dat het meer voorkomt bij mensen die in armoede leven, dat al jaren vele instanties zich ermee bezig houden, daarover heb ik al vaker iets gelezen. En toch…toch lijkt obesitas onder de mensen eerder toe dan af te nemen.

Daarom is er de roep om preventie. Wat niet gebeurt (in dit geval dat mensen te dik worden), daar hoef je ook geen (dure) maatregelen voor te nemen. Ah, preventie. Daar schreeuw ik ook om en wel, preventie vanaf het begin. Daar is dan ook mijn commentaar op gericht.

De beste preventie die ik kan bedenken is al voor de geboorte van een baby, voor de geboorte van een nieuw gezin, de ouders een goede oudercursus aan te bieden. Een cursus die gericht is op het samen sterk staan in het ouderschap. Een cursus waarin communicatie en samenwerking een belangrijke plaats inneemt , waar ook een ‘goede leefstijl’ onderdeel van kan uitmaken.

Wanneer aanstaande ouders goede voorlichting krijgen over een gezonde leefstijl, dan is er veel kans dat ze voor zichzelf en hun kinderen goede keuzes kunnen maken. Een gezonde leefstijl begint bij een gezonde relatie. Een relatie waarin liefdevol gecommuniceerd wordt, waarin daadwerkelijk het leven van het gezin ‘gedeeld’ wordt. Waarin ouders weten wat ze voor elkaar en hun kinderen willen. En dat is voor iedere ouder zeker geen obesitas.

Een goede leefstijl is in de eerste plaats een kwestie van mentale kracht. En om mensen mentaal in hun kracht te zetten, daarmee kun je niet vroeg genoeg beginnen.

O, wat een fijne dag

Als een filmpje in mijn hoofd zie ik me lopen over het winkelcentrum met mijn twee kleine meisjes. Het is een speciale dag, want overal liggen kleedjes met speelgoed en oude boeken en boekjes met achter elk kleedje één of twee kinderen. De meisjes weten al lang dat ze iets mogen uitzoeken en ze rennen van het ene kleedje naar het andere om te kijken wat ze echt graag willen hebben.

Wat elk van de meisjes uitzocht weet ik niet meer, maar over het boek, met de blije titel ‘O, wat een fijne dag’, waren ze het direct eens, die wilden ze heel graag hebben. In grappige zwart/wit tekeningetjes en kleine tekstjes, afgewisseld met over twee pagina’s gekleurde heel mooie tekeningen met gedichtjes, beschrijft dit boek de dagen van een kind vanaf het wakker worden ’s morgens tot het ’s avonds naar bed toe gaan. Ook gaat het over wat je later wilt worden, over vriendschap en verdriet. En de verschillende dingen die kinderen in de verschillende jaargetijden doen.

Ik weet niet hoe vaak we dat boek hebben gepakt, om voor te lezen en te bekijken. Ik vond het zeker zo mooi als de kleine meisjes. Bij elke keer dat we het pakten ontdekten we weer nieuwe dingen.

Toen de meisjes groter werden en er niet meer naar omkeken, bleef het in mijn boekenkast staan…en decennia later heeft het boek weer plezier gegeven aan de volgende generatie, de kleine kindjes van mijn eigen kinderen.

Ik moest er vanmorgen aan denken toen ik met mijn liefste in het zonnetje zat en dacht: ‘Oh, wat een heerlijke dag,’ en ik realiseer me dat ik dat best vaak denk. Als ik bij mijn kinderen ben bijvoorbeeld, of met mijn liefste een wandeling maak. Als ik denk aan de wilde jongetjes en wat die allemaal beleven, of aan de grotere kinderen waarbij ‘oppassen’ tegenwoordig betekent, lekker in de stoel zitten lezen. En ook als ik bij één van de zussen aanfiets voor een kopje koffie en een praatje, of als ik bij mijn broer een paar uurtjes gitaar kan spelen.

O, wat een fijne dag, soms kan het er zomaar zijn.