Die rottige hormonen.

Vrouw zijn, moeder zijn, oma zijn. Ik geniet er al heel lang van. Ik wist al op heel jonge leeftijd dat ik moeder wilde worden. Ik gaf me daar natuurlijk niet direct aan over. Het leek me slim en heel zinvol om eerst een poosje ‘de pil’ te gebruiken. En met de twee onderbrekingen waardoor ik, de eerste keer onbewust en de tweede keer bewust, zwanger raakte heb ik die pil tot mijn 52ste geslikt. Kwam het echt daardoor dat ik, qua last van hormonen, ongeschonden door mijn leven tot nu toe ben gekomen? Ik weet het niet, maar prettig is het wel.
In korte tijd hoorde ik van drie dames in verschillende leeftijden en verschillende levensfasen dat zij, en hun omgeving, enorm last hebben gehad van die vrouwelijke hormonen. Ik zit daar met tuitende oren naar te luisteren en denk: “Echt, serieus? Naar!” en daarna denk ik: “Wat heb ik een geluk dat ik daar geen last van heb,”
De eerste levensfase daarbij is de fase van de menstruatie. Ik heb begrepen dat je daar gewoon ziek van kunt zijn. Hoofdpijn, buikpijn, niet kunnen functioneren. En dat elke maand. Als je daarbij (werkende) moeder van een gezin bent mag je wel van gewapend beton zijn wil je in die fase overeind kunnen blijven. Wat zal het dan heerlijk zijn als je een man hebt die het voor elkaar krijgt jou in die periode wat te ontlasten. Misschien doet hij verder niet heel veel in het huishouden of met de kinderen, het zal voor jou een enorm verschil maken als hij, in de periode dat jij ‘je periode’ hebt, jou een beetje meer kan helpen met het huishouden en de zorg voor jullie kinderen.
De tweede fase is eigenlijk een fase binnen die eerste fase. Dat verhaal kwam van een jonge moeder. Ik deed als Prille ouder coach mijn verhaal over het belang van ondersteuning van de relatie in die eerste heftige periode nadat de baby is geboren. Zij vertelde mij toen hoe ze haar man, met wie ze tot dan toe een goede relatie had, wel de deur uit wilde gooien. Zij waren in die fase precies een pril ouderpaar dat uitstekend mijn hulp als Prille ouder coach had kunnen gebruiken. Want hij deed wat hij altijd deed, uitgaan met zijn vrienden. Geen idee hoeveel zijn vrouw hem in die fase nodig had. En vanwege haar opspelende hormonen was ze niet in staat daar een goed gesprek met hem over te hebben. Misschien is het een tip om dan je ‘village’ aan te spreken. Iemand die dicht bij jullie staat, geen last heeft van opspelende hormonen en in een rustig en redelijk gesprek de nieuwbakken vader kan inlichten over de totaal veranderde situatie. Dat is er aan de hand op het moment dat er een kleintje geboren is.
De derde fase is dan die levensfase waarin de jeugd van betreffende dame langzaam, maar zeker, voorbij blijkt te zijn. We kennen het allemaal als ‘de overgang’ of ‘de menopauze’. Wanneer die fase begint is voor iedereen verschillend. Het kan op jonge leeftijd beginnen, begin veertig is voor die fase jong, en soms begint het pas wanneer je ruim de 50 gepasseerd bent. Het is voor niemand leuk. Zelfs als je er lichamelijk geen klachten van hebt. Het nare als je er wel klachten van hebt is dat het zich niet een paar dagen per maand afspeelt maar dat het er elke dag kan zijn. Opvliegers, stemmingswisselingen, toenemen in gewicht. Allemaal naar! Het is wel fijn als dan je omgeving er begrip voor toont en er liefst nog een beetje compassie voor heeft. Je hebt het er (terecht) zwaar genoeg mee en kunt dan alle begrip en steun die je kunt krijgen goed gebruiken. En heb je er echt teveel last van, doe jezelf dan een plezier en onderzoek of er iets is (regulier of alternatief) dat je wilt gebruiken om die onrustige, opspelende hormonen te kalmeren.

Advertenties

Mijn jongetjes.

Ze heten Magnus en Noah en ze wonen met hun pappa en mamma in een klein plaatsje vlak bij Amsterdam. Ik trein al vijf jaar om de andere dinsdag vijf uur, reistijd heen en weer, om die dag zo’n tien uur met hen door te brengen. “Wordt je daar ook heel moe van, Roos?” heeft iemand mij wel eens gevraagd. Nee, ik wordt daar eigenlijk nooit moe van. Ik krijg daar bijna elke keer alleen maar energie van.
Nu mogen ze drie nachtjes bij ons logeren.
Zij zijn beiden vroege vogels, het lijkt of de oudste een wekkertje in zijn hoofd heeft dat spontaan om 6 uur afgaat. De jongste is een ander verhaal. Die wordt geregeld ’s nachts hard huilend wakker en is soms moeilijk te troosten. Dat is ook omdat we niet weten waarvoor hij getroost moet worden. Ik weet dat zijn ouders daardoor veel slaap ontberen en vind het mede daarom prettig dat zij een paar nachten bij ons zijn.
Magnus is vijf en een klein, fijn klim aapje. Het liefst hangt hij ondersteboven aan ons stapelbed of balanceert op de brede rug van onze oude, groene chesterfield stoel. Hij oefent voor ‘Ninja’ en heeft zich daar deze dagen helemaal op kunnen uitleven. Met brede armgebaren maakt hij langzaam figuren die mij wel doen denken aan wat ik me bij ‘Ninja’ voorstel. Ondertussen schiet razendsnel een voetje vooruit, het liefst tegen een stoel aan of tegen zijn broertje.
Hij is verbazend sterk en kan van het beneden bed door zich op te trekken en een knie op de rand te krijgen zonder trap op het bovenbed klimmen. Hij doet dat ook eindeloos, met iedere keer evenveel plezier. Op de oude chesterfield oefent hij hoe snel en gemakkelijk hij op een obstakel aan de ene kant klimt en aan de andere kant met een soepele sprong weer afspringt. Ik vind het best knap van een vijfjarige autodidact Ninja in spe.
Zijn broertje is een veel steviger exemplaar. Daardoor vechten en stoeien ze bijna als twee gelijken. Ik hoor Magnus veel vaker verontwaardigd de naam van zijn broertje roepen dan andersom. Dit betekent vaak dat Noah iets doet wat Magnus absoluut niet wil. En soms doet Noah hem pijn maar dat is meestal ongewild. Dat Magnus een enkele keer ‘van zich afslaat’ vind ik niet altijd onterecht. Toen Magnus op enig moment bij mij kwam klagen en Noah erbij kwam staan, gaf de oudste de jongste een duw terwijl de jongste net zei: “Stil maar,” De vanzelfsprekendheid waarmee ze elkaar dan omhelzen omdat er even een verkeerde inschatting was gemaakt vind ik dan ook weer aandoenlijk.
Och mijn jongetjes toch. Ze houden mij de hele tijd bezig en soms lijkt een dag met hen uit twee te bestaan. Ik hoor mijzelf op enig moment roepen: “Pas op. Kijk uit,” terwijl ik me heel goed realiseer dat ze toch wel ‘doen’, wat ik ook roep. Magnus heeft een buil op zijn hoofd opgelopen omdat hij rennend om de stoel uitgleed op het kleed en met zijn hoofd tegen de tafelrand aanviel en nadat Noah al van een stoel was gevallen kon ik hem nog net aan een beentje grijpen. Anders was hij ‘met de kop naar beneden’ ook nog van de bank afgestort.
Ik ben blij als ik ze weer heelhuids bij hun ouders heb afgeleverd en tegelijk weet ik: zo worden kleine kinderen groot en alleen door te doen zullen ze leren.

Over communiceren in een samengesteld gezin.

Communicatie is en blijft een lastig fenomeen. Omdat we het allemaal doen kunnen we er ook allemaal over meepraten. Sommige van ons weten dat ze soms onduidelijk communiceren en anderen vinden vooral dat anderen dat doen. Die laatste categorie vindt het lastig dat anderen niet gewoon doen wat we zeggen of liever nog, doen wat zij doen.
Onze ouders zijn ons voorbeeld … en ons referentiekader. Hun communicatiemodus is oorspronkelijk ontstaan uit de communicatie van hun ouders. Gaandeweg hun relatie samen zullen ze een eigen communicatiemodus hebben ontwikkeld. Ze nemen van elkaar dingen aan en over … en niet. In dat laatste geval stel je dus de communicatie bij. Dat betekent dat je elkaar beïnvloedt en in staat bent keuzes te maken die het voor je relatie samen en later met je kinderen communicatief beter maakt met ruimte voor invloed van alle bij die communicatie betrokkenen.
In het geval van een samengesteld gezin komen er dus twee van die al lang gevormde communicatiemodi bij elkaar. Twee betrokkenen, in die situatie, hebben er zelf voor gekozen, de overige zijn erbij betrokken. Zij zijn de ex-geliefden en de kinderen van het paar.
Het samengestelde gezin heeft geluk als de ex-geliefden in staat zijn de prille relatie van het gezin niet in de weg te staan. Zij zullen met gespitste oren luisteren naar de verhalen die hun kinderen meenemen uit het huishouden waar zij geen deel van uitmaken. Dat is prima. Het welzijn van de kinderen is ook hun zaak als de kinderen niet ‘onder hun hoede zijn’ en getuigt van hun nimmer aflatende betrokkenheid.
Het samengestelde gezin zal hun prille relatie positief kunnen ontwikkelen wanneer vooral de ouders in staat zijn goed naar hun kinderen te kijken en te luisteren. De non verbale signalen zijn hierbij soms belangrijker dan wat er daadwerkelijk wordt gezegd. Samen zullen zij continue moeten communiceren met woorden die duidelijk maken waar zij en hun kinderen staan.
Zij zijn de basis van het gezin dat in hun leven al een poosje op weg is en op die weg een enorme ‘hobbel’ is tegengekomen. Een ‘horde’ die niet zomaar te nemen is. Compassie, liefde en acceptatie zijn woorden die in deze situatie cruciaal zijn. Er is een keuze gemaakt op basis van liefde. Er zijn vaak twee gezinnen voor uit elkaar gehaald. Om het nieuwe, samengestelde gezin, wel te laten slagen is het goed communiceren, wat compassie, liefde en acceptatie omvat, misschien wel het allerbelangrijkste.
Het is veelgevraagd in een situatie die veel omvattend is. Er zijn emoties die hoog oplopen. En als het goed is is er liefde en heb je begrepen dat de keuze voor je partner automatisch betekent de keuze voor zijn of haar kinderen.
Communicatie in een samengesteld gezin is een enorme uitdaging die de meeste kans van slagen heeft als er voor iedereen die erbij betrokken is respect is en het recht dat eenieder heeft om gezien te worden.

Geeft niet, oma.

“Kijk es, oma,” We zitten samen in de auto, ik achter het stuur, hij achterin in het midden, dan kan hij lekker alles zien. “Wacht even ventje, oma moet zo stoppen bij het stoplicht,” Als ik achterom kijk zie ik hem ritmisch met een paar vingers op zijn knietje slaan. “Wat goed dat je dat kan, Finn,” “Opa doet dat altijd op het stuur,” zegt hij met een ernstig snoetje. Ik sla met mijn wijsvinger op het stuur op de maat van de muziek. “Zo?” vraag ik. Nee. “Opa doet het met zijn middelvinger. Jij kan dat nog niet want jij bent nog klein. Als je net zo groot bent als opa kan jij het ook,” Ondertussen oefent hij lustig verder. Alleen met zijn middelvinger kan hij het ook niet, er gaan ook een paar andere vingers mee.
“Weet je wel hoe oud ik ben, Finn?” vraag ik want tja, net zo groot worden als opa gaat niet meer lukken. “Nee,” zegt Finn en op mijn ‘53,’ vraagt hij direct: “En opa dan?” Ik zeg dat opa 52 is. In de achteruitkijkspiegel zie ik zijn verbazing. “Maar oma, 3 is toch veel meer dan 2?” “Ja,” zeg ik, “3 is meer dan 2. Wie is ouder opa of ik,” Zonder twijfel komt zijn antwoord: “Opa,” Direct daarna: “Kijk eens oma,” Zijn voetje schopt ook ritmisch tegen de voorstoel aan. Even denk ik: “Moet…, ach…., zijn schoen (moenboet, oma) is niet echt vies,” “En nu ga ik sneller oma,” het ritme klopt, de muziek is sneller. “Het is moeilijker met 4 dan met 3, daarom doe ik met 3,” Ik blik snel achteruit zie zijn handje en zijn voetje bewegen en ongetwijfeld doet er nog iets mee buiten mijn gezichtsveld.
Af en toe kijk ik naar hem in de spiegel. “Ik ga kijken of ik ook een keer zie dat opa het doet. En dan zeg ik het tegen je,” “Goed,” zegt hij, “dan doe ik het ook. Want je moet het wel doen als opa weggaat, hè oma,” “Ja, hoor, ventje,” zeg ik. In de spiegel zie ik zijn trouwhartige blik. Zijn ‘je kan het niet maar dat geeft niet, hoor oma’ blik en ik denk: “Kind, wat hou ik toch van jou,”

Het is niet altijd wat het lijkt.

Ken je dit: je hebt ontzettend haast en je kind schiet maar niet op. Sterker nog, hoe harder je hem maant om op te schieten hoe langzamer hij lijkt te bewegen, niet te luisteren of zelfs van je weg te lopen. Ik heb het helaas vroeger heel vaak gedaan omdat ik nogal eens haast had vanwege mijn eigen treuzelende gedrag. Als mijn kind dan ook nog eens hetzelfde deed raakte ik daar behoorlijk gestrest van.
In het artikel ‘Waarom je kind vertraagt als jij haast hebt’ in Psychologie Magazine nummer 13 van 2018 legt psycholoog en bestsellerauteur Isabelle Filliozat uit dat ‘je kind verstart (hij komt in een freeze-toestand)’ wanneer hij bij jou enorme stress ervaart.
Ik citeer uit het artikel ‘Symptomen bij je kind kunnen zijn: trager bewegen, een lagere spierspanning, een langzamer hartslag, maar ook hyperalertheid en toenemende angstgevoelens, die je kind kan proberen te bedwingen door te gaan spelen of naar je te glimlachen. Dat doet hij dus niet uit brutaliteit, hij probeert zo -grotendeels automatisch- de stress te reguleren. Einde citaat.
Filliozat raadt ons vervolgens aan het omgekeerde te doen van wat een tot wanhoop gedreven ouder het liefst zou doen, namelijk ‘met een glimlach, een aai of een grapje je kind mentale en lichamelijke ontspanning bezorgen’. Omdat hij zo beter in staat zal zijn te doen, wat jij van hem wilt.
Wanneer jij, omwille van je kind, op deze manier kunt reageren zal bij jou de stress direct afnemen. Probeer maar eens oprecht te glimlachen, je kind over de bol te aaien of een grapje te maken en tegelijk gestrest te blijven. Dat lukt echt niet.
Ik vond dit artikel nogal een eyeopener. Ik denk dat menig ouder wel eens een verkeerde conclusie trekt bij het gedrag van zijn kind.

Famke

Zij werd in een razende vaart geboren. Net als haar moeder, 26 jaar daarvoor. Ze kondigde zich in de vroege ochtend aan en we haalden haar bijna twee jaar oude broertje naar ons huis. En we gingen weer naar bed, want het was nog best vroeg. Slapen deed ik niet. Ik vond het weer heel spannend. De uren kropen voorbij en we wachtten. Op het verlossende woord, dat het kindje was geboren en dat alles in orde was.
Het telefoontje kwam om half negen. Ons kind vond dat een goede tijd om ons te laten weten dat, vlak nadat wij thuis waren aangekomen met haar kleine jongetje, zijn zusje was geboren. Ze had ons niet willen wakker maken …
Famke was een wolk van een baby, met al lang haar. Bij de echo hadden ze tegen haar ouders gezegd dat ze de haarelastieken wel vast mochten kopen. Het was een vooruitziende blik, we hebben ze elke dag nodig.
Ze huilde veel en helaas werd dat niet minder. Het huilen werd steeds meer krijsen en wanneer ik er ook maar was, of haar mamma aan de telefoon had, altijd hoorde ik ons krijsende kindje. Het was om wanhopig van te worden. Ze gingen naar het consultatiebureau en ze gingen naar de dokter. Ons meisje werd bevoeld en bekeken en, nee, ze konden er niets vreemds aan zien. Ze had ondertussen bijna geen geluid meer, wat was overgebleven was een zacht schor stemmetje.
Gelukkig kwamen ze op enig moment bij een ‘bottenkraker’ terecht en deze meneer constateerde dat ze een beentje uit de kom had. En hij kon hem er, zacht masserend, ook weer inkrijgen. Wat een geluk voor Famke en een opluchting voor ons. Hoeveel pijn ze eraan gehad heeft zullen we nooit weten, maar ze veranderde op slag in een blij en stralend baby’tje. Volgens mij zegt dat wel wat.
Ze is hard op weg een groot meisje te worden. Een meisje die in veel gevallen ‘haar mannetje staat’. Gelukkig, want Famke groeit op in een door mannen en jongens gedomineerde omgeving. Aardige mannen en jongens, maar toch, jongens en we kennen toch allemaal het spreekwoord ‘boys will be boys’. En ze staat er ook niet alleen voor, want mamma of oma is nog altijd in de buurt.
Ik schreef al eerder een blog over Famke en haar creatieve geest. Ze was toen pas vier en we wisten nog niet hoe mooi ze al jong zou gaan tekenen. En knutselen. Ik ben benieuwd wat zij uiteindelijk zal doen, later, als ze groot is. Ik hou heel veel van haar en één ding weet ik zeker, Famke … die komt er wel.

Het beste voor je kind.

De afgelopen twee en een half jaar heb ik twee relaties, die verkeerden in een scheidingsproces, van dichtbij meegemaakt. Wat ze met elkaar delen, de ouders en hun partners en de kinderen, is de pijn en ontreddering die daarmee gepaard gaat. In beide gevallen is een van de echtelieden verliefd geworden op een persoon buiten de relatie en heeft na een innerlijke strijd besloten het gezin op te breken. Zo’n besluit is voor alle betrokkenen moeilijk en beschadigt iedereen, vooral de kinderen. Zij zijn de enige die geen stem hebben in het geheel en moeten accepteren wat er gebeurt.
Ook de ‘verlaten partners’ hebben geen stem in het besluit van hun ex het gezin op te breken. Hopelijk zullen ze het op een dag accepteren en misschien kunnen ze het op enig moment zelfs begrijpen. Zij hebben deel gehad aan de opgebroken relatie en hebben daar een aandeel in gehad.
Voor beide gezinnen is het de moeilijke start geweest van een leven waar niet ieder voor heeft gekozen en het verlies van het ‘eigen gezin’. Voor beide ex-echtelieden begint het proces van ‘van elkaar los komen’ en ‘afspraken maken over: hoe gaan we verder’. Hiervoor wordt een mediator ingezet en er zijn instanties die de mensen kunnen bijstaan.
Het ene gezin regelt de zorg op een 50/50 basis. Beiden hebben de kinderen een helft van de week. Met vakanties wordt overlegd wat de plannen zijn en daarnaar wordt het ‘verblijven van de kinderen’ aangepast. Financieel worden de nodige regelingen getroffen. De betrokkenen hebben er geen moeite mee, de scheiding wordt vlot geregeld.
De kinderen, leren nog tijdens het scheidingsproces de nieuwe partner van hun ouder kennen. Natuurlijk gaat dat niet zonder problemen. Het kost tijd en kinderen hebben ruimte en een goede communicatie van hun ouders nodig om te begrijpen en accepteren hoe hun nieuwe leven vorm krijgt. Misschien zijn ze gefrustreerd en misschien stellen ze veel vragen. Ze hebben dit nodig om te bepalen wat in hun nieuwe leven ieders rol is. Ze moeten leren dat ze van alle betrokkenen mogen (blijven) houden en ervan overtuigd zijn of worden dat zij geen aandeel hebben in het proces. Dat pappa en mamma van elkaar en niet van hen zijn gescheiden.
Het andere gezin heeft moeite met het regelen van de zorg en de financiën. Zij willen het graag op een ‘eerlijke’ manier verdeeld zien. Er worden voorstellen en tegenvoorstellen gedaan. Knopen zijn vooralsnog niet doorgehakt. Misschien heeft het ermee te maken dat het moeilijk is te bepalen wat ‘eerlijk’ is. Wat het in ieder geval doet is frustreren aan beide kanten.
Het ene gezin is een samengesteld gezin geworden en woont sinds een paar maanden samen in een nieuw huis. Er zijn dagen dat er vier kinderen wonen, en dagen dat er twee wonen, en een dag in de week wonen ze er alle vijf. Ze beginnen aan elkaar te wennen en zoeken naar een modus om op de prettigste manier met elkaar samen te leven. Ze wagen zich dit jaar zelfs aan een nieuw huwelijk en alle kinderen hebben naar hun ouder uitgesproken dat ze daar, de oudere kinderen vooral voor hun ouder, blij mee zijn.
Het andere gezin zit nog midden in het scheidingsproces. Samenwonen met de kinderen is een droom die vooralsnog niet realiseerbaar is. Ook deze betrokkenen doen hun best om de scheiding rond te krijgen en toch lukt het nog niet.
We willen allemaal het beste voor ons kind, ook in een scheidingssituatie … en hoe krijgen we dat nou voor elkaar.