Ik tel mijn zegeningen.

Onlangs trouwde onze oudste dochter. Het is haar tweede huwelijk waarmee ze in mijn voetsporen trad. Er is een verschil tussen onze beide eerste huwelijken, ik had geen kinderen (het huwelijk duurde officieel een jaar) en zij heeft ze wel. Onze mooie, grappige, slimme en lieve kleinzoon en kleindochter.
Natuurlijk hebben ook deze kinderen last van de scheiding van hun ouders. Hun geluk, ons geluk is dat wij allemaal, hun ouders, stiefvader en grootouders hun belang voorop zetten bij elk gebeuren waarbij zij betrokken zijn.
Toch zal ik niet zomaar zeggen dat ‘ze er geen last van hebben’. Of ‘niet meer’ zoals ik gescheiden ouders hoor zeggen over hun kinderen. We weten het namelijk niet. We kunnen niet in hun hoofden kijken en we weten dat ze dat niet snel tegen ons, direct betrokkenen zullen zeggen want er is loyaliteit. Altijd.
De kinderen hebben de eerste tijd de last die zij hadden van de scheiding ook naar ons toe geuit. De één door fysieke en de ander door geestelijke pijn. Het was een nare tijd, voor ons, dus in grotere mate, voor hen. Wij konden er alleen maar voor ze zijn. Ze laten weten hoeveel we van ze houden, begrip tonen voor hun pijn en verdriet.
Nu ligt dat al een paar jaar achter ons. De rust is weergekeerd. Ze worden groot en willen gelukkig nog steeds bij ons zijn, of dat wij bij hen zijn op hun vrije middag wanneer hun mamma werkt.
Ik heb een beetje gedramd bij hun opa, om nog een tweede slaapbank terwijl we er net één hadden gekocht. De jonge neefjes van onze kleinkinderen komen dit weekend bij ons logeren. En nu kunnen de kinderen, alle vier, tegelijk bij ons blijven slapen. Onze kleindochter had gevraagd of zij tegelijk mochten komen. Hoe leuk is dat?
Ik ben een blije oma en ik tel mijn zegeningen.

Bemoeien of helpen?

Misschien zou je mij wel een bemoeial kunnen noemen. Ooit hoorde ik over iemand die voor een verliefdheid op een ander zijn vrouw had verlaten. En ik wist dat zij al een kind had uit een eerder huwelijk. Ik vroeg: ‘Hoe is dat voor de kinderen,’ en hij werd woedend. Ik begreep dat wel. Je wilt met zo’n vraag niet geconfronteerd worden wanneer je met je hoofd in de wolken zit vanwege de nieuwe liefde.
Wat ik wel heel jammer vind is dat hij net te laat bedacht dat hij zich had vergist. Hij was hiermee niet de eerste en zal helaas ook niet de laatste zijn. Teruggaan naar het gezin is in vele gevallen niet meer mogelijk. Soms heeft de ander inmiddels een liefde gevonden die ze vertrouwt en oprecht liefheeft. En soms durft de ander gewoon niet meer te vertrouwen op degene die is weg gegaan. Het echt jammere is dat er een gezin is opgebroken dat wel in tact had kunnen blijven. Waar overigens hij staat kan ook zij staan, want die gezinnen zijn er ook geweest.
Ik ben een keer enorm in de fout gegaan. Ik stond in die tijd nog op school en begeleidde een meisje van zeventien dat niet bij haar moeder en ook niet goed bij haar vader kon wonen. Bij haar vader was wel ruimte maar geen goede omstandigheden en bij haar moeder was geen ruimte. Ja, die was er wel, maar er was niet voor gekozen die voor haar klaar te maken.
Ze had mij gevraagd haar wens niet bij haar ouders kenbaar te maken, maar ze wilde dolgraag goed bij een van haar ouders wonen. Toen ik met haar ouders in gesprek kwam ontviel mij echter de kreet: ‘Een kind van zeventien moet toch gewoon bij een van haar ouders kunnen wonen?’ Wat ik enorm dapper vind is dat ze met haar vader bij mij kwam praten en rustig vertelde dat ze dat niet fijn gevonden had.
Tot er iets onverwachts gebeurde. Vader, moeder en stiefvader sloegen de handen ineen en zorgden er samen voor dat de ruimte, die er was, voor het meisje werd klaargemaakt. Ik kreeg een lange mail waarin ze vertelde dat ze bezig was de kleuren voor haar kamer uit te zoeken en dat het heel mooi werd. Ze was er zo blij mee.
Naderhand gaf ze mij een 9 voor de coaching en ik was alleen maar blij dat het meisje een goede plek kreeg om te wonen. Ik vond het geweldig van de drie ouders die voor haar hun trots opzij hadden gezet en een stap namen waar zij en ik niet van durfden dromen.
Ben ik een bemoeial? Ook. Ik wil in ieder geval altijd helpen. Misschien komt het omdat je mij altijd mag helpen. Want ik geloof in ieders goede intentie.

De Prille Ouder-coach 2.0

Sinds ik in 2010 de drie kinderen leerde kennen (met hun ouders) die al op de leeftijden van 4 maanden, 17 maanden en 2 jaar hun oorspronkelijke gezin verloren, houd ik me met hen bezig. Nee, niet rechtstreeks met de kinderen en hun ouders maar met de gevolgen van de scheidingen. Deze drie gezinnen zijn sindsdien niet meer uit mijn gedachten geweest en zij zijn er de reden van dat ik in 2012 het stuk schreef ‘Liefde: pleidooi voor het kind’. Het ernstige, strenge stuk waar ik toch achter blijf staan.
Sinds 2012 heb ik daarom geprobeerd onder de aandacht te brengen wat volgens mij nodig is om onnodige scheidingen te voorkomen, coaching op de relatie van (aanstaande) prille ouders. Ik ben ervan overtuigd dat die coaching moet worden aangeboden wanneer de baby nog ‘onderweg’ is. Waarom precies op dat moment? Volgens mij is het antwoord hierop even simpel als waar: omdat er op dat moment liefde is tussen de ouders en er wordt gecommuniceerd.
Iedere ouder weet dat er een enorme impact op de relatie kan komen wanneer de eerste baby (zowel in de eerste als in samengestelde gezinnen) er is. Niet in de laatste plaats door wat de onrustige maatschappij waarin wij leven, van ieder van ons eist. Voor de praktische kant van het krijgen van een baby is er van alles geregeld en mogelijk tot en met, wanneer je dit wenst, een doula, een nog betrekkelijk nieuw fenomeen.
Voor de relatie is er hoegenaamd niets. Is dat de reden waarom veel teveel kinderen al op heel jonge leeftijd hun gezin verliezen? Ik ben bang van wel. In heb in de afgelopen jaren veel gesproken met mensen in de zorg, van de gemeente, de politiek over deze kwestie en ook veel met andere mensen die op wat voor manier dan ook op mijn pad kwamen. Ik schrik dan van de verhalen die ik daarbij hoor. Het verhaal van de opa en oma die hun kleinkind hoegenaamd niet meer hebben gezien nadat de relatie van hun dochter is gestrand. Het verhaal van de jongen die moest aanzien hoe zijn halfbroertje en -zusje overladen werden met Sint cadeaus en hij hetzelfde feest verliet met een schetsboekje en een potlood.
Onlangs ben ik begonnen met een Master Healthy Ageing Professional. Ik kwam op dit idee vanwege een HAP student die haar onderzoek had gedaan over voortijdig schoolverlaters. Gisteren, tijdens de les, schreven we in het midden van een groot blad ons onderwerp en daaromheen rangschikten we ons ecosysteem. Voor de meeste studenten was dit geen enkel probleem. Zij werken al voor de professionals die vaak ook zijn betrokken bij hun onderzoek.
Mijn ecosysteem bevindt zich nog ver van mijn onderwerp. Alleen de dame van MIM (moeders informeren moeders) staat dichtbij. Zij nam de moeite, zes jaar geleden, om naar mij toe te komen (ik werkte nog op school) en naar mijn verhaal te luisteren. Sindsdien ben ik bij haar MIM moeders en vrijwilligers betrokken en heb ik met diverse moeders mooie interactie gehad omdat zij wilden luisteren naar mijn verhalen over de verantwoordelijkheid die je hebt om aan je relatie te werken wanneer je samen één of meer kinderen hebt. De verhalen naar aanleiding waarvan zij inzichten kregen die hun relatie en hun gezin goed heeft gedaan.
Medestudenten stimuleren mij om met mijn verhalen nieuwe wegen te zoeken. Dit doet mij goed. Zij zijn veelal jong en begrijpen toch precies wat ik bedoel. Dus zet ik ook voortaan op LinkedIn elke week mijn Prille ouder-blog. En ik zou graag op scholen, in een burgerschaps-les voor niveau 3-4 bijvoorbeeld mijn Prille Ouder-blogs komen voorlezen, over relaties praten met de leerlingen en vooral horen of en hoe zij zich hiermee bezighouden.
Volgens mij is het echt tijd voor preventie. Daarom ga ik de komende twee jaar keihard aan de slag om mijn onderwerp verder te onderzoeken en te ontwikkelen. Ik ben zelf heel benieuwd wat ik op deze mooie zoektocht ga tegenkomen.

Waar zoek je naar?

Een aantal jaren geleden hoorde ik een collega (ik was nog docent op een ROC) verzuchtten: ‘Ik vind het helemaal niet meer leuk. We waren gisteren alle vijf thuis en we zaten allemaal op onze eigen laptop, IPad of telefoon iets anders te doen. Ik dacht: we zijn wel samen, maar niet echt,’. Ik weet niet meer of ik daar toen iets op heb gezegd.
Onlangs hoorde ik een dame zich soortgelijk uitlaten. Zij zou graag met haar man een keer samen een film willen zien. Ik zei: ‘Nou, dan doen jullie dat toch,’. Zo simpel lag het niet. Ze wilden best allebei een film zien, maar hadden wat films betreft blijkbaar een heel uiteenlopende smaak. Haar man gaf aan graag een keer eens met haar te willen Trivianten, maar daar had zij helemaal geen zin in: ‘Ach,’ verzuchtte ze, ‘al die vragen,’.
Het gaat natuurlijk niet om de laptops, IPads, telefoons, films of spelletjes, het gaat om onze relaties. Hoe willen we een gezin zijn, hoe willen we een (echt)paar zijn. Het is voor mij niet moeilijk, als je wilt dat je gezin ‘echt samen’ is dan zorg je daarvoor. Je kunt afspreken hoe je met al die apparaten omgaat. Samen bepalen wanneer de kinderen op hun apparaat mogen. En je begint bij jezelf. Hoe vaak zit je op je laptop of telefoon? Kinderen doen wat jij doet. Dus bepaal samen, als ouders, hoe je dat wilt. En houd rekening met je eigen gedrag.
In plaats van de tijd die je ieder op je apparaat zit kun je dan echt samen iets doen. Elkaar beter leren kennen bijvoorbeeld. Neem eens de tijd om elkaar te vertellen hoe je je voelt of wat je bezighoudt. Dat kan in het begin ongemakkelijk voelen maar het is heel prettig als je eraan gewend bent. Wie weet wat de kinderen je te vertellen hebben wanneer je echt naar ze luistert.
We zoeken al heel lang naar geluk en bevrediging in dingen die helemaal geen geluk en bevrediging geven. We kunnen steeds meer hebben en we kunnen steeds meer weten … en we raken elkaar steeds meer kwijt. Willen we dat? Ik geloof het niet.
We lijken op de jonge schaapherder, Santiago uit de Alchemist, die van Andalusië reist naar Egypte om daar een schat te zoeken terwijl hij die al die tijd al had.
Kom vandaag eens thuis en kijk bewust naar wat je hebt en vooral, wie je hebt, en koester elkaar. Geef je kinderen en elkaar iets van onschatbare waarde wat met geen geld te betalen is … aandacht en oprechte belangstelling. En als je allebei iets anders wilt, doe het dan allebei, samen. Eerst doe je het voor de ander, en als je het volhoudt, uiteindelijk, ook voor jezelf.

Niet dat van jou maar wel bloed van zijn of haar bloed.

Het is en blijft mijn overtuiging dat wanneer twee mensen uit elkaar gaan, met of zonder kinderen, het de verantwoordelijkheid is van de beide exen. Wanneer er geen kinderen bij betrokken zijn is het heel gemakkelijk. Je hoeft elkaar niet meer te zien of te spreken. In het andere geval…is dat wel zo. En hoe dan de communicatie gaat is de verantwoordelijkheid van beide ouders.
Ik heb veel gesproken met familie van op dat moment ex-echtelieden. Ik verbaas me vaak over wat wordt verteld van wat dan heet ‘de ex-schoonfamilie’. Voor de mensen met wie ik spreek is dat zo, het is hun ‘ex-familie’. Voor de betrokken kinderen niet. Het is en blijft hun familie. Zij zijn met beide families bloedverwanten en hebben naar beide families loyaliteit. Ze houden van beide families al zullen ze dat naar mensen die dat in twijfel trekken niet kunnen of durven beamen.
Ik heb bij NLP geleerd, en wist dat diep van binnen zelf al, het zijn niet gebeurtenissen die lading geven maar hoe je naar die gebeurtenissen kijkt. Al heb jij, je dochter, je broer of wie dan ook issues met de ex, betrek niet de kinderen erbij. Zij hebben recht op hun gevoel naar beide families. Zij hebben contact met beide families nodig om zich te ontwikkelen tot de persoon die zij willen zijn.
Ook bij relaties die ‘goed’ zijn kunnen de kinderen belast worden met issues met de schoonfamilie. Kinderen zijn onbevangen en zullen aanvankelijk van al hun familie houden… totdat ze naar één van beide families negatief worden beïnvloed, en dat hoeft niet. Want zij zijn en blijven bloedverwanten van elkaar.
Geen bloed van jouw bloed, maar wel van dat van je kinderen.

Twee dierbare gedichten

Dear husband, dear baby

The cats are both asleep
Inside me everything is still
Our love is warm and deep
I hope it always will

Each day I’m looking out for you
Come home and share my life
Love me as much as I love you
So happy to be your wife

Little babe inside of me
You make our life complete
But patient we will have to be
Until the day we’ll meet

We already love you

25 november 1983

Na 30 jaar huwelijk, mijn liefste

Onvolmaakt als ik ben
heb je toch voor mij gekozen
Diep in mijn hart
wist ik, dat je van mij houdt

Ik zag in jou direct
je vriendelijke ogen
De integriteit van je ziel
die mij raakte, vederlicht

Jij en ik samen
een leven lang op weg
Twee harten die elkaar vonden
tot in de eeuwigheid

28 juli 2013

Tsja, het is maar hoe je het bekijkt

“Wanneer een vrouw die gestudeerd heeft ervoor kiest om fulltime moeder te worden dan is dat kapitaalvernietiging.” “Mijn kinderen hebben het prima naar hun zin op de crèche (de hele week).” En dan deze: “Ik heb een dag per week ‘pappadag’.” Zijn de rest van de dagen dan mammadagen?
Wat is eigenlijk een opvoeding waarbij kinderen bij hun ouders, met hulp van ‘the village you need to raise a child’, opgroeien tot stabiele volwassenen die voor zichzelf en hun gezin kunnen zorgen, in euro’s waard? Of laat ik het omdraaien, wat kosten de kinderen die, door scheiding van hun ouders, of ouders die wel bij elkaar zijn maar vooral voor zichzelf hebben geleefd, niet goed voor zichzelf kunnen zorgen? Lastige kwestie.
Ik praat met een cursist over het belang van de zorg van ouders voor hun kinderen. De zorg van de eigen ouders. ‘Als een vrouw alleen maar voor haar kinderen heeft gezorgd en ze gaan scheiden dan kan zij niet voor zichzelf zorgen,’ zegt hij en ik denk: ‘Is dat waar?’ Hij is niet de eerste die ik het hoor zeggen maar ik geloof het niet per se. Ik heb ook gelezen dat iemand het “teren op de zak van je man” noemde en dan stel ik weer de vraag: ‘Wat is een thuis waar een kind door zijn eigen ouders wordt verzorgd en grootgebracht eigenlijk waard in euro’s?’
Het maakt daarbij niet uit wie vaker thuis is om voor de kinderen te zorgen, de ene of de andere ouder. Of de een volledig werkt en de ander volledig thuis is of dat je allebei een aantal dagen werkt en je kind één of twee dagen naar de opvang gaat en/of oma een dag komt oppassen. Maar het grootste deel van zijn leven is een kind dan bij zijn ouders thuis en onder hun verantwoordelijkheid. En dat lijkt mij geen verkeerde plek en omstandigheid.
Laten we juist de ouders koesteren die ervoor kiezen samen voor hun kinderen te zorgen. Zij kiezen voor minder geld voor zichzelf en laten we dat geen “kapitaalvernietiging” noemen. En laten we ook niet zeggen dat “de één teert op de zak van de ander” want dat hebben ze waarschijnlijk samen besloten. De zorg van de één is net zoveel waard als de baan van de ander. En omdat de baan wel wordt betaald en de zorg niet, kiezen zij samen ook voor minder geld. Hun kinderen zullen hen er dankbaar voor zijn. En laten we helemaal stoppen met dat rare “pappadag”. Pappa zorgt die dag of dagen voor de kinderen en dat is goed voor pappa en voor de kinderen. En als het goed is zorgt hij (net als mamma op de andere dagen) ook voor het huishouden.
Is hij dan een superpappa? Nee hoor, hij is gewoon een pappa die samen met mamma zorgt voor de kinderen en het huishouden, waar ze ook samen voor gekozen hebben. Ja, zo kun je het ook bekijken.