Wacht even.

Ouders zijn ouders en kinderen zijn kinderen. Daar valt niets op af te dingen. Kinderen moeten naar hun ouders luisteren. Dat klopt en is goed. Ouders zijn al veel langer op deze wereld dan hun baby’tjes en kleine kindjes. Zij weten veel en daar kunnen de kinderen van leren.
Elk kind (net als wij volwassenen) is uniek. Daarom geldt de zin ook andersom: ouders moeten naar hun kinderen luisteren … en kijken. Net als volwassenen zenden kinderen non verbale signalen uit en vooral als de kinderen nog te klein zijn om zich verbaal te kunnen uiten is het handig wanneer je als ouder je kind kunt leren ‘lezen’.
Ik heb het al vaker gehad over de slaapsignalen die de meeste baby’s en peuters afgeven wanneer het tijd voor ze is om naar bed te worden gebracht. Ze kunnen rode wangetjes krijgen, of rode oortjes. Soms wrijven ze heftig in hun oogjes en er zullen vast baby’tjes zijn die met een bepaalde manier van huilen aangeven dat ze klaar zijn voor hun dut. Dat juiste moment is zo belangrijk omdat ze dan, lekker ingestopt in hun bedje, het gemakkelijkst in slaap zullen vallen. En als ze even jengelen is dat ook niet erg. Wij hebben zelf vaak ook even tijd nodig om de slaap te vinden. Het zijn er helaas maar weinigen die hun hoofd neerleggen, de ogen dichtdoen en meteen in slaap vallen.
Met eten is het een wat ander verhaal, zeker bij baby’s. Omdat baby’s soms veel huilen zijn ouders vaak in de verleiding om het maar te gaan voeden of de fles te geven als het huilt.
‘Fles of borst: 25 tot 40 minuten; een gezonde baby van ten minste zes pond kan 2½ tot 3 uur wachten op de volgende voeding.’ Aldus Tracy Hogg, de Amerikaanse babyfluisteraar in haar boek ‘Wat je baby vertelt’, over de F van haar FIJN methode, een methode die ouders structuur biedt in de eerste maanden met hun baby’tje. Als je je baby gevoed hebt en het blijft huilen dan is er dus een andere reden waarom het huilt. Door goed naar je baby te kijken en te luisteren zul je ontdekken wat hem dan wel dwars zit.
Als je kinderen wat groter worden en zelf gaan spelen ben je niet altijd meer in elkaars zicht. Nog wel heel lang in hetzelfde huis want kleine kinderen worden groot … maar dat duurt wel een poosje. Terwijl jij dan net lekker even bezig bent voor jezelf of voor je huishouden, dan roepen ze je. De eerste keren kom je waarschijnlijk snel omdat je zeker wilt weten dat het allemaal goed gaat. Er is ook meestal niets. Je kind wil graag weten dat je in de buurt bent en elk klein dingetje wil het met je delen. Dus denk jij op enig moment als hij roept: “Och, even dit nog, of dat … ,” en je roept: “Wacht even hoor,” Of misschien wacht je zelfs nog even tot hij een tweede keer roept.
Je kind kan ook lekker bezig zijn en gaat soms helemaal op in zijn spel. En wanneer jij roept dan is dat niet voor een wissewasje, nee, dan wil je dat hij komt … en dat gebeurt niet altijd. Zelfs als je hem nog een keer, nu dwingend, roept kan het zijn dat hij niet komt. Probeer er dan maar aan te denken dat hij heel waarschijnlijk zo geconcentreerd ergens mee bezig is dat hij niet eens hoort dat je hem roept. Loop dan zachtjes naar hem toe en neem even een minuutje (of drie) de tijd om hem te observeren. Het is goed om even te wachten en hem de tijd te gunnen, zoals je die soms zelf ook nodig hebt.

Advertenties

Samenleren.

Van een collega, van de school waar ik het laatst heb les gegeven, kreeg ik een appje over een project waarin taal en zorglessen zouden worden aangeboden. Ik was meteen geïnteresseerd. Taal, zorg en jonge ouders, ik begrijp goed dat ze daarbij aan mij dacht.
Als leerlingbegeleider heb ik me veel bezig gehouden met leerlingen en hun ouders. Toen ik stopte met school kon ik een project starten gericht op ‘ouderbetrokkenheid’ bij leerlingen op het MBO. En het kwam niet van de grond. Ik begrijp dat achteraf wel, het lag veel te dicht bij wat de leerlingbegeleiders op de diverse scholen al deden.
Sluimerend ben ik al jaren bezig met het ontwikkelen van ‘de Prille Ouder-coach’. Het lijkt me zo zinvol om aan het begin van het proces van het krijgen van een kind al ondersteuning te bieden. Daar gehoor voor krijgen is niet zo moeilijk, steeds zie ik knikkende mensen wanneer ik spreek over mijn intenties als Prille Ouder-coach. Het concreet maken is een ander verhaal, het is nieuw en onbekend en de eerste vraag is altijd: “Wie betaalt het?” Ik spreek en schrijf erover en heb nu een paar gratis trajecten lopen omdat ik ermee aan de slag wil om te weten hoe het werkt.
Toen kwam de mogelijkheid om aan het project Samenleren mee te werken en ik ben blij dat ik hierbij betrokken ben. In tien lessen van anderhalf uur mag ik ouders bewust maken van de ontwikkeling van hun kind op cognitief (denken en taal), lichamelijk (grove en fijne motoriek) en sociaal-emotioneel gebied. Door de hele lessenserie heen staat de ouder/kind interactie, in relatie tot taal, centraal. Er is een mooie Power Point presentatie met aansprekende illustraties en bijna elke les bevat één of meer filmpjes en/of animaties. Het lesboek dat de ouders krijgen ziet er aantrekkelijk uit en bevat de belangrijkste punten die in de les en de Power Point aan de orde zijn gekomen. Om ouders met hun kinderen de mogelijkheid te bieden samen veel met taal bezig te zijn krijgen ze een app waarmee ze elke week nieuwe, tot animaties gemaakte boeken (Bereslimme boeken), aangeboden krijgen.
Het is een prachtig en goed project voor ouders van jonge kinderen en het is gratis. De lessen worden gegeven door docenten met een lesbevoegdheid en in de groepen die ik tot nu toe heb (gehad), is onveranderlijk een mooie interactie tussen de ouders waarin ze niet alleen van de lessen, maar ook veel van elkaar leren.
Zo werk ik nu toch aan ouderbetrokkenheid en ook nog eens met ouders van jongere kinderen.

Voetballen? Dat is toch partijtje?

Het mannetje staat in zijn voetbalpakje klaar om te gaan. Hij gaat met mamma naar het voetbal. Kijken of hij dat leuk vindt. Hij is immers altijd aan het voetballen in de speeltuin met pappa. Zijn vriendje voetbalt al bij de mini’s en daar gaat hij nu ook meedoen. Proef voetballen als het ware.
Aangekomen bij het veld gaan zijn gymschoenen uit en de voetbalschoenen aan. Jas uit en naar de trainer. De trainer staat in het midden van het veld en blaast op een fluit. De spelertjes rennen allemaal naar hem toe en geven hem een hand. Dat hoort zo. Het kleine mannetje loopt schoorvoetend naar het midden. Hij is niet zo’n held. Eerst even de kat uit de boom kijken en als het goed is, dan gaat hij vanzelf ook meedoen. De trainer steekt zijn hand uit om hem te begroeten. Hij zegt zijn naam. Het kleine handje van het mannetje verdwijnt in die van de trainer. De eerste kennismaking is een feit.
Op het veld staan allemaal pionnen. De trainer pakt de zak met ballen en legt de bedoeling uit. Achter elkaar gaan staan met de neus richting een doel, dat ergens in de verte staat. Met de bal naar voren en om de pionnen heen. Dat is de bedoeling. Aan het einde stoppen en omdraaien. De eerste kinderen komen in beweging.
Op een afstandje staat mamma. Hij kijkt haar aan. Zij denkt te herkennen dat hij nog niet ontdooid is. Daar staat hij dan, in zijn voetbalpakje, met de andere kinderen. Z’n eerste voetbaltraining.
Dan moet hij met de bal naar voren. Om een paar pionnen heen en dan weer stoppen. De trainer zegt dat hij mag beginnen. Hij blijft stokstijf staan. De trainer moedigt hem aan. Dan, heel voorzichtig, schuift hij naar voren. Hij raakt de bal eerst met zijn linker voet. Speelt de bal voorbij de eerste pion. Loopt er achter aan, stopt de bal en doet dat nog eens maar nu met zijn rechter voet. Zo overbrugt hij de 20 meter vooruit. Alle ogen lijken op hem gericht.
Als hij achteraan sluit ziet mamma dat hij met zijn mouw een paar tranen van zijn wang afveegt. Mamma steekt nog een duim omhoog dat het goed ging, maar hij heeft er geen aandacht voor.
Het uur verstrijkt. Na de eerste oefening volgen nog een aantal andere. Niet alleen vooruit met de bal maar ook zijwaarts en zelfs achteruit. Dat is belangrijk zegt de trainer want je moet de bal steeds kunnen verplaatsen. Je moet de baas over de bal worden.
De trainer blaast weer op zijn fluit. De training zit er op. De ballen gaan weer in de zak en iedereen kan weer gaan. Tot volgende week. De volgende groep staat al klaar.
Het kleine mannetje loopt naar mamma. “En? Was het leuk?” vraagt mamma. Hij barst in tranen uit. “Dit is helemaal geen voetbal. Dit zijn oefeningen.” roept hij teleurgesteld. “Voetbal is partijtje. Zoals met pappa, in de speeltuin.”

Gastblog van Peter Jeltema

Het is belangrijk wat jij doet.

Er zullen altijd mensen scheiden. Het samengaan van twee mensen is vaak een moeilijk gebeuren met enorme impact op minimaal twee levens. Daarom is het superhandig als er in beginsel liefde is. En dat die liefde eerlijk, oprecht en sterk is. Want hoe moeilijk het ook is, het maakt het wel gemakkelijker en geeft ook zin aan het samenzijn.
Ik had zelf drie relaties nodig om mijn grote liefde te vinden. In de eerste was ik 16 toen de relatie begon en 19 toen ik ontgoocheld achterbleef. De tweede duurde van mijn 19de tot mijn 23ste en voor mijn grote liefde verliet ik mijn toenmalige echtgenoot na een half jaar huwelijk. En al was het pijnlijk (en voor hem en zijn familie heel erg), ik vond het terecht en mijn huwelijk met mijn grote liefde duurt al bijna 36 jaar.
Op het gebied van relaties heb ik dus wel wat gezien en meegemaakt. Ons heel grote geluk is geweest dat in ons huwelijk de kinderen kwamen. En was de opvoeding probleemloos? Ik weet dat veel mensen denken dat een gelukkig huwelijk een utopie is maar ik maak het toch echt zelf al lang mee en ook bij meerdere mensen om ons heen. Kinderen probleemloos opvoeden, dat is echt een utopie. Dat bestaat niet.
Ook een gelukkig, langdurend huwelijk is niet aldoor gelukkig. Altijd gelukkig is ook nooit gelukkig, altijd mooi is ook nooit mooi, een mooie wijsheid van mijn schoonmoeder. Je moet er veel voor overhebben en als je van elkaar houdt gaat dat vaak gemakkelijk. Er mag geen sprake zijn van een weegschaal en ook een relatie die totaal uit balans is werkt niet.
De verhalen die ik hoor van mensen die gescheiden zijn, altijd met kinderen die de dupe zijn van die scheiding, verbazen me vaak op hetzelfde vlak. En dat is dat van de ex en zijn of haar familie. Het lijkt vaak alsof de ex en de ex-schoonfamilie na die scheiding alles verkeerd hebben gedaan en de mensen die ik spreek alles goed doen. In mijn ogen kan dat niet. Simpelweg vanwege actie en reactie of gewoon interactie. Ik raak daar altijd van in de war en begrijp helemaal dat het voor kinderen niet te doen is daarmee om te kunnen gaan. Zij zijn nog steeds het kind met loyaliteit naar beide ouders en beide families. Bloed van hun bloed. Dat is de realiteit van de kinderen. Loyaliteit zit in je bloed. En dan wil de ene familie je vertellen of je laten voelen dat de andere familie, die geen bloed is van hun bloed maar wel van dat van jou, niet deugt. En terwijl jij gewoon het liefst evenveel tijd bij je pappa en bij je mamma wil zijn, zijn er redenen, waar jij niets van begrijpt of aan kunt doen (je zou het doen als je het kon), waarom dat niet kan. Ik begrijp wel dat een kind dat niet kan begrijpen en er niets aan kan doen. Ik begrijp dat omdat mijn blik door niets en niemand gekleurd wordt. Want ik neem geen deel aan dat proces.
Is dat waar? Nee, dat is niet waar. In mijn familie zijn meerdere mensen met kinderen gescheiden. De pijn die ik hierboven beschrijf heb ik bij meerdere nichtjes en neefjes gevoeld. Een van onze dochters is ook gescheiden en die scheiding maakten wij van heel dichtbij mee. Zijn hun kinderen beschadigd? Natuurlijk, net als alle andere kinderen van gescheiden ouders. Ze hebben een vreselijke tijd meegemaakt toen de scheiding nog vers en rauw was. Ze hebben daaronder geleden en wij hebben met elkaar met hen meegeleden. Maar we hebben ook ons best gedaan het voor de kinderen zo gemakkelijk mogelijk te maken. Hoe? Door er te zijn voor het gehavende gezin. Door ze bij ons te hebben logeren als dat voor de ouders nodig was. Door raad te geven als daarvoor werd open gestaan en vooral door er te zijn, gewoon er te zijn als ze ons nodig hadden.
Ik ben trots op de ouders van deze kinderen en de nieuwe man in het leven van onze dochter. Ik ben blij dat we nog steeds mogen oppassen in het nieuwe huis van het samengestelde gezin. Ik ben blij met de volwassen kinderen van onze nieuwe schoonzoon die ook met onze aanwezigheid hun modus hebben gevonden. En ik wens onze ex-schoonzoon het beste in zijn nieuwe leven waarbij wij ook sinds kort weer een beetje contact hebben, onze ex-schoonzoon en ik. Het is summier, maar het is genoeg. Hij is hun pappa, ik hun oma en daar kan niets en niemand iets aan veranderen omdat wij elkaar accepteren.
Het gaat er helemaal niet om wat de andere familie doet. Het is ook niet duidelijk wat ze doen, het is alleen duidelijk hoe jij, jullie daartegen aan kijken. Het gaat om wat jij doet. Omdat je invloed hebt op jezelf en op geen ander.

Je sterkste taal.

In Nederland worden, net als in andere landen, heel veel verschillende talen gesproken. Om ons heen ken ik gezinnen waar drie of vier verschillende talen worden gesproken. Ik ken een combinatie van Japans/Engels/Spaans/Nederlands, Spaans/Engels/Roemeens/Nederlands, Filipijns/Engels/Nederlands. En sinds ik zorg- en taallessen mag geven aan ouders van jonge kinderen weet ik dat er veel mensen Arabisch spreken en daarbij hun eigen taal. Of Mandarijn en daarbij hun eigen Chinese taal. En daarbij altijd Nederlands omdat hun kinderen op een Nederlandse school zitten.
Jonge kinderen kunnen gemakkelijk meerdere talen tegelijk leren spreken. Ik stel me voor dat daarbij de ene taal gemakkelijker gaat dan de andere of dat een periode de ene taal zich sneller ontwikkelt dan de andere. Hoe dit gaat heeft alles te maken met hoeveel er met de kinderen in een taal wordt gesproken.
Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom je een kind verschillende talen aan zou leren. Een belangrijke reden is dat de meeste kinderen in meertalige gezinnen opa’s en oma’s hebben die geen Nederlands verstaan. Het is voor beide ‘partijen’ zowel voor de grootouders als voor de kinderen leuk en belangrijk om met elkaar te kunnen praten. Wanneer je niet goed met elkaar kunt communiceren kun je elkaar ook niet goed leren kennen. Daar is echt taal voor nodig.
Ik had zelf vroeger een oude oma die met het gezin van een van haar kinderen was mee verhuisd naar Nederland toen Indonesië onafhankelijk werd. De tante bij wie zij woonde bezochten wij regelmatig en omdat oma geen woord Nederlands sprak en wij geen woord Maleis konden we alleen maar naar elkaar glimlachen. Ik weet nog hoe jammer ik dat vond. Ik was er altijd op gespitst of oma mijn naam noemde want dan wilde ik onmiddellijk weten wat ze had gezegd.
In de zorg- en taallessen leer ik de ouders hoe belangrijk het is dat ze hun kind goed voorleven en hoe ze daarbij veel steun en veiligheid kunnen bieden. Om steun en veiligheid te kunnen bieden is er duidelijkheid nodig. Duidelijkheid in de vorm van een goede en duidelijke communicatie van ouder naar kind. Het is belangrijk dat je je eigen gevoel en dat van je kind, goed onder woorden kunt brengen. Onduidelijkheid kan voor een kind onveilig voelen en het kan hem enorm frustreren. Spreek daarom met je kind in de taal die je het best beheerst. De taal waarin je droomt … je sterkste taal.

De verbinding.

Je lief en jij zitten samen in de kamer, in de keuken, op het balkon, ergens … en opeens denk je: “Wat is hij stil. Er is iets,” “Wat is er?” vraag je, en hij antwoordt, “niks,” of je vraagt: “Hoe gaat het?” en hij zegt: “Goed,” En ondertussen voel je dat er iets is. Wat doe je dan?
Mogelijk denkt je dat het met jou te maken heeft. Dat kan dan zo zijn… en misschien ook niet. Waarschijnlijk heb jij ook wel eens iets dat je bezighoudt, zonder dat je dat direct met je liefste wilt delen. Dat kan er bij hem aan de hand zijn. En ondertussen voelt het voor jou toch niet goed.
Kun je daar rustig onder blijven? Probeer in ieder geval je geen muizenissen in je hoofd te halen. Ik deed dat vroeger en dat werkte niet positief. Sterker nog, hij werd er meestal kwaad van en dat kwam omdat hij er niets mee kon. Nu begrijp ik dat wel, maar toen wij beiden nog jonge ouders waren zat ons dat behoorlijk dwars.
Wat je kunt doen is de verbinding blijven zoeken. Als hij afwerend reageert dan laat je hem even. Wend je niet gekwetst af, ook niet als je je zo voelt. Zorg dat je zelf rustig blijft. Hij doet het niet om naar te doen, hij doet het omdat hij op dat moment niet anders kan. Misschien kun je iets te drinken pakken en hem dat geven met liefde en aandacht, ook voor jezelf. Doe verder je eigen ding en houd in de gaten of zijn stemming verandert.
Terwijl je misschien anders boos of gekwetst zou reageren zul je merken dat je eigen stemming ook verandert. Je zult compassie met hem voelen en ook met jezelf. Want je weet dan inmiddels hoe je zelf ook wel eens wat afstandelijk kunt zijn. Niet om hem maar om jezelf. Je kunt je nu een keer niet altijd goed en prettig voelen en dan is het fijn als de ander daar rekening mee houdt.
Als je echt denkt dat hij ergens mee zit of misschien zelfs een probleem heeft vraag hem daar dan rechtstreeks naar. Hij zal inmiddels voelen dat je hem wilt helpen. Hoe moeilijk het ook is, het is altijd beter te communiceren dan problemen uit de weg te gaan. Alleen door te communiceren kan er duidelijkheid komen. Door de verbinding te blijven zoeken kom je er samen uit.
Waarom jij dat zou doen? Omdat jij degene bent die het voelt. En omdat je samen een goede relatie wilt hebben. Eigenlijk maakt het niet uit wie de verbinding in een relatie bewaakt, zolang iemand het maar doet.

Over liegen en bedriegen.

Sommige dingen kun je je gewoon echt niet voorstellen. Ik zal het maar zeggen: ik ben een moraalridder. Ik spreek bij voorkeur de waarheid en dat is vooral omdat ik het gevoel heb dat het woord ‘leugenaar’ op mijn voorhoofd verschijnt wanneer ik echt zou liegen. Mijn man kon vroeger tegen mij zeggen: “Je hoeft niet roomser te zijn dan de Paus, Roos,” en dan kon ik hem wel slaan. Uugghh! Wat had ik daar een hekel aan. Maar ik begreep hem (uiteindelijk) ook wel. Zoals mijn kleindochter vaak zegt: “Dat is niet eerlijk,” dat voelde ik wanneer het bijvoorbeeld ging over dronken mensen. Ik heb daar een hekel aan. Veel mensen hebben daar een hekel aan maar vinden dat opeens niet of minder erg als het een bekende van hen betreft. Terwijl ik er dan nog steeds een hekel aan heb. In zo’n geval kon mijn man dan die door mij zo gehate zin uiten.
Dus viel ik bijna van mijn stoel toen onze, zo op eerlijkheid gestelde, Famke stralend uitriep: “Ik heb €500,= gepikt,” En wat deed ik? Sprak ik hier schande van? Gaf ik haar straf? Moest ze het terug geven? Niets van dit alles. Ik stak mijn hand op met een brede lach en zij klapte er keihard een high five op. Wauw, wat was ik trots op haar en ik stak mijn bewondering niet onder stoelen of banken.
Mijn man gaf toe dat hij van zijn buurman €10,= had gepikt en onze kleinzoon en ik zeiden (ik in ieder geval naar waarheid) dat we niets van dat alles hadden gedaan.
Het was Famke die ons, halverwege het spel, vroeg of we zouden zeggen wat we hadden gedaan. Ze stond zelf te popelen om haar ontboezeming te doen en een uurtje later kon ik me dat precies voorstellen.
We waren toen een uurtje onderweg met het spel ‘ Monopolie’. De bedriegersversie. Finn en Famke wilden het graag spelen en omdat ik niet hou van spelletjes doen zei ik eerlijk: “Nee, ik wil het niet, maar ik doe wel mee,” Ik kon me de spelregels van vroeger herinneren maar dit spel werk iets anders. Het nodigt uit om te bedriegen en wanneer je daarbij wordt betrapt moet je een straf uitvoeren. Na Famkes ontboezeming dacht ik: “Okay, zo speel je dus dit spel en als negenjarige Famke het kan dan kan ik het toch zeker ook,” Dus aasde ik op een gelegenheid. Wat helpt om geld te stelen is de regel dat niet één persoon de bank beheert maar dat deze rondgaat met de beurten maar dan tegen de klok in.
Mijn kans kwam toen de bank, terwijl hij mijn kant op kwam, kantelde waardoor het geld eruit viel. Ik herschikte het geld terwijl mijn medespelers de hotels en pionnen die niet meededen bij elkaar graaiden en in het vak terug legden. Toen ik de bank voor mij neerzette pakte ik nonchalant een €500,= biljet en legde die op de andere twee. Niemand had het gemerkt en ik moest inwendig heel erg lachen. Jeetje, eerlijke ik die dit deed en niemand had het gemerkt. Gedurende de rest van het spel popelde ik om het te vertellen. Maar ik wachtte netjes tot we stopten met spelen.
Tot onze grote verbazing bleek toen dat opa, die het hele spel financieel op een afgrond leek af te stevenen, het meeste geld had en daarna Finn, onze stille genieter. Ik eindigde als derde en onze Famke, best een beetje zuur, als laatste.
Wij hadden ieder een biljet van €500,= gepikt maar opa bleek schaamteloos een groot deel van de bank te hebben beroofd en Finn bleek niet alleen geld te hebben gestolen maar van Famke had hij een eigendomsbewijs achterover gedrukt waardoor steeds hij en niet zij voor die straat de huur ving. Bovendien had hij twee keer beweerd een dubbel cijfer te hebben gegooid waardoor hij onrechtmatig uit de gevangenis werd ontslagen. En hij had ervoor gezorgd dat Famke een beurt minder had gehad door stellig te beweren dat hij aan de beurt was.
En wij hadden daar niets van gemerkt. Zoals ik al zei: sommige dingen kun je je echt niet voorstellen.