Slaapmuziekje

Op zoek naar knuffels komen ze hem tegen in de speelgoedmand. Een zacht stoffen draakje met een touw dat uit zijn billen lijkt te komen. ‘Wat is dat oma? Waarom is er een touw?’ Ze trekken er om de beurt aan en heel zacht komt er een muziekje uit.
En opeens ben ik weer 37 jaar terug in de tijd. De kleine baby was toen drie maanden en aan zijn wiegje hing een zacht stoffen dingetje met een touwtje eraan. Als je daaraan trok klonk zacht het mooie slaapliedje ‘Rockabye baby’. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Oh, als ik ooit een baby krijg dan wil ik ook zo’n slaapmuziekje,’
Ik heb dat vast laten weten want toen het zover was zat tussen de kraam cadeaus ook een zacht-stoffen vierkant blokje met daarop de beeltenis van een Disneybaby en een touwtje eraan. Toen ik daaraan trok speelde het zacht-stoffen blokje…Vader Jacob, vader Jacob, slaapt gij nog, slaapt gij nog? Ik was even helemaal beduusd. Nooit had ik kunnen bedenken dat een slaapmuziekje iets anders kon zijn dan het lieflijke ‘Rockabye Baby’.
Misschien was het wel die schrik waarom ik nooit iemand zo’n slaapmuziekje cadeau heb gedaan terwijl ik het eigenlijk wel een heel leuk cadeautje vind. Na al die jaren ben ik zo nieuwsgierig of die slaapmuziekjes er nog zijn. Ik heb ze bij mijn kleinkinderen niet gezien of gehoord, behalve dus het draakje dat ik 11 jaar geleden zelf voor ze kocht. Dus ik ga ernaar op zoek. Ik vind er één bij de HEMA, een wit, wollig, best groot konijnenkopje met een touw en houten ring eraan. Als ik eraan trek speelt hij tot mijn genoegen ‘Rockabye Baby’.
Wanneer ik er later met mijn dochter over spreek zegt ze heel nuchter: ‘Weet je mam, ze raden tegenwoordig aan om gewoon de stofzuiger even aan te doen. De baby hoort dan dezelfde soort ruis die hij hoorde toen hij nog in de buik zat,’ Handig hè.
Slaapmuziekje of stofzuiger, het is prima als het, indien nodig, je baby in slaap helpt…maar van ‘Vader Jacob’ viel mijn baby niet in slaap. 😉

Advertenties

Pappa en mamma, sluit een verbond!

Kinderen leren van hun ouders. Dat betekent niet dat ze klakkeloos nadoen wat jij ze voordoet, of dat ze moeiteloos kunnen begrijpen wat jij ze vertelt. Dat zou wel heel eenvoudig zijn.
Daarom is het zo belangrijk dat jij ook van je kinderen leert. Als ze er pas zijn kunnen ze bijna niets. Je draagt ze dicht bij je en jij zorgt voor alles wat ze nodig hebben. Eten, drinken, een schone luier en de rust die ze nodig hebben voor hun vele slaapjes. Om dat goed te kunnen doen is het wenselijk om ze goed te leren kennen. Kijken, luisteren en goed observeren.
Wanneer ze eenmaal kunnen kruipen is het helemaal zaak ze in de gaten te houden. Kinderen hebben een enorme ontdekkingsdrang, gelukkig want daardoor leren zij de wereld waarin wij leven, met hen, goed kennen. Het is dan ook tijd om te beslissen wat je met je kostbare spulletjes wilt en de planten die bijvoorbeeld giftig voor ze kunnen zijn. Je kunt ze wegzetten, buiten het bereik van hun grijpgrage handjes. Of je kunt beslissen ze vroeg te willen leren waar ze absoluut niet aan mogen komen. Dit vergt geduld en doorzettingsvermogen en vooral consistentie. Zeg steeds hoe jij wilt dat ze iets doen, of juist laten, op dezelfde (doortastende) manier. En zorg dat er genoeg overblijft waar ze wel aan mogen komen.
Ik ben een voorstander van een box omdat je kindje daarin veilig kan verblijven wanneer jij echt iets moet doen waarbij zij beter niet aanwezig kunnen zijn. Als ze wat groter worden is het dan even tijd om ze televisie te laten kijken of iets op de IPad te doen. En je kunt het ook een keer omdraaien. Je kunt iets gaan doen waar je hen niet bij kunt gebruiken wanneer zij even op de IPad willen. Als je dat binnen de perken kunt houden is daar niets mis mee. Zij zijn rustig en jij kunt even rustig je gang gaan.
Dit is hoe het werkt als er één ouder over de kinderen gaat. Als je er samen over gaat, en dat is echt fijn voor je kind, sluit dan samen een verbond. Sta achter elkaar bij een beslissing die de ander neemt. Elk kind zal proberen te krijgen wat hij wil en dat is niet altijd goed voor kleine kinderen. En als je man, vrouw, vriend of vriendin zich afvraagt waarom je een beslissing hebt genomen is het goed om daar samen over te praten wanneer het kleintje niet in de buurt is. Daarmee geef je elkaar rust en vertrouwen…en je kleintje ook.

Wat je echt wilt, dat kun je doen.

‘Oh, ja mam, ik zie het. Hij is een beetje breder.’ In ons piepkleine huisje hebben we een nieuw daybed. Een één meter vijfentachtig lang rotan daybed met een matras van zevenentachtig centimeter breed. Hij vervangt onze zelfgemaakte zestig centimeter brede bank waarvan de twee caravan kussens die erop lagen de afgelopen tien jaar ook als logeerbed fungeerden. Naast de plank/bank pasten precies een caravankussen en het matras dat ze voor haar jongste zoontje heeft meegenomen. Naast het daybed past het net niet.
We hadden de stoel, die aan de andere wand van het huisje staat, al opzij gezet maar we misten nog net een paar centimeter. De hocker, die normaal gesproken naast de stoel staat stond inmiddels tussen het keukenblok en de eettafel geklemd. Toen bleek dat nog net de lamp niet helemaal tegen de kant geschoven stond en daar vonden we de paar centimeter die we nog nodig hadden om de matrasjes naast elkaar te leggen.
Ons huis is niet voor niks ‘een tiny house’. Op ons ook niet heel grote stuk grond hadden we wel een groter huis kunnen plaatsen maar dat was niet toegestaan. Ik vind dat achteraf niet erg. Huis en grond zijn met elkaar in verhouding en op ons zomerplekje bevindt zich onze “woonkamer” vooraan op de steiger met de kleine kreek ervoor langs. Bovendien is er nu genoeg ruimte over om er met een klein trekkertje heen en weer te rijden, een stukje heen en weer te steppen of een potje voetbal te spelen.
Een extra slaapkamer hebben we niet maar ik kan me zelf ook nog herinneren hoe heerlijk ik het vond bij mijn ouders in de woonkamer te slapen wanneer alle kamers verder bezet waren. En zeg nou zelf, wanneer je weet dat je kind zich heel geborgen voelt wanneer ze met haar kinderen bij jou in het tiny house logeert, dan zet je daar toch letterlijk alles voor aan de kant?

Het hoeft niet op een weegschaal.

Ze belt op en vraagt: ‘Mam, zijn de jongetjes er nog?’ Op mijn bevestigend antwoord stelt ze dan voor dat we samen iets gezelligs zullen doen. En dat doen we. Vanwege het slechte weer op een klim en klauterlocatie binnen. De kinderen tussen twee en elf jaar hebben een heerlijke middag samen en ze vinden uitstekend hun weg tussen de andere kinderen die er natuurlijk ook zijn op deze regendag midden in de vakantie. Wij moeders kletsen heerlijk bij. Omdat zus/jongste dochter in het westen woont is dit gewoon geen wekelijks of zelfs maandelijks gebeuren.
Een paar dagen later krijg ik een appje met het voorstel of ze, samen met haar gezin, zal komen eten. ‘Ja, leuk,’ app ik terug. Ik maak eten klaar wat een beetje bewerkelijk is maar waarvan ik zeker weet dat in ieder geval zij en haar vader zullen smullen. Ook de anderen vinden het lekker, al vindt een kleinkind dat er minstens een saus bij had gemoeten.
Van ons is zij meestal, en dan heb ik het echt over 90% van de tijd, degene die een voorstel doet. Waarom het bijna nooit van mij komt, daar heb ik echt over na gedacht en ik weet denk ik ook wel wat het is. Het grote aantal kinderen dat mijn moeder (mijn ouders) had kwam altijd bij hen. Bij de eerste verjaardag van een kleinkind kwamen mijn ouders op bezoek (na het kraambezoek na de geboorte) en verder zagen ze jou en je gezin bij hen thuis. Hoe vaak en hoelang dat was, dat was aan jou. Of je uren bleef of even je hoofd om de deur stak voor een groet was even goed. Of ze je vaak zagen of zelden was ook even goed. Dat was helemaal aan ons.
Met onze kinderen is dat net zo. Zij bepalen wanneer en hoe lang ze komen. We zien elkaar respectievelijk elke week en het gezin op afstand om de andere week. En dat is omdat we op alle kleinkinderen passen. Op de kinderen dichtbij samen en op de kinderen op afstand pas ik meestal alleen. Door aan alle kanten drukke werkzaamheden komt het er niet veel van elkaar los van het oppassen te bezoeken. En dat is prima. Want we weten allemaal van elkaar dat we altijd welkom zijn, sterker nog we zouden elkaar soms wel vaker willen zien. En dat geldt vooral voor jongste dochter en haar vader.
Voor ons is het echt heerlijk dat er iemand is die het initiatief neemt zonder dat dat ooit op een weegschaal hoeft. In mijn familie ben ik er erg op gebrand iedereen bij elkaar te houden en misschien heeft zij, in ons gezin wel die rol.
Ik ben erg gelukkig met dit gezin, met de dochters die al lang ieder hun eigen gezinnetje hebben en waar wij nu liefdevol op de achtergrond aanwezig mogen zijn. Ik ben ook erg gelukkig met hun vader met wie ik een leuk leven samen heb opgebouwd nadat onze kinderen ons ‘verlieten’. Het is fijn om een goede relatie te hebben, met elkaar en ook met onze volwassen kinderen.

Wacht niet te lang met opvoeden.

Een kind wordt niet blanco geboren. De uitzonderingen daargelaten hebben kinderen karaktertrekken van hun beide ouders. En dat is fijn want dat geeft herkenning en ook verbinding.
Na de geboorte kan het kind nog bijna niets. Hij ademt en zijn hartje tikt, en poepen en plassen kan hij vanzelf. Drinken is het eerste dat hij leert. Dat gaat nog bijna vanzelf. Vanwege de zuigreflex zal hij drinken wanneer hem de borst of de fles wordt geboden en zijn maagje vertelt hem wanneer het daar tijd voor is. Wanneer die tijd daar is zal hij huilen om dat aan te geven.
Het is handig een soort routine te hebben vanaf het begin dat de baby er is. Een gezonde baby van ten minste zes pond kan twee en een half tot drie uur wachten op de volgende voeding. Hij zal 25 tot 40 minuten doen over de fles of de borst. Daarna is er tijd voor verschonen, je baby één keer per dag in bad doen en hem aan- of omkleden en natuurlijk even knuffelen. Tot de volgende voeding mag hij dan slapen en dat zal de ene keer wat langer zijn dan de andere. Vooraf zal hij meestal even wat huilen of jengelen. Wanneer je zijn ‘slaapsignalen’ kunt lezen en hem op tijd naar zijn bedje brengt zal hij het snelst in slaap vallen. Als je hem één slaapuurtje (of anderhalf) meeneemt in de kinderwagen kom je er zelf ook elke dag even uit. Gaandeweg zal de baby overdag meer wakker zijn en ’s nachts steeds langer slapen.
Dit is het prilste begin van opvoeden. Je doet dat voor hem en ook voor jezelf. De drie R’en rust, reinheid en regelmaat zitten hierin verwerkt en dat geeft vertrouwen en veiligheid. Voor je baby en voor jou.
Kinderen zijn jonge onderzoekers. In hun kinderstoel gezeten zullen ze reiken naar waar ze bij kunnen, gooien met wat ze voor zich hebben en vanwege hun onhandigheid omgooien wat gemakkelijk kan. Niet omdat ze dat persé willen maar gewoon omdat het gebeurt. Ze kunnen dan nog niet alles begrijpen maar door herhaaldelijk ingrijpen (liefst steeds op dezelfde manier) zullen ze op enig moment weten wat wel en wat niet goed is om te doen. Gebruik daarbij niet teveel woorden en liever niet op vermanende toon. Hij weet eerst nog niet dat hij iets doet wat niet mag en hij leert dat doordat jij hem daarin corrigeert.
Praat veel met je kind op de manier zoals je graag wilt dat hij dat gaat doen. Vraag hem dingen, zodat hij leert vragen maar laat hem ook weten dat hij soms dingen gewoon moet doen. Dat doe je voor hem en dat doe je voor jou.

Het kind van de rekening.

Niemand bedenkt dat het er moet zijn. Niemand wil aan zijn kind denken als ‘het kind van de rekening’. En toch is het er, en toch zijn ze er. Aan zijn eigen kind denkt niemand op deze manier. Mogelijk zien ze het wel van een ander.
Of toch. Ik kan heel dicht bij mezelf blijven. Ik was een jonge 24 jarige toen ik moeder werd. Ik kende nog niet de regels van de wereld waarin ik terecht was gekomen, was nog niet assertief genoeg om op te komen voor mezelf. Dat heeft een rekening opgebracht die mede door mijn oudste kind wordt betaald.
Het grote gezin waarin ik opgroeide bracht een rekening op die het meest is betaald door degene ‘die het altijd had gedaan’, daar ook altijd straf voor kreeg en ging doen wat een kind dan gaat doen. Juist, dingen doen waar het weer straf voor krijgt.
Hoeveel kinderen zouden er zijn die de rekening betalen voor de scheiding van hun ouders?
Het kind dat uiteindelijk de schuld krijgt van de problemen, want hij was altijd al een lastig kind. Het kind dat in alle vakanties van hot naar her wordt gesleept omdat alle families hem ‘erbij willen hebben’. Het kind dat op geen enkele foto staat omdat de families altijd net de foto’s namen toen hij bij die andere familie was. En het kind dat één klein cadeautje kreeg met Sinterklaas terwijl zijn broertje en zusje overladen werden met cadeaus, maar zij zijn dan ook de kinderen van beide ouders. En het kind dat langzamerhand van de familie losraakte omdat afspraken met vader en stiefmoeder steeds op niets uitliepen. Nee, geef niet de stiefmoeder de schuld, de vader had dit moeten regelen en ervoor zorgen dat die regels werden nageleefd.
En het kind dat je bijna niet hoort. Het kind dat nooit klaagt. Het kind dat niet voor zichzelf op kan komen. Het kind dat dan ook nog eens twee ouders heeft die vooral met zichzelf bezig zijn. Of ze gescheiden zijn of samen zijn? Voor het kind maakt het niet uit want hoe je het ook wendt of keert … hij is toch op zichzelf aangewezen en daarmee het kind van de rekening.

Voorkomen, hoe dan?

Ik hoorde eens iemand verzuchten: ‘Had ik toen ik jong was maar geweten wat ik nu weet,’ Ik was toen een jonge twintiger, zij ruim over de 50. Ik hoorde wat werd gezegd maar ik kon het nog niet duiden. Ik was nog te jong.
Nu ben ik de 60 gepasseerd en ik begrijp wat werd gezegd. Als ik wist, toen ik jonger was, wat ik weet nu ik ouder ben dan had ik destijds anders kunnen reageren. Waarop? Op de momenten dat ik mij aangevallen voelde. Op de momenten dat ik mij ‘niet gezien’ voelde. Op de momenten dat ik agressief reageerde omdat ik niet assertief genoeg was.
Ik was een angstig en verlegen meisje. Heel beschermd opgegroeid. Er was altijd iemand om mee te spelen, altijd iemand om met mij mee te gaan, altijd iemand om voor mij op te komen. Ik was laat, met alles. Ik kon nergens over mee praten, omdat ik dat thuis niet had geleerd. Ik ontwikkelde me uiteindelijk … met schade en schande.
Het ouder worden doet daar veel goed aan, want ik weet al lang dat er niet zo op mij gelet wordt als ik vroeger dacht. Dat ik niet zo ‘bekeken’ word als ik vroeger vreesde, vroeger toen ik nog jong was. Ik weet nu wat ik kan.
Ik heb wel eens gezegd: ‘Ieder moet zijn eigen fouten maken,’ en dat klopt. Dat kan ook niet anders. Mijn dochter noemde gisteren dat je manieren van opvoeden uit verschillende generaties niet kunt vergelijken en dat klopt ook. Wij voeden allen op met de kennis die we hebben en in de tijd waarin we leven.
Wat volgens mij kan, waardoor we wat ongemak voor onze kinderen kunnen voorkomen, is leren van de opvoeding van onze ouders. We hoeven niet alles wat zij ons vertellen ‘voor lief’ te nemen. We kunnen onze eigen mening hierover vormen en van daaruit beslissen hoe wij daarmee om willen gaan. Er vooral samen over communiceren. Want als ouders zijn wij samen verantwoordelijk voor hoe het de volgende generatie zal vergaan.
We kunnen onze kinderen opvoeden tot verantwoordelijke volwassenen met compassie en respect voor elkaar en de mensen om hen heen. We kunnen ze een veilig thuis bieden en ze vertrouwen geven. Als we goed naar ze kijken en luisteren kunnen we ook een verlegen kind wat bijsturen en aanmoedigen en een wat al te luid en overmoedig kind laten weten dat ook de ander ruimte mag hebben.
Als we met onze kinderen op hun eigen niveau communiceren vanaf dat ze er zijn zal dat bijsturen gemakkelijk gaan omdat je elkaar dan begrijpt en vertrouwt. Liefdevol communiceren geeft duidelijkheid, veiligheid, vertrouwen.
Voorkomen? Nou, zo bijvoorbeeld.