Lijsje Lorresnor/ laaggeletterdheid de wereld uit helpen

Ik moet lezen. Elke dag. Voor mij is een dag niet gelezen, een dag niet geleefd. Sinds ik op mijn zesde leerde lezen heb ik dat elke dag gedaan. Ik ben een veellezer en een snellezer. Er zijn boeken die ik meer dan een keer lees, series boeken ook, en ik lees altijd meerdere boeken naast elkaar. Niet letterlijk, maar wel in dezelfde periode.

Het eerste boek dat enorm indruk op mij maakte was ‘Lijsje Lorresnor’ geschreven door mevrouw I.M. Selleger Elout. Toen ik het vanmorgen weer begon te lezen las ik op de eerste pagina (het was mij nog nooit eerder opgevallen) dat het voor tien jaar en ouder is. Toch heb ik het, in mijn herinnering, voor het eerste gelezen toen ik niet ouder was dan acht jaar. Het was een boek uit de schoolbibliotheek waaruit we boeken mochten zoeken voor het ‘stillezen’ uurtje, dat mogelijk in de eerste klassen korter was dan een uur.

Van het verhaal herinnerde ik me het jonge meisje voor wie de vader, een boerenknecht, een huisje maakte van klei. En dat de moeder een beetje een stuurse vrouw was die dat ‘kleien’ maar onzin vond. Na een oproepje in Libelle kreeg ik de naam van het boek en de auteur en mensen die het aan mij wilden verkopen. Maar ik zocht (en vond) het liever op de boekenmarkt in Deventer.

Nu ik het boek een aantal keren heb gelezen, weet ik dat het bordeaux rode (dat ik vast in mijn hoofd had) een rood fluwelen lapje was dat Lijsje vond op de vuilnisbelt. Daar zocht ze, met haar zusjes, soms naar bruikbare spullen voor het arme gezin (het verhaal speelt meer dan een eeuw geleden). Aan die vuilnisbelt ‘dankt’ ze ook haar bijnaam. Nu begrijp ik heel goed waarom juist dat boek zo’n indruk op mij maakte.

Lijsje paste niet goed in die tijd, waar in de meeste boerengezinnen alleen werken op het land en in huis, of in een winkel of een dienstje, werd gezien als ‘werk’. Zij werd uiteindelijk kunstenares maar voordat ze dat bereikte moest haar wezen steeds geweld worden aangedaan, omdat ze niet paste in de wereld waarin ze moest opgroeien. Ze had heel lieve ouders waarin ik veel van mijn ouders herkende, al pasten ze niet een op een op elkaar. En net als Lijsje heb ik moeite om mee te komen in de wereld waarin ik leef.

Lezen is voor mij zo’n enorme vreugde dat ik het heel jammer vind om te horen dat het leesvermogen van de mensen van nu achteruit holt (op televisie gehoord van Adriaan van Dis in Buitenhof). Ik begrijp ook niet zo goed dat dat kan met zo’n belangrijk vak als lezen. Het zal op school worden gegeven, dat kan niet anders, maar misschien niet op zo’n manier dat kinderen er echt plezier aan beleven. En om er plezier aan te beleven moet het eerst voldoende gedaan worden. Dat betekent minstens dat het ook thuis aanwezig moet zijn. Dat lezen hoort bij het dagelijks leven. En aansluitend, schrijven.

Ik pleit voor minimaal een uur per week stillezen in elke klas op elke niveau en geef elke leerling een schrift (las ik deze week ergens) waarin ze hun gevoelens van die dag opschrijven, op school. Laaggeletterdheid moet de wereld uit zodat er voor laaggeletterden een wereld kan opengaan.

Meer gezinnen bij elkaar houden

Stel je voor dat we het voor elkaar krijgen om een oudercursus voor aanstaande ouders net zo gewoon te maken als het werk van de verloskundige en het consultatiebureau. Als onderdeel van het zorgpakket voor ouders zit het in het basispakket en iedereen doet aan de cursus mee.

Laten we zeggen dat na verloop van tijd de impact van de ondersteuning van aanstaande ouders rond ‘de geboorte van hun gezin’ duidelijk wordt en zijn vruchten gaat afwerpen. Hoe zou dat er dan uitzien?

Ouders zouden beter voorbereid zijn op de komst van de baby waar meer dan ooit samen naar is uitgekeken. Pappa’s en mamma’s hebben samen gecommuniceerd over hun veranderende leven. Hoe de verdeling zal zijn van werk- en zorgtaken is duidelijk, want die hebben ze tijdens de cursus met elkaar en de andere ouders bedacht en besproken. Ook hebben ze gesproken en nagedacht over de tijd die ze aan hobby’s en uitgaan willen en kunnen besteden. De rust die er is rond de geboorte van de baby, is een prettig begin van deze nieuwe fase in hun leven.

Door de contacten die ze hebben met de Prille-ouder coach die hen begeleidt en de ouders met wie ze de cursus hebben doorlopen is er, naast hun netwerk van familie en vrienden, al een grotere ‘village’ ontstaan die ze kan bijstaan en die ze om hulp durven te vragen. Ze weten beter hoe te handelen met alle grote en kleine zorgen rond hun ‘kleine’. 

Er zullen scheidingen worden voorkomen. Zeker niet allemaal, maar elke scheiding die kan worden voorkomen zal schelen in kosten voor de gemeenschap en wat echt het allerbelangrijkste is: er zal meer levensgeluk zijn voor meer ouders en kinderen dan nu het geval is. Diep in zijn hart wil elk kind het allerliefst bij zijn beide ouders opgroeien en diep in hun hart willen alle ouders dat ook. Elke ouder wil zijn kind zien opgroeien en hem daar zelf, zo goed als hij kan, bij begeleiden.

En er zullen de bonussen zijn: meer rust in de maatschappij vanwege rust in meer gezinnen, want om het nog maar een keer aan te halen: de maatschappij dat zijn en blijven wij. Het geld dat aan de ‘achterkant’ wordt uitgespaard doordat minder gezinnen hulpverlening nodig hebben. Geld dat dan besteed kan worden aan andere zorg en het zo belangrijke onderwijs. En, wie weet hebben we dan minder huizen nodig. Gezinnen die bij elkaar blijven, wonen ook samen in een huis. Ik ga ervoor dat meer kinderen, net als wij en onze kinderen, bij hun beide ouders mogen opgroeien.

Herinneringen

In de auto, een rit van twee uur voor de boeg, begin ik vanzelf een beetje te mijmeren over vroeger. Ik moet opeens denken aan een mooie zomer, toen ik een jaar of tien was. Ik zie mezelf lopen, tenger meisje met zwart lang haar, geruit groen/wit rokje aan en sandaaltjes aan mijn voeten. Ik voel me heel prettig met die herinnering in mijn hoofd. Ik vond het heerlijk om kind te zijn in het grote gezin waarin ik ben opgegroeid. Er was altijd iemand om te helpen, wanneer ik hulp nodig had en altijd iemand om met mij mee te gaan, wanneer ik iets moest doen dat ik moeilijk vond. Zelfs de aanwezigheid van mijn kleine zusjes, waar ik soms op moest passen, kon mij een enorme steun in de rug zijn.

Ik hield ook van school, van de lessen die voor mij heel overzichtelijk waren. Ieder op een stoeltje aan een tafeltje luisteren naar de prachtige verhalen van de juffen en de meesters. Het ‘stillezen’ uurtje waarbij je achter uit de bibliotheekkast een boek mocht kiezen. Ik las toen voor het eerst het boek Lijsje Lorresnor dat ik zo’n veertig jaar later vond op de boekenmarkt in Deventer. Libelle lezeressen hadden mij aan naam en auteur van het boek geholpen, want het enige dat ik als achtjarige na één keer het boek lezen had onthouden was summier het verhaal van het arme meisje, dat uitgroeide tot een heuse kunstenares.

Ik koester deze herinneringen. Wanneer werd ik eigenlijk van jong naar ouder, naar de oudere die ik nu ben? Ik weet het niet en het geeft ook niet. Ik was jong, ik werd moeder, ik werd oma. Ik heb mooie herinneringen en maak nog elke dag nieuwe. Ik gun dat zo iedereen.

Weerstand

‘Appeltje, eitje,’ dacht ik toen mijn zus zei: ‘Begin een petitie, Ro’m, ik teken direct.’ Deze aanmoediging, die mij zo goed deed, was de start van het opzetten van mijn burgerinitiatief. Mijn initiatief om een oudercursus op te nemen in het zorgpakket voor ouders, het basispakket waarin ook zwangerschaps- en geboortezorg zit.

Nu, drie maanden later, weet ik dat dat appeltje en dat eitje wel heel ver te zoeken zijn. Ik huurde een talentvolle jonge dame in, die mij helpt met het bekendmaken van mijn initiatief op Social Media. En ik maakte lijsten met namen van mensen waarvan ik zeker dacht dat ze mij  en mijn initiatief gingen ondersteunen. Vol goede moed ging ik op pad. Ik vertelde uitgebreid het burgerinitiatief verhaal en het was dan heel fijn als familie, vrienden en kennissen hun gegevens, met handtekening invulden. Ondertussen werd het initiatief ook via Facebook en LinkedIn bekend gemaakt, en vulden mensen ook via dat kanaal hun steunbetuiging in. So far, so good.

Het zijn er alleen veel te weinig…het gaat veel te langzaam. Tegelijk met de aanmoediging zei iemand: ‘Als je er al zo lang mee bezig bent (meer dan 10 jaar), dan doe je iets niet goed,’ Hm, dat vond ik niet zo leuk maar ik dacht tegelijkertijd: ‘En je hebt ook gelijk,’ En mijn man zei: ‘Ro’m, als jij 40.000 mensen kende dan was het zo voor elkaar, want je overtuigt ze altijd,’ en dat is ook bijna waar. 99% van de mensen knikt en begrijpt het als ik met ze spreek over de impact van het krijgen van een baby en dat dat (te) vaak de oorzaak is van het feit dat ouders soms al uit elkaar gaan voor dat hun kindje de peuterleeftijd voorbij is. En ook als ik spreek over een logisch gevolg van zo’n scheiding, dat zo’n alleen staand kindje vaak twee nieuwe gezinnen krijgt (want nog jonge ouders) maar voor altijd zijn eigen gezin ‘kwijt’ is.

Wanneer er niet gesteund wordt is dat vaak vanwege een weerstand. Sommige mensen kunnen niet geloven dat paren gaan scheiden vanwege de impact van het krijgen van een baby. Iemand wilde niet dat ondersteuning van de relatie van de aanstaande ouders in het zorgpakket zou komen. Er zijn mensen die niet geloven dat iemand aan zo’n cursus zou willen meedoen, zij zouden dat zeker niet doen. Meerdere mensen benoemen dat ze niet willen dat zo’n cursus ‘verplicht’ zou worden (in mijn beleving moet het niet ‘verplicht’ maar ‘gewoon’ worden). Er zijn mensen die geen gegevens durven geven en dat begrijp ik ook heel goed. En…het gewoon niet zien…een zoveelste petitie.

Ik ben ontzettend blij met de mensen die mijn initiatief wel steunen en nog blijer met de mensen die het delen, zodat nog meer mensen ervan horen. En zo heb ik ook van deze ‘les’ alweer veel geleerd en heeft het mij persoonlijk heel veel gebracht.

Morgen heb ik een gesprek met een dame uit de Tweede Kamer. Zij maakt onderdeel uit van de politiek in ons land. Ik weet dat mijn initiatief ooit gerealiseerd wordt, omdat het klopt. Omdat het de ontbrekende schakel is in het zorgpakket voor ouders.  En ik weet ook dat het pas gebeurt wanneer de politiek daar klaar voor is. Ik ben benieuwd wat er uit ons gesprek komt.

Soms zou je iets willen afleren

We worden schaamteloos geboren, letterlijk…schaamteloos. Een baby weet nog niets en moet alles nog leren van de mensen om hem heen. Dat is in de meeste gevallen een positief gebeuren. Eten, drinken, poepen, plassen, slapen, boeren, alles wat de baby doet vinden we geweldig en we stimuleren hem dat steeds te doen. De baby ontwikkelt zich en daar zijn we blij mee.

Als hij groter wordt en al pratend en doend de wereld ontdekt komt er een moment dat hij dingen doet die we niet zo leuk vinden. Dan wijzen we hem terecht en dat is goed, want hij moet leren dat er ook dingen zijn die hij beter kan laten. Niet persé omdat wij het niet leuk vinden maar omdat dat voor hemzelf beter zal zijn.

En zo hoort hij op een dag: ‘Schaam je,’ of ‘je moest je schamen,’ omdat hij blijkbaar iets heeft gedaan dat niet goed is en waarvoor hij ‘zich moet schamen’. Hij weet niet precies wat het betekent maar voelt wel aan, of hoort aan de manier waarop het gezegd wordt, dat het niet goed is, niet ‘zoals het hoort’.

Gaandeweg lijkt er steeds meer te zijn waarvoor je je zou kunnen schamen. Wanneer je relatie niet lekker loopt, bijvoorbeeld. Of je je kinderen niet echt ‘in de hand hebt’. Je kunt je schamen omdat je familie zich anders gedraagt dan wat volgens een ander ‘normaal’ zou zijn. Of je kunt je schamen omdat je het lezen en schrijven niet optimaal onder de knie hebt gekregen.

Dat kan allemaal, maar…waarom zou je je daarvoor schamen? Dat je relatie niet lekker loopt wil niet zeggen dat je niet van elkaar houdt of er niet je best voor doet. Je kinderen hebben er geen last van wanneer je ze niet in de hand hebt. Jij wel, en het is niet goed voor ze, maar je hoeft je er niet voor te schamen. En wanneer je niet goed kunt lezen en/of schrijven is dat echt lastig voor je. Er gaat een (boeken)wereld voor je open wanneer het je wel lukt.

Als er een school was waar je kon ‘afleren’ zou ik dat een goed vak vinden. Om schaamte af te leren. Het is in de meeste gevallen niet nodig en de weg om hulp te vragen zou open staan. Ik denk dat ik best wel eens iets gevraagd heb dat een ander ‘schaamteloos’ zou vinden. Dat kan, want ik vraag gewoon alles. Of ik antwoord krijg is aan die ander. En of die dat wel of niet doet, is allebei goed. Dat mag hij helemaal zelf weten. Daar hoeft hij zich niet voor te schamen.

Klein ventje met zijn oma

Hij is vier en omdat hij vakantie heeft blijft zijn oma een nachtje slapen om twee dagen op hem te passen. Zijn broer is op een voetbalkamp, zijn mamma en tati zijn naar hun werk, alle tijd om met oma een gezellig dagje door te brengen.

Daags tevoren heeft hij zo’n smak tegen de tafelpunt gemaakt dat de wond, net onder zijn haargrens, bij de dokter moest worden geplakt. De blauwe schaafplekken op zijn kin, van de vorige val, zijn ternauwernood hersteld. ‘Daar moeten we dan maar een cadeautje voor kopen, jongen,’ zegt oma en mamma zegt: ‘Och mam, ik weet dat het niet allemaal op een weegschaal hoeft hoor, maar mag zijn broer misschien ook een cadeautje? Dat betaal ik dan wel voor hem,’ en oma zegt: ‘Nee, hoor, dat krijgt hij ook van mij,’ Het is nog niet zolang geleden dat zijn grote broer zo hoog uit een boom viel dat het een wonder is dat het bij de heel pijnlijke schaafplekken bleef die hij daarbij opliep.

Het jongetje is enorm in zijn hum en op weg naar de winkel zegt hij: ‘Een cadeautje is dat je dan niet weet wat het is, hè oma?’ ‘Ja,’ zegt oma, ‘dat kan, maar het kan ook zijn dat je het niet zelf hoeft te betalen,’ en daar denkt hij even over na.

In de winkel loopt hij het speelgoed schap op en neer. Hij pakt veel dingen in de hand en geeft commentaar: ‘Dit heb ik al. Wat is dit, oh dit is voor meisjes. Hoe moet dit oma?’ Hij kiest een straaljageroutfit, en dit klinkt veel duurder dan het is, voor zichzelf en zijn broer en vraagt en passant of de straaljager, die op de doos staat afgebeeld, er ook bij zit. Dat dit niet zo is, kan de pret niet drukken. Het ventje is slim, misschien was het wel het verwachtte antwoord.

Een ventje en zijn oma, dat is de hele dag genieten.

Leef je eigen leven

Toen ik jong was deed ik het heel erg; me vergelijken met andere mensen. Hoe zagen ze eruit, wat voor baan hadden ze, hoe spraken ze. Ik was een heel onzekere jongere, begreep van mode helemaal niets en werkte achter de kassa bij Albert Heijn. Het kon niet uitblijven dat ik er, met dat steeds maar weer vergelijken, altijd als de mindere uitkwam. En dat deed wat met mijn gemoed. Het voelde niet prettig.

Ik las ook veel. Boeken over meisjes met een heel gewoon leven, een leven net als ik. Ze waren over het algemeen alleen stoerder, voelden zich zekerder en durfden meer dan ik. En daar laafde ik me aan. Ik beschouwde ze als vriendinnen en voelde me door ze gesteund.

Toen ik redelijk jong trouwde en moeder werd moesten mijn man en ik de verantwoordelijkheid op ons nemen voor ons jonge gezinnetje…en dat lukte. Ik werd daar zekerder van. Niet direct en zonder slag of stoot, maar ik voelde gaandeweg dat ik tot meer in staat was, dan ik dacht.

Ik vergeleek mezelf nog steeds met anderen, maar ik kreeg er steeds minder last van. Misschien had ik het daar ook ‘te druk’ voor want ik had de zorg voor ons gezin, werkte en studeerde. Natuurlijk samen met mijn man, en hij had het, met twee banen, ook altijd razend druk.

We werden een team, mijn man, de kinderen en ik. We ontwikkelden ons samen en we konden steeds beter beslissen wat goed voor ons was. Vergeleek ik me nog steeds met anderen? Ja, en volgens mij doe ik dat nog steeds. Het doet alleen niets meer met mijn gemoed. Want we zijn allemaal verschillend en dat is okay.

Door social media is er veel veranderd in onze wereld. En als je het hebt over ‘vergelijken’ lijkt dat voor veel mensen een probleem te zijn geworden. Op Facebook en Instagram komt er zoveel moois voorbij dat je als jong mens wel sterk in je schoenen moet staan om te begrijpen, dat een groot deel daarvan maar schijn is. Bovendien is het zo aantrekkelijk dat je er veel tijd aan ‘kwijt’ kunt zijn.

Jouw leven is anders maar hoeft, in de werkelijkheid, zeker niet minder te zijn. Blijf vooral kijken, er is ook veel uit te leren. En doe het, als alles, met mate.

Leef je eigen leven en maak het mooi. Jij weet echt het best hoe dat kan.

Pleidooi voor het kind…in een samengesteld gezin

Een tijdje terug las ik iets over hoe we netjes van ons eerste gezin afstand kunnen doen. De reden die ik hierover las was dat we ‘recht hebben op geluk’. We moeten, volgens velen, vooral voor onszelf kunnen kiezen. Ik vraag me dan af: ‘En de kinderen? Waar is hun recht op geluk? Zijn de meeste kinderen van gescheiden ouders gelukkig? Of juist niet? En zo niet, waaraan hebben ze dat dan verdiend?’ 

Ik wil gescheiden ouders geen schuldgevoel aanpraten. Jullie blijven namelijk de keuze houden om het samengestelde gezin echt goed te laten werken. Daarvoor is nodig dat  jullie je samengestelde kinderschare op de eerste plaats zet. Altijd.

Bedenk bij de omgangsregelingen en het co-ouderschap wat goed is voor het kind en niet wat handig is voor jezelf. Bedenk ook dat de energie van een kind ergens ophoudt. Drie keer je verjaardag vieren, twee keer Sinterklaas en vier keer Kerst lijkt aantrekkelijk vanwege de daarvan te verwachten cadeaus maar ik denk dat geen kind daar echt tegen opgewassen is. 

De relatie tussen een ouder en zijn of haar stiefkind, is bij iedereen verschillend. Ongeacht de leeftijd van het kind zal, in eerste instantie, de (aanstaande) stiefouder sympathiek tegenover de zoon of dochter van zijn of haar nieuwe liefde staan. Het kind hoort bij de ouder en je hebt de ouder lief. Er is alle reden om het kind in je hart te sluiten. Een samengesteld gezin met aan beide kanten alleen stiefkinderen, heeft meer kans van slagen omdat er de gelijkheid is van de kinderen. Daar zijn jouw kinderen en mijn kinderen.

Wanneer een stiefouder nog geen kinderen heeft, verandert er iets op het moment dat hij of zij ook ‘nieuwbakken ouder’ wordt. Dit is niet bijzonder. Je eigen kind of een ander kind, ook als het je stiefkind is. Dat voelt anders. Dit verschil kan een verstoring geven in een (tweede) relatie. Op deze gevoelens zijn doorgaans de ouders, waarvan op dat moment één ouder twee of meer kinderen heeft, en de ander één, (te) vaak niet goed voorbereid.

De aanstaande ouder, in een samengesteld gezin, zou daarom ook, samen met zijn of haar partner baat kunnen hebben bij een oudercursus.

Maak alles bespreekbaar

Ik lees altijd graag de rubriek ‘lust en liefde’ in het Volkskrant Magazine. Ik vind het mooie, eerlijke inkijkjes in de relaties van mensen. Natuurlijk zijn ze anoniem want op een enkele bekende Nederlander na worden we niet geacht openlijk iets over ons liefdesleven los te laten. Persoonlijk ben ik er waarschijnlijk wel opener over dan de gemiddelde mens. Dat ik veel van mijn liefste hou en dat mijn liefde voor hem nog elke dag groeit heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken.

Het wordt vaak gezegd, je bent de eerste tijd van je relatie verliefd op elkaar en daarna gaat die verliefdheid over in houden van. Je kunt niet eeuwig verliefd blijven. Gelukkig maar, want ik weet dat een verliefd hartje een kwetsbaar hartje is. Dat is voor niemand eeuwig vol te houden.

Ik weet ook, en ik heb dat maar ooit één keer van een ander gelezen, dat ik wel met regelmaat weer verliefd op mijn liefste ben. En ik hoop dat dat terug blijft komen, zolang als ik leef. Ik vind het prettig en het heeft mij geholpen bij het ontwikkelen van onze relatie. Want aan een relatie moet je altijd blijven werken. Houden van is echt een werkwoord. Om een heel langdurige relatie te hebben moet deze zich ontwikkelen…en dat moet je samen doen.

Net als iedereen zijn wij in het verleden tegen relatie issues aangelopen. Die kunnen er op allerlei gebieden zijn. De kinderen bijvoorbeeld: hoe je ze wilt opvoeden, de tijd en energie die je in ze wilt steken. Of hoe je met je geld wilt omgaan: leg je het bij elkaar, of op een weegschaal. En de aandacht en intimiteit die je voor elkaar hebt: komt het overeen, of heeft één van de twee het gevoel dat hij vaak ‘in de kou’ staat.

Wat er ook schoort aan je relatie, je lost het op door erover te praten. Elk onderwerp moet bespreekbaar zijn. Als jij het kan en je liefste (nog) niet, probeer het dan op een rustig moment weer. Lust en liefde in balans en een hechte band met je kinderen, is de lijm voor een goede relatie. Probeer het maar, het werkt.

Pandemie

‘Heb jij hem al? Hoe kan dat nou, ik ben toch ouder? Welke heb je dan?’ ‘De AZ…,’ ‘Die met die gevaarlijke bijwerkingen?’ ‘Ach, ja, één op de miljoen, of zo? En je mag toch niet kiezen?’ ‘Nee, dat is zo? Maar ik ben wel blij dat ik de Pfizer krijg,’

‘Ik doe het niet hoor,’ zei ik tegen mijn man toen de vaccinaties eraan kwamen, ‘en ik snap ook niet hoe dat kan, zo snel. Het duurt toch altijd jaren voordat ze zo’n vaccin hebben ontwikkeld?’ ‘Tja,’ gaf hij terug, ‘we hebben nu een pandemie en die moeten ze zo snel mogelijk bestrijden. Ik doe het wel,’

Het werd maart en de tijd ging voorbij. Elke dag bedekte ik geschrokken mijn ogen wanneer op t.v. weer eens iemand geprikt werd. Ik was bang, echt bang voor het prikje. Ik heb pijnlijke ongelukjes gehad in mijn leven, belandde er twee keer mee in het ziekenhuis. Ik werd voor het vullen van een kies meestal, op eigen verzoek, verdoofd en toen ik eens met een gekneusde hand bij de dokter kwam, bleek ik een gescheurde lip te hebben die met drie felle prikjes verdoofd moest worden voordat het aan elkaar kon worden genaaid. Maar zo’n prik…in mijn arm…

Ik was negen toen ik de laatste vaccinatie kreeg. Ik zie mijn vader nog met zijn arm zwaaien: ‘Zo moet je doen Ro’m. Je arm bewegen, dan gaat het over,’ en ik durfde er nog niet naar te wijzen. En toen mijn oudste 11 was en haar laatste vaccinatie kreeg, ging ik mee en kreeg en passant nog twee kinderen in de arm gedrukt om mee te nemen. De meiden liepen van de zenuwen te giechelen, en toen ze aan de beurt waren duwden ze elkaar naar voren omdat niemand als eerste wou, en mijn meisje had pech…Ik duwde haar naar voor en zei: ‘Ga jij dan maar eerst,’

Misschien had ze eigenlijk wel geluk, na de schrik en de prik kreeg zij als eerste de ‘rolo-troost’ en kon ze, met een traantje op haar wang, de vriendinnetjes bijstaan. Ik zal haar eens vragen hoe zij het heeft ervaren. Bij mij hebben deze twee ervaringen die angst achtergelaten, voor een prik, in mijn arm.

Toen ik aan de beurt was, deed ik het natuurlijk wel. Omdat ik Corona heb gehad hoefde ik maar één. Dat wist ik inmiddels. Ik had echt geluk want ik werd ook nog eens geprikt door één van de aardigste dames die ik ken. ‘Laat je arm maar even hangen,’ zei ze en prik, hij zat erin. Ik voelde dat zij er iets in spoot…en ik was vrij. Ik heb mijn vaccinatiebewijs. Ik mag in deze pandemie naar een volgende fase. Ik mag weer wat meer, maar zal toch voorzichtig blijven. En ik ben vrij…bevrijd van een heel klein kindertrauma, en dat is fijn, zo fijn.