Het was een schrijfwedstrijd die mij ertoe aanzette om de eerste versie van het boek ‘Roos’ perikelen’ te maken. Op de cover destijds originele dagboekbladen met daaroverheen gelegd een roos en een dagboekslotje. Ik gaf het in eigen beheer uit onder mijn pseudoniem ‘Roos Remmers’.
Ik schreef de inleiding op 20 augustus 2001 en het nawoord op 19 februari 2002. In dat half jaar heb ik dit boek uitgewerkt en bepaald welke dagboekbladen ik toevoegde aan de bladen van het zelfhulpschrift, dat het uitgangspunt was van het boek.
De hernieuwde versie gaf ik, weer in eigen beheer maar nu onder mijn eigen naam, uit samen met deel twee met als titel ‘Sarah Roos’, omdat ik inmiddels de 50 was gepasseerd. Onze inmiddels volwassen jongste dochter was mijn schrijfcoach en de vormgeving deed onze oudste dochter.
Mensen hebben mij destijds vaak gevraagd wat mijn man ervan vond. Ik begrijp dat heel goed. De familie die in het boek beschreven staat, omdat ik lang zoveel moeite had om goed met hen om te gaan, is zijn familie. Dat ik het maakte was omdat ik dacht dat we er samen heel goed waren uitgekomen. En omdat mijn man dat ook dacht heeft mij juist gestimuleerd om het te maken, toen bleek dat ik het wilde.
Dat daar verschillend over werd gedacht bleek pas nadat het boek was uitgegeven. Ik was in al die jaren niet ‘vergeven’ terwijl ik wel ‘heb vergeven’. De familie en ik hebben het elkaar heel veel jaren moeilijk gemaakt. En natuurlijk was ik met de situatie anders omgegaan wanneer ik dat had gekund. Maar ik was daar te jong voor en achteraf, nu ik veel ouder ben en bijna 44 jaar met mijn man samen, sta ik nog evenveel achter dit boek. Omdat ik het nog steeds goed vind en met goede intentie heb geschreven.
We hebben heel moeilijke jaren gehad en ik blijf blij en dankbaar dat we het ‘gered’ hebben. Daar hebben veel mensen, begrijpelijk, aan getwijfeld. En waarschijnlijk werd de doorslag voor het maken van dit boek uiteindelijk gegeven door de uitspraak die mijn man deed toen we 19 jaar samen waren: ‘In de loop van de jaren ben ik grenzeloos van je gaan houden.’ Dat was een heel grote uitspraak voor hem, maar hij deed het en terwijl ik vanaf dag één van hem hield wist ik dat ook ik elke dag meer van hem was gaan houden.
Een collega zei, nadat ze het had gelezen: ‘Het is onbegrijpelijk dat jullie bij elkaar konden blijven. Daar was het eigenlijk veel te moeilijk voor.’ Voor mij was ‘perikelen’ daarom zo’n goed woord. Het zijn er heel wat geweest.