Een ‘gewoon’ huis op een ‘gewone’ plek

‘Waren jullie klaar met wonen in het centrum van de stad?’ Deze vraag werd ons een paar keer gesteld sinds we ons appartement ‘om de hoek van De Grote Markt’ verruilden voor een appartement in het zuiden van de stad.

We hebben twee keer 9 jaar aan de Sint Walburgstraat gewoond. Eerst in een groot appartement op nummer 10 (nu 4 studio’s) en na een afwezigheid van 14 maanden in het kleinere appartement op nummer 16. We keken uit op het mooie Anton Pieckachtige plein naast de ingang van het Martinikerkhof en toen we er in 2005 kwamen wonen hadden we negen parkeerplaatsen tot onze beschikking ‘voor de deur’. En bushaltes in de straat. Gaandeweg ‘verloren’ we het gebruik van zes van de negen parkeerplaatsen, waardoor een extra rondje rijden voor mij bij thuiskomst met de auto vaak voorkwam. De bushaltes verplaatsten naar het Zuiderdiep, de Oostersingel en de Bloemsingel. Nog steeds dicht bij huis.

Voor ons bezoek was het rijden in het centrum vaak wat spannend en het parkeren ervaarden zij wel eens als een probleem en dat begreep ik heel goed. Er werd vaak gebruik gemaakt van één van de parkeergarages of men zette de auto neer bij Kardinge en kwam met de bus naar ons toe. Vanuit elke hoek van de stad was er wel goed naar ons toe te fietsen, dat is dan weer het voordeel van een centrum.

Dus waren wij ‘klaar’ met wonen in het centrum van de stad? Nee, dat is niet de reden van onze verhuizing. Er kwam een huis voorbij waar we voor kozen en we gaan daar net zo prettig wonen als de afgelopen 19 jaar in, en heel even uit, het centrum van de stad. De indeling van ons nieuwe huis vind ik net iets beter dan van ons oude huis. Het uitzicht, dat we nu krijgen, is over een vijver met een mooie bomenrij. De uitvalswegen richting zuiden, oosten en westen van het land zijn op een paar honderd meter van ons nieuwe huis, en een mooi winkelcentrum en winkelstraat zijn weer op loopafstand.

Het was bijzonder om op zo’n mooi plekje als de Sint Walburgstraat te wonen, daar hebben we enorm van genoten en daarmee gaan we nu verder op weer een mooie plek in onze mooie stad.

Doe aangifte

Het eerste bericht kwam via sms, zogenaamd van de belasting. Ik moest onmiddellijk €168,= overmaken, anders  zou de deurwaarder de volgende dag op de stoep staan. Ik weet nog hoe naar ik me daaronder voelde. Mijn familie zei: ‘Doe weg dat ding, het is natuurlijk fake,’ en dat dacht ik eigenlijk ook.

Een paar keer kreeg ik een mail over geld dat ik geërfd zou hebben, of dat ik in bewaring kon nemen om daar vervolgens een forse beloning voor te krijgen. Ik begreep inmiddels dat ik deze mails gewoon kon verwijderen omdat het pogingen waren tot internetfraude.

Toen kreeg ik een sms met de tekst: ‘Mam, ik heb een nieuw telefoonnummer, mijn telefoon is gevallen en heel mijn beeldscherm is stuk,’ Dit vond ik direct vreemd. Er stond geen naam bij en geen van mijn kinderen zou spreken van ‘heel mijn beeldscherm…’. Dit was weer een poging tot fraude. Ik weet nog dat ik toen in eerste instantie iets heb geantwoord en daarna mijn dochter belde.

Begin deze maand werd het ernst. Ik kreeg van een incassobureau een ‘vierde herinnering’ van een bestelling die ik gedaan zou hebben bij een website voor babyspullen. En een week later nog twee ‘vierde herinneringen’, weer van die babysite en een van een fietsensite.

Ik meldde dit eerst bij een fraudehelpdesk. Zij vroegen wat meer informatie om mij goed te kunnen verwijzen. Voordat ik dit kon doen kreeg ik drie ‘laatste betaalverzoeken voordat een incassobureau zou worden ingeschakeld’ van een bekende internetwinkel waar ik nog nooit iets heb besteld. Het totaalbedrag van deze zogenaamd door mij bestelde artikelen was opgelopen tot bijna €900,=.

Ik schakelde de politie in en zij raadden mij aan in ieder geval contact op te nemen met de betreffende bedrijven en ik kreeg een afspraak om aangifte te doen.

Ik heb mails gestuurd en van het bekende internetbedrijf alle medewerking gekregen om in ieder geval dat fake account te laten verwijderen. Ook het incassobureau heeft gereageerd, alleen vragen zij naar pakketten die ik nooit heb besteld, noch ontvangen. Maar een antwoord is mij nog toegezegd.

Echte schade heb ik nog niet geleden. Wel is bij mij onrust opgewekt waar ik niet op zit te wachten. Ik weet dat ik niet de enige ben en ik weet dat anderen wel daadwerkelijk financiële schade hebben geleden. Ik heb niet de illusie dat we dit nog kunnen laten stoppen maar ik hoop dat iedere aangifte ertoe zal bijdragen dat minder mensen erdoor worden getroffen. Dus doe aangifte als het je overkomt. Help anderen en misschien toch ook jezelf.

De vier (tegenstrijdige) krachten van de liefde

‘Uitzonderlijke liefde is mogelijk,’ zegt Randy Hurlburt uit San Diego, Californië. In ‘The world book of Love’ beschrijft hij de vier krachten van de liefde die aan een uitzonderlijke liefde kunnen bijdragen.

‘Romantische aantrekkingskracht is geweldig, maar wordt verkeerd begrepen’. Hurlburt stelt dat verliefdheid en seks zich voordoen als ware aantrekkingskracht, maar dat ze na verloop van tijd kunnen wegebben. Ware aantrekkingskracht is volgens hem de permanent magnetische kracht die mensen naar elkaar toetrekt. Wat daarbij tot problemen kan leiden is dat gewoonlijk de ene partner de relatie meer wil dan de andere.

Al voordat ik dit las wist ik hoe dat is, omdat ik het heb ervaren. In het begin van onze relatie was ik het die vooral die enorme aantrekkingskracht voelde. Ik begrijp, en heb altijd begrepen, dat het heel onwaarschijnlijk is dat je precies hetzelfde gevoel kunt hebben in een relatie.

‘Emotionele volwassenheid, het vermogen om een goede relatie te onderhouden, is net zo belangrijk, maar wordt vaak over het hoofd gezien’. Volwassenheid kan groeien, maar dat kan wel tientallen jaren duren. 

Aan het begin van onze relatie waren we nog niet emotioneel volwassen. Ik ben blij dat wij samen in die volwassenheid zijn gegroeid en daar hebben we zeker tientallen jaren voor nodig gehad. Hurlburt geeft als laatste opmerking dat ‘als je een volwassen partner uitzoekt, je dat een hoop pijn kan besparen’. Maar waar kun je een emotioneel volwassen partner dan aan herkennen?

‘Het verlangen naar verbondenheid is een sterke drijfveer in liefdesrelaties’. Ik denk dat dit gewoon klopt…voor iedereen.

‘Het verlangen naar verbondenheid is strijdig met het verlangen naar vrijheid’. Hurlburt zegt hierover: ‘Dit conflict speelt zich vaak onbewust af en steekt zijn lelijke kop op als partners enkele jaren bij elkaar zijn, nadat ze zijn gaan samenwonen of vlak nadat ze zijn getrouwd.’ Ik wil hieraan toevoegen, wat volgens mij het sterkst kan zijn van alles, na de geboorte van een eerste kind.

Wij deden alles in razende vaart, trouwen, samenwonen en ons eerste kind krijgen. Het was dus niet zo gek dat ook bij ons dit conflict zich bij tijden voordeed. Het heeft  jaren geduurd voordat we ‘op een niet-bedreigende manier onze gevoelens konden uiten en op een niet-defensieve manier naar elkaar konden luisteren’. We hadden elkaar in die jaren kunnen verliezen maar ontwikkelden misschien wel de permanent magnetische kracht.

Ik heb het gevoel dat we uiteindelijk die uitzonderlijke liefde hebben gekregen.

Een nieuwe liefde…of een tweede…of een derde

Het is niet leuk om verlaten te worden en het is ook niet leuk om te verlaten. Het is mij een keer overkomen, en ik heb het een keer gedaan. Beide keren ruim voor mijn 24ste en gelukkig beide keren voordat ik, met mijn grote liefde, ons eerste kind kreeg.

De mensen die ik ken, of heb gekend, die voor een nieuwe liefde hun gezin verlieten en daarna met weer een nieuwe liefde begonnen, hebben wel kinderen. Elk van die situaties was verschillend.

Ik had ooit een kennis die met zijn vrouw samen twee meisjes kreeg, terwijl zij al een zoontje had van twee jaar. Toen hij na jaren verliefd werd op een andere vrouw had ik een indringend gesprek met hem over hun zoon die voor de tweede keer zijn vader zou verliezen en hoe erg dat voor hem zou zijn. Maar hij wilde er niets van horen en ging voor zijn nieuwe liefde. Toen die na een tijdje uit ging en hij weer naar zijn vrouw terug wilde durfde zij dat niet aan, en dat begreep ik wel.

Zo moeilijk en dramatisch ging het gelukkig niet bij de meeste andere stellen waar ik van hoorde, en ik hoop nog steeds dat het voor hen, en hun kinderen, goed kwam en ze wel weer samen kwamen.

Ik ken ook genoeg voorbeelden van mensen van wie de relatie maar niet wilde lukken omdat het tussen de nieuwe liefde en de kinderen niet klikte. Vaak speelt daarbij loyaliteit naar de verlaten ouder een rol en soms komt het goed wanneer de kinderen ouder worden of wanneer de verlaten ouder ook een mooie, nieuwe liefde krijgt.

Ik denk dat voor veel mensen het ‘gemakkelijker wordt’ wanneer de relatie die het gezin uit elkaar haalde geen stand houdt en er een nieuwe relatie komt. En dat geldt ook vaak voor de kinderen. Er kan dan een gevoel komen van: het lag dus niet aan mij en de kinderen zullen naar die tweede nieuwe liefde minder in loyaliteitsconflict komen doordat die persoon niet het gezin heeft opgebroken. 

Ik gun iedereen de liefde van zijn leven en ik weet dat het niet voor iedereen is weg gelegd. Het is wel goed om erbij stil te staan dat het de kinderen altijd overkomt en dat het belangrijk is hoe jij en je nieuwe liefde daarmee omgaan. Geef ze tijd om te wennen en bedenk dat zij hun ouders ook het liefst gelukkig zien.

Wanneer jij alles bent wat hij niet is…en andersom

Ze zeggen wel eens ‘soort zoekt soort’. Dat lijkt me best handig. Jij, rustige man zoekt een rustige vrouw en je hebt een heerlijk, rustig leven. Jullie rustige kindje slaapt al vanaf  een paar nachten na zijn geboorte door en drinken doet hij rustig, maar gestaag, tot zijn buikje rond en vol is. Het leven is heerlijk overzichtelijk.

En je hebt, waarvan ik de Engelse uitdrukking ken ‘opposites attract’. Dat is handig aan die ene kant, die waar je elkaar aanvult of de andere kant van gebeurtenissen kunt laten zien. En de uitdrukking zegt het al, je hebt elkaar niet gezocht, maar werd door elkaar aangetrokken.

Jij, rustige man, wordt dan aangetrokken door een vrouw die in zijn geheel niet rustig is…of andersom…of anders. En dat is niet het enige waarin jullie verschillen. Terwijl jij, onrustige vrouw, je voor de wereld kan afsluiten wanneer je leest, schrijft, studeert of wat dan ook wordt hij getriggerd door elk geluid dat ongewenst tot hem doordringt, zelfs als hij regelmatig datzelfde geluid maakt.

Jij bent mentaal hoogst gevoelig en hij voelt elk ongemak in en aan zijn lichaam en waar hij rustig in bed ligt te slapen, bijna geluidloos, lig jij menig nacht te woelen en snurkt soms, zoals ze wel eens zeggen, als een grote (man).

Voor jou betekent het altijd ‘rennen’ wanneer hij naast je loopt, omdat jouw benen zoveel korter zijn dan die van hem en waar hij uit elk kastje kan pakken wat hij wil, staat er voor jou een krukje om überhaupt ergens bij te kunnen.

Wij hebben elkaar niet gezocht maar zijn, sinds we tot elkaar werden aangetrokken, niet meer uit elkaar geweest. Wij kennen rustige en onrustige tijden en kunnen samen het onrustige leven aan van wonen in meerdere (kleine) huizen. Zijn werk op twee plekken in het land maakte dat noodzakelijk en het werk zoals ik dat nog doe maakt dat mogelijk.

Zo verschillend als we zijn leven we al meer dan 40 jaar samen en misschien is het juist de communicatie die we moesten ontwikkelen om elkaar te leren kennen en begrijpen (en dat is echt nodig wanneer hij alles is dat jij niet bent en andersom) die het nu mogelijk maakt, dat we elke week minstens twee uur samen in de auto doorbrengen en toch nooit uitgepraat raken. En zo is die andere kant, die van het onbegrip omdat je zo verschillend bent, ook heel goed…voor de communicatie.

Stelen omdat het kan

Ik was 11 jaar toen ik, onder druk van een schoolvriendinnetje, een Mars (die toen nog los in het schap lagen) in mijn schooltas liet glijden en daarmee, onbetaald, de winkel verliet. Ik weet nog dat de winkeljuffrouw mij zo wantrouwend aankeek dat ik waarschijnlijk ook op heterdaad betrapt had kunnen worden.

Na invoering van de zelfscankassa’s blijken veel mensen het met de eerlijkheid niet meer zo nauw te nemen, dat lees ik althans in Volkskrant Magazine van 16 maart 2024. De gelegenheid blijkt de dief te maken en de verschillende winkeldieven blijken ieder hun eigen motief te hebben voor dit ‘nieuwe stelen’.

Liz (niet haar echte naam uiteraard) zegt zo vaak als mogelijk is een tros bananen te stelen, omdat ze zo lekker zijn. En het liefst natuurlijk biologische. Marga scant met regelmaat vlees, kaas, noten, batterijen niet bij de zelfscankassa. Sinds haar man haar verliet probeert ze zo veel mogelijk te besparen omdat ‘alles zo fucking duur is’. Kasper steelt zoveel mogelijk en rekent het liefst alleen een stuk groente of fruit af. Kasper kan zijn boodschappen wel betalen, hij heeft een fulltime baan, maar hij wil het niet. Hij steelt uit principe en alleen bij Albert Heijn omdat hij dat ‘een kutbedrijf vindt die hun eigen personeel een poot uitdraait en hun consumenten een oor aannaait met belachelijke prijsverhogingen’.

Marga heeft door bij Ahold Delhaize, die winsten maken ten koste van normale mensen, te stelen een beetje het gevoel dat ze haar man terugpakt die er met al het geld vandoor ging. Een redenering die, wat mij betreft, kant noch wal raakt.

Jasmijn vindt het vooral opwindend, oogcontact maken met de beveiliger en vriendelijk lachen, en als ze betrapt wordt de vermoorde onschuld spelen. 

Deze winkeldieven zijn zich ervan bewust dat ze deze diefstallen kunnen plegen omdat ze doorgaans ‘wit en hoogopgeleid’ zijn en daardoor, wanneer ze betrapt worden, met een smoesje als ‘ik heb op het verkeerde knopje gedrukt’ of ‘ik heb vergeten dit artikel te scannen’ weg komen.  Zo lees ik in het artikel.

Waar ze zich niet van bewust zijn is dat ‘slachtofferloze diefstal’ niet bestaat. Jasmijn denkt dat ze niet steelt van de medewerkers en Kasper spreekt over belachelijke prijsverhogingen. Ze realiseren zich niet dat de medewerkers minder winstuitkering krijgen mede door hun diefstal, en dat ook mede daardoor de prijsverhogingen moeten worden doorgevoerd.

Ik ben het met één ding eens dat in het artikel wordt aangehaald door criminoloog Marc Schuilenburg: waarom niet gewoon de zelfscankassa’s weer afschaffen zodat niet nog doordringender technologie hoeft te worden gemaakt om diefstal tegen te gaan.

En dan hoop ik dat waarheid wordt wat Freek zegt: ‘Wanneer de kassaband weer terug komt, zal ik stoppen met stelen,’ en ik hoop dat dat ook geldt, voor de anderen.

Connie Palmen en waar zij raakt…aan mij

Van Connie Palmen heb ik alleen het boek I.M. gelezen, het boek over haar leven, haar relatie, met Ischa Meijer. Nu er een toneelstuk is van haar in 1991 verschenen ‘De Wetten’ en er bovendien een biografie is uitgebracht over Ischa Meijer wijdt Volkskrant Magazine een uitgebreid interview aan haar.

Ik voelde me nooit zo verbonden met de schrijfster, maar tijdens het lezen van het interview blijk ik toch overeenkomsten met haar te hebben, misschien wel het meest op het gebied van de liefde.

Het grote, voor haar verdrietige verschil in de liefde, is dat de relatie met ‘haar grote liefde’ maar vier jaar mocht duren. Na die vier jaar overleed Ischa Meijer, precies op zijn verjaardag. Zij benadrukt in het interview dat ze nooit heeft beweerd dat zij zijn, maar wel dat hij haar grote liefde was. Ik heb dat, over ons, ook vaak gedacht en misschien wel gezegd. Mijn man en ik zijn al 42 jaar samen, aanvankelijk met veel horten en stoten maar hoe ouder we worden met steeds meer geluk. En al vanaf het begin wist ik dat hij mijn grote liefde was.

Verderop in het stuk zegt ze: ‘…als je niet van iemand afhankelijk bent, is er geen liefde,’ en het klopt ook bij mij dat ‘het een gevoel is dat voor verlatingsangst zorgt’. Ik denk dat liefde vele gezichten en evenzovele intensiteiten kent, maar het treft mij diep dat, wat ik nooit zo had kunnen verwoorden wel zo door mij, al die jaren al, zo is gevoeld. En dat heeft met financiële af- of onafhankelijkheid, niets te maken.

Wat ik ook nog nooit van een ander heb gelezen maar wel voor mij geldt is dat mevrouw Palmen zegt: ‘Ik kan dagenlang binnenblijven als ik wil.’ Mijn moeder is de enige persoon, die ik heb gekend, die altijd thuis was. De enige keren per jaar dat ze uit huis was, moest ze bij de dokter of in het ziekenhuis een controle ondergaan voor haar astma. Het echt grappige vond ik dat dan de kinderen en kleinkinderen elkaar zo mogelijk waarschuwden dat ‘mammie/oma dan en dan niet thuis was’. Ikzelf had het gevoel voor niets te zijn gekomen wanneer ik mijn moeder niet thuis trof. Ik ben ook het allerliefste thuis en ga, alleen op aandringen van mijn man, bijna elke dag even naar buiten, omdat dat gezonder voor mij is.

Ik kan me zelfs vinden in wat ze zegt over het schrijven: ‘Een van je grootste impulsen is te verraden wat je hebt gezien, dat wat anderen verzwijgen,’ en ik geloof niet dat dat ooit uit kwade opzet is maar juist om de ander bewust te maken van waar hij nooit bij heeft stil gestaan.

Zij hield zielsveel van Ischa Meijer en ik ben blij dat ze, na zijn vroege dood, nog een mooie relatie heeft gehad, en tot aan zijn dood getrouwd is geweest, met Hans van Mierlo.

Minder scheidingen, minder huizen nodig

In Tijdsgeest van 9 maart jl. lees ik een artikel over ‘huizen nodig voor nieuwe singles’. Op de poster die ik in 2020 maakte over scheidingen, de gevolgen daarvan en hoe die mogelijk te voorkomen, schreef ik al over de ‘huizen die minder nodig zullen zijn’ wanneer veel scheidingen kunnen worden voorkomen.

In het eerste interview vertelt een meneer die ‘tien jaar geleden voor de liefde is weggegaan uit Groningen’ dat hij graag zijn jongste kinderen een stabiel thuis wil bieden. Het ontbreken van eigen woonruimte belemmert die wens.

Een aantal jaren geleden, toen ik werkte met ouders van jonge kinderen, hoorde ik een verhaal van een dame die in het noorden woont en elk weekend haar kind naar Utrecht rijdt. Hij brengt daar de weekenden met zijn vader en zijn vaders nieuwe gezin door. Door de week woont hij bij zijn moeder en haar nieuwe gezin. Vader en moeder zijn niet ‘on speaking terms’, een situatie die het voor de heen en weer reizende jongen ook niet stabiel maakt.

Het artikel opent met: Vrijwel niemand die gaat samenwonen denkt eraan dat de relatie ook op de klippen kan lopen. Gelukkig maar, anders zouden veel minder mensen er mogelijk aan durven te beginnen.

Ondertussen vraag ik me af hoe mensen denken die een nieuwe relatie beginnen in een heel ander deel van het land dan waar ze tot dan toe woonden. Jonge kinderen worden in veel gevallen meegenomen naar die heel andere plek, ofwel ze worden elke week (of in een andere frequentie) naar die heel andere plek gebracht, of de relatie met de ouder waar ze dan niet meer dichtbij wonen wordt verbroken. En dat geeft kinderen ook geen stabiel thuis.

Bij minder scheidingen zijn minder huizen nodig en bij minder scheidingen zullen er meer stabiele thuissituaties zijn voor meer kinderen. Natuurlijk is een huis daarbij heel belangrijk maar de relatie van de ouders, ook wanneer ze niet meer bij elkaar wonen, is misschien nog wel belangrijker.

De meneer die Groningen verruilde voor het westen lukt het maar niet om het huis, dat ze samen deelden, te verkopen en met zijn ex tot een ouderschapsregeling te komen. Dat is volgens mij de reden dat niet alleen zijn kinderen, maar ook hijzelf ‘uiteindelijk de dupe van dit alles’ is geworden.

Een goed huwelijk kun je leren, als er liefde is

Op LinkedIn zie ik een televisie fragment van het programma Op1. In dit fragment zie ik de 92 jarige meneer Philips, een telg uit het geslacht van de Philips familie, van de gloeilampen. Deze oude meneer is op zijn 86ste relatie therapeut geworden omdat hij een overtuiging heeft. Een overtuiging die ik met hem deel. Veel huwelijken die stranden hadden gered kunnen worden. Hij zegt: ‘ Juist door bij elkaar te blijven kun je je als mens volkomen ontplooien,’ En even verder zegt hij: ‘ En als er iemand was geweest die ons had kunnen helpen om te realiseren dat we juist door bij elkaar te blijven die pijnpunten uit onze jeugd zouden kunnen oplossen dan waren we waarschijnlijk wel bij elkaar gebleven,’ Het deed hem nog zichtbaar verdriet.

Ik onderschrijf dit allemaal omdat wij, in tegenstelling tot meneer Philips en zijn toenmalige vrouw, wel bij elkaar zijn gebleven. Dat was niet gemakkelijk, maar geen enkele relatie is gemakkelijk en de moeilijkste van alle relaties is die met een geliefde en helemaal als er kinderen bij betrokken zijn. 

Een goed huwelijk kun je leren, daar ben ik van overtuigd, maar dat kost veel tijd en veel inspanning en dat is zo logisch, omdat een goede relatie enorm veel omvat. Om elkaar goed te leren kennen moet je veel met elkaar communiceren. En wanneer je samen kinderen wilt opvoeden nog meer. Dat kun je leren, wanneer je het wilt.

Een goede band met je kinderen en een fijn intiem leven zijn lijm voor je huwelijk. Goede seks is ook een kwestie van leren. Dat leer je door het te doen. Het mooie is dat je daar alleen samen over gaat. En het belangrijke is dat je daar duidelijk over bent. Hoe beter je elkaar kent, hoe gemakkelijker en prettiger dat is. 

En het allerbelangrijkste…dat er liefde is. 

Evrouwcipatie

Ik lees graag de bladen Volkskrant Magazine en Tijdgeest. In deze bladen vind ik de zeer interessante artikelen waar ik naar op zoek ben. In Tijdgeest van 9 maart lees ik een artikel met de kop ‘Feminisme in zakformaat’.

‘Het streven naar gelijke (machts)verhoudingen tussen mannen en vrouwen, op zowel economisch, politiek als sociaal vlak. Dit streven wordt ook wel de emancipatie van de vrouw genoemd’ lees ik over feminisme en emancipatie waarbij wordt aangehaald dat ‘elke feminist er een eigen invulling aan lijkt te geven.’

Ik heb daar mijn eigen idee over en dat zal ik dan maar ‘evrouwcipatie’ noemen.

Voor een gezin zijn vader en moeder even belangrijk. Helaas kan een man nog steeds niet zwanger worden, maar wat wel kan is dat hij volledig wordt betrokken bij de zwangerschap. Hier is een goede ouderschapscursus voor nodig waarin vader en moeder (of vader, vader en draagmoeder of moeder en moeder), samen goed worden voorbereid op het ouderschap. Het is de missing link in onze samenleving dat deze cursus er nog niet voor iedereen is. Het is ook een missing link (van de aanstaande ouders) dat deze cursus er soms wel is maar dat er geen gebruik van wordt gemaakt.

Een heel belangrijk onderdeel in zo’n oudercursus is hoe de taken tussen de ouders verdeeld gaan worden en waarom. Huishoudelijke taken en zorgtaken zijn even belangrijk als de werktaken die mensen hebben en waar ze voor betaald krijgen. Toen wij besloten dat ik thuis de taken zou verzorgen en daarbij 80% van mijn baan opzei besloten we ook dat het salaris, dat mijn man verdiende, evengoed voor mij was als voor hem. Ik kan me ook voorstellen dat een vader voornamelijk de huishoudelijke- en zorgtaken voor zijn rekening neemt en dat zijn partner buitenshuis blijft werken.

Een andere verdeling kan zijn, dat beide ouders parttime gaan werken. Dat vraagt ook een aanpassing op de werksituatie. Elk  beroep zou in feite parttime kunnen worden uitgevoerd. Ook leidinggevende- of zelfs directiefuncties. Dat vraagt veel communicatieve vaardigheden (die moet je als leidinggevende toch altijd hebben) en je hebt dan ook een extra paar ogen en een extra mond om bijvoorbeeld grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer te voorkomen.

Ik zie alleen maar voordelen in evrouwcipatie en misschien kunnen we daar een basisinkomen aan koppelen zodat iedereen begrijpt dat huishoudelijke- en zorgtaken het ook verdienen om voor betaald te worden. Dat zullen we terugverdienen uit de kosten die worden bespaard in de fors verminderde aantal scheidingen en de daarmee gepaard gaande sterke afname van  jeugdhulpverlening.