De kledingindustrie blijft ons bezighouden

Onlangs las ik een column met de titel ‘Gratis kleding klinkt nobel’. Het woordje ‘klinkt’ doet mij vermoeden dat de schrijfster Anna Roos van Wijngaarden daar niet zo over denkt en, na lezing van het artikel, blijkt dit in mijn beleving deels waar.

Anna Roos schrijft over de winkelketen ‘Free Fashion’ waar alle kleding gratis wordt weg gegeven. Dat dit concept positief wordt ontvangen begrijpt ze, en ook het statement dat de winkel hiermee wil maken: we hebben genoeg kleding, stop met de productie hiervan.

 Ze was gecharmeerd van de ideeën van Free Fashion totdat een ‘wijze’ collega zich afvroeg ‘hoe je mensen dan nog leert dat ze wél voor kleding moeten betalen’. Bovendien vindt deze collega dat ‘mooiere, duurzame stukken hard nodig zijn in een circulair kledingsysteem’.

Ik ben het daar helemaal mee eens alleen…deze mooie, duurzame stukken kon ik in mijn leven lange tijd niet betalen. Ik had het er letterlijk niet voor OVER. Ons geld ging op aan huisvesting en de vele rekeningen die iedereen moet betalen, aan school en de studie van onszelf en de kinderen. Kleding was voor ons lange tijd een sluitstuk en dan gingen de kinderen bij ons voor.

Dat we op Vinted en in tweedehandswinkels ‘onze troep rouleren met duurzame bedoelingen’, daarmee ben ik het met de schrijfster oneens. Ik koop graag tweedehands, terwijl ik nu veel meer dan vroeger aan mijn kleding kan besteden, maar ik WIL het niet. Ik vind ook dat er al genoeg kleding is. Dat betekent niet dat ik nooit een nieuw kledingstuk koop, lingerie zal ik nooit tweedehands kopen en schoenen in een heel enkel geval. Maar er is genoeg goede, tweedehands kleding te vinden. En ik hoop, met Free Fashion mee, dat uiteindelijk de modemerken zullen stoppen met die overproductie.

Wat mij betreft is het niet of/of, maar en/en. Er zijn rijke mensen, minder rijke mensen en niet rijke mensen. En ieder kan nu terecht bij de soort winkel waar hij/zij/hen hun kleding wil kopen of gratis halen. Ik vind het mooi dat die keuze er nu is.

Bureau voor aanstaande ouders

Je bent een niet meer zo jonge vrouw, of man, en je had al op veel jongere leeftijd vader of moeder willen worden. Maar met de relaties, die je wel door de jaren heen hebt gehad, is het niet gekomen tot het stichten van een gezin.

Je hebt je kinderwens nooit verloren maar je komt op een leeftijd dat het steeds minder voorstelbaar is dat je nog een relatie met iemand zult opbouwen met wie je dat door jou zo gewenste gezin kunt vormen. Het kan een enorm gemis zijn en terwijl je ouder wordt, en misschien wel alleen blijft, een gemis blijven. Als vrouw kun je, met hulp van een donor, ervoor kiezen alleenstaande moeder te worden en je kind(eren) alleen op de voeden…als man kun je dat niet.

Stel je voor dat er dan een bureau is dat je helpt om een potentieel vader, of moeder voor jouw kind te vinden. Iemand die net als jij een echte kinderwens heeft en met wie je een dusdanige vriendschappelijke relatie kunt opbouwen dat je samen voor je kind(eren) kunt zorgen. Iemand die jou respecteert en die jij respecteert als de co- ouder van jullie kind. Tijdens de zwangerschap doe je samen een ouderschapscursus en maak je samen een ouderschapsplan, om goed voorbereid te zijn op de geboorte van jullie gezin. En ook daarna blijft het bureau je ondersteunen.

Je hebt geen liefdesrelatie samen en je kind groeit in twee huizen op, zoals veel andere kinderen. Al hebben zij vaak ouders die ooit van elkaar zijn gescheiden. Jullie delen wel de liefde voor je kind en hebben daarom regelmatig contact met elkaar om te bespreken hoe het met het gezin gaat.

Stel je voor dat zo’n bureau er was en je kon helpen het gezin te krijgen dat je al jong voor ogen had. Het is een andere vorm dan je had gedacht maar je weet dat je beiden betrokken ouders zult zijn, omdat wat bij jullie voorop staat altijd het zo gewenste kind, of misschien wel kinderen, zal zijn.  

En het kind zal betrokken, liefdevolle ouders hebben en weten dat het uit liefde is geboren.

Verstand komt met de jaren

Vroeger…lustte ik geen groenten. En dat hoefde ik ook niet te eten. De Indische gerechten die mijn moeder maakte vond ik soms ingewikkeld met taugé en tempeh en namen als ketoprah en gado gado. Er zaten meestal groenten bij die ik niet lustte. Gelukkig was er altijd rijst met ketjap en flikkadel of een kippenpootje, waar ik gek op was. 

Thuis aten we vroeger witbrood. Er was zoet en hartig broodbeleg en ik koos het zoete. Chocopasta, hagelslag (liefst met suiker erover, heerlijk), en pindakaas (met suiker). Yoghurt met suiker en als ik een keer een sinaasappel at deed ik daar een paar scheppen suiker over. Er was genoeg gezond eten maar ik koos vooral dat, wat mijn kindermondje lekker vond.

Als tiener had ik een sinaasappelhuid, cellulitis. Ik had het vooral op mijn bovenbenen. Ik vond het lelijk maar wist niet zo goed hoe ik ervan af kon komen. Ik wist wel dat het met voeding te maken had, maar ook toen ik al ‘op mezelf’ woonde at ik nog niet gezond. De eerste vijf jaar misschien nog wel minder gezond.

Gelukkig leerde ik toen mijn man kennen en met hem het ‘Hollandse eten’, aardappels, groenten en vlees. Van witbrood stapte ik over op bruin brood en al snel daarna op volkorenbrood omdat ik had gelezen dat dat echt gezond is. Net als andere volkoren producten. Gaandeweg verdween toen de cellulitis vanzelf.

Onze boodschappen doe ik (net als vroeger thuis) bij, wat ik nog steeds vind, de beste grootgrutter van ons land. Toen wij ons jonge huishouden begonnen was dat niet echt handig. Er was een veel goedkopere supermarkt maar die had destijds nog niet veel merkartikelen en die waren wij allebei gewend. Ook het huismerk van ‘onze’ winkel was goed. Ik vind dat wij daarmee een goede keuze deden. Liever minder kopen van wat wij kwalitatief goed vinden, dan goedkope artikelen die we niet goed of niet lekker vinden. De laatste decennia kopen we ook regelmatig biologische artikelen.

De laatste jaren kopen we ‘overall’ minder. Onze kleding kopen we het liefst tweedehands via Vinted en nog liever in tweedehandswinkels, die er tegenwoordig genoeg zijn. Verder willen we niet veel. We doen lang met onze huisraad en al onze apparaten gaan mee tot ze ‘af’ zijn. Dat zijn ze sneller dan vroeger, maar we hoeven niet het nieuwste dat er is.

Wat we zeker niet hoeven is al het overbodige spul dat door websites voor een habbekrats wordt aangeboden. Daarbij denk ik vaak: ‘Wie heeft hiervoor betaald?’

Waarom een schrijver, deze schrijver, schrijft

Je zou zeggen dat een schrijver schrijft om te worden gelezen…en dat is ook zo. Ik vind het ook leuk om te weten dat ik word gelezen. De afgelopen maanden is er iemand die regelmatig tussen de 15 en 20 blogs leest per bezoek aan mijn website. Al weet ik niet wie het is, ik vind het wel heel leuk. Voor mij betekent dat, dat de blogs goed en prettig leesbaar zijn. Anders kun je er niet zoveel achter elkaar lezen.

Ik plaats sinds 2018 elke week een blog op mijn website www.liefdevolcommuniceren.com en ik plaats ze ook op Facebook en LinkedIn. Dat laatste doe ik sinds een jonge vrouw, met wie ik ooit een opleiding deed, zei: ‘Je moet ze daar ook plaatsen, het is je werk,’ en ik dacht: ‘Al brengt het geen geld op, het is wel werk,’ dus ze heeft daar wel gelijk in.

Wordt ik veel gelezen? Dat weet ik niet, wat is veel. Krijg ik veel reacties? Nee, dat niet. Gemiddeld denk ik tussen de zeven en tien per blog. Ik heb ontdekt dat ik meer reacties krijg op Facebook wanneer ik over mezelf of ons gezin schrijf en meer op LinkedIn wanneer het een maatschappelijk onderwerp betreft.

Op één blog kreeg ik zowel op LinkedIn als op Facebook meer dan 50 reacties en op LinkedIn had dit blog meer dan 5500 weergaven. Het verschil met de andere blogs was dat ik er een foto bij had geplaatst van ons gezin van 24 jaar geleden. Een foto die was gemaakt voor een tijdschrift. Wij stonden daar wat ‘glamourachtig’ op.

Welk blog het ook betreft, ik heb aan alle blogs evenveel plezier gehad om ze te schrijven. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik aan 80% van de blogs nog net even meer plezier heb beleefd dan aan de overige 20% en dat zijn de blogs die moeiteloos uit mijn vingers rollen.

Het allerfijnst is het blog dat ‘zichzelf schreef’. Het blog over Winnie de Poe die van ons een wasbeurt kreeg en een regenpakje dat ik in een speelgoedwinkel kocht. Ik schreef precies op hoe dat proces was gegaan en dan door de ogen van Winnie en de beeldjes om hem heen, op het grafje van ons nichtje. Hoe ik erop kwam? Ik weet het niet. Het ging vanzelf. Ik vond het verhaaltje zo mooi dat ik het stuurde naar mijn broers en zussen en hun reacties waren zo leuk, daar heb ik nog heel lang om met een grote glimlach om mijn mond gelopen.

Ik denk dat ik, zelfs als niemand ze zou lezen, met evenveel plezier de blogs zou schrijven. Mijn vriendin uit Wales noemde haar en mij een keer ‘compulsory writers’ en ik denk dat dat het is. Ik moet schrijven, ik zou niet ander kunnen.

Groei

‘Ik denk dat het vooral in je hoofd zat, mam,’ mijn dochter refereert hiermee aan mijn eerste boek waarin de eerste moeilijke jaren van mijn relatie met haar vader, mijn liefste, staan beschreven.

Ik lees een paar pagina’s en voel fysiek weer even de pijn van met name wat ik daarin beschreef in mijn zelfhulpschrift, dat ik 12½ jaar heb bijgehouden. Het boek eindigt in 2001, toen ik er van overtuigd was dat tussen hem en mij het nooit meer zo moeilijk zou worden en ik nooit meer die pijn zou hoeven voelen.

Dat was helaas ‘wishful thinking’ zoals in mijn tweede boek nog (te) vaak te lezen is. Na de enorme inzinking die ik had in 2003, omdat ik weer bang was dat er een dame tussen ons wilde komen, kon ik alleen maar diep dankbaar zijn voor de zin die hij naar mij uitsprak: . ‘We hebben zoveel samen Roos, zou ik dat ooit in gevaar brengen?’ en hij heeft mij nooit enig aanleiding gegeven voor zo’n angst. Maar die buitenwereld, die boze buitenwereld die mij niet alleen angst inboezemde vanwege onze kinderen maar, in mijn beleving, ook ons leven bedreigde. En ik die dacht: ‘Hoe kun jij dat nog zeggen. Terwijl ik het je steeds weer zo moeilijk maak,’.

Misschien was wat mij deed begrijpen dat onze dynamiek niets met anderen, maar alleen met onszelf te maken heeft wel uiteindelijk mijn ‘eyeopener’. In 2017 deed weer een misverstand tussen ons zich voor waarbij ik zo overstuur raakte als in die eerste moeilijke jaren, met het verschil dat ik er niet meer mentaal onder leed. En wat er ook mee te maken kan hebben is dat mijn lief toen oprecht kon laten zien en benoemen dat hij er ook een aandeel aan had.

Dus ja, ik denk dat mijn dochter met haar opmerking groot gelijk heeft. De problemen die ik ervaarde in de eerste decennia van ons huwelijk zaten voornamelijk in mijn hoofd. En het had te maken met het onbegrip tussen ons omdat we destijds nog lang niet zo konden communiceren als we nu ook alweer heel veel jaren kunnen.

De groei die wij hebben doorgemaakt kon alleen maar gebeuren door samen vol te houden in de moeilijke jaren van onze relatie en dat was mogelijk vanwege de liefde…want die moet er zijn om het te bereiken.

Zachte troost

Zachtjes snikken in de nacht

terwijl jij slaapt, diep en zacht,

beroert jouw slapend hart

en opent zich voor mijn smart

Heel zacht pak jij mijn hand

omdat ik door verdriet ben overmand

Je trekt me zachtjes in je armen,

stilt mijn verdriet door mij te warmen

Je luistert naar gestamelde woorden

die door het gesnik het ritme verstoorden

Tot jij je troostende woorden spreekt

en zo het kleine verdriet doorbreekt

19-02-2024  

Verschillen en een overeenkomst

Oud of jong. Oud of nieuw. Groot of klein. Dik of dun. Veel of weinig. Rijk of arm. Ziek of gezond. Wit of zwart. Dom of intelligent. Compassie of haat. Haat of liefde. Initiatiefrijk of passief. Tevreden of ontevreden. Lhbtiq+ of hetero. Monogamie of polyamorie. Het glas is halfleeg of halfvol. Dag of nacht. Boos of blij. Blij of verdrietig. Hard of zacht. Spannend of saai. Moeilijk of gemakkelijk. Gesloten of open. Alles of niets. Veilig of onveilig. Oorlog of vrede. Bombarderen of opbouwen. Samen of alleen. Mooi of lelijk. Rustig of druk. Allochtoon of autochtoon. Hoog of laag. Stad of platteland. Vleeseter of vegetariër.  Verlegen of brutaal. Huismus of wereldreiziger. Lang of kort. Bankhanger of actieveling. Alcoholist of geheelonthouder.

Mensen en dingen lijken in deze tijd alleen maar uit tegenstellingen te bestaan. Er is polarisatie en dat doet ons alleen maar kwaad. Tussen al deze tegenstellingen zit nog veel nuance. Het heeft geen zin om jong te willen blijven. We worden ouder, gelukkig maar, want anders waren we er niet meer. Leven of dood.

Tegenover de haat die er veel teveel is in deze wereld kunnen we compassie tonen. Oorlogen kunnen wij als eenlingen niet bestrijden, maar we kunnen compassievol omgaan met de mensen die we tegenkomen, met wie we te maken krijgen.

Tevreden is een mooi woord en we kunnen het worden. Wanneer ik erbij stilsta wat er allemaal gebeurt in de wereld dan stemt het mij uitermate tevreden dat ik mijn leven heb, dat ik in dit land mag wonen ook al heb ik genoeg kritiek op de mensen die stinkend hun best doen om het te besturen. Ik kijk met compassie naar onze bestuurders. Ik denk zeker te weten dat ze het goed willen doen maar niet meer weten hoe dat moet, omdat ook het leven in Nederland steeds complexer is geworden.

Er zijn veel verschillen tussen ons maar één ding blijft en ik hoop dat we dat allemaal kunnen blijven zien…dat we allemaal mensen zijn en allemaal evenveel waard.

Nooit te laat

Vanaf de lagere school weet ik niet anders: altijd als laatste gekozen met gym en een F diploma voor sport waarvan ik wist dat dat het laagst haalbare diploma was. En ik begreep het ook goed. Zwaaiend aan de ringen kon ik het ‘dode punt’ niet vinden en gooien en vangen was ook niet mijn sterkste punt.

Ik hield niet van sport en deed er in mijn jongvolwassen leven niets aan.

Rond mijn veertigste ging ik hardlopen. Met een vriendin begon ik aan de eerste training voor de Vier Mijl. We woonden vlak bij elkaar en liepen elke week een paar rondjes. On en off hebben we ongeveer 20 jaar die 4 Mijl gelopen. Niet altijd samen, maar als één van ons liep stond de ander aan de kant. Echt hardlopen kan ik nog steeds niet, maar het voelde wel goed. Ik voelde me fysiek sterker dan in de jaren daarvoor.

Na mijn 60ste liep ik nog twee keer een City-run en daarna was het met het lopen gedaan. Ik werk nog weinig en ben het liefst altijd thuis. Met steelse blik volgde ik  wel de oefeningen die mijn man regelmatig doet en op een dag, midden in een vakantie, dacht ik: ‘Dat kan ik natuurlijk ook,’ en begon aan drie kleine oefeningen, maar wel om de andere dag. Ik breidde het aantal geleidelijk uit naar negen oefeningen en houdt dat al meer dan een jaar vol. Nu zie ik ook dat mijn spieren sterker zijn geworden en dat maakt het gemakkelijk volhouden.

Op aanwijzing van mijn dochter vond ik een Zumba-les voor ouderen. Een pittige les van drie kwartier volop up tempo bewegen. Ieder doet het op zijn eigen manier en ik merk dat ik goed kan meedoen. Het laatste kwartier doen we een work-out op de mat met net wat verdergaande oefeningen dan die ik thuis doe. Het samen met anderen doen maakt dit voor mij te doen en prettig.

Na het beluisteren van de podcast van Lisette Meijer ‘wat ze je niet vertellen over spierverlies activity’ weet ik dat wat ik doe, belangrijk is voor mijn ouder wordende lichaam. We denken, en dat dacht ik ook altijd, dat we vet willen verliezen. Maar het is belangrijker om spierkracht te behouden en zo mogelijk nog op te bouwen. En daarvoor is het dus nooit te laat.

Leven op een manier die echt bij je past

In een oude Flow kom ik een artikel tegen van journalist Annemiek Leclaire. Zij schreef in 2019 het boek: Minder moeten, meer leven-Ontploeteren in de burn-outmaatschappij (Ambo| Anthos). Het gaat over authentiek leven wat in het artikel wordt omschreven als: leven op de manier die echt bij je past.

Toen wij ons jonge gezin startten kozen wij ervoor dat ik voor 90% mijn baan opgaf om voor de baby en ons huishouden te zorgen. Of misschien deden we het gewoon in navolging van onze ouders. Onze vaders werkten en onze moeders waren thuis. Het hield wel in dat we een klein inkomen hadden en dus niet veel (financiële) ruimte om veel te kunnen kopen of doen. We waren jong en accepteerden ons leven, zoals het was.

Na een aantal jaren begon ik weer te werken en konden we cursussen doen en een opleiding. Onze financiële ruimte werd groter en we kochten ons eerste huis. Toch hadden we nog best lang een schuld in de vorm van een persoonlijke lening. We betaalden daarmee veel meer terug dan we ooit hadden geleend. Zo was het en we wisten ook niet hoe het anders kon. Wij betalen altijd ‘de hoofdprijs’ en we weten ook dat dat een keuze is.

We zullen nooit rijk worden van geld. Enerzijds omdat we daar niet op uit zijn en anderzijds omdat dat ons gewoon nooit zou lukken. Persoonlijk denk ik ook dat ik daar niet gelukkiger van zou worden. Geld maakt wel het leven een stuk gemakkelijker. Maar nog meer dan geld (genoeg) hebben is het fijn dat we gezond zijn. We worden ouder en gelukkig nog steeds gezond.

Moeten, moeten, moeten, druk, druk, druk is niet onze dagelijkse modus. Black Friday (nu al even geleden) is weer geruisloos aan ons voorbij gegaan. Hoeveel kleding kun je dragen, hoeveel spullen kun je hebben. Hoe druk kun je je maken?

Misschien hebben wij wel een authentiek leven.

Voor het leven

We waren allen nog echt jong. De oudste twee 32 en de allerjongste nog niet geboren. We kwamen bij elkaar op het pleintje wonen en hun eerste bezoek was het kraambezoek bij ons, een paar weken later. Hun jongens waren zes en acht en ons oudste meisje drie. Ons babymeisje van toen heeft nooit een tijd gekend dat ze niet in ons leven waren.

Het klikte meteen tussen ons. We liepen niet de deur bij elkaar plat, maar er was regelmatig contact. Wanneer er iets te doen of vragen was op medisch of technisch gebied, een opgelopen wond of een rolschaats die wat stroef liep bijvoorbeeld, renden onze meisjes naar onze vriend toe in het vaste vertrouwen dat hij het ging oplossen…en dat vertrouwen heeft hij nooit beschaamd.

Toen onze jongste drie was huurden zij met kerst een huisje in een bos en wij mochten met hen mee. Het was een echte winter met sneeuw en omdat hun jongste zoon op ‘derde kerstdag’ jarig is kwam zijn verjaardagsvisite daarheen om, in die extra feestelijke omgeving, zijn verjaardag te vieren. Het was een heerlijke week waarin hun grote jongens zich een beetje ontfermden over onze kleine meisjes. Tussen ons groten, viel geen onvertogen woord.

In een jaar waarin ik me heel onzeker voelde was het onze vriendin bij wie ik mijn hart uitstortte. Zij luisterde liefdevol en verzekerde me dat het allemaal okay was. Onze band was al goed maar werd op dat moment onverbrekelijk.

We hebben vreugde en verdriet met elkaar meegemaakt zoals dat gaat in zo’n lange vriendschap. Onze kinderen kregen zelf kinderen en al zien ze elkaar niet vaak, zij zullen ook altijd aan elkaar verbonden blijven. De cijfers in onze leeftijden zijn langzamerhand behoorlijk opgelopen en binnenkort bereiken onze vrienden een nieuwe mijlpaal die we weer met elkaar zullen vieren.

Vrienden die voelen als familie en waarvan ik weet…van deze mensen zal ik altijd houden, alsof ze familie zijn.