Stel je voor

Stel je voor dat opsporingsbeambten mensen hadden opgespoord om ze te helpen met het invullen van de moeilijke formulieren voor welke toeslag dan ook. Dan hadden ze kunnen voorkomen dat verkeerde vakjes werden ingevuld. Dan hadden ze ervoor kunnen zorgen dat de formulieren goed en volledig konden worden ingevuld.

Dan waren niet mensen beschuldigd van fraude, dan waren niet kinderen bij hun ouders, soms met geweld, weg gehaald. Dan hadden mensen niet zoveel stress opgelopen waardoor ze allerlei andere kwalen kunnen krijgen.

Stel je voor dat de verantwoordelijken van de toeslagenaffaire alles weer goed hadden kunnen maken voor alle gedupeerden en ze bovendien persoonlijk excuses hadden aangeboden. Daarmee hadden ze de mensen hun waardigheid terug gegeven.

Stel je voor dat mensen die kunnen en willen samenwonen niet bang hoefden te zijn dat ze werden gekort op hun uitkering. Ze hadden dan meer te besteden en konden zo bijdragen aan de economie en nog beter, aan hun eigen welzijn.

Er zouden veel meer woningen beschikbaar komen om te verhuren of verkopen in plaats van delen van de week leeg te staan, omdat mensen die bij elkaar horen ook regelmatig bij elkaar willen zijn.

Stel je voor dat we meer kozen voor tweedehands kleding in plaats van goedkope kleding kopen van bedrijven die dit zo goedkoop kunnen verkopen, door hun personeel op verschillende manieren uit te buiten. Kleding die bovendien na een aantal wasbeurten niet meer te dragen is.

Stel je voor dat we gewoon weer naar een winkel zouden gaan om artikelen te kopen in plaats van online bestellen en laten bezorgen. Gewoon een patatje zouden halen bij de patatboer en een pizza bij de pizzaboer. Dan zou de straat niet belemmerd hoeven worden door een grote auto waaruit de chauffeur zo snel mogelijk een pakje moet halen om te bezorgen omdat hij eigenlijk niet genoeg tijd krijgt voor dat bezorgen. Dan zouden niet maaltijdbezorgers hoeven rond te fietsen of te wachten tot er een maaltijd bezorgd moet worden.

Stel je voor dat er geen agressors waren die een oorlog begonnen. Dan kon iedereen vredig in zijn eigen land wonen zonder angst. Dan zouden niet mensen hoeven vluchten uit hun huizen die worden weggebombardeerd.

John Lennon zong het al lang geleden: war is over IF we want it. En zo is ook al het andere…een keus.

Je leven leiden…of lijden?

Toen mijn man en ik onze relatie begonnen hadden we, net als veel andere mensen, problemen met onze communicatie. Het was vooral moeilijk om te begrijpen wat we bedoelden met wat we zeiden. Dat is logisch wanneer je elkaar net leert kennen omdat we meestal uit verschillende achtergronden komen en die achtergronden bepalen hoe wij in het leven staan en interpreteren wat we horen en beleven.

We kregen snel ons eerste kind en voor ons was dat, behalve het geluk om het kind, ook een geluk voor onze moeizame communicatie. Er was voor ons noodzaak om elkaar te begrijpen zodat we van elkaar wisten wat we wilden met ons leven en het leven van het kind dat wij op de wereld hadden gezet.

Ik zie om me heen mensen die al langer bij elkaar zijn en die communiceren op een manier waaruit, zoals het lijkt, ze elkaar ofwel niet begrijpen ofwel niet willen begrijpen. Ik ben daar nieuwsgierig naar, begrijpen ze elkaar niet, of willen ze elkaar niet begrijpen. Wat heb je bij dat laatste te winnen?

Wij begrijpen elkaar inmiddels, denk ik, zo’n 90% van de tijd en daarmee kunnen we ons leven aardig leiden zoals we willen. Voor mij betekent dat dat we ons meestal goed voelen bij elkaar. En goed betekent dan leven in een prettige sfeer. En een fijne relatie hebben met onze kinderen, die ook een prettige relatie hebben met elkaar.

De frequentie waarmee we elkaar bezoeken is groot. Wij bezoeken elkaar vaker dan dat de gemiddelde familie doet. Dat geldt voor mijn gezin en dat geldt ook voor mijn familie, zelfs nu onze ouders al geruime tijd niet meer leven. Ik realiseer me dat dat een keuze is waarin we gesteund worden door de mensen met wie we ons  leven delen.

Communicatie is een van de moeilijkste onderdelen van een relatie. Ik had het graag eerder willen beheersen omdat het invloed heeft gehad, en heeft, op de mensen met wie ik relaties onderhoud. Het meest natuurlijk op onze kinderen van wie we, onder andere, goed communiceren hebben geleerd . Ik ben blij dat zij weten dat ze tegen mij alles mogen en kunnen zeggen. Wanneer mij dat raakt zal ik erover nadenken en erop terug komen om zeker te weten dat wij elkaar goed begrijpen.

We hebben op heel veel onderdelen van ons leven geen invloed maar waar we wel invloed op hebben is op hoe we communiceren. Kwetsbare zaken aanroeren is moeilijk, maar het bepaalt voor een groot deel of we ons leven leiden…of lijden.

Stille nacht in de zomer

‘Eerst mammie en dan ik,’ dat heeft hij altijd gezegd, ‘en ik ga als ik 92 ben.’ Dat laatste was hem verteld in een droom. Hij had gedroomd over een paspoort dat hij had en dat paspoort was nog 5 jaar geldig. Hij was toen 87. In het verzorgingshuis waar ze een jaar later gingen wonen bleven we komen zo vaak als we thuis hadden gedaan. We wisten allen: dit is hun laatste station. Al toen mammie er nog was begon hij dromen te krijgen die hij opschreef. Zo droomde hij eens over twee duiven waarvan er een dood was en een zwaar gewond.

Toen hij op een nacht wakker werd en mammie stil en bewegingsloos naast hem lag was hij in en in verdrietig en ik denk de meesten van ons, waaronder ikzelf, in shock. Natuurlijk hadden we allemaal gezien dat ze steeds verder achteruit ging, maar ze was onveranderd elke dag op geweest.

Hij kreeg een kleinere kamer nadat zij was overleden. Hij was inmiddels 92 en in mijn tas zat al maanden een papier met daarop drie psalmen die wij zouden zingen wanneer hij op zijn sterfbed lag. Precies zo had hij ons dat gevraagd. Na mammies plotselinge overlijden had ik mij afgevraagd hoe we dat zouden doen. Bij mammie hadden we dat niet geweten.

Toen hij mij, op een warme zomerdag vroeg bij die psalmen ‘Stille nacht’ te voegen wist ik even niet hoe ik het had. Het zou wat vreemd zijn die midden in de zomer te zingen maar natuurlijk zouden we dat doen.

Hij werd 93, wat niemand had verwacht, maar waar we wel verschrikkelijk blij mee waren. Dat hij de aanwijzing daarvoor al lang in een schrift had geschreven hadden we allen over het hoofd gezien, maar later lazen we er de zin ‘dus tot december’ in.

Eerste kerstdag van dat jaar was ik ’s avonds met een schoonzusje en drie broers bij pappie toen ik voorstelde de psalmen te zingen. Hij lag toen bijna een week in bed. Kort daarvoor had hij ons verteld over het prachtige banket waarover hij had gedroomd. Aan lange tafels met witte kleden hadden mensen gezeten, allen ook in het wit gekleed. Hij had het gevoel dat er belangrijke mensen werden verwacht, zo mooi had het eruit gezien. Met een zusje bleef ik die nacht slapen en pappie was heel onrustig. Hij piepte er zachtjes tussenuit toen wij net, doodmoe, in slaap waren gevallen. Het was tweede kerstdag.

Zouden er veel mensen zijn die zo de regie over hun eigen sterven mogen voeren? Tot zijn overlijden legden wij de droom over de twee duiven verkeerd uit. Hij en mammie zijn zo’n 70 jaar echte tortelduiven geweest en op hun graf staan twee duiven, naar elkaar kijkend, afgebeeld. Maar we begrepen pas de betekenis ervan toen precies 7 maanden na pappie ons jongste zusje overleed terwijl een van onze broers al ernstig ziek was…  

Het vak relaties, seks en liefde

In Tijdsgeest van 16 november 2024 staat een groot interview met Beatrijs Smulders ‘misschien wel de beroemdste verloskundige van Nederland’. Mevrouw Smulders is al een tijdje met pensioen maar ‘de activist in haar is nog volop aan het werk’. In dit grote interview benoemt zij kwesties die vrouwen in een zwakke positie zet ten opzichte van mannen en ze geeft er ook een aantal oplossingen voor.

Zo verzamelt ze handtekeningen voor een langer doorbetaald ouderschapsverlof voor beide ouders. En ze stelt dat vrouwen bij hun eigen mannen het voortouw moeten nemen door te zeggen: ‘We krijgen samen een kind. Ik ga parttime werken en jij ook.’ Als vrouw voelt het dan niet ‘alsof je een dip hebt in je carrière, want dat geldt dan ook voor mannen’.

Stel je voor dat beide ouders een jaar ouderschapsverlof krijgen, waar mevrouw Smulders voor pleit, met behoud van 70% van het salaris. Wat zou dat de geboorte van het gezin en de eerste 1000 dagen van de baby goed doen. Met ook nog een goede oudercursus, te beginnen tijdens de zwangerschap, zullen relaties veel meer kans hebben om stand te houden en daarmee oorspronkelijke gezinnen om bij elkaar te blijven.

Wat ik ook een heel goed idee van mevrouw Smulders vind is dat het vak ‘relaties, seks en liefde’ een hoofdvak zou moeten zijn op school. Liefdevol communiceren zou daar een onderdeel van kunnen zijn. Communiceren is voor veel mensen moeilijk en kan een belangrijke reden zijn voor een moeizame relatie. Hulp vragen wanneer we eenmaal in een volwassen relatie zijn is iets wat we niet zomaar doen. Voorkomen is daarom beter dan genezen.

Een nieuwe seksuele beschaving waar mevrouw Smulders in dit interview ook over praat kan dan een stuk dichterbij komen. Bewustwording is een eerste stap in elke verandering die we willen maken en die verandering in relaties, seks en liefde kan heel goed beginnen met een belangrijk vak op school.

Zondagavond stampotten

Een aantal jaren geleden, voor de coronatijd, nodigde ik bij ons familie, vrienden en bekenden uit voor wat ik hoogdravend noemde mijn ‘vrijdagavond diner’. Op ons mooiste servies serveerden we een eenvoudig voorafje (meestal een schijf honingmeloen met serranoham), een hoofdmaaltijd van lamsvlees met opgebakken aardappelen en salade, een nagerechtje (vaak griekse yoghurt met honing en hazelnoten). Mijn man zorgde voor de drankjes en we sloten af met thee of koffie en bonbons en/of andere chocolade.

Na de maaltijd vroeg ik dan de gasten iets in mijn gastenboekje te willen schrijven en dat zijn heel dierbare en tastbare herinneringen geworden. Wanneer ik door die boekjes blader komen de verhalen en gesprekken terug en weet ik weer precies wat zo bijzonder was aan die mooie avondjes.

Door corona kwam de klad erin en zo is het lang gebleven.

Toen we, in ons nieuwe appartement, onze eerste gasten kregen die bleven eten maakte ik (vanwege het weer) mijn favoriete stamppot en dat was weer zo’n leuke avond dat we besloten met regelmaat dit te herhalen. We eten weer van ons mooie servies en breidden uit naar twee stampotten zodat onze gasten kunnen kiezen. Ook in het vlees hebben ze een keuze en toen we een vegetarisch etende gast kregen zorgde mijn man ervoor, dat er voor haar ook wat te kiezen viel.

Het dessert kan variëren maar zal er altijd zijn en ook de afsluiting met koffie, thee en chocolade zal een vaste waarde blijven.

Mijn man zegt altijd: ‘Eten moeten we toch,’ en al denk ik al kokende steeds weer: als ik het maar goed voor elkaar krijg…en op tijd, de dieper gaande gesprekken die we op deze avondjes met elkaar voeren zijn mij enorm dierbaar. Die krijg je niet in een groter gezelschap of ergens in een willekeurig restaurant.

Vrijdagavond diner, zondagavondstamppotten, het gaat helemaal niet om het eten. Het samenzijn, de gezelligheid en vriendschap delen is waar het om gaat en wie weet ga ik ook het gastenboekje weer in ere herstellen.

Hulp die elke prille ouder kan gebruiken

Ik krijg een opiniestuk toegestuurd met de titel: Baby-advies kan veel leed voorkomen (Dagblad van het Noorden van 14-11-2024). In dit stuk vertelt jeugdarts in ruste A. van Kleij-van Rossum over een informatiefolder die ze ooit schreef, bedoeld om uit te delen aan jonge ouders. Helaas is daar destijds niets mee gedaan. De aanleiding voor haar om dit opiniestuk te schrijven is de dood van een baby die misschien met deze tips te voorkomen was.

Haar advies bestond uit een opzet in drie stappen: 1. Probeer te ontdekken waardoor je baby zo huilt. Heeft hij honger, is hij te warm gekleed. Is hij oververmoeid of heeft hij pijn. 2. Help je baby om te ontspannen. Wieg hem zachtjes en praat zachtjes tegen hem of maak sussende geluidjes. Soms helpt het om hem stevig in een doek te wikkelen. 3. Zorg dat je baby veilig is. Als je voelt dat je boos wordt en je geduld gaat verliezen leg dan je baby op een veilige plaats, in zijn bedje of de box. Probeer dan zelf weer kalm te worden of vraag hulp bij familie of vrienden.

Het is echt jammer dat met zo’n belangrijke informatiefolder, geschreven door een jeugdarts, niets is gedaan.

Op de website 24baby.nl vind ik de vijf geluiden van Dunstan Babytaal, deze vertaalt de vijf ‘huiltjes’ van baby’s naar wat ze nodig hebben. Een geluid dat klinkt als ‘neh’ of ‘nah’ betekent dat de baby honger heeft. ‘Owh’ of ‘auw’ is vergelijkbaar met het geluid wanneer je hardop gaapt en geeft aan dat de baby moe is. Wanneer je baby de klank ‘eairh’ laat horen heeft hij last van darmkrampjes. Hij kijkt er meestal moeilijk bij en trekt soms zijn beentjes op. ‘Eh’ betekent dat hij een boertje moet laten. Het geluid lijkt erg op ‘neh’ of ‘nah’. Het is daarom belangrijk om goed naar de beginklank te luisteren. Het geluid ‘heh’ geeft aan dat de baby zich oncomfortabel voelt. Dat kan zijn door een volle luier of dat hij het te koud, of juist te warm heeft. Of misschien ligt hij in een ongemakkelijke houding.

Door de adviezen van de jeugdarts en de uitleg van de Dunstan Babytaal in een cursus voor aanstaande ouders een plaats te geven, en de cursus daadwerkelijke aan ouders te geven, kunnen ze adequaat op het huilen van hun baby’s reageren. Dit kan mogelijk leed, zoals genoemd in het opiniestuk, voorkomen.

Fan-girl gen

Met mijn dochter heb ik een mooi gesprek over de liefde. ‘Wat jij met pappa hebt is niet heel gewoon, mam,’ zegt ze. Ze noemt, wat ik volgens haar heb, ‘het fan-girl gen’. ‘Want hij is wel een soort van idool voor jou toch?’

We hebben al vaker gesproken over mijn fan zijn van The New Seekers, een popgroep uit de jaren 70 van de vorige eeuw waarvan ik tot op heden de Facebook pagina’s volg. Twee leden van de band waren voor mij absolute idolen. En nu maakt zij die vergelijking.

Wanneer ik een lied hoor van The Bee Gees (ook een jaren 70 band) met de titel You don’t know what it’s like (to love somebody the way I love you), moet ik er opeens weer aan denken. Ik vond het altijd een beetje sneu of triest voor degene die in dit lied werd toegezongen. Alsof zij in gebreke bleef door dit niet te weten, maar misschien had degene die het zong wel dat gen. In zijn geval het fan-boy gen…en zij niet.

Er zijn in de liefde voor mij onbegrijpelijke stellingen. Ik heb meerdere keren gelezen en gehoord dat monogamie onnatuurlijk zou zijn. Dat je nooit bij één persoon alles kunt krijgen want je nodig hebt, dat begrijp ik wel. Daarvoor heb ik familie, vrienden en kennissen om die behoeftes te vervullen. Maar het is voor mij volkomen natuurlijk dat ik monogaam ben. Dat er maar één persoon is waarmee ik de romantische en fysieke liefde wil beleven. Maar misschien heeft een niet monogaam persoon wel een gen dat ik niet heb. Ik denk dat dat kan.

Voor mij verklaart het hebben van een fan-girl gen ook de liefde die ik heb voor mijn (klein)kinderen en mijn familie. Ik kan, tot frustratie van sommigen, opscheppen over mijn kinderen. Over hoe trots ik op ze ben. Maar ik heb ook de beste familie die een mens kan hebben. Ik wil graag dat het goed met ze gaat, dat ze zich goed voelen. En ik weet dat ik er veel voor over heb om daar zoveel als ik kan aan bij te dragen.

Ik denk dat ik het gen erfde van mijn vader. Hij was verknocht aan mijn moeder en zat het liefst altijd zo dicht mogelijk bij haar…en zij vond het goed.

Het kerngezin

Ik krijg een artikel toegestuurd over het boek ‘De mythe van het gezin’ van historica Lotte Houwink ten Cate met als kop ‘Laat het kerngezin los’. In dit boek legt ze uit dat het kerngezin een recente, artificiële en bovendien vaak kwalijke constructie is.

Ik lees in het artikel dat mevrouw Houwink ten Cate en haar vriend uit elkaar gingen, terwijl zij zwanger was, na een relatie van 7 jaar. Sinds de geboorte van haar zoon voedt zij hem alleen op en zij merkte dat het haar heel goed beviel om dat grotendeels alleen te doen.

Het alleen grootbrengen van een kind heeft een voordeel voor de alleen opvoedende ouder. Ze hoeft nooit met de andere ouder ‘in de clinch’ over wat wel of niet goed is voor het kind. Zij beslist alles zelf. Zij bepaalt wat goed is voor haar kind en voor wie is dat echt goed, voor haar…of voor het kind?

Mevrouw Houwink ten Cate heeft zelf geen kerngezin (zoals zij het benoemt) en weet dus  niet hoe dat voor haar en haar kind zou zijn geweest. Wanneer ze een kerngezin had waarin liefdevol werd gecommuniceerd en samengeleefd dan had ze er misschien anders over gedacht.

Ruim een op de drie huwelijken strandt, daarmee begint het artikel en dat betekent dat bijna twee op de drie huwelijken stand houdt. Er zijn dus nog veel wel functionerende gezinnen. En ik ben ervan overtuigd dat, wanneer eindelijk de gratis oudercursussen er zijn voor alle aanstaande ouders, er nog veel meer goed en prettig functionerende gezinnen zullen komen.

Er zijn al heel lang en heel veel gezinnen die anders zijn samengesteld dan het traditionele kerngezin. Toen onze kinderen drie en een baby waren, 37 jaar geleden, woonde er in onze straat al een BOM moeder.

Tegenwoordig kan een kind alleen een moeder hebben, twee vaders, twee moeders, een vader die eerst moeder was en een moeder die eerst vader was, twee vaders en een moeder of twee moeders en een vader en dat is prima wanneer al deze ouders goed zijn voor hun kinderen. Dit zijn voor mij allemaal voorbeelden van een kerngezin. Dit is al lang niet meer nieuw.

Ik vind dat er in het artikel veel over één kam geschoren wordt. ‘Ze verwachtten dat ik zou zeggen’, ‘het liefst hebben ze dat’, ‘dan voelen mensen zich persoonlijk aangevallen’.

Waar ik het helemaal mee eens ben staat in de staart van het lange stuk namelijk dat in meer-oudergezinnen alle ouders dezelfde rechten zouden moeten hebben, of je nu wel of niet de biologische ouder bent van het kind.

Laten we het kerngezin niet loslaten maar alle varianten omarmen. En als je met meer gezinnen in een huis wilt wonen, is dat gewoon te regelen. Als je het echt wilt.

Om voor altijd te koesteren

Ik heb een roze boekje waar voorop staat ‘Voor mama’. Op het titelblad staat als ondertitel ‘een boekje over ons’ met daaronder een roze hartje met een impressie van een vogeltje.

Ik kreeg het vorig jaar voor Moederdag, van onze oudste dochter, toen gedeeltelijk en nu helemaal ingevuld. 

Bij ‘de gezelligste momenten van de dag’ schreef ze: Het avondeten omdat we dat eigenlijk altijd met z’n allen deden. Ik krijg nog altijd vroeg trek omdat wij, vanwege papa, vaak vroeg moesten eten. 

Dit zijn mooie herinneringen aan mijn kindertijd: De schommel in de tuin aan de Fok, Disneyland, zwemvierdaagse, Schier met opa en oma bij ‘Op ‘t Heuveltje’, ponykamp.

Favoriete vakantieherinneringen: Kleine hagedisjes op de witte muren van een toiletgebouw in Frankrijk, onderweg een aantal cadeautjes bij een lange reis, Sesamstraat cassettes in de auto.

Dit is het type moeder dat je voor me was: Met name altijd op de achtergrond praktisch aanwezig. Het was nooit te veel moeite als we iets vroegen.

Een van de liefste dingen die je voor mij hebt gedaan is: Vrij nemen om op mijn kinderen te passen zodat ik kan werken en op mijn kinderen passen zodat ik op vakantie kan.

Ik vind je op je best wanneer je: In een klein groepje bent met mensen die je goed kent. Dat kunnen wij zijn, of je familie. Of bijvoorbeeld Henk en Gerda of Fred en Marijke. En dan met name bij een vrijdagavond diner in je eigen huis.

Deze eigenschappen heb ik van jou: Aanhoudendheid, langdurig als ik denk dat dat beter is voor de wereld, denken in oplossingen, relatiegericht, nee is zelden het antwoord, hulpvaardig.

Ik was blij dat jij er was toen: Ik hou niet van dingen alleen doen. Dus ik doe ze liever met jou. Ik ben altijd blij als ik vraag: ‘Wil je mee naar…,’en jij kunt en wilt ook nog.

Hier zijn we het altijd over eens: Kinderen doen niet wat je zegt, kinderen doen wat je doet.

En wat ik zelf de mooiste vind:  Als ik iemand moest uitleggen wie je bent, dan zeg ik: ‘Dat is mijn moeder. Ook als je haar nog nooit hebt gezien, dan herken je haar onmiddellijk.’

Dank dochter, voor dit boekje dat ik voor altijd zal koesteren. 

Wie schrijft, die blijft

In een doos vind ik een klein rijtje met schriftjes waarvan de eerste een echt dagboekje is. Ik kreeg het in het jaar dat ik 13 was geworden van het enige echte vriendinnetje dat ik in mijn jeugd ooit had. Ik had haar hetzelfde boekje cadeau gedaan en het was het begin van mijn schrijversdrang dat ik sindsdien op vele manieren heb bevredigd.

Ik lees over mijn aanhoudende verliefdheid op de jongen met wie ik alle vier mavojaren in dezelfde klas zat. Hij één van de populaire jongens van de klas, ik een verlegen meisje die het meest hield van de lessen omdat dan voor mij duidelijk was wat er van mij werd verwacht.

Ik lees over de popgroep waar ik een groot fan van was, plakboeken vol foto’s en artikelen van spaarde. Ik lees over een televisiefragment dat ik had gemist en beschreef zoals ik dat van een andere fan had gehoord. En…oh wonder…decennia later kon ik op YouTube zien hoe precies ze het aan mij had beschreven.

Ik lees over situaties in de klas en op school waarvan ik sommige nog uit mijn geheugen kan oproepen, omdat ze destijds zo’n indruk op mij hebben gemaakt. Een optreden met jongens uit een hogere klas waarbij mijn vriendinnetje en ik mochten zingen. Ik was heel verlegen maar zingen met een band deed ik gewoon omdat ik dat heel graag wilde.

En verder schreef ik over heel veel jongens die ik, vaak maar zijdelings, kende. Ik schrijf ergens iets over ‘mijn exen’ en moet daar heel hard om lachen…want die had ik helemaal niet. Maar ze bestonden in mijn puberhoofd.

Ik verbaas me erover hoe ik over mijn ouders schreef. Heel streng. Ik kon hun kind niet zijn want anders zouden ze niet ‘zo wreed’ tegen mij zijn. Mijn lieve ouders van wie ik bijna alles mocht. Die onvoorwaardelijk van mij  hielden, dat weet ik zeker. Maar ik had waarschijnlijk een kritisch woordje gehad waar ik blijkbaar niet tegen kon.

Ik ben even weer 13, 14, 15 en ik ben blij met deze schriftjes waaruit ik een stukje van wie ik was als kind, als puber kan terug halen. Mijn eerste serieuze relatie met een jongen van wie ik wist dat hij niet ‘vrij’ was toen ik de eerste keer met hem uitging. Ik was 16 en hij 18. Mijn ‘grote liefde’ dacht ik toen, terwijl ik bijna geen gedachte meer aan hem heb gewijd sinds ik volwassen werd.

In een minder gelukkige periode schreef ik niet. Ik had er blijkbaar geen ruimte voor en sinds ik mijn man leerde kennen en wij trouwden en kinderen kregen schreef ik weer, meestal meerdere keren per week. Ik heb gelukkige en verdrietige situaties beschreven, herinneringen die, dankzij dat ik ze ooit opschreef, altijd bij mij zullen blijven.