Het is echt niet goed

Het is al meer dan tien jaar geleden dat ik stopte met werken op school. Het was nog vrij nieuw dat (bijna) alle leerlingen een telefoon hadden. Het irritante: ‘Wil je je telefoon in de tas stoppen? En dat geldt ook voor jou en ook voor jou,’. ‘Denk je dat jij je telefoon niet hoeft op te bergen als ik het tegen hem, hem en haar zeg?’ begon toen ongeveer. Ik vond het irritant dat steeds meer te moeten zeggen. De leerlingen ongetwijfeld om het te moeten aanhoren.

Steeds vaker kreeg ik leerlingen in de les die eruit zagen alsof ze die nacht niet hadden geslapen. En vaak was dat ook zo. Als we erover in gesprek kwamen bleek soms de telefoon ‘de boosdoener’. Ze konden er niet toe komen deze weg te leggen wanneer het tijd was om te gaan slapen. En door meldingen op de verschillende apps bleven, of werden ze wakker om toch even te kijken wat er aan de hand was.

Ik ben al vroeg gestopt met les geven mede door die ontwikkeling. Ik kon onder die omstandigheden mijn werk niet doen en ik vond het toen al verschrikkelijk om te zien dat zoiets als een telefoon iemands leven kon beheersen.

Tegenwoordig zie ik kleine kinderen die zoet worden gehouden met de telefoon van mamma omdat die anders niet kan doen wat ze op dat moment moet of wil doen. Dat is prima, mits het gebeurt wanneer het echt niet anders kan. Maar ik weet dat er kleine kinderen zijn die langdurig per dag zo worden ‘zoet gehouden’. En dat is echt niet prima.

Vroeger speelden kinderen veel buiten in hun vrije tijd en meestal samen. Ik begrijp dat gamen, samen met je vrienden, een soortgelijk gebeuren is en dan vertaald naar deze ‘nieuwe’ tijd. Maar ik denk dat het ook en/en kan zijn. Gamen waarbij je langere tijd kijkt op een groot scherm vind ik nog anders dan uren turen op het kleine beeldscherm van je telefoon. Dat kan niet goed voor je zijn.

Niks moet, maar bewegen en genoeg slapen is belangrijk voor onze gezondheid. En ik begrijp heel goed dat pubers en adolescenten privacy nodig hebben, maar het is prettig wanneer ze daarnaast deel uit blijven maken van het gezinsleven.

Ik ben blij dat wij vroeger ‘Baantjer’ hadden en ‘Friends’ en dat we dat gewoon één keer in de week met elkaar konden kijken. Nu kunnen we alles zien op tijden die ons allemaal uitkomt. Laten we dat dan geregeld samen doen, dat is echt veel beter dan dat we ieder voor zich op ons eigen kleine schermpje turen.

En…ouderen…ouders…ook in deze zijn wij het die daarbij het goede voorbeeld ‘moeten’ geven.

Hoe bijzonder is het?

We kijken samen naar een herinnering die Facebook mij stuurt. Ik had een blog geschreven over mijn burgerinitiatief (wat niet lukte) om voor alle aanstaande ouders een gratis oudercursus in het basispakket te krijgen. Daarboven had ik bij wijze van grote uitzondering een foto geplaatst van ons opgroeiende gezin. De meisjes 14 en 17. De foto was gemaakt voor een blad en we waren allemaal professioneel gekapt en opgemaakt, ik door de destijds bekende t.v. kapper Mari van de Ven.

Twee keer hebben we als gezin in een blad gestaan (Margriet en Lijfstijl) en de eerste keer mijn man en ik samen in de Libelle. Al na die eerste keer waren er mensen die zeiden: ‘Dat hij dat doet,’ met vertwijfeling in hun stem. Dat was wat mijn dochter ook zei maar dan op een andere manier: ‘Pappa deed dat voor ons, hè mam,’ en ik antwoordde: ‘ja, dat deed hij zeker voor ons,’.

‘En jullie reis naar Australië,’ vervolgt ze, ‘dat was toch ook bijzonder. Dat pappa met jou naar de andere kant van de wereld vloog om daar een graf te bezoeken. Niet eens een concert of zo, maar een graf. Ik denk niet dat veel mannen dat voor hun vrouw zouden doen,’.

Ja, dat was bijzonder. Dat ik het graf kon bezoeken van de veel te jong overleden zanger/gitarist waar ik mijn eigen hele leven een fan van zal blijven en die voor altijd een plekje heeft in mijn hart. Dat ik zijn zus en persoonlijke vrienden kon ontmoeten en daar tijd mee kon doorbrengen was omdat hij daar ruimte voor maakte in onze reis, terwijl hij met de zanger/gitarist helemaal geen binding had gehad.

‘Ik vind dat misschien wel de ultieme uiting van zijn enorme liefde voor jou mam,’.  Ik ben er even stil van. Onze dochters zijn degenen die echt met ons hebben samengeleefd. Die van jongs af aan mijn worsteling in onze relatie hebben meegemaakt. Een worsteling die met ons beiden te maken had maar ook door anderen en omstandigheden  werden beïnvloed.

Zijn liefde voor mij horen uitspreken door een dochter, is misschien wel het meest bijzondere dat ik ooit zal meemaken.

Opeens begrijp ik de woorden van meneer Philips. Dat je ‘in een duurzame liefdesrelatie als mens tot volledige ontplooiing kunt komen’. (Tien geboden in Trouw van 13 april 2024). Dat is bij ons gebeurd. En niet alleen als mens maar ook…als gezin.

Ieder moet zijn eigen fouten maken

Toen wij, lang geleden, prille ouders waren hadden wij, net als de meeste prille ouders, het beste met onze kinderen voor. We gaven hen liefde, zorg en probeerden ze goed voor te leven. We deden dit alles in de hoop en het geloof dat wij daarmee goede mensen met een gelukkig leven in de maatschappij zouden zetten.

Pas veel later kwam ik erachter dat dit helemaal niet zo gemakkelijk was als ik mij in mijn jeugdige naïviteit had voorgesteld. Onze omstandigheden waren in die tijd niet ‘ideaal’. Dit gezegd hebbende realiseer ik me dat het moeilijk bedenken en omschrijven is wat ‘ideaal’ precies inhoudt. Een gezond kind krijgen is ideaal maar verder is die tijd zo complex dat het waarschijnlijk voor niemand haalbaar is die omstandigheden verder als ideaal te bestempelen.

De grote fout die ik destijds maakte was, in mijn beleving, onmogelijk te vermijden. Ik was een redelijk jonge moeder. Laatbloeier als ik was moest ik nog helemaal de wereld en zeker mijn relatie daarin tot anderen ontdekken en ontwikkelen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Of misschien zelfs wel met veel slagen en stoten. Ik keek huizenhoog tegen mensen op en al wist ik soms zelf beter dan wat zij beweerden, ik was niet in staat op de juiste manier, naar mijn idee zou dat assertief zijn, te reageren wanneer er over mijn grens werd gegaan. Nog heel lang reageerde ik bijna agressief wanneer ik dat wel deed en veel te vaak moest ik het over mij heen laten komen.

De invloed die dit gegeven destijds op mijn jonge kinderen had kon ik niet bevroeden. Wat ik ook niet kon weten was dat mijn manier van opvoeden, heel brede kaders met grenzen die niet overschreden mochten worden, niet voor mijn beide kinderen werkte. Ik was op die manier van opvoeden zelf heel trots.

Waar het vandaan kwam?

Ik was mijn ouders negende kind. Ik wilde niet veel maar had bijna alles gemogen wat ik zou hebben gevraagd. Dan heb ik het niet over hebben maar over doen. Ik was in mijn beleving op mijn zestiende, gestopt met school en fulltime werkend, volwassen en verantwoordelijk voor mezelf. Ik vertelde altijd dat ik mijn kinderen heb opgevoed tot hun zestiende en ze toen als volwassen en zelfverantwoordelijk beschouwde. Pas heel veel later begreep ik van mijn kinderen dat de één dat veel beter had aangekund dan de ander. Zij had dat ook niet zo gewild, zij had wat meer grenzen willen hebben.

Voor zover ik weet heb ik met onze beide kinderen, nu al lang zelf ouders van kinderen, een goede relatie. Ik hoop dat dat komt omdat ik ze in onze gesprekken heb kunnen erkennen in hun beleving van ons gezamenlijke verleden, toen we met elkaar zijn opgegroeid tot ouderen en volwassenen.

Ouder zijn betekent niet automatisch ‘beter weten’. Het is goed ons dat te realiseren en alsnog van onze fouten, en onze kinderen, te leren.

Rookvrije generatie/wishful thinking

Toen ik gisteren een van de ‘rookvrije generatie’ bordjes voorbij fietste dacht ik: ‘Hoezo, rookvrije generatie?’ die bordjes kunnen ze beter weghalen want dit is geen rookvrije generatie en gaat het ook zo niet worden.

Terwijl ik er vannacht aan dacht hier een blog over te schrijven is het eerste dat ik op LinkedIn tegenkom vanmorgen een filmpje over een aantal scholieren, allen onder de 18 jaar, die met elkaar gemeen hebben dat ze verslaafd zijn aan vapen.

Op het internet vind ik verschillende berichten over vapen. Ik lees dat, ten opzichte van roken, het minder schadelijk is voor de longen en voor het lichaam. Dat het geen goed alternatief is voor roken omdat het ook ongezond is en minstens zo verslavend. Dat uit veel vapes meer giftige en verslavende nicotine komt dan uit een heel pakje sigaretten. Dat de rook van nicotinehoudende e-sigaretten een direct effect heeft op de vorming van bloedstolsels en het functioneren van de bloedvaten.

Een meisje zegt, in het filmpje, dat ze er het kwaad eigenlijk niet van inzag en dat ze ook niet had verwacht dat het zo verslavend zou zijn. Toen is ze zelf naar een dealer gegaan om er ‘eentje te halen’. Nu zegt ze dat het best veel pijn doet in haar keel, maar dat ze eigenlijk elke twee dagen er wel één in de hand heeft. Een meisje dat op dertienjarige leeftijd in een vriendengroep kwam die  ‘echt van alles’ deden zegt: ‘Zo gaat het steeds verder. Als je denkt dat je wilt stoppen…je hart weet dat je moet stoppen maar je hersenen willen het niet toegeven,’. Een meisje dat op twaalf jarige leeftijd is begonnen zegt: ‘Ik heb geheugenverlies nu, ik kan me niet concentreren en ik ben heel erg afgeleid. Ik heb er best wel spijt van, want ik kom er echt niet vanaf,’. Ik vraag me af; van het geheugenverlies of van het vapen? Ik ben bang dat ze bedoelt, van allebei. En een jongen zegt: ‘Op een gegeven moment is het geen keus of je het wil of niet want je lichaam heeft het, op de één of andere manier hoe dom het ook klinkt, gewoon nodig,’. En dit is, of klinkt, niet dom want dit is precies wat een verslaving doet en zeker met een puber die nog niet zelf de keus kan maken of hij  het wil of niet maar gewoon doet wat zijn vrienden of leeftijdsgenoten om hem heen doen.

Dit filmpje is een initiatief van Vapen#jouwkeuze maar dat klopt dus niet, want deze kinderen maken dus niet de keuze, dat kunnen ze niet, ze doen gewoon mee. En stoppen dat kunnen ze niet zelf, daar moeten ze bij geholpen worden.

De tweede kamer kan 12 december JA zeggen tegen nicotinNEE.

Dat hebben we nodig, niet bordjes plaatsen met ‘Rookvrije generatie’ dat lost het niet op, dat is niet meer dan ‘wishful thinking’.

De zomer van de fietsen

Het begon met een fiets die we wilden huren voor onze logees uit Londen. We hadden hem al gehuurd toen we erachter kwamen dat fietsen voor Londenaren niet zo vanzelfsprekend is als voor ons. Zij liepen liever en dat was voor ons net zo goed. Een paar weken later bleek van onze herenfiets de ketting te zijn afgelopen en met de dichte kettingkast was die niet zelf te maken. Het zou twee weken duren voor we hem terug konden krijgen en aangezien mijn man er toch een fiets bij moest hebben (voor bij ons meerhuisje) kocht hij er één via Marktplaats.

Deze fiets had een platte, misschien wel lekke band, werd erbij gezegd, maar hij had een gare band. Er moest een nieuwe binnen en buitenband op en zo geschiedde. Mijn man had ondertussen ervaren dat de fiets ook een maat te klein voor hem was, dus we zouden hem weer op Marktplaats zetten.

Ondertussen had ik een tweedehands opoefiets gekregen als vervanging voor mijn totaal verroeste roze opoefiets met gare fietstassen. Daar liep de ketting ook vanaf toen onze dochter erop fietste en bovendien liep er steeds een trapper vast. Ik liet bij een fietsenmaker de ketting nakijken en er nieuwe trappers opzetten en de fiets was prima.

Niet veel later bleek de ketting ook gesmeerd en liep ik steeds na het fietsen met een veeg smeer op mijn been. Het is gelukkig zomer, anders had ik het in kleren gehad. Bij ons laatste bezoek aan ons kleine huisje, waar onze dochter verbleef met haar gezin, zei ze: ‘Sorry hoor mam maar nu heeft pappa’s fiets ook nog een lekke band gekregen,’. ‘Geeft niet,’ zei ik: ‘ik breng hem wel weg,’ en onze fietsenmaker had het nog drukker gekregen. Het duurt nu een maand voordat hij weer klaar is. Hij zei het verontschuldigend en ik zei: ‘Geeft niet, hij is weer aan het werk dus hij heeft hem niet elke dag nodig,’.

Ik was over mijn eigen fiets nog niet tevreden want die had geen fietstassen, geen snelbinders en ook geen vast slot. Ik zei: ‘laten we nog even naar een goede fiets kijken in plaats van die jij te klein vindt en dan laat ik daar tegelijk op mijn fiets een slot en snelbinders zetten. Omdat ik mijn fiets daar niet wilde laten tapete de aardige fietsenmaker ook nog mijn kettingkast…maar dat hielp niet.

Mijn man kocht een goede fiets en kon daar de te kleine fiets bij inruilen. Zijn andere fiets staat rustig bij de fietsenmaker hier bij het meer totdat hij klaar is en mijn fiets heb ik nog weggebracht om er een kettingkast op te zetten.

‘Dit is de zomer van de fietsen,’ zei mijn lief en daar had hij wel gelijk in.

Vraag hulp

Ik was 28, getrouwd en moeder van twee kleine meisjes, toen mijn huisarts mij, met een jaloezieprobleem, doorstuurde naar een psychologencollectief. Ik kon hun hulp destijds niet betalen maar de jonge psychologe die ik sprak zei: ‘Je moet wel geholpen worden. Neem de brief van je huisarts mee naar (wat toen heette) de RIAGG.’ Ik ben haar daar eeuwig dankbaar voor.

Bij de RIAGG (en dat zou nu de GGZ zijn) ben ik uitstekend geholpen in een voor ons betaalbaar, kortdurend traject waar het jaloezieprobleem werd (h)erkend als verlatingsangst. Ik was na de therapie niet van die angst af maar bleef voor mezelf eraan werken. Wat mij daarbij enorm hielp was de liefde en steun van mijn man en, zonder dat zij zich daar bewust van waren, onze jonge kinderen.

Ik heb veel zelfhulpboeken gelezen en ik heb ook later nog hulp gezocht en gekregen na het overlijden van ons jongste zusje en de problemen waar ik tegenaan liep op mijn werk.

Het allerbelangrijkste, bij het vinden van hulp, is de klik die je moet hebben met je hulpverlener. Alleen dan kan het werken en het feit dat jij ervoor openstaat is ook een belangrijke factor. Het gaat er niet om wat iemand precies heeft gestudeerd, het gaat erom dat hij of zij je kan helpen.

Hulp vragen vraagt ook veel van jezelf. Er zijn altijd mensen die er wat van zullen vinden dat je hulp nodig hebt, of ze begrijpen het niet, maar ze hoeven het ook niet te begrijpen, het gaat erom dat jij het begrijpt.

Hulp vragen is geen vorm van zwakte maar juist van kracht. Mijn man begreep destijds niet waarom ik me voelde zoals ik me voelde maar hij stond volledig achter mij toen ik daarvoor hulp wilde zoeken.

Ik ben blij dat ik destijds hulp heb gevraagd. Mijn eerste hulpverlener zei: ‘U wilde voor 200% ‘genezen’,’. Ik leed ook echt aan de nare gevoelens die ik had vanwege die verlatingsangst.

Nu, vele decennia en veel kennis over de eerste 1000 dagen van een kind later, begrijp ik heel goed waar mijn verlatingsangst vandaan komt. Ik zal het nooit kwijtraken maar ik kan er wel veel beter mee omgaan dan toen ik jong was…en dat is begonnen toen ik op de leeftijd van 28 jaar voor het eerst hulp vroeg.

Trouwdag 2024

We denken allebei dat het komt door de drukte met de verbouwing van ons appartementje, dat geen van ons aan een cadeautje heeft gedacht op deze dag. Hoewel, geen cadeautje? ‘We hebben een nieuw huis,’ zegt mijn lief, en dat is natuurlijk een cadeautje.

Het enige plan dat we hebben is nog wat dingen doen in ‘het huis’ en verder een taartje eten bij en met het gezin van onze oudste dochter. Met het jongere gezin in Diemen zullen we dat aankomende woensdag doen wanneer we voor het eerst sinds lang weer samen in onze loft zullen zijn.

Onze dochter appt dat ze om drie uur thuis zullen zijn en dat zij op de planning staat om bij onze neef te koken. Mijn man zegt: ‘App maar of het goed is dat we even later komen en dat wij dan wel bij onze neef zullen koken,’. Zij neemt het ons in dank af vanwege overmatige drukte in haar eigen gezin.

Het is de dag dat er een unieke mogelijkheid is om lopend over de nieuwe ringweg te gaan en dat besluiten we in de tussentijd te doen. We fietsen erheen en belanden in een enorme drukte. Een heel gezellige drukte, mede dankzij het weer dat droog en zonnig is. We lopen een stuk richting Euroborg en weer terug langs de andere kant. We nemen waarschijnlijk foto’s die ongeveer iedereen neemt en natuurlijk ook een paar van ons samen in dat unieke gebeuren.

We eten met dochter, schoonzoon en kleinkinderen gezellig een taartje en vertrekken daarna naar onze neef die door ons op de hoogte is gebracht van de verandering van planning. Hij mag graag weten wie hij kan verwachten.

Onze (gehandicapte) neef heeft bezoek en we koken dus voor hem en zijn vriend die we kennen omdat zij elkaar regelmatig bezoeken. Terwijl mijn man en ik samen koken praten we met ons vieren over van alles dat ons bezighoudt. Neef belt de moeder van zijn vriend, om te laten weten dat hij veilig is aangekomen, en nadat we voor het eerst zijn achternaam hebben gehoord blijkt de broer van de vriend een ex-speler te zijn van FC Groningen, de club waar mijn man vele jaren heeft gewerkt. De vriend vraagt belangstellend of hij trainer was en mijn man vertelt hun over zijn functies daar door de jaren heen. Hij vraagt ook en passant hoe oud hij dan is en neef en vriend zijn het erover eens dat hij er goed, slank, en sterk uitziet. Voor een 60plusser. Zelfs zijn ze beiden in de vijftig maar dat zal in hun beleving toch ver uit elkaar liggen.

Tussen maaltijd en toetjes krijg ik ineens een doos bonbons in de handen gedrukt. Het is een gebaar van dank voor het feit dat we voor hen koken en voor onze neef al langere tijd. Af en toe overkomt het één van ons dat we een cadeautje krijgen en we weten dat het een dank is voor alle gezinsleden van onze grote familie die regelmatig voor onze neef koken. ‘Het is ook voor je dochter,’ zegt de vriend, ‘want zij zou komen koken,’. Ik bedank en zeg dat we het met haar zullen delen.

Trouwdag 2024, een anders dan andere, maar wel net zo’n fijne dag.

Zeg het maar

‘Mag ik naast jouw man lopen, dan mag jij naast mijn man lopen,’. Ik vond het een beetje flauw toen ik het iemand hoorde zeggen, net hard genoeg voor mij om te weten dat het voor mij bedoeld was. Ik zou er nu een gesprek over aangaan, maar ik was nog een jonge moeder met kleine kinderen en er niet toe in staat.

‘Ik denk dat het vooral in jouw hoofd zat mam,’ zei een dochter onlangs toen ze nog eens mijn boek gescand had. Mijn onzekerheden en hoe ik me voelde staan uitgebreid in dat boek beschreven. ‘Ik ben daar denk ik ook wel anders in dan jij, hij (haar man) is niet mijn bezit,’.

‘Nee,’ zei ik, ‘pappa is ook niet mijn bezit, ‘maar we hebben elkaar wel iets beloofd. En het is ook zo dat ik weet dat iemand altijd meer is dan een gebeurtenis,’. Ik denk niet dat ik direct een einde aan ons huwelijk had gemaakt wanneer mijn man een keer was vreemd gegaan. Maar ik ben altijd huiverig geweest voor, zoals ze dat wel eens noemen, iets wat niets voorstelt. Want voor mij zou het altijd wat voorstellen. Ons huwelijk zou voor mij nooit meer hetzelfde kunnen zijn.

Door het jaloerse gedrag dat ik had, in die tijd dat ik zo onzeker was, begreep ik wel wat de dame, die de opmerking maakte, bedoelde. Het heeft wellicht ook te maken met het feit dat ik zoveel van hem hou en dat ik dat altijd voel. En we waren nog zo jong. Ik vertelde mijn lief hoe ik gekscherend tegen mijn dochter had gezegd: ‘Ik altijd maar weer verliefd zijn op pappa en hij zeker een beetje met iemand anders gaan,’.

Ooit zeiden wij tegen elkaar dat we nooit van onze kinderen weg konden gaan en dat we daarom wel bij elkaar moesten blijven. En ik denk dat we allebei niet van ze weg hadden kunnen gaan.

‘Maar,’ zei ik, ‘de waarheid is toch dat we niet van elkaar weg willen gaan omdat we van elkaar houden?’ en toen zei hij zoiets van: ‘Weet je, we zijn met elkaar dit huwelijk aangegaan. Dan heb je ook een verantwoordelijkheid. En te weten dat de ander een naar leven heeft als één weg zou gaan,’.  Dat vond ik wel hetzelfde maar dan ieder in onze eigen woorden gezegd. 

Gewoon doen

We leven met ons allen in een klein landje waarin één van de stelregels is: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Ik begrijp heel goed wat met deze regel wordt bedoeld, maar ik vind het een beetje moeilijk om te bepalen wat dan ‘gewoon’ is.

Volgens mij ben ik over het algemeen een redelijk ‘gewoon’ mens. Ik volg de verkeersregels en de sociale regels voor zover ik die ken en als ik me daar niet zeker over voel dan volg ik degene met wie ik ben. Ik betaal gewoon mijn boodschappen, ik volg een beetje het nieuws, ik maak me soms druk en soms niet, zo dus ongeveer.

Waarin ik misschien een beetje afwijk is dat ik veel meer dan gemiddeld lees, altijd een paar boeken tegelijk en veel tijdschriften, van de Flow tot aan de Libelle en Volkskrant Magazine en alles wat ik verder in handen krijg.

Ik mag op mijn 65ste nog heel graag dansen en ik hou zoveel van zingen dat ik dat elke dag doe. Een dag niet gezongen is voor mij een dag niet geleefd en het handige is dat ik dat altijd en overal, geheel in mijn eentje, kan doen. Voor mij is dit dus ‘gewoon’.

Vandaag was ik alleen in ons nieuwe huis. Het is het 7de huis waarin we samen gaan wonen. Het is echter het eerste huis waar ik echt een aandeel heb in het opknappen en klaarmaken ervan. Ik heb van huis uit niets geleerd op dat gebied. Er waren bij ons thuis altijd veel mensen vanwege ons grote gezin en het feit dat ik één van de jongeren ben zal daar ook een rol in gespeeld hebben.

Ik begon met het gronden van raamkozijnen, dan zou één van de anderen het verder afwerken. Op een dag was alles gegrond en moest er nog wel een raamkozijn afgewerkt worden. ‘Gewoon doen,’ zei mijn man, ‘wat kan er gebeuren,’. En dus deed ik gewoon. En het ging goed. Toen zag ik de losse plintjes en begon die te plakken, en dat ging ook goed. Het volgende waren twee lambriseringen die ik graag wilde op de plekken waar twee radiatoren waren weg gehaald. We bedachten de constructie, kochten de onderdelen en plaatsten het samen. En het verven daarvan…dat deed ik. En nu weet ik: gewoon doen, zoals ik mijn kinderen heb horen zeggen: ‘Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan,’. Zelfs op mijn 65ste, in ons 7de huis. Gewoon doen!

Je bent nooit de enige

Voor een fictief verhaal bedacht ik ooit dat een jonge vrouw een kind had gekregen van haar ex-geliefde nadat zij en haar man jarenlang hadden geloofd dat haar man de vader was van het kind. Veel later deed ik een cursus waar een medecursiste dit in het echte leven had meegemaakt. Na de (vroege) dood van de vader van haar tweede zoon bleken haar beide zoons van dezelfde vader te zijn.

In datzelfde fictieve verhaal had ik bedacht dat een zangeres haar dochter bij haar ouders achterliet om in een band haar geld te verdienen en tegelijk haar passie, het zingen te kunnen uitvoeren. Nadat zij onbedoeld zwanger was geraakt was het haar vader die dit voor haar had bedacht. In het echte leven was het een collega die mij vertelde dat zij jong moeder was geworden en om te studeren haar kind enige jaren bij haar ouders achterliet. Uiteraard kwamen beide moeders zo vaak als ze konden naar huis om bij hun kind te zijn.   

Ik schreef al eens dat vreemdgaan vele gezichten heeft en dat geldt ook voor scheidingen. Als ik schrijf over een vader die een relatie kreeg met een moeder die al een kind had toen ze aan de relatie begonnen en dat het gezin (weer) werd opgebroken, nadat er één of meerdere kinderen bij waren gekomen, dan ken ik zeker twee stellen die dat is overkomen.

Ik ken meerdere stellen die uit elkaar zijn gegaan toen de kinderen klein waren en die weer samen verder gingen, nadat de kinderen, volwassen inmiddels, het huis verlaten hadden.

Waar in ieder geval één kind met de situatie moet dealen dat hij/zij tot twee keer toe zijn/haar vader verliest moeten de andere kinderen dealen met het feit dat hun ouders tijdens een belangrijke periode in hun leven niet samen waren en daarna weer wel.

Vanwege mijn missie om zoveel mogelijk oorspronkelijke gezinnen bij elkaar te kunnen houden spreek ik veel met mensen over relaties en vaker niet dan wel krijg ik dan het verhaal van een scheiding te horen. Met de bijbehorende pijn. Ik verbaas me daar inmiddels niet meer over maar het sterkt mij wel in het idee dat elke relatie ondersteuning kan gebruiken, of misschien wel nodig heeft, bij de impact van wat ik noem ‘de geboorte van een gezin’.

Welke situatie ik ook beschrijf, het is altijd bij meerdere mensen aan de orde of aan de orde geweest. Zo zit het leven in elkaar. Dus weet dat, wat er zich ook in jouw leven voordoet, je niet de enige bent die dit overkomt. Soms is het ook een troost.