Top 2000 a gogo

Elk einde van een jaar verheug ik me enorm op de Top 2000 a gogo. Ik hou van de verhalen achter de artiesten of de verhalen die onder de clips verschijnen. Ik hou nog meer van de mini documentaires die door Leo Blokhuis worden gemaakt.

Soms lijkt een liedje gewoon een liedje en soms kom je er door zo’n documentaire achter dat het veel meer is dan ‘gewoon een liedje’. Bij de laatste uitzending van de Top 2000 a gogo van het afgelopen jaar bleek dit voor het nummer ‘Why tell me why’ destijds gezongen door Anita Meijer.

We zien beelden van Anita met de componist van het lied, Piet Souer. Samen praten zij over het ontstaan van het lied en wat het ze gebracht heeft. Souer noemt de schrijver van de lyrics, Gregory Elias, en dan zien we hem op het tropische eiland waar hij woont.

Elias vertelt over de tekst van het lied. Hij zegt (in het lied) dat we ons verstand moeten gebruiken en dat onze tijd ‘opraakt’. Hij zegt dat het niet nodig is moeilijk te doen en ruzie te maken of misschien zelfs te vechten. Hij vraagt ons te geloven in onze bestemming, onze menselijkheid en elkaar weer te ontmoeten. Hij spreekt de wens uit dat vrijheid snel ‘onze kant op’ mag komen. Met andere woorden, dat we snel vrij zullen zijn. En hij zegt ook ‘dat we allemaal weten waar we staan’, ‘hoe het er met ons voorstaat. En dat klopt, dat weten we allemaal.

We zullen vrij zijn wanneer we het allemaal zullen zijn. Vrij zijn is niet dat een deel van de bevolking vrij is, terwijl het een ander deel van de bevolking overheerst. Want die zijn dan niet vrij. Vrij zijn we pas, wanneer iedereen echt gelijk wordt behandeld. Als het niet uitmaakt wie je bent, of wat; man, vrouw, lhbtqia+… Vrij zijn we pas als het niet uitmaakt hoe we eruit zien, wat we dragen qua kleding of welke kleur onze huid heeft. Vrij zijn we als het niet uitmaakt wat we hebben gestudeerd, of we hebben gestudeerd of ons beroep met onze handen uitvoeren. Vrij zijn we als niemand denkt dat er een reden kan zijn dat de ene mens meer of minder waard kan zijn dan de andere mens. Vrij zijn we pas als we goed met onze medebewoners op aarde kunnen omgaan, de dieren, de planten, alles wat er op onze aarde leeft.

Het lied is 43 jaar geleden uitgebracht en hoe actueel is het met de oorlogen in Oekraïne en Gaza. Wat heeft een oorlog ooit opgebracht. Wat is de zin van het vernielen van dorpen en steden die later weer met hulp van anderen moeten worden opgebouwd. Hoeveel pijn en verdriet moeten de mensen in die gebieden verdragen om wat henzelf of hun geliefden overkomt.

Nee, niet zeggen dat God dit allemaal ‘laat gebeuren’, het zijn de mensen die het doen, net zoals het de mensen zijn die de aarde vernielen, eigenlijk net zo erg als de dorpen en steden die in een oorlog worden vernield.

Why…tell me…why?

Ruim voldoende geld maar te vaak verkeerd besteed

Stel je het volgende voor:

In een mooi vrijstaand huis woont een gezin. Hun huis wordt elke vier jaar mooi opgeverfd. De weelderige tuin wordt door een tuinman onderhouden en een interieurverzorgster zorgt ervoor dat hun huis spic en span schoon blijft. In de dubbele garage staan twee glanzend-nieuwe auto’s met een kostprijs waarvan je ook een huis zou kunnen kopen.

Qua meubels en apparaten hebben ze steeds het nieuwste van het nieuwste en het ouderpaar let scherp op dat ze in ieder geval steeds kunnen blijven concurreren met de gezinnen om hen heen. Het liefst zijn ze altijd in alles nummer één. Het mooiste huis, de mooiste tuin, de mooiste auto’s, de mooiste…mooiste…mooiste.

Qua eten hoeven ze zich ook niets te ontzeggen. Koken doen ze soms en dan van pakketten waar alles in zit. Liever gaan ze uit eten in hun mooiste kleding zodat ze er vooral mooi en goed uitzien. Status is voor hen een belangrijk woord. Ze willen meetellen en doen daar alle moeite voor.

In een van de kamers ligt een kind. Hij is ziek, langdurig en ook wel ernstig. Hij kan niet zo goed mee met de rest van het gezin. Het frustreert hem erg, maar hij is er ook aan gewend. Soms laat hij even van zich horen, als hij het alleen-zijn en zich niet goed voelen niet meer kan verdragen. Maar meestal ligt hij maar alleen, wetende dat hij niet veel te verwachten heeft…door de keuzes die zijn ouders maken.

Wat zou je hiervan vinden?

Nederland is een rijk land. De meeste mensen hebben het hier goed, enkelen leven zelfs in weelde. Ook in het grotere Europa staat het land er goed op en de inwoners van Nederland blijken tot de gelukkigste mensen van de wereld te behoren. Misschien is daarom het algemene antwoord: ‘Goed.’ op de algemene vraag: ‘Hoe is het?’ wel zo gangbaar.

Maar er is ook een groep mensen dat in de reguliere zorg niet geholpen wordt. Een groep mensen dat niet, zoals de meesten van ons gelukkig wel, een dak boven hun hoofd heeft. Deze groep mensen wordt door onze regering niet geholpen. Zij kunnen niet meekomen en er wordt niet naar ze omgekeken.

Gelukkig zijn er mensen als Michelle van Tongerloo en de mensen van de Pauluskerk die naar deze mensen wel omkijken en ze daadwerkelijk helpen.

Wat vind je hiervan?

Rouw

Ons eerste verlies in de familie was, in 2001, ons kleine nichtje van vier. Het leek een gewoon griepje dat ze had maar bleek uiteindelijk een abces bij de longen, waar ze binnen korte tijd aan overleed. We hebben, ieder op onze eigen manier, om haar gerouwd en ik weet dat vandaag de dag nog steeds soms familieleden worden overvallen door het verdriet om het verlies van dit kleine meisje.

Elf jaar later was het ons jongste zusje, de moeder van dit kleine meisje dat na een kort ziekbed overleed. Dat was zeven maanden na het verlies van onze tweede ouder. Haar ziekte openbaarde zich precies tussen het overlijden en de begrafenis van onze oude vader.

Nog niet uitgerouwd om onze ouders die dertien maanden na elkaar overleden trof ons dit onverwachte verlies als een mokerslag. Bij het overlijden van mijn vader was ik, na het overlijden van mijn moeder, eigenlijk nog niet eens hersteld. Misschien gold dat wel voor meer van onze grote schare broers en zussen. Maar je moet wel door, dat is de ongeschreven wet van het leven.

Rouw is altijd rauw. Het doet pijn en het verschilt met de persoon om wie we rouwen hoe we het ervaren. Hoe mijn zusje en haar man verder leefden nadat ze hun kleine meisje aan de dood hadden verloren is mij een raadsel. Ik kon er alleen maar enorm bewondering voor hebben.

Wanneer mensen bijna niet verder kunnen leven na het overlijden van hun kind, of van hun partner begrijp ik dat heel goed. Ik weet niet hoe dat zou zijn, want ik heb het gelukkig niet hoeven ervaren maar ik begrijp het wel.

En ik begrijp het ook wanneer je wel verder kunt na het overlijden van een geliefde. Misschien zelfs kunt openstaan voor een nieuwe liefde. Volgens mij maakt leeftijd daarbij niets uit, wel omstandigheden en die weten alleen degenen die het rechtstreeks aangaat. 

Tenzij we helemaal alleen op de wereld zijn zullen we allemaal verliezen lijden. 70 jaar bij elkaar mogen blijven, zoals mijn ouders, is lang niet eenieder gegund. Laten we hopen op compassie van onze omgeving…wanneer het onszelf overkomt.

Blijf toch bij elkaar

Jaren geleden kreeg ik een krantenartikel toegestuurd waarin een dame pleitte voor een relatie-APK die stellen om de zoveel tijd (jaar?) zouden kunnen doen om te kijken of ze nog op één lijn zitten. Om te kijken hoe hun relatie ‘ervoor staat’. Dit artikel sprak mij direct aan omdat ik bij veel mensen gezien heb hoe hun relatie onder druk staat, terwijl ze wel van elkaar houden. In bijna alle gevallen heeft het te maken met communicatie. Iedereen weet hoe belangrijk het is om goed met elkaar te communiceren en bijna iedereen weet ook hoe moeilijk het is. Om daarbij hulp van een derde te vragen kan dan een heel goede stap zijn.

In de afgelopen jaren heb ik dit onderwerp, soms ook door anderen relatie-APK genoemd, regelmatig voorbij zien komen. Dat betekent dat het leeft en er meerdere mensen op zoek zijn naar hulp bij de ontwikkeling van hun relatie. Wanneer deze mensen kinderen hebben is het wellicht voor de kinderen nog belangrijker dan voor henzelf.

Volkskrant Magazine van 16 september jongstleden heeft als titel ‘Let’s stay together’. Dit nummer is grotendeels gewijd aan relaties en relatietherapie. Een kopje uit het artikel ‘De zin en onzin van relatietherapie’ luidt: Van alle psychologische interventies is relatietherapie betrekkelijk nieuw. En een ander kopje luidt: Timing is lastig, de meeste mensen willen pas in therapie als het water ze aan de lippen staat. En een derde, en laatste, kopje luidt: Een therapeut kan geen wonderen verrichten.

Ik vind het een positieve ontwikkeling dat mensen blijkbaar meer dan vroeger bereid zijn om te werken aan hun liefdesrelatie. In mijn beleving is het een van de mooiste en ook een van de meest kwetsbare vormen van relaties. Mensen blijken soms al in relatietherapie te gaan wanneer ze nog geen problemen hebben, dat lijkt wat vroeg maar qua timing, denk ik, veel beter dan wanneer er al forse problemen zijn. Wat het laatste kopje betreft; alleen het liefdespaar zelf kan, geholpen door de therapeut, problemen oplossen. Dat kan niemand voor hen doen.

Ooit viel bij mij het kwartje toen een therapeut tegen mij zei: ‘Mevrouw Jeltema, u moet niet verwachten dat een ander voor u het paradijs maakt.’ Achteraf ben ik heel blij dat ik toen op tijd hulp heb gezocht, ik was pas 28 en onze kinderen een baby en de ander drie jaar. Een therapeut kan geen wonderen verrichten, dat kun je alleen zelf, samen met je liefste.

Het is wel belangrijk de juiste therapeut te vinden.

Huizen, huizen, huizen

Op LinkedIn lees ik verschillende berichten in relatie tot het huizenprobleem dat ons land in zijn greep heeft. De berichten zijn verschillend van aard. Ik lees over ‘terugroepactiegroningen.nl’ waarbij young professionals die elders zijn gaan wonen en werken worden gevraagd of ze terug willen verhuizen naar Groningen om hier hun kennis in te zetten en tegelijk in een omgeving met meer ruimte (dan bijvoorbeeld in de Randstad) te komen wonen. De terechte vraag die ik daarbij in een commentaar las was: ‘Waar kunnen ze in de stad dan snel een betaalbare woning vinden?’

Voormalig minister De Jonge roept mensen op overbodige kamers in hun huis te gaan verhuren aan studenten. Ik ken mensen die dat doen en weet dus dat het kan. Natuurlijk moet je daarbij selectief zijn in de keuze van wie je dit ‘gunt’. En wanneer de studenten zich niet aan de regels wensen te houden, moet je ze de huur kunnen opzeggen.  

In een commentaar in die LinkedIn post wordt gezegd dat ‘wanneer AOW’ers niet zouden worden gekort bij samenwoning er wellicht meer mensen zouden gaan samenwonen waarbij veel woonruimte zou vrijkomen’.

Waar ikzelf van overtuigd ben is dat wanneer minder mensen gaan scheiden, hun relatie verbreken, er ook minder huizen nodig zullen zijn. Ik weet dat veel scheidingen niet te voorkomen zijn en ik denk dat met een goede oudercursus aan het begin van een zwangerschap misschien evenzoveel scheidingen wel te voorkomen zijn. De grote winst bij het voorkomen van een scheiding (wanneer die inderdaad te voorkomen is), is het lot van de kinderen. Om dit een voordeel te noemen is een understatement, dit is een enorme winst.

Misschien moeten we dus zeggen: kinderen, AOW’ers, studenten en huizen, huizen, huizen.

Zij niet…en wij ook niet

‘Je gaat het toch wel doen?’ Ik kijk hem verwachtingsvol aan, terwijl ik wel zie dat hij het, om wat voor reden dan ook, niet wil. De vraag was heel simpel: ‘Ach, wil jij even de lege flessen weg gooien?’ gevraagd door zijn pappa.

Hij maakt geen aanstalten om in beweging te komen en ik zeg: ‘In onze familie en in ons gezin hebben we een vaste regel en die is: als iemand je vraagt iets te doen, dan doe je dat. Tenzij je bijvoorbeeld ziek bent…maar dan vragen we het niet.’ Ik zie dat hij erover nadenkt en ik moedig nog even aan: ‘Kom, doe het nou maar.’

Hij staat op en gaat in de gang zijn schoenen aantrekken. Zijn gemoed is nog duidelijk in mineur. Terwijl hij op de trap zit, en blijft zitten zeg ik op enig moment: ‘Nou, kom maar binnen. Ik ga wel.’ Maar dat wil hij ook niet. Hij trekt zijn jas aan en gaat met de tas met flessen naar beneden. Voor het raam kan ik hem bijna helemaal volgen en na korte tijd komt hij weer terug, zijn gezicht nog altijd op onweer.

Hij trekt de slaapkamerdeur achter zich dicht en na een tijdje gaat hij in de kamer televisie kijken. ‘Bedankt dat je de flessen hebt weggebracht,’ zeg ik, nog steeds tegen zijn wat stugge gezicht. ‘Heb je begrepen wat ik zei?’ beantwoordt hij met een kleine ruk van zijn hoofd. De juiste toon vinden we weer terug wanneer ik hem even later wat lekkers breng en zijn gezicht weer opklaart.

Lang geleden, toen onze kinderen nog klein waren, gingen we samen een dagje uit. Tussen ons was wat geharrewar en de kleine meisjes zaten muisstil achterin de auto. Ik vond het vooral voor hen vervelend maar wist ook dat wij, groten, ook de stemming die we onbedoeld hadden opgeroepen naar vonden. Op enig moment vroeg ik iets waar mijn man uitgebreid op kon reageren en al pratend werden zijn toon en mijn toon weer rustig. Achterin de auto hoorde ik twee kleine zuchtjes van opluchting en zag ik, in mijn verbeelding, twee stel gespannen schoudertjes zakken.

Het overkomt ons allemaal wel eens dat we, om wat voor reden dan ook, onbedoeld de goede sfeer bederven. We kunnen wat gefrustreerd zijn of niet lekker in ons vel zitten. Wij doen dat niet expres, en dat geldt ook voor onze kinderen. Het is alleen voor de kinderen wel prettig als wij ze kunnen helpen daar weer uit te komen en dat geldt ook voor onszelf. Wie het vervolgens doet is niet belangrijk, dat we er niet in blijven hangen is dat wel.

Er valt wat te kiezen

Vandaag is de dag waar we met elkaar, reikhalzend naar hebben uitgekeken. We hebben gestemd, na eindeloos verkiezingsdebatten kijken en luisteren, nauwlettend het nieuws volgen en verkiezingsprogramma’s bekijken en vergelijken. Er zullen vast mensen zijn die dit doen, mij lukt het niet. Ik lees er alles over wat ik in handen krijg en bekijk debatten op televisie, wanneer ik er toevallig voor zit.

Bij de voorlaatste verkiezingen was ik er heel zeker van dat ik D66 wilde stemmen omdat ik mevrouw Kaag het liefst in het torentje had gezien. Haar functie als Minister van Buitenlandse zaken vond ik zo terecht aangezien zij jaren diplomaat (naast alle andere hoge functies die ze heeft bekleed) is geweest en dus veel weet van de zaken in het buitenland. Toen zij in het volgende kabinet Rutte echter Minister van Financiën werd haakte ik af. Ik begreep het wel, want zo gaat dat in de politiek. Ministers worden aangesteld op een post, los van of ze er de meest geschikte kandidaat voor zijn of niet. Maar ik vond het een verkeerd besluit.

In één van de debatten hoorde ik overigens een politicus zeggen dat hij ‘specialisatie’ wilde onder de ministers, precies wat ik bedoel. Ik hoop dan ook dat het volgende kabinet daarvoor gaat kiezen.

Ik heb in het verleden een keer SP gestemd, toen nog geleid door meneer Marijnissen, de vader van de huidige partijleider. Ik wilde zo graag weten hoe de partij het ging doen in de regering en ik had veel vertrouwen in deze man. Hoewel ze toen wel deel konden uitmaken van de regering kozen ze daar niet voor. De reden daarvoor weet ik niet maar het gaf mij het gevoel dat ze liever ‘comfortabel’ in de oppositie wilden blijven. Ik heb voor elke regering enorm bewondering, want ze doen veel goed en ook veel fout (afhankelijk van onze persoonlijke ideeën) maar ze doen het wel. Ze nemen verantwoordelijkheid.

Ik heb nu weer gekozen. En hoe ‘mijn’ partij het gaat doen, daar ben ik heel benieuwd naar want ik denk zeker dat zij van de komende regering deel kunnen uitmaken. Ik hoop dat zij, in dit rijke land, een einde kunnen maken aan het feit dat er mensen in armoede leven, of nog erger, op straat. Ik hoop dat zij ervoor kunnen zorgen dat de zorg, het onderwijs en onze rechtstaat weer op orde kunnen komen. Dat de juiste mensen erover zullen gaan. Mensen die gaan voor de mensen en niet voor het geld. Ik hoop dat ze ervoor kunnen zorgen dat de mensen die in ons land wonen, hoe ze er ook terecht zijn gekomen, een baan kunnen krijgen en een woning zodat er wellicht geen mensen uit andere landen hoeven te komen om hier werk te doen (levend en werkend onder erbarmelijke omstandigheden) die de mensen die hier wonen niet willen doen.

Ik hoor regelmatig politici zeggen dat iets ‘niet te betalen is’ en dat geloof ik niet. In dit rijke land is meer dan genoeg geld…het wordt alleen wel, op heel veel gebieden, nog verkeerd besteed.

Deel elkaars leven

‘Nee, ik vertel hem nooit iets over mijn werk.’ Ze zegt het met een stelligheid die mij verbaast. ‘Nee, hoor, dan moet ik steeds alles weer uitleggen.’ Ik zeg: ‘Oh, okay,’ en denk, ‘dat kan ook anders.’

Mijn man en ik doen heel verschillend werk en hebben ook periodes in ons leven meerdere werkgevers tegelijk gehad. We hebben bovendien in die toch al drukke periodes (want nog jonge kinderen) ook verschillende studies en cursussen gedaan.

Omdat we ook altijd één gezinsauto hebben gehad was vaak genoeg de vraag: ‘Wie heeft nu de auto nodig?’ En dan ging de ander met de fiets of het openbaar vervoer en soms hadden we het geluk een auto voor die tijd te kunnen lenen. Dat was dan de auto van zijn vader en zijn ouders pasten, op de avond dat wij beiden moesten werken, op onze kinderen.

Misschien hebben wij het geluk gehad dat we ‘spelenderwijs’ of ‘automatisch’ moesten communiceren over het verdelen van onze tijd en aandacht over gezin en werk. Wie waar meer tijd aan ‘kwijt’ was, is nooit belangrijk (geweest) want wij vonden beiden even belangrijk.

Van alle werkgevers die mijn man en ik hebben (gehad) kennen wij namen en gebeurtenissen omdat we daar, bij thuiskomst, altijd even over praten. Heel soms vragen we elkaars raad of mening over iets of iemand, maar meestal is het gewoon even een kort verslag van onze wetenswaardigheden van die dag. En zelfs als ik een hele dag thuis ben geweest is daar wel iets (meestal leuks) over te delen.

Nu de kinderen (al jaren) niet meer thuis wonen geeft het ons een verbondenheid die volgens mij alleen maar kan ontstaan door tijdens je gezinsleven daadwerkelijk elkaars leven te delen. Dezelfde aandacht hadden wij voor de verhalen van onze kinderen, zo heb ik het althans ervaren.

Misschien is dat ook de reden dat wij, met ons vieren nog steeds een goede ‘match’ zijn. We brengen nog steeds graag tijd met elkaar door, zelfs nu onze dochters met hun gezinnen op flinke afstand van elkaar wonen. En ik hoop dat we altijd kunnen zorgen dat onze kleinkinderen elkaar zo regelmatig zien dat ze weten: ‘Dat is mijn neef of nicht en wij horen bij elkaar.’

Ik wil graag een oude oma worden om dat, als zij volwassen zijn geworden, daadwerkelijk mee te maken. En natuurlijk met opa aan mijn zij.

Als je niet wegkijkt

Hij was net twee jaar jong toen hij bij het pleeggezin werd geplaatst. Het pleeggezin dat later zelfs een gezinshuis werd. Zijn huidskleur was anders dan dat van de leden van het gezin. Was het daardoor dat hij werd genegeerd, voor schut gezet of nog erger, vernederd? Met te grote regelmaat. Over zijn jeugd weet ik niets meer dan dit wat ik heb gehoord in de documentaire die over hem is gemaakt en de podcast die ik vanmorgen, via LinkedIn, beluisterde.

De instanties, die in de 15 jaar dat hij bij het gezin woonde, over hem ‘gingen’ constateerden hier wel wat van, zoals hij later las in de dossiers, maar na een gesprek met de pleegmoeder werd dit weer doorgehaald. Nee, hiervan was niets waar. Het lag allemaal aan de jongen, die deugde niet, was onhandelbaar.

Op zijn 21ste studeert deze jongen bestuurskunde en wanneer je hem hoort praten kun je je niet voorstellen dat hij een vreselijk leven in dat gezin heeft gehad. Hoe sterk moet je zijn om dit zo te overleven? Sterk blijkt wel, wanneer hij het moedige besluit neemt om de pleegmoeder voor de tuchtraad te ‘slepen’. Een zaak tegen haar aan te spannen. Hij is inmiddels van het gezin af, maar maakt zich zorgen om de kinderen die er nog wel moeten wonen.

In de podcast hoor ik dat het onder anderen de zus en zwager van de pleegmoeder zijn die de jongen in het proces van de aanklacht bijstaan. Zij hebben hem en het gezin al die jaren meegemaakt en zich vaak afgevraagd hoe het voor de jongen was om daar te wonen. Zij zijn getuige geweest van het onrecht dat de jongen stelselmatig is aangedaan. En zij zijn zo moedig en eerlijk geweest om die getuigenissen officieel te maken, wat de zaak van de jongen zeker zal hebben geholpen.

Chapeau voor deze mensen. Ik weet niet of ze in zijn jeugd moeite hebben gedaan om hem, waar voor hen mogelijk, bij te staan. De relatie tussen hen en de jongen is in ieder geval goed. Toen hij op zijn 17de door de pleegouders uit huis was gezet hebben ze contact met hem opgenomen en zij hebben bijgedragen aan het positieve resultaat dat de jongen heeft kunnen behalen in de zaak waarin hem, uiteindelijk, recht werd gedaan.

Chapeau oom en tante dat jullie niet hebben weggekeken, maar de jongen hebben geholpen en bijgestaan toen hij jullie nodig had. Dat is wat in kwetsbare zaken als deze mensen teveel doen…wegkijken. Dat hebben jullie gelukkig niet gedaan.

Warm nestje

Lief kindje, je bent er nog niet. Het duurt zelfs nog even voordat wij elkaar in de ogen zullen kijken. Maar we kijken met smart naar je uit. En al ben je er nog lang niet, ik ga je nu al een paar dingen beloven.

Je pappa en ik hebben elkaar beloofd dat we ons goed op jouw komst zullen voorbereiden. We praten samen over ons werk, hoe we dat gaan verdelen. Het liefst willen we samen maximaal 6 dagen werken en we hebben nog even tijd om te bekijken of en hoe we dat kunnen regelen.

We gaan allebei wat minder (betaald) sporten en pappa is van plan van het wandelen met jou een sport te maken door dan zijn sportkleren aan te doen en stukjes tussendoor met jou te rennen. Maar dat mag pas van mij als jij al wat groter en sterker bent.

Je oma’s willen allebei op jou passen en dan zul je ook nog een dag naar de opvang gaan. We moeten dat binnenkort al gaan regelen, er schijnt altijd een lange wachtlijst te zijn. Onze mamma’s komen om en om op jou passen op een vaste dag in de week, oh wat zal dat een feest voor je zijn.

Pappa en mamma willen ook samen genoeg tijd met jou hebben. We willen je goed leren kennen en veel met je praten en vooral heel goed voor je zorgen. We zullen leren wanneer je moet slapen en eten…en wanneer we je moeten laten huilen.

Lief kleintje, we maken met liefde en heel veel plezier een kamertje voor je klaar. Met natuurlijk een wiegje en een kastje waarop ik je luiertjes kan verschonen, maar ook met een schommelstoel waarop ik je zachtjes in slaap kan wiegen als je dat zelf een keer niet lukt.

We zullen een warm nestje voor je maken waarin je kunt groeien en bloeien en veilig zult zijn. Weet dat wij altijd van je houden…altijd.