Vrede

Toen mijn broer 19 was en ik 21 hebben we elkaar de twaalf jaar daarna niet gesproken en hoegenaamd niet gezien. Er was een onenigheid tussen ons geweest met dat als gevolg.

Ik vond het jammer, hij ontliep mij en ik was toen niet in staat om daar verandering in te brengen. Ik geloof niet dat we er familie mee belast hebben, maar mijn ouders zullen het niet fijn gevonden hebben.

Twaalf jaar is op die leeftijd best lang en ik weet nog goed hoe ik, elk jaar met kerstmis, dacht: ‘Het is te gek voor woorden dat er in de wereld oorlogen zijn en wij, terwijl we familie van elkaar zijn, elkaar niet zien. Dat wij samen onvrede hebben.’

Mijn broer en zijn vrouw waren uiteindelijk degenen die het herstel in gang brachten door ons een kerstkaart te sturen. Ik sluit niet uit dat zij vaak, en misschien ook wel juist met kerst, hetzelfde voelden als ik. Ik schreef ze daarop een brief waarin ik, voor mijn aandeel, mijn excuses aanbood. Toen we elkaar, die kerst, bij mijn ouders troffen hebben we elkaar de hand geschud en heb ik nogmaals mijn excuses aangeboden.

Dat ik zelf niet de eerste handreiking durfde te doen had te maken met het feit dat ik bang was afgewezen te worden. Daarom ben ik zo blij dat zij het wel ‘durfden’. Ik ben nog elke dag blij dat wij weer goed zijn samen.

In de families die ik ken, die onvrede met elkaar hebben, weet ik dat het geen kwestie is van mishandeling of misbruik maar dat er sprake is van verschillen van mening, of interpretatie van gebeurtenissen, of communicatie stoornissen. Er is vaak pijn en verdriet, gekwetste ego’s soms. Vaak wordt er gekeken naar wat ‘de ander’ heeft gedaan terwijl ik denk dat het beter is te kijken naar wat ons eigen aandeel is in de gebeurtenissen.

En als je persoonlijk leed of verdriet hebt is het zo fijn wanneer je terug kunt vallen op je familie, omdat je met elkaar een band deelt die onverbrekelijk is. Je vrienden kun je kiezen en je familie niet…maar je hebt wel keuze in hoe je met je familie wilt omgaan.

Wat is waar?

In het magazine van Amnesty International van Juni/Juli 2023 lees ik dat Sinan Can over de Nationale Postcode Loterij zegt: ‘…een organisatie die geld verdient aan gokverslaafde mensen, een paar procent aan goede doelen schenkt en haar directeur een miljoen per jaar uitkeert.’ Wij zijn direct vanaf de start lid geworden, juist vanwege de goede doelen en wat we zeker niet zijn, is gokverslaafd. Dat alle andere deelnemers dat wel zouden zijn, dat geloof ik niet. Bovendien vraag ik me af: ‘Is de rest wel waar?’

Op het internet vind ik, over waar het geld van de Postcode Loterij naar toe gaat: …het grootste deel- circa €500 miljoen bestaat uit schenkingen van de Postcode Loterij en Vrienden Loterij aan goede doelen, sport en cultuur.

In het jaarverslag 2022 van de NPL: Met de NPL en de VL (zo staan ze in mijn boekje waarin ik alle maandlasten bijhoudt) maken we miljoenen winnaars blij met in totaal 422 miljoen euro aan prijzen en cadeaus. We geven in totaal 473 euro aan goede doelen en cultuur.

Persoonlijk vind ik dit verschil veel te klein. Wat mij betreft zou de verdeling zo moeten zijn dat 80% gaat naar goede doelen en 20% naar prijzen en cadeaus. Dus 716 miljoen euro aan goede doelen en cultuur en 179 miljoen euro aan prijzen en cadeaus.

Ook lees ik op de site van de NPL: …Zo kunnen we de goede doelen ook dit jaar blijven steunen… Van die zin snap ik helemaal niets want…daar is het toch allemaal om begonnen, om die goede doelen te steunen? Het lijkt nu wel andersom, je kunt heel veel winnen en, en passant, steunen we ook nog een paar goede doelen. In die zin vind ik de woorden van Sinan Can niet helemaal verkeerd.

Over het salaris lees ik: …verdiende de directeur van de Nationale Postcode Loterij in 2018 maar liefst €240.000. Bedenk hierbij wel dat de NPL maar liefst één miljard aan inkomen binnenhaalde. Dat is dus bij lange na niet het genoemde één miljoen.

Naast andere goede doelen die wij steunen blijven we lid van de Postcode Loterij met het ene lot dat we hebben en bewust nooit hebben uitgebreid. Omdat het ons gaat om het steunen van de goede doelen en de club die we hebben gekozen voor de Vrienden Loterij en wat we winnen, kleine, leuke cadeautjes tot nu toe, als leuke bijkomstigheid beschouwen.

Er zullen vast, en misschien wel veel, mensen ‘alleen maar’ meedoen om ooit die grote geldprijs te winnen en dat gun ik iedereen. Ik erger me soms aan de reclames die voor die twee loterijen worden gemaakt en ik wilde dat we meer zouden zien van de instanties die daadwerkelijk met de giften worden gesteund. Heel soms zie ik daar op de televisie iets van voorbij komen.

Wat waar is van wat over de NPL in het Amnesty blad wordt beweerd weet ik niet en eerlijk…ik weet dat van heel veel andere berichtgeving ook niet.

Wat wel lukt is belangrijk

Wanneer ben je succesvol? Als je veel geld verdient? Als je een academische titel hebt? Als je blij en tevreden bent, ongeacht van wat je hebt?

Ik heb in mijn leven twee langdurige banen gehad. Ik heb 25 jaar bij Albert Heijn gewerkt in verschillende functies aan de kassa en op kantoor. En ik heb 18 jaar op school gestaan, als docent en leerlingbegeleider. Verder heb ik een paar mooie coachtrajecten mogen doen als NLP coach en heb ik tien cursussen Samenleren mogen geven. Momenteel werk ik als Assessor Engels voor Bisbee waarbij ik online of op locatie, met een collega, examens Engels mondelingen afneem en schrijfexamens beoordeel. Dat, kan ik zeggen, is allemaal gelukt. Ik ben er niet van geld rijk mee geworden, maar het heeft mijn leven wel verrijkt.  

Sinds ik in 2015 ontslag nam op school heb ik nog maar weinig (betaald) gewerkt. Wat ik voornamelijk doe is heel veel lezen, Volkskrant magazine en Tijdsgeest en de weekendbijlagen van Volkskrant en Trouw bijna van voor tot achter. Op LinkedIn krijg ik veel content over kinderen en gezinnen die op allerlei gebied problemen hebben, en daar lees ik bijna alles van en geef, wanneer het relevant is, commentaar. En ik lees veel non-fictie boeken over kinderen en gezinnen met problemen. Dit alles is input voor mijn Prille-ouder blogs.

Het tweede wat ik veel doe is schrijven. Mijn dagboek, brieven, elke week een Prille-ouder blog en mails over het feit dat ik vind dat er een gratis oudercursus moet komen voor alle aanstaande ouders. Ik ga hierover ook met zoveel mogelijk mensen in gesprek. Dat doe ik ook veel…praten. Dit lukt ook allemaal en verrijkt enorm mijn leven.

En er is door de jaren heen ook heel veel niet gelukt.

Ik heb aan de Open Universiteit een blok Psychologie gedaan en niet gehaald. Ik heb een lezing geschreven over ‘Communiceren’ en niet gegeven. Ik heb een lezing bedacht over mijn boeken ‘Roos’ perikelen en Sarah Roos’ en niet gegeven. Ik heb geïnformeerd naar ‘promotiebeurs voor leraren’ toen ik leraar was…maar dat was ‘wishful thinking’. Allemaal niet gelukt. En ik ben begonnen aan een opleiding Healthy Ageing Professional. Met deze opleiding ben ik na 8 maanden gestopt. Niet gelukt dus? Nee, niet gelukt. Hier volgde echter wel iets goeds uit.

Omdat ik tijdens die opleiding, in wetenschappelijke artikelen die ik moest lezen, de cursus OuderTeam vond ben ik me daar enorm voor gaan inzetten. En nu mogen twee GGD medewerkers de cursus starten hier in Groningen. Voor hoe lang, dat hangt natuurlijk van geld af, maar dat we dit hebben bereikt beschouw ik ook een beetje als ‘het is mij gelukt’ omdat ik me er jaren voor heb ingezet. En daar gaat het dus om…wat wel lukt.

Kun je alles leren?

We zijn met een paar broers en zussen bij elkaar en onze jongste broer speelt zachtjes, zomaar uit zijn hoofd,  de intro’s van een paar Beatles liedjes. Even later pakt een andere broer zijn akoestische bas erbij en ik zoek de teksten op om mee te zingen.

Oh, wat zou ik graag echt gitaar kunnen spelen. Een van onze broers heeft mij, al laat in mijn leven, leren spelen en hoewel ik nu zoveel akkoorden ken dat ik daadwerkelijk liedjes kan spelen, speel ik hakkelend en klinkt het in mijn oren nog steeds nergens naar.

Mijn familie is het er toch niet mee eens dat het niet te leren is, zij denken dat het een kwestie moet zijn van meer oefenen . Ik heb ooit drie jaar piano les gehad en een korte tijd basgitaar lessen en toen voor mezelf besloten dat ik blij mag zijn dat ik kan zingen en dat een instrument bespelen voor mij niet is weg gelegd.

Het blijft mij toch bezighouden en opeens denk ik terug aan de tijd dat ik met een aantal collega’s één keer per week sportte onder leiding van een collega docent. Op een dag bedacht hij dat we zouden leren ‘jongleren’ en dat heb ik altijd al graag gewild. Er waren mensen die dat in vrij korte tijd een beetje onder de knie kregen. Bij mij vlogen de balletjes alle kanten op…elke keer, hoe ik mijn best ook deed. Ik zou het nog steeds heel graag willen en zoek op het internet een tutorial op over jongleren. Het ziet er zo verraderlijk simpel uit en ik krijg er weer heel erg zin in.

En ik zie ook dat je niet meteen met drie balletjes moet beginnen maar eerst met twee. Die moet je kruislings opgooien en dan om de beurt vangen.

Straks maar even achter die balletjes aan…misschien ben ik er nu klaar voor. En als dit lukt ga ik ook gitaarles nemen. Stel je voor dat ik het echt kan leren.

Ik hou van jou

We kijken regelmatig Netflix. Soms films en soms series. Films en series van dezelfde soort realiseer ik me. We hebben allebei een hekel aan bloed (zien) en geweld en aan ‘ons dood schrikken’. Spannende films en series vinden we leuk maar de spanning zit hem dan meer in het verhaal dan wat we visueel voorgeschoteld krijgen.

Wat me bij de films en series die wij kijken opvalt zijn twee dingen. Een; er wordt veel in gezoend en dat vind ik wel een goeie. Zien eten doet eten en zien zoenen… Twee; en dat is denk ik Amerikaans, de gesprekken live en voor de telefoon worden bijna allemaal afgesloten met: ‘I love you,’ onveranderlijk beantwoord met: ‘I love you too,’.

Ik hou van heel veel mensen en van sommige mensen echt heel veel. Toen ik met mijn liefste onlangs naar huis reed, na een bezoek aan een kind zei ik: ‘Het overvalt me soms, het gevoel dat ik heb als ik met haar heb gesproken, dat ik dan zo intens voel; wat hou ik van dat kind,’. En ik vraag me altijd af waarom ik het niet tegen haar kan zeggen.

Ik kan het wel schrijven, en dat doe ik regelmatig. Ik schrijf mijn kinderen regelmatig en soms ‘zeg’ ik dan in de brief: ‘Ik hou van jou,’. Soms doe ik dat ook tegen andere, naaste familie…in een brief.

Misschien heb ik wel een idee waar het vandaan komt. Ik heb mezelf wel eens horen zeggen dat ‘als iets zo is, je het niet hoeft te zeggen’. En in sommige gevallen vind ik dat nog steeds. Soms claimt iemand iets te hebben, of te zijn en dan denk ik: ‘Nee, dat geloof ik niet,’. Juist om hoe het wordt gezegd.

Maar in het geval van het houden van mijn kinderen en andere geliefden klopt dat niet. Dan wil ik kunnen zeggen: ‘Ik hou van jou,’. Omdat het zo is.

Economie

‘Dat heet economie, mamma,’ zegt ze, en ik begrijp wat ze daarmee wil zeggen. Eerder deze week las ik op LinkedIn over een fruitteler die van onze grote supermarkt, die op de kleintjes let(te), voor zijn appels €0,37 per kilo krijgt. In de winkel worden deze appels verkocht voor €2,69 per kilo. Ik kan dat verschil van €2,32 niet bevatten.

‘Het is de zekerheid voor de teler,’ legt ze uit, ‘en dat is voor hem heel belangrijk,’. Ik begrijp dat een ieder die ‘iets’ fabriceert, teelt of maakt, een afzetgebied nodig heeft. Ik begrijp ook dat de tussenpersoon, de winkel die het inkoopt en ook weer verkoopt, kosten maakt. En ik begrijp dat bedrijven investeerders, aandeelhouders nodig kunnen hebben en dat dat allemaal betaald moet worden. Maar de teler, degene die aan het begin van de keten staat maakt ook kosten en die moeten ook betaald worden.

Ik vind het gewoon zo’n enorm verschil €2,69 tegenover €0,37 voor dezelfde kilo appels.

En dan zijn wij er natuurlijk. De consumenten. Ik wil graag een consument zijn die een ‘redelijke prijs’ betaalt voor zijn producten en ik wil ook graag dat de mensen die die producten maken er een ‘eerlijke prijs’ voor ontvangen. Als wij als consumenten €2,69 betalen voor een kilo appels lijkt het mij dat de degene die die appels heeft geteeld met €0,32 per kilo daar geen eerlijke prijs voor heeft ontvangen. Ik begrijp niet waar in die keten van werkzaakheden en acties dat grote verschil ontstaat.

‘Het is zijn keuze om zijn appels aan de supermarkt te verkopen,’ zegt mijn dochter, en daar heeft ze natuurlijk gelijk in. Niemand zal de teler daartoe kunnen dwingen, maar wat was zijn alternatief? Ik geloof ook niet dat het aan die bepaalde grootgrutter ligt, het zal bij de andere supermarkten niet veel anders zijn.

Ik kom er niet uit en ik kan er niets aan veranderen. Dat vind ik een heel lastige. Ik zou ervoor kiezen meer te betalen voor mijn appels als de teler er meer voor betaald zou krijgen. Maar dat gaat niet zomaar gebeuren. Het zet mij wel aan het denken over mijn boodschappen gedrag.

Economie, lees ik via Google, is een wetenschap die zich bezighoudt met de keuzes die mensen maken bij de productie, distributie en consumptie van goederen en diensten. Hoe zouden we die keuzes nou zo kunnen maken dat de verschillen voor de verschillende partijen niet zo groot zouden worden. Aan de ene kant van de keten voor dezelfde kilo appels €2,69 betalen en aan de andere kant van de keten maar €0,37 ontvangen.

Open-minded

In Libelle nummer 34 lees ik over ethische non-monogamie en open relaties. Eerder al las ik in Libelle over polyamorie en schreef daar een blog over.

Ik heb het lang niet gehoord maar er is een reclame waarbij een zwoele damesstem vraagt: ‘Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook,’ en dat is een reclame van ‘Second love.nl’. Ik heb me lang druk gemaakt over die reclame maar hoe meer ik lees over andere relaties dan die waar ikzelf in geloof (de 100% monogame), hoe beter ik zie dat andere relaties andere behoeften kunnen hebben.

In dit artikel wordt gesproken over zoenen en flirten met anderen en over seks met anderen, los van elkaar. Dit spreken dus mensen af die op een manier een ‘open relatie’ hebben. Ik vraag me dan af hoe het werkt met ‘die anderen’. Als je iemand ontmoet met wie je heel graag wilt zoenen, of seks wilt hebben, hoe weet je dan dat die ander dat ook wil? En hoe weet je of die ander (wanneer hij of zij niet vrij is) ook in een open relatie zit. Of vind je dat dan niet belangrijk?

Een dame die haar verhaal doet in dit artikel vertelt dat zij en haar man hun open relatie eerst spannend en opwindend vonden maar dat het hen uiteindelijk meer energie kostte dan het opleverde. Ze zijn toch uiteindelijk monogaam verder gegaan maar ‘een open relatie had haar blik op liefde en relaties wel verruimd’.

Eerlijk communiceren met elkaar en eerlijk naar jezelf kunnen kijken, wat volgens het artikel nodig is voor een ‘open relatie’, is voor iedereen moeilijk. Willen is iets anders dan kunnen. Of door een open relatie  veel leed en vechtscheidingen voorkomen worden (in het artikel staat ‘realistischer naar relaties durven kijken’), dat vraag ik me af, maar waar ik inmiddels wel van doordrongen ben is dat, zoals ook wordt genoemd, monogamie een keuze zou moeten zijn en niet de norm.

Na een huwelijk van 40 jaar geloof ik nog steeds in monogamie. Je kunt je energie in andere relaties steken en je kunt ervoor kiezen die in je eigen relatie te stoppen. Het heeft er denk ik ook mee te maken of je seks verbindt aan liefde, of die los van elkaar ziet en hoe je samen bent. Of je ‘genoeg’ hebt aan elkaar, of meer nodig hebt.

Ik heb er altijd voor gewaakt dat ‘iets dat niets voorstelt’ tussen ons zou kunnen komen en daar heb ik nooit spijt van gehad. En misschien hebben wij wel gewoon geluk met elkaar. 

Zussen

Ik heb echt geluk gehad de afgelopen dagen. Ik heb van mijn vier zussen er drie op bezoek gehad en ik ben bij één op bezoek geweest. De laatstgenoemde kan ik feitelijk geen zus noemen, want zij was met mijn broer getrouwd toen hij nog leefde. Ze hadden 46 huwelijksjaren en dat zouden er veel meer geworden zijn als mijn lieve broer niet te vroeg was overleden.

Van ons jongste zusje moesten wij helaas al 11 jaar geleden afscheid nemen toen zij de leeftijd van Sara nog niet had bereikt. Voor ons allen was dat verdrietig maar wij zullen het niet allen gelijk beleefd hebben. Dat heeft te maken met karakters en plaatsen in het gezin.

Ik ben wel een meisjes-meisje maar voel me altijd beter, of meer op mijn gemak tussen jongens (vrienden/kennissen) en ik denk dat dat te maken heeft met het feit dat ik tussen jongens ben opgegroeid. Vanwege mijn plaats in het gezin. Bovendien ben ik meer een einzelgänger dan een mens van grote gezelschappen, die observeer ik liever. Ik ben op mijn best met één op één contacten.

Maar de zussen zijn mij dierbaar, ik heb op de kleinen gepast en heb van de groten geleerd, zeker zolang ze thuis woonden wat ongeveer was tot mijn tiende jaar. Toen waren ze getrouwd en woonden ze elders. Wel dichtbij ons, want de hang naar huis is bij ieder van ons gebleven. En ik kreeg de rol die zij tot die tijd hadden, zorgen voor de boodschappen van het gezin.

Nu zijn we allemaal op weg knap oud te worden (gelukkig). Ze kunnen roepen dat 60 het nieuwe 40 is maar voor sommigen van ons, die qua fysiek niet het meeste geluk hebben, gaat dat niet helemaal op.

Ik merk dat ik me soms wel wat zorgen maak om deze en gene en ik wil ze van tijd tot tijd zien. Om te weten hoe het echt met ze gaat. Ruzie heb ik nog nooit met ze gehad, misschien wel juist omdat ik er niet ‘middenin’ zat, en ik merk dat ik met iedere zus heel verschillende gesprekken heb. Maar allemaal lief en allemaal dierbaar.

Ik zou ze niet kunnen missen (die ene is al erg genoeg) en denk er daarom liever niet aan. En voor degene die ik eigenlijk geen zus kan noemen probeer ik altijd een andere naam te bedenken maar ik weet gewoon niet wat. Misschien is schoonzus gewoon wel goed, niet schone zus want schoon (mooi) zijn ze allemaal. En net als met een woord als ‘stiefmoeder’ gaat het er niet om hoe je iemand noemt maar alleen om wat voor gevoel je erbij hebt. Of zit ik nu weer appels met peren te vergelijken?

Goed?

WNF, omdat de natuur in de wereld wel wat hulp kan gebruiken, en Natuur monumenten net zo, maar dan speciaal voor Nederland. VVN omdat helaas veel mensen in het verkeer ongelukken overkomen. KWF omdat we diverse familieleden aan kanker hebben verloren en de Hartstichting vanwege de hartpatiënten in onze familie.

Toen bij onze kleindochter Diabetes type 1 werd vastgesteld namen we er het Diabetesfonds bij en in een veel eerder stadium het Longfonds waaraan mijn moeder vanaf haar twintigste had geleden.

We hebben Unicef, vanwege alle kinderen wereldwijd die hulp nodig hebben en vanwege veel kinderen in de knel in Nederland hebben we Het Vergeten Kind.

Het Nederlands Rode Kruis was mogelijk ons eerste goede doel, omdat ik in het instituut ‘Rode Kruis’ veel vertrouwen heb. Toen de vluchtelingenstroom steeds groter werd hebben we Stichting Vluchteling erbij genomen.

Sinds dag één (1989) dat het er is hebben we een Postcodeloterij lot. Eén, vanwege alle goede doelen (veel meer dan wij als particulier kunnen doen) die uit die loterij worden gesteund. 100 euro wonnen wij, toen we een poosje op het adres van onze dochter stonden ingeschreven. Verder de potten ijs en een keer stroopwafels die vele anderen ook wonnen.

Regelmatig werden wij gevraagd om extra giften van de verschillende doelen en ik heb dat in het verleden een paar keer gedaan. Verder worden wij soms door instanties gevraagd die wij niet steunen. Dat doen we dan niet, omdat ik denk dat er wel anderen zijn die meer met zo’n doel ‘ophebben’. Dierenbescherming bijvoorbeeld of Stinchting Dierenlot die volgens mij steun vragen in dat deel van ons land waarin zij opereren. Wij hebben geen dieren maar misschien zijn er dierenliefhebbers die zulke doelen wel willen steunen.

Misschien kunnen we allemaal kiezen voor in ieder geval één goed doel. Dat zou heel veel mensen en dieren en het milieu mogelijk enorm veel goeds brengen.

Relatie en liefde

Onze trouwdag is de laatste dag van Augustus en het jaar was 1983. We keken elkaar voor het eerst in de ogen op 21 april van het jaar daarvoor en zes maanden daarna waren wij de trotse ouders van ons oudste kind. Ons leven en onze liefde was er één van doorlopende zonneschijn en ging al die jaren over rozen…maar zo was het niet.

Er was relationeel en financieel ongemak te overwinnen. Er waren twee verliefde mensen die opeens ‘grote mensendingen’ moesten doen en daar nog helemaal niet klaar voor waren. Maar er was een kindje waarvoor gezorgd moest worden en een enorm goede wil van een relatief jonge pappa en mamma.

We hadden ‘niets’ voor onszelf en het was moeilijk om het vrije leven van mensen van onze leeftijd, zonder zorg voor een kind, te aanschouwen en daar vaak niet aan te kunnen deelnemen. Dat gaf wrijving, moeilijke gesprekken, maar ook de mogelijkheid tot begrip vragen en tonen en verzoening bewerkstelligen. Het was ‘leren communiceren’ en heeft ons uiteindelijk ver gebracht.

Instinctief wist ik dat die communicatie voor ons cruciaal was. We waren verliefd geworden, zwanger geraakt, getrouwd en ouders geworden binnen relatief korte tijd. We hadden ook tijd nodig om elkaar te leren kennen. Dus zorgde ik ervoor dat we, zo vaak als mogelijk was, samen iets konden doen. Vanwege beperkte financiële middelen vaak een bioscoopje (wat toen echt veel goedkoper was dan nu en natuurlijk lang voor het Netflix tijdperk), en als het kon een kopje koffie buiten de deur. We waren dan even meer dan alleen ouders en kwamen tot andere gesprekken.

Met de kinderen gingen we wandelen, kastanjes zoeken, naar een circus, en altijd met ons vieren op kampeervakantie. Ik vond dat belangrijk omdat mijn liefste, met heel lang zijn twee banen, voor de kinderen niet veel beschikbaar was.

In deze tijd waarin ik zoveel mensen zie worstelen met het vinden van een partner vraag ik mij vaak af, worden mensen nog verliefd? Durven ze nog op hun gevoel af te gaan? Durven ze er nog voor open te staan?

Ik zou ‘stoer’ kunnen zeggen dat we straks ons 40 jarig huwelijk vieren omdat we het ‘zo goed gedaan hebben’, omdat we doorzetters zijn, omdat we zoveel verantwoordelijkheidsgevoel hebben, omdat…vul het maar in. Maar ik weet dat de waarheid is dat we niet van elkaar weg hadden gekund vanwege de liefde…voor elkaar.