Minder zoet

Mijn man stuurt mij een lijstje van energievreters en energiegevers. Bovenaan het lijstje van energievreters staat ‘suiker’. Vroeger at ik alles met suiker: boterhammen met pindakaas, kaas, beschuiten met aardbeien, sinaasappelpartjes, thee, koffie, de enkele keer dat ik melk dronk…alles met suiker. Toen ik daarmee was gestopt vond ik dat een grote stap. Ik gebruikte bijna geen losse suiker meer. Ik ben gek op zoet. Ik at elke dag koekjes, chocola, snoep en/of chips. ‘Nee,’ dat kan niet,’ werd mij al eens een keer gezegd, ‘elke dag een koekje eten en zelfs meer, is niet goed.’ Maar ik houd er zo van.

Een paar maanden geleden besloten we op de weekdagen niet meer te ‘snoepen’. Wel een koekje bij de koffie maar verder niet. Het weekend begon dan op vrijdag, dat betekende vier dagen per week minder snoepen. Dat lukt goed maar betekent nog steeds veel suiker. En we nemen in het weekend niet meer dan dat we in andere weekenden deden. Van ons tweeën ben ik degene die altijd al het meeste snoept en wat ik minder neem heeft geen spectaculaire gevolgen. Niet merkbaar.

Dus is daar nu de nieuwe uitdaging, veertig dagen geen snoep, koek, chips en chocola. Ooit werd ons verteld dat wanneer je veertig dagen iets volhield je een gewoonte hebt doorbroken en dat is mijn plan. Bovendien vertelde een mij dierbaar persoon dat ze ooit maanden geen zoet had gegeten en zich toen veel energieker had gevoeld. Dat wil ik wel meemaken.

Een patroon dat ik al decennia wilde doorbreken is mij pas onlangs, na drie of vier pogingen, gelukt. Van kinds af aan had ik de gewoonte eten te combineren met lezen, wanneer ik alleen thuis ben. Lezen met chocola of chips was mijn grootste favoriet. Vaak las ik dat dat een slechte gewoonte is omdat je hersenen dan niet registreren dat je eet. Zeker met lekkers wil je dan steeds meer, met alle gevolgen van dien.

Ik heb daar eindelijk mee kunnen stoppen en ga dus nu die andere uitdaging aan. 40 dagen relatief veel minder zoet. Ga ik dan nooit meer koek, snoep, chips of chocola eten? Voorlopig niet. Ik verwacht dat ik er steeds minder behoefte aan zal hebben en hoop daarna het te nemen wanneer ik er echt veel zin in heb. Ik ben benieuwd wat het gaat doen met mijn energieniveau.

Als het iets omhooggaat zou ik dat al heel fijn vinden.

De romantische liefde

Volkskrant Magazine van 10 mei jl. is grotendeels gewijd aan relaties. Relatie- en gezinstherapeut Roefke Carmiggelt-Polak wordt geïnterviewd over de romantische liefde. Ze is al 62 jaar met haar man samen en ze voelt zich nog steeds tot hem aangetrokken. ‘Ik geloof in de romantiek van het elkaar blijven uitvinden,’ zegt ze en ik denk dat ze daarmee een belangrijk aspect heeft van het kunnen hebben van een (levens)lange relatie.

Aan elke relatie moet je werken, geen enkele gaat vanzelf, en misschien geldt dat wel het meest voor de liefdesrelatie. In de sprookjes die ons allemaal vroeger zijn voorgelezen, de Disneyfilms die we hebben gezien gaat het allemaal vanzelf. Maar die heten dan ook niet voor niets ‘sprookjes’. De realiteit is anders. En toch kan het, zo’n levenslange romantische liefde, zoals bij het echtpaar Carmiggelt…of bij ons.

In het begin ben je verliefd en wilt niets liever dan degene op wie je verliefd bent, het naar de zin maken. En als de ander ook op jou verliefd is, gebeurt dat twee kanten op. Dat zijn de echte wittebroodsweken. Dan word je langzamerhand weer jezelf, allebei, en wordt zichtbaar dat je ook kanten hebt waarop de ander niet per se is gevallen. Het is goed als je daar dan over kunt communiceren.

 Je begint ook te merken dat er dingen zijn die jij graag doet en de ander niet, en andersom. Dat is het moment dat je met je familie, vrienden of ander netwerk, die je door je verliefdheid een beetje of erg hebt verwaarloosd, weer meer contact kunt maken. Want jij en je lief kunnen niet alles voor elkaar zijn…en dat hoeft ook niet.

Een cruciaal moment in de liefde is wanneer er kinderen komen. Dan verandert alles. Dan wordt er een enorm beroep gedaan op je aanpassingsvermogen, op je flexibiliteit. Er is dan een wezentje bij gekomen dat nog meer afhankelijk van jullie is, dan dat jullie al waren van elkaar. Dat is ook een deel van een romantische liefdesrelatie, dat je afhankelijk bent geworden van elkaar, dat je dingen voor elkaar wilt doen en over hebt en samen moet je dat hebben voor je kind.

Blijf daarbij ook een stel, niet alleen een ouderpaar, maar ook een liefdespaar. Daar heb je je netwerk voor nodig. Wie vertrouw je je baby toe zodat je geregeld samen iets kunt doen. Opa’s en oma’s zullen dolgraag met jullie kind een relatie opbouwen en dat kan wanneer ze elkaar regelmatig meemaken.

En als er problemen zijn, en die zijn er in elke relatie, los ze dan samen op. Praat ze uit, zonder verwijten en liefst liefdevol. Het hebben van een jong gezin is meestal stressvol, omdat er ook gewerkt moet worden en een huishouding gerund. En probeer samen voor het gezin te zorgen wanneer je allebei werkt. Niks hoeft op een weegschaal maar een goede balans is wel belangrijk. En wat mevrouw Carmiggelt zegt ‘blijf elkaar uitvinden’. Neem de ander niet op de koop toe, blijf elkaar zien, niet alleen als ouders, of geliefden, maar ook als mens. Wees nieuwsgierig naar elkaar in nieuwe fases, wanneer je voor het eerst samenwoont, ouders wordt, je kinderen opgroeien, en heb ook belangstelling voor elkaars dagelijkse leven waar je geen deel van uitmaakt. Wanneer je kroost dan is uitgevlogen is het fijn als je gedeelde herinneringen hebt en kunt blijven communiceren.

De romantische liefde bestaat…maar gaat niet vanzelf.

Geloven is nu één keer…geloven

‘Ik denk dat veel gelovigen de vraag hebben of God bestaat. Ik verlang sterk naar het geloof, maar zou Hem meer willen ervaren. Ik las laatst Op een andere planeet komen ze me redden van Lieke Marsman. Zij vertelt hoe zij een gevoel van aanraking heeft gehad, en daarnaar bleef verlangen. ‘Ik mis God,’ schrijft ze. Ik vind dat een prachtige geloofsbelijdenis. Zo voel ik het soms ook.’ Aldus Henri Bontenbal in een interview in Volkskrant Magazine van 7 juni 2025.

Ik begrijp wat hij bedoelt. Ik geloof ook in God en dat is één van de dingen waar ik volkomen op durf te vertrouwen. Het geloof dat Hij bestaat. Ik lees graag boeken als ‘Na dit leven’ van Eben Alexander, ‘De dag dat ik Jezus ontmoette’ van Charlotte Rorth en de verschillende boeken waarin bijna dood ervaringen zijn opgetekend en boeken met Engelenverhalen. Ik word erdoor gesterkt in mijn geloof en ik denk ook vaak dat ik zo’n ervaring zou willen hebben. Tegelijk denk ik dat ik er niet meer door zou geloven.

Ik zeg altijd dat ik in mijn leven veel geluk heb gehad. Het gezin waarin ik ben grootgebracht heeft mij gevormd tot wie ik ben. Het contact dat ik met mijn broers en zussen heb maakt een groot deel uit van mijn geluk. Onze kinderen hebben al lang hun eigen gezin en dat wij de beide gezinnen veel ‘hebben’ en het idee dat zij ook goed met elkaar overweg kunnen is mij ook een groot geluk.

De zorg die wij hebben is voor mij een deel van het leven. De chronische zieken die er zijn in onze familie, de problemen die handicaps met zich meebrengen is zwaar voor degene die er dagelijks mee te maken hebben en wat wij kunnen doen is helpen, zo goed en zoveel mogelijk helpen. Dus is dat wat we doen.

Of God bestaat, of er een leven is na de dood, dat weten we niet. Het boek ‘Na dit leven’ heeft als oorspronkelijke titel ‘Proof of Heaven’, en ik heb in video’s mensen, die een bijna dood ervaring hebben gehad, horen zeggen dat ze ‘in de Hemel zijn geweest’ of ‘bij God zijn geweest’ en ik geloof deze mensen.

Het zou mooi zijn als we bewijs hadden, dan zouden ook mensen die tot nu toe niet in God geloofden, dat kunnen doen maar dan zouden we weten. En dat is precies waar het om gaat. Niet weten en toch…geloven.

Weet nog iemand hoe het moet?

Er gaat veel fout in onze maatschappij. Daar wordt in de politiek veel over gesteggeld. De regerende partijen lijken hun uiterste best te doen ons land goed te besturen en de oppositie lijkt hun best te doen ons te laten zien dat ze een heleboel echt niet goed doen.

Er gaat ook veel fout in de wereld. Actiegroepen gaan de straat op om te protesteren tegen alles wat niet goed gaat. Groot-Brittannië vindt dat de Europese Unie zoveel verkeerd doet dat ze met alle moeite die het ze heeft gekost zich van ons hebben afgescheiden.

Hoe moet het wel? Niemand lijkt dat nog te kunnen zeggen…of doen. Soms denk ik dat iedereen maar wat doet. In het groot de regeringen en in het klein wij.

In een documentaire over de Zuidas hoor ik meneer Westra van Holthe zeggen: ‘Elk mens is hier om iets bij te dragen en elk mens is hier voor een reden.’ Wat mezelf betreft klopt dat wel. Ik wil er alles aan doen om ouders beter dan nu voorbereid te krijgen op het ouderschap en dan vooral (de hulp die nu nog ontbreekt) mentaal. Dat ze zich bewust worden van het belang van hun communicatie, verbaal en non-verbaal en hun samenwerking voordat ze aan dat heel grote gebeuren beginnen dat ‘opvoeden’ heet. Dat gebeuren waarmee de staat van de maatschappij valt of staat.

Omdat toch niemand lijkt te weten wat er moet gebeuren om de wereld te verbeteren denk ik dat we het misschien anders moeten aanpakken. Misschien kunnen we stoppen met dingen waarvan we weten dat het niet goed is. Heel bekend en wat al veel mensen doen is natuurlijk roken en vlees eten. Daarvan zijn we ons met elkaar bewust en er zijn al veel mensen mee bezig…om hiermee te stoppen.

Misschien kunnen we ook stoppen met subsidies. We weten dat daar grote problemen mee kunnen komen. Laten we ervoor zorgen dat iedereen in een huis kan wonen. Het is ten slotte een grondrecht voor iedereen. En dat iedereen die kinderopvang nodig heeft die gewoon kan betalen omdat (net als met huurwoningen zou moeten zijn) die voor iedereen te betalen is. Zonder subsidies.

Laten we ook stoppen met een woord als ‘verdienmodel’. Ik las ergens dat voor elke (hulp)instantie een probleemgezin die zij kunnen begeleiden, een verdienmodel is. Dat daarom een gezin soms meer dan 100 verschillende hulpverleners heeft waarvan maar een klein deel de mensen echt helpt. Stoppen daarmee!

Wat ook volgens mij helemaal niet goed werkt voor heel veel mensen is ‘marktwerking’. Bij belangrijke zaken als zorg, recht, onderwijs en huisvesting zou dit helemaal niet aan de orde moeten zijn. Zorg, recht, onderwijs en huisvesting moet gewoon altijd goed geregeld zijn, daar hebben we allemaal recht op.

En laten we ons gezin belangrijker vinden dan ons bezit. Laten we zijn belangrijker vinden dan hebben. Als we niet weten hoe het moet, laten we dan stoppen met doen waarvan we wel weten hoe het niet moet.

Mijn kop Mijn keus

Op de cover van de Linda van April 2025 zie ik vijf mooie, allen landelijk bekende, dames. Het thema van dit nummer is ‘strak vel of naturel’ en wordt in verschillende interviews met oude(re) en heel jonge dames, meisjes nog, uitvoerig belicht.

In de editorial van dit nummer schrijft Linda eerst over de redenen waarom zij ‘ingrepen’ heeft laten doen. Behalve het corrigeren van haar flaporen begrijp ik het niet zo goed want ik vond haar juist altijd al een mooie vrouw. Maar zijzelf vond dat niet (meer) en dan begrijp ik heel goed dat je daar wat aan wilt laten doen.

Zelf ben ik, zoals Lale Gül het verwoordt een van de: ‘…vrouwen die helemaal niks laten doen, niet van de make-up zijn en hooguit Nivea smeren.’ Ik ben het dan weer wel in de variant van Romana Vrede die zegt: ‘…verzorg ik me gek: al twintig (ik 42) jaar maak ik elke ochtend en avond mijn gezicht schoon en gebruik ik serum (soms), dag- en nachtcrème en oliën (ik niet).’

Ik maakte me toen ik jong was wel op met rouge, lippenstift (ging altijd op mijn tanden zitten) en soms oogschaduw. Tot ik op een moment dacht: ‘Mijn man maakt zich nooit op en ik vind hem hartstikke mooi.’ Ik geloof dat dat het moment was dat ik ermee ben gestopt en ik kan me niet heugen dat het, behalve verminderde ergernis bij mezelf, enige gevolgen had.

Ik vind soms ook dat een vrouw van wat ze heeft laten doen, niet mooier is geworden. Ik vond meestal betreffende vrouwen naturel al heel mooi of misschien wel mooier. Maar dat is niet waar het om gaat. Het gaat erom hoe zij zich voelen en wat zij willen.

Ik vind het wel stoer en ook heel eerlijk dat Lale Gül zegt dat ze eigenlijk spijt heeft van alles wat ze heeft laten doen. En heel spijtig voor haar dat het niet ongedaan kan worden gemaakt, zonder gevolgen.

Lale zegt: ‘…de samenleving oordeelt aan de hand van uiterlijk,’ en ik denk dat Linda, met wat zij zegt in haar editorial, gelijkt heeft met het benoemen van ‘de wereld waarin ze werkt’. In de winkels en de scholen waarop ik heb gewerkt heeft nooit iemand iets gevonden van hoe ik eruitzag. Als BN’er word je in deze social mediatijd keihard beoordeeld. Dat is wat er echt mis is, niet hoe iemand verkiest eruit te zien.

Dus is dit Mijn kop Mijn keus en mag eenieder ervan vinden wat hij vindt. En ikzelf? Als ik ’s morgens in de spiegel kijk glimlach ik naar mezelf en dan denk ik: 66…kan best zo.

Meters maken

‘Mamma,’ zei mijn dochter, ‘je moet elke week een blog schrijven,’. Ik was in januari 2015 begonnen met het schrijven van wat ik noem mijn Prille-ouder blogs. Ik deed dit nadat ik 15 jaar op een MBO had lesgegeven en leerlingbegeleider was geweest. In die 15 jaar was het mij opgevallen hoeveel kinderen geen of een slecht contact hadden met hun vader. Kinderen uit gebroken gezinnen.

Mijn plan was om te schrijven over relaties, kinderen, gezinnen en communicatie omdat ik denk dat elke relatie, liefdes of anderszins, een goede communicatie nodig heeft. Wat dat inhoudt zou ik al schrijvende onderzoeken. Prille of aanstaande ouders hoopte ik bewuster te kunnen maken van het ouderschap en functioneren van een relatie en een gezin. Ik vind het nog steeds een gemiste kans dat niet iedereen bij ‘de geboorte van het gezin’ een oudercursus wordt aangeboden. In mijn beleving is het ouderschap een van de mooiste, maar ook een van de moeilijkste ‘rollen’ die een mens in zijn leven op zich kan nemen.

In augustus 2018 had ik precies 4 blogs geschreven. Dat was het moment waarop mijn dochter dat zei. ‘Schrijven,’ zei ze, ‘is meters maken,’ en ze leerde mij gaandeweg over, wat zij noemde of misschien wel zo heet, ‘kill your darlings’. Het verwijderen van zinnen of zinsdelen die overbodig zijn voor het verhaal.

Ik heb in de afgelopen jaren veel geschreven over de onderwerpen waarmee ik oorspronkelijk begon. Ik lees veel en er is veel te schrijven over kinderen die op verschillende manieren ‘in de knel’ zitten. Het lezen over en beschrijven van verschillende aspecten betreffende relaties zal mij altijd blijven boeien. Juist omdat het niet gemakkelijk is een relatie goed te hebben en te houden. Voor sommige mensen is het zelfs moeilijk om een relatie te krijgen. Voor deze mensen is het misschien goed om te weten dat een relatie begint bij de relatie die je hebt met jezelf.

Over communicatie kan ik eindeloos nadenken omdat daar zoveel mee valt en staat. Ik ben over mijn eigen communicatie, wanneer mijn emoties daarbij een rol spelen, soms echt ontevreden en hoewel ik me daar altijd van bewust ben, kan ik dat toch niet veranderen. Je kunt het ook passie noemen bij onderwerpen die mij aan het hart gaan, maar ik weet dat het overweldigend kan zijn.

Gaandeweg ben ik ook over andere maatschappelijke onderwerpen gaan schrijven. Vaak naar aanleiding van artikelen die ik lees in kranten of opiniebladen, of over wat ik lees op LinkedIn. En soms schrijf ik over mijn eigen leven, vaak in relatie tot mijn gezin. Wat ik meemaak maken veel andere mensen ook mee en ik vind het leuk om daarover te lezen en te schrijven.

Ik ben blij met de opmerking van mijn dochter destijds. Ik heb sinds augustus 2018 elke week geschreven. Meer dan 350 blogs inmiddels. Ik krijg niet veel reacties, maar dat vind ik niet erg. Schrijven doe ik toch wel en ik ben blij met de ontwikkeling die ik daarmee heb doorgemaakt. En elke mens die ik weet te bereiken is er toch één.

Bezield leven

Ik was een angstig, verlegen meisje dat zich moeilijk kon verbinden met andere mensen. Echte vriendinnetjes had ik niet. In de klas kon ik me wel heerlijk verschuilen in die grote groep kinderen. Daarbuiten was elk moment voor mij hangen en wurgen. Na de laatste schoolbel kon ik gelukkig vluchten naar huis en weer opgaan in ons grote gezin.

Ik was ook een dromer. Zeker de eerste dertien jaar van mijn leven bracht ik (dag)dromend door. Vlak voor mijn dertiende verjaardag werden mijn oren wakker gezongen door The New Seekers. Zij bepaalden voor altijd mijn keuze voor muziek en openden tegelijk mijn oren voor de wereld om me heen. Eve en Peter, mijn idolen in de band, werden mijn eerste rolmodellen en zij hebben medebepaald hoe mijn leven verder zou verlopen.

Verder ben ik altijd een lezer geweest. Mijn eerste meisjesboeken heb ik stukgelezen omdat in dat grote gezin geen plaats was voor ‘veel’ maar wel oog was voor ‘wat’. De Dorientje Omnibus die ik ooit kreeg voor Sinterklaas waren dan ook drie boeken uit de reeks van mijn stukgelezen serie die ik erfde uit een doos met afgeschreven bibliotheekboeken.

Ik werd een tamelijk jonge moeder. Niet qua biologische maar wel qua innerlijke leeftijd. Ik was nog geen 25 maar in mijn hartje kwam ik nog niet veel verder dan menig andere net twintiger. Met mijn man, die ik toen nog geen twee jaar kende, was ik met een heel nieuwe wereld in contact gekomen. Het gestructureerd levende, kleine gezin waaruit hij kwam was precies het tegenovergestelde van het drukke, grote en chaotisch levende gezin waar ik uit kwam. Mijn heel sterke wens om per se bij hem te zijn heeft mijzelf toen verbaasd, maar ik kon niet anders. Toen wij wisten dat ons eerste kindje aanstaande was wilden wij beiden ook niet anders. Dit kindje was van ons en wij gingen voor haar zorgen. Zo goed en zo kwaad als we toen konden.

Het was in die tijd dat ik een exemplaar in handen kreeg van Dr. Wayne Dyers’ ‘Niet morgen maar nu’. Het was het eerste spirituele boek dat ik ooit las. Het eerste boek dat mij op het spoor bracht van de gedachten die een mens kan hebben en de invloed van die gedachten op die persoon. Met de gedachten waarmee ik worstelde: ik kan niks, ik ben niet goed genoeg, mijn man geeft anderen de aandacht waarnaar ik hunker, ik moet voor altijd dankbaar zijn voor wat ik krijg, ik heb altijd precies niet wat ik heel graag wil hebben en anderen hebben dat wel (en dan heb ik het nooit over tastbare zaken), was het voor mij precies het boek dat ik toen nodig had.

Dit boek, samen met het gegeven dat een schoonzusje met ook kleine kinderen een studie frans ging doen, spoorde mij aan om mij verder te ontwikkelen en een thuisstudie HAVO Engels en Nederlands te gaan doen. Het was een eerste kleine stap naar mijn ‘bezield leven’.

Het meisje en de dood deel 2

Het waren relatief rustige jaren, die tussen de dood van het kleine meisje en de dood van haar toen al oude opa en oma. Ze werden nog opgeschrikt door de onverwachte dood van een ex-schoonzusje waarbij hun verdriet vooral gold de nog jongvolwassen, achtergebleven kinderen. En ook de dood van de ex-zwager op nota bene nog jongere leeftijd dan zijn vader bij zijn overlijden, deed hen opschrikken.

Het meisje had verdriet bij de dood van haar schoonouders en dat gold heel erg haar gezin en hun familie. Ze had het zo oneerlijk gevonden dat haar liefste zijn ouders al zo relatief jong moest missen. Maar hoe dat voelde, wist ze nog niet.

Natuurlijk waren ze voorbereid. Want haar moeder was 86 en dat laatste half jaar steeds weer ziek geweest. Toch kwam de dood als een dief in de nacht. Ze moet zachtjes zijn weggegleden want haar ‘Hart’, die altijd zo dicht mogelijk bij haar was, had niets gemerkt. Allemaal waren ze intens verdrietig en diep dankbaar voor wie zij was geweest. De onvoorwaardelijk liefhebbende moeder van dat heel grote gezin. De vrouw die wist te boeien met steeds dezelfde verhalen met op het eind steevast die uitbundige lach.

Haar bijzondere vader hield stand en begon zelfs zijn kinderen weer te bezoeken. Een jaar na zijn vrouw, op de dag die hij er zelf voor had uitgekozen stierf hij een natuurlijke dood. Het oude meisje, met al haar broers en zussen had daar vrede mee.

Waar ze geen vrede mee had was de ziekte die haar zusje overkwam direct na het overlijden van haar vader. De ziekte die zo agressief was dat ze al na zeven maanden aan haar graf stonden. Het was als een storm die over raasde want ook één van de broers bleek ziek te zijn voordat het zusje was overleden.

Het meisje had moeite overeind te blijven. Met de steun van haar gezin en de zorg voor haar broer kwam ze hortend en stotend de jaren door. Haar baan sneuvelde, en dat was niet erg. Het was ook in die jaren een behoorlijk storende factor geworden. Het was tijd voor iets nieuws, wat ze vond in NLP. En alsof het haar zo gegund was deed de NLP haar ook uit de omgevallen wereld krabbelen.

Haar houvast was haar gezin die haar onvoorwaardelijk steunde en begeleidde. Haar zo gunde weer echt op te krabbelen. Haar stimuleerde en motiveerde een leven op te pakken dat nu bij haar past.

Met verbazing denkt het meisje soms: ‘Het is nu twee jaar geleden dat onze lieve broer is overleden. En wij zijn er nog. We zijn er nog en we zijn samen. Er is ondertussen niemand van ons dood gegaan. Misschien mogen we nu weer verder.’ En voorzichtig, heel voorzichtig, laat het meisje de dood achter zich.

Het meisje en de dood

Toen het meisje jong was, hoefde ze nooit over de dood na te denken. Iedereen die haar lief en dierbaar was, was om haar heen. De dood was ver weg, een abstract begrip.

Ze was 22 toen haar oude oma overleed. Dit was de eerste keer dat ‘de dood’ voor haar daadwerkelijk iets betekende. Want oude oma was in haar leven ‘een begrip’. Oude oma woonde bij een tante waar het meisje als kind vaak had gelogeerd. Op haar negende had oma haar een gouden kruisje gegeven aan een heel fijn gouden kettinkje. Een onbegrijpelijk cadeau (voor een kind met elf broers en zussen) dat het meisje sindsdien als een kostbare schat heeft gekoesterd.

Toen haar andere oma stierf was ze ontzet en diep verdrietig. Vanwege de logeerpartijen van oma met haar opa vroeger? Door haar liefde voor de moeder van het meisje, die haar stiefdochter was? Door haar lieve, witte, stille gezicht met soms haar ‘Stan Laurel’ glimlach? Misschien door haar 4711 geur en haar koffertje onder de kapstok als ze na opa’s overlijden kwam logeren? En altijd heel lang bleef. Het meisje wist het niet. Ze wist wel dat dit haar laatste oma was en dat nu haar eigen ouders de oudste generatie waren. En misschien was dat het wel. Dat ze allemaal in de rij naar boven waren opgeschoven.

Haar verdriet viel in het niet bij het verdriet van de nog levende broers en zussen van deze lieve, oude oma. Van het jongste zusje, een fragiel oud vrouwtje dat in de kist leek te willen kruipen en zo intens verdrietig was.

Het meisje, van buiten al oud geworden, wist nog niets van dit gevoel. Van dit soort verdriet dat ze zo duidelijk had gezien bij die oude mannen en vrouwen. Maar ze was niet verbaasd, dit was hun zus, dit waren zij zelf. Het meisje keek om zich heen, naar haar eigen broers en zussen. Haar broer die werd getroost door de lieve omhelzing van zijn zusje. Haar ouders die elkaar aankeken met in hun ogen hun innige liefde en intense verdriet.

Bijna twee jaar later was daar dan dat heel grote verdriet. Het verlies van het kleine meisje dat op zo’n onbegrijpelijke wijze haar leven verloor. Ze was gewoon een beetje ziek. Een hardnekkige griep … dachten ze, tot ze opeens niet meer op haar beentjes kon staan. De dood had toen al om het hoekje gezeten. En stuurde een kleine Engel om het bengeltje te halen.

Haar ouders, het jongste zusje van het meisje, en haar man, berustten. Zo leek het althans. En het meisje dacht: ‘Hoe doe je dat?’ maar ze wilde het niet weten. Ze wil het niet want als je het weet dan heb je zoiets ergs meegemaakt. Dan weet je hoe erg het is…

Terug naar toen

Zomer 1965. Ik ben zes jaar en ga voor het eerst naar school. Ik weet niet waarom ik niet naar de kleuterschool ben geweest. Mogelijk was dat omdat we nog relatief kort in Nederland woonden. In de klas ging ik zomaar naast iemand zitten. De meeste kinderen leken wel iemand te kennen. Ik kende niemand.

In het speelkwartier krioelden alle kinderen door elkaar heen op het kleine schoolplein dat speciaal voor de eerste klassers was. Ik was daardoor gescheiden van mijn oudere broers die ook op die school zaten. Ik stond alleen tegen de muur geplakt. Er waren juffen op het plein maar niemand kwam naar mij toe. Toen de bel klonk om weer naar binnen te gaan zag ik opeens een meisje dat in de straat achter ons woonde en ik wilde graag naast haar gaan zitten…maar dat mocht niet meer. Met school en mij kwam het helemaal goed. Ik heb genoten van al mijn schooljaren maar ik moet bekennen dat ik me in de pauzes altijd een beetje verloren voelde.

Lente 1972. Ik ben nog net twaalf en wordt tijdens het songfestival van dat jaar fan van de eerste popgroep ooit die daaraan meedeed. Zij openden mijn oren voor de muziek en de liefde die ik heb voor zingen en optreden is toen ontstaan. Het was voor mij een heerlijke tijd met warme zomers en winters met sneeuw. Bijna elke dag post met knipsels en plaatjes van mijn favoriete groep omdat ik penvrienden en vriendinnen had over de hele wereld. En de muziek, die heerlijke jaren 70 muziek.

Ik vraag me wel eens af of onze kinderen hetzelfde gevoel zullen hebben bij de jaren ’90 muziek als ik heb bij de nummers uit de jaren ’70. Alex Harvey’s To make my life beautiful of Charley Rich’s Hey, did you happen to see the most beautiful girl in the world. En de disconummers waarop ik eindeloos geswingd heb. Dat jaren ’70 gevoel, kan opeens even bij mij terugkomen op de meest onverwachte momenten. Bij het horen van een liedje of wanneer ik fiets op plekken waar ik als kind veel ben geweest en oh wat zou ik graag een keer, even maar, terug willen naar die heerlijke tijd. Heel even maar…terug…naar toen.