Ieder moet zijn eigen fouten maken

Toen wij, lang geleden, prille ouders waren hadden wij, net als de meeste prille ouders, het beste met onze kinderen voor. We gaven hen liefde, zorg en probeerden ze goed voor te leven. We deden dit alles in de hoop en het geloof dat wij daarmee goede mensen met een gelukkig leven in de maatschappij zouden zetten.

Pas veel later kwam ik erachter dat dit helemaal niet zo gemakkelijk was als ik mij in mijn jeugdige naïviteit had voorgesteld. Onze omstandigheden waren in die tijd niet ‘ideaal’. Dit gezegd hebbende realiseer ik me dat het moeilijk bedenken en omschrijven is wat ‘ideaal’ precies inhoudt. Een gezond kind krijgen is ideaal maar verder is die tijd zo complex dat het waarschijnlijk voor niemand haalbaar is die omstandigheden verder als ideaal te bestempelen.

De grote fout die ik destijds maakte was, in mijn beleving, onmogelijk te vermijden. Ik was een redelijk jonge moeder. Laatbloeier als ik was moest ik nog helemaal de wereld en zeker mijn relatie daarin tot anderen ontdekken en ontwikkelen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Of misschien zelfs wel met veel slagen en stoten. Ik keek huizenhoog tegen mensen op en al wist ik soms zelf beter dan wat zij beweerden, ik was niet in staat op de juiste manier, naar mijn idee zou dat assertief zijn, te reageren wanneer er over mijn grens werd gegaan. Nog heel lang reageerde ik bijna agressief wanneer ik dat wel deed en veel te vaak moest ik het over mij heen laten komen.

De invloed die dit gegeven destijds op mijn jonge kinderen had kon ik niet bevroeden. Wat ik ook niet kon weten was dat mijn manier van opvoeden, heel brede kaders met grenzen die niet overschreden mochten worden, niet voor mijn beide kinderen werkte. Ik was op die manier van opvoeden zelf heel trots.

Waar het vandaan kwam?

Ik was mijn ouders negende kind. Ik wilde niet veel maar had bijna alles gemogen wat ik zou hebben gevraagd. Dan heb ik het niet over hebben maar over doen. Ik was in mijn beleving op mijn zestiende, gestopt met school en fulltime werkend, volwassen en verantwoordelijk voor mezelf. Ik vertelde altijd dat ik mijn kinderen heb opgevoed tot hun zestiende en ze toen als volwassen en zelfverantwoordelijk beschouwde. Pas heel veel later begreep ik van mijn kinderen dat de één dat veel beter had aangekund dan de ander. Zij had dat ook niet zo gewild, zij had wat meer grenzen willen hebben.

Voor zover ik weet heb ik met onze beide kinderen, nu al lang zelf ouders van kinderen, een goede relatie. Ik hoop dat dat komt omdat ik ze in onze gesprekken heb kunnen erkennen in hun beleving van ons gezamenlijke verleden, toen we met elkaar zijn opgegroeid tot ouderen en volwassenen.

Ouder zijn betekent niet automatisch ‘beter weten’. Het is goed ons dat te realiseren en alsnog van onze fouten, en onze kinderen, te leren.

Rookvrije generatie/wishful thinking

Toen ik gisteren een van de ‘rookvrije generatie’ bordjes voorbij fietste dacht ik: ‘Hoezo, rookvrije generatie?’ die bordjes kunnen ze beter weghalen want dit is geen rookvrije generatie en gaat het ook zo niet worden.

Terwijl ik er vannacht aan dacht hier een blog over te schrijven is het eerste dat ik op LinkedIn tegenkom vanmorgen een filmpje over een aantal scholieren, allen onder de 18 jaar, die met elkaar gemeen hebben dat ze verslaafd zijn aan vapen.

Op het internet vind ik verschillende berichten over vapen. Ik lees dat, ten opzichte van roken, het minder schadelijk is voor de longen en voor het lichaam. Dat het geen goed alternatief is voor roken omdat het ook ongezond is en minstens zo verslavend. Dat uit veel vapes meer giftige en verslavende nicotine komt dan uit een heel pakje sigaretten. Dat de rook van nicotinehoudende e-sigaretten een direct effect heeft op de vorming van bloedstolsels en het functioneren van de bloedvaten.

Een meisje zegt, in het filmpje, dat ze er het kwaad eigenlijk niet van inzag en dat ze ook niet had verwacht dat het zo verslavend zou zijn. Toen is ze zelf naar een dealer gegaan om er ‘eentje te halen’. Nu zegt ze dat het best veel pijn doet in haar keel, maar dat ze eigenlijk elke twee dagen er wel één in de hand heeft. Een meisje dat op dertienjarige leeftijd in een vriendengroep kwam die  ‘echt van alles’ deden zegt: ‘Zo gaat het steeds verder. Als je denkt dat je wilt stoppen…je hart weet dat je moet stoppen maar je hersenen willen het niet toegeven,’. Een meisje dat op twaalf jarige leeftijd is begonnen zegt: ‘Ik heb geheugenverlies nu, ik kan me niet concentreren en ik ben heel erg afgeleid. Ik heb er best wel spijt van, want ik kom er echt niet vanaf,’. Ik vraag me af; van het geheugenverlies of van het vapen? Ik ben bang dat ze bedoelt, van allebei. En een jongen zegt: ‘Op een gegeven moment is het geen keus of je het wil of niet want je lichaam heeft het, op de één of andere manier hoe dom het ook klinkt, gewoon nodig,’. En dit is, of klinkt, niet dom want dit is precies wat een verslaving doet en zeker met een puber die nog niet zelf de keus kan maken of hij  het wil of niet maar gewoon doet wat zijn vrienden of leeftijdsgenoten om hem heen doen.

Dit filmpje is een initiatief van Vapen#jouwkeuze maar dat klopt dus niet, want deze kinderen maken dus niet de keuze, dat kunnen ze niet, ze doen gewoon mee. En stoppen dat kunnen ze niet zelf, daar moeten ze bij geholpen worden.

De tweede kamer kan 12 december JA zeggen tegen nicotinNEE.

Dat hebben we nodig, niet bordjes plaatsen met ‘Rookvrije generatie’ dat lost het niet op, dat is niet meer dan ‘wishful thinking’.

De zomer van de fietsen

Het begon met een fiets die we wilden huren voor onze logees uit Londen. We hadden hem al gehuurd toen we erachter kwamen dat fietsen voor Londenaren niet zo vanzelfsprekend is als voor ons. Zij liepen liever en dat was voor ons net zo goed. Een paar weken later bleek van onze herenfiets de ketting te zijn afgelopen en met de dichte kettingkast was die niet zelf te maken. Het zou twee weken duren voor we hem terug konden krijgen en aangezien mijn man er toch een fiets bij moest hebben (voor bij ons meerhuisje) kocht hij er één via Marktplaats.

Deze fiets had een platte, misschien wel lekke band, werd erbij gezegd, maar hij had een gare band. Er moest een nieuwe binnen en buitenband op en zo geschiedde. Mijn man had ondertussen ervaren dat de fiets ook een maat te klein voor hem was, dus we zouden hem weer op Marktplaats zetten.

Ondertussen had ik een tweedehands opoefiets gekregen als vervanging voor mijn totaal verroeste roze opoefiets met gare fietstassen. Daar liep de ketting ook vanaf toen onze dochter erop fietste en bovendien liep er steeds een trapper vast. Ik liet bij een fietsenmaker de ketting nakijken en er nieuwe trappers opzetten en de fiets was prima.

Niet veel later bleek de ketting ook gesmeerd en liep ik steeds na het fietsen met een veeg smeer op mijn been. Het is gelukkig zomer, anders had ik het in kleren gehad. Bij ons laatste bezoek aan ons kleine huisje, waar onze dochter verbleef met haar gezin, zei ze: ‘Sorry hoor mam maar nu heeft pappa’s fiets ook nog een lekke band gekregen,’. ‘Geeft niet,’ zei ik: ‘ik breng hem wel weg,’ en onze fietsenmaker had het nog drukker gekregen. Het duurt nu een maand voordat hij weer klaar is. Hij zei het verontschuldigend en ik zei: ‘Geeft niet, hij is weer aan het werk dus hij heeft hem niet elke dag nodig,’.

Ik was over mijn eigen fiets nog niet tevreden want die had geen fietstassen, geen snelbinders en ook geen vast slot. Ik zei: ‘laten we nog even naar een goede fiets kijken in plaats van die jij te klein vindt en dan laat ik daar tegelijk op mijn fiets een slot en snelbinders zetten. Omdat ik mijn fiets daar niet wilde laten tapete de aardige fietsenmaker ook nog mijn kettingkast…maar dat hielp niet.

Mijn man kocht een goede fiets en kon daar de te kleine fiets bij inruilen. Zijn andere fiets staat rustig bij de fietsenmaker hier bij het meer totdat hij klaar is en mijn fiets heb ik nog weggebracht om er een kettingkast op te zetten.

‘Dit is de zomer van de fietsen,’ zei mijn lief en daar had hij wel gelijk in.

Vraag hulp

Ik was 28, getrouwd en moeder van twee kleine meisjes, toen mijn huisarts mij, met een jaloezieprobleem, doorstuurde naar een psychologencollectief. Ik kon hun hulp destijds niet betalen maar de jonge psychologe die ik sprak zei: ‘Je moet wel geholpen worden. Neem de brief van je huisarts mee naar (wat toen heette) de RIAGG.’ Ik ben haar daar eeuwig dankbaar voor.

Bij de RIAGG (en dat zou nu de GGZ zijn) ben ik uitstekend geholpen in een voor ons betaalbaar, kortdurend traject waar het jaloezieprobleem werd (h)erkend als verlatingsangst. Ik was na de therapie niet van die angst af maar bleef voor mezelf eraan werken. Wat mij daarbij enorm hielp was de liefde en steun van mijn man en, zonder dat zij zich daar bewust van waren, onze jonge kinderen.

Ik heb veel zelfhulpboeken gelezen en ik heb ook later nog hulp gezocht en gekregen na het overlijden van ons jongste zusje en de problemen waar ik tegenaan liep op mijn werk.

Het allerbelangrijkste, bij het vinden van hulp, is de klik die je moet hebben met je hulpverlener. Alleen dan kan het werken en het feit dat jij ervoor openstaat is ook een belangrijke factor. Het gaat er niet om wat iemand precies heeft gestudeerd, het gaat erom dat hij of zij je kan helpen.

Hulp vragen vraagt ook veel van jezelf. Er zijn altijd mensen die er wat van zullen vinden dat je hulp nodig hebt, of ze begrijpen het niet, maar ze hoeven het ook niet te begrijpen, het gaat erom dat jij het begrijpt.

Hulp vragen is geen vorm van zwakte maar juist van kracht. Mijn man begreep destijds niet waarom ik me voelde zoals ik me voelde maar hij stond volledig achter mij toen ik daarvoor hulp wilde zoeken.

Ik ben blij dat ik destijds hulp heb gevraagd. Mijn eerste hulpverlener zei: ‘U wilde voor 200% ‘genezen’,’. Ik leed ook echt aan de nare gevoelens die ik had vanwege die verlatingsangst.

Nu, vele decennia en veel kennis over de eerste 1000 dagen van een kind later, begrijp ik heel goed waar mijn verlatingsangst vandaan komt. Ik zal het nooit kwijtraken maar ik kan er wel veel beter mee omgaan dan toen ik jong was…en dat is begonnen toen ik op de leeftijd van 28 jaar voor het eerst hulp vroeg.

Trouwdag 2024

We denken allebei dat het komt door de drukte met de verbouwing van ons appartementje, dat geen van ons aan een cadeautje heeft gedacht op deze dag. Hoewel, geen cadeautje? ‘We hebben een nieuw huis,’ zegt mijn lief, en dat is natuurlijk een cadeautje.

Het enige plan dat we hebben is nog wat dingen doen in ‘het huis’ en verder een taartje eten bij en met het gezin van onze oudste dochter. Met het jongere gezin in Diemen zullen we dat aankomende woensdag doen wanneer we voor het eerst sinds lang weer samen in onze loft zullen zijn.

Onze dochter appt dat ze om drie uur thuis zullen zijn en dat zij op de planning staat om bij onze neef te koken. Mijn man zegt: ‘App maar of het goed is dat we even later komen en dat wij dan wel bij onze neef zullen koken,’. Zij neemt het ons in dank af vanwege overmatige drukte in haar eigen gezin.

Het is de dag dat er een unieke mogelijkheid is om lopend over de nieuwe ringweg te gaan en dat besluiten we in de tussentijd te doen. We fietsen erheen en belanden in een enorme drukte. Een heel gezellige drukte, mede dankzij het weer dat droog en zonnig is. We lopen een stuk richting Euroborg en weer terug langs de andere kant. We nemen waarschijnlijk foto’s die ongeveer iedereen neemt en natuurlijk ook een paar van ons samen in dat unieke gebeuren.

We eten met dochter, schoonzoon en kleinkinderen gezellig een taartje en vertrekken daarna naar onze neef die door ons op de hoogte is gebracht van de verandering van planning. Hij mag graag weten wie hij kan verwachten.

Onze (gehandicapte) neef heeft bezoek en we koken dus voor hem en zijn vriend die we kennen omdat zij elkaar regelmatig bezoeken. Terwijl mijn man en ik samen koken praten we met ons vieren over van alles dat ons bezighoudt. Neef belt de moeder van zijn vriend, om te laten weten dat hij veilig is aangekomen, en nadat we voor het eerst zijn achternaam hebben gehoord blijkt de broer van de vriend een ex-speler te zijn van FC Groningen, de club waar mijn man vele jaren heeft gewerkt. De vriend vraagt belangstellend of hij trainer was en mijn man vertelt hun over zijn functies daar door de jaren heen. Hij vraagt ook en passant hoe oud hij dan is en neef en vriend zijn het erover eens dat hij er goed, slank, en sterk uitziet. Voor een 60plusser. Zelfs zijn ze beiden in de vijftig maar dat zal in hun beleving toch ver uit elkaar liggen.

Tussen maaltijd en toetjes krijg ik ineens een doos bonbons in de handen gedrukt. Het is een gebaar van dank voor het feit dat we voor hen koken en voor onze neef al langere tijd. Af en toe overkomt het één van ons dat we een cadeautje krijgen en we weten dat het een dank is voor alle gezinsleden van onze grote familie die regelmatig voor onze neef koken. ‘Het is ook voor je dochter,’ zegt de vriend, ‘want zij zou komen koken,’. Ik bedank en zeg dat we het met haar zullen delen.

Trouwdag 2024, een anders dan andere, maar wel net zo’n fijne dag.

Zeg het maar

‘Mag ik naast jouw man lopen, dan mag jij naast mijn man lopen,’. Ik vond het een beetje flauw toen ik het iemand hoorde zeggen, net hard genoeg voor mij om te weten dat het voor mij bedoeld was. Ik zou er nu een gesprek over aangaan, maar ik was nog een jonge moeder met kleine kinderen en er niet toe in staat.

‘Ik denk dat het vooral in jouw hoofd zat mam,’ zei een dochter onlangs toen ze nog eens mijn boek gescand had. Mijn onzekerheden en hoe ik me voelde staan uitgebreid in dat boek beschreven. ‘Ik ben daar denk ik ook wel anders in dan jij, hij (haar man) is niet mijn bezit,’.

‘Nee,’ zei ik, ‘pappa is ook niet mijn bezit, ‘maar we hebben elkaar wel iets beloofd. En het is ook zo dat ik weet dat iemand altijd meer is dan een gebeurtenis,’. Ik denk niet dat ik direct een einde aan ons huwelijk had gemaakt wanneer mijn man een keer was vreemd gegaan. Maar ik ben altijd huiverig geweest voor, zoals ze dat wel eens noemen, iets wat niets voorstelt. Want voor mij zou het altijd wat voorstellen. Ons huwelijk zou voor mij nooit meer hetzelfde kunnen zijn.

Door het jaloerse gedrag dat ik had, in die tijd dat ik zo onzeker was, begreep ik wel wat de dame, die de opmerking maakte, bedoelde. Het heeft wellicht ook te maken met het feit dat ik zoveel van hem hou en dat ik dat altijd voel. En we waren nog zo jong. Ik vertelde mijn lief hoe ik gekscherend tegen mijn dochter had gezegd: ‘Ik altijd maar weer verliefd zijn op pappa en hij zeker een beetje met iemand anders gaan,’.

Ooit zeiden wij tegen elkaar dat we nooit van onze kinderen weg konden gaan en dat we daarom wel bij elkaar moesten blijven. En ik denk dat we allebei niet van ze weg hadden kunnen gaan.

‘Maar,’ zei ik, ‘de waarheid is toch dat we niet van elkaar weg willen gaan omdat we van elkaar houden?’ en toen zei hij zoiets van: ‘Weet je, we zijn met elkaar dit huwelijk aangegaan. Dan heb je ook een verantwoordelijkheid. En te weten dat de ander een naar leven heeft als één weg zou gaan,’.  Dat vond ik wel hetzelfde maar dan ieder in onze eigen woorden gezegd. 

Gewoon doen

We leven met ons allen in een klein landje waarin één van de stelregels is: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Ik begrijp heel goed wat met deze regel wordt bedoeld, maar ik vind het een beetje moeilijk om te bepalen wat dan ‘gewoon’ is.

Volgens mij ben ik over het algemeen een redelijk ‘gewoon’ mens. Ik volg de verkeersregels en de sociale regels voor zover ik die ken en als ik me daar niet zeker over voel dan volg ik degene met wie ik ben. Ik betaal gewoon mijn boodschappen, ik volg een beetje het nieuws, ik maak me soms druk en soms niet, zo dus ongeveer.

Waarin ik misschien een beetje afwijk is dat ik veel meer dan gemiddeld lees, altijd een paar boeken tegelijk en veel tijdschriften, van de Flow tot aan de Libelle en Volkskrant Magazine en alles wat ik verder in handen krijg.

Ik mag op mijn 65ste nog heel graag dansen en ik hou zoveel van zingen dat ik dat elke dag doe. Een dag niet gezongen is voor mij een dag niet geleefd en het handige is dat ik dat altijd en overal, geheel in mijn eentje, kan doen. Voor mij is dit dus ‘gewoon’.

Vandaag was ik alleen in ons nieuwe huis. Het is het 7de huis waarin we samen gaan wonen. Het is echter het eerste huis waar ik echt een aandeel heb in het opknappen en klaarmaken ervan. Ik heb van huis uit niets geleerd op dat gebied. Er waren bij ons thuis altijd veel mensen vanwege ons grote gezin en het feit dat ik één van de jongeren ben zal daar ook een rol in gespeeld hebben.

Ik begon met het gronden van raamkozijnen, dan zou één van de anderen het verder afwerken. Op een dag was alles gegrond en moest er nog wel een raamkozijn afgewerkt worden. ‘Gewoon doen,’ zei mijn man, ‘wat kan er gebeuren,’. En dus deed ik gewoon. En het ging goed. Toen zag ik de losse plintjes en begon die te plakken, en dat ging ook goed. Het volgende waren twee lambriseringen die ik graag wilde op de plekken waar twee radiatoren waren weg gehaald. We bedachten de constructie, kochten de onderdelen en plaatsten het samen. En het verven daarvan…dat deed ik. En nu weet ik: gewoon doen, zoals ik mijn kinderen heb horen zeggen: ‘Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan,’. Zelfs op mijn 65ste, in ons 7de huis. Gewoon doen!

Je bent nooit de enige

Voor een fictief verhaal bedacht ik ooit dat een jonge vrouw een kind had gekregen van haar ex-geliefde nadat zij en haar man jarenlang hadden geloofd dat haar man de vader was van het kind. Veel later deed ik een cursus waar een medecursiste dit in het echte leven had meegemaakt. Na de (vroege) dood van de vader van haar tweede zoon bleken haar beide zoons van dezelfde vader te zijn.

In datzelfde fictieve verhaal had ik bedacht dat een zangeres haar dochter bij haar ouders achterliet om in een band haar geld te verdienen en tegelijk haar passie, het zingen te kunnen uitvoeren. Nadat zij onbedoeld zwanger was geraakt was het haar vader die dit voor haar had bedacht. In het echte leven was het een collega die mij vertelde dat zij jong moeder was geworden en om te studeren haar kind enige jaren bij haar ouders achterliet. Uiteraard kwamen beide moeders zo vaak als ze konden naar huis om bij hun kind te zijn.   

Ik schreef al eens dat vreemdgaan vele gezichten heeft en dat geldt ook voor scheidingen. Als ik schrijf over een vader die een relatie kreeg met een moeder die al een kind had toen ze aan de relatie begonnen en dat het gezin (weer) werd opgebroken, nadat er één of meerdere kinderen bij waren gekomen, dan ken ik zeker twee stellen die dat is overkomen.

Ik ken meerdere stellen die uit elkaar zijn gegaan toen de kinderen klein waren en die weer samen verder gingen, nadat de kinderen, volwassen inmiddels, het huis verlaten hadden.

Waar in ieder geval één kind met de situatie moet dealen dat hij/zij tot twee keer toe zijn/haar vader verliest moeten de andere kinderen dealen met het feit dat hun ouders tijdens een belangrijke periode in hun leven niet samen waren en daarna weer wel.

Vanwege mijn missie om zoveel mogelijk oorspronkelijke gezinnen bij elkaar te kunnen houden spreek ik veel met mensen over relaties en vaker niet dan wel krijg ik dan het verhaal van een scheiding te horen. Met de bijbehorende pijn. Ik verbaas me daar inmiddels niet meer over maar het sterkt mij wel in het idee dat elke relatie ondersteuning kan gebruiken, of misschien wel nodig heeft, bij de impact van wat ik noem ‘de geboorte van een gezin’.

Welke situatie ik ook beschrijf, het is altijd bij meerdere mensen aan de orde of aan de orde geweest. Zo zit het leven in elkaar. Dus weet dat, wat er zich ook in jouw leven voordoet, je niet de enige bent die dit overkomt. Soms is het ook een troost.

Gelukkige relaties

Eerst via LinkedIn en een paar weken later via Trouw word ik attent gemaakt op meneer Philips van Stichting Gelukkige Relaties. Na ons eerste contact stuurt hij mij de flyer van de stichting waarin 7 tips staan om een relatie (weer) gelukkig te maken of een  relatie gelukkig te houden. De uitvoering van de flyer is erg mooi. Een klavertje vier dat gevormd wordt door 4 harten.

Vanwege mijn aanhoudende pogingen om een oudercursus voor alle aanstaande ouders te krijgen (gratis) voel ik met deze stichting veel verwantschap. Een gelukkig gezin kan mijns inziens het best beginnen bij een gelukkige relatie.

In het noorden van ons land wordt al een jaar lang een poging gedaan om de cursus OuderTeam te starten. Deze is gratis voor alle aanstaande ouders. Je kunt aan deze cursus beginnen  wanneer je tussen de twee en vier maanden zwanger bent. Tot op heden is de cursus nog niet gestart bij gebrek aan genoeg deelnemers.

Ik heb van meneer Philips 10 flyers gekregen en geef die door aan de coördinator van de OuderTeam cursus. Hij heeft de tip gegeven aan deze flyers een toevoeging te doen over de cursus en ik hoop dat ze kunnen worden verspreid door verloskundigenpraktijken, omdat daar de zwangere ouders het eerst terecht zullen komen. Het zou zo mooi zijn als aanstaande ouders op dat moment voor het eerst in aanraking komen met de mooie flyers en de zo waardevolle tips.

Toen ik er met mijn dochter over sprak zei zij ook nog iets dat volgens mij helemaal klopt: als je voor het eerst zwanger bent sta je open voor alles wat daarmee te maken heeft. Alles is nieuw en anders en daar hoort deze cursus bij, als ondersteuning van je relatie bij de geboorte van je gezin. Voor iedereen is dat een gebeurtenis die enorm ingrijpt in zijn of haar leven.

Met een Gelukkige Relatie voor jezelf en je aanstaande kinderen zou het mooi zijn wanneer de relatie, door alle stormen heen, kan standhouden.

Manifestatietrend

Manifesteren, voor mij heeft dat woord te maken met ‘duidelijk maken’ of misschien zelfs ‘een statement maken’.

In het artikel Gouden Bergen in de Linda van januari 2024 lees ik dit woord in relatie tot het universum. Je hebt een wens en ‘Die wens stuur (manifesteer) je naar het universum waar 24/7 een oneindige oceaan aan energiegolven rondkolkt. Ja, ook de jouwe. Pak je dit goed aan, door constant positief te denken en verantwoordelijkheid te nemen voor je levenswandel, dan zul je krijgen wat je wilt.’

Vervolgens wordt in drieënhalve pagina uitgelegd hoe en waarom dit belachelijk is. Er wordt gesproken over cursussen die veel geld kosten, onder anderen bij een ander blad, de Happinez, over edelstenen waaraan kwaliteiten worden toegeschreven, over coaches ‘-een vrij beroep dat iedereen mag uitvoeren zonder enige vorm van opleiding of ervaring-‘. Met woorden als ‘hocus pocus’ en ‘hallootjes’ en ‘potentiële vip-manifestatiejunk’.

Het is een trend en dus zijn er steeds meer mensen, coaches, die zich ermee bezig houden. Er wordt gesproken over een verdienmodel en dat is bij alles, ook een blad als Linda, aan de orde. En voor de mensen die zich met een dergelijke trend, en de daarmee gepaard gaande coaches inlaten is het een keuze, een verantwoordelijkheid die zij nemen. Niemand dwingt ze ertoe.

Bij elk coachgebeuren (ik ben zelf NLP coach, met certificaat) en elke therapie is het belangrijkste dat er een klik is, een gevoel dat het klopt tussen de coach of therapeut en de cliënt. Verder is het belangrijk dat je de juiste vorm zoekt van hulp. De auteur van het stuk die een rijbewijs wil halen en haar angst voor de snelweg wil overwinnen kan daarvoor misschien beter een goede rijschool zoeken dan er naar een manifestatiecoach voor te gaan, maar het is aan haar wat ze kiest.

In het einde van het stuk staat: Niet (om)dat het universum zich iets aan jou gelegen laat liggen…ik zou dat niet zo snel zeggen. Ik wenste ons ooit een klein stukje grond aan het Paterswoldse meer en daar staat sinds 14 jaar ook het tinyhouse op, dat ik ons ooit heb gewenst, in plaats van de oude caravan die er stond toen we het kochten. Ik wenste ons een kleiner huis in dezelfde straat in het centrum van de stad. Het duurde acht jaar maar daarna woonden we er 9 jaar met veel plezier. Ik wenste me weer een goede baan, nadat ik 7 jaar bijna volledig thuis was geweest om voor de kinderen te zorgen. En ik kreeg de baan waarmee ik voor de, nu schoolgaande, kinderen kon blijven zorgen en kon studeren. Ik geloof er dus wel in.

Deze manifestatietrend zal, net als alle trends, ook weer overgaan en zoals ook in het stuk staat, het zal bijna nooit de quick fix zijn die mensen willen. Nare dingen kunnen ons overkomen, en ons eigen gevoel beïnvloeden is het enige dat echt kan. Welke keuze we ook maken, daar kunnen we zelf verantwoordelijkheid voor nemen.