Het meisje en de dood

Toen het meisje jong was, hoefde ze nooit over de dood na te denken. Iedereen die haar lief en dierbaar was, was om haar heen. De dood was ver weg, een abstract begrip.

Ze was 22 toen haar oude oma overleed. Dit was de eerste keer dat ‘de dood’ voor haar daadwerkelijk iets betekende. Want oude oma was in haar leven ‘een begrip’. Oude oma woonde bij een tante waar het meisje als kind vaak had gelogeerd. Op haar negende had oma haar een gouden kruisje gegeven aan een heel fijn gouden kettinkje. Een onbegrijpelijk cadeau (voor een kind met elf broers en zussen) dat het meisje sindsdien als een kostbare schat heeft gekoesterd.

Toen haar andere oma stierf was ze ontzet en diep verdrietig. Vanwege de logeerpartijen van oma met haar opa vroeger? Door haar liefde voor de moeder van het meisje, die haar stiefdochter was? Door haar lieve, witte, stille gezicht met soms haar ‘Stan Laurel’ glimlach? Misschien door haar 4711 geur en haar koffertje onder de kapstok als ze na opa’s overlijden kwam logeren? En altijd heel lang bleef. Het meisje wist het niet. Ze wist wel dat dit haar laatste oma was en dat nu haar eigen ouders de oudste generatie waren. En misschien was dat het wel. Dat ze allemaal in de rij naar boven waren opgeschoven.

Haar verdriet viel in het niet bij het verdriet van de nog levende broers en zussen van deze lieve, oude oma. Van het jongste zusje, een fragiel oud vrouwtje dat in de kist leek te willen kruipen en zo intens verdrietig was.

Het meisje, van buiten al oud geworden, wist nog niets van dit gevoel. Van dit soort verdriet dat ze zo duidelijk had gezien bij die oude mannen en vrouwen. Maar ze was niet verbaasd, dit was hun zus, dit waren zij zelf. Het meisje keek om zich heen, naar haar eigen broers en zussen. Haar broer die werd getroost door de lieve omhelzing van zijn zusje. Haar ouders die elkaar aankeken met in hun ogen hun innige liefde en intense verdriet.

Bijna twee jaar later was daar dan dat heel grote verdriet. Het verlies van het kleine meisje dat op zo’n onbegrijpelijke wijze haar leven verloor. Ze was gewoon een beetje ziek. Een hardnekkige griep … dachten ze, tot ze opeens niet meer op haar beentjes kon staan. De dood had toen al om het hoekje gezeten. En stuurde een kleine Engel om het bengeltje te halen.

Haar ouders, het jongste zusje van het meisje, en haar man, berustten. Zo leek het althans. En het meisje dacht: ‘Hoe doe je dat?’ maar ze wilde het niet weten. Ze wil het niet want als je het weet dan heb je zoiets ergs meegemaakt. Dan weet je hoe erg het is…

Terug naar toen

Zomer 1965. Ik ben zes jaar en ga voor het eerst naar school. Ik weet niet waarom ik niet naar de kleuterschool ben geweest. Mogelijk was dat omdat we nog relatief kort in Nederland woonden. In de klas ging ik zomaar naast iemand zitten. De meeste kinderen leken wel iemand te kennen. Ik kende niemand.

In het speelkwartier krioelden alle kinderen door elkaar heen op het kleine schoolplein dat speciaal voor de eerste klassers was. Ik was daardoor gescheiden van mijn oudere broers die ook op die school zaten. Ik stond alleen tegen de muur geplakt. Er waren juffen op het plein maar niemand kwam naar mij toe. Toen de bel klonk om weer naar binnen te gaan zag ik opeens een meisje dat in de straat achter ons woonde en ik wilde graag naast haar gaan zitten…maar dat mocht niet meer. Met school en mij kwam het helemaal goed. Ik heb genoten van al mijn schooljaren maar ik moet bekennen dat ik me in de pauzes altijd een beetje verloren voelde.

Lente 1972. Ik ben nog net twaalf en wordt tijdens het songfestival van dat jaar fan van de eerste popgroep ooit die daaraan meedeed. Zij openden mijn oren voor de muziek en de liefde die ik heb voor zingen en optreden is toen ontstaan. Het was voor mij een heerlijke tijd met warme zomers en winters met sneeuw. Bijna elke dag post met knipsels en plaatjes van mijn favoriete groep omdat ik penvrienden en vriendinnen had over de hele wereld. En de muziek, die heerlijke jaren 70 muziek.

Ik vraag me wel eens af of onze kinderen hetzelfde gevoel zullen hebben bij de jaren ’90 muziek als ik heb bij de nummers uit de jaren ’70. Alex Harvey’s To make my life beautiful of Charley Rich’s Hey, did you happen to see the most beautiful girl in the world. En de disconummers waarop ik eindeloos geswingd heb. Dat jaren ’70 gevoel, kan opeens even bij mij terugkomen op de meest onverwachte momenten. Bij het horen van een liedje of wanneer ik fiets op plekken waar ik als kind veel ben geweest en oh wat zou ik graag een keer, even maar, terug willen naar die heerlijke tijd. Heel even maar…terug…naar toen.  

Aander lu bin ook lu

Ik ben een bruin persoon in wat vroeger was een land met witte mensen. Ik ben hier met mijn familie gekomen toen het land, dat door Nederland eeuwenlang is gekoloniseerd, weer vrij en zelfstandig werd. Dat ging niet zonder slag of stoot, sterker nog, dat ging met een oorlog na een oorlog.

Wij hadden geen keus omdat dit het land was waar onze voorouders oorspronkelijk vandaan kwamen. Gelukkig voor mij, want ik hou met hart en ziel van dit kleine land waar ik vanaf mijn tweede jaar heb gewoond.

Wij deden nergens moeilijk over want dat zit in onze aard. We ‘kregen’ onderdak, huisraad en kleding en hebben dat in de jaren daarna tot de laatste cent terugbetaald. We spraken al de taal omdat we dat in dat verre land ook deden, het hoorde destijds ten slotte nog bij Nederland. We namen de gebruiken van dit land over, aanpassen is ons met de paplepel ingegoten, en we voelden ons veilig en geborgen.  

Toen Nederland werk had dat niet door Nederlanders kon of wilde worden gedaan kwamen de gastarbeiders. Zij deden wel dat werk. De bedoeling was dat zij hier tijdelijk zouden zijn maar velen mochten hun familie laten overkomen, of stichtten hier met Nederlanders een gezin. De banden met hun land blijven vaak sterk, omdat ze er nog familie hebben wonen. Vele vakanties worden daar nog doorgebracht.

Nu de wereld heel onrustig is geworden en er ondanks de vele verdragen en afspraken toch weer oorlogen zijn uitgebroken wordt niet alleen Nederland, maar heel Europa overspoeld door vluchtelingen. Mensen die hier asiel aanvragen, niet op zoek naar geldelijk gewin maar naar vrede, voedsel, veiligheid en geborgenheid. Niets meer of minder dan wij, de Nederlanders die hier volgens velen ‘horen’ ook graag willen, en het geluk hebben dat al 80 jaar, sinds de laatste oorlog in ons land, te hebben.

Ik had vroeger een bedrijfsleider die aan zijn wand op kantoor een tegeltje had met de woorden: Aander lu bin ook lu. Ik heb vaak aan dat tegeltje gedacht omdat ik het zo’n grappige spreuk vind. Nu kijk ik er anders tegenaan want, als wij echt konden accepteren dat andere mensen ook mensen zijn, mensen zoals wij, dan zouden wij met deze andere mensen anders kunnen omgaan.

Hoe een (liefdes)leven kan gaan

Mei 1975, ik ben 16 jaar en rond mijn schooltijd af met een MAVO diploma. Ik wil vakantiewerk doen maar weet niet goed hoe dat aan te pakken. Het duurt daardoor tot half Juli voordat ik de stoute schoenen aantrek en bij Albert Heijn het vakantiebaantje krijg. Mijn reden om juist bij deze winkel te solliciteren was een nieuwe groenteman die met zijn knappe uiterlijk mijn aandacht heeft getrokken.

Hij werd mijn eerste verkering, geen onverdeeld genoegen omdat ik geruchten hoorde van meisjes die met hem een ritje maakten in zijn auto. Toen ik dat met hem deelde bezwoer hij mij dat dat was voordat wij verkering kregen. Ik wilde hem dolgraag geloven en realiseerde me bovendien dat ook het begin van onze relatie was gestoeld op bedrog, omdat hij toen niet vrij was…en ik dat wist.

Ik was ontroostbaar toen hij onze relatie verbrak en stortte mij in een nieuwe relatie toen een collega, vrij snel daarna, mij bleek ‘te zien zitten’. Deze relatie had op voorhand geen kans van slagen. Ik rouwde om die ander waaraan ik met mijn bakvissenhartje zo had gehangen. Het huwelijk, dat ik toch aanging, had dan ook nooit mogen gebeuren.

En toen was daar mijn Grote Liefde. Ik was een half jaar getrouwd toen ik hem leerde kennen. Ik was net 23 geworden, een jonge 23-jarige. De scheiding was onvermijdelijk. Dat wij samen konden blijven was nog helemaal niet zeker. Maar dat dit liefde was, was voor mij duidelijk. Hoe het ook zou gaan, ik wist zeker dat voortaan alles anders zou zijn.

Na een jaar raakte ik zwanger en we trouwden. We kregen ons eerste meisje en de rest is ‘as they say’ history. Het is vandaag precies 43 jaar, een week en twee dagen geleden dat ik hem voor het eerst in de ogen keek en het is zo gelukkig dat onze liefde in die tijd alleen maar is gegroeid.

Voor de man met wie ik dat heel korte huwelijk heb gehad vind ik het fijn te weten dat hij een lieve vrouw en een mooi gezin heeft gekregen. Hoe ik dat weet? Hij en zijn gezin zijn heel goede vrienden geworden van mijn zus en haar man en ik ben daar voor beide gezinnen heel blij mee.

Dat mijn leven zo zou gaan? Nee, dat had ik als 16-jarige niet kunnen bedenken.

Sing along

‘Ben je hier de 22ste mam?’ Wanneer mijn dochter zoiets vraagt hoor ik daarin een oppasvraag. Wanneer we op 13 april mijn verjaardag vieren blijkt dit een uitnodiging voor een evenement in Zwolle, waar we Beatles liedjes gaan zingen onder leiding van twee leuke en vaardige muzikanten. Een evenement die we eerder op verschillende plekken, en in verschillende samenstellingen, hebben meegemaakt.

Muziek is in onze familie en ook in ons gezin één van de bindende factoren. Jarenlang hebben we onder de bezielende leiding van onze, helaas 10 jaar geleden overleden, broer Ruud de bandleider muziek gemaakt in zijn muziekkamer thuis en die op verschillende feestjes ten gehore mogen brengen.

Onlangs zijn we met de familie begonnen in een Karaoke café onze eigen karaoke feestjes te houden. Het is zo leuk de samenstellingen van diverse nichten en neven en ook tantes en ooms hun eigen geliefde repertoire ten gehore te zien brengen. Het brengt prachtige filmpjes op die ik soms bekijk wanneer ik even een oppeppertje nodig heb, en het is ook goed voor de saamhorigheid in onze grote familie. 

Op de bewuste 22ste rijd ik met onze jongste dochter van Diemen naar Zwolle, terwijl uit Groningen haar zus naar ons toekomt. De kerk waar het evenement plaats vindt is aardig gevuld. We krijgen teksten uitgereikt en beginnen al snel aan With a little help from my friends, Hard days’s night en Love me do. Iedereen kent het en zingt uit volle borst mee.

Van Here comes the sun krijgen we bladmuziek en die gaan we in canon zingen. Er is een lage, een midden en een hoge versie en het publiek wordt in drieën verdeeld. Iedereen mag gaan staan bij de stem die het beste bij hem past. Aanvankelijk kies ik het midden maar sluit me uiteindelijk toch aan bij de sopranen en daarmee bij de dochters.

De gitarist speelt de mooie melodie en begeleiding van het lied terwijl zijn collega de taak van koordirigent op zich neemt en moeiteloos alle stemmen voorzingt tot elke groep die (min of meer) beheerst. Om het even te laten indalen zingen we tussendoor Obladi-oblada, She loves you en Across te universe. In de pauze krijgen we nog een drankje om onze keel te smeren en wanneer we uiteindelijk samen, in canon, Here comes the sun ten gehore brengen klinkt dat als goed genoeg ingestudeerd. En dat in die heel korte tijd.  

Blij zingen we daarna, als uitsmijter, het hele kerk/mens-verbindende All you need is love. Wat een geslaagd cadeau en zoals mijn jongste dochter zei: ‘Zo leuk dat we dit met z’n drieën hebben gedaan, mam,’ 38, 41 en 66. En daar samen zoveel plezier aan beleven. Dank dochters, jullie zijn met recht goud waard.

Oogappels

Ik was niet mijn moeders oogappeltje, zoals ze dat wel eens zeggen, en ze had ook geen ‘draadje’ naar mij. Ik weet wel wie dat wel waren in ons grote gezin. Was dat erg? Nee hoor, ik hield evengoed zielsveel van haar.

Nu pas, vijf of zes jaar na de start van de serie, hebben wij de serie Oogappels ‘ontdekt’. Ik had al wel begrepen dat het niet alleen over kinderen, pubers, gaat maar dat er veel meer in zit. Een groot deel van de maatschappij komt erin voorbij op een goed ‘uitgebeelde’ manier. Per aflevering wordt drie keer door de grootouders hun visie op het betreffende onderwerp gegeven. De vier gezinnen die we in de serie volgen zijn op een bijzondere manier aan elkaar verbonden. Het uitgangspunt is dat de kinderen uit die gezinnen op dezelfde middelbare school zitten.  

Merel en Erik hebben een samengesteld gezin. Merel heeft twee dochters en Erik heeft een zoon. Tim en Dina hebben ook een samengesteld gezin. Tim is de ex van Merel en heeft met haar de twee dochters en met Dina een zoon. Erik heeft meer, en meer jaren, voor de dochters van Tim gezorgd dan hijzelf. Niet in de laatste plaats omdat hij een aantal jaren niet buitenshuis heeft gewerkt. Marcel en Carola hebben een zoon en een dochter, maar de dochter is op jonge leeftijd overleden. Het gezin lijdt daar, logischerwijs, enorm onder. Tim, Marcel en Erik zijn beste vrienden. Fabie is alleen met haar twee kinderen. Hun vader is in Noorwegen achtergebleven toen Fabie met haar kinderen terug ging naar Nederland. Fabie’s zoon en Carola’s zoon zijn beste vrienden en Fabie’s dochter is stiekem verliefd op Carola’s zoon. Carola en Fabie zijn beste vriendinnen.

De uitvergrote inkijk in het leven van de vier gezinnen geeft een mooi beeld van hoe relaties kunnen zijn. Relaties tussen ouders en de pubers en tussen de pubers onderling. Het geeft ook een beeld van de relaties van de grootouders. Drie paren zijn bij elkaar en twee paren zijn gescheiden.

Merel, een geweldige rol van Malou Gorter, zou heel veel van haar kinderen, en van haar man Erik, hebben kunnen leren als ze niet zo halsstarrig zou vasthouden aan haar eigen gelijk en overtuiging. Overduidelijk komt dit door de relatie die ze had met haar eigen moeder. Het is haar stiefzoon Chris, een zeer uitgesproken persoonlijkheid met een fascinerende kledingsmaak, die haar het meest weet te raken, al botsen ze vanaf dat hij bij hun komt wonen.

De twee meisjes hebben een goede, warme, relatie met zowel hun stiefbroer als met hun halfbroer. Met hun stiefvader, een mooie rol van Ramsey Nasr, hebben ze een betere relatie dan met hun vader of met hun moeder. Hij is ook degene die echt naar ze luistert, net als naar zijn zoon, en bij wie ze oprecht altijd terecht kunnen.

We kijken meestal twee afleveringen achter elkaar en ik ben echt een fan van Erik en zijn zoon Chris en stiefdochter Hansje geworden. Als je het niet hebt gedaan, kijk dan alsnog en heb vooral compassie met Merel, want dat verdient ze wel.

Albert Schweitzer en Michelle van Tongerloo

Ik lees een meer dan 100 jaar oud boek geschreven door Albert Schweitzer over de eerste jaren met zijn vrouw in Afrika. Albert Schweitzer was al theoloog, filosoof, schrijver en musicus toen hij op 30 jarige leeftijd besloot medicijnen te gaan studeren om ook nog arts en chirurg te worden. Zijn vrouw studeerde daarom verpleegkunde.

Van zendelingen had hij begrepen dat er gebieden waren in Afrika waar mensen stierven die met relatief eenvoudige middelen en ingrepen hadden kunnen worden gered. Met de opbrengst van door hem geschreven boeken en later met het houden van lezingen en het geven van orgelconcerten bouwde hij (begonnen in een kippenhok) een ziekenhuis in Lambaréné en redde daarmee honderden en misschien wel duizenden mensen van een enorme lijdensweg leidende naar een onnodig vroege dood. Behalve het geld dat hij zelf inbracht werd hij financieel en met medische middelen gesteund door vrienden en familie.

Michelle van Tongerloo, straatarts in Rotterdam, doet in de Pauluskerk hetzelfde voor mensen die in ons land verstoken blijven van medische hulp omdat ze ‘er officieel niet zijn’. Niet mogen zijn. Veel van deze mensen worden via arbeidsbureaus uit het buitenland gehaald om werk te doen die ‘onze eigen mensen’ niet willen doen voor loon waar ‘onze eigen mensen’ niet voor willen werken. Wanneer zij hun baan verliezen, verliezen ze  ook hun huis en belanden dan op straat waar ze om allerlei redenen afglijden naar een leven dat ongezond en onveilig is. Waar ze ziektes en ongelukken overkomen waarvoor ze niet in de reguliere zorg terecht kunnen. Bij haar krijgen ze medische hulp en met haar stichting ‘Lekker geven’ zorgt zij voor deze mensen. Net als Albert Schweitzer meer dan 100 jaar geleden deed voor zijn patiënten die hij ook onderdak bood, eten en verzorging zolang zij ziek waren. Ook omdat de officiële instanties destijds dat niet voor die mensen deed. Ik kan niet aan iedereen geven maar wanneer deze straatarts weer een oproep doet voor een donatie dan doneer ik, al is het maar een klein bedrag.

Nederland is geen Afrika maar op dit gebied is er wel een schrikbarende overeenkomst…met 100 jaar geleden.

Grensoverschrijdend gedrag

Een vriendin appt: ‘Soms denk ik terug aan vervlogen tijden: toen ik jong was werd ik wel eens nagefloten door bouwvakkers of stratenmakers…’ en iets verderop ‘en op het werk werd ik door één persoon begroet met goedemorgen schoonheid.’ Ik antwoord: ‘En we mochten dat nafluiten beschouwen als een compliment want voor ‘me too’. Ja, zoete herinneringen.’

Een paar minuten later open ik LinkedIn en stuit op een post die begint met: Nederland is een ziek land. Als een man of vrouw zich mooi aankleed is dat verre van een uitnodiging tot aanraking, nafluiten, obscene gebaren, vulgaire grensoverschrijdende opmerkingen.

De post gaat vergezeld van een filmpje waarin een juf, met wat mij voorkomt als basisschoolleerlingen, in gesprek gaat over grensoverschrijdend gedrag. De jonge leerlingen, die op het filmpje worden getoond, vinden dat iemand die er aantrekkelijk uitziet of zich heel mooi kleedt, bepaald gedrag uitlokt.

De juf geeft aan het daar niet mee eens te zijn, ze klimt op een tafel en zegt dat zelfs wanneer iemand naakt op een tafel zou gaan staan dat nog geen bepaald gedrag zou mogen uitlokken.

Persoonlijk zou ik dat toch ook grensoverschrijdend gedrag vinden.

Nederland is in mijn beleving geen ziek land maar ik denk dat we, net als in de rest van de wereld, in veel overtuigingen zijn doorgeschoten. Dat deze juf dit belangrijke onderwerp aankaart vind ik heel goed. Ik hoop dat ze ook de ouders van de kinderen zal vragen er met ze over te praten.

Wat ik niet zo goed begrijp is dat er een filmpje van is gemaakt met de kinderen herkenbaar in beeld en dat dit op LinkedIn werd geplaatst. En wat ik heel jammer vind is, dat we elkaar blijkbaar niet meer kunnen complimenteren zonder dat we er iets achter hoeven te zoeken.

Grensoverschrijdend gedrag is altijd fout, het is alleen soms niet helemaal te duiden. We hebben er helaas in ieder geval onze spontaniteit en onbevangenheid mee verloren.

Egoïstisch of niet egoïstisch, dat is de vraag

Ik heb wel eens heel stoer gezegd dat ik acht kinderen heb. En dan word ik wat glazig aangekeken. Als ik dan vertel dat mijn moeder twaalf kinderen heeft gekregen weten mensen helemaal niet hoe ze het hebben. Dat van mijn moeder is waar, maar ik heb ‘natuurlijk’ geen acht kinderen. Wel gekregen, maar niet zelf gebaard. Ik heb meerdere keren gelezen dat kinderen willen egoïstisch is…en ik heb net zo vaak gelezen dat geen kinderen willen egoïstisch is.

Wat ik ook wel eens zeg is dat ik als moeder geboren ben. Dat kan te maken hebben met het feit dat ik één van twaalf kinderen ben, maar dat weet ik niet. Omdat onze eerste dochter zich al heel snel aankondigde nadat wij een relatie waren begonnen, hebben wij er samen niet bewust over nagedacht, laat staan dat we het ooit hadden gepland. We waren jong en vroegen ons alleen maar af: ‘Hoe gaan we dit kleine meisje zo goed als we kunnen verzorgen en opvoeden,’. Dat ze welkom was staat buiten kijf. Toen haar zusje een paar jaar later volgde was dat een even grote vreugde, voor ons en ook voor ons kleine kindje. Ik vind het goed voor een kind om met een broertje of zusje op te groeien en ik weet tegelijk dat dat niet altijd mogelijk is.

Geen kinderen krijgen zou mij een groot verdriet zijn geweest…denk ik. Niet voor kinderen kiezen was bij mij niet aan de orde. Misschien hadden we ze later gekregen al zou ik niet weten wanneer het ‘juiste moment’ ervoor was geweest.

En niet voor kinderen kiezen kan ik me ook heel goed voorstellen. Niet elke vrouw wordt persé als moeder geboren. Dan zal opvoeden en kinderen verzorgen een ingewikkeld gebeuren lijken en de kosten en het ongemak dat het met zich meebrengt misschien wel niet te overzien zijn.

Egoïstisch of niet egoïstisch dat is misschien de vraag maar voor mij niet aan de orde. Ik hoop dat moeders blij zijn met hun kinderen, en iedere moeder wil zijn kind wel eens achter het behang plakken, maar dat willen we met elkaar toch ook wel eens? Na de geboorte van ons eerste kind zei ik: ‘Zo wil ik er wel tien,’. Het zijn er acht geworden (met een beetje smokkelen) en daar ben ik superblij mee.

De oervraag van de filosofie

In Trouw van 28 december 2024 lees ik een interview met Denker des Vaderlands, Marjan Slob. In het interview zegt ze onder andere: ‘De vraag is hoe je hier op aarde een goed leven leidt als mensje, met je grote verlangens, je beperkte inzicht, en je geringe persoonlijke invloed. Wat noem jij dan ‘goed leven’, en waarom? Dat is de oervraag van de filosofie.’

Ik vind het een mooie vraag die ik, voor wat mezelf betreft, denk ik wel kan beantwoorden. Ik leid hier op aarde een goed leven en liever nog zeg ik, ik heb hier op aarde een goed leven. Het betekent voor mij in de eerste plaats goed zorgen voor mezelf. Dat kan egoïstisch klinken maar dat bedoel ik juist niet zo. Het is nodig om goed voor mezelf te zorgen omdat een goed leven leiden voor mij alles te maken heeft met goed zorgen voor ons gezin en onze families. En dat doen we samen. Zij zorgen ook goed voor ons.

Wij proberen met elkaar een goede relatie te hebben en te houden. Dat vraagt om communicatie waarbij luisteren het belangrijkste onderdeel is en wat opvoeden betreft, het goede voorbeeld te geven.

Om verder voor mezelf te spreken, ja, ik heb grote verlangens. Ik zou heel graag willen dat onze maatschappij beter zou functioneren. Beter in de zin dat mensen belangrijker zouden zijn dan geld. Ik zou graag willen dat belangrijke zaken als Recht, Onderwijs en Zorg niet afhankelijk zouden zijn van marktwerking. Ik zou willen dat niet wantrouwen maar vertrouwen de maatstaf was zodat we afkunnen van al die regeltjes en controles die onder andere de toeslagenaffaire tot gevolg heeft gehad. En wat ik echt heel graag zou willen is, dat kinderen veilig zouden zijn in plaats van door misstanden in de Jeugdzorg op onveilige plekken te moeten opgroeien, als dat al lukt.

Ik heb hele grote verlangens maar natuurlijk geringe persoonlijke invloed. Ik heb ook nooit de illusie dat ik grotere invloed zou hebben maar ik heb lang hoop gehad dat de bestuurders van ons land daar goede beslissingen in zouden nemen. Die hoop neemt gaandeweg wel af.

Dus richt ik me op waar ik wel invloed op heb, de kleine omgeving waarin ik leef. Niet elke dag (meer) vlees eten, tweedehands kleding kopen, soms biologisch eten kopen en soms niet. Goede doelen steunen. Aardig zijn voor mensen om me heen en helpen wanneer ik kan. Is dit een goed leven leiden? Ik hoop het en het werkt voor mij in ieder geval goed.