Brieven niet verstuurd

In een PTT doosje, ooit een cadeautje bij het kopen van drie velletjes kerstzegels, bewaar ik een paar brieven die ik nooit heb verstuurd. Dichtgeplakt, geadresseerd, één zelfs met postzegel, maar nooit verstuurd. Niet één, niet twee maar vier.

Ik was vroeger een echte betweter. Ik kon akelig belerend zijn en drukte me dan ook zo uit. Mijn eerste Prille-ouderblogs wemelen van ‘je moet’, ‘jullie moeten’, ‘wat moet gebeuren’ in de zinnen en één keer schreef mijn dochter direct na het plaatsten van het blog: ‘Mamma, dat wilde je niet zeggen.’ Toen ik het teruglas en zag dat het klopte heb ik het meteen veranderd.

Ik heb mijn leven lang dingen geweten die ik eigenlijk niet kon weten. De verschuiving van verantwoordelijkheid tussen mijn man en zijn baas destijds had ik al jaren daarvoor beschreven, terwijl dat zo bijzonder zou zijn wanneer het ooit echt zou gebeuren. Feitelijke invloed had ik daar namelijk niet op en toch ‘wist’ ik dat het zou gebeuren.

Dat wij in het centrum van de stad van nummer 10 naar nummer 16 verhuisden had ik in 2007 al geschreven, terwijl het in 2015 pas mogelijk werd. Het heel bijzondere was toen dat we van onze grote hypotheek afkwamen waardoor ik daadwerkelijk na 40 jaar ‘voor een baas werken’ kon stoppen. Dat had ik me al jaren daarvoor voorgenomen maar niet voor mogelijk gehouden omdat ik dan nog lang niet de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben bereikt.

Misschien komt daar dat ‘betweterige’ vandaan wat zeker niet zo is bedoeld. Nooit. Ik heb altijd mensen willen helpen. Daarom heb ik mezelf ooit naar voren geschoven als nieuwe leerlingbegeleider, toen onze oude begeleider een andere baan kreeg. Daarom ben ik ook coach geworden omdat ik wist dat ik iets te brengen had en heb.

Ik ben vaak in de val van ‘redder’ in plaats van ‘helper’ gevallen en dat is in het geval van die brieven ook zo. Doordat ik me altijd en graag verdiep in mensen zie ik dingen soms ‘op de kop af’ verkeerd gaan…en dan schrijf ik een brief…en dan stuur ik die op. Het wordt bijna altijd herkend als de hulp die ik daarmee wil geven.

In het geval van deze brieven heb ik er lang over nagedacht of ik ze wel of niet zou sturen. Ik spreek eigenlijk altijd met mijn gezin over wat mij bezighoudt en in deze gevallen hielden de mensen mij erg bezig. Het is dan niet zo dat mijn man of dochter zegt: ‘Dat kun je beter niet doen.’ Maar door ons gesprek denk ik dan zelf: ‘Hoe goed ook bedoeld, hierop zit hij of zij niet te wachten.’ Of: ‘Hier kun je beter een keer met ze over praten.’

En soms is het beter het te laten…en dan stuur ik zo’n brief niet op.

Beter ten halve gekeerd…

Mijn moeder was van de halve spreekwoorden en dit is er zo een. Tegenwoordig weet ik ze af te maken, deze met…dan ten hele gedwaald.

Na het reces waarin de formatiebesprekingen stillagen, zijn ze nu hervat. En weer hoor ik dat er haast geboden is, vanwege de onrust in ons eigen kleine land en in de grote wereld om ons heen. Bij Pauw en De Wit hoor ik onder anderen Ron Keller zijn zorgen uitspreken over het minderheidskabinet waar deze formatie op lijkt af te koersen. Hij pleit voor een brede coalitie die sterk staat in deze onrustige tijd. Iemand noemt een 5 partijenkabinet wat eerder werd genoemd door meneer Buma en waar ik het direct mee eens was.

In deze tijd waarin ik steeds meer mensen hoor roepen om ‘verbinding’ kan ik niet, of wil ik misschien niet, begrijpen hoe je keihard mensen kunt uitsluiten. De VVD blijft roepen dat ze niet in een coalitie willen met PvdA/Groen Links. D66 wil hen liever wel in de coalitie en geeft daaraan de voorkeur boven Ja21. Ik denk dat het uitsluiten te maken heeft met de angst in een volgende verkiezing minder stemmen te krijgen. Dan gaat het om wat die angstige partij belangrijk vindt, weer een grote partij te worden in een volgende verkiezing, of nu het land goed willen besturen. En daarmee kunnen ze om de juiste reden weer een grote partij worden in een volgende verkiezing.

Ik hoop op die brede coalitie. Ja21 erbij omdat de VVD zich dan meer gesteund voelt en PvdA/Groen Links erbij omdat ook zij een grote partij zijn en hun goede bijdrage kunnen doen. En bovendien de grootste fractie zijn in de Eerste Kamer. Ik hoop dat meneer Jetten zo sterk is dat hij dit voor elkaar krijgt. Want volgens mij KAN HET WEL.

Er wordt in verkiezingstijd veel gezegd wat later niet uit kan komen. Er wordt soms gelogen wat je ook als ‘draaien’ of ‘anders beschouwen’ kunt opvatten. Je kunt er zelfs soms ‘geen herinnering’ aan hebben. In een documentaire, onlangs op t.v. over de regeerperiode van meneer Balkenende gaf Maxime Verhagen toe dat hij 15 jaar geleden Wouter Bos had beschuldigd van liegen, wat niet zo bleek te zijn. Meneer Bos vond het mooi dat meneer Verhagen dat nog zei, dat had hij niet hoeven doen.

Er zijn vast in het verleden momenten geweest waarbij men beter terug had kunnen komen op een besluit en voor deze formatie is het nog niet te laat. Ik blijf het met belangstelling volgen.

Verliefd

Ik was pas zes toen ik voor het eerst echt verliefd werd. Hij zat bij mij in de klas en bleef dat gedurende onze hele lagereschooltijd. Ik bleef ook al die jaren verliefd op hem. Hij had een goede kop, zou ik nu zeggen, maar dat dacht ik toen niet, ik was gewoon verliefd.

Hij was heel bescheiden, aardig voor iedereen en hij had in de klas een vriend die veel meer op de voorgrond trad. Zijn broer en hij liepen altijd in korte broek. Zomer en winter. En in mijn beleving hadden ze alleen een vader en waren ze in Zuid-Afrika geboren…maar dat kan ik zelf gefantaseerd hebben want ik weet niet of het klopt. Zijn vader leek op Brian Kelly, de knappe acteur die de vader van het gezin speelde in de serie Flipper, een serie die draaide om een tamme dolfijn. Ik denk niet dat hij ooit wist van mijn verliefdheid want ik dacht dat het groepje vrienden waar hij toe behoorde, en die wel eens wat aandacht aan ons schonken, mijn vriendinnetje echt leuk vonden.

Op de middelbare school was ik weer verliefd op een jongen met, grappig genoeg, dezelfde naam. Ik was toen ook een groot fan van een Engelse popgroep en ook verliefd op één van de leden, maar die was voor mij natuurlijk totaal onbereikbaar. Mijn klasgenoot was dat niet en het toeval wilde dat wij alle vier jaar bij elkaar in de klas zaten. Ik was veel te verlegen om iets met die verliefdheid te doen en hij was een populaire jongen en misschien toch onbereikbaar voor mij, maar een prettig onderdeel van mijn schooltijd.

Ik weet niet meer hoe die verliefdheden overgingen maar toen ik 16 was en net van school werd ik verliefd op een jongen die bij ‘onze’ Albert Heijn werkte. Ik deed er twee hele maanden over om de stoute schoenen aan te trekken en te proberen zijn collega te worden…maar het lukte wel. Met hem kreeg ik mijn eerste echte relatie. Het was geen gezonde relatie want ik ontwikkelde een nare jaloezie die het ons beiden moeilijk maakte en mij bovendien nog jaren parten speelde. Toen hij het tussen ons ‘uitmaakte’ was ik kapot. Niet voor even maar heel lang, en terwijl ik treurde om hem ging ik toch een nieuwe relatie aan. Die relatie was gedoemd om te mislukken en over mijn aandeel daarin ben ik, en dat is een understatement, niet trots. Het eindigde in een huwelijk dat onofficieel na een half jaar werd beëindigd (na een jaar officieel) omdat ik verliefd werd op mijn man met wie ik bijna 44 jaar samen ben, en nu 42 jaar getrouwd.

Het is niet voor iedereen weggelegd, en niet persé gemakkelijk, maar ik ben er blij mee dat ik op hem door alle jaren heen steeds weer verliefd ben geworden…en ik hoop dat het zo blijft. Verliefd zijn hoort blijkbaar bij mij en nu gelukkig al heel lang op die ene, waar geen andere man het bij haalt.

Een kwart eeuw omgevlogen

Sinds de jaren 90 keek ik stiekem al een beetje uit naar het jaar 2000. Het magische jaar 2000, zoals dat voor mij voelde. Ik was in 1990 eenendertig jaar oud. Mijn man dertig aan het einde van dat jaar. Onze kinderen zes en drie. Tien jaar was nog lang maar ook op de een of andere manier ‘af te zien’.

Ik had net de twee havo-certificaten Nederlands en Engels gehaald en ik was er klaar voor om aan de opleiding HBO Engels te beginnen…wat we niet konden betalen. Na een open sollicitatie bij mijn oude werkgever werd ik aangenomen en omdat de functie Filiaal Managent Assistent net in het leven was geroepen (de vroegere administratie functie die ik had gedaan tot we onze kinderen kregen) paste ik daar precies bij.

Zo begon mijn tweede werkende leven. Ik deed een cursus om de functie te kunnen vervullen en omdat ik min of meer mijn eigen werktijd kon bepalen was het goed te combineren met ons opgroeiende gezin en een jaar later ook met de opleiding Engels 2de graad.

Het waren drukke jaren met rond de tentamenweken mijn, wat ik toen noemde, ‘rollercoasterachtige’ tijden. Mijn man kon nu ook de voetbalcursussen doen die hij wilde en nodig had om in zijn (toen nog) hobby, de voetballerij, verder te komen. Onze kinderen bleven op de eerste plaats staan dus studeren deed ik wanneer het kon.

Ik behaalde mijn diploma en mijn man zijn trainersdiploma’s. Ik begon minder in de winkel te werken en nam kleine schoolklussen aan. Ziektevervanging en spreekvaardigheidslessen. Mijn man begon ook minder te werken in het bedrijfsleven en combineerde die een aantal jaren met een deeltijdbaan in de voetballerij.

En opeens was daar daadwerkelijk het jaar 2000 en zaten we in een nieuwe eeuw. De kinderen waren middelbare schoolkinderen geworden en wij werkten fulltime op school en bij de voetbalclub. We kregen een nieuw betaalmiddel en even leek alles heel goedkoop…maar dat veranderde al snel want na de euro leken de prijzen sneller te stijgen. We betalen inmiddels in euro’s wat we vroeger in guldens deden en de euro was toen twee gulden twintig waard.  

Internet en de mobiele telefoon deden hun intrede en werden zachtjesaan gemeengoed. Het is bijna onvoorstelbaar dat er nu iemand niet een mobiele telefoon of internet zou hebben. Het is allemaal uitgebreid als we even denken aan social media en de winkelopeningstijden bijvoorbeeld.

Het is onvoorstelbaar snel gegaan die eerste 25 jaar van de nieuwe eeuw. Een kwart eeuw zomaar voorbijgegaan en soms vraag ik me af: waar zit de rem? Of eigenlijk, was er maar een rem.

Er was eens…

Er was eens een klein landje met best veel inwoners. Het is een fijn land om in te wonen…tenminste…voor de meeste mensen. Het is vooral een fijn land voor mensen die gezond zijn en genoeg geld hebben om rond te komen. Mensen met een eigen huis, een vaste baan en intelligente, gezonde kinderen die naar gewone scholen kunnen gaan.

In de afgelopen jaren is het iets minder fijn geworden om in het land te wonen. De taal in de politiek, de omgeving die een voorbeeldfunctie heeft en een grote invloed op de inwoners van het land, is verhard. Belangrijke diensten in het land, zoals de ambulance en politie, worden door mensen belaagd terwijl ze gewoon hun werk doen. Werk waarbij ze vaak juist mensen moeten redden. Hoe onvoorstelbaar ook, ze worden daarin soms belemmerd door omstanders.

Een groot probleem in het land is de dakloosheid in grote steden. Door armoede, arbeidsmigratie en uitgeprocedeerde asielzoekers is het in één van de grote steden een megaprobleem geworden. Gelukkig is er dan een kerk met een straatarts die veel van deze mensen opvangt wanneer zij medische hulp nodig hebben of dringend een dak boven hun hoofd. Met hulp van anderen zorgen de kerk en de arts ervoor dat de ergste nood wordt geledigd. Maar het blijft ook veel ‘dweilen met de kraan open’.

Toen gebeurde er een wonder. Door nieuwe verkiezingen kwam er een nieuw kabinet. Deze werd geleid door twee uiterst fatsoenlijke heren. Het was een beetje lastig dat door één van de partijen (de derde partij) een poot zo werd stijf gehouden dat niet het gewenste stabiele meerderheidskabinet er kon komen. Maar de partijen die niet mochten meeregeren gebruikten hun verstand en hadden (net als de twee heren) het landsbelang voorop. Zij handelden in het belang van het volk.

Door het fatsoen van de twee heren werd de toon in de politiek een fatsoenlijke. Er werd gediscussieerd en gedebatteerd zonder geschreeuw en er werd niet ‘met modder gegooid’. De oppositiepartijen waren kritisch op de coalitiepartijen maar ze voerden geen oppositie alleen maar om oppositie te voeren. Ze dachten mee over wat goed was voor het land en hielpen hiermee de regering en het land vooruit. Ze lieten met elkaar zien dat het WEL kon.

De regels werden veranderd. In plaats van toeslagen kwam er voor iedereen een basisinkomen. Geen toeslagen is geen controle meer op naleving. Niemand kon daarmee meer in de fout gaan. Er werden huizen gebouwd maar er werden ook gebouwen getransformeerd tot woonruimte. Lege panden waren voortaan uitgesloten. Binnen een door de regering te bepalen tijd was er besloten wat er met een pand moest gebeuren. Zorg, recht en onderwijs werd weer verzorgd door het rijk in plaats van concurrerende aanbestedingen. Niet het geld was meer het belangrijkste maar de mensen.

En eindelijk, eindelijk kwam er een oudercursus voor alle aanstaande ouders. Gratis voor iedereen. Eindelijk werd het gat gedicht tussen de verloskundige en het consultatiebureau. Eindelijk werd de relatie van aanstaande ouders ondersteund bij de enorme impact die de geboorte van een gezin erop heeft. Eindelijk werden de a.s. vaders er volledig bij betrokken.

Het duurde even maar toen had het kleine landje een andere maatschappij. Er werd niet alleen gepraat over veranderingen die zouden moeten gebeuren. Het werd gedaan. De mensen kwamen sterker in hun schoenen te staan. De gezinnen konden zich beter redden. Er werd voor hen gezorgd en ze zorgden voor elkaar. En er kwam rust, eindelijk rust.

Springsteen

De nieuwe film over Bruce Springsteen heet ‘Deliver me from nowhere’ en begint met de jonge Bruce in bed. Beneden hoor je zijn ouders ruzie maken en dan hoor je zijn vader de trap op komen lopen. Zijn moeder roept: ‘Laat hem met rust.’ Bruce zegt dat hij niet wil vechten. Zijn vader heft zijn handen op en Bruce moet er met zijn vuisten in slaan. Hij wil niet maar moet, en dan slaat zijn vader hem met één klap neer. De beelden van de jonge Bruce zijn in zwart/wit. Hij is dan een jaar of acht.

Een ander beeld wat ik me herinner is Bruce die zijn vader uit de kroeg moet halen en Bruce die met een honkbalknuppel naar beneden komt. Zijn vader is weer tegen zijn moeder aan het schreeuwen en dan slaat Bruce hem met de knuppel keihard op zijn rug. Moeder schrikt, vader draait zich verbaasd om en begint dan te lachen. ‘Je hebt gelijk, jongen,’ zegt zijn vader, ‘laat niemand je moeder kwaad doen.’ Deze beelden herken ik uit zijn biografie, net als de rest van de film, en visueel gemaakt heeft het nog meer impact.

In het begin van de film heeft Bruce zijn succes gehad met The River. Het succes is te veel voor hem, vraagt te veel van hem en hij wil een album maken zonder tour, zonder hit, zonder zelfs zijn foto op de cover, dat wordt het album Nebraska. De platenmaatschappij stribbelt tegen maar zijn manager Jon Landau komt voor hem op. Bruce heeft nog een album in de maak, wat uiteindelijk wordt ‘Born in the USA’, waar wel hits op staan en waarmee Bruce de enorme wereldster wordt die hij is geworden.

De nervous breakdown waarvoor hij jaren in therapie zal gaan staat ook allemaal heel goed beschreven in zijn boek, maar om het uitgebeeld te zien op film is nog wel ‘next level’. Depressie zit in de mannelijke lijn van zijn familie en de slechte relatie met zijn aan alcoholverslaafde, depressieve vader, die bovendien vanuit het niets enorm kan exploderen, maakt zijn heel succesvolle leven bij tijden tot een hel. Hij is ‘the boss’ maar ook ‘the loner’ die eigenlijk alleen senang is als hij met zijn muziek bezig kan zijn.

Bruce Springsteen heeft, net als de Beatles, nooit een gewoon leven gekend met een 8 tot 5 baan. Hij wist niet hoe hij ‘het gewone leven’ moest leven. Hij leerde pas het gewone leven kennen en leven toen hij samenging met die andere loner, zijn vrouw Patti Scialfa die hij al kende vanaf haar 17de maar die hij pas laat ‘ontdekte’.

Zover gaat de film niet. Die eindigt na zijn enorme depressie waarvoor hij in therapie is gegaan. Zijn vader zegt aan het einde van de film: ‘Bruce, je bent heel goed voor ons geweest.’ Die woorden heeft zijn vader wel geuit maar in het echte leven op een ander moment.

Zelfs een groot artiest als Bruce Springsteen heeft enorme issues (gehad) en moest daarmee dealen. Ook roem en geld kunnen je daarvoor dus niet beschermen.

Een nieuwe traditie

Het is weer December en dat betekent voor mij kerstkaartjes uitzoeken en versturen. Het is een traditie die ik graag in ere wil houden al is het met de prijzen voor de kaartjes en de postzegels bijna niet meer te doen.

Bij de Bruna zie ik de kaartjes het eerst. 10 voor €9,95 en 8 voor iets minder. Kaartjes van verschillende goede doelen en andere ‘merken’. Ik heb ze door de jaren heen in allerlei soorten en maten gekocht en verstuurd. Ik besluit ook even bij mijn favoriete supermarkt te kijken en daar zie ik doosjes met 12 kaarten met dezelfde afbeelding. Het is een voor mij heel aantrekkelijke tekening van een kerstmuis, aangekleed met een jasje met muts, waar zijn grote ronde oren uitsteken, en een warme sjaal. In zijn knuistjes houdt hij mistletoe vast. Precies het soort plaatje dat ik graag nateken. En het is ook nog voor een goede prijs.

Voor het eerst krijgt dus dit jaar iedereen van mij dezelfde kerstkaart en omdat de binnenkant ‘leeg’ is, op de buitenkant staan de wensen voor kerst en het nieuwe jaar, schrijf ik er iets meer in dan andere jaren. In een paar zelfs een hele brief.

Op de doosjes staat ook de afbeelding van de kaart. Normaal gesproken doe ik die bij het oud papier maar ik kan deze schattige muisjes niet wegdoen. Bij de HEMA vind ik fotolijstjes met de juiste afmeting. Ik lijst er twee in en die komen voortaan met de kerst in ons appartement en onze loft te staan, als een nieuwe traditie.

Ik heb er dit jaar zelfs aan gedacht om de kaarten voor het buitenland ruim op tijd te versturen zodat die ook voor de kerstdagen aankomen. Ik deed vanmiddag de laatste 18 kaarten op de bus en het deed me toch goed dat de grote kaarten box, die bij de Bruna speciaal staat voor de kerstpost, stampvol zat. Er zijn dus toch nog veel mensen die ervoor kiezen kaarten te versturen en het gelukkig ook kunnen betalen.

Op elke andere manier waarop een kerstwens tot ons komt ben ik even blij en die mooie kaart, die ga ik vast nog een keer natekenen.

Schuldig

We hopen allemaal, van onszelf, dat we dappere mensen zijn…ik in ieder geval wel. Maar ik ben het niet. Ik ben het in ieder geval niet geweest op momenten dat ik het wel had moeten zijn. En die momenten vergeet ik niet, nooit, dat kan ik na al die jaren wel zeggen.

Toen ik pas in het centrum van de stad woonde, nu 20 jaar geleden, fietste ik op een dag over de Hereweg naar school. Ter hoogte van het Sterrebos, aan de overkant van de weg, liepen vier mannen te ‘sjouwen’ met een vrouw. Een tegenstribbelende vrouw. Tegelijk met mij stopte een jongeman. We keken ernaar en keken elkaar aan. ‘Heb jij een telefoon?’ vroeg ik hem. Zelf had ik er geen. Voordat hij antwoordde stopte naast die sjouwende mannen een mevrouw. We zagen haar van de fiets afstappen en die mannen aanspreken. Het is lang geleden en ik kan me het niet meer precies herinneren maar volgens mij stopten er toen meer mensen. De jongeman en ik stapten op de fiets en vervolgden onze weg.

Een paar jaar later, weer toen ik naar school fietste, reed ik door de Gelkingestraat. Aan het begin van de straat stond een medewerkster van de milieudienst, de straat te vegen. Bijna aan het einde van de straat kwam mij op de stoep een meisje tegemoet. Ze liep met snelle passen en ik dacht even te zien dat ze huilde. Op een afstandje van haar liep een man hardop in een vreemde taal te praten. Of hij echt achter haar aan liep weet ik niet maar terwijl ik doorfietste dacht ik: ‘Ik had haar moeten vragen of alles goed was, of dat ik iets voor haar kon doen.’ Een beetje laf dacht ik erachteraan: ‘Ik hoop dat die mevrouw van de milieudienst haar helpt als ze hulp nodig heeft.’

Bijna vijf jaar geleden, ik weet dat precies want die dag werd bij onze kleindochter diabetes vastgesteld, fietste ik over het UMCG-terrein. Ik was op weg naar onze kleinzoon die plotseling alleen in huis was achtergebleven nadat zijn ouders en zusje naar het Diabetes ziekenhuis waren vertrokken. Vanachter een gebouwtje kwam een vrouw tevoorschijn met in haar armen een dekbed. Achter haar aan liep een man die blijkbaar iets van haar wilde. ‘Mevrouw kan u mij helpen?’ vroeg ze. Ik fietste door, zei: ‘Nee, sorry, ik moet naar mijn kleinzoon.’ Toen ik nog even achteromkeek zag ik dat ze met een mevrouw meeliep richting het ziekenhuis en de man was er niet meer bij. ‘Gelukkig,’ dacht ik en erachteraan: ‘waarom ben je nou niet even afgestapt. Ze vroeg je hulp.’

Ik hoop dat deze mensen niets ergs is overkomen…maar ik weet het niet. Ik weet het niet omdat ik niet dapper genoeg was om iets te doen. Dus ik hoop dat ik een volgende keer…

Wie weet, kan ik het dan, dapper genoeg zijn om er in ieder geval op af te gaan. Ik weet niet of ik ergens schuld aan heb, maar zo voelt het wel.

De waarde van een brief

‘Toe maar,’ zei ik, en dat ontschoot me echt op het moment dat ik €58,40 mocht afrekenen voor twee velletjes kerstpostzegels en 5 postzegels voor brieven naar het buitenland. Ik verstuur wekelijks post en ik koop regelmatig ‘kaartjes’ met 10 postzegels. Ik weet dat ik daar al best lang veel voor betaal maar van dit grote bedrag schrok ik toch een beetje. En het komt omdat ik had verwacht dat kerstpostzegels veel goedkoper zouden zijn dan de reguliere prijs.

Terwijl ik naar buiten liep zocht ik even de prijs op van de postzegels en ik zag dat een reguliere zegel per 1 januari 2025 €1,21 kostte. Per 1 juli is dit verhoogd naar €1,31. En de kerstpostzegel kost…€1,21 hetzelfde bedrag dus wat hij de helft van het jaar al heeft gekost. In 2009 was dit €0,44 regulier en €0,34 voor een kerstzegel. Heel andere bedragen maar hetzelfde ‘dubbeltje’ verschil.

Ik ga ze alle 45 nodig hebben en misschien nog wel meer. Ik blijf het belangrijk vinden om met kerst die kaarten te versturen en dat geldt ook voor de brieven. Mensen zijn altijd ‘van plan’ om mij terug te schrijven en meestal komt het daar niet van. Dat geeft niets, ik schrijf en stuur brieven omdat ik dat zelf leuk en belangrijk vind. Ik heb zussen die mij regelmatig schrijven en ik weet ook van wie ik een mail of lange What’s app kan verwachten wanneer ik ze geschreven heb. Als die niet komt dan hebben ze daar geen tijd of ruimte voor gehad, want ik weet dat ze het wel wilden.

Het is niet meer van deze tijd, maar bijna iedereen vindt het leuk om een brief of kaart te ontvangen en ikzelf weet ze zeker op waarde te schatten. Sinds de kinderen uit huis zijn schrijf ik ze met hun verjaardag een verjaardagsbrief. In een jaar dat ik rond die tijd (het zijn twee Watermannen) wat stress onderging dacht ik: ‘Ze vinden het vast niet erg als ik een keer oversla.’ Maar toen ik een week later van onze jongste dochter een brief ontving waarin ze schreef dat ze hem had gemist en dat het voor haar altijd een soort ijkmoment was van het afgelopen jaar, heb ik ze alsnog geschreven en verstuurd.

Het is misschien daardoor dat zij de ‘traditie’ in haar vorm heeft overgenomen. Wat is de waarde van een brief? Niet de straks €1,40 die ik betaal om hem op te sturen. De waarde zit hem in de brief zelf, in de inhoud. Het feit dat je aan de persoon in kwestie denkt, mooi briefpapier zoekt of maakt en ongetwijfeld iets aardigs over hem/haar, jou of jullie relatie schrijft. Dat is de waarde van een brief. De waarde die niet in geld is uit te drukken. De ‘onschatbare’ waarde.

Zeg gewoon ja als het kan

Op een verjaardagsfeestje hoorde ik de vader van het gezin aan de moeder vragen: ‘Wil jij even koffie inschenken?’ en zij antwoordde: ‘Doe het zelf.’ Ik hoorde dit en vroeg hem of ik het zou doen en hij zei: ‘Ja, graag.’ Toen ik met de koffie rondging en langs de moeder kwam vroeg ze: ‘Waarom doe jij dat nou?’ en ik antwoordde: ‘Waarom niet?’

Voor mij is het geen item. Wanneer iemand mij wat vraagt en ik kan het doen dan doe ik dat. Ik weet ook waar het vandaan komt. Mijn moeder heeft ons meerdere keren het verhaal vertelt van toen zij nog jong was. Een buurmeisje kwam aan de deur en zij deed open. Vervolgens kwam zij bij haar moeder en zei: ‘Mam, Anneke staat voor de deur en ze vraagt een kwartje.’ Haar moeder vroeg niet waarvoor het was of waarom het buurmeisje het vroeg, ze zei eenvoudigweg: ‘Nou, geef dan.’ Omdat deze oma jong overleed heb ik haar nooit gekend maar ik heb haar ‘les’ goed tot me genomen.

Met mijn eigen jonge, soms drukke gezin had ik de volgende stelregel: wanneer je iets wilt heb je drie opties. Je kunt het zelf doen, iemand anders vragen om het te doen, of wachten tot ik het doe, maar zeur er niet over. Met andere woorden, maak er geen verwijten over. Ik was toen zo streng dat ik zei dat we elkaar nooit iets mochten verwijten en ik ging daar zelfs een beetje prat op. Het is echt veel prettiger wanneer je kunt samenleven zonder dat je elkaar dingen verwijt. Maar mijn dochter schudde mij wakker toen wij een keer echt in gebreke waren gebleven en zij ons dat verweet. Toen ze zei: ‘Maar, mamma, je kunt toch wel een keer iets echt vervelend vinden en dat dan zeggen.’ Toen dacht ik: ‘Ja, daar heeft ze helemaal gelijk in. Het was niet het soort verwijt dat ik bedoel maar kun je wel een verwijt noemen.’

Soms moet je ook gewoon ouder worden om dingen te zien of begrijpen. Ieder heeft een modus waarin hij leeft, alleen of met zijn gezin of familie. Ik ben zelf altijd blij met de feedback die ik krijg op mijn gedrag of dingen die ik zeg, zeker wanneer het voor een ander niet prettig is. Je kunt vasthouden aan je eigen manier van denken en doen maar je kunt misschien ook denken: ‘Oh, okay, dat kan dus ook.’