Afwezige ouders? Lastige kinderen

In de afgelopen jaren heb ik vaak geschreven over ouderschap en hoe dat in mijn beleving zou kunnen gaan. Wij kozen ervoor dat ik van 40 uur per week werken naar 9 uur per week ging, zodat ik zelf het grootste deel van de tijd bij onze baby en later onze beide kinderen kon zijn. Het betekende niet dat ik me alleen nog met de kinderen en het huishouden bezighield. We moesten ons beiden nog verder ontwikkelen en deden dat zogezegd ‘om de kinderen heen’.

Ik zal niet beweren dat ‘afwezige ouders’ altijd ‘lastige kinderen’ voortbrengen. Deze kop is van een artikel uit het Dagblad van het Noorden van 26 januari 2017. De geïnterviewde sociaal pedagoog Gitty Feddema hoopte dan ook ‘dat ouders dit niet als een aanval opvatten, maar als aansporing’. Ik denk er precies zo over.

Ze zegt onder andere: ‘Ouders hebben geen tijd meer, of maken geen tijd meer, om vanaf het prilste begin genoeg tijd met hun kinderen door te brengen.’ Terwijl: ‘Dáár wordt een basis gelegd voor het gevoel van veiligheid, geborgenheid. Het gevoel van: iemand kijkt altijd naar me om. Dáár leert een kind cruciale dingen als eten, spelen en zich sociaal gedragen.’

Haar concrete voorstel is dat vaders en moeders in de eerste vier jaar beiden hun werkzaamheden zo terugbrengen, dat ze geen zorg van buitenaf meer nodig hebben. Vaders en moeders zullen dan beiden een aantal jaren parttime werken. Dat heeft financiële gevolgen. De vraag is dan waaraan je meer waarde hecht, aan de spullen die je niet kunt kopen, de reisjes die je niet kunt maken, of de tijd die je met je kinderen kunt doorbrengen. En als je samen met de kinderen naar een speeltuin gaat in de tijd die je samen vrij bent dan kunnen zij veilig spelen en kunnen papa en mama zaken bespreken die niet voor de kleine oortjes bestemd zijn. Tijd dubbelgoed besteed.

Het vraagt ook aanpassing van werkgevers wanneer beide ouders parttime willen werken. Ik pleit er namelijk voor dat leidinggevende functies ook parttimefuncties kunnen zijn. Ook de hoogste functies. Bijkomend voordeel, in mijn beleving, is dat er op de werkvloer een meer-ogenbeleid is. Dat kan wellicht grensoverschrijdend gedrag voorkomen. Win-win als collega’s in staat zijn elkaar waar nodig aan te spreken en feedback kunnen accepteren.

Als oma van vier kleinkinderen, op wie ik in totaal 17 jaar 1 dag per week heb gepast, weet ik hoe fijn dat is en hoe goed voor de band tussen oma en kleinkinderen. Ik begrijp ook dat het voor alleenstaande ouders een ander verhaal is en gun ze een oma of vaste oppas die een deel van de opvoeding voor zijn of haar rekening wil en kan nemen. Wat mevrouw Feddema wil benadrukken, en ik helemaal achtersta, is dat een kind vooral de aandacht van zijn ouders nodig heeft. Heel veel in zijn eerste levensjaren en nog lang daarna.

Het gaat haar en mij…om het belang van het kind.

Roos’ perikelen

Het was een schrijfwedstrijd die mij ertoe aanzette om de eerste versie van het boek ‘Roos’ perikelen’ te maken. Op de cover destijds originele dagboekbladen met daaroverheen gelegd een roos en een dagboekslotje. Ik gaf het in eigen beheer uit onder mijn pseudoniem ‘Roos Remmers’.

Ik schreef de inleiding op 20 augustus 2001 en het nawoord op 19 februari 2002. In dat half jaar heb ik dit boek uitgewerkt en bepaald welke dagboekbladen ik toevoegde aan de bladen van het zelfhulpschrift, dat het uitgangspunt was van het boek.

De hernieuwde versie gaf ik, weer in eigen beheer maar nu onder mijn eigen naam, uit samen met deel twee met als titel ‘Sarah Roos’, omdat ik inmiddels de 50 was gepasseerd. Onze inmiddels volwassen jongste dochter was mijn schrijfcoach en de vormgeving deed onze oudste dochter.

Mensen hebben mij destijds vaak gevraagd wat mijn man ervan vond. Ik begrijp dat heel goed. De familie die in het boek beschreven staat, omdat ik lang zoveel moeite had om goed met hen om te gaan, is zijn familie. Dat ik het maakte was omdat ik dacht dat we er samen heel goed waren uitgekomen. En omdat mijn man dat ook dacht heeft mij juist gestimuleerd om het te maken, toen bleek dat ik het wilde.

Dat daar verschillend over werd gedacht bleek pas nadat het boek was uitgegeven. Ik was in al die jaren niet ‘vergeven’ terwijl ik wel ‘heb vergeven’. De familie en ik hebben het elkaar heel veel jaren moeilijk gemaakt. En natuurlijk was ik met de situatie anders omgegaan wanneer ik dat had gekund. Maar ik was daar te jong voor en achteraf, nu ik veel ouder ben en bijna 44 jaar met mijn man samen, sta ik nog evenveel achter dit boek. Omdat ik het nog steeds goed vind en met goede intentie heb geschreven.

We hebben heel moeilijke jaren gehad en ik blijf blij en dankbaar dat we het ‘gered’ hebben. Daar hebben veel mensen, begrijpelijk, aan getwijfeld. En waarschijnlijk werd de doorslag voor het maken van dit boek uiteindelijk gegeven door de uitspraak die mijn man deed toen we 19 jaar samen waren: ‘In de loop van de jaren ben ik grenzeloos van je gaan houden.’ Dat was een heel grote uitspraak voor hem, maar hij deed het en terwijl ik vanaf dag één van hem hield wist ik dat ook ik elke dag meer van hem was gaan houden.

Een collega zei, nadat ze het had gelezen: ‘Het is onbegrijpelijk dat jullie bij elkaar konden blijven. Daar was het eigenlijk veel te moeilijk voor.’ Voor mij was ‘perikelen’ daarom zo’n goed woord. Het zijn er heel wat geweest.

Het zijn de kleine dingen die het doen

Het sneeuwt, een beetje, en ik fiets van de ene kant van de stad naar de andere om bij mijn dochter een kopje koffie te drinken. Onderweg zie ik een jongen en een meisje elkaar passeren en vanuit mijn ooghoek vang ik hun kleine glimlach, van verstandhouding stel ik me voor. ‘Wat een weertje hè?’ of ‘Beetje glibberig, doe maar voorzichtig.’

Wanneer ik bij mijn dochter aankom heeft zij net haar zus aan de telefoon die ik ook nog even kort spreek. Wanneer zij, even later, een moeilijk telefoongesprek moet voeren zit ik tegenover haar aan tafel de krant te lezen en pak op enig moment haar uitgestoken hand. Ik denk dat zij mijn ontroering meer voelde dan zag en zo troost zij mij, waar ik het haar wilde doen. En misschien troost zij ons wel allebei.

‘Ik kan je straks wel met de auto naar huis brengen mam, dan zetten we de fiets achterop.’ Het sneeuwt nog steeds maar ik antwoord: ‘Dat hoeft niet liefje, ik wilde terug door de stad naar huis fietsen en de fietspaden zijn schoon.’

Wanneer ik een half uur later op het voet-/fietspad fiets, komen mij twee jongens tegemoet. Ze zijn druk in gesprek en lijken mij niet op te merken. Ik besluit maar af te stappen en omdat ik moet remmen glijdt mijn fiets onder mij vandaan. Ik kan me gelukkig opvangen en één van de twee vraagt: ‘Gaat het, mevrouw?’ Ik zeg: ‘Ja hoor, maar ik wilde niet op jullie botsen.’ Terwijl ik, mijn weg vervolgend, even inhoud om een voetganger rustig te laten oversteken vangen wij elkaars glimlach. ‘Dank je wel,’ en ‘Graag gedaan.’ Of zoals ze tegenwoordig zeggen en ik altijd een beetje grappig vind: ‘Geen probleem.’

Bij het kleine kruidenierswinkeltje in het centrum van onze stad koop ik een paar chocolade-sinaasappels. Vroeger kon ik ze alleen in Engeland kopen maar hij heeft ze nu altijd. Er is nog een winkel die verschillende smaken verkoopt maar hij heeft de originele, gewoon melkchocola met sinaasappelsmaak. Nu ik niet meer in het centrum woon koop ik ze altijd als ik er ben, voor mezelf, voor een zus die er ook gek op is, maar ook voor hem, omdat ik me soms afvraag of hij wel genoeg klandizie heeft. En ik vind het één van de leukste winkeltjes in de stad.

Het blijft nog even sneeuwen en dat maakt mij ook blij, die mooie, lichte, witte wereld. Saskia en Serge wisten het al in 1972 toen zij met het lied ’t Zijn de kleine dingen die het doen een grote hit scoorden. En ruim 50 jaar later kunnen we zeggen wat we willen, maar klopt het toch nog steeds.

Moeder op afstand

‘Het is een open wond.’ De rechter aan de tafel van de podcast, die ik terugluister naar aanleiding van een post op LinkedIn, verwoordt wat ik dacht toen de host van het programma sprak over een litteken. De podcast gaat over vechtscheidingen met als wreedste uitkomst ouderverstoting. Aan tafel zitten een rechter, een advocaat/mediator en de dame die haar hele leven met die open wond verder door het leven zal moeten gaan.

Een van mijn overtuigingen is, dat een vechtscheiding alleen kan gebeuren wanneer er twee mensen vechten. De advocaat aan tafel heeft zelf een scheiding meegemaakt en is met haar ex-man meebewogen in zijn wensen. Ze heeft daarbij een aantal keren over haar eigen ego moeten stappen omwille van het belang van hun kinderen. Je kunt in je eentje niet blijven vechten.

De moeder in de podcast heeft haar kinderen al drie jaar niet gezien. Toen Jeugdzorg het gezin ging ‘helpen’ deden ze dat door een ‘time-out’ te regelen. Moeder moest maar een tijdje uit huis gaan, dat zou het beste zijn voor de kinderen. Vanaf die tijd heeft deze moeder haar kinderen niet meer gezien. In plaats van helpen heeft deze zorginstantie eraan meegewerkt het gezin verder uit elkaar te drijven.

De moeder in de podcast heeft tot het hoogste orgaan geprobeerd haar kinderen terug te krijgen en daar kreeg ze eindelijk iets wat lijkt op ‘gerechtigheid’. Toen de rechter de vader vroeg met concreet bewijs te laten zien dat zijn ex-vrouw niet voor hun kinderen kon zorgen, kon deze met geen bewijs komen. Haar kinderen kreeg ze niet terug omdat ze al zolang bij, en onder de invloed van, hun vader waren leek dat het beste voor de kinderen.

Wat mij nog trof was wat de rechter in de podcast noemde. Hij zei dat hij, in geval van een scheiding waar kinderen bij waren betrokken, graag zo snel mogelijk de kinderen wilde spreken omdat hij dan nog de kinderen zelf hoorde. Na verloop van tijd spraken zij hun verzorgende ouder na. Dat gebeurde ook met de kinderen van de moeder uit de podcast.

Ik hoop voor deze moeder dat haar dochters, wanneer ze volwassen zijn, haar wel opzoeken en alsnog haar kant van het verhaal horen. Ik heb verschillende verhalen van verstoten ouders gehoord en erover gelezen en in veel gevallen kwamen de inmiddels volwassen kinderen erachter dat hun vader of moeder ‘de waarheid’ hun kant op hadden gedraaid en ze daarmee tegen de andere ouder hadden opgezet.

Ik wens niemand toe vader of moeder ‘op afstand’ te hoeven zijn. Kinderen hebben recht op hun vader en hun moeder zolang ze daar zelf behoefte aan hebben. En dan heb ik het natuurlijk niet over ouders die zich schuldig maken aan misbruik of mishandeling.

De kunst van ‘liefhebben’

De Belgen zeggen: ‘Ik zie je graag,’. Ik vind dat zo goed uitgedrukt voor degene van wie je houdt, die je liefhebt. De eerste verliefde periode gaat het voor iedereen op…dat je elkaar graag ziet. Later, zegt men, gaat die verliefdheid over in ‘houden van’.

Als die verliefdheid is overgegaan in houden van en het gewone leven met kinderen, werk en huishoudelijke beslommeringen dient zich aan, dan begint het…de kunst van liefhebben.

Het is niet moeilijk om lief te hebben als je verliefd bent, om lief te hebben, als alles van een leien dakje gaat. Maar in het gewone leven gaat helaas niet alles ‘van een leien dakje’. Dan is er net wat meer nodig om de liefde te behouden en als het even kan, te versterken.

Ik geloof namelijk dat mensen die lange tijd samen zijn (en dan heb ik het over decennia) en elkaar nog steeds ‘graag zien’, de kunst van het liefhebben verstaan. Het heeft te maken met communicatie. Hoe kijken zij naar elkaar, op welke toon praten ze met elkaar. De kinderen, als die er zijn, kunnen enorm veel goed doen voor een relatie. Zeker als ze met hetzelfde respect worden behandeld, net zo serieus worden genomen, als dat je het elkaar doet.

En dan is er de intimiteit. De meeste relaties hebben baat bij samen zijn, samen slapen, samen dingen ondernemen, bespreken. En daarnaast ook een eigen leven hebben, met een netwerk en eigen bezigheden. En met samen verantwoordelijkheid dragen…voor alles. Meestal heb je daar woorden voor nodig, maar vertrouw ook op je gevoel. Wanneer je echt van iemand houdt (en liefde kan groeien met de jaren), dan voel je de ander steeds beter aan.

Je hebt wel woorden nodig wanneer één van de twee problemen heeft met die intimiteit. Bij een fijne, langdurige relatie kun je er niet zonder. Tenzij je een broer/zus relatie wilt hebben hoort daar een goed functionerend liefdesleven bij. En daar hoort de uitdrukking ‘oefening baart kunst’ gewoon bij. Je moet het doen om ervan te kunnen genieten. Als daar iets mist, en je wilt deze relatie, dan moet je daar hulp bij zoeken. Voor jezelf, en ook voor de ander.

Wanneer je de kunst van liefhebben beheerst, dan wil je niet anders…en dan zie je je liefste graag.

Gaat het nu echt gebeuren?

‘Ik heb net een bericht aan jullie gestuurd van de motie in de Tweede Kamer. Dat zullen jullie wel waarderen denk ik, dat Don Ceder dat heeft gedaan.’ Een paar dagen later stuurt meneer Philips van de stichting ‘Gelukkige relaties’ mij de inhoud van de motie, ingediend door de Christen Unie genaamd Manifest Vitale Relaties, met als ondertitel ‘Samen bouwen aan vrede thuis, op het werk en in de samenleving’.

Ik kan dit bericht enorm waarderen en sterker nog, het maakt me heel blij. Sinds 2015 schrijf ik blogs over de complexiteit van relaties en de impact die het krijgen van een baby heeft op de prille ouders. In veel gevallen zal die impact er de reden van zijn (geweest) dat gezinnen uit elkaar vallen wanneer de kinderen nog echt jong zijn. Een tweede gezin wordt vaak gestart en in te veel gevallen valt die ook weer uit elkaar. Met alle onrust voor zowel de ouders en de kinderen van dien en alle gevolgen die die scheidingen hebben. Sinds 2018 plaats ik ze wekelijks op mijn website www.liefdevolcommuniceren.com, Facebook en LinkedIn.

Gaandeweg ben ik steeds meer gaan schrijven over kwesties die onze maatschappij betreffen met de nadruk op wat eraan te verbeteren zou zijn op het gebied van communicatie, verbinding maar ook verkeerde keuzes die worden gemaakt door en in de politiek. Ook heb ik regelmatig geschreven over de hulpverlening wanneer dingen echt fout zijn gegaan. ‘Achteraf lappen’ zoals ik dat wel eens heel oneerbiedig noem in plaats van preventief werken met bijvoorbeeld de ondersteuning van relaties bij de ‘geboorte van een gezin’.

Ik heb altijd gedacht dat wanneer mensen in de politiek zouden begrijpen dat preventief werken beter werkt dan pas ingrijpen wanneer zaken fout lopen, er daadwerkelijk een beter functionerende maatschappij kan ontstaan. Zij zijn degenen die actie kunnen ondernemen en de nodige wetten en regels kunnen veranderen of aanpassen. Dus ja, deze motie kunnen we erg waarderen. Vanwege de afgelopen jaren zeg ik: eerst zien dan geloven, maar ik heb er voor het eerst echt hoop op.

Gekscherend appte ik naar meneer Philips dat ik dit manifest een samenvatting vind van de inmiddels 400 blogs die ik heb gepubliceerd. Ik appte daar direct achteraan dat dat wellicht te veel credits voor mijn werk zou zijn, maar wat ik hem ook zei en meen: ‘Maar ik vind het wel.’ Hij antwoordde relativerend: ‘Mooi dat het zo samen valt met wat jij wilt bereiken.’

Stel je voor dat het nu echt gaat gebeuren.

Dit gun je je jonge kind

Zes weken nadat ik onze tweede dochter had gekregen kreeg zij hun eerste kind, een zoon. We woonden zo’n vijf jaar samen op het pleintje en hadden toen regelmatig contact. Ik kwam wel eens bij haar en zij bij mij. Op dat veilige pleintje speelden onze kinderen nog buiten. We waren er voor elkaar, net als onze andere buren met wie we woonden in wat je nu een ‘bloemkoolwijk’ zou noemen.

We verhuisden met onze gezinnen allebei binnen de wijk en ook in die 13 jaar daarna zochten we elkaar op en kwamen elkaar in de wijk tegen. Al deden we dat niet samen, we deelden wel wat hobby’s. We houden allebei van schrijven en van zingen en dat doen we meer dan 20 jaar later nog…allebei.

Nadat wij de wijk verlieten en in het centrum gingen wonen had ik haar een keer, spontaan, op de koffie. Daarna spraken we elkaar nog een keer in een winkelcentrum. Maar we hebben altijd contact gehouden door het sturen van kaartjes en brieven.

Via mijn site www.liefdevolcommuniceren.com kreeg ik onlangs haar berichtje. Ik mailde direct terug, want ik vond het heel leuk weer van haar te horen. Een dag later had ik in mijn mail een link waarmee ik haar ‘met trots door boek.scout gepresenteerde’ boek kon bestellen. En dat deed ik direct.

Ik was blij verrast. Het boekje had er op beeld al mooi uitgezien en is dat ‘in het echt’ ook. Het zijn negen leuke, inspirerende verhaaltjes voor kinderen tussen de 4 en 8 jaar met mooie illustraties. De letter waarin het boek gedrukt is vind ik heel positief bijdragen aan het geheel. Ik las het in één ruk uit en vind het zo mooi dat ik de schrijfster direct vroeg of ik er een blog aan mocht wijden.

Het is het eerste boekje over Mientje en Nelletje en ik kan me echt voorstellen dat er meer zullen volgen. Misschien lees je je jonge kind al elke avond voor, maar doe je dat nog niet dan is dit zeker een boekje om mee te beginnen. Je kleuter zal er enorm van genieten. Ik heb ze niet meer, kinderen tussen de 4 en 8 jaar en zelfs mijn jongste kleinkind is die leeftijd voorbij. Maar ik had ze zeker dit mooie boekje gegund en wie weet hoeveel kinderen ik het nog eens cadeau zal doen.

Chapeau voor deze schrijfster.

Brieven niet verstuurd

In een PTT doosje, ooit een cadeautje bij het kopen van drie velletjes kerstzegels, bewaar ik een paar brieven die ik nooit heb verstuurd. Dichtgeplakt, geadresseerd, één zelfs met postzegel, maar nooit verstuurd. Niet één, niet twee maar vier.

Ik was vroeger een echte betweter. Ik kon akelig belerend zijn en drukte me dan ook zo uit. Mijn eerste Prille-ouderblogs wemelen van ‘je moet’, ‘jullie moeten’, ‘wat moet gebeuren’ in de zinnen en één keer schreef mijn dochter direct na het plaatsten van het blog: ‘Mamma, dat wilde je niet zeggen.’ Toen ik het teruglas en zag dat het klopte heb ik het meteen veranderd.

Ik heb mijn leven lang dingen geweten die ik eigenlijk niet kon weten. De verschuiving van verantwoordelijkheid tussen mijn man en zijn baas destijds had ik al jaren daarvoor beschreven, terwijl dat zo bijzonder zou zijn wanneer het ooit echt zou gebeuren. Feitelijke invloed had ik daar namelijk niet op en toch ‘wist’ ik dat het zou gebeuren.

Dat wij in het centrum van de stad van nummer 10 naar nummer 16 verhuisden had ik in 2007 al geschreven, terwijl het in 2015 pas mogelijk werd. Het heel bijzondere was toen dat we van onze grote hypotheek afkwamen waardoor ik daadwerkelijk na 40 jaar ‘voor een baas werken’ kon stoppen. Dat had ik me al jaren daarvoor voorgenomen maar niet voor mogelijk gehouden omdat ik dan nog lang niet de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben bereikt.

Misschien komt daar dat ‘betweterige’ vandaan wat zeker niet zo is bedoeld. Nooit. Ik heb altijd mensen willen helpen. Daarom heb ik mezelf ooit naar voren geschoven als nieuwe leerlingbegeleider, toen onze oude begeleider een andere baan kreeg. Daarom ben ik ook coach geworden omdat ik wist dat ik iets te brengen had en heb.

Ik ben vaak in de val van ‘redder’ in plaats van ‘helper’ gevallen en dat is in het geval van die brieven ook zo. Doordat ik me altijd en graag verdiep in mensen zie ik dingen soms ‘op de kop af’ verkeerd gaan…en dan schrijf ik een brief…en dan stuur ik die op. Het wordt bijna altijd herkend als de hulp die ik daarmee wil geven.

In het geval van deze brieven heb ik er lang over nagedacht of ik ze wel of niet zou sturen. Ik spreek eigenlijk altijd met mijn gezin over wat mij bezighoudt en in deze gevallen hielden de mensen mij erg bezig. Het is dan niet zo dat mijn man of dochter zegt: ‘Dat kun je beter niet doen.’ Maar door ons gesprek denk ik dan zelf: ‘Hoe goed ook bedoeld, hierop zit hij of zij niet te wachten.’ Of: ‘Hier kun je beter een keer met ze over praten.’

En soms is het beter het te laten…en dan stuur ik zo’n brief niet op.

Beter ten halve gekeerd…

Mijn moeder was van de halve spreekwoorden en dit is er zo een. Tegenwoordig weet ik ze af te maken, deze met…dan ten hele gedwaald.

Na het reces waarin de formatiebesprekingen stillagen, zijn ze nu hervat. En weer hoor ik dat er haast geboden is, vanwege de onrust in ons eigen kleine land en in de grote wereld om ons heen. Bij Pauw en De Wit hoor ik onder anderen Ron Keller zijn zorgen uitspreken over het minderheidskabinet waar deze formatie op lijkt af te koersen. Hij pleit voor een brede coalitie die sterk staat in deze onrustige tijd. Iemand noemt een 5 partijenkabinet wat eerder werd genoemd door meneer Buma en waar ik het direct mee eens was.

In deze tijd waarin ik steeds meer mensen hoor roepen om ‘verbinding’ kan ik niet, of wil ik misschien niet, begrijpen hoe je keihard mensen kunt uitsluiten. De VVD blijft roepen dat ze niet in een coalitie willen met PvdA/Groen Links. D66 wil hen liever wel in de coalitie en geeft daaraan de voorkeur boven Ja21. Ik denk dat het uitsluiten te maken heeft met de angst in een volgende verkiezing minder stemmen te krijgen. Dan gaat het om wat die angstige partij belangrijk vindt, weer een grote partij te worden in een volgende verkiezing, of nu het land goed willen besturen. En daarmee kunnen ze om de juiste reden weer een grote partij worden in een volgende verkiezing.

Ik hoop op die brede coalitie. Ja21 erbij omdat de VVD zich dan meer gesteund voelt en PvdA/Groen Links erbij omdat ook zij een grote partij zijn en hun goede bijdrage kunnen doen. En bovendien de grootste fractie zijn in de Eerste Kamer. Ik hoop dat meneer Jetten zo sterk is dat hij dit voor elkaar krijgt. Want volgens mij KAN HET WEL.

Er wordt in verkiezingstijd veel gezegd wat later niet uit kan komen. Er wordt soms gelogen wat je ook als ‘draaien’ of ‘anders beschouwen’ kunt opvatten. Je kunt er zelfs soms ‘geen herinnering’ aan hebben. In een documentaire, onlangs op t.v. over de regeerperiode van meneer Balkenende gaf Maxime Verhagen toe dat hij 15 jaar geleden Wouter Bos had beschuldigd van liegen, wat niet zo bleek te zijn. Meneer Bos vond het mooi dat meneer Verhagen dat nog zei, dat had hij niet hoeven doen.

Er zijn vast in het verleden momenten geweest waarbij men beter terug had kunnen komen op een besluit en voor deze formatie is het nog niet te laat. Ik blijf het met belangstelling volgen.

Verliefd

Ik was pas zes toen ik voor het eerst echt verliefd werd. Hij zat bij mij in de klas en bleef dat gedurende onze hele lagereschooltijd. Ik bleef ook al die jaren verliefd op hem. Hij had een goede kop, zou ik nu zeggen, maar dat dacht ik toen niet, ik was gewoon verliefd.

Hij was heel bescheiden, aardig voor iedereen en hij had in de klas een vriend die veel meer op de voorgrond trad. Zijn broer en hij liepen altijd in korte broek. Zomer en winter. En in mijn beleving hadden ze alleen een vader en waren ze in Zuid-Afrika geboren…maar dat kan ik zelf gefantaseerd hebben want ik weet niet of het klopt. Zijn vader leek op Brian Kelly, de knappe acteur die de vader van het gezin speelde in de serie Flipper, een serie die draaide om een tamme dolfijn. Ik denk niet dat hij ooit wist van mijn verliefdheid want ik dacht dat het groepje vrienden waar hij toe behoorde, en die wel eens wat aandacht aan ons schonken, mijn vriendinnetje echt leuk vonden.

Op de middelbare school was ik weer verliefd op een jongen met, grappig genoeg, dezelfde naam. Ik was toen ook een groot fan van een Engelse popgroep en ook verliefd op één van de leden, maar die was voor mij natuurlijk totaal onbereikbaar. Mijn klasgenoot was dat niet en het toeval wilde dat wij alle vier jaar bij elkaar in de klas zaten. Ik was veel te verlegen om iets met die verliefdheid te doen en hij was een populaire jongen en misschien toch onbereikbaar voor mij, maar een prettig onderdeel van mijn schooltijd.

Ik weet niet meer hoe die verliefdheden overgingen maar toen ik 16 was en net van school werd ik verliefd op een jongen die bij ‘onze’ Albert Heijn werkte. Ik deed er twee hele maanden over om de stoute schoenen aan te trekken en te proberen zijn collega te worden…maar het lukte wel. Met hem kreeg ik mijn eerste echte relatie. Het was geen gezonde relatie want ik ontwikkelde een nare jaloezie die het ons beiden moeilijk maakte en mij bovendien nog jaren parten speelde. Toen hij het tussen ons ‘uitmaakte’ was ik kapot. Niet voor even maar heel lang, en terwijl ik treurde om hem ging ik toch een nieuwe relatie aan. Die relatie was gedoemd om te mislukken en over mijn aandeel daarin ben ik, en dat is een understatement, niet trots. Het eindigde in een huwelijk dat onofficieel na een half jaar werd beëindigd (na een jaar officieel) omdat ik verliefd werd op mijn man met wie ik bijna 44 jaar samen ben, en nu 42 jaar getrouwd.

Het is niet voor iedereen weggelegd, en niet persé gemakkelijk, maar ik ben er blij mee dat ik op hem door alle jaren heen steeds weer verliefd ben geworden…en ik hoop dat het zo blijft. Verliefd zijn hoort blijkbaar bij mij en nu gelukkig al heel lang op die ene, waar geen andere man het bij haalt.