In een PTT doosje, ooit een cadeautje bij het kopen van drie velletjes kerstzegels, bewaar ik een paar brieven die ik nooit heb verstuurd. Dichtgeplakt, geadresseerd, één zelfs met postzegel, maar nooit verstuurd. Niet één, niet twee maar vier.
Ik was vroeger een echte betweter. Ik kon akelig belerend zijn en drukte me dan ook zo uit. Mijn eerste Prille-ouderblogs wemelen van ‘je moet’, ‘jullie moeten’, ‘wat moet gebeuren’ in de zinnen en één keer schreef mijn dochter direct na het plaatsten van het blog: ‘Mamma, dat wilde je niet zeggen.’ Toen ik het teruglas en zag dat het klopte heb ik het meteen veranderd.
Ik heb mijn leven lang dingen geweten die ik eigenlijk niet kon weten. De verschuiving van verantwoordelijkheid tussen mijn man en zijn baas destijds had ik al jaren daarvoor beschreven, terwijl dat zo bijzonder zou zijn wanneer het ooit echt zou gebeuren. Feitelijke invloed had ik daar namelijk niet op en toch ‘wist’ ik dat het zou gebeuren.
Dat wij in het centrum van de stad van nummer 10 naar nummer 16 verhuisden had ik in 2007 al geschreven, terwijl het in 2015 pas mogelijk werd. Het heel bijzondere was toen dat we van onze grote hypotheek afkwamen waardoor ik daadwerkelijk na 40 jaar ‘voor een baas werken’ kon stoppen. Dat had ik me al jaren daarvoor voorgenomen maar niet voor mogelijk gehouden omdat ik dan nog lang niet de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben bereikt.
Misschien komt daar dat ‘betweterige’ vandaan wat zeker niet zo is bedoeld. Nooit. Ik heb altijd mensen willen helpen. Daarom heb ik mezelf ooit naar voren geschoven als nieuwe leerlingbegeleider, toen onze oude begeleider een andere baan kreeg. Daarom ben ik ook coach geworden omdat ik wist dat ik iets te brengen had en heb.
Ik ben vaak in de val van ‘redder’ in plaats van ‘helper’ gevallen en dat is in het geval van die brieven ook zo. Doordat ik me altijd en graag verdiep in mensen zie ik dingen soms ‘op de kop af’ verkeerd gaan…en dan schrijf ik een brief…en dan stuur ik die op. Het wordt bijna altijd herkend als de hulp die ik daarmee wil geven.
In het geval van deze brieven heb ik er lang over nagedacht of ik ze wel of niet zou sturen. Ik spreek eigenlijk altijd met mijn gezin over wat mij bezighoudt en in deze gevallen hielden de mensen mij erg bezig. Het is dan niet zo dat mijn man of dochter zegt: ‘Dat kun je beter niet doen.’ Maar door ons gesprek denk ik dan zelf: ‘Hoe goed ook bedoeld, hierop zit hij of zij niet te wachten.’ Of: ‘Hier kun je beter een keer met ze over praten.’
En soms is het beter het te laten…en dan stuur ik zo’n brief niet op.