De voor en nadelen van een langdurige relatie

Onlangs las ik in Volkskrant Magazine in de rubriek ‘De liefde van nu’ het verhaal van Paul, 72 jaar oud. Paul heeft achter elkaar (met verschillende tijden daartussen) relaties gehad die gemiddeld zo’n vier jaar duurden. Paul wilde geen kinderen en ‘liefhebben zonder toekomst, er geen garantie op geluk aan verbinden’ maakte hem gelukkig. ‘Gelukkiger dan velen om hem heen die wel kozen voor het huwelijk’.

Mijn man en ik zijn dit jaar 43 jaar getrouwd, we leerden elkaar 44 jaar geleden kennen. Zeker onze beginjaren zijn niet gemakkelijk geweest en dat had er vooral mee te maken dat ik het ons in die begintijd moeilijk maakte. Ik deed dat uiteraard niet expres, maar het gebeurde wel.

De voordelen van een lange relatie heb ik door de jaren heen meer en meer ondervonden. We hebben elkaar goed leren kennen en we hebben steeds beter leren communiceren. Doordat we interesse in elkaars leven toonden en tonen hebben we ook na het uitvliegen van de kinderen samen een goed en prettig leven. We doen veel samen zoals naar muziek- of andere optredens gaan, soms ook met anderen erbij en we wandelen en fietsen, Netflixen, luieren met een boek bij het water zo vaak als kan, en varen soms een rondje op het meer. Maar we doen ook dingen gescheiden van elkaar, met andere mensen.

Toevallig bezocht ik kort na elkaar zes mensen die de 80 al gepasseerd zijn. Er was een echtpaar bij, maar de overige vier hadden hun echtgenoot verloren. Allen na een lang huwelijk. Ze vullen hun dagen zo goed als ze kunnen. Bij de één lukt dat beter dan bij de ander maar ze missen niet alleen hun echtgenoot, ze missen ook het leven dat ze samen hadden. Na een lang huwelijk moet dat voelen als een amputatie. Alsof je een deel van jezelf kwijt bent.

Terwijl ik een paar uur bij hen zat en luisterde naar hun verhalen realiseerde ik me dat het een paar uur is op een lange reeks van dagen, dat ze geen bezoek krijgen. Dagen dat ze misschien niemand spreken. Bij elk overlijden van een oudere die we hebben gekend realiseer ik me dat dat de prijs is die je betaalt, voor het hebben van een langdurige relatie. Dat er altijd één moet achterblijven.

Mijn ouders hadden twaalf kinderen die allemaal graag bij hen ‘thuis’ kwamen. Ook in het jaar dat mijn vader achterbleef na het overlijden van mijn moeder bleven we komen. Wij kinderen en ook veel kleinkinderen. Maar ondanks het vele bezoek van zijn (klein)kinderen miste hij toch zijn liefste en het leven met haar.

Ik koester alle jaren dat wij tot nu toe al samen zijn. Ook de moeilijke jaren waren goede jaren en het allerbeste is de relatie die we samen met onze kinderen hebben opgebouwd. Ik had er geen één willen missen. Hoe het straks, over hopelijk heel lange tijd, zal gaan…dat zullen we dan wel zien.

Een bijzonder en aimabel mens

Ik noemde hem het liefst ‘meneer Anton’, maar dat wilde hij niet. Hij was gewoon Anton en zijn familie noemde hem Ton. Ik had een televisiefragment bij Op1 voorbij zien komen op LinkedIn, waarin hij vertelde dat hij relatiecoach was geworden op zijn 86ste en dat dat was naar aanleiding van zijn eerste scheiding, waar hij lang verdriet van had gehad. Als hij en zijn vrouw destijds hulp hadden gehad dan had die scheiding niet hoeven te gebeuren. Heel verstandig ging hij met zijn tweede vrouw, die een jeugdliefde was geweest, in relatietherapie en zo kwam hij in aanraking met de coaching die hij later heeft gegeven.

Toen ik in Trouw zijn ‘Tien geboden’ had gelezen schreef ik hem een brief. Wij deelden dezelfde passie en hadden dezelfde missie, het leven van kinderen en gezinnen beter maken door te proberen zoveel mogelijk scheidingen te voorkomen. Hij deed dat met de coaching en ik probeer al zo’n tien jaar om een gratis ouderschapscursus voor alle aanstaande ouders geregeld te krijgen. Ik heb daarover gesproken met mensen uit de politiek, mensen van de GGD en met instanties die op hun manier proberen gezinnen te ondersteunen. Maar in mijn beleving beginnen ze daar te laat mee en vaak zijn ze te veel gericht op moeder en kind in plaats van op het gezin. Het is (nog) niet gelukt omdat mensen niet willen of kunnen begrijpen wat de impact zal zijn wanneer zo’n cursus er is voor iedereen. Maar meneer Anton begreep dat heel goed. Wij vonden ook allebei, en dat idee delen we met oud-minister Rouvoet die zo’n ouderschapscursus ouderschapsgym noemt als vervolg op zwangerschapsgym, dat er op scholen voorlichting moet komen over relaties en ouderschap. En de belangrijke communicatie die daarbij nodig is.

Hij nodigde mij uit bij hem thuis en toen hebben we elkaar uitgebreid gesproken. Dat mijn man en ik toen 40 jaar getrouwd waren vond hij volgens mij heel mooi. Hij stuurde mij folders van zijn stichting ‘Gelukkige Relaties’ en we hielden What’s app contact. Hij vroeg mij of ik eventueel ambassadeur wilde worden van de stichting en stuurde mij Don Ceders ‘Manifest Vitale Relaties’. Hij zou mij daarover op de hoogte houden.

Toen ik hem de foto appte van de groep briefschrijvers, waar ik één van was, met de koning en de koningin en hij daar niet op reageerde, dacht ik dat het misschien niet goed met hem ging. Ik appte hem nog over een motie van Don Ceder over ‘vaderbetrokkenheid’ en toen hij daar ook niet op reageerde appte ik hem: ‘Dag Anton, wil je me laten weten of het goed met je gaat?’ Hij antwoordde: ‘Nog niet goed,’ en dat zijn vrienden mij misschien op de hoogte konden houden van de ‘situatie’. Toen wist ik dat het echt niet goed was.

Zijn overlijden kwam voor mij niet onverwacht, hij was 94, maar ik was wel verdrietig, om hem en zijn familie. Hij had vast nog wel even door willen gaan.

Rust zacht, lieve Anton.

Mijn gastenboekje

Ik heb meerdere gastenboekjes waarvan één helemaal vol geschreven. Ik begon daarmee in 2006 toen we net op een heel bijzondere plek kwamen wonen. Iedereen vond dat en wij ook. Het was midden in het centrum van de stad.

Bij elke familiebijeenkomst werden er een paar blaadjes vol geschreven, ik kom uit een schrijversfamilie. Veel van ons schrijven brieven, dagboeken of journals en artikelen. Een paar van ons zijn uitgegeven en ik heb in eigen beheer twee boeken uitgegeven. De meeste mensen vonden het leuk iets in mijn boekje te schrijven. Enkelen deden het met ‘frisse tegenzin’, die vroeg ik geen tweede keer…om te schrijven. Wel om op bezoek te komen, natuurlijk.

Wanneer ik de boekjes teruglees kan ik me altijd iets van het bezoek voor de geest halen. Het is zo’n fijne herinnering. Ik kan me niets vergelijkbaars voorstellen. De selfies met onze gasten die we tegenwoordig maken, misschien, wanneer we eraan denken ze te maken. Soms stuur ik onze (achter)nichtjes of -neefjes zo’n blad van toen ze nog een kind waren en dat vinden ze altijd leuk.

Vaak weet ik niet eens meer dat mensen ooit bij ons op bezoek zijn geweest en dan herinner ik me het weer levendig wanneer ik hun bericht in mijn gastenboekje zie. Fijne en ook dierbare herinneringen want met al deze mensen ‘heb ik wat’, ook al heb ik ze jaren of decennia niet gezien. Ik heb ze ooit uitgenodigd omdat we ze aardig, aimabel en/of interessant vinden. Er zijn mooie, diepgaande gesprekken geweest waarvan ik altijd iets geleerd heb en die ik koester in mijn herinneringen.

Gaandeweg ben ik gestopt met vragen of, bij een bezoek, mensen nog iets in mijn boekje willen schrijven. Misschien wel om te voorkomen dat mensen zullen denken: ‘Heb je haar weer met haar boekje.’ En de selfies zijn ervoor in de plaats gekomen. Die krijgen ook altijd een mooie plaats in ons fotojaarboek.

Er zijn/waren twee dames die altijd uit zichzelf vroegen om mijn boekje en er iets in schreven. Eén van de twee komt nog maar zelden, sinds onze dochters op zichzelf wonen en de ander, ons jongste zusje, is helaas al veertien jaar niet meer bij ons. Zij en ik waren soulmates op dat gebied, het schrijven van gedichtjes, brieven…en haar hoefde ik nooit te vragen of ze iets wilde schrijven…ze deed het gewoon.

OuderTeam

De naam OuderTeam, voor een cursus voor aanstaande ouders, zegt het precies goed. Ik lees alles wat ik kan vinden over gezinnen en heel vaak gaat dit dan over de moeders. Over de uitdagingen waarmee zij te maken krijgen. Over de zorgtaken die zij in de regel meer doen dan de vaders in de betreffende gezinnen. Het lijkt vaak, en het zal ook in veel gevallen zo zijn, alsof de moeder alleen staat in de zorg voor haar kinderen.

Tijdens mijn jaren als leerlingbegeleider heb ik veel contact gehad met alleenstaande moeders en met kinderen die hun vader niet kenden of er al lang geen contact meer mee hadden.

Op LinkedIn las ik onlangs een verhaal van een vader die de eerste tijd alleen voor de baby moest zorgen omdat de moeder van het kindje lang moest herstellen van de keizersnee waarmee ze de baby had gekregen. Het bleek dat de vader net zo goed voor het kindje zorgde als de moeder in die eerste periode zou hebben gedaan. Bovendien bleef hij ook na die tijd intensief mee zorgen voor hun kind. In een commentaar bevestigde een andere moeder dat dat bij hun ook zo was gegaan.

Ik denk dat cruciaal bij dit gebeuren het feit is geweest, dat de vaders vanaf het begin intensief bij de zorg van het kindje betrokken waren. In deze gevallen is dat uit noodzaak geboren maar ik denk dat het voor alle ouders goed zou zijn. De geboorte van een gezin betreft de moeder en de vader…en het kindje dat totaal van hun zorg afhankelijk is.

De naam OuderTeam zegt het al. Als de ouders als team optrekken zullen zij zich samen gelijk als ouders ontwikkelen. Bij deze cursus ‘hebben de papa’s evenveel inbreng als de mama’s en komen ze dus niet alleen mee ter ondersteuning’. De cursus richt zich echt op de samenwerking tussen ouders terwijl veel zwangerschapscursussen zich vooral richten op de mama. Deze cursus, die wetenschappelijk is onderzocht en ontwikkeld door de Hogeschool van Leiden, is heel compleet en dat maakt dat ik denk dat dit bij uitstek de oudercursus is die de missing link vormt tussen verloskundige en consultatiebureau. De oudercursus die vanuit het basispakket zou moeten worden aangeboden.

Met een goede oudercursus hebben prille gezinnen een beter fundament om de stressvolle, impactvolle periode rond de geboorte van het gezin goed door te komen en daarna hun gezin te laten groeien. De eerste 1000 dagen van het kind zullen beter zijn dan zonder een cursus en de baby zal de meest Kansrijke start hebben die een baby kan hebben.

Niet alle scheidingen zijn te voorkomen, maar er zijn te veel scheidingen die voorkomen hadden kunnen worden wanneer de ouders (mentaal) beter waren voorbereid op de geboorte van hun gezin. Er was daaropvolgend ook minder jeugdzorg nodig geweest.

Het vraagt een enorme investering maar die zal zich dubbel en dwars terugbetalen in geld, maar vooral in rust voor de gezinnen en daarmee voor de maatschappij.

Een boek lezen en nog eens en nog eens

Ik ben een leesfanaat. Ik lees veel en snel. Ik ben in heel veel geïnteresseerd. En ik schrijf graag. Ik kan me niet zo goed voorstellen dat je wel van schrijven houdt maar niet van lezen.

Veel van mijn kinderboeken, en ook mijn boeken voor jonge meisjes heb ik meerdere keren gelezen, sommige wel tientallen keren. Ik heb wel eens iemand horen zeggen dat ze nooit voor de tweede keer een boek had gelezen. Misschien geldt dat wel voor de meeste mensen, dat weet ik niet.

‘Waarom zou je dat doen,’ vroeg ze, ‘als je iets hebt gelezen dan weet je toch wat er staat. Dan ken je het toch al?’ Ik zei: ‘Als ik iets meerdere keren lees kan het opeens zijn dat ik denk: “Hé, dat heb ik de vorige keer helemaal niet zo gelezen.’ Of ik begrijp ineens de titel helemaal.’ Ik lees voor de misschien wel derde of vierde keer het boek dat Harper Lee schreef voor haar bestseller ‘To kill a mockingbird’. Het heet ‘Go set a watchman’ en ik kon de titel nooit helemaal ‘thuisbrengen’ tot ik op de achterkant las: Every man’s island Jean Louise, every man’s watchman, is his concience. Toen begreep ik het.

Ik heb de boeken van mevrouw Van Hille-Garthé allemaal meerdere keren gelezen. Vooral de reeks van vijf aansluitende verhalen, Onder het Stroodak, Aan de Zonzijde, De plaats waarop gij staat, Het verstopte Huuske en Kool en Rozen lees ik ieder jaar. De familie leefde in het begin van de vorige eeuw toen niet alleen het leven veel rustiger was maar waarin ik ook lees over een beschaving die tegenwoordig ver te zoeken is.

Hetzelfde geldt voor de boeken van mevrouw Scheherazade/ Maria Oomkens. De elkaar opvolgende boeken Bidden in de theedoek, Het huis dat lachte en Baas, Marietje en de wereldbol vind ik elke keer dat ik ze lees (liefst achter elkaar aan) weer even mooi. Deze familie leefde in de tijd dat ik zelf jong was. De overeenkomst tussen de boeken van deze twee schrijfsters is dat het familieverhalen zijn en dat is zeker een gegeven dat mij aantrekt.

Verder heb ik veel uiteenlopende boeken meerdere keren gelezen waaronder Ik droomde van Afrika van Kuki Gallman, De Alchemist van Paulo Coelho en De geschiedenis van de liefde van Nicole Krauss en de boeken van John Strelecky Life Safari en Het waarom-ben-je-hier café.

Mijn allerfavoriet blijft To kill a mockingbird van Harper Lee. Het verhaal van Scout en haar broer Jem op wie een moordaanslag wordt gepleegd omdat hun vader een onschuldige man, met een donkere huidskleur, verdedigt in het Alabama van de jaren 30 van de vorige eeuw. Het respect waarmee Atticus, hun vader, en de huishoudster Calpurnia, ook met een donkere huidskleur, (moeder overleed toen Scout 2 was) de kinderen behandelen en ze streng maar rechtvaardig opvoeden vind ik heel mooi beschreven.

Ik zal deze boeken nog vaak lezen.

Vrij

Wanneer ik aan mensen vertel dat ik ‘met pensioen’ ben, en dat gebeurt best vaak omdat het nog zo nieuw is, dan is de standaardvraag: ‘En, ben je nu lekker vrij?’ Ik haast me dan meestal te zeggen dat ik al heel lang ‘vrij’ ben. Ik leg dan uit dat ik sinds ik ontslag nam van school in 2015 nog wel heb gewerkt maar weinig, niet meer elke week.

Ik vraag me vaak af wat mensen bedenken bij ‘vrij zijn’. Ik hoor van pensionado’s vaak dat ze het juist heel druk hebben. Misschien is dat omdat ze allebei tegelijk met pensioen zijn. Mijn man, mijn liefste werkt nog en daarom laat ik, wanneer we samen zijn, vaak van hem afhangen wat hij die dag wil doen. Hij kan een tijdje lezen maar dan moet hij wel weer iets doen en op het moment dat hij zegt: ‘Zullen we even fietsen?’ dan zit ik bij wijze van spreken al op de fiets.

Ik kan eindeloos lezen, zeker als ik een nieuw boek heb. Als het me genoeg boeit dan lees ik het in een paar dagen uit. En tussendoor lees ik tijdschriften of boeken die ik al meerdere keren gelezen heb. Ik schrijf ook bijna elke dag, een blog, mijn dagboek, een brief. En ik zing…ook elke dag.

Vrij zijn is voor mij doen wat en wanneer ik daar zin in heb. Ik heb gisteren een deel van ons onkruid voor het hek weggehaald en ik was vast van plan vandaag de rest weg te halen. Maar daar had ik vanmorgen geen zin in. Dan doe ik het niet.

Ik denk dat ‘vrij zijn’ voor iedereen is doen wat en wanneer ze daar zin in hebben, alleen heb ik vaak het idee dat ze zich daarvoor toch nog veel laten leiden door factoren buiten zichzelf. En dat ze het daardoor in hun pensioentijd nog ‘zo druk’ hebben.

Jaren geleden kwamen we aan bij een camping in Italië. Het was onze eerste vakantie zonder kinderen. En onze eerste, sinds lang, kampeervakantie. Het was midden op de dag en bloedje heet. We zetten twee stoeltjes naast de auto, haalden flesjes koud drinken, pakten onze ‘leeskrat’ en we gingen eerst heerlijk zitten lezen. Op enige afstand van ons hoorde ik iemand zeggen: ‘Nou, dat is lekker. Wij zetten eerst de tent op.’ Toen dacht ik: ‘Ja, dat is ook een keus.’

Hij met pensioen, zij ook

Mijn vader ging in 1983 met pensioen, vlak voor de geboorte van onze eerste dochter. Hij was een harde werker en als hij thuiskwam was hij moe. Alleen voor de voetbalwedstrijden van mijn broers was hij buiten zijn werk nog te porren om de deur uit te gaan.

Toen hij dus voor altijd ‘thuiskwam’ uit zijn werk viel hem op dat er elke dag kleinkinderen over de vloer kwamen. Hij vond dat maar druk en verbood ze voortaan zo vaak te komen. Van hun 12 kinderen hadden mijn ouders wel heel veel kleinkinderen, maar voor hen was het huis van opa en oma ook hun thuis. Mijn moeder zag het heel even aan en greep toen in. Voor haar was mijn vader de baas maar als zij iets wilde dan gebeurde dat, linksom of rechtsom. Al snel wisten de kleinkinderen dat ze weer mochten komen en vervolgde zich hun prettige leventje daar, in hun tweede thuis. Het was ook niet alleen bij oma zijn, het was ook elkaar zien en spreken.

Misschien heeft mijn vader toen pas begrepen hoeveel werk mijn moeder had. Hij begon steeds meer huishoudelijke klussen van haar over te nemen en omdat hij ook veel van zijn kleinkinderen hield begon hij ze te verwennen. Voortaan stonden er potten met lekkers op tafel. Borrelnootjes, M&M’s, pindarotsjes, cashewnoten, koekjes. Wanneer je kwam kreeg je direct koffie of thee en bood hij je steeds lekkers aan.

Hij begon ook te koken en lekkere Indische hapjes te maken. Mijn moeder maakte, wanneer zij tijd en zin had, broodpudding, chocoladepudding wat we aten met gele vla en chocoladepannenkoeken waarvoor ze de gele vla lobbig maakte. En macaroni taart maakte ze ‘in de wonderpan’. Mijn vader maakte rissoles en smeerpropjes, banaan in meel gebakken, nog anders dan de ‘gebakken banaantjes’ die je bij de Chinees kunt kopen, en hij leerde bijna alle gerechten maken die mijn moeder ons voorschotelde.   

Mijn moeder kreeg ook echt pensioen toen mijn vader ‘uitgewerkt’ was. Misschien was zijn tactiek ook geweest ‘if you can’t beat ‘em, join ‘em’. Hoe ouder ze werden hoe meer mijn vader ging doen. Mijn moeder werd slecht ter been en dat zal er zeker mee te maken hebben gehad. Uiteindelijk mocht ze van hem alleen klein klusjes doen ter voorbereiding van het eten. Zij plukte bijvoorbeeld de groene ‘hoedjes’ van de taugé, dat kon ze rustig zittend aan de eettafel doen.

Voor alle kleinkinderen gold ‘we gaan naar oma’. Alleen kleine Linda, het dochtertje van ons jongste zusje dat alle dagen van haar leven, ook nadat ze trouwde en hun kindje kreeg, bij mijn ouders kwam was het: ‘We gaan naar opa.’ Zij liep opa als een trouw hondje achterna. Zij hielp hem met de ontbijtboel naar de keuken brengen en hield de puntjes van de lakens vast als hij het bed verschoonde.

Hij was best bijzonder, mijn vader, en ik heb hem pas laat leren waarderen. Hij werd gelukkig 93 waardoor ik dat ook nog naar hem heb kunnen uitspreken.

Soms kan zomervakantie ook een belasting zijn

Nu heeft iedereen heerlijk vakantie en hoeft er lekker geen kind naar school. Zomervakantie was voor ons vroeger een heerlijke aaneenschakeling van lange, vrije dagen waarop wij bijna de hele dag mochten doen wat we wilden. Lekker lang uitslapen. Volgens mij hielden mijn broers en zussen en ik daar heel erg van. Lezen zonder dat je hoefde te stoppen om huiswerk te maken of naar bed te gaan. We mochten ook altijd langer opblijven. En omdat we niet op vakantie gingen kregen we een zwemabonnement en lagen we veel in het zwembad, of op de zonneweide, of op de tribune bij het diepe bad, met elkaar en onze vrienden.

Ik was soms wel een beetje jaloers op kinderen die met hun ouders ‘op vakantie’ gingen maar de vrijheid die we hadden en dat we samen waren maakten alles goed.

Tegenwoordig zijn er best veel kinderen die het omgekeerde meemaken, namelijk, alle weken ‘op vakantie’ en soms is iets wat heel leuk is niet echt leuk meer vanwege de overdaad. Zoals voor een kind als Jochem.

‘Hé Jochem,’ begroette juf hem enthousiast na een zomervakantie, ‘je bent er weer, wat fijn. Heb je een leuke vakantie gehad?’

‘Ja, juf, hartstikke leuk,’

‘Ben je nog weggeweest?’

‘Ja, eerst met mamma en Robin en Woutje drie weken naar Texel. Op een hele mooie camping met een grote speeltuin. En toen met pappa en Annemarie en Lizzy en Eefje drie weken naar Tenerife in een heel mooi huis vlak bij het strand. En we gingen surfen en met zo’n parachute heel hoog achter een bootje aan hangen. Gaaf was dat juf,’

‘En wanneer ben je thuisgekomen Jochem?’

‘Zaterdag en toen gingen we nog even naar oma,’

Een week later was Jochem ziek en sprak juf zijn moeder even toen ze Woutje naar de speelzaal kwam brengen.

‘Ik houd hem maar even een paar dagen thuis. Hij was zo moe.’

Hoe luidt dat spreekwoord nog maar … ‘overdaad schaadt’?

Bol.com

Liever bestel ik niets online. Ik ben meer wat je noemt ‘oldskool’. Ik ga gewoon naar winkels en verder kopen we via Marktplaats en Vinted, omdat dat tweedehands spullen zijn. We vinden dat beter voor het milieu en voor mij is het gemakkelijk vinden wat ik zoek.

Mijn eigen boeken kon ik kopen via Bol.com. Dat ging prima. Bestellen, betalen en ontvangen, niets aan het handje. Van Bol.com stond er toen opeens €0,01 op mijn rekening, dat moet ik gezien hebben, maar niet bewust geregistreerd. En al had ik dat toen wel gedaan, het was ook al te laat geweest.

Een maand na de bestelling van de boeken werd er €14,99 van mijn rekening afgeschreven door Bol.com via een automatische incasso. Ik had daar bij mijn weten nooit toestemming voor gegeven en liet het dus de volgende dag (ik check elke dag onze betaalrekeningen) terugstorten. In de beschrijving stond Kobo Plus, lezen en luisteren van 23 mei tot 23 juni. Dat leek, en was het ook, een abonnement. Een abonnement die ik naar mijn weten niet had afgesloten.

Twee weken later ontving ik een mail, een eerste aanmaning voor die €14,99. We dachten eerst dat het weer eens een fake mail was. Ik heb meerdere keren fake mails ontvangen en een paar jaar geleden kreeg ik via de post herinneringen voor betalingen, samen voor bijna €1000,-, waar ik gelukkig direct mee naar de politie ben gegaan en aangifte van heb gedaan.

Deze mail onderscheidde zich van de fake mails door een mogelijkheid om het servicebureau te bellen en dat deed ik vandaag. Ik werd door de medewerkers uitstekend geholpen, alleen konden zij aan die rekening van €14,99 niets doen, die moest ik hoe dan ook betalen. Wel konden ze mij een cadeaubon van €15,- geven maar die heb ik geweigerd. Het ging mij namelijk niet om die €15,-, maar om het feit dat zij dit zomaar kunnen doen. 

Hoe het is gebeurd? Toen ik die boeken bestelde werd er ‘reclame’ aangeboden. Bij mijn weten negeer ik zulke dingen altijd, of weiger ze als het kan. Ik moet toen een knopje hebben aangeklikt waardoor ik een abonnement ben aangegaan voor die luisterboeken. Zomaar, met het aanklikken van een knopje. Onbewust. Ze konden het abonnement stopzetten, maar pas vanaf de volgende maand. Ik moest dus, hoe dan ook, die €14,99 betalen. Ik heb natuurlijk wel het abonnement laten stopzetten en ik heb de mail daarvoor ontvangen.

Ik ben iemand die elke dag onze betaalrekeningen controleert en daardoor direct het afgeschreven bedrag zag. Het moest, hoe dan ook betaald worden, dus dat is voor Bol.com weer €14,99 gecasht. Wanneer je het niet direct doorhebt kunnen zij dus gewoon elke maand dat bedrag van je rekening afschrijven. Ik heb betaald, maar ik had het bedrag liever betaald voor iets wat ik zelf, bewust en niet via een manier die ik ‘sneaky’ heb genoemd, had gekozen.

Misschien ben ik de enige die ‘zoiets’ overkomt, maar ik wilde het toch laten weten.

Pillen of geen pillen

In Volkskrant Magazine van 16 mei 2026 lees ik op de cover over een wonderpil. In het lange artikel blijkt het te gaan om Ritalin en andere pillen, samengesteld uit soortgelijke stoffen. Voor dit artikel is Jeroen Pen geïnterviewd. Hij kreeg als kind dit middel voorgeschreven, druk onhandelbaar kind dat hij destijds was, nadat hij na een kleine test werd gediagnosticeerd met ADHD. Zijn schoolprestaties verbeterden niet maar hij was anderen minder tot last. Gaandeweg raakte hij meer en meer verslaafd. Hij schreef er het boek ‘Speedpillen’ over dat deze maand verscheen.

Volgens de DSM-5 ‘lijd’ ik ook aan ADHD. Ik zet ‘lijd’ tussen aanhalingstekens omdat ik weet dat ik het heb. Ik wist dit al jaren voordat de psychiater die ik bezocht dit samen met mij en de DSM-5 vaststelde maar ik ‘lijd’ er niet onder. Het is heel lastig, dat is absoluut waar. Soms, of best vaak, zeggen mensen tegen mij: ‘Maar je kunt toch wel…,’ vul maar in, dat kan van alles zijn wat zij en heel veel andere mensen kunnen…maar ik niet.

Ik heb zelf op vrij late leeftijd aan de psychiater gevraagd of ik Ritalin mocht proberen. Ik werd er vooral misselijk van en ben er al snel mee gestopt. Toen ik aan hem noemde dat de psycholoog die mij naar hem doorverwees (op mijn eigen verzoek) had benoemd dat zij dacht aan hoogsensitiviteit, zei hij: ‘Er komt een tijd dat ze die twee termen op elkaar leggen. Er zijn veel overeenkomsten tussen die twee die de last, die jij onder anderen ondervindt, veroorzaken,’ en dat had ik zelf ook bedacht.

Nu ik echt ouder ben, merk ik dat veel mensen rond mijn leeftijd pillen slikken en supplementen gebruiken. Ik ben daar heel voorzichtig en terughoudend in. Een lieve vriend opperde eens dat ik mijn bloeddruk moest laten meten. Misschien was die wel te hoog en dan kon ik daar, net als hij medicijnen, pillen voor krijgen. Maar ik voel me goed en laat het daarom voor nu.

Voor medicijnen kan volgens mij nooit ‘one size fits all’ gelden en ik denk ook niet voor voedingssupplementen. We steken allemaal verschillend in elkaar en daarom is het maar goed dat we ons eigen gezonde verstand hebben, om bij zulke belangrijke beslissingen te gebruiken.