Wat communicatie zo moeilijk maakt

Over communicatie wordt veel gesproken, bijna iedereen heeft wel moeite met een vorm van communiceren. Communicatie is een van de belangrijkste, zo niet het belangrijkste onderdeel van de samenleving. Over welke samengestelde groep mensen je het ook hebt, zij zullen altijd communiceren.

Toen onze dochter haar eerste kindje kreeg en haar ventje nog maar een kleine baby was zei ze: ‘Mam, wil je alles voor hem benoemen want een baby heeft daar wel behoefte aan. Hij wil weten wat hij ziet,’ en ik dacht: ‘Ja, dat kan ik mij goed voorstellen.’

Dus stond ik met hem voor het raam en vertelde wat we buiten zagen: ‘Kijk, een boom met een vogeltje, en dat is een bus en daar komt een meisje aan op een fiets.’ Vijf jaar later sta ik versteld van de woorden die hij en zijn drie jarige zus weten te gebruiken, de volzinnen waarin ze spreken, maar ook de volwassen zinnen die heel grappig klinken uit die kleine kindermondjes.

Toen ik vanmiddag haar chocolademondje wilde afvegen en begon te zeggen: ‘Kom Famke, laat oma even je toetje …,’ riep zij verheugd naar haar broer: ‘Ja, toetje, toetje, toetje, Finn we mogen een toetje,’ voordat ik kon afmaken: ‘… je toetje vegen.’ Wij eten normaal gesproken ook ons toetje na het avondeten maar dit keer aten zij midden op de dag alvast een toetje vanwege onze ‘communicatiestoornis’.

Misschien is dat wat de communicatie zo lastig maakt. Wat wordt gezegd en wat wordt begrepen komt lang niet altijd overeen. Over het algemeen ‘horen’ we allemaal goed, maar de vraag is vaak: in hoeverre ‘luisteren’ we echt.

Met een wereldster zingen

Zijn 2025 tour heet ‘Songs and stories’ en dat is de terechte naam voor de avond die wij gisteren meemaakten in Carré. Het was na 40 jaar dat wij terug waren in dit bijzondere theater in Amsterdam. Weer zaten we bijna in de nok van het gebouw waar de ruggen van de stoelen voor ons beginnen bij onze enkels. Op die hoogte geeft mij dat bijna een hoogtevrees gevoel.

Hij is inmiddels 83 jaar. Van de afstand waarop wij zaten onderscheidden we hem vooral aan zijn witte haardos. Zijn nog krachtige stem vulde de ruimte, zowel sprekend als zingend. Toen hij begon te vertellen over zijn vriend Allen met wie hij op jonge leeftijd een band begon en met wie ze een paar jaar later succesvol werden in The Hollies, wist ik weer dat hij van die band onderdeel had uitgemaakt. Hij vertelde hoe een later lid van de band 10CC, hun eerste hits ‘Busstop’ en ‘Look through any window’ op heel jonge leeftijd had geschreven, en hoe de moeder van deze jonge jongen, die bij hun management onder de aandacht had weten te brengen.

Verder waren zijn verhalen natuurlijk doorspekt met namen als David Crosby en Stephen Stills met wie hij veel heeft gewerkt en later met Neil Young erbij onder de naam Crosby, Stills, Nash and Young en andere later heel bekend geworden muzikanten. Mooie verhalen met zo veel liefde verteld. Hij nodigde het publiek een paar keer uit om refreinen mee te zingen en dat werd voluit gedaan door met name de echte fans die ‘beneden’ zaten, stalles en loges.

Mijn hart maakte een sprongetje toen hij het volgende verhaal begon te vertellen: ‘Op een dag waren Joni en ik buiten de deur wezen ontbijten. Op weg naar onze auto passeerden we een winkeltje waarin Joni, achterin de etalage, een vaas ontdekte die ze wilde kopen. Het was heel koud buiten en toen we thuiskwamen zei ik: ‘Zal ik de haard aansteken en zet jij dan de bloemen in de vaas die je hebt gekocht…,’

Hij nodigde ons uit het lied te zingen. Zij zetten in en wij zongen, ik denk iedereen, terwijl zij met ons meezongen. Dit lied ‘Our house’ heb ik met onze familie talloze keren gezongen op familiefeesten, maar ook met een paar broers, een zusje en een paar nichtjes op de begrafenissen van onze ouders. Wij hadden zo’n thuis, ‘a very very very fine house’ met ‘such a cozy room’ waar ‘everything is easy ‘cause of you’.

Graham Nash. Respect voor deze geweldige muzikant. Ik was vooral een fan van het nummer ‘Our house’ maar nu ben ik het ook van deze wereldster. Zo wil ik ook heel graag oud worden.

Een warm bad

We waren 24 en 26 toen ik mijn eerste en zij haar tweede kind kreeg. We zaten in hetzelfde zwangerschapsclubje en ik beviel drie dagen voor haar. Later dat jaar kwamen we elkaar weer tegen op jazzballet en dat deden we een paar jaar samen. Ik wist toen al dat haar man en ik buurkinderen waren geweest en dat ik bij haar zwager in de klas had gezeten, en haar man bij mijn broer. Zij kregen er nog twee kinderen bij en wij één.

Buiten de balletlessen zochten we elkaar niet veel op maar ik herinner me een keer dat zij een stukje elastiek naaide in een balletpakje voor mij terwijl om ons heen een tiental kinderen dartelden, vier van haar, twee van mij en een paar vriendjes en vriendinnetjes. In haar drukke huishouden kon veel.

Op een dag kreeg ik met de post een briefkaart waarop stond: ‘Schrik niet Romy, maar wij verhuizen naar Tsjechië.’ Ik schrok natuurlijk wel en belde haar direct op. Ze verhuisden uiteindelijk voor drie jaar en daarna kwamen ze niet weer in onze stad terug. Vanuit het land waar zij tijdelijk woonden stuurden ze berichten aan een aantal mensen tegelijk en ik kreeg af en toe persoonlijke post van hen in antwoord op de brieven die ik stuurde.

Er zijn in de afgelopen 42 jaar veel geweest waarop we elkaar niet zagen, wel altijd kerstkaartjes stuurden en iets van ons lieten horen op haar en mijn verjaardag. Ik was op haar 60ste verjaardag en zij waren samen op die van mij. En toen zij het, na heel veel jaren goed en prettig lesgeven op school, niet meer kon doen zoals voor haar goed was kon ik haar helpen bij het loskomen van haar werkgever. De coachgesprekken die ik daarna met haar mocht doen hebben onze vriendschap verdiept.

In de afgelopen vier jaar dat wij ook in het westen wonen hebben we elkaar een paar keer opgezocht en hebben we een dag in Zeist en een dag in Amsterdam doorgebracht, dagen die waren gevuld met koffie drinken en lunchen op terrasjes en gesprekken die onverwacht de diepte in konden gaan.

Onlangs appte ze of ik op een bepaalde datum bij hen kon komen. Ik appte terug dat ik dat heel graag wilde als ik tot in de avond kon blijven om dan weer opgehaald te worden. ‘Dan gaan we even een rondje fietsen,’ zei ze, en dat deden we in de mooie omgeving waar zij wonen. ‘Dat wordt dan wel een hele lange dag,’ zei mijn man, en ik antwoordde dat ik wel drie dagen bij haar kon zijn zonder uitgepraat te raken.

Haar man haalde mij op van een station en we dronken eerst koffie in hun mooie, knusse woning. Ze vond het jammer dat het een donkere dag was en dat kon ik me goed voorstellen omdat, net als bij ons mooie meer, de omgeving nog zoveel mooier zou zijn met zonneschijn. Op een bankje aten we onze meegebrachte lunch en raakten, precies zoals ik had gezegd, niet uitgepraat.

Na het fietsen bij hen thuis sprak ik ook haar man uitgebreid. Dat is in al die jaren niet vaak gebeurd omdat het een gelegenheid met veel mensen was wanneer ik hem zag en sprak. Zij ontdekte voor het eerste hoe dicht wij bij elkaar hadden gewoond en hoeveel gezamenlijke herinneringen we bleken te hebben uit onze kindertijd. Ik kan eigenlijk maar één ding zeggen over deze dag en dat is dat het voelde…als een warm bad.

Wonderlijk…of toch niet

We zitten met vier echtparen in een kamer wanneer iemand oppert: ‘Ik vind het ook eigenlijk wel een wonder dat we zouden verwachten voor altijd bij elkaar te blijven,’. Terwijl de rest ‘kauwt’ op deze onverwachte ontboezeming oppert één van de anderen: ‘Ik vind het helemaal geen wonder, wij zijn al 50 jaar samen en daar zijn we allebei blij mee,’. De echtparen in deze kamer zijn allen 40 of meer jaren getrouwd. In Volkskrant Magazine van 10 mei 2025 staat het artikel ‘Rozen verwelken’ met de naam van het essay ‘Liefde voor altijd’ die deze uitspraken heeft uitgelokt.

Ik heb al veel van deze artikelen gelezen met verschillende invalshoeken en benaderingen. Ik verbaas me altijd over dergelijke artikelen. Ook in deze wordt genoemd dat ruim een derde van de huwelijken strandt, zoals de statistieken laten zien. Volgens mij en mijn berekening betekent dat nog altijd dat ongeveer twee derde van de huwelijken standhoudt.

De auteur van dit stuk is zelf bijna 35 jaar getrouwd en lijkt geenszins van plan om haar huwelijk op te breken. Ze voelt zich daarmee ‘Een van de laatste der Mohikanen’ omdat in haar familie niemand met zijn of haar partner de eindstreep heeft gehaald en in haar vriendenkring de levenslange relaties op twee handen te tellen zijn.

Ze vraagt zich af ‘…waarom we ons nog steeds zo vastklampen aan het romantische ideaal terwijl de realiteit een heel ander beeld laat zien…’. Dat laatste klopt dus niet. Verreweg de meeste huwelijken blijven intact. Hoe romantisch die zijn, hoe liefdevol, hoe daadwerkelijk monogaam, dat weten alleen de hoofdrolspelers in die relaties, maar dat is een heel ander verhaal.

Wij zijn 42 jaar geleden, toen we 22 en 24 waren, om andere redenen getrouwd dan de auteur van dit stuk noemt over haar eigen redenen, en die van haar echtgenoot, om te trouwen. En we willen dat graag de rest van ons leven blijven. Ik begrijp dat het verdrietig is dat de gezinnen van twee van haar vier kinderen uit elkaar zijn gevallen. Dat bedenkt niemand vooraf aan het beginnen van een gezin. En ik hoop dat het de tweede mogelijkheid is geworden van de vier die over relaties met kinderen worden gegeven, namelijk dat ze ‘gelukkig gescheiden ouders’ zijn geworden. Voor de langdurige vrijgezel in het gezin hoop ik dat het haar of zijn keuze is en anders dat hij of zij alsnog iemand vindt om mee samen te zijn.

Waar ik het wel hardgrondig mee eens ben, wat ook in het artikel wordt genoemd, is dat we ‘…alle andere relaties die we aangaan in het leven moeten herwaarderen…’. Familie, vrienden en soms collega’s kunnen naast je gezin veel voor je betekenen. Dat ik ex-collega’s, waar ik 25 jaar nadat we voor het laatste hebben samengewerkt, nog steeds zie en spreek komt omdat ik dat niet alleen belangrijk vind, maar er ook mee voor zorg dat we contact houden. En dat geldt nog veel meer voor mijn familie die ik 47 jaar geleden verliet om op mezelf te gaan wonen en onze vrienden met wie we 30+ jaar bevriend zijn. Dat zegt iets over mijn omgeving maar is hiermee ook geen standaard.

Ons prille begin

Op zoek naar een andere CD vind ik de enige opname (ooit door één van mijn broers vanaf cassettebandje op CD gezet) van een miniconcert van de band, waarin ik mijn man leerde kennen. Het is een slechte opname, want 43 jaar oud en geluidstechnisch toen al slecht opgenomen, maar heel leuk om terug te horen.

Ik had met een collega een jaar op een koor gezeten toen dat koor ophield, en mijn collega en ik nog lang niet klaar waren met zingen. Zij was toen 35 en ik net 23. Bij het bedrijf waar wij werkten hadden we een jonge collega, die ervan hoorde en ons vroeg of we er misschien belangstelling voor hadden om een coverband te beginnen. Hij speelde gitaar en had een vriend die ook gitaar speelde en zong. De vriend met wie ik nu al 42 jaar getrouwd ben.

Dat was het begin van het mooiste avontuur dat ik ooit heb beleefd. Wij begonnen een band. Mijn zus had een vriend die drums speelde en zo begonnen wij, nog zonder bassist. Ons repertoire bestond uit jaren 70 en 80 muziek.

Mijn vrouwelijke collega en ik verzorgden de meeste zangpartijen en de liedjes die om een mannenstem vroegen werden gezongen door Peter, die wij hadden gebombardeerd tot ‘leader of the band’. Het eerste liedje dat wij dames instudeerden was ‘Killing me softly’ van Roberta Flack. Ik zing dit lied graag tot op de dag van vandaag. Ik heb me ooit laten vertellen dat Lori Lieberman het schreef nadat ze een optreden had bijgewoond van Don McLean. ‘The River’ van Bruce Springsteen was ook een van de eerste nummers die we repeteerden en ik heb heel lang Peters stem het horen zingen in mijn hoofd wanneer ik aan het nummer dacht.

De Nederlandse liedjes, van Doe Maar, Het Goede Doel en een zelfgeschreven nummer vormden steevast het slotstuk van ons optreden en ik vond dat die er altijd goed ‘uitkwamen’. Ik was hevig verliefd en ik vond het geweldig wanneer Peter niet zong ‘…’t is wel een beetje raar, 32 jaar, trillend op mijn benen…’ maar in plaats van 32 zong 22 jaar, wat toen zijn leeftijd was.

Toen de bassist er net was bijgekomen werden we gevraagd voor het opgenomen miniconcert. Met twee andere bands traden we op in Centrum Noord in de stad. We hadden allen ons eigen publiek meegenomen en het is het meest professionele dat we met deze band hebben gedaan.

Ik hou nog steeds van zingen en het liefst op een podium, in een microfoon. Als er ergens karaoke is dan sta ik, als het even kan, als eerste op het podium en dat neemt altijd wat schroom weg van anderen die ook willen zingen maar vaak over een drempeltje heen moeten.

Ik zal zingen zolang ik leef en met mijn liefste samenblijven zolang ik leef, dus mijn mooiste avontuur duurt nog steeds voort.

Over abortus en euthanasie

Afgelopen week zag ik bij Eva Jinek aan tafel SGP-voorman Chris Stoffer proberen uit te leggen waarom de billboards, die zij inzetten bij hun campagne tegen abortus, nodig zijn. Eva legde hem het vuur na aan de schenen en dat begrijp ik heel goed.

De billboards bevatten teksten als: It’s a boy. Dus abortus? Gebrek aan woonruimte. Dus abortus? Het gezin is compleet. Dus abortus? Voor mij doet dit aan alsof abortus zomaar even wordt besloten en gedaan, en dat klopt niet. Op Eva’s herhaaldelijk gestelde vraag of hij ook tegen abortus zou zijn wanneer één van zijn dochters door verkrachting zwanger was geraakt geeft hij geen antwoord. Hij herhaalt steeds zijn mantra dat de SGP met deze campagne het gesprek over de redenen voor abortus wil aanzwengelen.

Gisteren zag ik de documentaire ‘Milou’s strijd gaat door’. In deze documentaire wordt het verhaal verteld van Milou die op 17-jarige leeftijd overlijdt door euthanasie. Milou is een vrolijk en levenslustig meisje tot ze te maken krijgt met seksueel misbruik. Eerst door een vriendje dat ze volkomen vertrouwde en later meerdere keren in een GGZ-instelling door een mede-client.

De psychische trauma’s die Milou door het misbruik oploopt worden met de jaren erger ondanks de liefde van haar familie en de hulp die ze krijgt. Het lijden is al lang ondragelijk voor haar geworden wanneer ze uiteindelijk toestemming krijgt voor euthanasie. Zij is daarmee één van de twee minderjarigen die dat krijgen in 2023.

De arts die naar eer en geweten de euthanasie heeft uitgevoerd wordt later onder vuur genomen door Rosanne Hertzberger van NSC. Ook wordt, door 14 medici, een brief naar het OM gestuurd waarin ze aandringen op een strafrechtelijk vooronderzoek. Hierover zegt de arts: ‘Ik ben niet zozeer bang voor het oordeel van de toetsingscommissie, maar voor het laatste oordeel, van de ultieme toetsingscommissie.’ Wanneer hij uit angst de euthanasie niet had uitgevoerd, had hij dat niet kunnen verdedigen en nu hij angstig was en het toch heeft gedaan kan hij dat wel verdedigen.

Wat wij zelf niet hebben meegemaakt, daarover kunnen we niet oordelen en dat moeten we overlaten aan de mensen die dat wel kunnen. Bij een jarenlang psychisch lijden moeten we, in mijn beleving, respect hebben voor de wens een einde te kunnen maken aan het lijden.

En wat abortus betreft denk ik dat er voorbeelden zijn waarbij de vrouw en haar ongeboren kind juist worden beschermd door het niet te laten komen. Een trauma dat een vrouw bij een verkrachting oploopt zal ook in het ongeboren kind aanwezig zijn. Ook dat kan jaren van psychisch lijden veroorzaken.

Gezien haar leeftijd had Milou inderdaad nog een heel leven voor zich maar een leven van uitzichtloos, psychisch lijden moet niemand iemand aan willen doen.

Het moederschapsbeeld

In een laadje ‘misschien nog een keer iets mee doen’ vind ik een column terug van Emma Curvers met de lange titel ‘Kan er zoetjesaan een eind gebreid worden aan het dominante doemverhaal over het moederschap?’ en ik weet opeens weer dat ik hier ooit een blog aan wilde wijden.

In het artikel noemt ze een ‘stoomcursus baby’s’ in NRC waarin moeders onder andere wordt verteld ‘dat je van onderen ontploft, wat nooit meer helemaal goedkomt.’ En ze noemt een artikel in de Linda waarin vrouwen opbiechten dat ze ‘hun vrije tijd en niet-ingeknipte vagina’ terug willen.

Curvers zegt verderop in haar column dat zij ook onnodig bang was geworden, voor het moederschap, en ik kan dat ook van mezelf toegeven. Ik was 24 en ik was ook bang, het meest voor de pijn die een bevalling met zich meebrengt. Ik had gelezen dat een bevalling 12 tot 24 uur kon duren en toen ik mijn weeën begon te voelen wist ik zeker dat ik dat niet zou overleven…maar na 3 uur was onze baby geboren. Toen ik een paar jaar later weer ging bevallen was mijn eerste gedachte: ‘Oh ja,’ en dat zo’n bevalling echt geen feestje is. Maar hoewel deze 5½ uur duurde was hij nog gemakkelijker dan de eerste. Zo kan het ook gaan en ik denk dat velen met mij zo’n ‘gemakkelijke’ bevalling hebben gehad.

Op de vraag: gaat een kind mij wel gelukkig maken en de zin die voorbijkwam op TikTok: kinderen kunnen jou verachten ongeacht wat je doet, kan ik voor mezelf zeggen dat onze kinderen mij heel gelukkig hebben gemaakt. Kunnen, zullen kinderen jou verachten? Ik denk dat dat met de interactie die je met het kind hebt te maken heeft.

Toen onze kinderen pubers waren zijn ze ieder op hun eigen manier kritisch op ons geweest. Ik vind dat goed omdat het betekent dat ze zich ontwikkelen en blijkbaar genoeg ruimte en veiligheid voelden om zich te mogen uiten. Natuurlijk ben ik in die tijd wel eens op mijn hart getrapt, mijn moederhart kon dat hebben. De beloning hiervoor kwam onlangs toen een van onze dochters haar bewondering, met terugwerkende kracht, voor ons uitsprak.

En behalve ‘op het werk’ zoals in de laatste zin van de column staat is er heus nog een leven buiten het kind. En nog belangrijker, kun je heus een leuk stel blijven behalve dat je een ouderpaar bent en daar kun je zelf alles aan doen. Ga, als je kinderen uit logeren zijn niet steeds met vrienden of vriendinnen wat doen, maar ga geregeld samen een kop koffiedrinken buiten de deur. Met z’n tweeën aan een tafeltje voor twee een beetje kletsen over wat ons bezighield zijn voor mij mooie herinneringen, juist omdat het toen niet zo vaak kon.

En wat Griet Op de Beeck’s opmerking in Zomergasten betreft dat, volgens haar, ouders niet onvoorwaardelijk van hun kinderen kunnen houden maar dat dat andersom is: er zijn ook echt ouders die dat wel kunnen en doen. Is dat beeld ook even rechtgezet.

Ieder huisje heeft zijn kruisje

‘Soms denk ik: heb je haar weer met haar communicatie. En soms denk ik: waarom kan zij dat wel, en ik niet,’. Dit is een inhoudelijk commentaar op de blogs die ik elke week plaats op ‘mijn socials’ Facebook, LinkedIn en mijn website www.liefdevolcommuniceren.com. Commentaar waar ik blij mee ben en dat ik te horen krijg wanneer ik toevallig iemand tegenkom, of met iemand afspreek.

Oorspronkelijk schreef ik voornamelijk over baby’s, kleine kinderen, opvoeden, alles wat met ‘prille ouders’ te maken heeft, daarom noem ik ze ‘Prille-ouder blogs’. Ik denk dat veel ouderparen het prille ouderschap zwaar valt. Dat is de reden waarom ik er steeds op hamer dat ik vind dat elke ouder een gratis oudercursus moet worden aangeboden. Het is net zo nuttig als het consultatiebureau. Ik weet dat er ouders zijn die dat overbodig vinden, maar ze gaan er met hun kleintje heen omdat het ‘gewoon’ is en dat zou met zo’n oudercursus ook moeten…vind ik.

Gaandeweg zijn de onderwerpen uitgebreid met relaties, communicatie en de maatschappij. Onderwerpen waar ook alle prille ouders mee te maken krijgen. En omdat ik met ons gezin in 43 jaar tijd veel heb meegemaakt aangaande al deze onderwerpen schrijf ik ook over ons gezin. Daarbij maak ik niets mooier of lelijker.

Ons gezin heeft veel geluk gehad en dat hebben we nog. Armoede en ziekte hebben wij gekend, maar niet onoverkomelijk. De ziekte van een van onze kleinkinderen is naar en waarom ik daar niet over schrijf, is omdat onze dochter zelf laat weten aan wie en wat ze daarover wil loslaten. Het houdt ons wel dag (en soms nacht) bezig en dat kan niet anders. Wie kinderen heeft weet dat je nooit meer zonder zorgen bent, soms terecht en soms onterecht, en dat geldt andersom ook voor je kinderen. Wanneer je een close relatie met ze hebt, gaan ze zich ook over jou zorgen maken bij ziekte en wanneer je ouder wordt.

Zo heeft ieder huisje zijn kruisje en zou ik tegen mensen willen zeggen die zich vergapen aan het mooie leven van anderen die ze volgen via Facebook en Instagram: het is maar één kant van een verhaal. De mooie kant en het is fijn als mensen die hebben. Maar die heeft (bijna) iedereen. Iedereen heeft wel iets moois en het is jammer wanneer je dat niet ziet omdat je het vergelijkt met het mooie van anderen en vindt dat jij minder hebt.

Maar vind je het gewoon leuk zonder dat je er last van hebt, kijk dan vooral. Dat is wat ik doe als ik op Facebook ben om mijn blog te plaatsen. Even kijken wat voor leuks er is en dan snel weer naar het gewone, ‘echte’ leven.

Beweeg, doe iets

Toen ik in de dertig was, met opgroeiende kinderen, een studie en een baan om die studie te betalen, had ik nog nooit echt gesport. Ik had twee jaar een cursus jazzballet gedaan, een paar halfslachtige pogingen om hard te lopen en rek en strekoefeningen te doen en voelde me niet echt goed in mijn lijf. Een beetje krakkemikkig, zei ik in die tijd wel eens.

Met een vriendin ging ik na mijn studie, ik was toen 37, een paar keer naar de sportschool, deed weer een cursus jazzballet en ging uiteindelijk op mijn 41ste met haar hardlopen. Zij kon dat heel goed, ik deed het tegen heug en meug, omdat het me veel energie kostte. Ik had en heb nog steeds geen uithoudingsvermogen, waar dat ook maar aan ligt.

Ik hield het wel lang vol en had het idee dat het ook wel moest omdat ik vreesde te zullen ‘groeien’ als ik ermee stopte. De jaarlijkse 4 Mijl was mijn persoonlijke drijfveer om het hardlopen door te zetten en ik heb dat gedaan, met mijn vriendin, tot mijn 60ste. We ‘renden’ daarna nog regelmatig en deden in plaats van de 4 Mijl 2x mee aan de city-run waarbij we ook door een aantal prominente gebouwen in de stad wandelden.

Sinds vier jaar verblijven wij een deel van de week in het westen van ons land en daarmee was het afgelopen met onze wekelijkse loopjes. Om toch te bewegen wandel ik nu regelmatig. Verder begon ik in 2022 met een aantal buik- en rompoefeningen die ik uitbreidde naar een serie van 10, en die ik om de dag deed. Ik had ook de bewegingen per oefening gaandeweg laten oplopen naar sommige 20, 30 of 40 per oefening. Ik begin altijd met 60 ronddraaiingen ‘fietsen in de lucht’. Ik hield dit 2½ jaar vol en toen kreeg ik een slijmbeursontsteking in mijn been.

De dokter raadde Ibuprofen aan, maar dat hielp niet. Ik stopte met de Zumbalessen waaraan ik in die tijd was begonnen en stopte ook met alle oefeningen. Ik ontdekte dat helaas de spierkracht, die ik in meer dan 2 jaar tijd had opgebouwd, binnen twee maanden weer was verdwenen. Op het internet vond ik toen een oefening speciaal voor die ontsteking in mijn heup. Een heel eenvoudige, en die hielp. Ik deed een tijdlang elke dag die oefening, zoals aangeraden, 5x 45 seconden met steeds 1 minuut rust. Toen ik met mijn 40 dagen niet snoepen begon, begon ik ook weer voorzichtig met die oefeningen. Ik bouwde ze op, maar nu elke dag de helft van wat ik eerder deed en de oefeningen voor mijn heupen.

Ik merk dat de spierkracht weer terug is. Ik merk ook dat elke dag oefenen beter voelt dan om de andere dag, ook omdat het de halve belasting is van de oefeningen die ik om de andere dag deed. Na meer dan 40 dagen dit doen, zit het helemaal in mijn systeem. Ik sta ’s morgens op, het maakt niet uit hoe laat, en doe allereerst mijn oefeningen. Of ik goed of slecht heb geslapen maakt ook niet uit, maar ik slaap over het algemeen beter. Tussen de oefeningen door gaap ik de slaap uit mijn lijf. En na minder dan een half uur ben ik helemaal klaar voor de dag.

Er is maar één ding dat ik jammer vind en dat is…dat ik er niet eerder mee begon.

Gedrag

We kunnen niet weten hoe iemand echt is omdat we niet ‘in’ iemand kunnen kijken. We kennen allemaal mensen van ‘dichtbij’. Mensen met wie we een relatie hebben, met wie we meerdere malen gesproken hebben of die we regelmatig hebben meegemaakt. We maken dan een inschatting van hoe ze zijn…en daar vinden we dan wat van.

Toen ik mijn eerste kleine meisje had was ik een keer met haar aan het wandelen toen een grotere jongen iets deed of zei wat ik voor haar heel vervelend vond. Ik zei vervolgens iets naars tegen hem om mijn meisje in bescherming te nemen. Zij was nog geen twee, de jongen misschien zes, of zeven en ik nog een prille moeder van bijna 27. Het is te lang geleden om te weten wat we precies zeiden, maar wat ik nooit ben vergeten is wat er vervolgens gebeurde. Vanuit de tuin waar we voor stonden hoorde ik een vrouwenstem streng zeggen: ‘Nou, nou,’. Meer zei ze volgens mij niet maar ik schaamde me diep. Ik had tegen het jongetje nooit zo mogen uitvallen.

Jaren later heb ik met een dame geluncht op mijn uitnodiging. Wij kenden elkaar via wederzijdse vrienden en mijn man, en ik vond het altijd vervelend haar tegen te komen. Ik vond haar opdringerig en ergerde me aan de manier waarop mensen haar aandacht gaven. Omdat we elkaar een bepaalde tijd meerdere malen ontmoetten ontdekte ik dat ze een aardig persoon is en hoorde ik dat ze zich verbaasde over mijn gedrag, alsof ik haar niet mocht en goedbeschouwd had ik daar helemaal geen reden toe.

Toen ik haar een keer tegenkwam in de stad vroeg ik haar of we een keer zouden lunchen en ik verontschuldigde me voor mijn gedrag tot dan toe. We hadden een leuk gesprek waarbij we elkaar een beetje leerden kennen en toen we afscheid namen zei ze: ‘Zullen we elkaar gelijk maar even een knuffel geven?’ en ik had het gevoel haar recht te hebben gedaan. Dat had ik het jongetje van destijds en zijn moeder ook willen doen, alleen stonden toen mijn jeugd en onervarenheid dat in de weg.

Ik hoop dat de moeder van het jongetje van destijds begreep, en ik denk dat dat zo is, dat mijn gedrag van dat moment niet is wie ik helemaal ben. Ik heb meerdere mensen in mijn leven (gehad) van wie ik het gedrag afkeurde en ik weet, en dat geldt voor iedereen, dat mensen altijd meer zijn dan ze op welk moment ook laten zien. En daarom zal ik nooit een mens afwijzen…maar soms wel zijn gedrag.