Schuldig

We hopen allemaal, van onszelf, dat we dappere mensen zijn…ik in ieder geval wel. Maar ik ben het niet. Ik ben het in ieder geval niet geweest op momenten dat ik het wel had moeten zijn. En die momenten vergeet ik niet, nooit, dat kan ik na al die jaren wel zeggen.

Toen ik pas in het centrum van de stad woonde, nu 20 jaar geleden, fietste ik op een dag over de Hereweg naar school. Ter hoogte van het Sterrebos, aan de overkant van de weg, liepen vier mannen te ‘sjouwen’ met een vrouw. Een tegenstribbelende vrouw. Tegelijk met mij stopte een jongeman. We keken ernaar en keken elkaar aan. ‘Heb jij een telefoon?’ vroeg ik hem. Zelf had ik er geen. Voordat hij antwoordde stopte naast die sjouwende mannen een mevrouw. We zagen haar van de fiets afstappen en die mannen aanspreken. Het is lang geleden en ik kan me het niet meer precies herinneren maar volgens mij stopten er toen meer mensen. De jongeman en ik stapten op de fiets en vervolgden onze weg.

Een paar jaar later, weer toen ik naar school fietste, reed ik door de Gelkingestraat. Aan het begin van de straat stond een medewerkster van de milieudienst, de straat te vegen. Bijna aan het einde van de straat kwam mij op de stoep een meisje tegemoet. Ze liep met snelle passen en ik dacht even te zien dat ze huilde. Op een afstandje van haar liep een man hardop in een vreemde taal te praten. Of hij echt achter haar aan liep weet ik niet maar terwijl ik doorfietste dacht ik: ‘Ik had haar moeten vragen of alles goed was, of dat ik iets voor haar kon doen.’ Een beetje laf dacht ik erachteraan: ‘Ik hoop dat die mevrouw van de milieudienst haar helpt als ze hulp nodig heeft.’

Bijna vijf jaar geleden, ik weet dat precies want die dag werd bij onze kleindochter diabetes vastgesteld, fietste ik over het UMCG-terrein. Ik was op weg naar onze kleinzoon die plotseling alleen in huis was achtergebleven nadat zijn ouders en zusje naar het Diabetes ziekenhuis waren vertrokken. Vanachter een gebouwtje kwam een vrouw tevoorschijn met in haar armen een dekbed. Achter haar aan liep een man die blijkbaar iets van haar wilde. ‘Mevrouw kan u mij helpen?’ vroeg ze. Ik fietste door, zei: ‘Nee, sorry, ik moet naar mijn kleinzoon.’ Toen ik nog even achteromkeek zag ik dat ze met een mevrouw meeliep richting het ziekenhuis en de man was er niet meer bij. ‘Gelukkig,’ dacht ik en erachteraan: ‘waarom ben je nou niet even afgestapt. Ze vroeg je hulp.’

Ik hoop dat deze mensen niets ergs is overkomen…maar ik weet het niet. Ik weet het niet omdat ik niet dapper genoeg was om iets te doen. Dus ik hoop dat ik een volgende keer…

Wie weet, kan ik het dan, dapper genoeg zijn om er in ieder geval op af te gaan. Ik weet niet of ik ergens schuld aan heb, maar zo voelt het wel.