Ik krijg een boek in handen waarin een jongen van 10 een poosje in een internaat moet wonen. Zijn moeder is overleden en zijn vader tijdelijk niet in staat om voor hem en zijn zusje en broertjes te zorgen. Het is in het internaat een hard bestaan. Maar hij leert orde en discipline en hij wordt er goed verzorgd.
Wanneer hij twee jaar later thuiskomt blijkt zijn vader hertrouwt en moet hij bij zijn stiefmoeder en haar zoon gaan wonen. Deze vrouw meet met twee enorm grote maten. Terwijl haar kinderen goed verzorgd worden, wordt de jongen ronduit slecht behandeld. Hij moet elke dag het werk in huis doen en krijgt slaag op de koop toe, soms zo erg dat het eigen kind zijn moeder wel eens maant om ‘nou eens op te houden’. In hun omgeving zien meerdere mensen hoe slecht het met de jongen gaat en pas wanneer de oma ingrijpt wordt hij bij het gezin weggehaald.
Ondertussen zijn zijn broertjes en zusje bij andere gezinnen ondergebracht en wanneer hij in het gezin van zijn twee jaar jongere broer wordt opgenomen blijkt daar hetzelfde te gebeuren. Ook hier worden de eigen kinderen goed verzorgd en moeten de pleegkinderen hun kleren aan hen afstaan. Ook hier worden ze regelmatig geslagen.
Wanneer de jongen 15 jaar oud is eist de vader zijn kinderen terug. Niet uit liefde blijkt, maar omdat ze nu voor hem en zijn nieuwe gezin kunnen werken. De vader gelooft de leugens van zijn vrouw en mishandelt zijn eigen kinderen. Wederom zijn er mensen in hun omgeving die zien wat er gebeurt maar blijkbaar is niemand in staat voor de kinderen op te komen. Na alle mishandelingen, vernederingen en een onverzorgde wond die de jongen bijna het leven kost staat hij bij de laatste mishandeling plotseling in bokshouding voor zijn vader. Die daagt hem uit hem te slaan, maar de jongen kan het niet. Hij kan niet zijn vader slaan. Hij verlaat het huis om er nooit meer terug te komen.
Hij ontkomt nog op tijd. Helaas geldt dat niet…decennia later, voor het Vlaardingse Pleegmeisje.