Geboorte van de Prille-ouder coach

…Het tweede semester op school begint bijna weer en nee, ik heb geen hekel aan lesgeven, helemaal niet. En toch. Ik heb het gevoel dat ik toch nog iets anders kan. Iets dat zal bijdragen aan het welzijn van kinderen. En daarbij aan de wereld. Want de kinderen zijn en blijven de toekomst. Verbeter hun wereld en je verbetert de wereld.

            Hoe kunnen we (echt)scheidingen verminderen. Scheidingen die te voorkomen waren. En zijn. Mensen leren te vechten voor waar ze ooit voor kozen, een relatie en kinderen. Ik werd echt wakker door het verhaal van mijn groothandels-leerling Teun. Teun is in de dertig en heeft een (inmiddels) ex-vriendin en zoontje van 17 maanden. Ze zijn drie jaar bij elkaar geweest, bijna niets. Zij is een Bulgaarse en heeft ook nog een zoontje van acht, van een andere Nederlandse man.  Een zeeman voor wie ze Bulgarije verliet. Beide zoontjes wonen bij moeder. Voor beide zoontjes heeft ze met de vaders een bezoekregeling. Het oudste zoontje dat drie jaar bij Teun heeft gewoond is opeens niets meer van hem. Ex-vriendin is bijna direct terugverhuisd naar de regio waar haar ex-man woont. 70 km van waar Teun woont. Teun vindt het niet eerlijk dat zijn zoon nu 70 km bij hem vandaan woont. Heeft hij er ooit over nagedacht dat zijn stiefzoontje 70 km bij zijn vader vandaan woonde?

            Teun en zijn ex zijn beiden in de 30. Hij wil nog zeker een nieuwe relatie en kinderen. Stel dat zijn ex dat ook wil. Haar zoon heeft dan te maken met een derde vader, zijn broertje heeft een andere vader en misschien komt er dan bij vader nummer 3 nog een broertje of zusje bij. Bij vader 1 kunnen ook meer kinderen komen en bij vader 2 ook maar daar heeft alleen zijn ene broertje mee te maken. En de families van vader 1 en 3 en moeder 1 en mogelijk 2 (ik word daar al helemaal van in de war). Misschien had vader 2 wel de leukste familie maar daar hoort het stiefzoontje dan niet meer bij. Hoe kunnen deze kinderen een rustig en overzichtelijk leven krijgen? Denken mensen daar niet over na?…

Tot zover een deel van mijn dagboekverslag van 01-01-2010. Ik wist toen nog niet dat dit de geboorte was van De Prille-ouder coach. Ik begon in 2015 met de blogs schrijven die ik later zo ging noemen ‘Prille-ouder blogs’. In 2018, toen ik er welgeteld 5 had geplaatst zei mijn jongste dochter: ‘Mamma, je moet elke week een blog plaatsten.’ En dat deed ik sindsdien. Een studiegenoot zei niet lang daarna: ‘Je moet ze op LinkedIn zetten, het is je werk.’ Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor want sindsdien worden ze meer gelezen. En omdat ik commentaar geef op content dat gerelateerd is aan kinderen, relaties en soms andere maatschappelijke kwesties komt er ook steeds meer voor mij relevante content naar mij toe.

Waar ik naar streef, dat een oudercursus net zo gewoon, en dus gratis voor alle aanstaande ouders, wordt als verloskundige en consultatiebureau, is nog niet gerealiseerd. Maar ik ga door tot het wel zover is.

Sisterhood

De vier meisjes March, Ruut en Lucy de Ruyve, uit de boekenreeks van mevrouw Van Hille-Garthé, Else en Phien van Arlevoort, of hun moeder Mary en haar zuster Elisabeth en Martje en Suus uit de reeks van mevrouw Scheherazade. Zijn zij de voorbeelden geweest van de zus die ik zelf ben geworden, of was ik dat anders ook geweest?

Mijn zussen en ik zijn, waren, precies de helft van een groot gezin. We lijken niet op elkaar, al zijn er blijkbaar gelijkenissen in uiterlijk en stem. Daardoor hebben mensen soms mijn zussen gevraagd of zij misschien familie van mij zijn.

Onze oudste zus heeft onze moeder fysiek gesteund in het grootbrengen van de jongere kinderen, tot zij trouwde toen ze 19 was en het ouderlijk huis verliet. Ik was nog maar zeven, een lagereschoolkind en ik kende haar uit die tijd nog niet goed. Het leeftijdsverschil was daarvoor veel te groot. We zijn elkaar wat nader gekomen toen we ouder werden en de laatste jaren bezoek ik haar regelmatig en schrijven we elkaar brieven, al wonen we relatief dicht bij elkaar.

Mijn tweede zus en ik hebben elkaars leven gedeeld sinds ik volwassen en uit huis was. Soms steunde zij, soms steunde ik. Als ik het ergens moeilijk mee had stond zij met een bloemetje voor mijn deur en toen ik haar laatst een bloemetje bracht en zij vroeg waarvoor dat was toen zei ik dat ik het bloemetje bracht omdat zij het even moeilijk had, zoals ze ook altijd voor mij had gedaan.

Mijn derde zus en ik lijken misschien wel het meest op elkaar. We willen altijd helpen en hoe goed we het ook bedoelen, het komt niet altijd zo uit. Maar ik weet dat haar en mijn intentie altijd goed is. Zij reisde met mij naar onmogelijke doelen en heeft mij nooit verweten…dat het eigenlijk onmogelijk was.

Met mijn jongere zus heb ik verreweg het meest gedeeld. We hebben samengewerkt, gezongen, gedanst, de slaapkamer gedeeld, gekibbeld maar vooral heel veel gelachen. We kunnen elkaar een verhaal vertellen en halverwege niet meer kunnen praten van het lachen en toch weten wat de clou is. Juist omdat ze heel anders is dan ik heb ik van haar veel kunnen leren.

Ons jongste zusje overleed helaas veel te jong. Ze was nog maar 48 maar moest op dat moment haar dochtertje, die maar vier jaar mocht worden, al elf jaar missen. Ik heb jarenlang met haar de boodschappen gedaan voor onze oude ouders en ik bewonderde haar vaste planning van gerechten samenstellen (voor haar eigen gezin) en boodschappen doen overeenkomstig het lijstje, iets wat mij nooit zal lukken. Wij hebben elkaar ook veel geschreven, al woonden we in dezelfde stad en zij schreef altijd uit zichzelf in mijn gastenboekje, omdat ze dat leuk vond. We hadden dezelfde favoriete juf van school en zij schreef, net als ik, gedichten.

Mijn zussen en ik, daar komt nooit, nooit iemand tussen.

Uit een kokosnoot kwam een Bounty

Vroeger hield ik ontzettend van reclames kijken. Zoals de oude dame, over wat toen Caddy heette en later Lion, kon zeggen: ‘Hapt zo heerlijk weg.’ Ongeëvenaard. Uit een kokosnoot kwam een kant en klare Bounty en een jongetje ‘ging bij Japie wonen, want bij Japie aten ze King Corn’. Gelukkig konden wij thuisblijven, want wij aten het ook.

In die tijd kreeg je de reclames gewoon even te zien, één keer en dan door naar de volgende. Onvergetelijk vind ik ‘Petje Pitamientje’ over Calvé pindakaas: ‘Mijn moeder zegt dat het goed voor mij is omdat er veel pitamientjes in zitten, stom hè…ik vind gewoon lekker.’ En daarna zijn mimiek.

Er werden vooral artikelen aan geprijsd door gewone mensen, in tegenstelling tot de BN’ers en andere beroemdheden die tegenwoordig vooral winkelketens en Vakantiedeals in reclames aanprijzen. Binnen één reclameblok zie je dan ook nog eens verschillende varianten van filmpjes voorbijkomen. Iedereen kent vast de slogan ‘Met Hansie op vakantie’ en ‘zinnenin’ is een woord dat wij lang gebruikten voor iets dat we leuk vonden om te doen. Hans en zijn vrouw zijn mooie mensen om naar te kijken en ook het jonge meisje in haar blauwe badpakje met haar aardige vader spraken ons erg aan, maar ook hier geldt wat ons betreft ‘overdaad schaadt’.

Zijn er nog reclames waar ik graag naar kijk? Ik denk het niet. Een reclame over een hoorapparaat voor 0 euro is gewoon misleidend en ook kun je ze niet zomaar uitproberen, zoals een advertentie suggereert. Dezelfde reclame tig keer laten zien doet mij niet naar de winkel snellen om het betreffende artikel te kopen. Het werkt zelfs averechts, het kan mij doen besluiten om juist niet van zo’n dienst gebruik te maken.

Ik krijg tegenwoordig vaak een reclame in beeld waarbij een dame blijkbaar in haar koelkast kijkt. Ze roept al kijkend: ‘Schaaaat,’op een toon waarop ik me afvraag waarom je een woord dat liefde uitdrukt zo gebruikt. En dan komt het naar boven geschreeuwde verwijt: ‘Jij zou toch de weekendboodschappen doen?’ Wat mij betreft slaat die boodschap de plank totaal mis. Doe hier iets mee in een relatietherapie: ga zo niet met elkaar om. Ik vind het juist geen reclame voor een reclameboodschap.

Er is een reclame die ik wel grappig vind. Hij is van de Vrienden Loterij en eindigt met een heel droog: ‘Joh…’ Geweldige mannen en zo goed bedacht. Misschien vind ik het ook leuk omdat ik de setting zo goed ken en ik denk niet dat ik hier ooit flauw van word.

Melting Pot

Toen ik 10 was, in 1969, was er een band met de naam Blue Mink. Hun eerste single Melting Pot werd direct al een grote hit. Ik ‘kende’ de tekst, dat wil zeggen dat ik het fonetisch mee kon zingen, zonder precies te weten waar het over ging. Toch weet ik, 57 jaar later dat ik toen, of misschien een paar jaar later wel een idee had en dat kwam door de laatste woorden van het refrein dat spreekt van ‘coffee coloured people’. In het lied wordt gepleit voor een ‘melting pot’ waarin we alle rassen en culturen zouden samenbrengen en mixen en er wordt gezongen ‘what a beautiful dream, if it could only come true’.

Ruim 50 jaar later zijn vele rassen gemixt. Veel, heel veel, mensen zijn vanuit het land waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen om talloze redenen in andere landen ‘terecht gekomen’. Vanwege de vroegere slavenhandel, kolonisaties, de verschrikkelijke oorlogen, maar ook het werk in de diverse landen die de oorspronkelijke bewoners van die landen niet willen doen. Door al deze redenen, kun je zeggen, is ‘the beautiful dream’ uitgekomen. Het blijkt alleen in veel gevallen niet ‘beautiful’ te zijn.

Is het omdat ik zelf een ‘coffee coloured person’ ben dat ik voor iedereen die dit land met ons wil delen, opensta? Al ben ik uit een ander land gekomen, mijn familienaam is Janssen en Nederlandser kun je het bijna niet krijgen. Maar de mensen met de familienaam Yeşilgőz of Markuszower zijn toch uit een ander land gekomen om hier te gaan wonen en werken?

Ik begrijp best dat niet iedereen in ons land kan worden toegelaten en dat vooral aan de voorkant goed moet worden bepaald wie wel en wie niet. Maar vertel wel het eerlijke verhaal. Geen onzin over ‘nareis op nareis’ of dat een asielzoeker een zedendelict heeft begaan waar dat een Nederlands persoon bleek te zijn geweest (gezien bij Eva Jinek).

Ik heb een grote groep mensen uit verschillende landen cursussen gegeven, een paar keer met een tolk die 30 jaar geleden uit een Afrikaans land is gevlucht. Een aimabeler persoon dan zij heb ik niet vaak ontmoet en gelukkig werd zij destijds met open armen ontvangen en waren er mensen die haar en haar gezin liefdevol opvingen en wegwijs maakten in het voor hen totaal onbekende land.

Ik hoop dat we een keer kunnen stoppen met bevolkingsroepen weg te zetten als ‘crimineel’ of meer van zulke verschrikkelijke termen. De waarheid is dat je in elke bevolkingsgroep (en daar horen wij Nederlanders ook bij) mensen hebt die criminele daden doen en daarmee de rest van hun bevolkingsgroep te schande maken en het is onacceptabel wanneer die rest, die onschuldig zijn, daarop worden aangekeken…of erger.

Over kindermishandeling

Ik krijg een boek in handen waarin een jongen van 10 een poosje in een internaat moet wonen. Zijn moeder is overleden en zijn vader tijdelijk niet in staat om voor hem en zijn zusje en broertjes te zorgen. Het is in het internaat een hard bestaan. Maar hij leert orde en discipline en hij wordt er goed verzorgd.

Wanneer hij twee jaar later thuiskomt blijkt zijn vader hertrouwt en moet hij bij zijn stiefmoeder en haar zoon gaan wonen. Deze vrouw meet met twee enorm grote maten. Terwijl haar kinderen goed verzorgd worden, wordt de jongen ronduit slecht behandeld. Hij moet elke dag het werk in huis doen en krijgt slaag op de koop toe, soms zo erg dat het eigen kind zijn moeder wel eens maant om ‘nou eens op te houden’. In hun omgeving zien meerdere mensen hoe slecht het met de jongen gaat en pas wanneer de oma ingrijpt wordt hij bij het gezin weggehaald.

Ondertussen zijn zijn broertjes en zusje bij andere gezinnen ondergebracht en wanneer hij in het gezin van zijn twee jaar jongere broer wordt opgenomen blijkt daar hetzelfde te gebeuren. Ook hier worden de eigen kinderen goed verzorgd en moeten de pleegkinderen hun kleren aan hen afstaan. Ook hier worden ze regelmatig geslagen.

Wanneer de jongen 15 jaar oud is eist de vader zijn kinderen terug. Niet uit liefde blijkt, maar omdat ze nu voor hem en zijn nieuwe gezin kunnen werken. De vader gelooft de leugens van zijn vrouw en mishandelt zijn eigen kinderen. Wederom zijn er mensen in hun omgeving die zien wat er gebeurt maar blijkbaar is niemand in staat voor de kinderen op te komen. Na alle mishandelingen, vernederingen en een onverzorgde wond die de jongen bijna het leven kost staat hij bij de laatste mishandeling plotseling in bokshouding voor zijn vader. Die daagt hem uit hem te slaan, maar de jongen kan het niet. Hij kan niet zijn vader slaan. Hij verlaat het huis om er nooit meer terug te komen.

Hij ontkomt nog op tijd. Helaas geldt dat niet…decennia later, voor het Vlaardingse Pleegmeisje.

Kleine warrige moederpoes

Stil maar, het komt echt goed, al zie je nu nog niet hoe. Het bolletje wol om mee te spelen, de slaapmandjes voor iedereen, verdwenen naar hier of naar daar. Het plekje waar pa poes zijn soepele lijf graag legt te rusten is dan weer bezet met dit of met dat of misschien ben je er zelfs wel gaan liggen, verzonken in diep gepeins.

Twee kitten lopen verdwaasd door het huis. Waar is ze nu toch weer gebleven. Net was ze ze nog aan het wassen en opeens was ze weg. Ze dwalen samen door het grote huis. In een kamer vinden ze een kattenbelletje, in de volgende een etensbak en in een derde slingert de poesenmand. En nergens een spoor van moeder poes.  

In het grote bos zoeken ze verder. Miauw, mamma poes, waar ben je? Ze klimmen in de bomen en kruipen door de struiken. En opeens horen ze iets. Het is de stem van de wijze uil en hij fladdert op en neer. In zijn snavel niets meer dan een luchtspiegeling die hij groot maakt en dan weer klein. Mamma poes kijkt stil voor zich uit. Als de uil op en neer is gefladderd, klinkt heel zachtjes haar kleine: “Miauw,” Hij fladdert nog eens en nog eens en tussendoor haar zachte: “Miauw,” ondersteund met een klein knikje van haar sierlijke poezenkopje. Nog drie keer fladdert hij op en neer, hij fladdert bijna om, maar dan is het echt voor elkaar. Moeder poes klinkt nu ferm: “Miauw!”

Het poezenhuis is nu een lust voor het oog, alles heeft een vaste plek. De was maakt mamma poes keurig af, de kitten varen er wel bij. Hun speelgoed staat altijd voor ze klaar, hun eten keurig op tijd. Hun vachtjes glanzend schoongelikt en pa poes kan zijn geluk niet op. En moeder poes, die heeft eindelijk rust, ze weet nu hoe het moet. Eerst dit afmaken en dan dat. Geen gesleep meer van hier naar daar. Dank u uil, nu ben ik klaar.

Als ik de loterij zou winnen

Als ik heel veel geld zou winnen, en ik bedoel echt heel veel geld, dan zou ik eerst onze kinderen een flinke financiële buffer geven. Het leven is duur en daar hoeven ze zich dan geen zorgen meer om te maken. Verder zou ik een speciale vriendin vragen hoeveel zij nog zou willen werken als ik de rest van haar salaris zou aanvullen, tot aan haar AOW en pensioen. Ik zou alle goede doelen die ik al jaren steun ook een flinke financiële impuls geven. Zij doen in het werkveld wat ik best zou willen doen maar niet toe in staat ben. Wat ik doe vind ik ‘second best’ en ook goed genoeg.

En verder…zou ik ervoor willen zorgen dat het huizenprobleem wordt opgelost. Ik vind het verschrikkelijk dat in ons kleine, rijke land, mensen buiten moeten slapen. Dat er niet voldoende huizen zijn om jongvolwassenen op zichzelf te laten wonen wanneer zij dat willen en ik zou er dan voor zorgen dat dat financieel ook mogelijk wordt.

De Rotterdamse straatarts die ik op LinkedIn volg, Michelle van Tongerloo, haalde al eens aan dat een dakloos persoon de maatschappij 30.000 tot 80.000 euro per jaar kost en ik lees op het web dat er jaarlijks gemiddeld zo’n 17.000 woningen leeg staan in Rotterdam. En dan zijn er denk ik ook nog leegstaande panden die best tot woning kunnen worden omgebouwd. 1+1 is toch 2? Dus ik zou die leegstaande woningen en gebouwen (in het hele land) willen kopen en zorgen dat daarmee een groot deel van het woningprobleem wordt opgelost. 

Er is maar een heel kleine kans dat ik de loterij zou winnen, daarvan ben ik me heel goed bewust. Maar we hebben gelukkig een regering die dit zou kunnen regelen. Er zou een groot maatschappelijk probleem worden opgelost als de politiek deze kwestie zou oppakken en er de juiste keuze over maakt.

Meneer Jetten, u zegt dat het WEL KAN. Ik hoop dat u het binnen heel korte tijd ook aan ons laat zien.

50 jaar werken en leren

Ik begon op mijn zestiende te werken. Feitelijk was ik een ‘school drop out’ een schooluitvaller. De leerplichtambtenaar nam contact met ons op maar ik kreeg een vaste baan voor 40 uur en dan was het goed dat ik niet meer naar school ging. Dat ik die vaste baan kreeg, na als vakantiewerker te zijn gestart, is best bijzonder want ik moet alles met zweet en tranen leren. In deze tijd was zeker mijn eerste contract niet verlengd en dan was ik niet 25 jaar bij Albert Heijn gebleven.

Toen mijn ‘juf Duits’ bij mij aan de kassa verkondigde dat ze het heel jammer vond dat ik winkelmedewerker was geworden, omdat er volgens haar ‘veel meer in mij zat’ bleef dat best een beetje hangen. Zij was de eerste die ik, op mijn twee-en-dertigste, vertelde dat ik HBO Engels ging doen en zij was daar net zo blij mee als ik. Het werd financieel mede mogelijk gemaakt door Albert Heijn die mij na drie jaar een 0 urencontract, in verband met mijn jonge gezin, weer aannam voor een parttimefunctie als Filiaal Management Assistent.

Nadat ik mijn diploma had behaald ging ik bij Albert Heijn steeds minder werken. Ik ging daarvoor terug naar de kassa, en begon cursussen Engels te geven, kreeg een paar lesuren op school en deed wat vertaalwerk tot ik in het jaar 2000 een grote baan kreeg op een MBO waar ik naast de lessen en examens Engels, leerlingbegeleider werd. Dit was de baan die mij aanzette tot het schrijven van de Prille-ouder blogs, omdat ik in die tijd werd geconfronteerd met de problemen van leerlingen die vaak gerelateerd waren aan hun thuissituatie.

Nadat ik in 2015 stopte met mijn vaste werk op school begon mijn werk als coach. Ik had hiervoor een NLP-coach certificaat behaald. Ik had het geluk dat het eerste coach traject al een verschil maakte voor een toen al ‘tweede gezin’. Dat had uit elkaar kunnen gaan en dat is mede door de coaching gelukkig niet gebeurd.

Ik heb cursussen mogen geven aan ouders van jonge kinderen. Het was een project om laaggeletterdheid tegen te gaan maar we kregen in de lessen vooral mensen uit andere landen, die in hun eigen land en taal niet laaggeletterd zijn.

Na mijn zestigste haalde ik een certificaat om een oudercursus te mogen geven. Die oudercursus werd in Groningen mogelijk gemaakt door een samenwerking tussen de GGD (die de medewerkers leverde) en de Gemeente (die het budget ervoor regelde). Voor deze mooie cursus werd (onbegrijpelijk voor mij) de doelgroep niet bereikt.

Vier jaar geleden haalde ik een assessoren certificaat om examens Engels te mogen afnemen en schriftelijk werk te mogen beoordelen. Dit was de kers op de taart van mijn laatste werkende jaren. Het certificaat loopt 14 april af, ik word 16 april 67 en daarmee pensioengerechtigd. En na meer dan 50 jaar werken vind ik het dan goed…maar leren zal ik mijn hele leven blijven doen.

Wat de boer niet kent…

De wereld piept en kraakt. Er zijn in korte tijd oorlogen bijgekomen. Ik vind het moeilijk om aan te zien en doe wat ik wel kan, goede doelen steunen waarvan de medewerkers hun leven wagen om de mensen in die oorlogsgebieden wat eten, zorg en onderdak te geven…wanneer ze dat wordt toegestaan.

Het gevolg van deze oorlogen is de stroom vluchtelingen die zich over Europa verspreiden. Hoe ging dat nog maar in oorlogen waar ons land bij was betrokken. Toen zochten volgens mij ook mensen een veilig heenkomen. Mensen die ‘het continent’ konden ontvluchten deden dat naar veiliger gebieden. Wat zou je zelf doen?

Nederland piept en kraakt ook en dat is niet vanwege de vluchtelingen die bij ons hun heil zoeken, al willen bepaalde groeperingen ons dat wel doen geloven. Het heeft met verkeerde keuzes te maken en een heel verkeerde keuze zou zijn om alle ‘pijn’ op één plek te concentreren. Gelukkig hoeft dat niet, aangezien hier de spreidingswet voor is aangenomen. Misschien komt het door het handelen van het vorige kabinet, de vorige minister die over deze kwestie ging, dat deze wet nog niet is uitgevoerd. Dat moet nu wel gaan gebeuren, aangezien de situatie steeds penibeler wordt.

Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen hebben een aantal lokale partijen zetels gewonnen op precies dit punt. Zij hebben hun kiezers beloofd dat er in hun dorp, stad of omgeving geen asielzoekerscentrum komt. Een belofte die zij niet kunnen waarmaken want net als alle andere gemeenten zullen zij er ook aan moeten meewerken om dit probleem op te lossen.

Een jongeman in het programma van Eva Jinek vertelde over zijn woonplaats waar een groot asielzoekerscentrum staat. De bewoners stonden destijds allemaal open voor de komst van dit centrum. Hun goedkeuring neemt af nu blijkt dat een kleine groep mensen voor behoorlijk wat overlast zorgt. Ik ben blij dat hij erbij noemde dat het om een kleine groep mensen ging die die overlast bezorgt. Zo gaat dat over het algemeen, een kleine groep die door hun gedrag de rest van de groep een slechte naam geeft.

De minister kon niet toezeggen dat dit snel kon worden opgelost. Wel wordt in zijn algemeenheid geprobeerd overlast te voorkomen of op te lossen. Ik weet niet hoe ze proberen dat te doen maar volgens mij zou het verstandig zijn mensen van binnen de groep te vinden die hun medeasielzoekers, in hun taal kunnen aanspreken. Dat zullen ze beter kunnen begrijpen en gemakkelijker aannemen.

Wat de dwarsliggende gemeenten betreft vraag ik me af waarom ze zouden denken dat zij zich niet aan deze wet hoeven te houden. Voelen zij zich daarvoor te goed? Is het angst? Of, zonder de boeren te willen beledigen, is het een kwestie van ‘wat de boer niet kent dat vreet (sorry voor het woord) ie niet?’

Recept voor een langdurige, liefdevolle en prettige relatie met je echtgenoot, echtgenote, vriend, vriendin, kinderen, ouders, familie en vrienden

Behandel elkaar met liefde en respect

Toon belangstelling in elkaars dagelijks leven

Zie elkaar

Ban verwijten uit je leven, niemand heeft iets aan verwijten, er is altijd een keuze

Help elkaar, het leven is te moeilijk geworden om alleen te moeten doen

Kijk elkaar aan met je liefste gezicht en als dit niet kan omdat er een onenigheid is, praat er dan over

Communiceren is in elke relatie belangrijk en bij goed communiceren is een belangrijk onderdeel “goed luisteren”

Behandel elkaar met liefde en respect, je zegt daarmee dat de ander het waard is om mee samen te leven, om mee getrouwd te zijn, om mee bevriend te zijn

Laat ook je kinderen in hun waarde

Er is veel van ze te leren als je ze serieus neemt en als je naar ze luistert

Vraag je af waarom je dingen verbiedt of juist opdraagt

Wat is daarvan de zin of de waarde

Wees je er bewust van

Leer je kind verantwoordelijkheid nemen, je bewijst hem daarmee voor de rest van zijn leven een dienst van onschatbare waarde

Spreek elkaar op verantwoordelijkheden aan, als dit nodig is

Geef het goede voorbeeld, aan je kinderen, maar ook aan elkaar

Met een (hopelijk meer dan één) liefdevolle relatie kun je het leven beter aan