Het zwarte schaap

Lang geleden las ik in een tijdschrift over een meisje dat de helft was van een tweeling. Wanneer ze jarig waren werd er voor haar broertje een groot feest georganiseerd met vriendjes en vriendinnetjes, met haar, omdat zij nou eenmaal het zusje was, en met enorm veel cadeautjes waarmee het broertje werd overladen. Voor haar was er niets, geen feestje en geen cadeaus. Ik kon het bijna niet geloven, hoe kan iemand zo met haar kinderen omgaan, want het was de moeder die haar zelfs een keer naar het leven stond. En ik dacht: ‘En de vader dan, en de rest van de familie?’ maar ik weet niet zeker of die er wel waren.

Nu ben ik vele jaren verder en heb heel wat meer gezien en gehoord van wat je denk ik wel kunt noemen: het zwarte schaap. Ik hou van mijn kinderen evenveel. Met elk kind en kleinkind heb ik een andere band, een andere relatie maar ik hou evenveel van allemaal. Betekent dit dat in de families met wat je kunt noemen ‘een zwart schaap’ dit niet zo is? Wordt er van ‘zo’n’ kind minder gehouden? Ik weet het niet.

Ik weet ook niet of mijn kinderen allemaal voelen hoeveel ik van ze hou. Ik heb wel eens het gevoel dat ik bij een (klein)kind tekort schiet. Maar ik weet niet hoe zij dat beleven. Wat ik dan kan doen is erbij stilstaan en genoeg aandacht geven want dat is waar (klein)kinderen recht op hebben, de aandacht van hun ouders en grootouders.

Wat ‘zwarte schapen’ in families meemaken weet ik niet. Ik weet wel dat je er op verschillende manieren mee kunt omgaan. Je kunt je leven lang een wrok tegen je ouders koesteren met alle gevolgen van dien. Of je kunt vergeven en ook dat heeft gevolgen voor hoe je verder leeft.

Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe iemand heeft kunnen vergeven. Ik hoop dat hij de rust en de liefde die hij uitstraalde ook zelf heeft kunnen voelen. Hij was een geweldig mens en een geweldige zoon voor zijn ouders. En ik denk toch dat hij ‘een zwart schaap’ was.

OuderTeam.nl

Twintig jaar geleden kregen we als gezin contact met een jongen die sinds zijn zesde jaar, met zijn gezin, hulp kreeg van Jeugdzorg. Hij was toen 16 jaar. In de twee jaar dat we hem kenden heb ik veel gezien van het onmachtige gezin waarin hij is opgegroeid. Zijn ouders waren gescheiden, toen hij nog maar een baby was, en zijn vader ging in Frankrijk wonen en kreeg daar een nieuw gezin. Zijn moeder kreeg een nieuwe vriend en een nieuw kind. De jongen had nu ‘een nieuwe vader’. De eerste tien jaar van zijn leven had de jongen daardoor geen contact met zijn biologische vader. Nadat ook de tweede relatie was gestrand wilde zijn moeder dat hij weer contact kreeg met zijn vader in Frankrijk. Het contact is tot stand gekomen maar van een ouder-kind relatie is nooit sprake geweest.

In die tijd ging ik werken op een ROC en sindsdien kreeg ik, als docent en leerlingbegeleider, steeds meer te maken met jongeren met soortgelijke problemen. Vaak waren het ook kinderen uit gebroken gezinnen en te vaak was er bij de ouders onmacht om de gezinsverhoudingen in goede banen te leiden.

Inmiddels weten we dat er veel kinderen met problemen binnen hun gezinnen te maken hebben. We weten ook, door wetenschappelijke onderzoeken en artikelen in wat we vroeger noemden ‘damesbladen’, dat veel van deze problemen voorkomen hadden kunnen worden wanneer aanstaande ouders beter waren voorbereid op het ouderschap.

Een van deze wetenschappelijke onderzoeken is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam en heeft geleid tot de online cursus PinkCloud. Een ander onderzoek is uitgevoerd door de Hogeschool van Leiden en heeft geleid tot het ontwikkelen van de gedeeltelijke online en gedeeltelijke offlinecursus OuderTeam. Persoonlijk denk ik dat een online cursus gemakkelijk gedaan kan worden door paren die daarnaar, uit zichzelf, op zoek zijn en er samen het beste uit kunnen halen. En ik vermoed dat er veel meer paren zijn die gebaat zouden zijn bij een oudercursus met de steun van offline lessen.

Bottomline is dat deze oudercursussen met veel inspanning, geld en menskracht wetenschappelijk zijn onderzocht en dat het erop lijkt dat het hierbij blijft. En dat is niet genoeg…ik zeg: weten is niet genoeg, het gaat erom wat er met die wetenschap gebeurt.

Om zoveel als mogelijk problemen in gezinnen te voorkomen moet er, volgens mij, aan de voorkant iets structureel verbeteren. In het zorgpakket voor ouders is alle zorg rond de geboorte van een baby geregeld. Maar er is tegelijk de geboorte van een gezin en daarmee moeten deze cursussen, daar ben ik heilig van overtuigd, in het zorgpakket een plaats krijgen. Daarbij zouden ouders de keuze hebben tussen een online cursus als PinkCloud of de (in mijn ogen completere) cursus OuderTeam. De verloskundige kan daarbij adviseren om te kiezen voor het ene of het andere, maar alle aanstaande en prille ouders zouden daarbij gebaat zijn.

Uiteindelijk zullen meer gezinnen zelfstandig (zonder hulp van instanties) en tot hun eigen tevredenheid en geluk kunnen functioneren. Dit zal de gemeenschap geld schelen. Elk gezin dat door een instantie geholpen moet worden kost veel geld en dat valt nog in het niet bij het levensgeluk dat die gezinnen ontberen door de problemen die ze hebben.

De destijds zestienjarige jongen is inmiddels de 30 al lang gepasseerd. Een paar jaar geleden kwamen we hem tegen op het voormalig terrein van Dennenoord waar mensen met psychische problemen worden opgevangen en begeleid. Hij woonde op dat terrein. We spraken hem kort en ik ben bang dat uitgekomen is waar ik al die jaren al bang voor was, dat hij nooit zelfstandig zal kunnen wonen en voor zichzelf zorgen. Bijna een leven lang afhankelijk zijn van instanties, dat kost de gemeenschap veel geld en de persoon in kwestie onbetaalbaar levensgeluk.

Waar verloren we elkaar?

Cal en Emily krijgen op hun 17de dochter Hannah en na hun 30ste, wanneer ze echt volwassen zijn, nog een zoon en een dochter. Ze houden van elkaar maar er knaagt iets. Emily gaat vreemd en wil scheiden, Cal vertrekt meteen. In een bar ontmoet hij een jongeman die hem bewust maakt van de ietwat slonzige manier waarop hij door het leven gaat en, nadat hij hem een soort make over heeft gegeven,  hem kennis laat maken met wat ‘loslopende’ dames. Bij een bezoek dat ze samen doen aan de school van hun zoon bekennen Cal en Emily elkaar schoorvoetend dat ze elkaar missen.

Met Cal en Emily in de mooie film Crazy, Stupid, Love, komt het goed. Het gezin blijft bij elkaar en ieder heeft iets uit de moeilijke, gelukkig korte, periode geleerd. Een zinnetje uit de film bleef bij mij hangen. Emily vraagt Cal: ‘When did we stop being ‘us’?

Voor mij staat in deze zin het ‘us’ voor het samenzijn van twee mensen. Je hoeft niet alles samen te doen maar een vorm van ‘samenzijn’ is in een relatie wel wenselijk. Wanneer je ieder je eigen gang gaat en langzamerhand steeds minder elkaars leven gaat delen dan verlies je dat samenzijn. Wanneer dan je ex-geliefde met een ander is en je vraagt je af: ‘Waarom kan hij nu wel zo zijn, zo doen, zo praten?’ dan heeft hij blijkbaar met die ander dat samenzijn dat jullie samen ergens zijn verloren. En soms vraag je je dan, te laat, af of dat wel nodig was geweest.

Ik ben er altijd alert op geweest en misschien heeft dat, voor mijn liefste, wel eens wat beperkend gevoeld. Ik heb hem ook eens gezegd dat ik bang was ons huwelijk te verliezen aan ‘iets dat niets voorstelt’. Dat heb ik mensen wel eens horen zeggen of las het ergens: ‘Het stelde niets voor,’ en dan was wel de relatie over of verstoord. Tegelijk heb ik me ook altijd gerealiseerd dat, wat er ook gebeurt iemand altijd meer is dan die ene gebeurtenis. En dat er gelukkig mensen zijn die hebben kunnen vergeven en daarmee hun huwelijk en gezin konden redden, zoals Cal en Emily.

Wanneer je relatie niet goed voelt en je daar wat ongerust over bent kan de vraag: ‘Zijn we goed samen?’ een goede opening zijn voor een mooi gesprek.

Een Corona geval

Ik voelde de griepklachten al opkomen voordat ik wist dat ik besmet zou zijn. Ik wist dat de kans er was maar wilde er niet aan. ’s Middags wist ik het zeker en ik voelde al snel de grieppijn in mijn lijf. Het was al eerder begonnen met hoesten, wat ik ook eerst ontkende en ik was al in quarantaine vanwege mijn liefste die nog in afwachting was van het resultaat van de test.

Ik deed de derde dag een test, mijn eerste, die verliep zoals ik had verwacht. Ik moest kokhalzen toen mij de test werd afgenomen en het staafje in mijn neus voelde ik ergens in mijn voorhoofd. Ik kwam thuis en kreeg een paar uur later de uitslag: U bent positief getest voor Corona. Ik slikte de hele dag aspirine en het leek nog best goed te gaan. Het hoesten werd alleen erger en het slapen steeds minder.

Op dag vier leek het mij goed om maar in bed te blijven in de hoop daar sneller van op te knappen en ook dag vijf en zes bracht ik voornamelijk slapend door. Het voelde als griep en toch anders, vermoeiender. Ik had een milde variant, geen koorts, geen benauwdheid, de grieppijnen gingen over, alleen het hoesten en de vermoeidheid bleef.

Ik ben inmiddels beland op dag 16 na het begin van de klachten. De afgelopen dagen is het op en neer gegaan, voornamelijk met de vermoeidheid. Het hoesten neemt af, heel langzaam maar het neemt echt af. Ik loop alweer een paar dagen één keer per dag een rondje buiten. Ik ben al snel weer een keer de supermarkt in geweest en we zijn een paar dagen weg van huis. En dat is heerlijk. Even uit ons huis, even een andere omgeving.

Ik heb vandaag een goede dag, gisteren een mindere. Ik heb me de afgelopen dagen vaak afgevraagd: ‘Wanneer word ik weer fit? Word ik echt weer fit? Wanneer kan ik weer hardlopen? Wanneer houdt het hoesten echt op?’ En ik heb een milde variant gehad! Dat is denk ik een ‘valkuil’ van deze ziekte. Hoe kom je eruit?

Mijn hart gaat uit naar de mensen die er heel ziek van zijn geweest. Voor hen zal het herstel er nog heel anders uitzien. En wellicht nog langer duren. Ik heb geluk gehad en realiseer me tegelijk dat nog onduidelijk is wat de uiteindelijke uitkomst zal zijn. De echte gelukkigen krijgen het niet. Het is een rotziekte…zelfs de milde variant.

Ik ben alles dat jij niet bent…en andersom

‘Een onmogelijke liefde’ zo noemde iemand het eens terwijl ze sprak over onze relatie. De relatie die ik heb met mijn liefste. Het huwelijk duurde toen 18 jaar en het waren turbulente jaren geweest. En waar het vooral niet aan ontbrak was liefde, want die was er voldoende.

Het is moeilijk elkaar te begrijpen wanneer je verschillend bent. Dat is voor iedereen gelijk. Wanneer je van dezelfde dingen houdt, hetzelfde voelt over de omstandigheden waarin je leeft, hetzelfde gevoel voor humor hebt en dezelfde dingen belangrijk vindt, dan kun je samen vloeiend door het leven gaan. Wanneer dat niet zo is…is dat lastiger.

Maar het kan heel goed, ik ervaar dat al 38 jaar en weet ook precies wat het kost. Communicatie is hierin heel belangrijk. Zowel praten als luisteren. Maar ook kijken en accepteren. Mijn liefste is daar heel goed in, in accepteren. Ik heb juist moeite met accepteren, maar ik kan heel goed onderscheid maken tussen wat ik echt belangrijk vind en wat niet. Daardoor laat ik heel veel beslissingen aan hem over. Meubels kiezen, of vakantiebestemmingen, dingen wel of niet doen? Prima. Als hij het graag wil vind ik het goed, als we het maar samen hebben en samen beleven.

Als ik iets heel belangrijk vind zou het gek zijn als het niet gebeurt en dan zou het ook gek zijn als mijn liefste daar moeite mee heeft. Want dat gebeurt gewoon niet. Het kan wel even lastig zijn, en dat heeft er dan mee te maken dat we elkaar op een punt even echt niet begrijpen, maar we komen er altijd uit…omdat we dat willen.

Waar we dan zo verschillend in zijn? In alles, echt alles. We hebben dat onlangs, en nu gelukkig glimlachend, nog samen geconstateerd. Want het is voor ons niet meer moeilijk en dat is wat de tijd die we samen zijn voor ons heeft gedaan. We hebben geleerd met elkaar mee te bewegen en te accepteren dat we zijn wie we zijn. Hoe zeg je dat ook? Oh ja, we kunnen elkaar in elkaars en onze waarde laten. 

Dat kan ik wel, oma

Wanneer baby’s peuters worden is daar altijd het moment dat ze gaan praten. Een bijzonder moment. Wanneer ze al lang groot en naar school zijn weten vaak hun mamma’s nog precies wat hun eerste woordje was. Van de meisjes herinner ik me een eerste korte zinnetje: ‘Mamma, eentje boot,’ en, nee, het eendje zat niet in de boot maar mijn kleintje nodigde mij uit om met haar de eendjes te gaan voeren. Het eerste woord van één van de kleinkinderen was volgens mij ‘baum’. Ik weet nog dat we ons verbaasd afvroegen of het een Duitstalig kindje zou worden.

De kleintjes leren van ons, ze luisteren naar onze woorden en beginnen die op enig moment na te zeggen. Heel lang praten wij tegen de kinderen en brabbelen zij hun enkele woordjes na. We glimlachen om hun verbastering van de woorden en zijn inwendig trots op het feit dat ons kleintje dat al doet. En we zijn ook blij en een beetje opgelucht, want dat de kinderen zich allemaal kunnen ontwikkelen is niet vanzelfsprekend.

En dan heb je opeens echte conversaties. Je merkt (wanneer is dat begonnen?) dat je niet meer tegen maar met je kindje praat. Wat hij ‘krom’ zegt hoef je niet te verbeteren, las ik in een Samenleren les. Zeg het liever in een vraag of antwoord op de juiste manier. Heel duidelijk merkte ik deze zomer bij ons jongste kleinkind dat hij dacht: ‘Hé, wat zei ik eigenlijk?’ Ik had voor hem en zijn broer een fles siroop meegenomen en toen hij zei: ‘Lekke(r) milonade,’ vroeg ik: ‘Ja? Vind je limonade lekker?’ Toen zag ik dat kleine koppie nadenken.

Een aantal maanden geleden, toen de jongetjes de laatste keer bij ons logeerden, kon de jongste voor het eerst (bij ons) zelf bij het fonteintje zijn handen wassen. Ik had al gemerkt dat, wanneer hij of zijn broer naar het toilet was geweest, het handdoekje op de grond, of op de pedaalemmer geslingerd lag. Ik begreep het ook wel, de ophang lus waar ik ze aan laat hangen is te breed en onhandig voor die ongedurige jongensvingers. ‘Hang hem daar maar overheen,’ zei ik, wijzend op de zwanenhals onder het fonteintje.

De volgende dag verwisselde ik het handdoekje en daaraan bleek een echt lusje te zitten. Jongste kleinzoon droogde er zijn handen aan af, zag het lusje en zei, toen ik het doekje wilde ophangen: ‘Oh, dat kan ik wel oma,’ en die zin zit sindsdien in mijn hoofd. Elke week komt dat ene lichtblauwe handdoekje, met echt lusje, een keer door mijn handen en dan hoor ik het zijn blije stemmetje weer zeggen.

Hij gaat sinds kort naar school en ik weet nu al dat wanneer hij straks echt groot en volwassen is, ik hem nog steeds voor me kan zien als driejarig jongetje en zijn blije stemmetje kan horen…voor altijd als een puntgave herinnering in mijn hoofd.

We zullen elkaar nooit helemaal kennen…en dat is eigenlijk wel oké

Ik ben een nieuwsgierig Aagje. Daar, ik heb het gezegd maar ik denk eigenlijk dat iedereen dat al lang weet. Ik kan niet liegen en dat heeft te maken met dat laatste. Ik denk dat iedereen dat ook wel weet. Als ik zou liegen dan zou dat bij wijze van spreken ‘op mijn voorhoofd geschreven staan’. Zonder letters zou er staan ‘ze jokt’. Ik hou niet van mensen die liegen. Zelfs een leugentje om bestwil vind ik meestal verkeerd, of misschien moet ik zeggen, niet nodig. Zeg gewoon hoe het is. Toen mijn man en ik nog echt jong waren zei hij een keer tegen mij: ‘Je hoeft niet roomser te zijn dan de Paus, Ro’m,’. Nu maakt me dat niet meer van streek, maar vroeger had ik een enorme hekel aan dat idee…dat hij dat van mij vond.

Omdat ik zo’n nieuwsgierig Aagje ben denk ik mijn gezin wel goed te kennen. Ik heb door de jaren heen veel met hen gesproken, over allerlei onderwerpen. Alles wat mij, en hen, bezighoudt en dat is best veel. Je zult mij niet horen zeggen: ‘Wat interesseert mij dat nou?’ Ik zeg expres dat ik ‘denk mijn gezin wel goed te kennen’ omdat ik het niet weet. Wat ze mij vertellen is waar, daar ben ik vrijwel zeker van. Maar er zullen altijd dingen zijn die ze mij niet vertellen.

En soms waag ik het erop en vraag er gewoon naar. Bij één van de dochters bijvoorbeeld. Als kinderen een bepaalde leeftijd hebben, meestal zo rond de puberteit, dan willen ze soms niet meer naast hun ouders lopen. Of ze willen in het openbaar niet meer geknuffel worden. Het lijkt een soort van schaamte. Ik heb er nooit iets van gemerkt en vroeg één van onze meisjes hoe dat vroeger was. Ze dacht er even over na en zei: ‘Nee hoor, mam. Ik had dat niet.’ En ik zag dat het zo was.

Laatst dacht ik: ‘Zouden veel mensen elkaar goed kennen? Zouden veel mensen zo communiceren dat ze daadwerkelijk weten wat de ander bezighoudt? Zouden andere mensen dat ook belangrijk vinden? Niet zomaar mensen, maar mensen die een relatie met elkaar hebben, familie, vrienden, geliefden? Zouden ‘houden van’ en ‘elkaar goed kennen’ met elkaar te maken kunnen hebben?’

Ik zei het al, ik ben een nieuwsgierig Aagje…en een mijmeraar. Ik mijmer nog even door.

December 2017

Het is weer december. Zoals het elk jaar december wordt. Het sneeuwt, bij ons de eerste droge sneeuw van dit winterseizoen. De grote boom, achter mijn raam, staat aan de overkant maar zijn takken lijken heel dichtbij. Alsof ik ze vanaf mijn balkon, zo zou kunnen aanraken. De boom heeft heel veel takken met hier en daar nog een bijna losgewaaid blaadje eraan. Door de gestaag vallende sneeuw worden de takken steeds witter.

Achter mij branden de lichtjes in de kerstboom. We hebben geluk met de boom dit jaar. Hij stond in al zijn schoonheid gewoon bij de Praxis op ons te wachten. We doen nooit moeilijk over een boom, we kiezen er gewoon één uit en dan blijken thuis aan één kant kortere takken te zitten dan aan de andere kant, of de stam loopt scheef. Of hij wil niet in de houder, of in ieder geval niet zoals mijn liefste dat wil. Nu klopt alles. En omdat ik me er niet mee bemoeid heb is hij sober ingericht. Met kleine balletjes en kleine dennenappeltjes en kleine andere versierinkjes. En in plaats van een piek hangen aan de top het engeltje en het skiestertje, voor mij. Onder de boom staat het kleine mandje met de twee grappige beren met de kerstmutsen op en het lelijke kerstmannetje. Een ander poppetje heeft er ook een plekje in gekregen. Hij is oud en smoezelig, maar mag wel blijven.

Het jaar is al bijna weer om en het is weer snel gegaan. Het was weer een jaar met veel vreugde en ook wat verdriet. Ziekte wat gelukkig niet fataal werd, maar het wel had kunnen worden. Een scheiding waarbij gelukkig het belang van de kinderen voorop kan worden gesteld. Daarom is het niet minder verdrietig maar misschien, hopelijk minder schadelijk dan wanneer hun belang niet voorop had gestaan. Het is een jaar met heel veel liefde en dankbaarheid. Een jaar met liefdevol communiceren waardoor we voelen hoeveel we om elkaar geven en ook weten dat we afstand kunnen nemen als we dat nodig hebben.

Buiten sneeuwt het nog steeds en binnen is het warm en knus en veilig.

Eternal flame

Ik werd wakker met het mooie liedje ‘Eternal flame’ van The Bangles in mijn hoofd. Zin voor zin kwam bewust in mij op. ‘I believe, ’t was meant to be, darling. I watch you when you are sleeping, you belong with me’. En dan verder in het liedje ‘A whole life, so lonely and then you come and ease the pain, I don’t want to loose this feeling’.

En opeens weet ik het: dit zijn wij, dit gaat over ons. Onze relatie, ons samenkomen was tegelijk onmogelijk en onvermijdelijk. Aldoor vraag ik mij af hoe het kan dat ik me tegenover hem vaak zo voel: blij, trots, een beetje verlegen en ook een beetje dankbaar.

Ik ben nog steeds in een menigte of zelfs een kleinere groep mensen ‘verloren’. En dan is hij mijn veilige baken. Zoals ik in de vroege ochtend schreef in een gedicht ‘… my beacon in the crowd’. Ook in abstracte zin klopt het. Deze wereld is voor mij complex, zoals het is voor veel mensen. En lang geleden, toen ik mij net in een onmogelijk leven had gestort, was hij daar en loste het voor mij op. Nu zorgen wij, al heel lang, voor elkaar. Hij lenigt mijn nood en ik die van hem en ik weet: our flame wil eternally burn.

Om dat in woorden te vatten is niet gemakkelijk en daarom werd ik vanmorgen met het liedje wakker en moest ik huilen omdat ik het opeens begreep. Ik stond op en schreef de eerste woorden van het gedicht ‘I wake up with the song in my head…’.

Ik voel me Santiago, de jonge herder uit het bekende boek van Paulo Coelho ‘De Alchemist’. Om op mijn leeftijd de schat te vinden die er altijd al lag ontroert me diep.

Ik had al heel veel liefde toen hij in mijn leven kwam. Ik heb het al vaker geschreven, van mijn grote familie had ik niemand kunnen missen. Van hen heb ik mijn leven lang de onvoorwaardelijke liefde gekregen zoals wij, hij en ik, die nu ook geven aan onze kinderen en hun gezinnen. Behalve natuurlijk onze schoonzoons zijn zij onze bloedverwanten en dat maakt het tussen hem en mij anders. Dat hij kwam en onder de toen lastige omstandigheden bleef was een keuze…en dat maakt dat het me zo ontroert.

De waarheid

We hebben allemaal onze eigen kijk op gebeurtenissen. Dingen gebeuren en daar vinden we wat van. Moet dat? Nee, dat hoeft niet, maar het is wel menselijk, het ‘overkomt’ de meesten van ons. Echt kwaad doet het op dat moment nog niet. We kunnen iets mooi of lelijk vinden, leuk of niet leuk. We kunnen het ook met anderen delen want we vragen ons ook vaak af, wat een ander daarvan vindt. En we voelen ons dan het prettigst wanneer de ander onze mening deelt. Dat voelt gewoon het fijnst.

Wij mensen zijn bijzondere creaturen, of ik moet dat in mijn eentje zijn, maar dat geloof ik eigenlijk niet. Onze reactie op wat wordt gezegd hoeft niet iets te zeggen over hoe we ons er echt over voelen. Dat kan namelijk van moment tot moment verschillen. Het ene moment wordt mij iets verteld en heb ik de behoefte daartegen te ageren omdat ik het er niet mee eens ben. Op een ander moment kan de sfeer zodanig zijn dat ik over dezelfde uitspraak totaal niet de behoefte heb ertegen te ageren. Ik bent het er niet mee eens maar weet dat de spreker er stellig van overtuigd is. Ik heb er niets meer of minder om wanneer ik ertegen ageert terwijl ik me ervan bewust ben hoe lastig het voor de ander is wanneer ik dat wel doe.

Voor mij maakt het inmiddels niet meer uit. NIVEA, niet invullen voor een ander, dat ik lang geleden leerde in een cursus op school, beheers ik tegenwoordig. Tegen mij kun je alles zeggen, op wat voor toon dan ook, want ik laat het bij jou. Ik ga uit van je goede bedoeling en zal hoogstens zeggen dat ik dat anders zie. Of vragen waarom je iets vraagt of zegt wanneer ik dat niet begrijp.

Soms vellen mensen een oordeel over je en kunnen dat niet meer bijstellen. Zij hebben ‘de waarheid in pacht’, zij weten hoe het zit. Ik kan dat niet. ‘De waarheid’ bestaat volgens mij niet. Je kunt overal wat van vinden, je kunt het ergens mee eens of oneens zijn. Maar het kan niet zo zijn dat jij gelijk hebt omdat jij dat vindt en ‘dus’ de ander ongelijk heeft. Zo ‘werkt’ het in het leven niet. Dat is althans mijn mening.