Beweeg, doe iets

Toen ik in de dertig was, met opgroeiende kinderen, een studie en een baan om die studie te betalen, had ik nog nooit echt gesport. Ik had twee jaar een cursus jazzballet gedaan, een paar halfslachtige pogingen om hard te lopen en rek en strekoefeningen te doen en voelde me niet echt goed in mijn lijf. Een beetje krakkemikkig, zei ik in die tijd wel eens.

Met een vriendin ging ik na mijn studie, ik was toen 37, een paar keer naar de sportschool, deed weer een cursus jazzballet en ging uiteindelijk op mijn 41ste met haar hardlopen. Zij kon dat heel goed, ik deed het tegen heug en meug, omdat het me veel energie kostte. Ik had en heb nog steeds geen uithoudingsvermogen, waar dat ook maar aan ligt.

Ik hield het wel lang vol en had het idee dat het ook wel moest omdat ik vreesde te zullen ‘groeien’ als ik ermee stopte. De jaarlijkse 4 Mijl was mijn persoonlijke drijfveer om het hardlopen door te zetten en ik heb dat gedaan, met mijn vriendin, tot mijn 60ste. We ‘renden’ daarna nog regelmatig en deden in plaats van de 4 Mijl 2x mee aan de city-run waarbij we ook door een aantal prominente gebouwen in de stad wandelden.

Sinds vier jaar verblijven wij een deel van de week in het westen van ons land en daarmee was het afgelopen met onze wekelijkse loopjes. Om toch te bewegen wandel ik nu regelmatig. Verder begon ik in 2022 met een aantal buik- en rompoefeningen die ik uitbreidde naar een serie van 10, en die ik om de dag deed. Ik had ook de bewegingen per oefening gaandeweg laten oplopen naar sommige 20, 30 of 40 per oefening. Ik begin altijd met 60 ronddraaiingen ‘fietsen in de lucht’. Ik hield dit 2½ jaar vol en toen kreeg ik een slijmbeursontsteking in mijn been.

De dokter raadde Ibuprofen aan, maar dat hielp niet. Ik stopte met de Zumbalessen waaraan ik in die tijd was begonnen en stopte ook met alle oefeningen. Ik ontdekte dat helaas de spierkracht, die ik in meer dan 2 jaar tijd had opgebouwd, binnen twee maanden weer was verdwenen. Op het internet vond ik toen een oefening speciaal voor die ontsteking in mijn heup. Een heel eenvoudige, en die hielp. Ik deed een tijdlang elke dag die oefening, zoals aangeraden, 5x 45 seconden met steeds 1 minuut rust. Toen ik met mijn 40 dagen niet snoepen begon, begon ik ook weer voorzichtig met die oefeningen. Ik bouwde ze op, maar nu elke dag de helft van wat ik eerder deed en de oefeningen voor mijn heupen.

Ik merk dat de spierkracht weer terug is. Ik merk ook dat elke dag oefenen beter voelt dan om de andere dag, ook omdat het de halve belasting is van de oefeningen die ik om de andere dag deed. Na meer dan 40 dagen dit doen, zit het helemaal in mijn systeem. Ik sta ’s morgens op, het maakt niet uit hoe laat, en doe allereerst mijn oefeningen. Of ik goed of slecht heb geslapen maakt ook niet uit, maar ik slaap over het algemeen beter. Tussen de oefeningen door gaap ik de slaap uit mijn lijf. En na minder dan een half uur ben ik helemaal klaar voor de dag.

Er is maar één ding dat ik jammer vind en dat is…dat ik er niet eerder mee begon.

Gedrag

We kunnen niet weten hoe iemand echt is omdat we niet ‘in’ iemand kunnen kijken. We kennen allemaal mensen van ‘dichtbij’. Mensen met wie we een relatie hebben, met wie we meerdere malen gesproken hebben of die we regelmatig hebben meegemaakt. We maken dan een inschatting van hoe ze zijn…en daar vinden we dan wat van.

Toen ik mijn eerste kleine meisje had was ik een keer met haar aan het wandelen toen een grotere jongen iets deed of zei wat ik voor haar heel vervelend vond. Ik zei vervolgens iets naars tegen hem om mijn meisje in bescherming te nemen. Zij was nog geen twee, de jongen misschien zes, of zeven en ik nog een prille moeder van bijna 27. Het is te lang geleden om te weten wat we precies zeiden, maar wat ik nooit ben vergeten is wat er vervolgens gebeurde. Vanuit de tuin waar we voor stonden hoorde ik een vrouwenstem streng zeggen: ‘Nou, nou,’. Meer zei ze volgens mij niet maar ik schaamde me diep. Ik had tegen het jongetje nooit zo mogen uitvallen.

Jaren later heb ik met een dame geluncht op mijn uitnodiging. Wij kenden elkaar via wederzijdse vrienden en mijn man, en ik vond het altijd vervelend haar tegen te komen. Ik vond haar opdringerig en ergerde me aan de manier waarop mensen haar aandacht gaven. Omdat we elkaar een bepaalde tijd meerdere malen ontmoetten ontdekte ik dat ze een aardig persoon is en hoorde ik dat ze zich verbaasde over mijn gedrag, alsof ik haar niet mocht en goedbeschouwd had ik daar helemaal geen reden toe.

Toen ik haar een keer tegenkwam in de stad vroeg ik haar of we een keer zouden lunchen en ik verontschuldigde me voor mijn gedrag tot dan toe. We hadden een leuk gesprek waarbij we elkaar een beetje leerden kennen en toen we afscheid namen zei ze: ‘Zullen we elkaar gelijk maar even een knuffel geven?’ en ik had het gevoel haar recht te hebben gedaan. Dat had ik het jongetje van destijds en zijn moeder ook willen doen, alleen stonden toen mijn jeugd en onervarenheid dat in de weg.

Ik hoop dat de moeder van het jongetje van destijds begreep, en ik denk dat dat zo is, dat mijn gedrag van dat moment niet is wie ik helemaal ben. Ik heb meerdere mensen in mijn leven (gehad) van wie ik het gedrag afkeurde en ik weet, en dat geldt voor iedereen, dat mensen altijd meer zijn dan ze op welk moment ook laten zien. En daarom zal ik nooit een mens afwijzen…maar soms wel zijn gedrag.

Gratis geld, gratis tijd

Soms is er een afspraak, privé of voor werk, die om wat voor reden dan ook, niet doorgaat. Dat zou jammer kunnen zijn, maar dat vinden wij niet. We hebben dan namelijk opeens ‘gratis tijd’. Opeens is er tijd die bezet was en is vrijgekomen. Tijd waarmee we helemaal mogen doen en bedenken wat we willen. En waar vroeger de regel was ‘tijd is geld’ lijkt tijd nu wel veel kostbaarder dan hoeveel geld dan ook.

Er zijn zoveel dingen die ik graag meer zou willen doen. Vaker mensen bezoeken, ukelele spelen, tekenen om maar eens wat te noemen. Ik heb daar genoeg tijd voor maar die vul ik om één of andere reden anders in…totdat er een afspraak uitvalt en dan doe ik zoiets wel…in mijn gratis tijd.

We hebben nu de leeftijd bereikt dat de mensen om ons heen met pensioen gaan. Sommige van onze vrienden en familie al een aantal jaren. Ik verbaas me er vaak over hoe druk de meeste van deze mensen het nog hebben. En ik vraag me vaak af hoe wij dat later zouden doen. Staan we later op dan nu we nog werken? Gaan we vergeten welke dag het is, of gaan we ons aan bepaalde routines houden om dat te voorkomen. Gaan we de plannen laten uitkomen zoals we die hadden bedacht voor als we ooit, later met pensioen zijn en echt tijd hebben. Hoe voelt het om vrij te zijn, te weten dat je niet meer ‘hoeft’ te werken.

En opeens is het ‘later’ geworden. Het eerst voor mij, omdat ik de oudste ben van ons twee. Vanwege ons vroeg ontvallen familieleden heb ik al vanaf mijn 62ste prepensioen genomen. Een klein bedrag per maand omdat ik al op mij 56ste, na 40 jaar werken, stopte met veel uren werken. Voor dit geld heb ik zelf gewerkt, zo voelt het. Hoewel ik al vroeg stopte met meerdere dagen per week werken hoefde ik nooit ‘mezelf te bedruipen’. Maar een aandeel doen aan ons huishouden, met dat prepensioen vond ik wel prettig.

Nog 7 maanden tot mijn 67ste verjaardag waarvan ik er 5 of 6 een paar diensten per maand zal doen, en dan ben ik zover. Dan ga ik met pensioen en dan krijg ik naast de rest van mijn pensioen AOW, net als alle andere pensionado’s. En dat zal voor mij echt voelen als…gratis geld. Ik kan me er nu al op verheugen.  

De lengte van je ‘touwtje’

‘Zou jij het willen weten?’ vraag ik aan mijn man. Na enig nadenken zegt hij: ‘Ja, ik geloof het wel…jij?’ Nee, ik denk het niet. Ik denk niet dat ik wil weten hoe lang mijn leven zal zijn.

In de Volkskrant van 21 juni 2025 lees ik in een artikel dat ‘twee derde van de patiënten met uitgezaaid kanker wil weten hoe lang ze nog te leven hebben’. Artsen blijken terughoudend om patiënten een levensverwachting mee te delen. Ik begrijp dat wel omdat nooit met zekerheid te zeggen is hoe lang dat zal zijn. Bovendien is ook niet te voorspellen wat het met de patiënten gaat doen.

Het was moeilijk het ziekteproces van drie van mijn vier familieleden, die inmiddels zijn overleden, aan te zien maar we waren natuurlijk blij dat ze er waren zo lang dat zo was. En zij leken ook niet ‘klaar om te overlijden’. Tegelijk is dat ook niet de vraag.

Zou je willen weten wanneer je overlijdt? Die intrigerende vraag staat centraal in de Amerikaanse besteller ‘The measure’ van Nikki Erlick. Ik vind het een heel moeilijke vraag. Ik kan me niet voorstellen dat ik dan heel anders zou leven dan ik nu doe. Ik heb een heerlijk leven. We hebben twee prachtige dochters gekregen die allebei een mooi gezin hebben. Onze kleinkinderen zijn 8, 11, 15 en 17. Volgens mij kennen ze ons goed omdat we op alle vier hebben gepast. We hebben met de kinderen (alle acht) en onze families een goede relatie. We zijn al 43 jaar samen en weten dat we van elkaar houden en elkaar tegelijk wel eens een keer ‘achter het behang kunnen plakken’.

Ik zou niet eens weten wat ik anders zou kunnen doen. Ik heb meer dan 40 jaar gewerkt en geprobeerd iets voor de gemeenschap te betekenen. Ik heb aandacht voor onze familie en vrienden. Ik heb een beetje vrijwilligerswerk gedaan en ga dat weer doen wanneer wij rustig in één plaats wonen. Ik heb geen bijzonder leven maar prima voor mij.

Gisteren zagen wij voor de tweede keer de film ‘Love at first sight’. Het meest opmerkelijke in die film, vind ik, is dat de moeder van één van de twee hoofdpersonen ongeneeslijk ziek is en nog bij leven een ‘memorial’ krijgt die ze zelf met haar gezin heeft georganiseerd. Ze wil er graag bij zijn wanneer alle mooie woorden, die meestal bij een begrafenis worden gezegd, over haar worden gesproken. Dat vond ik een heel goed idee.

Haar zoon was verdrietig omdat ze geen levensverlengende kuren meer wilde ondergaan maar zij wilde zo lang mogelijk zich goed blijven voelen, terwijl ze met die kuren zich heel ziek zou voelen. En ze zou hoe dan ook doodgaan. Net als wij allemaal, alleen wist zij dat dat geen jaren meer ging duren.

Wij zijn daarvan nog in onwetendheid, zolang we de lengte van dat touwtje niet weten. Gelukkig, vind ik.

Femicide/Oorlog

Iedereen die nooit zo’n roofdier zal zijn

Zal mee kunnen voelen met de pijn van slachtoffers van femicide

Hoezo kunnen we dat niet VERBIEDEN

Oh nee, dat is het al

Net als OORLOG, toch trappen we steeds in die val

Van onmenselijk leed

Hoe WREED

Aan de man is nu het woord

Om zijn soortgenoten, het hoofd verstoord

Te herstellen, te genezen

Zodat vrouwen en onschuldigen niet meer, nooit meer, hoeven

Te VREZEN

Het is naïeve rijmelarij maar het is wel mijn naïeve rijmelarij. Het ritme klopt niet, voor mij, maar de rijm wel. En ook de wellicht naïeve boodschap hoe achterlijk en weerzinwekkend het is dat deze woorden OORLOG en FEMICIDE in ons vocabulaire moeten bestaan.

Het is aan de mannen die wel tegen hun slechte soortgenoten kunnen opstaan om de vrouwen en onschuldigen te BESCHERMEN.

Na 40 dagen

1 juli begon ik met mijn missie van 40 dagen geen koek, snoep, chips en chocola. Ik wilde het al heel lang proberen, in ieder geval de gewoonte doorbreken om liefst elke dag koekjes en chocola te eten. Chips en snoepjes in ieder geval één tot meer keren per week. Mijn gewicht zit al decennia tussen de 65 en 66 kilo. Af en toe hield ik het een paar weken vol om minder te nemen en dan viel ik twee kilo af…en die waren er altijd binnen no time weer bij. Een dame bij wie ik een tijd lang regelmatig kwam zei: ‘Oh, dat is jojoën,’ en ik zei: ‘Twee kilo maar,’. ‘Ja,’ zei ze, ‘jojoën, dus’. Ik vond het niet leuk als ze dat zei maar het klopte natuurlijk wel.

Mijn man had gezegd: ‘Begin toch na de vakantie of nadat we in Roemenië zijn geweest (begin September), dat is gemakkelijker.’ Maar ik was er klaar voor en ik zei: ‘Nee, ik begin nu.’

Ik vond het niet moeilijk wanneer hij bij de koffie wel een koekje nam, zoals we samen, bijna altijd deden. Ik begon andere tussendoortjes te nemen, meer fruit bijvoorbeeld. Ik eet nu regelmatig wilde perziken die gezond zijn vanwege de vezels. Een gekookt ei of een handje pinda’s. Ik eet ook iets meer zuivel, yoghurt als tussendoortje en niet alleen als toetje.

Op vakantie at ik regelmatig een ijsje, met of zonder chocola. Op de trouwdag van onze dochter en haar man en op de verjaardag van mijn oudste zus at ik een taartje en dat was het.

Ik ben 3 kilo afgevallen en sinds ik drie dagen geleden weer ‘alles mocht eten’ heb ik een bakje chips en een blokje chocola gegeten naast ontbijt, lunch, warme maaltijd, fruit en zuivel. Ik drink veel water en soms een glaasje cola, met suiker, dat was ik ook blijven doen.

Voel ik me anders? Niet echt. 3 kilo maakt geen verschil in maat, maar ik glij soepeler in mijn kleren. ‘Je krijgt dan veel meer energie,’ zeiden mensen, maar dat heb ik niet gemerkt. Misschien wel andersom dat ik minder of geen energiedips meer heb. En ik slaap regelmatig beter, wat ik ook winst vind. Goed slapen is een deel van een goede gezondheid.

Het voelt minder spectaculair dan stoppen met eten en tegelijk lezen, waaraan ik bijna mijn hele leven verslaafd was. Ik ben blij dat ik het heb gedaan en ik heb het idee dat ik dit gewoon volhoud.

Het is dus te doen, een gewoonte doorbreken door het 40 dagen anders te doen, maar je moet er wel klaar voor zijn…en dat was ik nu.

Stel je voor

Stel je voor dat er geen bullebakken waren die haat zaaiden in de harten van bange, onzekere mensen. Stel je voor dat er geen racisme was. Stel je voor dat niet geld maar liefde en het welzijn van mensen belangrijk werd gevonden. Stel je voor dat we elkaar niet de maat zouden nemen.

Stel je voor dat we respect voor elkaar zouden hebben. Niet alleen voor mensen die ons intimideren, die in onze ogen belangrijk zijn om wat voor reden dan ook, die meer gestudeerd hebben dan wij, of gewoon harden roepen dan wij, maar gewoon…voor iedereen.

Stel je voor dat we begrepen dat anderen misschien niet zoveel geluk hebben als wij. Omdat ze chronisch ziek zijn, hun wiegje niet op een fijn plekje heeft gestaan. Ze veel pech in hun leven hebben of niet zo weerbaar zijn als wij. Of…in het verkeerde lichaam geboren zijn.

Stel je voor dat we allemaal mochten zijn wie we zijn. Dat we homo mogen zijn, lesbies, hetero, transgender, queer, intersekse, biseksueel, aseksueel, non-binair of panseksueel.

Stel je voor dat er geen geweld werd gebruikt. Tegen niemand. Dat er geen oorlog was, hulpverleners niet door geweld in hun werk werden gehinderd, kinderen veilig konden opgroeien, mensen stomweg ‘hun handen thuis konden houden’…er geen femicide was of eerwraak, of seksueel misbruik.

Stel je voor dat iedereen werk deed waar hij echt goed in was. Dat hulpinstanties daadwerkelijk hulpverleenden aan gezinnen die hun hulp zo nodig hebben. Dat niet één gezin de ene na de andere hulpverlener of instantie zou ‘krijgen’ voor wie zij allemaal een verdienmodel zijn. Dat de politiek daadwerkelijk zo in elkaar zat dat het land echt en goed geregeerd werd, dat alle politici integere mensen waren die niet voor zichzelf maar voor de burgers in de kamers zaten. Stel je voor…

Stel je voor dat we samen goed voor deze aarde zouden zorgen. Dat we allemaal begrepen dat niets eindeloos kan groeien, en dus ook de economie niet. Stel je voor dat we geen overbodige producten zouden kopen uit een ver land, voor een habbekrats. Stel je voor dat we allemaal begrepen dat er altijd iemand is die betaalt wanneer wij voor die habbekrats iets kopen. Iemand die niet betaalt krijgt wat hij wel verdient.

Stel je voor dat we allemaal naar onszelf zouden kijken en bedenken wat wij kunnen doen om onze omgeving een prettige omgeving te laten zijn. Niet alleen prettig voor onszelf maar ook voor de mensen om ons heen. Als we dat allemaal doen dan krijgen we een andere wereld. Een vriendelijker wereld, misschien een betere wereld. Stel je voor, nee, stel je voor.

Zeeman

Toen mijn meisjes vroeger nog klein waren droegen ze vaak joggingpakjes van Zeeman. Ze verkochten ze in allerlei lieve, lichte kleurtjes die mijn meisjes goed stonden. Met zo’n pakje was je in één keer klaar en ze waren voor ons, en heel veel anderen, vooral heel goed te betalen. Alles was bij Zeeman goedkoop en zo stonden ze ook bekend…als een goedkope winkel.

Ik heb een keer in een filiaal gevraagd hoe ze dat deden, hun waar zo goedkoop aanbieden. Het werd toen steeds bekender dat in de textielindustrie veel leed werd gedaan aan, en ondergaan door, de mensen die in die industrie werkten. Ik wilde daar zo min mogelijk aan meedoen. De medewerkster stelde mij gerust door te vertellen dat ze hun artikelen zo goedkoop konden laten maken omdat het veelal basic kleding betrof. Die zouden dus niet in overmatige stofjes worden gemaakt, concludeerde ik daaruit.

Op enig moment stuitte ik op een artikel waarin winkelketens werden genoemd die hun kleding ‘goed’ lieten maken. Goed in de zin dat er geen leed werd gedaan aan de mensen die ze voor hen maakten. En met oog voor de impact op het milieu. Tot mijn vreugde werd ook Zeeman daarbij genoemd.

En dan valt mijn oog op een artikel in Volkskrant Magazine van 17 mei 2025 met de titel: Voor de draad ermee vallend onder de kop ‘duurzaam: het betere spul’. Misschien valt me het meest de gele kleur op van de bladzijden waarop het artikel gedrukt is. Zo geel, Zeemangeel met blauwe letters in de kop.

Het artikel verhaalt over een herentrui en een spencer gemaakt van textielafval. Het Nederlandse Recyclebedrijf Frankenhuis verwerkte de afgedankte truien en versleten personeelskleding…van Zeemanfilialen…tot geperste vezelbalen, waarna het Nederlandse bedrijf Spinning Jenny van deze balen klossen garens maakte. De Italiaanse breifabriek Stella Sky fabriceerde van deze garens de truien. In navolging van deze truien en spencers werd, op initiatief van afvalorganisatie Cirkelwaarde, een hamamdoek geweven door Enschede textielstad. Sociaal naaiatelier Remake society maakte de labels, zo staat in het artikel te lezen. Deze hamamdoeken worden ook verkocht bij Zeeman.  

Directeur en oprichter van Spinning Jenny, de enige industriële en circulaire garenspinnerij in Nederland en één van de modernste in Europa, is Paula Gerritsen. Zij had nooit gedacht dat een textielsuper als Zeeman de stap tot het laten maken en verkopen van deze duurzame artikelen zou nemen. De artikelen liggen tussen het reguliere assortiment. Dit verbaast haar niet. ‘Uiteindelijk,’ zegt ze, ‘moet wat Zeeman doet voor iedereen gewoon zijn. In de ideale situatie neemt iedereen verantwoordelijkheid om iets te doen.’

Ik vind het stoer van Zeeman en ik hoop dat de modeketens er snel een voorbeeld aan nemen.

Mannencrisis?

Telkens weer lees ik over genderongelijkheid waarbij ‘altijd’ de vrouw het onderspit moet delven. Vrouwen hebben veel minder kans op een directiefunctie dan mannen. Vrouwen verdienen te vaak minder dan hun mannelijke collega’s in dezelfde functie. Vrouwen worden minder serieus genomen dan mannen enzovoort, enzovoort, omdat ze vrouw zijn met als ultieme ongelijkheid femicide…vrouwenmoord.

En dan lees ik in de Volkskrant van 28 juni 2025 over een essay met de naam Een nieuwe rol voor de man onder de kop Help de man verzuipt. Volgens dit artikel worden mannen geframed als sukkel of monster.

In het artikel wordt Richard Reeves aangehaald, vader van drie zonen en auteur van het boek Over jongens en mannen. Volgens door Reeves aangehaalde statistieken ‘doen jongens het significant slechter op school, hebben ze vaker een gebrek aan vrienden en vluchten vervolgens eerder in verdovende middelen en videospelletjes’.

Reeves erkent dat de vrouwenstrijd nog lang niet is gestreden maar dat ‘de grootste emancipatieslag in de economische geschiedenis ingrijpende gevolgen heeft voor mannen’. Volgens Reeves ervaren vrouwen ‘minder fragiliteit van betekenis omdat ze meerdere rollen vervullen: de rol van moeder, werknemer, hartsvriendin en buurvrouw. Dat ‘mannen veelal leunen op een voornaamste rol: die van de kostwinner en dat die rol juist op de tocht staat.’  Dat laatste lijkt mij al lang achterhaald.

Het essay verhaalt verder over hoe volgens het boek Verloren helden ‘Mannen worden geacht daadkrachtig, stoer en geil te zijn met grote frustratie tot gevolg als zij niet aan die verwachting kunnen voldoen’. De films en series die vervolgens in het essay worden genoemd en waarover kort iets wordt gezegd over de dan wel sukkelige, clowneske of monsterachtige hoofdpersoon trekt mij helemaal niet aan en zou ik ook niet per se aan de mannen en jongens die ik ken aanbevelen.

Ik begrijp wat er in dit lange artikel wordt gezegd over een ‘mannencrisis’ en ze te ‘helpen aan een nieuw verhaal’. Maar wat ik niet begrijp is dat de auteur van dit artikel ‘omdat ze geen zin heeft om de mannen in haar leven emotioneel op te voeden, alle hoop op de media gevestigd heeft’ en dat…zou ik nou juist niet doen.

Luxe

‘We leven in luxe,’ zegt mijn man. ‘Oh ja?’ vraag ik, denkend aan de tweedehands kleding die we de laatste jaren bijna alleen nog maar kopen. Ons leven waarin ‘met mate’ een veel gebruikte term is.

‘Ja,’ zegt hij, ‘in drie huizen wonen is hartstikke luxe.’

‘Maar onze drie huizen zijn samen kleiner dan menig huis waar andere mensen in wonen en bovendien is een van de drie een deel van het huis van onze dochter, en dus niet van ons,’ sputter ik tegen.

De waarheid is dat ik het geen luxe vind, maar wel eens bezwaarlijk omdat je maar in één huis tegelijk kunt zijn. Het is ook waar dat het één een Tiny House is en het andere een klein appartement. 

Dat wij werk hebben vindt hij ook een luxe en ik kan daarbij bedenken dat onze kinderen beiden gezinnen hebben die het samen goed doen en goed hebben, wat ik dan weer een luxe vind.

Dus wat is dan luxe. We zijn dit jaar in Italië aan het kamperen omdat we twee jaar geleden voor ons 40 jarig huwelijk van onze kinderen een nieuwe, grote tent kregen. Jarenlang had ik verkondigd dat ik met ons 40 jarig huwelijk weer een keer met ons allen wilde kamperen, zoals we dat vroeger vele jaren deden in Frankrijk. Toen het zover was bleek dat geen goed plan en huurden wij 5 kamers in een hotel op Schiermonnikoog. Met een select groepje vierden wij daar een superleuk jubileum dat we nog zeker een keer hopen te herhalen. Niet kamperen dus, maar we kregen wel de tent.

En zo staan we hier op een camping in Italië. Met onze mooie, nieuwe tent. We hebben wat spullen geleend van vrienden en familie die ze dit jaar niet gebruiken. Uit de kelder hebben we de oude picknickmand meegenomen met de oude pannetjes, het keteltje en de plastic borden van jaren her. Alles ‘doet het nog’ al is de oudheid ervan af te zien.

We staan op een goede ANWB camping met elektriciteit en een gootsteentje op elke plek. Dat vind ik nou echt een luxe. Ik doe alles hier, tandenpoetsen, afwassen en wassen. Het toiletgebouw is heel schoon met de douches aan de buitenkant. Zo praktisch.

Na decennialang vakanties in hotels, huisjes en op Airbnb kamers is de sta-prijs voor de tent heel vriendelijk. En ik vind het leuk om weer zoveel mensen om me heen te zien, net als vroeger. We zitten dicht bij de zee en zijn er al een paar keer in geweest en als variant is het kleine zwembad hier op de camping ook leuk.

We genieten ons ‘de blubber’ met bijna niets en ik heb ondertussen wel de helft van de meegenomen boeken uit, oud en nieuw. En we slapen als roosjes…meestal. Dat is toch luxe?