Het belang van jezelf of het belang van je kind?

Hij komt nu in ieder geval op tijd al kost het hem heel veel moeite. Omdat hij al twee keer van een opleiding is “uitgevallen” is hij in de doorstroomgroep van het MBO geplaatst in afwachting van het nieuwe schooljaar waarop hij opnieuw aan een opleiding kan beginnen. Op een dag spreek ik hem over zijn schoolspullen die hij maar niet op orde krijgt. “Je was bij je moeder, en je spullen lagen bij je vader. Hoorde ik je het de vorige keer niet precies andersom vertellen Lars? Wissel je elke week?” “Nee,” zegt Lars, “maandag en dinsdag ben ik bij mijn moeder, woensdag ben ik bij mijn vader of mijn moeder, donderdag en vrijdag ben ik bij mijn vader en zaterdag en zondag ben ik bij mijn vader of bij mijn moeder.” “Maar Lars, dat is toch veel te onrustig voor je? Waarom doe je niet de ene week bij je vader en de andere week bij je moeder?” “Weet u mevrouw,” Lars kijkt mij bijna verontschuldigend aan, “als wij bij mijn vader zijn, dan zijn de kinderen van zijn vriendin er ook,” en uit de toon van zijn stem pik ik de onuitgesproken woorden op: “Dan hebben ze maar één keer “last” van ons.” En ja, dit is ook een voorbeeld van loyaliteit.
Stef, die zo mogelijk nog warriger is dan Lars weet het voor zichzelf helemaal bont te maken. Elke dag bedenkt hij niet alleen of hij bij zijn vader of bij zijn moeder gaat slapen maar ook nog eens bij wie hij die dag eet. “Maar waarom dan Stef. Je bent al 20 en dit is zo onrustig voor je. Je hebt al zo’n moeite om al je spullen bij je te hebben, laat staan als je ook nog elke dag moet bedenken waar je wat gaat doen, je mag toch zelf beslissen bij wie je wilt wonen.” “Ja, dat klopt, maar ze willen allebei graag dat ik bij hun ben…..,”
Soms rijzen mij de haren ten berge van wat volwassenen mij vertellen. “En toen heb ik haar gesmst dat ik dat echt belachelijk vond.” De blik waarmee ik hem aankeek moet wat glazig geweest zijn. “Gesmst Tom?” “Ja, ze wil weer dicht bij haar ex gaan wonen. 70 km hier vandaan. Dat is toch belachelijk. Dan moet ik steeds ver reizen om Dennis te zien,” Ik ben er letterlijk even stil van. “En haar andere zoon dan Tom. Die woonde toch opeens 70 km bij zijn vader vandaan toen zij met hem bij jou ging wonen?” “Ja, nou?” En soms is iets wat heel leuk is niet echt leuk meer vanwege de overdaad.
Na de zomervakantie kom ik Jochem tegen: “Hé Jochem,” begroet ik hem enthousiast, “je bent er weer, wat fijn. Heb je een leuke vakantie gehad?” “Ja juf, hartstikke leuk,” “Ben je nog weg geweest?” “Ja, eerst met mamma en Robin en Woutje drie weken naar Texel. Op een hele mooie camping met een grote speeltuin. En toen met pappa en Annemarie en Lizzy en Eefje drie weken naar Tenerife in een heel mooi huis vlak bij het strand. En we gingen surfen en met zo’n parachute heel hoog achter een bootje aan hangen. Gaaf was dat juf.” “En wanneer ben je thuisgekomen Jochem?” “Zaterdag, en toen gingen we nog even naar oma.” Een week later is Jochem ziek en spreek ik zijn moeder even wanneer ze Woutje naar de speelzaal komt brengen. “Ik houd hem maar even een paar dagen thuis. Hij was zo moe.” Het belang van jezelf of het belang van je kind………

Prille ouder coach

“Wat,” hoor ik je vragen, “is een prille ouder coach?”
Deze prille ouder coach is een persoon die zelf kinderen heeft gekregen, ze heeft grootgebracht tot prettige, verantwoordelijke volwassenen en prille ouders wil begeleiden in het moeilijke eerste jaar van het “ouder” zijn.
“Is dit dan nodig?”
Ja, dit is in veel gevallen nodig en eigenlijk is het ook heel logisch.

Bij de geboorte van een baby is er een volkomen nieuwe situatie ontstaan. Behalve de baby is er namelijk ook een ouderpaar geboren. Dit ouderpaar is net zo pril als de baby die zij net hebben gekregen en in zeker zin weten zij net zo weinig van de situatie als de baby zelf.
Zij hebben zich natuurlijk voorbereid. Praktisch gezien weten ze precies hoe het allemaal zal gaan. Ze weten van babykleertjes en van luiers, van flesjes en kolven, van crèches en waarschijnlijk is er een stel of misschien wel twee stel opa’s en oma’s die ook een dag op de baby gaan passen en hebben ze met hen de praktische zaken rondom het babygebeuren besproken.
Inmiddels weten ze dat zo’n bevalling toch wel heel anders gaat dan ze zich ooit hadden kunnen voorstellen maar met een gezonde baby is het bevallingsleed toch snel geleden.
Maar dan is de baby er, en dan?

Dan huilt hij best wel veel en dan slaapt hij maar bar weinig. En zelfs in de nachten laat hij je niet met rust. Je moet wennen aan de geluidjes die hij maakt en je bent overweldigd door de zorg en liefde waarvan je niet wist dat je die in je had.
Wat doet het met je?
En jullie als ouderpaar? Kijk je nog naar elkaar op dezelfde manier als je deed voordat de baby er was? Voel je dezelfde liefde als voorheen? Of beter nog, is die liefde gegroeid nu er een klein wondertje in dat mooie wiegje ligt? Kun je de zorg met elkaar delen en de vragen die nu pas zijn opgekomen, nu het langverwachte kindje er echt is.
Hoe doen jullie dat voortaan met je vrijetijdsbesteding? Hoe regel je het wanneer je iets samen wilt doen? Kun je je houden aan de afspraken die jullie maken met betrekking tot de verdeling van werk en huishouden. Hoe ga je het doen als je baby’tje ziek is en niet naar de crèche kan?
Hoe erg zal je je oude leventje missen?
En als er halfbroertjes of –zusjes zijn. Hoe groot is de impact op de stiefvader of –moeder wanneer zij erbij stilstaan dat deze stiefkinderen voor de biologische vader of moeder net zoveel betekent, net zoveel aan hem of haar “vastzit” als dat kleine wondertje in de wieg? Kunnen zij dit accepteren en ermee omgaan? Hielden zij al van hun stiefkinderen maar komen zij er nu achter dat het overweldigende gevoel voor dit kindje toch wel anders is.

Niemand weet hoe iets voelt voordat hij dat zelf heeft meegemaakt. Het is een gegeven waar iedere ouder en ieder kind mee te maken krijgt. Hier wil de prille ouder coach de stem zijn die het kindje niet heeft en voor hem en zijn belangen pleiten los van de praktische en medische aspecten, en voor jullie, de ouders, wil zij een steun en toeverlaat zijn in dat heel moeilijke eerste jaar dat je baby’tje er is.

Liefdevol communiceren

Liefde is een werkwoord hoorden we vroeger vaak zeggen. Ik liefde, jij liefde …, nee, zo werkt het niet. Ik heb jou lief, jij hebt mij lief, zo werkt het wel. Gezien de grote aantallen scheidingen kan ik stellen dat niet iedereen dat begrijpt. Dat niet iedereen begrijpt dat liefde een “werk-woord” is.
Het is tegenwoordig al niet gemakkelijk om een liefde te vinden en dat lees ik af aan alle datingsites die er zijn en als die liefde er dan is wordt hij ook nog bedreigd door zoiets zots als “secondlove.nl”, ik word daar echt eng van.

Liefdevol communiceren of liefde vol communiceren, en misschien wel liefde vol liefdevol communiceren want dat is het beste om een langdurende liefde te beleven en laten we eerlijk zijn, dat willen best wel veel mensen, zonder dat ze weten hoe dat moet.
Heel in het begin, als we elkaar net gevonden hebben, lukt dat prima. We drinken elkaars woorden en complimenteren elkaar over alles, hoe we eruit zien, wat we voor elkaar doen, de cadeautjes die we elkaar geven, de liefde die we elkaar geven.
En opeens of geleidelijk aan wordt dat minder. We complimenteren elkaar niet zoveel meer, we communiceren steeds minder of we communiceren anders en misschien zelfs wel wat vijandig of met verwijten. We vinden elkaar ook steeds minder leuk en we vragen ons af hoe dat komt. Vinden we elkaar minder leuk omdat we minder leuk met elkaar praten of praten we minder leuk met elkaar omdat we elkaar minder leuk vinden? Zeg het maar. Voor je het weet heb je een kip of ei verhaal.

Een beetje bewuster communiceren is misschien niet zo gek. Een beetje bewuster liefhebben is misschien ook niet zo gek en het mooie zou zijn om het beide te doen, als je liefde wilt vol communiceren of als je liefdevol wilt communiceren.

 10-05-2015