Gratis geld, gratis tijd

Soms is er een afspraak, privé of voor werk, die om wat voor reden dan ook, niet doorgaat. Dat zou jammer kunnen zijn, maar dat vinden wij niet. We hebben dan namelijk opeens ‘gratis tijd’. Opeens is er tijd die bezet was en is vrijgekomen. Tijd waarmee we helemaal mogen doen en bedenken wat we willen. En waar vroeger de regel was ‘tijd is geld’ lijkt tijd nu wel veel kostbaarder dan hoeveel geld dan ook.

Er zijn zoveel dingen die ik graag meer zou willen doen. Vaker mensen bezoeken, ukelele spelen, tekenen om maar eens wat te noemen. Ik heb daar genoeg tijd voor maar die vul ik om één of andere reden anders in…totdat er een afspraak uitvalt en dan doe ik zoiets wel…in mijn gratis tijd.

We hebben nu de leeftijd bereikt dat de mensen om ons heen met pensioen gaan. Sommige van onze vrienden en familie al een aantal jaren. Ik verbaas me er vaak over hoe druk de meeste van deze mensen het nog hebben. En ik vraag me vaak af hoe wij dat later zouden doen. Staan we later op dan nu we nog werken? Gaan we vergeten welke dag het is, of gaan we ons aan bepaalde routines houden om dat te voorkomen. Gaan we de plannen laten uitkomen zoals we die hadden bedacht voor als we ooit, later met pensioen zijn en echt tijd hebben. Hoe voelt het om vrij te zijn, te weten dat je niet meer ‘hoeft’ te werken.

En opeens is het ‘later’ geworden. Het eerst voor mij, omdat ik de oudste ben van ons twee. Vanwege ons vroeg ontvallen familieleden heb ik al vanaf mijn 62ste prepensioen genomen. Een klein bedrag per maand omdat ik al op mij 56ste, na 40 jaar werken, stopte met veel uren werken. Voor dit geld heb ik zelf gewerkt, zo voelt het. Hoewel ik al vroeg stopte met meerdere dagen per week werken hoefde ik nooit ‘mezelf te bedruipen’. Maar een aandeel doen aan ons huishouden, met dat prepensioen vond ik wel prettig.

Nog 7 maanden tot mijn 67ste verjaardag waarvan ik er 5 of 6 een paar diensten per maand zal doen, en dan ben ik zover. Dan ga ik met pensioen en dan krijg ik naast de rest van mijn pensioen AOW, net als alle andere pensionado’s. En dat zal voor mij echt voelen als…gratis geld. Ik kan me er nu al op verheugen.  

De lengte van je ‘touwtje’

‘Zou jij het willen weten?’ vraag ik aan mijn man. Na enig nadenken zegt hij: ‘Ja, ik geloof het wel…jij?’ Nee, ik denk het niet. Ik denk niet dat ik wil weten hoe lang mijn leven zal zijn.

In de Volkskrant van 21 juni 2025 lees ik in een artikel dat ‘twee derde van de patiënten met uitgezaaid kanker wil weten hoe lang ze nog te leven hebben’. Artsen blijken terughoudend om patiënten een levensverwachting mee te delen. Ik begrijp dat wel omdat nooit met zekerheid te zeggen is hoe lang dat zal zijn. Bovendien is ook niet te voorspellen wat het met de patiënten gaat doen.

Het was moeilijk het ziekteproces van drie van mijn vier familieleden, die inmiddels zijn overleden, aan te zien maar we waren natuurlijk blij dat ze er waren zo lang dat zo was. En zij leken ook niet ‘klaar om te overlijden’. Tegelijk is dat ook niet de vraag.

Zou je willen weten wanneer je overlijdt? Die intrigerende vraag staat centraal in de Amerikaanse besteller ‘The measure’ van Nikki Erlick. Ik vind het een heel moeilijke vraag. Ik kan me niet voorstellen dat ik dan heel anders zou leven dan ik nu doe. Ik heb een heerlijk leven. We hebben twee prachtige dochters gekregen die allebei een mooi gezin hebben. Onze kleinkinderen zijn 8, 11, 15 en 17. Volgens mij kennen ze ons goed omdat we op alle vier hebben gepast. We hebben met de kinderen (alle acht) en onze families een goede relatie. We zijn al 43 jaar samen en weten dat we van elkaar houden en elkaar tegelijk wel eens een keer ‘achter het behang kunnen plakken’.

Ik zou niet eens weten wat ik anders zou kunnen doen. Ik heb meer dan 40 jaar gewerkt en geprobeerd iets voor de gemeenschap te betekenen. Ik heb aandacht voor onze familie en vrienden. Ik heb een beetje vrijwilligerswerk gedaan en ga dat weer doen wanneer wij rustig in één plaats wonen. Ik heb geen bijzonder leven maar prima voor mij.

Gisteren zagen wij voor de tweede keer de film ‘Love at first sight’. Het meest opmerkelijke in die film, vind ik, is dat de moeder van één van de twee hoofdpersonen ongeneeslijk ziek is en nog bij leven een ‘memorial’ krijgt die ze zelf met haar gezin heeft georganiseerd. Ze wil er graag bij zijn wanneer alle mooie woorden, die meestal bij een begrafenis worden gezegd, over haar worden gesproken. Dat vond ik een heel goed idee.

Haar zoon was verdrietig omdat ze geen levensverlengende kuren meer wilde ondergaan maar zij wilde zo lang mogelijk zich goed blijven voelen, terwijl ze met die kuren zich heel ziek zou voelen. En ze zou hoe dan ook doodgaan. Net als wij allemaal, alleen wist zij dat dat geen jaren meer ging duren.

Wij zijn daarvan nog in onwetendheid, zolang we de lengte van dat touwtje niet weten. Gelukkig, vind ik.

Femicide/Oorlog

Iedereen die nooit zo’n roofdier zal zijn

Zal mee kunnen voelen met de pijn van slachtoffers van femicide

Hoezo kunnen we dat niet VERBIEDEN

Oh nee, dat is het al

Net als OORLOG, toch trappen we steeds in die val

Van onmenselijk leed

Hoe WREED

Aan de man is nu het woord

Om zijn soortgenoten, het hoofd verstoord

Te herstellen, te genezen

Zodat vrouwen en onschuldigen niet meer, nooit meer, hoeven

Te VREZEN

Het is naïeve rijmelarij maar het is wel mijn naïeve rijmelarij. Het ritme klopt niet, voor mij, maar de rijm wel. En ook de wellicht naïeve boodschap hoe achterlijk en weerzinwekkend het is dat deze woorden OORLOG en FEMICIDE in ons vocabulaire moeten bestaan.

Het is aan de mannen die wel tegen hun slechte soortgenoten kunnen opstaan om de vrouwen en onschuldigen te BESCHERMEN.

Na 40 dagen

1 juli begon ik met mijn missie van 40 dagen geen koek, snoep, chips en chocola. Ik wilde het al heel lang proberen, in ieder geval de gewoonte doorbreken om liefst elke dag koekjes en chocola te eten. Chips en snoepjes in ieder geval één tot meer keren per week. Mijn gewicht zit al decennia tussen de 65 en 66 kilo. Af en toe hield ik het een paar weken vol om minder te nemen en dan viel ik twee kilo af…en die waren er altijd binnen no time weer bij. Een dame bij wie ik een tijd lang regelmatig kwam zei: ‘Oh, dat is jojoën,’ en ik zei: ‘Twee kilo maar,’. ‘Ja,’ zei ze, ‘jojoën, dus’. Ik vond het niet leuk als ze dat zei maar het klopte natuurlijk wel.

Mijn man had gezegd: ‘Begin toch na de vakantie of nadat we in Roemenië zijn geweest (begin September), dat is gemakkelijker.’ Maar ik was er klaar voor en ik zei: ‘Nee, ik begin nu.’

Ik vond het niet moeilijk wanneer hij bij de koffie wel een koekje nam, zoals we samen, bijna altijd deden. Ik begon andere tussendoortjes te nemen, meer fruit bijvoorbeeld. Ik eet nu regelmatig wilde perziken die gezond zijn vanwege de vezels. Een gekookt ei of een handje pinda’s. Ik eet ook iets meer zuivel, yoghurt als tussendoortje en niet alleen als toetje.

Op vakantie at ik regelmatig een ijsje, met of zonder chocola. Op de trouwdag van onze dochter en haar man en op de verjaardag van mijn oudste zus at ik een taartje en dat was het.

Ik ben 3 kilo afgevallen en sinds ik drie dagen geleden weer ‘alles mocht eten’ heb ik een bakje chips en een blokje chocola gegeten naast ontbijt, lunch, warme maaltijd, fruit en zuivel. Ik drink veel water en soms een glaasje cola, met suiker, dat was ik ook blijven doen.

Voel ik me anders? Niet echt. 3 kilo maakt geen verschil in maat, maar ik glij soepeler in mijn kleren. ‘Je krijgt dan veel meer energie,’ zeiden mensen, maar dat heb ik niet gemerkt. Misschien wel andersom dat ik minder of geen energiedips meer heb. En ik slaap regelmatig beter, wat ik ook winst vind. Goed slapen is een deel van een goede gezondheid.

Het voelt minder spectaculair dan stoppen met eten en tegelijk lezen, waaraan ik bijna mijn hele leven verslaafd was. Ik ben blij dat ik het heb gedaan en ik heb het idee dat ik dit gewoon volhoud.

Het is dus te doen, een gewoonte doorbreken door het 40 dagen anders te doen, maar je moet er wel klaar voor zijn…en dat was ik nu.

Stel je voor

Stel je voor dat er geen bullebakken waren die haat zaaiden in de harten van bange, onzekere mensen. Stel je voor dat er geen racisme was. Stel je voor dat niet geld maar liefde en het welzijn van mensen belangrijk werd gevonden. Stel je voor dat we elkaar niet de maat zouden nemen.

Stel je voor dat we respect voor elkaar zouden hebben. Niet alleen voor mensen die ons intimideren, die in onze ogen belangrijk zijn om wat voor reden dan ook, die meer gestudeerd hebben dan wij, of gewoon harden roepen dan wij, maar gewoon…voor iedereen.

Stel je voor dat we begrepen dat anderen misschien niet zoveel geluk hebben als wij. Omdat ze chronisch ziek zijn, hun wiegje niet op een fijn plekje heeft gestaan. Ze veel pech in hun leven hebben of niet zo weerbaar zijn als wij. Of…in het verkeerde lichaam geboren zijn.

Stel je voor dat we allemaal mochten zijn wie we zijn. Dat we homo mogen zijn, lesbies, hetero, transgender, queer, intersekse, biseksueel, aseksueel, non-binair of panseksueel.

Stel je voor dat er geen geweld werd gebruikt. Tegen niemand. Dat er geen oorlog was, hulpverleners niet door geweld in hun werk werden gehinderd, kinderen veilig konden opgroeien, mensen stomweg ‘hun handen thuis konden houden’…er geen femicide was of eerwraak, of seksueel misbruik.

Stel je voor dat iedereen werk deed waar hij echt goed in was. Dat hulpinstanties daadwerkelijk hulpverleenden aan gezinnen die hun hulp zo nodig hebben. Dat niet één gezin de ene na de andere hulpverlener of instantie zou ‘krijgen’ voor wie zij allemaal een verdienmodel zijn. Dat de politiek daadwerkelijk zo in elkaar zat dat het land echt en goed geregeerd werd, dat alle politici integere mensen waren die niet voor zichzelf maar voor de burgers in de kamers zaten. Stel je voor…

Stel je voor dat we samen goed voor deze aarde zouden zorgen. Dat we allemaal begrepen dat niets eindeloos kan groeien, en dus ook de economie niet. Stel je voor dat we geen overbodige producten zouden kopen uit een ver land, voor een habbekrats. Stel je voor dat we allemaal begrepen dat er altijd iemand is die betaalt wanneer wij voor die habbekrats iets kopen. Iemand die niet betaalt krijgt wat hij wel verdient.

Stel je voor dat we allemaal naar onszelf zouden kijken en bedenken wat wij kunnen doen om onze omgeving een prettige omgeving te laten zijn. Niet alleen prettig voor onszelf maar ook voor de mensen om ons heen. Als we dat allemaal doen dan krijgen we een andere wereld. Een vriendelijker wereld, misschien een betere wereld. Stel je voor, nee, stel je voor.

Zeeman

Toen mijn meisjes vroeger nog klein waren droegen ze vaak joggingpakjes van Zeeman. Ze verkochten ze in allerlei lieve, lichte kleurtjes die mijn meisjes goed stonden. Met zo’n pakje was je in één keer klaar en ze waren voor ons, en heel veel anderen, vooral heel goed te betalen. Alles was bij Zeeman goedkoop en zo stonden ze ook bekend…als een goedkope winkel.

Ik heb een keer in een filiaal gevraagd hoe ze dat deden, hun waar zo goedkoop aanbieden. Het werd toen steeds bekender dat in de textielindustrie veel leed werd gedaan aan, en ondergaan door, de mensen die in die industrie werkten. Ik wilde daar zo min mogelijk aan meedoen. De medewerkster stelde mij gerust door te vertellen dat ze hun artikelen zo goedkoop konden laten maken omdat het veelal basic kleding betrof. Die zouden dus niet in overmatige stofjes worden gemaakt, concludeerde ik daaruit.

Op enig moment stuitte ik op een artikel waarin winkelketens werden genoemd die hun kleding ‘goed’ lieten maken. Goed in de zin dat er geen leed werd gedaan aan de mensen die ze voor hen maakten. En met oog voor de impact op het milieu. Tot mijn vreugde werd ook Zeeman daarbij genoemd.

En dan valt mijn oog op een artikel in Volkskrant Magazine van 17 mei 2025 met de titel: Voor de draad ermee vallend onder de kop ‘duurzaam: het betere spul’. Misschien valt me het meest de gele kleur op van de bladzijden waarop het artikel gedrukt is. Zo geel, Zeemangeel met blauwe letters in de kop.

Het artikel verhaalt over een herentrui en een spencer gemaakt van textielafval. Het Nederlandse Recyclebedrijf Frankenhuis verwerkte de afgedankte truien en versleten personeelskleding…van Zeemanfilialen…tot geperste vezelbalen, waarna het Nederlandse bedrijf Spinning Jenny van deze balen klossen garens maakte. De Italiaanse breifabriek Stella Sky fabriceerde van deze garens de truien. In navolging van deze truien en spencers werd, op initiatief van afvalorganisatie Cirkelwaarde, een hamamdoek geweven door Enschede textielstad. Sociaal naaiatelier Remake society maakte de labels, zo staat in het artikel te lezen. Deze hamamdoeken worden ook verkocht bij Zeeman.  

Directeur en oprichter van Spinning Jenny, de enige industriële en circulaire garenspinnerij in Nederland en één van de modernste in Europa, is Paula Gerritsen. Zij had nooit gedacht dat een textielsuper als Zeeman de stap tot het laten maken en verkopen van deze duurzame artikelen zou nemen. De artikelen liggen tussen het reguliere assortiment. Dit verbaast haar niet. ‘Uiteindelijk,’ zegt ze, ‘moet wat Zeeman doet voor iedereen gewoon zijn. In de ideale situatie neemt iedereen verantwoordelijkheid om iets te doen.’

Ik vind het stoer van Zeeman en ik hoop dat de modeketens er snel een voorbeeld aan nemen.

Mannencrisis?

Telkens weer lees ik over genderongelijkheid waarbij ‘altijd’ de vrouw het onderspit moet delven. Vrouwen hebben veel minder kans op een directiefunctie dan mannen. Vrouwen verdienen te vaak minder dan hun mannelijke collega’s in dezelfde functie. Vrouwen worden minder serieus genomen dan mannen enzovoort, enzovoort, omdat ze vrouw zijn met als ultieme ongelijkheid femicide…vrouwenmoord.

En dan lees ik in de Volkskrant van 28 juni 2025 over een essay met de naam Een nieuwe rol voor de man onder de kop Help de man verzuipt. Volgens dit artikel worden mannen geframed als sukkel of monster.

In het artikel wordt Richard Reeves aangehaald, vader van drie zonen en auteur van het boek Over jongens en mannen. Volgens door Reeves aangehaalde statistieken ‘doen jongens het significant slechter op school, hebben ze vaker een gebrek aan vrienden en vluchten vervolgens eerder in verdovende middelen en videospelletjes’.

Reeves erkent dat de vrouwenstrijd nog lang niet is gestreden maar dat ‘de grootste emancipatieslag in de economische geschiedenis ingrijpende gevolgen heeft voor mannen’. Volgens Reeves ervaren vrouwen ‘minder fragiliteit van betekenis omdat ze meerdere rollen vervullen: de rol van moeder, werknemer, hartsvriendin en buurvrouw. Dat ‘mannen veelal leunen op een voornaamste rol: die van de kostwinner en dat die rol juist op de tocht staat.’  Dat laatste lijkt mij al lang achterhaald.

Het essay verhaalt verder over hoe volgens het boek Verloren helden ‘Mannen worden geacht daadkrachtig, stoer en geil te zijn met grote frustratie tot gevolg als zij niet aan die verwachting kunnen voldoen’. De films en series die vervolgens in het essay worden genoemd en waarover kort iets wordt gezegd over de dan wel sukkelige, clowneske of monsterachtige hoofdpersoon trekt mij helemaal niet aan en zou ik ook niet per se aan de mannen en jongens die ik ken aanbevelen.

Ik begrijp wat er in dit lange artikel wordt gezegd over een ‘mannencrisis’ en ze te ‘helpen aan een nieuw verhaal’. Maar wat ik niet begrijp is dat de auteur van dit artikel ‘omdat ze geen zin heeft om de mannen in haar leven emotioneel op te voeden, alle hoop op de media gevestigd heeft’ en dat…zou ik nou juist niet doen.

Luxe

‘We leven in luxe,’ zegt mijn man. ‘Oh ja?’ vraag ik, denkend aan de tweedehands kleding die we de laatste jaren bijna alleen nog maar kopen. Ons leven waarin ‘met mate’ een veel gebruikte term is.

‘Ja,’ zegt hij, ‘in drie huizen wonen is hartstikke luxe.’

‘Maar onze drie huizen zijn samen kleiner dan menig huis waar andere mensen in wonen en bovendien is een van de drie een deel van het huis van onze dochter, en dus niet van ons,’ sputter ik tegen.

De waarheid is dat ik het geen luxe vind, maar wel eens bezwaarlijk omdat je maar in één huis tegelijk kunt zijn. Het is ook waar dat het één een Tiny House is en het andere een klein appartement. 

Dat wij werk hebben vindt hij ook een luxe en ik kan daarbij bedenken dat onze kinderen beiden gezinnen hebben die het samen goed doen en goed hebben, wat ik dan weer een luxe vind.

Dus wat is dan luxe. We zijn dit jaar in Italië aan het kamperen omdat we twee jaar geleden voor ons 40 jarig huwelijk van onze kinderen een nieuwe, grote tent kregen. Jarenlang had ik verkondigd dat ik met ons 40 jarig huwelijk weer een keer met ons allen wilde kamperen, zoals we dat vroeger vele jaren deden in Frankrijk. Toen het zover was bleek dat geen goed plan en huurden wij 5 kamers in een hotel op Schiermonnikoog. Met een select groepje vierden wij daar een superleuk jubileum dat we nog zeker een keer hopen te herhalen. Niet kamperen dus, maar we kregen wel de tent.

En zo staan we hier op een camping in Italië. Met onze mooie, nieuwe tent. We hebben wat spullen geleend van vrienden en familie die ze dit jaar niet gebruiken. Uit de kelder hebben we de oude picknickmand meegenomen met de oude pannetjes, het keteltje en de plastic borden van jaren her. Alles ‘doet het nog’ al is de oudheid ervan af te zien.

We staan op een goede ANWB camping met elektriciteit en een gootsteentje op elke plek. Dat vind ik nou echt een luxe. Ik doe alles hier, tandenpoetsen, afwassen en wassen. Het toiletgebouw is heel schoon met de douches aan de buitenkant. Zo praktisch.

Na decennialang vakanties in hotels, huisjes en op Airbnb kamers is de sta-prijs voor de tent heel vriendelijk. En ik vind het leuk om weer zoveel mensen om me heen te zien, net als vroeger. We zitten dicht bij de zee en zijn er al een paar keer in geweest en als variant is het kleine zwembad hier op de camping ook leuk.

We genieten ons ‘de blubber’ met bijna niets en ik heb ondertussen wel de helft van de meegenomen boeken uit, oud en nieuw. En we slapen als roosjes…meestal. Dat is toch luxe?

Alleenstaande mannen met een kinderwens?

In Volkskrant Magazine van 17 mei 2025 lees ik een artikel met de kop ‘Kinderen krijgen is een vorm van luxe’. Een essay over ‘uitstelgedrag’.

Een van de verhalen gaat over een Amsterdamse dame van 40 die steeds van haar vriend geen uitsluitsel kreeg of hij wel of geen kinderen wilde. Ze had graag op haar 38ste haar eerste kind willen hebben. Toen het zover was hadden ze nog geen kind en wilde hij ook echt geen vader worden. In ieder geval toen nog niet.

Wat volgde was een scheiding, een gebroken hart, hormonen spuiten en eitjes laten invriezen, een kostenpost van 10.000 euro en dat gaat dan alleen ‘nog maar’ over geld. Inseminatie lukte niet en inmiddels zitten zij en haar donor in een ivf-traject.

Ik lees in het artikel (en ik denk dat dit al heel lang bekend is) dat rond het 37ste levensjaar de eicelvoorraad van een vrouw al met 90% is geslonken. Waarom dan toch zo lang wachten met het krijgen van kinderen?

Financiële zekerheid wordt in het artikel als eerste voorwaarde genoemd. Lastig omdat het tegenwoordig steeds langer duurt voordat mensen een vast contract en een koophuis hebben. In de romantische liefde blijkt het moeilijk de zorg fiftyfifty te verdelen en blijken koppels ‘bang voor de druk die een kind op hun relatie legt’. Het artikel vervolgt met: We zouden mede daarom alternatieve gezinsvormen meer moeten steunen. Nu worden alleenstaande ouders, co-ouders en lhbti-gezinnen nog vaak gediscrimineerd.

Ik vraag me dan af of er ook veel alleenstaande mannen zijn met een kinderwens. Wanneer die gekoppeld kunnen worden aan een alleenstaande vrouw met een kinderwens is er volgens mij een groot probleem minder. Natuurlijk moet er goed worden onderzocht welke potentiële vader past bij welke potentiële moeder. Er moet minstens een vriendschapsrelatie kunnen ontstaan. Uitgangspunt is dan de kinderwens en de zorg en financiën worden in ieder geval fiftyfifty gedaan. Voor een scheiding hoeft niet te worden gevreesd want dat is niet aan de orde.

Ik weet, en daar wordt ook over gesproken in het artikel, dat er stellen zijn van hetzelfde geslacht die een kindje (en soms meer) krijgen met een persoon van het andere geslacht.

Maar het zou toch ook één op één kunnen? In een heel mooi scenario zou de romantische liefde kunnen volgen en dat hoeft niet ‘samenwonend’ te zijn.

Een alleenstaande man en een alleenstaande vrouw die allebei een grote kinderwens hebben, die allebei bij het kind of de kinderen betrokken zijn en blijven. Een goed ouderschapsplan en een regelmatige ‘APK’ van de ouders over het welzijn van hun kind(eren) en elkaar. Twee families die als ‘village to raise a child’ kunnen dienen. Hoe zou dat niet goed voor een kind kunnen zijn?

Zeven jaar

Na zeven ‘slechte’ jaren komen de zeven ‘goede’ jaren. Ik noem altijd de jaren van een jong gezin de ‘tropenjaren’. In die jaren moet er hard gewerkt worden. Het zijn de meest vormende jaren van de kinderen, de jaren waarin ze zich gaan hechten aan hun ouders wat op een veilige of onveilige manier kan gebeuren. En de vormende jaren van het gezin. De jaren waarin duidelijk wordt in welke modus het gezin gaat functioneren, of anders gezegd, gaat samenleven.

Alle ouders, die een paar jaar onderweg zijn, als ouders, weten van de impact die het krijgen van kinderen heeft op hun relatie. Het zal niet bij iedereen even heftig zijn, maar de impact is groot. Bij iedereen. Je weet letterlijk niet waaraan je begint en je weet niet hoe ‘groot’ het is. De kleine baby waarvan je had gedacht dat die het eerste jaar vooral zou eten en slapen moet tussendoor verbazend veel. Hij moet verschoond worden, een werkje waarvan ik nog nooit iemand hoorde zeggen: ‘Jippie, de baby heeft gepoept en mag verschoond,’. Het is voor iedereen een even onaangenaam werkje en je mag blij zijn wanneer het babyjongetje niet precies nog in een boogje plast wanneer je hem net verschoond hebt.

Er zijn baby’s die veel huilen, omdat ze hun slaap niet kunnen vinden, darmkrampjes hebben, te warm of te koud zijn aangekleed, niet tegen lawaai kunnen, om wat voor reden dan ook huilen, huilen, huilen. Iedere moeder met een huilbaby weet hoe wanhopig je daarvan kunt worden en dan heb je elkaar als ouders meer dan ooit nodig.

Wanneer de baby groter wordt krijg je het iets rustiger. Er zullen minder voedingen zijn en evenredig minder vieze luiers. Wanneer zijn darmen sterker worden zullen ook de krampjes afnemen. Je kunt weer wat tijd vrijmaken voor elkaar, al is het heel verstandig dat ook te doen in die heftige eerste periode. Daarbij heb je je netwerk nodig, je weet wel ‘the village…’.

Je kleintje is nu geen baby meer maar wordt een volwaardig lid van het gezin. Hij loopt, praat en kan al een beetje zelf spelen. Vaak komt er dan een tweede, na twee of drie jaar…en de hele kermis begint weer van voren af aan.

Je hebt gelukkig nu ervaring en je hebt ook als ouders elkaar leren kennen. Het zijn moeilijke jaren, die eerste zeven jaar, maar het zijn ook de jaren waarin je kinderen nog helemaal ‘van jullie’ zijn. Ze hebben je bij alles nodig en jij bent voor hen nog de zon, de maan en de sterren. Daarna wordt hun wereld groter. School neemt een groot deel van hun dag en hun leven over. Ze leren elke dag nieuwe dingen terwijl jij er niet bij was en af en toe doen ze je versteld staan door wat ze doen of vertellen.

Het zijn jaren om te koesteren, hoe moeilijk ze ook zijn. De belangrijke vormende jaren van je gezin, vaak bepalend voor hoe je samen verder gaat. Ik wens iedereen daar goed door te komen en dat er daarna nog heel veel fijne jaren samen zullen zijn.