Wonderlijk…of toch niet

We zitten met vier echtparen in een kamer wanneer iemand oppert: ‘Ik vind het ook eigenlijk wel een wonder dat we zouden verwachten voor altijd bij elkaar te blijven,’. Terwijl de rest ‘kauwt’ op deze onverwachte ontboezeming oppert één van de anderen: ‘Ik vind het helemaal geen wonder, wij zijn al 50 jaar samen en daar zijn we allebei blij mee,’. De echtparen in deze kamer zijn allen 40 of meer jaren getrouwd. In Volkskrant Magazine van 10 mei 2025 staat het artikel ‘Rozen verwelken’ met de naam van het essay ‘Liefde voor altijd’ die deze uitspraken heeft uitgelokt.

Ik heb al veel van deze artikelen gelezen met verschillende invalshoeken en benaderingen. Ik verbaas me altijd over dergelijke artikelen. Ook in deze wordt genoemd dat ruim een derde van de huwelijken strandt, zoals de statistieken laten zien. Volgens mij en mijn berekening betekent dat nog altijd dat ongeveer twee derde van de huwelijken standhoudt.

De auteur van dit stuk is zelf bijna 35 jaar getrouwd en lijkt geenszins van plan om haar huwelijk op te breken. Ze voelt zich daarmee ‘Een van de laatste der Mohikanen’ omdat in haar familie niemand met zijn of haar partner de eindstreep heeft gehaald en in haar vriendenkring de levenslange relaties op twee handen te tellen zijn.

Ze vraagt zich af ‘…waarom we ons nog steeds zo vastklampen aan het romantische ideaal terwijl de realiteit een heel ander beeld laat zien…’. Dat laatste klopt dus niet. Verreweg de meeste huwelijken blijven intact. Hoe romantisch die zijn, hoe liefdevol, hoe daadwerkelijk monogaam, dat weten alleen de hoofdrolspelers in die relaties, maar dat is een heel ander verhaal.

Wij zijn 42 jaar geleden, toen we 22 en 24 waren, om andere redenen getrouwd dan de auteur van dit stuk noemt over haar eigen redenen, en die van haar echtgenoot, om te trouwen. En we willen dat graag de rest van ons leven blijven. Ik begrijp dat het verdrietig is dat de gezinnen van twee van haar vier kinderen uit elkaar zijn gevallen. Dat bedenkt niemand vooraf aan het beginnen van een gezin. En ik hoop dat het de tweede mogelijkheid is geworden van de vier die over relaties met kinderen worden gegeven, namelijk dat ze ‘gelukkig gescheiden ouders’ zijn geworden. Voor de langdurige vrijgezel in het gezin hoop ik dat het haar of zijn keuze is en anders dat hij of zij alsnog iemand vindt om mee samen te zijn.

Waar ik het wel hardgrondig mee eens ben, wat ook in het artikel wordt genoemd, is dat we ‘…alle andere relaties die we aangaan in het leven moeten herwaarderen…’. Familie, vrienden en soms collega’s kunnen naast je gezin veel voor je betekenen. Dat ik ex-collega’s, waar ik 25 jaar nadat we voor het laatste hebben samengewerkt, nog steeds zie en spreek komt omdat ik dat niet alleen belangrijk vind, maar er ook mee voor zorg dat we contact houden. En dat geldt nog veel meer voor mijn familie die ik 47 jaar geleden verliet om op mezelf te gaan wonen en onze vrienden met wie we 30+ jaar bevriend zijn. Dat zegt iets over mijn omgeving maar is hiermee ook geen standaard.

Ons prille begin

Op zoek naar een andere CD vind ik de enige opname (ooit door één van mijn broers vanaf cassettebandje op CD gezet) van een miniconcert van de band, waarin ik mijn man leerde kennen. Het is een slechte opname, want 43 jaar oud en geluidstechnisch toen al slecht opgenomen, maar heel leuk om terug te horen.

Ik had met een collega een jaar op een koor gezeten toen dat koor ophield, en mijn collega en ik nog lang niet klaar waren met zingen. Zij was toen 35 en ik net 23. Bij het bedrijf waar wij werkten hadden we een jonge collega, die ervan hoorde en ons vroeg of we er misschien belangstelling voor hadden om een coverband te beginnen. Hij speelde gitaar en had een vriend die ook gitaar speelde en zong. De vriend met wie ik nu al 42 jaar getrouwd ben.

Dat was het begin van het mooiste avontuur dat ik ooit heb beleefd. Wij begonnen een band. Mijn zus had een vriend die drums speelde en zo begonnen wij, nog zonder bassist. Ons repertoire bestond uit jaren 70 en 80 muziek.

Mijn vrouwelijke collega en ik verzorgden de meeste zangpartijen en de liedjes die om een mannenstem vroegen werden gezongen door Peter, die wij hadden gebombardeerd tot ‘leader of the band’. Het eerste liedje dat wij dames instudeerden was ‘Killing me softly’ van Roberta Flack. Ik zing dit lied graag tot op de dag van vandaag. Ik heb me ooit laten vertellen dat Lori Lieberman het schreef nadat ze een optreden had bijgewoond van Don McLean. ‘The River’ van Bruce Springsteen was ook een van de eerste nummers die we repeteerden en ik heb heel lang Peters stem het horen zingen in mijn hoofd wanneer ik aan het nummer dacht.

De Nederlandse liedjes, van Doe Maar, Het Goede Doel en een zelfgeschreven nummer vormden steevast het slotstuk van ons optreden en ik vond dat die er altijd goed ‘uitkwamen’. Ik was hevig verliefd en ik vond het geweldig wanneer Peter niet zong ‘…’t is wel een beetje raar, 32 jaar, trillend op mijn benen…’ maar in plaats van 32 zong 22 jaar, wat toen zijn leeftijd was.

Toen de bassist er net was bijgekomen werden we gevraagd voor het opgenomen miniconcert. Met twee andere bands traden we op in Centrum Noord in de stad. We hadden allen ons eigen publiek meegenomen en het is het meest professionele dat we met deze band hebben gedaan.

Ik hou nog steeds van zingen en het liefst op een podium, in een microfoon. Als er ergens karaoke is dan sta ik, als het even kan, als eerste op het podium en dat neemt altijd wat schroom weg van anderen die ook willen zingen maar vaak over een drempeltje heen moeten.

Ik zal zingen zolang ik leef en met mijn liefste samenblijven zolang ik leef, dus mijn mooiste avontuur duurt nog steeds voort.

Over abortus en euthanasie

Afgelopen week zag ik bij Eva Jinek aan tafel SGP-voorman Chris Stoffer proberen uit te leggen waarom de billboards, die zij inzetten bij hun campagne tegen abortus, nodig zijn. Eva legde hem het vuur na aan de schenen en dat begrijp ik heel goed.

De billboards bevatten teksten als: It’s a boy. Dus abortus? Gebrek aan woonruimte. Dus abortus? Het gezin is compleet. Dus abortus? Voor mij doet dit aan alsof abortus zomaar even wordt besloten en gedaan, en dat klopt niet. Op Eva’s herhaaldelijk gestelde vraag of hij ook tegen abortus zou zijn wanneer één van zijn dochters door verkrachting zwanger was geraakt geeft hij geen antwoord. Hij herhaalt steeds zijn mantra dat de SGP met deze campagne het gesprek over de redenen voor abortus wil aanzwengelen.

Gisteren zag ik de documentaire ‘Milou’s strijd gaat door’. In deze documentaire wordt het verhaal verteld van Milou die op 17-jarige leeftijd overlijdt door euthanasie. Milou is een vrolijk en levenslustig meisje tot ze te maken krijgt met seksueel misbruik. Eerst door een vriendje dat ze volkomen vertrouwde en later meerdere keren in een GGZ-instelling door een mede-client.

De psychische trauma’s die Milou door het misbruik oploopt worden met de jaren erger ondanks de liefde van haar familie en de hulp die ze krijgt. Het lijden is al lang ondragelijk voor haar geworden wanneer ze uiteindelijk toestemming krijgt voor euthanasie. Zij is daarmee één van de twee minderjarigen die dat krijgen in 2023.

De arts die naar eer en geweten de euthanasie heeft uitgevoerd wordt later onder vuur genomen door Rosanne Hertzberger van NSC. Ook wordt, door 14 medici, een brief naar het OM gestuurd waarin ze aandringen op een strafrechtelijk vooronderzoek. Hierover zegt de arts: ‘Ik ben niet zozeer bang voor het oordeel van de toetsingscommissie, maar voor het laatste oordeel, van de ultieme toetsingscommissie.’ Wanneer hij uit angst de euthanasie niet had uitgevoerd, had hij dat niet kunnen verdedigen en nu hij angstig was en het toch heeft gedaan kan hij dat wel verdedigen.

Wat wij zelf niet hebben meegemaakt, daarover kunnen we niet oordelen en dat moeten we overlaten aan de mensen die dat wel kunnen. Bij een jarenlang psychisch lijden moeten we, in mijn beleving, respect hebben voor de wens een einde te kunnen maken aan het lijden.

En wat abortus betreft denk ik dat er voorbeelden zijn waarbij de vrouw en haar ongeboren kind juist worden beschermd door het niet te laten komen. Een trauma dat een vrouw bij een verkrachting oploopt zal ook in het ongeboren kind aanwezig zijn. Ook dat kan jaren van psychisch lijden veroorzaken.

Gezien haar leeftijd had Milou inderdaad nog een heel leven voor zich maar een leven van uitzichtloos, psychisch lijden moet niemand iemand aan willen doen.

Het moederschapsbeeld

In een laadje ‘misschien nog een keer iets mee doen’ vind ik een column terug van Emma Curvers met de lange titel ‘Kan er zoetjesaan een eind gebreid worden aan het dominante doemverhaal over het moederschap?’ en ik weet opeens weer dat ik hier ooit een blog aan wilde wijden.

In het artikel noemt ze een ‘stoomcursus baby’s’ in NRC waarin moeders onder andere wordt verteld ‘dat je van onderen ontploft, wat nooit meer helemaal goedkomt.’ En ze noemt een artikel in de Linda waarin vrouwen opbiechten dat ze ‘hun vrije tijd en niet-ingeknipte vagina’ terug willen.

Curvers zegt verderop in haar column dat zij ook onnodig bang was geworden, voor het moederschap, en ik kan dat ook van mezelf toegeven. Ik was 24 en ik was ook bang, het meest voor de pijn die een bevalling met zich meebrengt. Ik had gelezen dat een bevalling 12 tot 24 uur kon duren en toen ik mijn weeën begon te voelen wist ik zeker dat ik dat niet zou overleven…maar na 3 uur was onze baby geboren. Toen ik een paar jaar later weer ging bevallen was mijn eerste gedachte: ‘Oh ja,’ en dat zo’n bevalling echt geen feestje is. Maar hoewel deze 5½ uur duurde was hij nog gemakkelijker dan de eerste. Zo kan het ook gaan en ik denk dat velen met mij zo’n ‘gemakkelijke’ bevalling hebben gehad.

Op de vraag: gaat een kind mij wel gelukkig maken en de zin die voorbijkwam op TikTok: kinderen kunnen jou verachten ongeacht wat je doet, kan ik voor mezelf zeggen dat onze kinderen mij heel gelukkig hebben gemaakt. Kunnen, zullen kinderen jou verachten? Ik denk dat dat met de interactie die je met het kind hebt te maken heeft.

Toen onze kinderen pubers waren zijn ze ieder op hun eigen manier kritisch op ons geweest. Ik vind dat goed omdat het betekent dat ze zich ontwikkelen en blijkbaar genoeg ruimte en veiligheid voelden om zich te mogen uiten. Natuurlijk ben ik in die tijd wel eens op mijn hart getrapt, mijn moederhart kon dat hebben. De beloning hiervoor kwam onlangs toen een van onze dochters haar bewondering, met terugwerkende kracht, voor ons uitsprak.

En behalve ‘op het werk’ zoals in de laatste zin van de column staat is er heus nog een leven buiten het kind. En nog belangrijker, kun je heus een leuk stel blijven behalve dat je een ouderpaar bent en daar kun je zelf alles aan doen. Ga, als je kinderen uit logeren zijn niet steeds met vrienden of vriendinnen wat doen, maar ga geregeld samen een kop koffiedrinken buiten de deur. Met z’n tweeën aan een tafeltje voor twee een beetje kletsen over wat ons bezighield zijn voor mij mooie herinneringen, juist omdat het toen niet zo vaak kon.

En wat Griet Op de Beeck’s opmerking in Zomergasten betreft dat, volgens haar, ouders niet onvoorwaardelijk van hun kinderen kunnen houden maar dat dat andersom is: er zijn ook echt ouders die dat wel kunnen en doen. Is dat beeld ook even rechtgezet.

Ieder huisje heeft zijn kruisje

‘Soms denk ik: heb je haar weer met haar communicatie. En soms denk ik: waarom kan zij dat wel, en ik niet,’. Dit is een inhoudelijk commentaar op de blogs die ik elke week plaats op ‘mijn socials’ Facebook, LinkedIn en mijn website www.liefdevolcommuniceren.com. Commentaar waar ik blij mee ben en dat ik te horen krijg wanneer ik toevallig iemand tegenkom, of met iemand afspreek.

Oorspronkelijk schreef ik voornamelijk over baby’s, kleine kinderen, opvoeden, alles wat met ‘prille ouders’ te maken heeft, daarom noem ik ze ‘Prille-ouder blogs’. Ik denk dat veel ouderparen het prille ouderschap zwaar valt. Dat is de reden waarom ik er steeds op hamer dat ik vind dat elke ouder een gratis oudercursus moet worden aangeboden. Het is net zo nuttig als het consultatiebureau. Ik weet dat er ouders zijn die dat overbodig vinden, maar ze gaan er met hun kleintje heen omdat het ‘gewoon’ is en dat zou met zo’n oudercursus ook moeten…vind ik.

Gaandeweg zijn de onderwerpen uitgebreid met relaties, communicatie en de maatschappij. Onderwerpen waar ook alle prille ouders mee te maken krijgen. En omdat ik met ons gezin in 43 jaar tijd veel heb meegemaakt aangaande al deze onderwerpen schrijf ik ook over ons gezin. Daarbij maak ik niets mooier of lelijker.

Ons gezin heeft veel geluk gehad en dat hebben we nog. Armoede en ziekte hebben wij gekend, maar niet onoverkomelijk. De ziekte van een van onze kleinkinderen is naar en waarom ik daar niet over schrijf, is omdat onze dochter zelf laat weten aan wie en wat ze daarover wil loslaten. Het houdt ons wel dag (en soms nacht) bezig en dat kan niet anders. Wie kinderen heeft weet dat je nooit meer zonder zorgen bent, soms terecht en soms onterecht, en dat geldt andersom ook voor je kinderen. Wanneer je een close relatie met ze hebt, gaan ze zich ook over jou zorgen maken bij ziekte en wanneer je ouder wordt.

Zo heeft ieder huisje zijn kruisje en zou ik tegen mensen willen zeggen die zich vergapen aan het mooie leven van anderen die ze volgen via Facebook en Instagram: het is maar één kant van een verhaal. De mooie kant en het is fijn als mensen die hebben. Maar die heeft (bijna) iedereen. Iedereen heeft wel iets moois en het is jammer wanneer je dat niet ziet omdat je het vergelijkt met het mooie van anderen en vindt dat jij minder hebt.

Maar vind je het gewoon leuk zonder dat je er last van hebt, kijk dan vooral. Dat is wat ik doe als ik op Facebook ben om mijn blog te plaatsen. Even kijken wat voor leuks er is en dan snel weer naar het gewone, ‘echte’ leven.

Beweeg, doe iets

Toen ik in de dertig was, met opgroeiende kinderen, een studie en een baan om die studie te betalen, had ik nog nooit echt gesport. Ik had twee jaar een cursus jazzballet gedaan, een paar halfslachtige pogingen om hard te lopen en rek en strekoefeningen te doen en voelde me niet echt goed in mijn lijf. Een beetje krakkemikkig, zei ik in die tijd wel eens.

Met een vriendin ging ik na mijn studie, ik was toen 37, een paar keer naar de sportschool, deed weer een cursus jazzballet en ging uiteindelijk op mijn 41ste met haar hardlopen. Zij kon dat heel goed, ik deed het tegen heug en meug, omdat het me veel energie kostte. Ik had en heb nog steeds geen uithoudingsvermogen, waar dat ook maar aan ligt.

Ik hield het wel lang vol en had het idee dat het ook wel moest omdat ik vreesde te zullen ‘groeien’ als ik ermee stopte. De jaarlijkse 4 Mijl was mijn persoonlijke drijfveer om het hardlopen door te zetten en ik heb dat gedaan, met mijn vriendin, tot mijn 60ste. We ‘renden’ daarna nog regelmatig en deden in plaats van de 4 Mijl 2x mee aan de city-run waarbij we ook door een aantal prominente gebouwen in de stad wandelden.

Sinds vier jaar verblijven wij een deel van de week in het westen van ons land en daarmee was het afgelopen met onze wekelijkse loopjes. Om toch te bewegen wandel ik nu regelmatig. Verder begon ik in 2022 met een aantal buik- en rompoefeningen die ik uitbreidde naar een serie van 10, en die ik om de dag deed. Ik had ook de bewegingen per oefening gaandeweg laten oplopen naar sommige 20, 30 of 40 per oefening. Ik begin altijd met 60 ronddraaiingen ‘fietsen in de lucht’. Ik hield dit 2½ jaar vol en toen kreeg ik een slijmbeursontsteking in mijn been.

De dokter raadde Ibuprofen aan, maar dat hielp niet. Ik stopte met de Zumbalessen waaraan ik in die tijd was begonnen en stopte ook met alle oefeningen. Ik ontdekte dat helaas de spierkracht, die ik in meer dan 2 jaar tijd had opgebouwd, binnen twee maanden weer was verdwenen. Op het internet vond ik toen een oefening speciaal voor die ontsteking in mijn heup. Een heel eenvoudige, en die hielp. Ik deed een tijdlang elke dag die oefening, zoals aangeraden, 5x 45 seconden met steeds 1 minuut rust. Toen ik met mijn 40 dagen niet snoepen begon, begon ik ook weer voorzichtig met die oefeningen. Ik bouwde ze op, maar nu elke dag de helft van wat ik eerder deed en de oefeningen voor mijn heupen.

Ik merk dat de spierkracht weer terug is. Ik merk ook dat elke dag oefenen beter voelt dan om de andere dag, ook omdat het de halve belasting is van de oefeningen die ik om de andere dag deed. Na meer dan 40 dagen dit doen, zit het helemaal in mijn systeem. Ik sta ’s morgens op, het maakt niet uit hoe laat, en doe allereerst mijn oefeningen. Of ik goed of slecht heb geslapen maakt ook niet uit, maar ik slaap over het algemeen beter. Tussen de oefeningen door gaap ik de slaap uit mijn lijf. En na minder dan een half uur ben ik helemaal klaar voor de dag.

Er is maar één ding dat ik jammer vind en dat is…dat ik er niet eerder mee begon.

Gedrag

We kunnen niet weten hoe iemand echt is omdat we niet ‘in’ iemand kunnen kijken. We kennen allemaal mensen van ‘dichtbij’. Mensen met wie we een relatie hebben, met wie we meerdere malen gesproken hebben of die we regelmatig hebben meegemaakt. We maken dan een inschatting van hoe ze zijn…en daar vinden we dan wat van.

Toen ik mijn eerste kleine meisje had was ik een keer met haar aan het wandelen toen een grotere jongen iets deed of zei wat ik voor haar heel vervelend vond. Ik zei vervolgens iets naars tegen hem om mijn meisje in bescherming te nemen. Zij was nog geen twee, de jongen misschien zes, of zeven en ik nog een prille moeder van bijna 27. Het is te lang geleden om te weten wat we precies zeiden, maar wat ik nooit ben vergeten is wat er vervolgens gebeurde. Vanuit de tuin waar we voor stonden hoorde ik een vrouwenstem streng zeggen: ‘Nou, nou,’. Meer zei ze volgens mij niet maar ik schaamde me diep. Ik had tegen het jongetje nooit zo mogen uitvallen.

Jaren later heb ik met een dame geluncht op mijn uitnodiging. Wij kenden elkaar via wederzijdse vrienden en mijn man, en ik vond het altijd vervelend haar tegen te komen. Ik vond haar opdringerig en ergerde me aan de manier waarop mensen haar aandacht gaven. Omdat we elkaar een bepaalde tijd meerdere malen ontmoetten ontdekte ik dat ze een aardig persoon is en hoorde ik dat ze zich verbaasde over mijn gedrag, alsof ik haar niet mocht en goedbeschouwd had ik daar helemaal geen reden toe.

Toen ik haar een keer tegenkwam in de stad vroeg ik haar of we een keer zouden lunchen en ik verontschuldigde me voor mijn gedrag tot dan toe. We hadden een leuk gesprek waarbij we elkaar een beetje leerden kennen en toen we afscheid namen zei ze: ‘Zullen we elkaar gelijk maar even een knuffel geven?’ en ik had het gevoel haar recht te hebben gedaan. Dat had ik het jongetje van destijds en zijn moeder ook willen doen, alleen stonden toen mijn jeugd en onervarenheid dat in de weg.

Ik hoop dat de moeder van het jongetje van destijds begreep, en ik denk dat dat zo is, dat mijn gedrag van dat moment niet is wie ik helemaal ben. Ik heb meerdere mensen in mijn leven (gehad) van wie ik het gedrag afkeurde en ik weet, en dat geldt voor iedereen, dat mensen altijd meer zijn dan ze op welk moment ook laten zien. En daarom zal ik nooit een mens afwijzen…maar soms wel zijn gedrag.

Gratis geld, gratis tijd

Soms is er een afspraak, privé of voor werk, die om wat voor reden dan ook, niet doorgaat. Dat zou jammer kunnen zijn, maar dat vinden wij niet. We hebben dan namelijk opeens ‘gratis tijd’. Opeens is er tijd die bezet was en is vrijgekomen. Tijd waarmee we helemaal mogen doen en bedenken wat we willen. En waar vroeger de regel was ‘tijd is geld’ lijkt tijd nu wel veel kostbaarder dan hoeveel geld dan ook.

Er zijn zoveel dingen die ik graag meer zou willen doen. Vaker mensen bezoeken, ukelele spelen, tekenen om maar eens wat te noemen. Ik heb daar genoeg tijd voor maar die vul ik om één of andere reden anders in…totdat er een afspraak uitvalt en dan doe ik zoiets wel…in mijn gratis tijd.

We hebben nu de leeftijd bereikt dat de mensen om ons heen met pensioen gaan. Sommige van onze vrienden en familie al een aantal jaren. Ik verbaas me er vaak over hoe druk de meeste van deze mensen het nog hebben. En ik vraag me vaak af hoe wij dat later zouden doen. Staan we later op dan nu we nog werken? Gaan we vergeten welke dag het is, of gaan we ons aan bepaalde routines houden om dat te voorkomen. Gaan we de plannen laten uitkomen zoals we die hadden bedacht voor als we ooit, later met pensioen zijn en echt tijd hebben. Hoe voelt het om vrij te zijn, te weten dat je niet meer ‘hoeft’ te werken.

En opeens is het ‘later’ geworden. Het eerst voor mij, omdat ik de oudste ben van ons twee. Vanwege ons vroeg ontvallen familieleden heb ik al vanaf mijn 62ste prepensioen genomen. Een klein bedrag per maand omdat ik al op mij 56ste, na 40 jaar werken, stopte met veel uren werken. Voor dit geld heb ik zelf gewerkt, zo voelt het. Hoewel ik al vroeg stopte met meerdere dagen per week werken hoefde ik nooit ‘mezelf te bedruipen’. Maar een aandeel doen aan ons huishouden, met dat prepensioen vond ik wel prettig.

Nog 7 maanden tot mijn 67ste verjaardag waarvan ik er 5 of 6 een paar diensten per maand zal doen, en dan ben ik zover. Dan ga ik met pensioen en dan krijg ik naast de rest van mijn pensioen AOW, net als alle andere pensionado’s. En dat zal voor mij echt voelen als…gratis geld. Ik kan me er nu al op verheugen.  

De lengte van je ‘touwtje’

‘Zou jij het willen weten?’ vraag ik aan mijn man. Na enig nadenken zegt hij: ‘Ja, ik geloof het wel…jij?’ Nee, ik denk het niet. Ik denk niet dat ik wil weten hoe lang mijn leven zal zijn.

In de Volkskrant van 21 juni 2025 lees ik in een artikel dat ‘twee derde van de patiënten met uitgezaaid kanker wil weten hoe lang ze nog te leven hebben’. Artsen blijken terughoudend om patiënten een levensverwachting mee te delen. Ik begrijp dat wel omdat nooit met zekerheid te zeggen is hoe lang dat zal zijn. Bovendien is ook niet te voorspellen wat het met de patiënten gaat doen.

Het was moeilijk het ziekteproces van drie van mijn vier familieleden, die inmiddels zijn overleden, aan te zien maar we waren natuurlijk blij dat ze er waren zo lang dat zo was. En zij leken ook niet ‘klaar om te overlijden’. Tegelijk is dat ook niet de vraag.

Zou je willen weten wanneer je overlijdt? Die intrigerende vraag staat centraal in de Amerikaanse besteller ‘The measure’ van Nikki Erlick. Ik vind het een heel moeilijke vraag. Ik kan me niet voorstellen dat ik dan heel anders zou leven dan ik nu doe. Ik heb een heerlijk leven. We hebben twee prachtige dochters gekregen die allebei een mooi gezin hebben. Onze kleinkinderen zijn 8, 11, 15 en 17. Volgens mij kennen ze ons goed omdat we op alle vier hebben gepast. We hebben met de kinderen (alle acht) en onze families een goede relatie. We zijn al 43 jaar samen en weten dat we van elkaar houden en elkaar tegelijk wel eens een keer ‘achter het behang kunnen plakken’.

Ik zou niet eens weten wat ik anders zou kunnen doen. Ik heb meer dan 40 jaar gewerkt en geprobeerd iets voor de gemeenschap te betekenen. Ik heb aandacht voor onze familie en vrienden. Ik heb een beetje vrijwilligerswerk gedaan en ga dat weer doen wanneer wij rustig in één plaats wonen. Ik heb geen bijzonder leven maar prima voor mij.

Gisteren zagen wij voor de tweede keer de film ‘Love at first sight’. Het meest opmerkelijke in die film, vind ik, is dat de moeder van één van de twee hoofdpersonen ongeneeslijk ziek is en nog bij leven een ‘memorial’ krijgt die ze zelf met haar gezin heeft georganiseerd. Ze wil er graag bij zijn wanneer alle mooie woorden, die meestal bij een begrafenis worden gezegd, over haar worden gesproken. Dat vond ik een heel goed idee.

Haar zoon was verdrietig omdat ze geen levensverlengende kuren meer wilde ondergaan maar zij wilde zo lang mogelijk zich goed blijven voelen, terwijl ze met die kuren zich heel ziek zou voelen. En ze zou hoe dan ook doodgaan. Net als wij allemaal, alleen wist zij dat dat geen jaren meer ging duren.

Wij zijn daarvan nog in onwetendheid, zolang we de lengte van dat touwtje niet weten. Gelukkig, vind ik.

Femicide/Oorlog

Iedereen die nooit zo’n roofdier zal zijn

Zal mee kunnen voelen met de pijn van slachtoffers van femicide

Hoezo kunnen we dat niet VERBIEDEN

Oh nee, dat is het al

Net als OORLOG, toch trappen we steeds in die val

Van onmenselijk leed

Hoe WREED

Aan de man is nu het woord

Om zijn soortgenoten, het hoofd verstoord

Te herstellen, te genezen

Zodat vrouwen en onschuldigen niet meer, nooit meer, hoeven

Te VREZEN

Het is naïeve rijmelarij maar het is wel mijn naïeve rijmelarij. Het ritme klopt niet, voor mij, maar de rijm wel. En ook de wellicht naïeve boodschap hoe achterlijk en weerzinwekkend het is dat deze woorden OORLOG en FEMICIDE in ons vocabulaire moeten bestaan.

Het is aan de mannen die wel tegen hun slechte soortgenoten kunnen opstaan om de vrouwen en onschuldigen te BESCHERMEN.