Zo onrustige kan een nacht zijn.

Wanneer ik bij hun thuiskom ligt hij ziek op de bank. Hij reageert niet op mijn kus, ligt stilletjes onder een dekentje op de bank. De hele avond zegt hij geen woord, slaapt een poosje, wordt even wakker om wat water te drinken. Wij zijn er stil van en in de ogen van zijn jonge ouders zie ik de zorg. Zijn broertje huppelt door de kamer, geeft hem een kusje als hij even wakker is. En wil zijn pappa helpen om hem te voeren als zijn broer even een beetje vla krijgt.
Ik blijf slapen en doe dat op het matras voor de bank waarop het jongetje die nacht mag slapen. Zijn broertje is dan al even in dromenland maar wordt precies onrustig wanneer wij volwassenen er net in liggen. Door zijn pappa getroost en met een lampje aan keert de rust weer. Midden in de nacht wordt ik wakker. Het zieke jongetje roept om zijn mamma en zij komt snel bij hem kijken. Boven mijn hoofd hoor ik haar zacht sussende woorden zeggen en hem nog een beetje water geven. Ik doe alsof ik slaap om het niet onrustiger te maken.
Wanneer we een poosje geslapen hebben roept hij: “Mamma, mamma, ik zweet,” en weer komt mamma bij hem. Hij heeft koorts en mamma doet hem een schoon shirtje aan en draait zijn kussen om. Steeds hoor ik haar zachtjes tegen hem praten en hij valt weer in slaap. Wij vallen ook weer in slaap. Ergens in de nacht hoor ik hem vragen om een lichtje. Ik zie zijn pappa over hem gebogen staan en zeg, nog een beetje slaapdronken, dat ik het goed vind als hij een lichtje aan krijgt.
Als ik weer wakker wordt is het omdat ik het kleine broertje hoor roepen: “Mamma, maaaamma!” Boven mijn hoofd slaapt het jongetje verder. Nog in de nacht heeft zijn mamma hem laten plassen waarvoor hij op dat moment was wakker geworden. Mamma komt niet waaruit ik concludeer dat het nog erg vroeg is. Het kleine jongetje roept niet langer maar begint te zingen wat ik zachtjes op de achtergrond meekrijg. Ik hoor nog een keer: “Oma, oma, yeah, yeah,” en dan slaap ik weer.
Nog tussen slapen en waken merk ik wat licht om me heen en hoor zacht gemurmel. Mamma kijkt met de kinderen Peppa big, de ‘lievelingsserie’ van het kleine jongetje. Wanneer ik een kindje hoor zingen blijkt dat, tot mijn gelukkige verbazing, het zieke jongetje te zijn. Hij zit rechtop en praat met een kraakstemmetje mee over Peppa en zijn vriendjes.
Het is dan 7 uur en ik merk hoe opgelucht mamma is dat haar jongetje weer praat en zingt. Voor de zekerheid maakt zij een afspraak voor hem bij de dokter waar het jongetje later op de dag met zijn pappa en broertje heen zal gaan. Wij maken ons klaar om respectievelijk naar huis en werk te gaan en ik denk: “Oh, dappere pappa en mamma. Ik weet dat jullie in vijf jaar tijd veel meer van dit soort onderbroken nachten hebben gehad dan dat je gewoon een nacht kon doorslapen. Maar, houd moed, want ze komen, de dagen dat de jongetjes en jullie heerlijk zullen genieten van je nachtrust en tot die tijd, gewoon lekker vroeg naar bed,”

Advertenties