Anti-consumptie

Ik ga met mijn man mee ‘de stad in’. We wonen ook deze zomer weer in ons Tiny House aan het meer en dan is ‘de stad in gaan’ een bijzondere sensatie.

Hij wil schoenen kopen. Zijn oude ‘doen het nog’ maar hij wil er graag een tweede paar zomerschoenen bij. Menig keer vond ik voor mezelf goede schoenen in de uitverkoop, juist omdat ik er niet voor mezelf op uit ging.

Eerder deze week was ik bij C&A omdat ik in een Libelle een katoenen trui zag, die daar te koop zou zijn,  waarvan ik er ook graag één wilde bij de ene die ik heb. De truien waren er geweest in het voorjaar en nu natuurlijk al lang uitverkocht. Wat ik wel zag waren heel leuke bloesjes, jurkjes en 7/8 broeken, niet duur en allemaal even mooi. De trui zou €20,= gekost hebben en ik was even in de verleiding geweest daar iets anders voor uit te zoeken. Maar ik had er niets van nodig en kocht gelukkig niets.

Ook met mijn man op pad deze zaterdag zie ik allerlei moois hangen, staan en liggen. In de winkel waar hij zijn schoenen koopt zie ik heel mooie zwarte sandaaltjes, precies het model en materiaal waar mijn moeilijke voeten comfortabel in zouden lopen. Hij ziet ze ook, zegt: ‘Koop ze dan, die zijn echt leuk,’ ‘Maar ik heb net nieuwe slippers gekocht zeg ik,’ ‘Dan wissel je ze af,’ zegt hij, en dan blijven de slippers ook langer goed,’ Het klinkt logisch, en het is logisch. En het gaat maar om een paar tientjes…maar, ik doe het niet. Ik heb thuis een paar sandaaltjes.

Bij een tweedehands winkel in de Oosterstraat koop ik wel de (deels) katoenen trui die ik wel wil hebben. Ik ben niet persé blij omdat hij zo goedkoop is maar wel omdat hij tweedehands is en vooral, omdat ik ernaar op zoek was. Ik kan zoveel meer kopen nu dan vroeger, en het gekke is…ik wil het niet meer.