Scheidingen kunnen niet altijd worden voorkomen. Er is voor elke scheiding een reden. Soms is een relatie niet goed en komen er toch kinderen waarna (vaak bij een nieuwe liefde) de relatie alsnog wordt verbroken en de kinderen in een gebroken gezin verder moeten. Als de ouders en stiefouders dan het belang van hun (stief)kinderen voorop zetten, kunnen de kinderen nog steeds in een liefdevolle gezinssituatie verder opgroeien.
Soms (veel te vaak) is er een andere reden voor een ouder om van de andere ouder te scheiden. In geval van mishandeling en/of misbruik van de ouder zelf en/of van de kinderen. In dat geval is scheiden het enige dat de ouder kan doen om haar of zijn kinderen te beschermen. Of de andere ouder dan nog recht heeft om zijn of haar kinderen te zien vind ik een verschrikkelijk moeilijk vraagstuk waar alleen oprecht integere en kundige specialisten zich over zouden moeten buigen.
En soms hebben ouders een verwijdering van elkaar terwijl ze wel van elkaar houden. Dat kan opgelost worden door communicatie, door duidelijk te krijgen waardoor die verwijdering er is, want er is dan nog een weg terug. Voor de kinderen in die relaties is het van cruciaal belang dat die verwijdering wordt aangepakt. Een relatie waarin liefde is voor elkaar en de kinderen verdient het om voortgezet te worden. Als dat nodig is, met hulp.
Uithuisplaatsing van een kind is ook niet altijd te voorkomen. Door alles wat ik erover gelezen heb denk ik soms dat dat veel te snel gebeurt en soms lijkt een kind veel te lang te moeten lijden onder een mishandelende of misbruikende ouder.
Ik begrijp dat kinderen uithuisgeplaatst moeten worden wanneer beide ouders niet in staat zijn voor ze te zorgen. Maar wanneer er één ‘verkeerde’ ouder is en de ander kan daar niet tegen op, moet dan niet die ene ouder uit huis worden geplaatst in plaats van het kind? En kan de andere ouder thuis begeleiding krijgen indien dat nog nodig is?
Ik hou me vast aan de opmerking van een dame die ik las op LinkedIn die van mening is dat ‘we moeten streven naar zo min mogelijk onnodige uithuisplaatsingen en zoveel mogelijk nodige en dat we de wijsheid vinden om het onderscheid te maken’.