Sisterhood

De vier meisjes March, Ruut en Lucy de Ruyve, uit de boekenreeks van mevrouw Van Hille-Garthé, Else en Phien van Arlevoort, of hun moeder Mary en haar zuster Elisabeth en Martje en Suus uit de reeks van mevrouw Scheherazade. Zijn zij de voorbeelden geweest van de zus die ik zelf ben geworden, of was ik dat anders ook geweest?

Mijn zussen en ik zijn, waren, precies de helft van een groot gezin. We lijken niet op elkaar, al zijn er blijkbaar gelijkenissen in uiterlijk en stem. Daardoor hebben mensen soms mijn zussen gevraagd of zij misschien familie van mij zijn.

Onze oudste zus heeft onze moeder fysiek gesteund in het grootbrengen van de jongere kinderen, tot zij trouwde toen ze 19 was en het ouderlijk huis verliet. Ik was nog maar zeven, een lagereschoolkind en ik kende haar uit die tijd nog niet goed. Het leeftijdsverschil was daarvoor veel te groot. We zijn elkaar wat nader gekomen toen we ouder werden en de laatste jaren bezoek ik haar regelmatig en schrijven we elkaar brieven, al wonen we relatief dicht bij elkaar.

Mijn tweede zus en ik hebben elkaars leven gedeeld sinds ik volwassen en uit huis was. Soms steunde zij, soms steunde ik. Als ik het ergens moeilijk mee had stond zij met een bloemetje voor mijn deur en toen ik haar laatst een bloemetje bracht en zij vroeg waarvoor dat was toen zei ik dat ik het bloemetje bracht omdat zij het even moeilijk had, zoals ze ook altijd voor mij had gedaan.

Mijn derde zus en ik lijken misschien wel het meest op elkaar. We willen altijd helpen en hoe goed we het ook bedoelen, het komt niet altijd zo uit. Maar ik weet dat haar en mijn intentie altijd goed is. Zij reisde met mij naar onmogelijke doelen en heeft mij nooit verweten…dat het eigenlijk onmogelijk was.

Met mijn jongere zus heb ik verreweg het meest gedeeld. We hebben samengewerkt, gezongen, gedanst, de slaapkamer gedeeld, gekibbeld maar vooral heel veel gelachen. We kunnen elkaar een verhaal vertellen en halverwege niet meer kunnen praten van het lachen en toch weten wat de clou is. Juist omdat ze heel anders is dan ik heb ik van haar veel kunnen leren.

Ons jongste zusje overleed helaas veel te jong. Ze was nog maar 48 maar moest op dat moment haar dochtertje, die maar vier jaar mocht worden, al elf jaar missen. Ik heb jarenlang met haar de boodschappen gedaan voor onze oude ouders en ik bewonderde haar vaste planning van gerechten samenstellen (voor haar eigen gezin) en boodschappen doen overeenkomstig het lijstje, iets wat mij nooit zal lukken. Wij hebben elkaar ook veel geschreven, al woonden we in dezelfde stad en zij schreef altijd uit zichzelf in mijn gastenboekje, omdat ze dat leuk vond. We hadden dezelfde favoriete juf van school en zij schreef, net als ik, gedichten.

Mijn zussen en ik, daar komt nooit, nooit iemand tussen.