Ieder moet zijn eigen fouten maken, maar dat hoeft niet blijvend te zijn.

Toen wij, lang geleden, prille ouders waren hadden wij, net als de meeste prille ouders, het beste met onze kinderen voor. We gaven hen liefde, zorg en probeerden ze goed voor te leven. We deden dit alles in de hoop en het geloof dat wij daarmee goede mensen met een gelukkig leven in de maatschappij zouden zetten.
Pas veel later kwam ik erachter dat dit helemaal niet zo gemakkelijk was als ik mij in mijn jeugdige naïviteit had voorgesteld. Onze omstandigheden waren in die tijd niet ‘ideaal’. Dit gezegd hebbende besef ik me dat het moeilijk bedenken en omschrijven is wat ‘ideaal’ precies inhoudt. Een gezond kind krijgen is ideaal maar verder is die tijd zo complex dat het waarschijnlijk voor niemand haalbaar is die omstandigheden verder als ideaal te bestempelen.
De grote fout die ik destijds maakte was, in mijn beleving, onmogelijk te vermijden. Ik was een redelijk jonge moeder. Laatbloeier als ik was moest ik nog helemaal de wereld en zeker mijn relatie daarin tot de anderen ontdekken en ontwikkelen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Of misschien zelfs wel met veel slagen en stoten. Ik keek huizenhoog tegen de mensen op en al wist ik soms zelf beter dan wat zij beweerden, ik was niet in staat op de juiste manier, naar mijn idee zou dat assertief zijn, te reageren wanneer er over mijn grens werd gegaan. Nog heel lang reageerde ik bijna agressief wanneer ik dat wel deed en veel te vaak moest ik het over mij heen laten komen.
De invloed die dit gegeven destijds op mijn jonge kinderen had kon ik niet bevroeden. Wat ik ook niet kon weten was dat mijn manier van opvoeden, heel brede kaders met grenzen die niet overschreden mochten worden, niet voor mijn beide kinderen werkte. Ik was op die manier van opvoeden zelf heel trots.
Waar het vandaan kwam?
Ik was mijn ouders negende kind. Ik wilde niet veel maar had bijna alles gemogen wat ik zou hebben gevraagd. Dan heb ik het niet over hebben maar over doen. Ik was in mijn beleving op mijn zestiende, gestopt met school en fulltime werkend, volwassen en verantwoordelijk voor mezelf. Ik vertelde altijd dat ik mijn kinderen heb opgevoed tot hun zestiende en ze toen als volwassen en zelfverantwoordelijk beschouwde. Pas heel veel later begreep ik van mijn kinderen dat de één dat veel beter had aangekund dan de ander. Zij had dat ook niet zo gewild, zij had wat meer grenzen willen hebben.
Als veel anderen onder ons ben ik door schade en schande, met heel veel hulp, een beter en gelukkiger mens geworden. Juist die hulp, van mijn man, onze kinderen, mijn familie en een aantal hulpverleners heeft voor mij alle verschil gemaakt. Ik ben dankbaar dat ik al op jonge leeftijd hulp heb gezocht en gevonden en gaandeweg steeds meer open kon staan voor wat de mensen om mij heen mij konden bieden, aan hulp en goede raad. Natuurlijk heb ik vaak genoeg moeten slikken, als mij iets werd ‘verweten’ of duidelijk gemaakt op een manier die voor mij op zijn zachts gezegd ‘ongemakkelijk’ was. Maar ik kan al heel lang uitgaan van de goede bedoeling van de uitgesproken woorden. En in mijn beleving is niemand erop uit geweest mij ooit te kwetsen. Dat is een fijne gedachte die mij doet geloven in de mensen en de wetenschap dat, welke fouten je ooit in je leven maakt, het niet voor altijd hoeft te zijn.
Zo zal dan elke generatie zijn eigen fouten maken en tegelijk zelf op zoek moeten gaan naar hoe hij zichzelf kan helen van de fouten die de voorgaande generatie ondanks alle goede bedoelingen toch heeft gemaakt.

Advertenties