Over liegen en bedriegen.

Sommige dingen kun je je gewoon echt niet voorstellen. Ik zal het maar zeggen: ik ben een moraalridder. Ik spreek bij voorkeur de waarheid en dat is vooral omdat ik het gevoel heb dat het woord ‘leugenaar’ op mijn voorhoofd verschijnt wanneer ik echt zou liegen. Mijn man kon vroeger tegen mij zeggen: “Je hoeft niet roomser te zijn dan de Paus, Roos,” en dan kon ik hem wel slaan. Uugghh! Wat had ik daar een hekel aan. Maar ik begreep hem (uiteindelijk) ook wel. Zoals mijn kleindochter vaak zegt: “Dat is niet eerlijk,” dat voelde ik wanneer het bijvoorbeeld ging over dronken mensen. Ik heb daar een hekel aan. Veel mensen hebben daar een hekel aan maar vinden dat opeens niet of minder erg als het een bekende van hen betreft. Terwijl ik er dan nog steeds een hekel aan heb. In zo’n geval kon mijn man dan die door mij zo gehate zin uiten.
Dus viel ik bijna van mijn stoel toen onze, zo op eerlijkheid gestelde, Famke stralend uitriep: “Ik heb €500,= gepikt,” En wat deed ik? Sprak ik hier schande van? Gaf ik haar straf? Moest ze het terug geven? Niets van dit alles. Ik stak mijn hand op met een brede lach en zij klapte er keihard een high five op. Wauw, wat was ik trots op haar en ik stak mijn bewondering niet onder stoelen of banken.
Mijn man gaf toe dat hij van zijn buurman €10,= had gepikt en onze kleinzoon en ik zeiden (ik in ieder geval naar waarheid) dat we niets van dat alles hadden gedaan.
Het was Famke die ons, halverwege het spel, vroeg of we zouden zeggen wat we hadden gedaan. Ze stond zelf te popelen om haar ontboezeming te doen en een uurtje later kon ik me dat precies voorstellen.
We waren toen een uurtje onderweg met het spel ‘ Monopolie’. De bedriegersversie. Finn en Famke wilden het graag spelen en omdat ik niet hou van spelletjes doen zei ik eerlijk: “Nee, ik wil het niet, maar ik doe wel mee,” Ik kon me de spelregels van vroeger herinneren maar dit spel werk iets anders. Het nodigt uit om te bedriegen en wanneer je daarbij wordt betrapt moet je een straf uitvoeren. Na Famkes ontboezeming dacht ik: “Okay, zo speel je dus dit spel en als negenjarige Famke het kan dan kan ik het toch zeker ook,” Dus aasde ik op een gelegenheid. Wat helpt om geld te stelen is de regel dat niet één persoon de bank beheert maar dat deze rondgaat met de beurten maar dan tegen de klok in.
Mijn kans kwam toen de bank, terwijl hij mijn kant op kwam, kantelde waardoor het geld eruit viel. Ik herschikte het geld terwijl mijn medespelers de hotels en pionnen die niet meededen bij elkaar graaiden en in het vak terug legden. Toen ik de bank voor mij neerzette pakte ik nonchalant een €500,= biljet en legde die op de andere twee. Niemand had het gemerkt en ik moest inwendig heel erg lachen. Jeetje, eerlijke ik die dit deed en niemand had het gemerkt. Gedurende de rest van het spel popelde ik om het te vertellen. Maar ik wachtte netjes tot we stopten met spelen.
Tot onze grote verbazing bleek toen dat opa, die het hele spel financieel op een afgrond leek af te stevenen, het meeste geld had en daarna Finn, onze stille genieter. Ik eindigde als derde en onze Famke, best een beetje zuur, als laatste.
Wij hadden ieder een biljet van €500,= gepikt maar opa bleek schaamteloos een groot deel van de bank te hebben beroofd en Finn bleek niet alleen geld te hebben gestolen maar van Famke had hij een eigendomsbewijs achterover gedrukt waardoor steeds hij en niet zij voor die straat de huur ving. Bovendien had hij twee keer beweerd een dubbel cijfer te hebben gegooid waardoor hij onrechtmatig uit de gevangenis werd ontslagen. En hij had ervoor gezorgd dat Famke een beurt minder had gehad door stellig te beweren dat hij aan de beurt was.
En wij hadden daar niets van gemerkt. Zoals ik al zei: sommige dingen kun je je echt niet voorstellen.

Advertenties