Saai? Nee hoor

Mijn man staat op en ik zeg: ‘Ik kom ook zo,’ Ik trek de gordijnen open en pak mijn telefoon. Ik begin aan mijn dagelijkse twee lesjes Engels-Spaans met Duolingo. Uit de keuken roept mijn man: ‘Wil je ook thee?’ en even later komt hij er al mee binnen en zet mijn theeglas op het nachtkastje: ‘Ha, lekker,’ zeg ik, ‘dank je,’

Als ik in de kamer kom, na mijn lesjes, zegt mijn man: ‘Het is mooi weer,’ en ik zie door ons raam het mooie rustige herfstweer. Hij gaat naar de keuken en vraagt: ‘Even lopen?’ ‘Ja,’ zeg ik, ‘maar ik moet nog een broodje,’ ‘Ik ook,’ zegt hij.

Buiten is het pittig, fris. Onze dochter is bij ons geweest en heeft een pakje laten liggen dat we lopend gaan brengen. We praten best veel onderweg. Ik heb de neiging om al het moois dat ik zie op te noemen en hij knikt soms instemmend, kijkt mij aan met een lachje, of geeft er zijn commentaar op. En we praten ook over de grote gebeurtenissen in de wereld, de Covid die we proberen op onze manier mee te bestrijden en de wisseling van presidenten in het door midden gescheurde Amerika. ‘Wie er ook bij ons wordt gekozen…,’ zegt mijn man, ‘niemand gaat de straat op of schreeuwt of huilt erom,’ Het is bij ons gelukkig niet zo extreem en ik geloof niet dat hier iemand zo overtuigd is van zijn gelijk als de president van Amerika van de afgelopen vier jaar. Ook niemand die zulke bijzondere tweets uitdoet en zo respectloos het woord respect in de mond neemt.

Wanneer we de spoorbrug zien waar we vaak onderdoor zijn gereden zegt mijn man: ‘Ik wil er wel een keer op,’ en wanneer hij ’s middags zegt: ‘Zullen we nog even naar buiten,’ weet ik dat we die kant op gaan. Fietsen gelukkig want de wandeling van de ochtend en die van de vorige dag zit aardig in mijn benen.

We vinden het fietspad naar de spoorbrug en fietsen de best lange brug over. ‘Kijk,’ zegt mijn man, ‘daar, de bruggen (waar we vaak over rijden, fietsen of lopen), de wijk van ons kind. Wat een uitzicht.’ We zien van ver de koeien in de wei, de mooie bomenreeksen. Het mooie Groningerland. We fietsen nog een nieuw pad door dat mooie land en zien hier en daar de mooie huisjes en boerderijen. Wat een heerlijke dag, genieten.

‘Wat fijn dat ik niet hoef te koken,’ zeg ik, want we eten die avond bij familie. Thuis drinken we een kopje thee, zien een (stuk van een) wedstrijd en maken ons klaar voor de avond. Zo’n lekker dagje, niets moet, niets hoeft…genieten.