Wanneer ik aan mensen vertel dat ik ‘met pensioen’ ben, en dat gebeurt best vaak omdat het nog zo nieuw is, dan is de standaardvraag: ‘En, ben je nu lekker vrij?’ Ik haast me dan meestal te zeggen dat ik al heel lang ‘vrij’ ben. Ik leg dan uit dat ik sinds ik ontslag nam van school in 2015 nog wel heb gewerkt maar weinig, niet meer elke week.
Ik vraag me vaak af wat mensen bedenken bij ‘vrij zijn’. Ik hoor van pensionado’s vaak dat ze het juist heel druk hebben. Misschien is dat omdat ze allebei tegelijk met pensioen zijn. Mijn man, mijn liefste werkt nog en daarom laat ik, wanneer we samen zijn, vaak van hem afhangen wat hij die dag wil doen. Hij kan een tijdje lezen maar dan moet hij wel weer iets doen en op het moment dat hij zegt: ‘Zullen we even fietsen?’ dan zit ik bij wijze van spreken al op de fiets.
Ik kan eindeloos lezen, zeker als ik een nieuw boek heb. Als het me genoeg boeit dan lees ik het in een paar dagen uit. En tussendoor lees ik tijdschriften of boeken die ik al meerdere keren gelezen heb. Ik schrijf ook bijna elke dag, een blog, mijn dagboek, een brief. En ik zing…ook elke dag.
Vrij zijn is voor mij doen wat en wanneer ik daar zin in heb. Ik heb gisteren een deel van ons onkruid voor het hek weggehaald en ik was vast van plan vandaag de rest weg te halen. Maar daar had ik vanmorgen geen zin in. Dan doe ik het niet.
Ik denk dat ‘vrij zijn’ voor iedereen is doen wat en wanneer ze daar zin in hebben, alleen heb ik vaak het idee dat ze zich daarvoor toch nog veel laten leiden door factoren buiten zichzelf. En dat ze het daardoor in hun pensioentijd nog ‘zo druk’ hebben.
Jaren geleden kwamen we aan bij een camping in Italië. Het was onze eerste vakantie zonder kinderen. En onze eerste, sinds lang, kampeervakantie. Het was midden op de dag en bloedje heet. We zetten twee stoeltjes naast de auto, haalden flesjes koud drinken, pakten onze ‘leeskrat’ en we gingen eerst heerlijk zitten lezen. Op enige afstand van ons hoorde ik iemand zeggen: ‘Nou, dat is lekker. Wij zetten eerst de tent op.’ Toen dacht ik: ‘Ja, dat is ook een keus.’