Het draait allemaal om communicatie. Ik weet het zeker en ik weet ook zeker dat de meeste mensen het weten. We praten er allemaal over en soms krijgen we het toch niet voor elkaar.
Voor de zoveelste keer hoor ik over een scheiding waar jonge kinderen bij betrokken zijn. En het is minimaal de derde keer dat het een tweede scheiding betreft.
“Hoe is het met de kinderen?” vraag ik, en heel snel volgt het antwoord: “Goed,” en dat kan ik me moeilijk voorstellen. Het is een tweede scheiding en met de kinderen is het goed. “Goed?” vraag ik en ik begrijp hoe lastig dat is.
Kinderen zullen verschillend op een scheiding reageren. En of ze nou druk zijn, of heel stil, misschien zelfs opgelucht als er vaak ruzie was of een vervelende sfeer, het is niet ‘goed’ met de kinderen.
Ze kunnen het wel goed doen, de kinderen. Ze kunnen, zo klein en jong als ze zijn begrip tonen (vaak voor de ouder met wie ze op dat moment spreken) of je zelfs troosten. Dan doen ze het in de ogen van hun ouders misschien goed, maar het is niet goed met ze. Het is ook niet goed voor ze.
Een scheiding is altijd een moeilijke en stressvolle periode. En tegen alle ouders die door een scheiding heen moeten wil ik zeggen: “Als het voor jou moeilijk is, stel je dan voor hoe moeilijk het voor je kind is,” en ik zie dat ze daar eigenlijk geen ruimte voor hebben.
Hun leven is overhoop. Gegooid, of ze hebben het zelf gedaan. In ieder geval zijn ze erbij geweest en hebben er allebei verantwoordelijkheid voor. Maar wie dat niet heeft is het kind, of de kinderen. Hun leven is door hun ouders overhoop gegooid. Het klinkt hard en zo is het ook. Zij zijn het kind en zij hebben het niet gedaan.
Niet elke scheiding is te voorkomen. Misschien heb ik dat wel het best begrepen toen het in mijn eigen gezin gebeurde. Het belangrijkste is hoe er mee wordt omgegaan. En dan is het voor de kinderen van cruciaal belang hoe er gecommuniceerd wordt. En dat hun belang altijd voorop wordt gesteld.
Ik zie hoe scheidende ouders met zichzelf bezig zijn. Ik begrijp het ook, er komt veel op hen af en vooral veel van wat ze niet willen. Voor de kinderen geldt dat ook en zij zijn niet in de gelegenheid, hebben niet het vermogen het te sturen.
Het draait allemaal om communicatie. Probeer naar elkaar te blijven kijken als de ouders van je kind. Je bent ex-geliefde geworden, maar je kunt nooit ex-ouder worden. Dat wil je ook niet. Praat met elkaar omwille van je kind. En hoe moeilijk het ook is, heb compassie met elkaar, je hebt het allebei moeilijk. Voor de kinderen is het belangrijk dat ouders duidelijk zijn. Zeggen wat ze doen (duidelijk) en vooral doen wat ze zeggen (eerlijk). Als dat een keer niet mogelijk is, leg dan uit waarom dat zo is en zorg dat het niet te vaak gebeurt.
Scheidingen zijn gelukkig ook vaak te voorkomen. Als dat niet kan, is het belangrijkste hoe ermee wordt omgegaan. Voor de kinderen.
Zomervakantie.
Op de radio hoor ik dat over tien dagen de eerste kinderen alweer naar school gaan. “Nu al?” denk ik. Voor mijn gevoel is de zomervakantie net begonnen. Ik woon in het Noorden van het land waar we als laatste vakantie hebben gekregen dus wij zitten net op de helft.
Onze kleinkinderen zijn met hun vader op vakantie. Nog een paar dagen dan zien we ze weer. Met hun moeder gaan ze aan het einde van de vakantie nog een paar dagen weg en tussendoor zijn ze lekker vrij om in hun beide huizen te zijn en daar ook lekker buiten te spelen. Gelukkig doen deze kinderen dat graag. Ze zijn 8 en 10 en zitten graag op de laptop en de IPad en natuurlijk niet te vergeten alle beschikbare telefoons. Maar ze spelen ook nog heel graag buiten en ik moet zeggen dat dat ook geldt voor hun vriendjes met wie ze op de vrije schoolmiddag spelen, wanneer wij er zijn om op ze te passen.
Net als bij veel andere kinderen is hun eerste vraag wanneer ze uit school komen: “Oma, mag ik op de laptop?” of, en dat vind ik altijd zo grappig klinken, “op de téle?” En dan zeg ik: “Dat is goed, zeg maar wanneer: na het eten een uurtje en dan buitenspelen, of eerst buiten spelen en om vier uur een uurtje op de laptop?” en dan kiezen ze iets.
En nu heeft iedereen nog heerlijk vakantie en hoeft er lekker geen kind naar school. Zomervakantie was voor ons vroeger een heerlijke aaneenschakeling van lange, vrije dagen waarop wij bijna de hele dag mochten doen wat we wilden. Lekker lang uitslapen, volgens mij hielden mijn broers en zussen en ik daar heel erg van. Lezen zonder dat je hoefde te stoppen om huiswerk te maken of naar bed te gaan. We mochten ook altijd langer opblijven. En omdat we niet op vakantie gingen kregen we een zwemabonnement en lagen we veel in het zwembad, of op de zonneweide, of de tribune bij het diepe bad.
Ik realiseer me dat tegenwoordig veel kinderen in de vakantie wel naar de opvang gaan omdat hun beide ouders werken. Net als mijn beide kleinzoontjes. En ik weet ook dat ze bij hun opvang veel met de kinderen buiten spelen en ervoor zorgen dat de kinderen ook daar een leuke en vaak ook leerzame (op een speelse manier) dag hebben. Bovendien gaan deze kinderen ook met hun pappa en mamma nog wel een dagje fietsen of op een warme dag lekker naar het strand.
Ik wens iedereen nog een heel fijne voortzetting van de zomervakantie en dat de kinderen straks heerlijk uitgerust zijn om aan hun nieuwe, spannende schooljaar te beginnen.
Over de liefde; Een pleidooi voor het kind.
Wat kunnen aan de deurkruk hangende slipjes en een lampje aan de muur nou te maken hebben met eeuwigdurende liefde? Hoe kunnen we het leven veraangenamen door het overbodige woord verwijten uit ons vocabulaire te schrappen? En het geluk van je kind, het geluk van jezelf: wat gaat er eigenlijk voor?
Waar hangt u uw slipje eigenlijk te drogen? Thuis heb ik een zogenaamde ‘Engelse’ keuken. Dat wil zeggen dat mijn wasmachine en droger in de keuken staan.
Als ik mijn was van de machine in de droger doe, mik ik in één beweging mijn slipjes aan de klink van de keukendeur te drogen. Want ik vind het zonde om ze in de droger te doen.
Mijn man vindt dit raar. “Als mensen het nou zien, Ro’m. Wat moeten die er wel niet van denken?” Ik denk: moeten ze er dan iets van denken? Er hangen schone slipjes aan onze keukendeur. Nou en?
Het Engelse woord ‘rare’ betekent ‘zeldzaam’ en is het nou raar of rare dat ik deze gewoonte heb. Wat is raar. Het is om te beginnen een raar woord maar wat betekent nou raar. Ik heb natuurlijk wel een idee van wat hij ermee bedoelt. Maar ik zoek het toch even op in het woordenboek.
Op nummer 1 en 2 vind je bij raar respectievelijk 1. Ongewoon, vreemd en 2. Bedenkelijk. In die zin kun je zeggen dat mijn droogmethode zowel raar kan zijn als rare. Kan zijn, omdat het ervan afhangt hoe je daarover denkt.
Dit is mijn eerste stokpaardje want in mijn beleving zijn dingen niet zoals ze zijn. Het is maar net hoe je erover denkt.
Als mijn man op een iets vroeger tijdstip dan ik naar bed gaat, dat gebeurt nogal eens, kijkt hij nog even tv. Hij doet dan het bedlampje boven mijn hoofdkussen aan. Niet zijn bedlampje maar dat van mij, mijn bedlampje. En dat vind ik wel zó raar. Ik snap wel waarom hij het doet, hij vindt het licht boven zijn hoofd te fel en hij weet dat ik vaak nog even lees voordat ik ga slapen. En toch kom ik de kamer binnen, zie het lampje branden boven mijn hoofdkussen en denk: nou, is mijn lampje weer aan. Gebruik lekker je eigen lampje!
Dat denk ik dan, maar ik zeg het niet.
Lang geleden, toen onze kinderen nog klein waren, hebben wij het woord ‘verwijten’ zo goed mogelijk uit ons leven verbannen. Je mag overal iets van vinden, te veel rommel, je wilt eten en er is nog geen eten klaar, je wilt iets hebben en het is er niet. Dan heb je bij ons de keuze uit twee mogelijkheden. 1. Je doet het zelf, of 2. Je wacht tot ik het doe. Maar wat je niet doet is erover zeuren of er verwijten over maken.
Het werkt uitstekend. Over het lampje heb ik heel lang niets gezegd. Pas toen ik er op een luchtige manier een opmerking over kon maken, glimlachte mijn lief en opeens was ik er ook klaar mee. Daarna merkte ik slechts op dat mijn lampje aan was. Ik stoorde me er niet meer aan.
Tegenwoordig lees ik steeds meer over “mindful” leven, bewustwording en “echt” contact. En zonder arrogant over te willen komen denk ik dan: dit kan ik allemaal al lang. Hoe kan dat?
Komt het doordat ik ouders heb gehad die elkaar spontaan en op jonge leeftijd hebben ontmoet en vervolgens zeventig jaar hartstochtelijk van elkaar en hun twaalf kinderen gehouden hebben? Komt het doordat ik mijn man op relatief jonge leeftijd, 23 en hij was 21, heb ontmoet en nu al 30 jaar stapelgek op hem ben?
Houden van kun je leren
Ons huwelijk is echt niet alleen maar rozengeur en maneschijn geweest. Vooral de eerste jaren waren niet eenvoudig. We kenden elkaar een jaar toen ik ongepland in verwachting raakte van ons eerste meisje. Ik was smoorverliefd en knettergek op mijn man, maar van zijn kant was die liefde nog niet zo overduidelijk aanwezig. Hij vond mij een heel lief en ook heel aardig meisje en hoewel hij ook wel verliefd was op mij, begrepen we elkaar dat eerste jaar allerminst. Maar toen ik zwanger bleek, toonde hij zich wel een echte man en trouwde hij mij.
Toen ons kleintje er was stak bij mij een enorme jaloezie de kop op en misschien had dit wel rechtstreeks te maken met het feit dat mijn lief er nog lang niet aan toe was om al vader te zijn van een gezin.
De geldproblemen die we hadden, de strubbelingen met de familie, het hielp allemaal niet om onze relatie enige stabiliteit te brengen. Maar we gedroegen ons dapper en stelden het gezin altijd voorop. Inmiddels was dat uitgebreid met nog een meisje.
Misschien hielp het juist dat we elkaar zo nodig hadden. We hadden nog niet gestudeerd maar wel beiden ambitie om ons te ontwikkelen. En wat zeker hielp, was dat we elkaar heel veel gunden (terwijl we werkelijk niets hadden). Er hoefde niets op een weegschaal maar we wilden beiden de mogelijkheid hebben om ons te kunnen ontwikkelen.
We werkten beiden zo veel als we konden om financieel voor ons jonge gezin te kunnen zorgen. We namen allebei onze verantwoordelijkheid.
We verdeden toen al geen tijd en energie aan nutteloze zaken en schakelden waar nodig de kinderen in. Kleine kinderen kunnen heel veel dingen zelf doen als je ze daar de ruimte voor geeft en accepteert dat ze het niet perfect zullen doen. Het helpt als je zelf ook niet perfect bent. En laten we eerlijk zijn, niemand is perfect. Dus waarom zou je het van iemand anders vragen. Jij kunt zelf ook iets vergeten of per ongeluk iets omver gooien, dus als je kind het doet dan is dat toch niet erger?
Wij hebben van onze kinderen veel geleerd. We hebben naar ze geluisterd en vooral geen dingen verboden als daar geen reden voor was. Je hebt als ouder de macht maar die hoef je niet altijd te nemen.
Door de jaren heen hebben we vooral met elkaar leren communiceren. Want goed communiceren, dat weet iedereen, is een van de belangrijkste onderdelen van een goede relatie.
Is dat dan een belangrijke reden waarom zoveel relaties tegenwoordig stuklopen als de kinderen nog maar heel jong zijn?
Goed leren communiceren doe je niet even in een jaartje en ook niet in twee. Maar je kunt het wel leren. Als je veel van elkaar houdt scheelt het dat je genegen bent de ander zijn “fouten” te vergeven. Maar is de liefde nog niet zo sterk aanwezig, dan kun je ook leren om van de ander te houden. Dat is een keuze.
Dat is mijn tweede stokpaardje. De echte uitzonderingen daargelaten is er altijd een keuze. Mensen kiezen voor elkaar. Soms is de keuze spontaan en dit gaat vaak het beste als men nog jong is. Bij jong hoort ook vaak onbevangen en als je jong bent heb je veel tijd en vaak flexibiliteit om aan elkaar te wennen en je aan elkaar aan te passen. Je hebt tijd en energie om goed te leren communiceren en elkaar te leren kennen. Na de heel verliefde periode komt, zoals zo vaak wordt gezegd, het cruciale punt van ‘houden van’. Wanneer dat niet gebeurt is dit het moment, als er nog geen kinderen zijn, om bij elkaar weg te gaan. Als het houden van er niet van komt, dan hoor je niet bij elkaar.
Als je van elkaar houdt, ga je elkaar steeds beter begrijpen. Dan ben je geïnteresseerd in elkaar, dan heb je een bevredigende, intieme relatie, dan gun je elkaar heel veel. Dan wil je het met elkaar uitpraten als er hobbels en bobbels op je pad komen.
In veel relaties is de volgende stap kinderen krijgen. Kinderen zijn een grote verantwoordelijkheid. Geen kind heeft erom gevraagd om bij zijn ouders te komen. Dat hebben de ouders bedacht ofwel, het is ze overkomen. Als je besluit het kindje te laten komen, heb je er allebei verantwoordelijkheid voor. Heb het dus lief, het is zo klein en kwetsbaar, heeft nergens om gevraagd. Verzorg het goed, geef het alles wat het nodig heeft. Alles. Als je er niet alles voor over hebt, doe het dan niet. Een kindje krijgen is in feite het meest egoïstische wat een mens kan doen. Want niets is zoveel van jezelf en elkaar als een kindje van jou en je man of vrouw. Het is bovendien het grootste wonder dat er bestaat.
Het kan helemaal niets en heeft jou voor alles nodig.
Sommige mensen zijn al ouder voordat ze het zijn. Ze weten al jong dat ze kinderen willen krijgen en instinctief zullen ze weten wat het kindje nodig heeft. Sommige mensen worden ouder op het moment dat het kindje geboren wordt en sommigen zullen het langzamerhand leren. Daarom heeft het kindje minstens twee ouders of verzorgers nodig. Bij zoiets kwetsbaars heb je hulp en controle nodig. Als je als ouder in de fout gaat (en welke ouder gaat dat niet) corrigeer elkaar dan. Dat ben je aan elkaar, maar vooral aan je kindje verplicht.
Je hebt als ouder de macht maar die hoef je niet altijd te nemen
Het is goed als een gezin met elkaar opgroeit. Zelfs als ouders, voor het ouderschap, al langer bij elkaar waren. Er ontstaat een nieuwe situatie wanneer er voor het eerst een kindje komt. Ouders realiseren zich dat van tevoren vaak niet, maar als een van de twee, of allebei verder wil leven alsof alles nog hetzelfde is, dan krijgt het gezin niet de kans die het nodig heeft om samen op te groeien. En vergeet daarbij niet: respect hoef je niet af te dwingen. Als je het als ouder goed doet dan geef je je kind vanaf dag één het respect dat het verdient en zal dat respect automatisch worden teruggegeven.
Ik lees tegenwoordig steeds meer over hoe we het met een samengesteld gezin “goed” kunnen doen. Hoe we netjes van ons eerste gezin afstand kunnen doen. We hebben toch recht op geluk? We moeten volgens velen vooral voor onszelf kunnen kiezen. Maar de kinderen dan? Waar is hun recht op geluk? Zijn de meeste kinderen van gescheiden ouders gelukkig? Of juist niet? En zo niet, waaraan hebben ze dat dan verdiend?
Ik wil geenszins gescheiden ouders een schuldgevoel aanpraten. Jullie blijven de keuze houden om het samengestelde gezin echt goed te laten werken. Daarvoor heb ik een tip: stel jullie samengestelde kinderschare op de eerste plaats. Altijd. Bedenk bij de omgangsregelingen en het co-ouderschap wat goed is voor het kind en niet wat handig is voor jezelf. Bedenk ook dat de energie van een kind ergens ophoudt. Drie keer je verjaardag vieren, twee keer Sinterklaas en vier keer Kerst lijkt aantrekkelijk vanwege de daarvan te verwachten cadeaus maar ik denk dat geen kind daar echt tegen opgewassen is.
Voor lezers met een kinderwens, bezint eer ge begint. Dit is een heel oud gezegde, wat totaal niet past in deze tijd. Maar misschien is het tijd om ’t weer tevoorschijn te halen. Als je aan die meest egoïstische daad begint, bedenk dan dat je er veel, en de eerste twintig jaar het liefst alles, voor over moet hebben. En anders… niet doen.
Kinderen kosten veel geld, kinderen kosten veel energie, kinderen kosten vooral heel veel liefde en door de jaren heen steeds meer liefde. Zij hebben die nodig om goed voorbereid te worden op het feit dat ze ooit, los van hun ouders, in een moeilijke maatschappij worden verondersteld te kunnen leven en functioneren. Wanneer je die liefde niet hebt (een maatstaf hiervoor is misschien wel de liefde die je hebt voor elkaar), doe het dan niet. Kies voor het kind dat je de ellende bespaart door het niet te laten komen. Geniet vooral van alle materiele zaken die in deze maatschappij zo overvloedig aanwezig zijn. En wil je dan gebruik maken van het groenere gras aan de overkant, vooral doen, maar dan is er in elk geval geen kind dat eronder lijdt.
En, oh ja, waar hangt u uw slipje eigenlijk te drogen?
Leestip: Hebben ouders ouderschapscursus nodig?
Is het prettig om 6 weken op vakantie te zijn?
Dit is het verhaal van Jayce.
Jayce is tien jaar oud en hij is de zoon van Tom en Karlijn. Zijn broertje Mick is 9 en hij woont bij zijn ouders Tom en Marriët samen met zijn zusje Rianne die 7 is. Jayce’ andere zusje Vlinder is ook 7 en zij woont bij haar ouders Marco en Karlijn.
Voor Jayce is alles prima geregeld. Hij woont de ene week bij Tom en Marriët en de andere week bij Marco en Karlijn. Omdat hij dat van baby af aan al doet weet Jayce niet anders en hij kijkt elke week weer uit naar het wonen bij zijn “andere gezin”.
Jayce kan met zijn beide families goed overweg en ook zijn broertje en zusjes zijn elke week weer blij wanneer hij bij hen komt wonen.
Jayce’ halfbroertje en –zusjes begrijpen niet altijd waarom Jayce steeds weer een week weg gaat. Soms missen ze hem zo erg dat ze een beetje moeten huilen. Met Sint Nicolaas en zijn verjaardag zijn ze wel eens beetje jaloers vanwege de stapel cadeaus die hem van alle kanten toestromen.
Jayce voelt zich meestal prima. Hij houdt van iedereen, niet in het minst omdat ze altijd weer blij zijn wanneer hij in hun midden is. En iedereen wil hem ook graag in hun midden hebben. Dus gaat hij in de ene vakantie naar een vakantiepark met zwembad en kartbaan en staat hij een andere vakantie op de ski’s hoog op een berg.
En in de grote vakantie gaat hij, met zijn ene familie, drie weken kamperen op een van de eilanden en vliegt hij, met zijn andere familie, voor de volgende drie weken naar een exotisch oord om een all-inclusive vakantie te consumeren met heel veel activiteiten. Beide gezinnen zijn blij dat hij bij hun is ………… en hoe is dat eigenlijk voor Jayce?
Het belang van jezelf of het belang van je kind?
Hij komt nu in ieder geval op tijd al kost het hem heel veel moeite. Omdat hij al twee keer van een opleiding is “uitgevallen” is hij in de doorstroomgroep van het MBO geplaatst in afwachting van het nieuwe schooljaar waarop hij opnieuw aan een opleiding kan beginnen. Op een dag spreek ik hem over zijn schoolspullen die hij maar niet op orde krijgt. “Je was bij je moeder, en je spullen lagen bij je vader. Hoorde ik je het de vorige keer niet precies andersom vertellen Lars? Wissel je elke week?” “Nee,” zegt Lars, “maandag en dinsdag ben ik bij mijn moeder, woensdag ben ik bij mijn vader of mijn moeder, donderdag en vrijdag ben ik bij mijn vader en zaterdag en zondag ben ik bij mijn vader of bij mijn moeder.” “Maar Lars, dat is toch veel te onrustig voor je? Waarom doe je niet de ene week bij je vader en de andere week bij je moeder?” “Weet u mevrouw,” Lars kijkt mij bijna verontschuldigend aan, “als wij bij mijn vader zijn, dan zijn de kinderen van zijn vriendin er ook,” en uit de toon van zijn stem pik ik de onuitgesproken woorden op: “Dan hebben ze maar één keer “last” van ons.” En ja, dit is ook een voorbeeld van loyaliteit.
Stef, die zo mogelijk nog warriger is dan Lars weet het voor zichzelf helemaal bont te maken. Elke dag bedenkt hij niet alleen of hij bij zijn vader of bij zijn moeder gaat slapen maar ook nog eens bij wie hij die dag eet. “Maar waarom dan Stef. Je bent al 20 en dit is zo onrustig voor je. Je hebt al zo’n moeite om al je spullen bij je te hebben, laat staan als je ook nog elke dag moet bedenken waar je wat gaat doen, je mag toch zelf beslissen bij wie je wilt wonen.” “Ja, dat klopt, maar ze willen allebei graag dat ik bij hun ben…..,”
Soms rijzen mij de haren ten berge van wat volwassenen mij vertellen. “En toen heb ik haar gesmst dat ik dat echt belachelijk vond.” De blik waarmee ik hem aankeek moet wat glazig geweest zijn. “Gesmst Tom?” “Ja, ze wil weer dicht bij haar ex gaan wonen. 70 km hier vandaan. Dat is toch belachelijk. Dan moet ik steeds ver reizen om Dennis te zien,” Ik ben er letterlijk even stil van. “En haar andere zoon dan Tom. Die woonde toch opeens 70 km bij zijn vader vandaan toen zij met hem bij jou ging wonen?” “Ja, nou?” En soms is iets wat heel leuk is niet echt leuk meer vanwege de overdaad.
Na de zomervakantie kom ik Jochem tegen: “Hé Jochem,” begroet ik hem enthousiast, “je bent er weer, wat fijn. Heb je een leuke vakantie gehad?” “Ja juf, hartstikke leuk,” “Ben je nog weg geweest?” “Ja, eerst met mamma en Robin en Woutje drie weken naar Texel. Op een hele mooie camping met een grote speeltuin. En toen met pappa en Annemarie en Lizzy en Eefje drie weken naar Tenerife in een heel mooi huis vlak bij het strand. En we gingen surfen en met zo’n parachute heel hoog achter een bootje aan hangen. Gaaf was dat juf.” “En wanneer ben je thuisgekomen Jochem?” “Zaterdag, en toen gingen we nog even naar oma.” Een week later is Jochem ziek en spreek ik zijn moeder even wanneer ze Woutje naar de speelzaal komt brengen. “Ik houd hem maar even een paar dagen thuis. Hij was zo moe.” Het belang van jezelf of het belang van je kind………
Prille ouder coach
“Wat,” hoor ik je vragen, “is een prille ouder coach?”
Deze prille ouder coach is een persoon die zelf kinderen heeft gekregen, ze heeft grootgebracht tot prettige, verantwoordelijke volwassenen en prille ouders wil begeleiden in het moeilijke eerste jaar van het “ouder” zijn.
“Is dit dan nodig?”
Ja, dit is in veel gevallen nodig en eigenlijk is het ook heel logisch.
Bij de geboorte van een baby is er een volkomen nieuwe situatie ontstaan. Behalve de baby is er namelijk ook een ouderpaar geboren. Dit ouderpaar is net zo pril als de baby die zij net hebben gekregen en in zeker zin weten zij net zo weinig van de situatie als de baby zelf.
Zij hebben zich natuurlijk voorbereid. Praktisch gezien weten ze precies hoe het allemaal zal gaan. Ze weten van babykleertjes en van luiers, van flesjes en kolven, van crèches en waarschijnlijk is er een stel of misschien wel twee stel opa’s en oma’s die ook een dag op de baby gaan passen en hebben ze met hen de praktische zaken rondom het babygebeuren besproken.
Inmiddels weten ze dat zo’n bevalling toch wel heel anders gaat dan ze zich ooit hadden kunnen voorstellen maar met een gezonde baby is het bevallingsleed toch snel geleden.
Maar dan is de baby er, en dan?
Dan huilt hij best wel veel en dan slaapt hij maar bar weinig. En zelfs in de nachten laat hij je niet met rust. Je moet wennen aan de geluidjes die hij maakt en je bent overweldigd door de zorg en liefde waarvan je niet wist dat je die in je had.
Wat doet het met je?
En jullie als ouderpaar? Kijk je nog naar elkaar op dezelfde manier als je deed voordat de baby er was? Voel je dezelfde liefde als voorheen? Of beter nog, is die liefde gegroeid nu er een klein wondertje in dat mooie wiegje ligt? Kun je de zorg met elkaar delen en de vragen die nu pas zijn opgekomen, nu het langverwachte kindje er echt is.
Hoe doen jullie dat voortaan met je vrijetijdsbesteding? Hoe regel je het wanneer je iets samen wilt doen? Kun je je houden aan de afspraken die jullie maken met betrekking tot de verdeling van werk en huishouden. Hoe ga je het doen als je baby’tje ziek is en niet naar de crèche kan?
Hoe erg zal je je oude leventje missen?
En als er halfbroertjes of –zusjes zijn. Hoe groot is de impact op de stiefvader of –moeder wanneer zij erbij stilstaan dat deze stiefkinderen voor de biologische vader of moeder net zoveel betekent, net zoveel aan hem of haar “vastzit” als dat kleine wondertje in de wieg? Kunnen zij dit accepteren en ermee omgaan? Hielden zij al van hun stiefkinderen maar komen zij er nu achter dat het overweldigende gevoel voor dit kindje toch wel anders is.
Niemand weet hoe iets voelt voordat hij dat zelf heeft meegemaakt. Het is een gegeven waar iedere ouder en ieder kind mee te maken krijgt. Hier wil de prille ouder coach de stem zijn die het kindje niet heeft en voor hem en zijn belangen pleiten los van de praktische en medische aspecten, en voor jullie, de ouders, wil zij een steun en toeverlaat zijn in dat heel moeilijke eerste jaar dat je baby’tje er is.
Liefdevol communiceren
Liefde is een werkwoord hoorden we vroeger vaak zeggen. Ik liefde, jij liefde …, nee, zo werkt het niet. Ik heb jou lief, jij hebt mij lief, zo werkt het wel. Gezien de grote aantallen scheidingen kan ik stellen dat niet iedereen dat begrijpt. Dat niet iedereen begrijpt dat liefde een “werk-woord” is.
Het is tegenwoordig al niet gemakkelijk om een liefde te vinden en dat lees ik af aan alle datingsites die er zijn en als die liefde er dan is wordt hij ook nog bedreigd door zoiets zots als “secondlove.nl”, ik word daar echt eng van.
Liefdevol communiceren of liefde vol communiceren, en misschien wel liefde vol liefdevol communiceren want dat is het beste om een langdurende liefde te beleven en laten we eerlijk zijn, dat willen best wel veel mensen, zonder dat ze weten hoe dat moet.
Heel in het begin, als we elkaar net gevonden hebben, lukt dat prima. We drinken elkaars woorden en complimenteren elkaar over alles, hoe we eruit zien, wat we voor elkaar doen, de cadeautjes die we elkaar geven, de liefde die we elkaar geven.
En opeens of geleidelijk aan wordt dat minder. We complimenteren elkaar niet zoveel meer, we communiceren steeds minder of we communiceren anders en misschien zelfs wel wat vijandig of met verwijten. We vinden elkaar ook steeds minder leuk en we vragen ons af hoe dat komt. Vinden we elkaar minder leuk omdat we minder leuk met elkaar praten of praten we minder leuk met elkaar omdat we elkaar minder leuk vinden? Zeg het maar. Voor je het weet heb je een kip of ei verhaal.
Een beetje bewuster communiceren is misschien niet zo gek. Een beetje bewuster liefhebben is misschien ook niet zo gek en het mooie zou zijn om het beide te doen, als je liefde wilt vol communiceren of als je liefdevol wilt communiceren.
10-05-2015
