Goede ouders…maar geen goede combinatie

‘Die twee passen gewoon niet bij elkaar. Ik heb dat al heel vaak gedacht,’ Ik hoor het iemand zeggen en laat het even op me inwerken. Ik ken de mensen over wie dit nu wordt gezegd en ik weet dat ze jonge kinderen hebben. ‘Doe niet,’ was mijn eerste gedachte toen ik van deze op handen zijnde scheiding hoorde. ‘Denk toch om je kinderen,’

Ik weet al lang dat niet alle scheidingen voorkomen kunnen worden. En ik denk nog steeds dat het beste is, wanneer het wel kan. Wanneer dat dan zo is? Daar heb ik veel en vaak over nagedacht. 

Er moet een vorm van liefde zijn. Geen relatie, geen huwelijk kan zonder. Er mag best veel verschil zijn tussen de echtelieden, maar de overeenkomsten zijn nodig om de verschillen te kunnen overbruggen. En de communicatie is een cruciaal gegeven. Hoe communiceer je samen, kun je elkaar bereiken? Kun je elkaar beïnvloeden? Heb je respect voor elkaar en toon je dit in je communicatie?

Soms blijkt na een aantal jaren dat een ouderpaar geen goede combinatie vormt. Als je dan toch bij elkaar kunt blijven is dat het fijnste voor de kinderen. Zij hebben je allebei evenveel nodig. Zij zullen zelf nooit voor één van de ouders kunnen kiezen. Dat is de kracht van het fenomeen loyaliteit. Elke ouder die dus de andere ouder, op wat voor manier dan ook, schaadt, schaadt hiermee ook zijn kind.

Wat je wel kunt doen, als je geen goede combinatie blijkt te zijn, is goede ouders blijven. Goede ouders hebben samen, ook al zijn ze niet meer samen, toch het beste voor met hun kind. Hoe je dat doet?

Het begint met een goede zorgverdeling en evenredige afspraken. Een kind heeft niet alleen beide ouders nodig maar ook de families waarvan het onderdeel uitmaakt. Ban die dus niet uit hun leven, ook daarmee schaad je je kind. Alle betrokkenen moeten zich aan de afspraken houden. Daarmee help je je kind. Heb respect voor elkaar. Dat heb je allemaal nodig om na een scheiding toch goed voor je kind te kunnen zorgen. Alle ego’s even opzij uit liefde en respect voor je kind.

Al blijk je geen goede combinatie te zijn, je kunt wel samen goede ouders blijven.

Het kleine meisje

Oma en het kleine meisje waren heel goede vriendinnetjes. Zes jaar al, want zo oud was het kleine meisje. Elke week kwamen ze bij elkaar en dan brachten ze samen de dag door. Het was eigenlijk altijd leuk. Oma keek en luisterde goed naar wat het kleine meisje nodig had en ze probeerde zo goed mogelijk daaraan gehoor te geven.
Toen de pappa en mamma van het kleine meisje uit elkaar gingen was het meisje heel verdrietig. Had ze iets verkeerd gedaan? Maar pappa en mamma zeiden dat zij niets verkeerd had gedaan en dat ze heel veel van haar hielden. Toen was ze niet meer alleen verdrietig maar toen was ze ook in de war en later werd ze ook boos. Ze begreep er helemaal niets van.
Nog steeds kwam het kleine meisje elke week bij oma en nu bleef ze er ook meestal slapen. Nog steeds waren ze vriendinnetjes maar soms werd het kleine meisje zo boos dat oma zich geen raad wist. Soms was het zelfs zo erg dat oma haar geduld dreigde te verliezen. Uit onmacht. Dat mocht natuurlijk nooit gebeuren.
Oma moest alle zeilen bijzetten om het meisje uit haar boosheid te krijgen. Soms met afleiden, soms met troosten, soms met een enkel boos woord, ondanks haarzelf, uit haar eigen frustratie geuit. Nooit wist ze of het aankwam, of het meisje haar goede bedoeling voelde. Meestal kwamen ze er samen uit, en als het een enkele keer niet lukte en het kleine meisje boos de kamer verliet, met het dichtslaan van een deur, ging oma’s hart nog het meest naar haar uit. Als ze dan weer in de kamer kwam, waar oma ogenschijnlijk met iets bezig was, deden ze beiden of er niets was gebeurd.
De pappa en mamma van het meisje deden er alles aan het zo gemakkelijk mogelijk voor het meisje te maken en langzamerhand merkte oma verandering. Het meisje sliep niet meer zo vaak bij haar maar ze waren nog elke week samen. De boze buien namen af en op een dag sloeg het meisje haar armen om oma’s middel en ze uitte maar één woord: ‘Oma,’
Een paar jaar later is de rust weergekeerd. Het meisje wordt een groot meisje en ze is allang gewend aan het wonen in twee huizen. Wanneer ze bij oma slaapt is het een groot feest en daar zijn ze beiden blij mee. Dat het minder vaak gebeurt begrijpt oma heel goed. Elk kind wil toch het allerliefst bij pappa of mamma zijn.
Het meisje en oma zijn goede vriendinnetjes. Ze hangen zelfs een beetje aan elkaar en stiekem denkt oma dat het kleine meisje, in die moeilijke fase, toch oma’s goede bedoeling heeft gevoeld. En oma is blij, zo blij dat ze altijd haar kleine meisje kon geven wat ze verdiende. Alles om het meisje te helpen. Want zij, de kleine en jonge jongetjes en meisjes, hebben het meest onze steun en aandacht nodig in een moeilijke situatie. Want zij zijn klein en wij zijn groot.