De ‘koude’ kant

Het complexe van menig liefdesrelatie is dat je niet alleen te maken hebt met je geliefde, maar dat er meestal ook familie aan vastzit. Persoonlijk zeg ik…gelukkig. Familie kan belangrijk en betekenisvol voor je zijn. Ik zeg ‘kan’ want er zijn ook mensen voor wie dat niet zo is.

Je kunt op allerlei manieren met familie omgaan. Je hebt er die veel contact met elkaar hebben. Een goed gegeven bij zulke families kan zijn dat er niet met een ‘weegschaal’ wordt gewerkt. Daar wordt niet gekeken naar wie bij wie komt of dat de ander wel net zoveel aandacht aan je geeft  in de vorm van kaartjes, cadeautjes of andere tastbare zaken als dat jij doet.

Er zijn ook families die met het fenomeen ‘familie’ niet zoveel hebben. Zij lijken het alom bekende standpunt te huldigen: vrienden kies je en familie heb je. Zij verkiezen daarom ook vaak omgang met hun vrienden en laten de familiecontacten afhangen van verjaar- en andere feestdagen.

Waarom noem ik het woord ‘complex’ naar aanleiding van de familie die meestal meekomt met een liefdesrelatie? Omdat je nooit echt familie wordt. Is dat erg? Nee, het is niet erg want in de meeste gevallen heb je zelf familie. Maar het is wel complex.

Wanneer er in families negatieve dingen gebeuren wordt dat vaak geweten aan de schoonfamilie. Het blijkt gemakkelijker te zijn om iets negatief te vinden aan iemand die geen familie van je is dan wanneer dat wel het geval is. Dat heeft denk ik alles te maken met het woordje ‘loyaliteit’.

Wanneer echter een liefdesrelatie zich ontwikkelt tot een nieuw gezin dan groeit daar ook loyaliteit uit. En dan heeft je broer, zus, zoon of dochter uiteindelijk diezelfde loyaliteit naar degene die voor jou nooit familie wordt. Complex…of niet?

Ik ben alles dat jij niet bent…en andersom

‘Een onmogelijke liefde’ zo noemde iemand het eens terwijl ze sprak over onze relatie. De relatie die ik heb met mijn liefste. Het huwelijk duurde toen 18 jaar en het waren turbulente jaren geweest. En waar het vooral niet aan ontbrak was liefde, want die was er voldoende.

Het is moeilijk elkaar te begrijpen wanneer je verschillend bent. Dat is voor iedereen gelijk. Wanneer je van dezelfde dingen houdt, hetzelfde voelt over de omstandigheden waarin je leeft, hetzelfde gevoel voor humor hebt en dezelfde dingen belangrijk vindt, dan kun je samen vloeiend door het leven gaan. Wanneer dat niet zo is…is dat lastiger.

Maar het kan heel goed, ik ervaar dat al 38 jaar en weet ook precies wat het kost. Communicatie is hierin heel belangrijk. Zowel praten als luisteren. Maar ook kijken en accepteren. Mijn liefste is daar heel goed in, in accepteren. Ik heb juist moeite met accepteren, maar ik kan heel goed onderscheid maken tussen wat ik echt belangrijk vind en wat niet. Daardoor laat ik heel veel beslissingen aan hem over. Meubels kiezen, of vakantiebestemmingen, dingen wel of niet doen? Prima. Als hij het graag wil vind ik het goed, als we het maar samen hebben en samen beleven.

Als ik iets heel belangrijk vind zou het gek zijn als het niet gebeurt en dan zou het ook gek zijn als mijn liefste daar moeite mee heeft. Want dat gebeurt gewoon niet. Het kan wel even lastig zijn, en dat heeft er dan mee te maken dat we elkaar op een punt even echt niet begrijpen, maar we komen er altijd uit…omdat we dat willen.

Waar we dan zo verschillend in zijn? In alles, echt alles. We hebben dat onlangs, en nu gelukkig glimlachend, nog samen geconstateerd. Want het is voor ons niet meer moeilijk en dat is wat de tijd die we samen zijn voor ons heeft gedaan. We hebben geleerd met elkaar mee te bewegen en te accepteren dat we zijn wie we zijn. Hoe zeg je dat ook? Oh ja, we kunnen elkaar in elkaars en onze waarde laten. 

We hebben allemaal wel wat

ADHD, ODD, Dyslexie, Hoog sensitief, PDDNOS, Dyscalculie. De een noemt het stoornissen, de ander kwaliteiten. Sommige noemen de één een stoornis en de ander een kwaliteit. Het zijn woorden die we hebben gegeven aan…aandoeningen, kenmerken, gedragingen?

Heel vroeger, toen ik jong was, was het er ook, er was alleen aan heel veel nog geen naam gegeven. Er was geen etiketje op geplakt. Er werden geen medicijnen voor gegeven. Wat wel? Er werd mee omgegaan. Er werd naar kinderen gekeken en geluisterd en vaak ‘gewoon’ gezegd wat ze moesten doen of wat ze moesten laten.

Ik was zo’n kind met wat ze nu noemen ADHD of ADD. Dat heb ik ten minste heel lang gedacht. Ik kan heel veel dingen niet. Als mensen zeggen: ‘Dit of dat kan je wel,’ dan moet ik vaak zeggen, en soms denk ik het alleen: ‘Jij kan het, maar dat betekent niet dat ik het kan,’ en daar begrijpen ze dan niets van. Of als ik vertel dat ik iets niet zie terwijl het wel gewoon voor mij ligt of staat, of  dat ik precies te laat iets bedenk dan zeggen mensen: ‘Ja, dat heb ik ook wel eens,’ en dan denk ik: ‘Het is niet hetzelfde wanneer je iets ‘ook wel eens hebt’ of dat je het, zoals ik ‘heel vaak hebt’,’

Toen ik bij een psychiater terecht kwam, omdat ik zelf had gevraagd Ritalin te mogen proberen, beaamde die wat eerder een psycholoog tegen mij had gezegd, dat ik hoogstwaarschijnlijk Hoog sensitief ben. Hij zei dat ze mogelijk over een aantal jaren ADHD en Hoog Sensitiviteit ‘op elkaar’ zouden leggen omdat veel kenmerken overeen komen. En ik begreep dat wel.

Ik heb het geluk gehad dat ik in een groot gezin ben opgegroeid. Dat betekent dat er niet continue op mij werd gelet. Terwijl er wel altijd iemand was om mij te helpen wanneer ik hulp nodig had. En ik kon goed observeren hoe de anderen in mijn familie zich bewogen en gedroegen. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik niet helemaal pas in de wereld om mij heen. Maar dat geeft niet, want ik heb geleerd me aan te passen. In ons grote gezin zijn we allemaal verschillend en dat is goed. Dat mag.

Ik vraag me af of het soms niet meer kwaad dan goed doet, kinderen in hokjes te plaatsen en medicijnen te geven. Volgens mij hebben we allemaal wel wat en blijft het belangrijk dat we worden gezien en gehoord, dat we verschillend zijn en dat dat okay is.

Ik ben blij dat ik niet in een hokje ben geplaatst. Ik heb vaak last van mezelf (gehad) en ik zal ook wel eens lastig zijn voor een ander maar dat hoort, in mijn beleving, bij het leven. Laten we goed naar onze kinderen blijven kijken en luisteren en ze voorleven zoals wij denken dat goed is. Dan hoeven zij het alleen maar na te doen…en daar zijn kinderen juist goed in.