Onze oudste jongen

Ze kwam nog gewoon bij ons eten de dag voordat jij kwam. In razende vaart zoals ook zij, vierentwintig jaar voor jou, werd geboren. Ik stond nog op school en na de lessen fietste ik maar eens naar het ziekenhuis om te kijken hoever zij was.
Jij was al geboren, veel te vroeg en gelukkig was alles goed gegaan. Ik stond versteld…een jongetje, ik had daar zelfs nooit aan gedacht. Vierentwintig jaar zijn wij van de meisjes geweest en opeens was daar een jongetje. En wat voor een jongetje. Het mooiste dat ik ooit zag. Je slingerde nog in je vel maar dat was vanwege je vroeggeboorte. Het is al best lang geleden, twaalf jaar alweer, maar volgens mij was je heel alert met van die grote, wakkere oogjes.
We waren direct goed bevriend. Jij en je opa waren vanaf dag één, twee handen op één buik. Als jij vrijdag ’s ochtend kwam hoefde ik helemaal niets te doen. Opa deed het allemaal tot luiers verschonen aan toe. Als hij ’s middags wegging om te werken wendde jij je als vanzelf naar mij. Alsof je wist dat je het van dan af van mij moest hebben. En dat klopte. Helemaal. Gelukkig dat opa moest werken, kon ik ook nog even lekker met jou tuttelen. Beetje kletsen, de fles geven, verschonen. Ik moest dat ook allemaal leren, want jij was onze eerste.
Na twee jaar kreeg je een zusje en je werd direct een grote broer. Je begon ook opeens te praten en kletste ons de oren van de kop. Je was direct al heel sociaal. Je groette de mensen op straat, sommige volwassenen wisten niet hoe ze het hadden en zeiden van schrik niets terug. ‘Zeker niet ehoord,’ zei je een keer.
Terwijl je met mij meeliep leek je soms je heel eigen leven te leiden. Naast mij of om mij heen deed je verstoppertje met de winkeljuffrouw, die van niets wist. Dan schoot je steeds weg als zij in de buurt kwam tot ik zei: ‘Hè Finn, niet doen, daar word ik zo zenuwachtig van,’ Beetje flauw hè, maar ik was ook nog maar een jonge oma met een druk leven.
Je kon het bijna niet geloven toen je een keer hoorde dat ik, op de dagen dat jullie niet bij ons waren, gewoon op school stond en juf was. Opa werkte, maar oma toch niet? Nu weet je dat al lang. We zien elkaar elke week nu al twaalf jaar achter elkaar. En ik realiseer me dat dat niet meer zo lang zal duren. Want je zusje is ook al tien en op een dag zullen jullie tegen je mama zeggen, dat het niet meer hoeft. En dat is goed. Zo is het leven. We hebben jullie gekregen, maar niet om te houden. Slechts om te verzorgen, op te voeden en te koesteren zolang jullie dat toestaan.
We zijn nog steeds bevriend en houden ook zielsveel van elkaar. Daar was ik wel een beetje ongerust over toen de kleine neefjes kwamen. Ik vroeg me af of ik ook zoveel van hen zou kunnen houden. Maar dat kwam helemaal goed. Al wonen ze ver weg ze zitten net zo stevig in ons hart en zijn daarmee dus ook altijd dichtbij ons.
Het klopt helemaal wat je zusje vandaag tegen mij zei op mijn vraag of ze wel wist dat ik heel veel van haar houd. ‘Je bent mijn oma en oma’s houden altijd van hun kleinkinderen,’ Zo is het. Ik ben je oma en ik hou zielsveel van jou.

Genoeg liefde maar geen gelukkige relatie

Hoe krijg je een gelukkige relatie? Wat is daarvoor belangrijk? Ooit hoorde ik iemand zeggen: ‘Ze zijn erg op elkaar gesteld,’ en dat vond ik toen raar. ‘Op elkaar gesteld zijn’ is toch veel te weinig als je het over liefde hebt?
Nu ik met mijn grote liefde al 37 jaar heb samengeleefd denk ik daar wat anders over. Wij houden van elkaar, ik in ieder geval al 37 jaar van hem. Ik was niet vrij toen ik hem voor het eerst in de ogen keek maar hield direct al van hem. En hij was zeker meteen op mij gesteld. Dat wij gaandeweg steeds meer van elkaar gingen houden was belangrijk, maar dat wij ook steeds meer op elkaar gesteld raakten was zeker zo belangrijk. Het hielp ons enorm om onze communicatie positief te ontwikkelen. Dat ging niet zonder slag of stoot, maar dat gebeurde wel.
Hoe kan er genoeg liefde zijn en de relatie toch ongelukkig? Ik weet dat niet want ik heb zelf niet in zo’n situatie verkeerd. Maar ik kan het misschien wel bedenken. Liefde is namelijk geen garantie voor geluk. Het is denk ik wel het beste uitgangspunt. In beginsel moet er liefde zijn. En verder? Een cruciaal onderdeel van een relatie is, en daar is hij weer, communicatie. Hoe praat je met elkaar, maar ook, hoe kijk je naar elkaar en wat gun je elkaar. Wat vind je samen belangrijk en hoe reageer je op een voorstel waar jij niet zoveel zin in hebt maar waarvan je wel weet dat je liefste het graag wil, of belangrijk vindt. En dat kan alles zijn, bij wijze van spreken van fietsen tot seks. Eigenlijk weten we allemaal wel, dat als je samen iets doet en de één ziet hoe de ander geniet, de zin bij die ene ook komt. Tenminste … als er liefde is, als je elkaar wat gunt, als je ervoor open staat.
De communicatie kan te moeilijk zijn, mensen begrijpen elkaar soms echt niet. En soms realiseren ze zich niet hoe destructief hun eigen gedrag kan zijn of hoe lastig het is als er competitie en strijd tussen twee geliefden is in plaats van harmonie en met elkaar meebewegen.
Dat kan allemaal en dat maakt de relatie moeilijk, soms bijna onmogelijk. Maar dat betekent niet … dat er geen liefde is.

Liefde

Wat is liefde en hoe voelt liefde. Wat maakt dat de ene liefdesrelatie een leven lang kan duren, zoals ik bij mijn ouders zag en waar ik bij ons goede hoop en vertrouwen op heb, en de andere liefde na korte tijd dooft.
Ik heb in mijn leven drie liefdes(relaties) gehad. De eerste twee kort en toen ik nog heel jong was. De derde, sinds ik 23 was, nu al 37 jaar. Op mijn eerste vriend was ik intens verliefd, ik dacht destijds dat hij mijn grote liefde was. Tegelijk voelde ik heel sterk dat er iets niet goed was (hij bleek het met de trouw niet zo nauw te nemen) en toen hij mij na twee jaar verliet was ik intens verdrietig. Ik was net 19 geworden. Ik heb wel eens gedacht dat ik vanwege dat verdriet in de armen van de eerste de beste jongen liep die mij positieve aandacht gaf. Dat ik ruim drie jaar bij hem ben gebleven en zelfs met hem ben getrouwd (het huwelijk was kinderloos en duurde tot en met de uitgesproken scheiding 13 maanden) betreur ik zeer voor hem. Ik zou het ongedaan willen maken maar dat kan niet.
Toen ik mijn man leerde kennen was ik dus getrouwd. Op mijn 23ste gescheiden en een jaar later met hem getrouwd omdat we onze oudste dochter verwachtten. Ik hield toen al heel veel van hem. Ik wilde toen, en nu nog, alleen maar bij hem zijn. Hield hij ook direct en zoveel van mij? Ik denk het niet en vond dat heel lang, heel moeilijk. Ik vond het wel een eyeopener toen zijn beste vriend tegen mij zei: ‘Misschien heeft hij veel minder te geven dan jij en hij geeft alles aan jullie,’. Onze vriend zal ik hiervoor altijd dankbaar blijven want het veranderde direct mijn gevoel.
Ik hoor vaak mensen als reden van een scheiding zeggen: ‘We (of ze) waren heel verschillend,’. Dat zijn wij ook. Ik meen het wanneer ik zeg: ‘Hij is alles wat ik niet ben en ik ben alles wat hij niet is,’. Daarvan zeg ik nu: was.
37 jaar is een lange tijd en die kun je alleen maar prettig en fijn (gelukkig niet doorlopend, dat zou niet goed zijn) bij elkaar blijven wanneer je leert met elkaar mee te bewegen en elkaar positief te beïnvloeden. Hoe dat ‘positief’ eruit ziet bepaal je samen.
Volgens mij kan een relatie slagen als er in beginsel liefde is. En als je die liefde weet te behouden en uit te breiden. Uitbreiden, eerst en vooral, naar je kinderen en dan naar andere mensen om je heen, die je ook kunt liefhebben.
Misschien is het goed om te checken hoe het met de liefde is voordat je aan kinderen begint. Het is sowieso wel goed om in een relatie af en toe te checken hoe het met de liefde is, als je een liefdesrelatie wilt behouden. Als je geen kinderen wilt, of hebt, is het minder belangrijk omdat de relatie dan gaat over twee of meer volwassenen.
Het blijkt voor veel mensen te moeilijk om hun kind voorop te stellen (dat is een van mijn conclusies bij veel scheidingen waarover ik hoor en lees) maar, en dat is mijn overtuiging, dat gaat een stuk gemakkelijker wanneer er tussen beide ouders liefde is.

Linda

You have your own place, deep in my heart
Although you’re not there, you’ll always be part
Of this family, so big and strong
Forever the place where you belong

You have loved this family so intense
The emptiness you leave is so immense
We’ll never forget any part of you
Because we have loved you so much too

Nothing else could have given us more togetherness
Than just the tragic of your death
The best are the memories of a person loved
We’ll see you again when we arrive up above

Although you’re up there and we are still here
Together we have nothing to fear

We still love you and we always will.