We woonde met 14 mensen in een flatje met vijf slaapkamers. Het was bij ons altijd een rommeltje en vast niet zo schoon als bij andere mensen maar ik vond het reuze gezellig. Mijn moeder deed alles in huis, overdag alleen, ’s avonds na het koken moesten de oudere zussen afwassen en zij deden ook de boodschappen. Maar er moest ook elke dag gewassen worden en we hadden geen droger. Er stond altijd een wasrek om de kachel en aan de gordijnrails in de ouderslaapkamer hingen ook wasrekken. Ze streek ook nog alles, mijn moeder, tot de handdoeken en washandjes aan toe. We hadden niet gewoon grote pannen, we hadden enorme pannen die elke avond weer gevuld met zelf gekookt eten op tafel stonden.
Na het eten koken zat haar dagtaak erop en ik kan me voorstellen dat ze dan ook wel moe was, want al die bedden verschonen deed ze volgens mij ook zelf. We hadden wel een wasserij die elke week lakens kwam halen en brengen, dat deed ze gelukkig niet zelf. Maar ’s avonds las ze, of keek t.v.
Zij was vooral de verzorgende in huis. Ze zei ooit tegen mij dat ‘pappie de baas was want er kon maar één kapitein op een schip zijn’. Ik antwoordde toen: ‘Voor een baas werken kan iedereen wel mam, maar 12 kinderen grootbrengen kan niet iedereen.’ Het was mijn oudste broer die ons ‘strafte’ als we ongehoorzaam of te druk waren. We moesten dan op de bank gaan zitten en daar zat je dan, met niks te doen. Misschien moesten we wel onze zonden overdenken, maar daar dacht ik toen niet aan. Het overkwam mij maar één keer, en ik kan niet meer bedenken waarom, maar na een tijdje was het mijn moeder die mij eraf praatte door mij bij haar te roepen. Zij was dus toch de baas, op haar manier. Zo ‘overrulede’ ze ook mijn vader een keer toen hij een zusje wilde straffen door haar niet op tijd te wekken om naar haar werk te gaan. Mijn moeder had niets gezegd toen deze straf werd uitgesproken…maar de volgende ochtend was zij het die op tijd aan de deur klopte en mijn zusje wekte.
Ik was 16 toen ik het volgende gedichtje schreef:
Mum’s the word
My mum means all the world to me
She’s incredible, really great
She’s the one who ought to be
the LADY, not the maid
She tells me off when I’ve done something wrong
and tells me what to do
For her I’d sing the most beautiful song
A song for me and you
Mum’s the most important word
a word you learn kids to say
Mum’s the greatest word I heard
ever since my childhood days
19-09-1975
Nu ik oud(er) ben vind ik het best bijzonder dat ik, als puber, dit over haar schreef en eigenlijk is het meest bijzondere dat zij zo zichzelf is gebleven, zo authentiek. Ik geloof dat zij de meest ‘echte’ persoon was die ik ooit heb gekend.