Je bent een paar dagen bij ons te logeren. Overdag hebben we samen de grootste lol. Je kunt al heerlijk op een kleed zitten spelen. In onze speelgoedmand vind je allerhande popjes, boekjes en autootjes waarmee je even zoet bent. Oma zit bij jou op het kleed, want dat heb je het allerliefst.
Met opa heb je buiten gefietst, in het fietsstoeltje voorop de fiets heb je opa van alles verteld in je grappige babytaal. Opa heeft jou ook alles gewezen en benoemd, de huizen, de bomen, de bloemen, de vogels en alle auto’s die jullie voorbijreden. Je hebt heel erg genoten, zei opa, je houdt heel erg van ‘buiten’.
Nu is het al lang avond. Oma is een beetje ongerust want je wordt voor de tweede keer vanavond onrustig. Een paar uur geleden heb ik je uit je bedje gehaald omdat je wel heel hard ging huilen. Ik probeerde je te sussen, klopte zachtjes op je ruggetje maar je bleef maar huilen en het leek net of je je tegen mij afzette. Toen heb ik je maar weer in je bedje gelegd. Je huilde nog even heel hard maar werd toen gelukkig toch weer stil.
Oh nee, je begint weer harder te huilen. “Stil maar, jongetje, stil maar,” Je begint ook wild te woelen maar het is net of je nog slaapt. Ik pak je er toch maar even uit. Je spartelt onrustig in mijn armen. “Stil maar ventje, wat is er toch?” Ik loop met je op en neer, strijk over je ruggetje en probeer je een beetje te sussen. Maar je huilt alleen maar harder en het huilen gaat zelfs over in gekrijs. We worden een beetje wanhopig: “Moeten we de dokter niet bellen?” “Het is bijna nacht, kan dat dan wel?” “Ja, dan moeten we de dienstdoende arts maar bellen, dit is toch niet normaal?” Op mijn arm zit je zo te vechten en je van me af te zetten dat ik je maar weer in bed leg terwijl opa de dokter belt. Je lijkt een beetje rustiger te worden maar snikt nog hevig na. Ik hoor opa met de dokter bellen als je, op dat heftige snikken na, toch weer in slaap lijkt te vallen. Je ligt in een vreemde houding, je hoofdje achterover, op je zij, maar je valt echt weer in slaap. Of eigenlijk, ben je wel wakker geweest? Het was alsof je krijste … in je slaap. Ik durf je niet te verleggen, wij gaan ook maar slapen, als het lukt.
Wij hebben haast niet geslapen maar jij bent vanmorgen wakker geworden in een opperbeste stemming. Je hebt gegeten en gespeeld, alsof er helemaal niets aan de hand is, en zo zie je er ook uit. Ik breng je toch maar naar je pappa. Ik zal zelf pas weer rustig zijn als je veilig bij pappa en mamma thuis bent.
Later hoor ik van mamma dat je vaker zulke aanvallen hebt en achteraf denk ik dat je vast en zeker last hebt gehad van ‘pavor nocturnus’ oftewel slaappaniek aanvallen. Als we dat toen hadden geweten dan hadden we beter kunnen handelen en was je misschien sneller uit een aanval gekomen, of hadden we het zelfs kunnen voorkomen. Gelukkig weet ik dat jij er geen herinneringen aan hebt maar oh, wat vond ik het naar.
Samen een kind.
Toen mijn man en ik ons eerste kindje kregen waren we allebei nog jong. Hij was net 23 en ik nog net 24. We waren nog niet heel lang samen en besloten te trouwen en goed voor het kindje en elkaar te zorgen. Dat klinkt mooi en we wilden het graag … en het was niet heel eenvoudig.
Terwijl het kindje in mij groeide veranderde er nog niet heel veel voor ons. We konden nog samen alle kanten op en doen en laten wat we wilden. De grootste verandering voltrok zich natuurlijk in mij. Ik kreeg al snel een relatie met ons kindje terwijl mijn man het even voelde bewegen wanneer ik hem vroeg mijn buik te komen voelen.
Toen ons meisje er was zorgde ik het meest voor haar omdat ik het meeste thuis was. Ze was gelukkig een gemakkelijk meisje en toch werd het mij zelfs weleens te veel. Na een paar gebroken nachten bleef ik een keer wat langer liggen. Ons kleintje was een maand of acht en ik werd wakker toen ik haar hartverscheurend hoorde huilen. In de kamer vond ik mijn man, met een gezicht als een donderwolk en ons kleintje met dikke tranen in zijn armen. Ik weet niet meer of ze niet wou eten of dat er iets anders aan de hand was maar ik weet nog precies wat we deden: ik nam ons kleintje van zijn schoot , we spraken beiden niet en ik praatte met haar tot ze rustig was en ik met haar kon doen wat op dat moment nodig was. Later die dag spraken we erover. Wat er was gebeurd en waarom dat niet goed was gegaan. We namen beiden onze verantwoordelijkheid en hebben gehandeld in het belang van ons kind.
In de afgelopen jaren heb ik als zelfbenoemd Prille ouder coach veel met (voornamelijk) moeders gesproken. Zij hebben vaak naast hun moederschap, net als hun partner, een baan. Ik verwonder me altijd over het woord ‘pappadag’. Ik heb nog nooit gehoord van een ‘mammadag’. Het lijkt soms alsof voornamelijk de moeders zich verantwoordelijk voelen voor het gezin. Als er een ‘pappadag’ is. Is dan de rest van de week ‘mammaweek’? En wat betekent dat dan? Er is zorg en er is werk en daarnaast is er nog heel veel wat voor beiden belangrijk is, hobby’s, studies, invulling van vrije tijd. En de zorg voor je relatie.
It takes a village to raise a child. Misschien ken je het gezegde. Een heel dorp is wat overdreven maar het is handig wanneer je een netwerk hebt zodat daarvan iemand kan inspringen wanneer pappa en mamma tegelijk een bezigheid hebben buitenshuis. Opa en oma zijn (wanneer aanwezig) vaak leuk en handig om in te zetten en wanneer dat niet kan dan is het goed voor je kindje wanneer er een of twee vaste personen zijn die (in nood) ook voor hem kunnen zorgen. Als dat duidelijk is dan geeft dat vaak rust. En de mogelijkheid om samen je relatie te onderhouden. Blijf behalve ouders als het even kan ook partners (man en man, vrouw en vrouw of man en vrouw). Je hebt oorspronkelijk voor elkaar gekozen en het kindje … dat kreeg je samen.
Het eigen gezin.
We zijn 35 jaar getrouwd en zolang hebben we al ‘ons eigen gezin’. Wij zijn de vader en moeder van twee nog redelijk jonge vrouwen, twee schoonzoons en een ex-schoonzoon en opa en oma van vier kleinkinderen. De kinderen en kleinkinderen met wie we ons bloed hebben gedeeld zitten vast verankerd in ons hart. Wij hoeven niet bij elkaar te zijn om te weten dat we van elkaar houden en altijd bij elkaar zullen horen, wat er ook gebeurt.
De mannen die erbij zijn gekomen hebben we op ‘latere leeftijd’ leren kennen. De vaders van onze kleinkinderen waren jonge twintigers toen ze aansloten bij ons gezin. Ik heb hen niet onder mijn hart gedragen en ga respectvol en met liefde met hen om omdat zij kozen voor onze meisjes en met hen hun leven delen en deelden en ook onze nieuwe schoonzoon behandelen we met liefde en respect.
Het is een prettig en over het algemeen rustig leven en soms toch wat ingewikkeld omdat we verschillende mensen zijn met verschillende behoeften en ideeën. Van mijn man en mij is het door alle jaren heen ‘ons eigen gezin’.
Stel je nu het volgende voor: Een jong stel is wel of niet getrouwd en heeft een klein kindje van twee of drie wanneer een van de twee besluit niet met de ander verder te willen gaan. Het ‘eigen gezin’ wordt opgebroken. Het jonge stel is nog steeds jong en krijgen beiden een nieuwe relatie met allebei ‘nieuwe’ kinderen. De nieuwe partner wordt direct stiefvader of -moeder en heeft vaak (nog) veel met het kindje op. Het is het kindje van hun liefste en na die verbroken relatie zullen ze vast van plan zijn de relatie te laten slagen. Vaak lukt dat de eerste jaren wel. Het is niet voor elke stiefouder gemakkelijk een plaatsje te krijgen in het hartje van het kind maar daar zal hij of zij veel voor over hebben. Of het lukt zal ook veel afhangen van de houding van de biologische ouders van het kleine kindje, dat na een paar jaar nog steeds een klein kindje is.
Dan komt het eerste nieuwe kindje. Een stressvolle periode breekt aan. Opeens is er het verschil dat het ene kindje elke dag bij zijn ouders is en het andere kindje … niet. Behalve stiefouders zijn de nieuwe partners nu ook zelf ouders geworden van een kindje dat ‘bloed is van hun bloed’. En dat is anders. Dat voelt anders dan het kindje dat wel bij hen hoort maar niet vanaf de eerste dag dat hij er was. Als je er dan toch met hart en ziel voor hem kan zijn, als je toch van hem houdt en hem kunt behandelen zoals je je eigen kind behandelt, dan heeft hij een heel groot geluk.
En je partner, die heeft dat ook. Want zijn ‘eigen gezin’ zou voor hem anders kunnen zijn dan jouw ‘eigen gezin’. En dat is prima, als je de kinderen gelijk kunt behandelen.
Voorleven.
Wat zou het heerlijk zijn als kinderen precies zouden doen wat wij van hun vragen. Wat een rust zou dat geven. Of als ze konden praten vanaf de dag dat ze geboren worden. Of dat er bij hun geboorte een briefje werd geleverd met daarop alle bijzonderheden vermeld die voor dit specifieke kindje gelden.
Dat is jammer genoeg niet aan de orde. We zullen helemaal zelf moeten uitvissen wie dit kleine mensje is, hoe hij zich voelt en hoe we met hem moeten omgaan. Gelukkig krijgen we de eerste dagen hulp van de kraamverzorgster en ook daarna gaan we regelmatig met de baby naar het consultatie bureau om zijn ontwikkeling te bespreken. En dit gaat allemaal over zijn fysieke gesteldheid.
Om uit te vinden hoe hij zich voelt en hoe we het beste met hem kunnen omgaan moeten we vooral goed met hem communiceren. Het is goed om altijd met hem te praten, bij elke handeling die je met hem verricht. Het is een samenspel. Bij het voeden, verschonen, in badje doen, bij alles kun je hem vertellen wat je doet. We weten niet wat hij ervan snapt, en misschien is dat in het begin wel niets, maar zo kunnen we hem alles leren.
Bedenk dat het belangrijk is dat jij goed voordoet wat je bij je kindje wilt zien. Kinderen doen alles na wat ze zien. Dat is een van de manieren waarop ze leren. Dus leef ze goed voor. Het aloude gezegde: kinderen doen wat je doet, niet wat je zegt zal altijd aan de orde blijven.
En als je kindje huilt en je hebt alles gecheckt: hij is gevoed, verschoond, heeft een boertje gelaten, stel hem dan gerust door zachtjes met hem te praten of hem op zijn rugje te kloppen. En als hij moet slapen, leg hem dan in zijn bedje en zeg dat je later nog even naar hem komt kijken.
Kinderen moeten geleid worden, dat hebben ze nodig. Als voor hen duidelijk is wat ze moeten en wat ze mogen zal het de minste moeite kosten. Dat betekent niet dat kinderen dan makke lammetjes zijn maar wel dat ze handelbaar zijn en daar hebben zowel zij als hun ouders baat bij.
Bildeberg.
Op een vrijdag, vlak voor de vakantie vraagt ze: “Ga je mee mam? De kinderen willen naar Bildeberg en we gaan de 29ste want dan hebben ze een margedag,” Vrijdag is sinds 10 jaar onze oppasdag en dat komt dus goed uit. Ik was anders ook gegaan. Als mijn kind wat vraagt zeg ik in principe ‘ja’.
We zitten in de auto naar wat voor mij klinkt als ‘Bildeberg’. De kinderen zitten achterin en vragen om de zoveel kilometer of we er al zijn. 250 km is best ver en ik opper dat ze nog even gaan slapen, dan duurt het niet zo lang. Na enig morren lukt het en zijn ze beiden onder zeil. “Wat gaan we eigenlijk doen,” vraag ik mijn dochter. Ik ben heel vaak met haar mee geweest zonder aan de start van het gebeuren te weten wat we gingen doen. Nu weet ik dat we naar ‘Bildeberg’ gaan maar wat het is? Geen idee. “Nou,” zegt ze, “de workshop duurt maar 15 minuten, wel een beetje kort,” “Okay,” zeg ik. Ze vertelt iets over knuffels en zelf maken en ik denk: “Klinkt leuk,” al kan ik me nog steeds niet voorstellen wat er gaat gebeuren. Tegelijkertijd denk ik: “250 km heen en 250 km terug voor een workshop van 15 minuten, beetje ver maar, het zal wel heel leuk zijn,”
We parkeren de auto in een plaats die geen ‘Bildeberg’ heet en we lopen een enorm winkelcentrum in. We gaan een roltrap op en lopen langs verschillende winkels. Dan wijst ze naar de overkant en zegt: “Daar is het,” Ik kijk en zie boven de winkelingang staan ‘Build a bear’. En opeens begrijp ik het, het is geen Bildeberg maar Build a bear. Geen plaatsnaam maar de naam van een winkel. Ooookay, dat dus. Dochterlief en de kinderen kennen het van Youtube waar ze blijkbaar in een filmpje laten zien hoe het werkt.
In de winkel liggen platte knuffels en bij een apparaat waarin vulsel continue ronddraait zit een meisje dat het eigenlijke werk gaat doen. Verder staat de winkel vol met stellingen waarop allerlei accessoires waarmee je de knuffels kunt aankleden en versieren. Dat de platte knuffels zeer prijzig zijn heb ik dan al gezien en ook dat de knuffels niet bloot mee naar huis zullen gaan. “Laat mij maar één betalen, liefje,” zeg ik tegen mijn dochter. Op de kaartjes aan de kleertjes, schoentjes etc. zie ik steeds 3 staan en ik denk €3,= dat valt me mee. Als ik beter kijk zie ik dat dat de leeftijd is dat het kind minstens moet hebben. De prijzen zitten meer in de dubbele cijfers.
De kinderen kiezen een knuffel en ondergaan beiden het heel leuke ritueel dat hoort bij de workshop zoals de wens die ze in het hartje blazen, de knuffel wassen met lucht en kammen met een borstel. Dan kiezen ze een outfitje en worden hen nog meer accessoires nagedragen door de aardige winkeldames. Op een speciale kindercomputer maken ze zelf het geboortecertificaat en bij de kassa blaast de juffrouw leven in het kartonnen huis waarin de knuffel kan worden vervoerd. Ze gooit hem plat in de lucht en hij komt dan opengevouwen naar beneden. Ik vind het knap en ik vind ook dat ze er echt wat van maken, die 15 minuten workshop waarvoor we 500 km reizen.
“Het is wel heel bijzonder dat mamma dit met jullie doet hè, dat weten jullie toch wel?” vraag ik de kinderen dringend. “Ja hoor,” zegt mijn kleinzoon, “EN oma,” Ik weet niet of ze het zich echt realiseren, nu, maar ik hoop dat het in de toekomst een mooie herinnering voor ze zal zijn. Dat ze de intentie zullen voelen van deze liefdesdaad van een moeder en een oma.
Huilbaby’s.
Buikkrampjes? Ja, natuurlijk hebben we daar wel eens van gehoord maar moet een baby daar dan echt zo hard van huilen? En drinken is toch gewoon drinken? Speen of tepel in de mond en zuigen maar. Maar zo gemakkelijk blijkt dat helemaal niet te gaan. Is hij klaar? Nee, anders huilde hij toch niet. We weten niet wat hij heeft gedronken. Nog maar even aan de borst laten? Drinkt ie wel? Volgens mij niet … dan er maar af want hij drinkt nu al … oh nee, hij begint weer te huilen, gauw weer aan de borst. En zo zit je zomaar uren met je baby aan de borst, drinkt hij niet maar sabbelt hij en krijgt en passant allemaal lucht mee naar binnen waarvan hij weer krijgt … ja precies, buikkrampjes en je vraagt je weer af …
Baby’s moeten heel veel slapen. Hoe lang is ze nou op? Ja, ze moet naar bed, maar als ik haar neerleg begint ze te huilen. Nou, dan huilt ze maar even. Huilt ze nou nog? Ze krijst. Nog steeds? Zal ik haar ophalen? Of in slaap wiegen? Straks verwen je haar teveel. Hoe kan dat nou, ze is nog maar een baby. Pas maar op …
Een bevalling is nooit een feestje … en dat geldt ook voor de baby. Het is niet gemakkelijk om geboren te worden en daarna alle comfort die je negen maanden hebt gehad achter je te laten. Het is knap van alle baby’s dat ze zich uiteindelijk aanpassen.
Sommige pappa’s en mamma’s hebben geluk. Als hun kindje relatief gemakkelijk geboren wordt (of misschien zit het gewoon in het karakter) kan hij zich misschien zo snel aanpassen dat eten en slapen ‘vanzelf’ gaat. Voor alle andere pappa’s en mamma’s zal het lang of nog langer duren voordat er iets met de baby vanzelf gaat maar dat komt echt goed.
Probeer ondertussen goed voor de baby en elkaar te zorgen (communiceer met elkaar) en probeer daar rustig onder te blijven. Vraag hulp als je die nodig hebt en wees gerust, een baby kun je niet zomaar teveel verwennen. Probeer hem wel zo snel mogelijk te leren kennen en probeer zijn slaapsignalen te ontdekken (gapen, aan zijn oor trekken, duim in de mond, in de oogjes wrijven). Dat zal de eerste maanden nog niet lukken en mocht hij lang blijven huilen wieg hem dan gerust een keer in slaap.
Baby’s huilen en sommige baby’s huilen langer en vaker. En op een dag is dat echt over.
De kinderen, zij zijn altijd de dupe.
Het draait allemaal om communicatie. Ik weet het zeker en ik weet ook zeker dat de meeste mensen het weten. We praten er allemaal over en soms krijgen we het toch niet voor elkaar.
Voor de zoveelste keer hoor ik over een scheiding waar jonge kinderen bij betrokken zijn. En het is minimaal de derde keer dat het een tweede scheiding betreft.
“Hoe is het met de kinderen?” vraag ik, en heel snel volgt het antwoord: “Goed,” en dat kan ik me moeilijk voorstellen. Het is een tweede scheiding en met de kinderen is het goed. “Goed?” vraag ik en ik begrijp hoe lastig dat is.
Kinderen zullen verschillend op een scheiding reageren. En of ze nou druk zijn, of heel stil, misschien zelfs opgelucht als er vaak ruzie was of een vervelende sfeer, het is niet ‘goed’ met de kinderen.
Ze kunnen het wel goed doen, de kinderen. Ze kunnen, zo klein en jong als ze zijn begrip tonen (vaak voor de ouder met wie ze op dat moment spreken) of je zelfs troosten. Dan doen ze het in de ogen van hun ouders misschien goed, maar het is niet goed met ze. Het is ook niet goed voor ze.
Een scheiding is altijd een moeilijke en stressvolle periode. En tegen alle ouders die door een scheiding heen moeten wil ik zeggen: “Als het voor jou moeilijk is, stel je dan voor hoe moeilijk het voor je kind is,” en ik zie dat ze daar eigenlijk geen ruimte voor hebben.
Hun leven is overhoop. Gegooid, of ze hebben het zelf gedaan. In ieder geval zijn ze erbij geweest en hebben er allebei verantwoordelijkheid voor. Maar wie dat niet heeft is het kind, of de kinderen. Hun leven is door hun ouders overhoop gegooid. Het klinkt hard en zo is het ook. Zij zijn het kind en zij hebben het niet gedaan.
Niet elke scheiding is te voorkomen. Misschien heb ik dat wel het best begrepen toen het in mijn eigen gezin gebeurde. Het belangrijkste is hoe er mee wordt omgegaan. En dan is het voor de kinderen van cruciaal belang hoe er gecommuniceerd wordt. En dat hun belang altijd voorop wordt gesteld.
Ik zie hoe scheidende ouders met zichzelf bezig zijn. Ik begrijp het ook, er komt veel op hen af en vooral veel van wat ze niet willen. Voor de kinderen geldt dat ook en zij zijn niet in de gelegenheid, hebben niet het vermogen het te sturen.
Het draait allemaal om communicatie. Probeer naar elkaar te blijven kijken als de ouders van je kind. Je bent ex-geliefde geworden, maar je kunt nooit ex-ouder worden. Dat wil je ook niet. Praat met elkaar omwille van je kind. En hoe moeilijk het ook is, heb compassie met elkaar, je hebt het allebei moeilijk. Voor de kinderen is het belangrijk dat ouders duidelijk zijn. Zeggen wat ze doen (duidelijk) en vooral doen wat ze zeggen (eerlijk). Als dat een keer niet mogelijk is, leg dan uit waarom dat zo is en zorg dat het niet te vaak gebeurt.
Scheidingen zijn gelukkig ook vaak te voorkomen. Als dat niet kan, is het belangrijkste hoe ermee wordt omgegaan. Voor de kinderen.
Zomervakantie.
Op de radio hoor ik dat over tien dagen de eerste kinderen alweer naar school gaan. “Nu al?” denk ik. Voor mijn gevoel is de zomervakantie net begonnen. Ik woon in het Noorden van het land waar we als laatste vakantie hebben gekregen dus wij zitten net op de helft.
Onze kleinkinderen zijn met hun vader op vakantie. Nog een paar dagen dan zien we ze weer. Met hun moeder gaan ze aan het einde van de vakantie nog een paar dagen weg en tussendoor zijn ze lekker vrij om in hun beide huizen te zijn en daar ook lekker buiten te spelen. Gelukkig doen deze kinderen dat graag. Ze zijn 8 en 10 en zitten graag op de laptop en de IPad en natuurlijk niet te vergeten alle beschikbare telefoons. Maar ze spelen ook nog heel graag buiten en ik moet zeggen dat dat ook geldt voor hun vriendjes met wie ze op de vrije schoolmiddag spelen, wanneer wij er zijn om op ze te passen.
Net als bij veel andere kinderen is hun eerste vraag wanneer ze uit school komen: “Oma, mag ik op de laptop?” of, en dat vind ik altijd zo grappig klinken, “op de téle?” En dan zeg ik: “Dat is goed, zeg maar wanneer: na het eten een uurtje en dan buitenspelen, of eerst buiten spelen en om vier uur een uurtje op de laptop?” en dan kiezen ze iets.
En nu heeft iedereen nog heerlijk vakantie en hoeft er lekker geen kind naar school. Zomervakantie was voor ons vroeger een heerlijke aaneenschakeling van lange, vrije dagen waarop wij bijna de hele dag mochten doen wat we wilden. Lekker lang uitslapen, volgens mij hielden mijn broers en zussen en ik daar heel erg van. Lezen zonder dat je hoefde te stoppen om huiswerk te maken of naar bed te gaan. We mochten ook altijd langer opblijven. En omdat we niet op vakantie gingen kregen we een zwemabonnement en lagen we veel in het zwembad, of op de zonneweide, of de tribune bij het diepe bad.
Ik realiseer me dat tegenwoordig veel kinderen in de vakantie wel naar de opvang gaan omdat hun beide ouders werken. Net als mijn beide kleinzoontjes. En ik weet ook dat ze bij hun opvang veel met de kinderen buiten spelen en ervoor zorgen dat de kinderen ook daar een leuke en vaak ook leerzame (op een speelse manier) dag hebben. Bovendien gaan deze kinderen ook met hun pappa en mamma nog wel een dagje fietsen of op een warme dag lekker naar het strand.
Ik wens iedereen nog een heel fijne voortzetting van de zomervakantie en dat de kinderen straks heerlijk uitgerust zijn om aan hun nieuwe, spannende schooljaar te beginnen.
Over de liefde; Een pleidooi voor het kind.
Wat kunnen aan de deurkruk hangende slipjes en een lampje aan de muur nou te maken hebben met eeuwigdurende liefde? Hoe kunnen we het leven veraangenamen door het overbodige woord verwijten uit ons vocabulaire te schrappen? En het geluk van je kind, het geluk van jezelf: wat gaat er eigenlijk voor?
Waar hangt u uw slipje eigenlijk te drogen? Thuis heb ik een zogenaamde ‘Engelse’ keuken. Dat wil zeggen dat mijn wasmachine en droger in de keuken staan.
Als ik mijn was van de machine in de droger doe, mik ik in één beweging mijn slipjes aan de klink van de keukendeur te drogen. Want ik vind het zonde om ze in de droger te doen.
Mijn man vindt dit raar. “Als mensen het nou zien, Ro’m. Wat moeten die er wel niet van denken?” Ik denk: moeten ze er dan iets van denken? Er hangen schone slipjes aan onze keukendeur. Nou en?
Het Engelse woord ‘rare’ betekent ‘zeldzaam’ en is het nou raar of rare dat ik deze gewoonte heb. Wat is raar. Het is om te beginnen een raar woord maar wat betekent nou raar. Ik heb natuurlijk wel een idee van wat hij ermee bedoelt. Maar ik zoek het toch even op in het woordenboek.
Op nummer 1 en 2 vind je bij raar respectievelijk 1. Ongewoon, vreemd en 2. Bedenkelijk. In die zin kun je zeggen dat mijn droogmethode zowel raar kan zijn als rare. Kan zijn, omdat het ervan afhangt hoe je daarover denkt.
Dit is mijn eerste stokpaardje want in mijn beleving zijn dingen niet zoals ze zijn. Het is maar net hoe je erover denkt.
Als mijn man op een iets vroeger tijdstip dan ik naar bed gaat, dat gebeurt nogal eens, kijkt hij nog even tv. Hij doet dan het bedlampje boven mijn hoofdkussen aan. Niet zijn bedlampje maar dat van mij, mijn bedlampje. En dat vind ik wel zó raar. Ik snap wel waarom hij het doet, hij vindt het licht boven zijn hoofd te fel en hij weet dat ik vaak nog even lees voordat ik ga slapen. En toch kom ik de kamer binnen, zie het lampje branden boven mijn hoofdkussen en denk: nou, is mijn lampje weer aan. Gebruik lekker je eigen lampje!
Dat denk ik dan, maar ik zeg het niet.
Lang geleden, toen onze kinderen nog klein waren, hebben wij het woord ‘verwijten’ zo goed mogelijk uit ons leven verbannen. Je mag overal iets van vinden, te veel rommel, je wilt eten en er is nog geen eten klaar, je wilt iets hebben en het is er niet. Dan heb je bij ons de keuze uit twee mogelijkheden. 1. Je doet het zelf, of 2. Je wacht tot ik het doe. Maar wat je niet doet is erover zeuren of er verwijten over maken.
Het werkt uitstekend. Over het lampje heb ik heel lang niets gezegd. Pas toen ik er op een luchtige manier een opmerking over kon maken, glimlachte mijn lief en opeens was ik er ook klaar mee. Daarna merkte ik slechts op dat mijn lampje aan was. Ik stoorde me er niet meer aan.
Tegenwoordig lees ik steeds meer over “mindful” leven, bewustwording en “echt” contact. En zonder arrogant over te willen komen denk ik dan: dit kan ik allemaal al lang. Hoe kan dat?
Komt het doordat ik ouders heb gehad die elkaar spontaan en op jonge leeftijd hebben ontmoet en vervolgens zeventig jaar hartstochtelijk van elkaar en hun twaalf kinderen gehouden hebben? Komt het doordat ik mijn man op relatief jonge leeftijd, 23 en hij was 21, heb ontmoet en nu al 30 jaar stapelgek op hem ben?
Houden van kun je leren
Ons huwelijk is echt niet alleen maar rozengeur en maneschijn geweest. Vooral de eerste jaren waren niet eenvoudig. We kenden elkaar een jaar toen ik ongepland in verwachting raakte van ons eerste meisje. Ik was smoorverliefd en knettergek op mijn man, maar van zijn kant was die liefde nog niet zo overduidelijk aanwezig. Hij vond mij een heel lief en ook heel aardig meisje en hoewel hij ook wel verliefd was op mij, begrepen we elkaar dat eerste jaar allerminst. Maar toen ik zwanger bleek, toonde hij zich wel een echte man en trouwde hij mij.
Toen ons kleintje er was stak bij mij een enorme jaloezie de kop op en misschien had dit wel rechtstreeks te maken met het feit dat mijn lief er nog lang niet aan toe was om al vader te zijn van een gezin.
De geldproblemen die we hadden, de strubbelingen met de familie, het hielp allemaal niet om onze relatie enige stabiliteit te brengen. Maar we gedroegen ons dapper en stelden het gezin altijd voorop. Inmiddels was dat uitgebreid met nog een meisje.
Misschien hielp het juist dat we elkaar zo nodig hadden. We hadden nog niet gestudeerd maar wel beiden ambitie om ons te ontwikkelen. En wat zeker hielp, was dat we elkaar heel veel gunden (terwijl we werkelijk niets hadden). Er hoefde niets op een weegschaal maar we wilden beiden de mogelijkheid hebben om ons te kunnen ontwikkelen.
We werkten beiden zo veel als we konden om financieel voor ons jonge gezin te kunnen zorgen. We namen allebei onze verantwoordelijkheid.
We verdeden toen al geen tijd en energie aan nutteloze zaken en schakelden waar nodig de kinderen in. Kleine kinderen kunnen heel veel dingen zelf doen als je ze daar de ruimte voor geeft en accepteert dat ze het niet perfect zullen doen. Het helpt als je zelf ook niet perfect bent. En laten we eerlijk zijn, niemand is perfect. Dus waarom zou je het van iemand anders vragen. Jij kunt zelf ook iets vergeten of per ongeluk iets omver gooien, dus als je kind het doet dan is dat toch niet erger?
Wij hebben van onze kinderen veel geleerd. We hebben naar ze geluisterd en vooral geen dingen verboden als daar geen reden voor was. Je hebt als ouder de macht maar die hoef je niet altijd te nemen.
Door de jaren heen hebben we vooral met elkaar leren communiceren. Want goed communiceren, dat weet iedereen, is een van de belangrijkste onderdelen van een goede relatie.
Is dat dan een belangrijke reden waarom zoveel relaties tegenwoordig stuklopen als de kinderen nog maar heel jong zijn?
Goed leren communiceren doe je niet even in een jaartje en ook niet in twee. Maar je kunt het wel leren. Als je veel van elkaar houdt scheelt het dat je genegen bent de ander zijn “fouten” te vergeven. Maar is de liefde nog niet zo sterk aanwezig, dan kun je ook leren om van de ander te houden. Dat is een keuze.
Dat is mijn tweede stokpaardje. De echte uitzonderingen daargelaten is er altijd een keuze. Mensen kiezen voor elkaar. Soms is de keuze spontaan en dit gaat vaak het beste als men nog jong is. Bij jong hoort ook vaak onbevangen en als je jong bent heb je veel tijd en vaak flexibiliteit om aan elkaar te wennen en je aan elkaar aan te passen. Je hebt tijd en energie om goed te leren communiceren en elkaar te leren kennen. Na de heel verliefde periode komt, zoals zo vaak wordt gezegd, het cruciale punt van ‘houden van’. Wanneer dat niet gebeurt is dit het moment, als er nog geen kinderen zijn, om bij elkaar weg te gaan. Als het houden van er niet van komt, dan hoor je niet bij elkaar.
Als je van elkaar houdt, ga je elkaar steeds beter begrijpen. Dan ben je geïnteresseerd in elkaar, dan heb je een bevredigende, intieme relatie, dan gun je elkaar heel veel. Dan wil je het met elkaar uitpraten als er hobbels en bobbels op je pad komen.
In veel relaties is de volgende stap kinderen krijgen. Kinderen zijn een grote verantwoordelijkheid. Geen kind heeft erom gevraagd om bij zijn ouders te komen. Dat hebben de ouders bedacht ofwel, het is ze overkomen. Als je besluit het kindje te laten komen, heb je er allebei verantwoordelijkheid voor. Heb het dus lief, het is zo klein en kwetsbaar, heeft nergens om gevraagd. Verzorg het goed, geef het alles wat het nodig heeft. Alles. Als je er niet alles voor over hebt, doe het dan niet. Een kindje krijgen is in feite het meest egoïstische wat een mens kan doen. Want niets is zoveel van jezelf en elkaar als een kindje van jou en je man of vrouw. Het is bovendien het grootste wonder dat er bestaat.
Het kan helemaal niets en heeft jou voor alles nodig.
Sommige mensen zijn al ouder voordat ze het zijn. Ze weten al jong dat ze kinderen willen krijgen en instinctief zullen ze weten wat het kindje nodig heeft. Sommige mensen worden ouder op het moment dat het kindje geboren wordt en sommigen zullen het langzamerhand leren. Daarom heeft het kindje minstens twee ouders of verzorgers nodig. Bij zoiets kwetsbaars heb je hulp en controle nodig. Als je als ouder in de fout gaat (en welke ouder gaat dat niet) corrigeer elkaar dan. Dat ben je aan elkaar, maar vooral aan je kindje verplicht.
Je hebt als ouder de macht maar die hoef je niet altijd te nemen
Het is goed als een gezin met elkaar opgroeit. Zelfs als ouders, voor het ouderschap, al langer bij elkaar waren. Er ontstaat een nieuwe situatie wanneer er voor het eerst een kindje komt. Ouders realiseren zich dat van tevoren vaak niet, maar als een van de twee, of allebei verder wil leven alsof alles nog hetzelfde is, dan krijgt het gezin niet de kans die het nodig heeft om samen op te groeien. En vergeet daarbij niet: respect hoef je niet af te dwingen. Als je het als ouder goed doet dan geef je je kind vanaf dag één het respect dat het verdient en zal dat respect automatisch worden teruggegeven.
Ik lees tegenwoordig steeds meer over hoe we het met een samengesteld gezin “goed” kunnen doen. Hoe we netjes van ons eerste gezin afstand kunnen doen. We hebben toch recht op geluk? We moeten volgens velen vooral voor onszelf kunnen kiezen. Maar de kinderen dan? Waar is hun recht op geluk? Zijn de meeste kinderen van gescheiden ouders gelukkig? Of juist niet? En zo niet, waaraan hebben ze dat dan verdiend?
Ik wil geenszins gescheiden ouders een schuldgevoel aanpraten. Jullie blijven de keuze houden om het samengestelde gezin echt goed te laten werken. Daarvoor heb ik een tip: stel jullie samengestelde kinderschare op de eerste plaats. Altijd. Bedenk bij de omgangsregelingen en het co-ouderschap wat goed is voor het kind en niet wat handig is voor jezelf. Bedenk ook dat de energie van een kind ergens ophoudt. Drie keer je verjaardag vieren, twee keer Sinterklaas en vier keer Kerst lijkt aantrekkelijk vanwege de daarvan te verwachten cadeaus maar ik denk dat geen kind daar echt tegen opgewassen is.
Voor lezers met een kinderwens, bezint eer ge begint. Dit is een heel oud gezegde, wat totaal niet past in deze tijd. Maar misschien is het tijd om ’t weer tevoorschijn te halen. Als je aan die meest egoïstische daad begint, bedenk dan dat je er veel, en de eerste twintig jaar het liefst alles, voor over moet hebben. En anders… niet doen.
Kinderen kosten veel geld, kinderen kosten veel energie, kinderen kosten vooral heel veel liefde en door de jaren heen steeds meer liefde. Zij hebben die nodig om goed voorbereid te worden op het feit dat ze ooit, los van hun ouders, in een moeilijke maatschappij worden verondersteld te kunnen leven en functioneren. Wanneer je die liefde niet hebt (een maatstaf hiervoor is misschien wel de liefde die je hebt voor elkaar), doe het dan niet. Kies voor het kind dat je de ellende bespaart door het niet te laten komen. Geniet vooral van alle materiele zaken die in deze maatschappij zo overvloedig aanwezig zijn. En wil je dan gebruik maken van het groenere gras aan de overkant, vooral doen, maar dan is er in elk geval geen kind dat eronder lijdt.
En, oh ja, waar hangt u uw slipje eigenlijk te drogen?
Is het prettig om 6 weken op vakantie te zijn?
Dit is het verhaal van Jayce.
Jayce is tien jaar oud en hij is de zoon van Tom en Karlijn. Zijn broertje Mick is 9 en hij woont bij zijn ouders Tom en Marriët samen met zijn zusje Rianne die 7 is. Jayce’ andere zusje Vlinder is ook 7 en zij woont bij haar ouders Marco en Karlijn.
Voor Jayce is alles prima geregeld. Hij woont de ene week bij Tom en Marriët en de andere week bij Marco en Karlijn. Omdat hij dat van baby af aan al doet weet Jayce niet anders en hij kijkt elke week weer uit naar het wonen bij zijn “andere gezin”.
Jayce kan met zijn beide families goed overweg en ook zijn broertje en zusjes zijn elke week weer blij wanneer hij bij hen komt wonen.
Jayce’ halfbroertje en –zusjes begrijpen niet altijd waarom Jayce steeds weer een week weg gaat. Soms missen ze hem zo erg dat ze een beetje moeten huilen. Met Sint Nicolaas en zijn verjaardag zijn ze wel eens beetje jaloers vanwege de stapel cadeaus die hem van alle kanten toestromen.
Jayce voelt zich meestal prima. Hij houdt van iedereen, niet in het minst omdat ze altijd weer blij zijn wanneer hij in hun midden is. En iedereen wil hem ook graag in hun midden hebben. Dus gaat hij in de ene vakantie naar een vakantiepark met zwembad en kartbaan en staat hij een andere vakantie op de ski’s hoog op een berg.
En in de grote vakantie gaat hij, met zijn ene familie, drie weken kamperen op een van de eilanden en vliegt hij, met zijn andere familie, voor de volgende drie weken naar een exotisch oord om een all-inclusive vakantie te consumeren met heel veel activiteiten. Beide gezinnen zijn blij dat hij bij hun is ………… en hoe is dat eigenlijk voor Jayce?