Voorgelicht

Een zondagmorgen. Een klopje op onze voordeur en er staan twee jongetjes die nog even komen spelen met de Lego die ze bij ons hebben achtergelaten. Ze neuriën er zachtjes bij terwijl op de achtergrond ook zacht muziek speelt, begeleid door beelden van YouTube. Wanneer een oude Australische band in beeld komt zeg ik zachtjes voor mezelf sprekend: ‘Daar had ik ook bijna gewoond,’ en wanneer oudste kleinzoontje mij aankijkt, ‘dan hadden jullie een andere oma gehad,’. Even speelt hij verder, kijkt mij dan recht aan en zegt: ‘Maar, dan waren wij er toch niet oma?’

Hij is net acht geworden en ik denk: ‘Dat wist ik nog lang niet, toen ik acht was,’. Sterker nog, ik bleef in onwetendheid, tot ik op mijn dertiende eindelijk menstrueerde en toen het boek ‘Als je een meisje bent’ kreeg. In dat leuke boek stond van alles wat ik allemaal niet had, een eigen kamer bijvoorbeeld met leuke meisjesmeubeltjes en accessoires. Er stond van alles in over verzorging van huid en haar met producten waarvan ik zeker wist dat ik ze nooit zou bezitten. Maar ik vond het een erg leuk boek met grappige illustraties en ik vond het heerlijk erin te lezen en te mijmeren over hoe zo’n meisjesleven wel zou zijn. Een van de laatste hoofdstukken bevatte dan de onthulling van wat voor mij een groot mysterie was. Ik kan me niet meer herinneren hoe ik dat toen vond. Ik geloof dat ik het gewoon las, als de rest van het verhaal.

Mijn eigen kinderen heb ik ook niet voorgelicht. Toen ik erover wilde beginnen gaven ze aan ‘het allang te weten’. Stom genoeg heb ik het daar toen bij gelaten. Nu we beter met elkaar hebben leren communiceren zou ik verder vragen. Ik zou vragen wat ze dan precies wisten en proberen er uitgebreider met ze over te praten. En ik begrijp heel goed dat het voor ouders van jonge kinderen nog steeds geen gemakkelijk onderwerp is.

Gelukkig kreeg de mamma van mijn kleinzoontjes een boek dat speciaal geschreven is om jonge kinderen hier alvast over te vertellen. Het heet ‘Hoe maak je een baby’.  En getuige mijn kleinzoontjes opmerking heeft hij de inhoud van het boek al goed begrepen. Het lijkt mij in deze tijd bijna nog belangrijker dan vroeger dat kinderen op tijd en goed worden voorgelicht. Wat ze via Social Media tot zich krijgen is wellicht niet wat je voor je kind wilt. Er zal op school vast aandacht zijn voor seksuele voorlichting, maar het is altijd goed ook als ouder te weten hoe je kind zich erbij voelt.

Communicatie tussen jou en je kind is volgens mij cruciaal bij een goede voorlichting.

Cynisch

In een stuk over Paul McCartney lees ik dat bij hem, thuis in Liverpool, alles warm en harmonieus was en dat hij als kind dacht dat iedereen zo’n heerlijke, liefhebbende familie had. Ik herken dat heel goed. Dat was ook vroeger mijn gevoel. Veel later begreep ik dat lang niet iedereen in ons grote gezin hetzelfde heeft gevoeld. En toch denk ik dat voor ons allen, terugkijkend, het liefhebbende en de warme overheerst.

Na een wat valse start met zijn geliefde, verloofde Jane Asher, trouwde hij zijn Linda. Ze hebben een fijn gezin gekregen en zijn tot Linda’s te vroege dood in 1998 bij elkaar gebleven. Paul wilde Linda altijd graag dicht bij zich hebben en zij was graag bij hem. Ik kan hetzelfde over ons zeggen: ik ben altijd graag dicht bij mijn liefste en hij is graag bij mij.

In het stuk zegt Sir Paul, over de liefde: ‘Ik denk dat veel mensen die cynisch zijn over de liefde nooit het geluk hadden om die te ervaren,’ Hij voegt daaraan toe: ‘Love isn’t silly at all,’ Ik ben dat helemaal met hem eens. Liefde is groot, misschien wel het grootste dat je ooit in je leven kunt ervaren.

Hoe is het dan dat veel mensen die liefde niet kunnen vinden, of in ieder geval niet als zodanig kunnen ervaren. Of heeft dat te maken met het gras dat altijd groener is (of in ieder geval lijkt) aan de overkant.

Katherine Hepburn, die al lang niet meer onder ons is, is nooit getrouwd omdat ze hield van Spencer Tracey. Hij was getrouwd en vader van een kind met een handicap. Maar ze heeft wel de ware liefde ervaren. Haar motto was: liefde heeft niets te maken met wat je verwacht te krijgen, maar met wat je verwacht te geven. Ook daar ben ik het helemaal mee eens. Geef vooral, aan je man, je kinderen, je familie. Niet om terug te ontvangen maar omdat je van ze houdt. En ik heb het gevoel dat ik altijd terug krijg. Hoeveel? Dat weet ik niet, want het maakt mij niet uit.

Ik hoor mensen vaak zeggen: ‘Het moet altijd van mijn kant komen?’ Vroeger dacht ik dan: ‘Nou, en? Is dat erg?’ en nu weet ik: Het is niet altijd zo, je ervaart het zo, omdat wanneer het van die ander komt je het vaak gewoon voor lief neemt, in plaats van het heel erg te waarderen. Begin eens met heel erg waarderen en geef zonder terug te verwachten.

Wie weet, zie je dan ook opeens de ware liefde in die ander.

Perspectief

Ik heb weer wat slapeloze nachten. Niet leuk, maar ik weet dat het ook weer over gaat. Tijdens die slapeloze nachten kan ik wel genieten van mijn warme bed en mijn rustig slapende echtgenoot naast mij.

Ondertussen gaat er van alles door me heen. Dan zie ik de meneer weer voor me die rustig lag te slapen in een slaapzak op de hardstenen vloer van een winkelportiek. Mijn man en ik waren aan het wandelen toen we hem zagen liggen, nog vrij vroeg op een herfstavond. En de ochtend dat ik naar school fietste en een persoon zag liggen onder een bankje op de stoep van een brug. Ik hoopte dat hij of zij in iets warms lag onder het zeil dat over hem of haar heen lag.

Ik denk aan de mensen die ziek of gewond zijn in mijn omgeving. Het zijn er best veel. Wanneer ik bid voor de veiligheid en ondersteuning van onze familie, ons gezin en andere geliefden denk ik vaak: ‘Oh ja, en die ook nog…en die…en die,’

Vaak komt dan het moment dat ik me afvraag: ‘Wij hebben het zo goed. Hoe kan dat? We hebben ook ziekte in de familie, en ongemak. We hebben daardoor ook zorg om elkaar. We hebben onderdak en werk. We zijn tevreden en misschien is dat het wel.’

In deze moeilijke Corona tijd volgen we de regels. We hebben ons gehouden aan de avondklok, de mondkapjesplicht, we zijn gevaccineerd en schudden geen handen. We zijn niet persé volgzame types maar proberen zelf te bedenken wat we goed vinden voor onszelf en onze omgeving en gaan uit van de goede intentie van de mensen die het meeste weten van de pandemie en de gevolgen ervan.

Ik geloof niet dat ik gelukkiger zou zijn met meer geld, meer spullen of wanneer ik werk zou doen waar mensen tegenop kijken. Misschien was ik vroeger wel minder tevreden omdat ik meer keek naar wat andere mensen hadden en deden. Misschien is dat wel een van de grootste voordelen van ouder worden, dat me dat niet meer overkomt.

Ik geloof dat het niet uitmaakt wat je wel of niet hebt maar veel meer met welke bril je naar de wereld kijkt. Ik zie van dichtbij dat je ziek kunt zijn en je toch kunt ontwikkelen en sterker kunt worden. Dat draagt positief bij aan mijn perspectief.

De regels van het spel

Ik weet van heel veel dingen heel weinig, en soms vind ik dat wel lastig. Ik denk dat ik best slim ben, dat is het niet, maar er zijn gewoon dingen die niet in mijn hoofd willen. Heel even heb ik me gewaagd op het pad van wetenschap. In die korte tijd was ik soms diep onder de indruk van de wetenschappers (to be) in mijn buurt en soms dacht ik: ‘Zij doen heel gewichtig, maar ik vertrouw ze niet helemaal.’ Bij alles werd gevraagd het te bewijzen, terwijl ik denk: ‘Hoe zit het nou, één en één is toch twee?’ Of: ‘Gebruiken zij nooit hun gezonde verstand?’ Maar zo werkt het blijkbaar niet.

Ik heb een grote familie. Dat is onze rijkdom. Rijk van geld zullen we niet worden, dat weet ik, dat is voor ons niet weg gelegd. Maar we hebben wel een goed leven. Goed in de zin van een huis, liefde, relaties, werk. We hebben niet allemaal alles, maar het meeste hebben we wel. We zorgen ook voor elkaar, we helpen elkaar waar we kunnen en we hebben oog voor elkaars onvolkomenheden. Want die hebben we allemaal, niemand van ons is perfect en het is mooi dat onze imperfecties er mogen zijn.

Ik ben geen mens van wetenschap, maar ik ben niet onwetend. Ik voel veel dingen aan. Ik heb bijvoorbeeld al heel lang geleden begrepen dat veel kinderen lijden onder een vroege scheiding van hun ouders. En ik weet (al heel lang) dat veel vroege scheidingen te maken hebben met de relatie van de ouders. Voor mij is dat zoiets als één en één is twee. Elke baby begint immers bij de relatie van zijn ouders. Wat anderen wetenschappelijk hebben onderzocht en ontwikkeld wist ik zomaar, zonder dat op die manier te hoeven doen.

Wetenschap en sensitiviteit staan mijlenver uit elkaar. Maar ze zijn er beiden en ik denk dat ze beiden even belangrijk zijn. Ik denk dat ze beiden een belangrijk deel uitmaken van de regels van het spel dat ‘leven’ heet. Om het spel goed te spelen hebben ze elkaar nodig om de wereld, waarop het spel zich afspeelt, een betere wereld te maken.

Ik weet het, maar ik ben mijn tijd ver vooruit. De meeste mensen kennen de regels van het spel nog niet en begrijpen niet dat samenwerken veel beter werkt dan tegenwerken, elkaar tegenwerken, wat jammer genoeg een heel groot deel van deze wereldbewoners…doen.

Onvoorwaardelijke liefde

‘Er bestaat maar één soort onvoorwaardelijke liefde en dat is die van kinderen voor ouders’ zegt Griet Op de Beeck in VPRO Zomergasten. Via LinkedIn word ik met deze uitspraak geconfronteerd en ik stel de vraag of dit niet familie afhankelijk kan zijn. ‘Nee,’ antwoordt betreffende persoon heel stellig, het is volgens haar een ‘wetmatigheid’ omdat kinderen van hun ouders afhankelijk zijn en andersom niet.

Deze uitspraak blijft in mijn hoofd hangen omdat ik weet dat ik mijn kinderen onvoorwaardelijk liefheb. Wat dit betekent? Dit betekent dat ik mijn kinderen liefheb ‘no matter what’. Ik zal ze geven wat ze nodig hebben en er altijd voor ze zijn. Ze zouden niets kunnen doen waardoor ik ze niet meer zou liefhebben. En ik denk dat dit voor heel veel ouders en grootouders geldt.

Wanneer ik het programma vind waarop mevrouw Op de Beeck de uitspraak doet, hoor en zie ik dat ze zegt ‘niet alle ouders kunnen oprecht liefde voelen voor hun kinderen, daar ben ik wel zeker van’. En dan noemt ze de ‘onvoorwaardelijke loyaliteit naar de ouders, waar geen kind omheen kan’. Dat begrijp ik, en dat klopt. Die loyaliteit naar onze ouders zit in ieder van ons, daar zijn we mee geboren maar dat is volgens mij niet hetzelfde als ‘onvoorwaardelijke liefde’. Dat kun je voelen voor je kind en voor je man…en ik denk ook, voor je familie.

Wanneer je een slechte jeugd hebt gehad en er zelfs misbruik heeft plaatsgevonden, begrijp ik dat je ‘zeker weet’ dat niet alle ouders oprecht liefde kunnen voelen voor hun kinderen. Dat heb je dan aan den lijve ondervonden. Griet kon bij haar ouders geen kind zijn omdat haar moeder bij haar uithuilde, zij zorgde voor haar ouders in plaats van andersom. Parentificatie heet dat in de psychologie.

Ik heb gelukkig een andere ervaring en misschien kan ik daardoor wel zoveel van mijn  gezin en mijn familie houden. Zoveel en onvoorwaardelijk.

Gelukkig is mevrouw Op de Beeck schrijfster en heeft ze door het schrijven van haar boeken (waar ze heel succesvol mee is) hopelijk veel van de pijn van vroeger kunnen verwerken. Ik gun haar en iedereen onvoorwaardelijke liefde, daar is, in tegenstelling tot loyaliteit, niets gedwongens aan. Het is een keuze die je maakt, omdat je van elkaar houdt.