Cynisch

In een stuk over Paul McCartney lees ik dat bij hem, thuis in Liverpool, alles warm en harmonieus was en dat hij als kind dacht dat iedereen zo’n heerlijke, liefhebbende familie had. Ik herken dat heel goed. Dat was ook vroeger mijn gevoel. Veel later begreep ik dat lang niet iedereen in ons grote gezin hetzelfde heeft gevoeld. En toch denk ik dat voor ons allen, terugkijkend, het liefhebbende en de warme overheerst.

Na een wat valse start met zijn geliefde, verloofde Jane Asher, trouwde hij zijn Linda. Ze hebben een fijn gezin gekregen en zijn tot Linda’s te vroege dood in 1998 bij elkaar gebleven. Paul wilde Linda altijd graag dicht bij zich hebben en zij was graag bij hem. Ik kan hetzelfde over ons zeggen: ik ben altijd graag dicht bij mijn liefste en hij is graag bij mij.

In het stuk zegt Sir Paul, over de liefde: ‘Ik denk dat veel mensen die cynisch zijn over de liefde nooit het geluk hadden om die te ervaren,’ Hij voegt daaraan toe: ‘Love isn’t silly at all,’ Ik ben dat helemaal met hem eens. Liefde is groot, misschien wel het grootste dat je ooit in je leven kunt ervaren.

Hoe is het dan dat veel mensen die liefde niet kunnen vinden, of in ieder geval niet als zodanig kunnen ervaren. Of heeft dat te maken met het gras dat altijd groener is (of in ieder geval lijkt) aan de overkant.

Katherine Hepburn, die al lang niet meer onder ons is, is nooit getrouwd omdat ze hield van Spencer Tracey. Hij was getrouwd en vader van een kind met een handicap. Maar ze heeft wel de ware liefde ervaren. Haar motto was: liefde heeft niets te maken met wat je verwacht te krijgen, maar met wat je verwacht te geven. Ook daar ben ik het helemaal mee eens. Geef vooral, aan je man, je kinderen, je familie. Niet om terug te ontvangen maar omdat je van ze houdt. En ik heb het gevoel dat ik altijd terug krijg. Hoeveel? Dat weet ik niet, want het maakt mij niet uit.

Ik hoor mensen vaak zeggen: ‘Het moet altijd van mijn kant komen?’ Vroeger dacht ik dan: ‘Nou, en? Is dat erg?’ en nu weet ik: Het is niet altijd zo, je ervaart het zo, omdat wanneer het van die ander komt je het vaak gewoon voor lief neemt, in plaats van het heel erg te waarderen. Begin eens met heel erg waarderen en geef zonder terug te verwachten.

Wie weet, zie je dan ook opeens de ware liefde in die ander.

Perspectief

Ik heb weer wat slapeloze nachten. Niet leuk, maar ik weet dat het ook weer over gaat. Tijdens die slapeloze nachten kan ik wel genieten van mijn warme bed en mijn rustig slapende echtgenoot naast mij.

Ondertussen gaat er van alles door me heen. Dan zie ik de meneer weer voor me die rustig lag te slapen in een slaapzak op de hardstenen vloer van een winkelportiek. Mijn man en ik waren aan het wandelen toen we hem zagen liggen, nog vrij vroeg op een herfstavond. En de ochtend dat ik naar school fietste en een persoon zag liggen onder een bankje op de stoep van een brug. Ik hoopte dat hij of zij in iets warms lag onder het zeil dat over hem of haar heen lag.

Ik denk aan de mensen die ziek of gewond zijn in mijn omgeving. Het zijn er best veel. Wanneer ik bid voor de veiligheid en ondersteuning van onze familie, ons gezin en andere geliefden denk ik vaak: ‘Oh ja, en die ook nog…en die…en die,’

Vaak komt dan het moment dat ik me afvraag: ‘Wij hebben het zo goed. Hoe kan dat? We hebben ook ziekte in de familie, en ongemak. We hebben daardoor ook zorg om elkaar. We hebben onderdak en werk. We zijn tevreden en misschien is dat het wel.’

In deze moeilijke Corona tijd volgen we de regels. We hebben ons gehouden aan de avondklok, de mondkapjesplicht, we zijn gevaccineerd en schudden geen handen. We zijn niet persé volgzame types maar proberen zelf te bedenken wat we goed vinden voor onszelf en onze omgeving en gaan uit van de goede intentie van de mensen die het meeste weten van de pandemie en de gevolgen ervan.

Ik geloof niet dat ik gelukkiger zou zijn met meer geld, meer spullen of wanneer ik werk zou doen waar mensen tegenop kijken. Misschien was ik vroeger wel minder tevreden omdat ik meer keek naar wat andere mensen hadden en deden. Misschien is dat wel een van de grootste voordelen van ouder worden, dat me dat niet meer overkomt.

Ik geloof dat het niet uitmaakt wat je wel of niet hebt maar veel meer met welke bril je naar de wereld kijkt. Ik zie van dichtbij dat je ziek kunt zijn en je toch kunt ontwikkelen en sterker kunt worden. Dat draagt positief bij aan mijn perspectief.

De regels van het spel

Ik weet van heel veel dingen heel weinig, en soms vind ik dat wel lastig. Ik denk dat ik best slim ben, dat is het niet, maar er zijn gewoon dingen die niet in mijn hoofd willen. Heel even heb ik me gewaagd op het pad van wetenschap. In die korte tijd was ik soms diep onder de indruk van de wetenschappers (to be) in mijn buurt en soms dacht ik: ‘Zij doen heel gewichtig, maar ik vertrouw ze niet helemaal.’ Bij alles werd gevraagd het te bewijzen, terwijl ik denk: ‘Hoe zit het nou, één en één is toch twee?’ Of: ‘Gebruiken zij nooit hun gezonde verstand?’ Maar zo werkt het blijkbaar niet.

Ik heb een grote familie. Dat is onze rijkdom. Rijk van geld zullen we niet worden, dat weet ik, dat is voor ons niet weg gelegd. Maar we hebben wel een goed leven. Goed in de zin van een huis, liefde, relaties, werk. We hebben niet allemaal alles, maar het meeste hebben we wel. We zorgen ook voor elkaar, we helpen elkaar waar we kunnen en we hebben oog voor elkaars onvolkomenheden. Want die hebben we allemaal, niemand van ons is perfect en het is mooi dat onze imperfecties er mogen zijn.

Ik ben geen mens van wetenschap, maar ik ben niet onwetend. Ik voel veel dingen aan. Ik heb bijvoorbeeld al heel lang geleden begrepen dat veel kinderen lijden onder een vroege scheiding van hun ouders. En ik weet (al heel lang) dat veel vroege scheidingen te maken hebben met de relatie van de ouders. Voor mij is dat zoiets als één en één is twee. Elke baby begint immers bij de relatie van zijn ouders. Wat anderen wetenschappelijk hebben onderzocht en ontwikkeld wist ik zomaar, zonder dat op die manier te hoeven doen.

Wetenschap en sensitiviteit staan mijlenver uit elkaar. Maar ze zijn er beiden en ik denk dat ze beiden even belangrijk zijn. Ik denk dat ze beiden een belangrijk deel uitmaken van de regels van het spel dat ‘leven’ heet. Om het spel goed te spelen hebben ze elkaar nodig om de wereld, waarop het spel zich afspeelt, een betere wereld te maken.

Ik weet het, maar ik ben mijn tijd ver vooruit. De meeste mensen kennen de regels van het spel nog niet en begrijpen niet dat samenwerken veel beter werkt dan tegenwerken, elkaar tegenwerken, wat jammer genoeg een heel groot deel van deze wereldbewoners…doen.

Onvoorwaardelijke liefde

‘Er bestaat maar één soort onvoorwaardelijke liefde en dat is die van kinderen voor ouders’ zegt Griet Op de Beeck in VPRO Zomergasten. Via LinkedIn word ik met deze uitspraak geconfronteerd en ik stel de vraag of dit niet familie afhankelijk kan zijn. ‘Nee,’ antwoordt betreffende persoon heel stellig, het is volgens haar een ‘wetmatigheid’ omdat kinderen van hun ouders afhankelijk zijn en andersom niet.

Deze uitspraak blijft in mijn hoofd hangen omdat ik weet dat ik mijn kinderen onvoorwaardelijk liefheb. Wat dit betekent? Dit betekent dat ik mijn kinderen liefheb ‘no matter what’. Ik zal ze geven wat ze nodig hebben en er altijd voor ze zijn. Ze zouden niets kunnen doen waardoor ik ze niet meer zou liefhebben. En ik denk dat dit voor heel veel ouders en grootouders geldt.

Wanneer ik het programma vind waarop mevrouw Op de Beeck de uitspraak doet, hoor en zie ik dat ze zegt ‘niet alle ouders kunnen oprecht liefde voelen voor hun kinderen, daar ben ik wel zeker van’. En dan noemt ze de ‘onvoorwaardelijke loyaliteit naar de ouders, waar geen kind omheen kan’. Dat begrijp ik, en dat klopt. Die loyaliteit naar onze ouders zit in ieder van ons, daar zijn we mee geboren maar dat is volgens mij niet hetzelfde als ‘onvoorwaardelijke liefde’. Dat kun je voelen voor je kind en voor je man…en ik denk ook, voor je familie.

Wanneer je een slechte jeugd hebt gehad en er zelfs misbruik heeft plaatsgevonden, begrijp ik dat je ‘zeker weet’ dat niet alle ouders oprecht liefde kunnen voelen voor hun kinderen. Dat heb je dan aan den lijve ondervonden. Griet kon bij haar ouders geen kind zijn omdat haar moeder bij haar uithuilde, zij zorgde voor haar ouders in plaats van andersom. Parentificatie heet dat in de psychologie.

Ik heb gelukkig een andere ervaring en misschien kan ik daardoor wel zoveel van mijn  gezin en mijn familie houden. Zoveel en onvoorwaardelijk.

Gelukkig is mevrouw Op de Beeck schrijfster en heeft ze door het schrijven van haar boeken (waar ze heel succesvol mee is) hopelijk veel van de pijn van vroeger kunnen verwerken. Ik gun haar en iedereen onvoorwaardelijke liefde, daar is, in tegenstelling tot loyaliteit, niets gedwongens aan. Het is een keuze die je maakt, omdat je van elkaar houdt.

Op de kop af verkeerd

Mijn zus stuurt me een krantenartikel over één van de 1100 gezinnen waarvan kinderen uit huis zijn geplaatst, mede in verband met de toeslagenaffaire. Ik ben er even heel stil van. Deze ouders strijden al zeven jaar voor het terugkrijgen van het gezag over hun kinderen. Ze mogen hun eigen kinderen, die uit huis geplaatst zijn toen ze respectievelijk anderhalf jaar en vier maanden waren, twee uur per vier weken zien. Nooit zouden ze hierin hebben toegestemd als ze hadden geweten dat het niet, zoals toen gezegd, tijdelijk was maar zoals nu lijkt, permanent.

Even verderop in het artikel lees ik dat ‘de Raad voor de Kinderbescherming zelf niet aan waarheidsbevinding doet’. Hoe kun je recht spreken over zaken waarvan je niet eens weet of het waar is. Is dat recht? Ik heb in een ander blog ‘Scha(n)delijke zorg’ al eens beschreven hoe het er te vaak bij Jeugdzorg en de Kinderbescherming aan toe gaat. Misschien is de 2Doc https://www.npostart.nl/2doc/07-07-2021/KN_1725987 hierover nog terug te zien.

In het nieuws hoor ik over de enorme toestroom van vluchtelingen waarvoor niet direct de juiste opvang is. Gezien de omstandigheden kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Natuurlijk is het niet fijn dat er niet direct een bed voor je klaar staat, maar zouden deze mensen nou werkelijk niet blij zijn dat ze niet meer bang hoeven te zijn op de plek waarvan ze zijn weg gevlucht? Of zijn ze dat wel en is het de berichtgeving die die indruk wekt. We mogen er toch van uitgaan dat alle betrokken instanties zich uit de naad werken om het bijna onmogelijke voor elkaar te krijgen?

En dan het heel zacht uitgedrukte, onfraaie bericht dat Nederland bovenaan staat bij het idiote gebeuren dat hulpverleners worden aangevallen door onverlaten, tijdens het uitvoeren van hun beroep. Ik heb zelf op t.v. gezien hoe politieauto’s in elkaar werden geslagen, geprobeerd om te gooien door een stel…ik heb er geen woord voor. De dame van ‘Goedemorgen Nederland’ stelde de juiste vraag: ‘Wat bezielt deze mensen?’ En er is gewoon geen bevredigend antwoord op. Geen antwoord waardoor een mens als ik dat zou kunnen begrijpen.

Ik weet niet hoe het voor andere mensen is, maar ik wordt daar heel onrustig van in mijn hoofd. Ik vraag me serieus af hoe het verder moet. Is het vooral de berichtgeving die het nog onrustiger maakt dan het al is? Of moeten we echt bang zijn dat het met ons mooie land op de kop af verkeerd gaat?

Weet wat je achterlaat

In een Libelle lees ik het verhaal van Patricia en hoe zij en haar man uit elkaar gingen. Patricia was toen 35, hun kinderen 4 en 6 jaar. Zelfs met compassie voor haar man vertelt ze hoe hij straalverliefd werd op een jongere collega en met haar verderging. Ze vertelt ook dat zij het erover eens waren dat de scheiding zo min mogelijk ten koste mocht gaan van de kinderen. Het is knap dat je dat lukt terwijl je zo gekwetst bent en dat je ook nog oog kunt hebben voor het enorme schuldgevoel dat je man heeft terwijl hij toch de verliefdheid voor laat gaan.

Voor de jonge vrouw is het sprookje niet uitgekomen zoals zij dat had gedacht, want de gewenste baby met haar geliefde bleef uit. Mogelijk dreven de problemen, die daarop volgden, tussen haar en haar geliefde hem terug naar zijn ex. Maar Patricia was met haar leven verdergegaan en er was bij haar iets voorgoed verdwenen in haar gevoel naar haar ex. Had deze vader zich maar op tijd gerealiseerd wat hij achterliet.

Dit geval staat helaas niet op zichzelf en dat is ook logisch. Een moeder, vermoeid door zorg voor haar gezin en de (parttime) baan die ze er waarschijnlijk bij heeft, kan niet opboksen tegen een jonge vrouw die er op elk moment van de dag fris en fruitig en stralend (van verliefdheid) uitziet.

Tot nu toe heeft een jonge vader nog steeds een enorme achterstand op zijn vrouw of vriendin, die de baby 9 maanden onder haar hart draagt. Hij is er te weinig bij betrokken en in de meeste gevallen begint het voor hem pas te leven wanneer de baby er is. Deze achterstand is moeilijk in te lopen.

Met het veel langere babyverlof dat vaders nu krijgen (6 weken nu tegenover 2 dagen toen wij onze baby’s kregen) is er iets heel goeds in gang gezet. En ik hoorde nog iets moois: een project om iedereen, of je als ouder nu werkt of niet, twee dagen recht te geven op gratis kinderopvang. Goed voor de kinderen en goed voor de ouders. Ik blijf pleiten voor die stap helemaal aan het begin, een gratis oudercursus voor alle aanstaande ouders. Dan is het, vind ik, echt compleet.

En voor degenen die nu twijfelen over hun huwelijk of relatie; het is goed om te weten dat je waarschijnlijk over een aantal jaren weer blijer met elkaar bent wanneer je wel bij elkaar blijft. In Psychologie Magazine lees ik dat onderzoek dat heeft uitgewezen. En kijk vooral naar wat jij eraan kunt doen om het met de vader of moeder van je kind(eren) beter te hebben en beter te doen.

En wanneer het toch niet lukt zorg er dan voor, zoals de ouders uit het begin van dit blog, dat de scheiding zo min mogelijk ten koste gaat van de kinderen.

Je wordt bemind en gekoesterd, innig en voor altijd

Na een lange tijd krijg ik het boek ‘Na dit leven’ van Eben Alexander weer in handen. Ik lees het weer snel uit, misschien wel voor de zesde keer inmiddels. Dr. Alexander heeft het boek ‘Proof of Heaven’ genoemd. Nadat hij, tijdens een week dat hij in coma lag, in de Hemelen is geweest staat het voor hem vast dat dat de plaats is waar we ‘Na dit leven’ heengaan.

Tijdens zijn verblijf daar is hem verteld, dat er van ons wordt gehouden. Dat er oneindig veel meer liefde op de wereld is dan kwaad. En dat wij niets te vrezen hebben. Uit de verhalen die ik lees over mensen die een bijna dood ervaring hebben gehad, zoals Dr. Alexander, blijkt altijd dat zij geen angst meer hebben voor de dood.

Ik geloof niet dat ik angst heb voor de dood, hoewel ik niet zo’n ervaring heb gehad. Vier van mijn broers en zussen zijn overleden. Dat heeft mij ervan overtuigd dat we moeten komen wanneer het onze tijd daarvoor is. En mijn geloof in God en de Hemel, dat er al was voordat ik het boekje las, maakt dat gemakkelijker om te accepteren.

Ik heb het gevoel dat ik op deze aarde nog niet klaar ben. Ik moet er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er hulp komt, mentale ondersteuning, voor aanstaande ouders en daarmee voor hun nu nog ongeboren kinderen. En zover is het nog niet.

Voor het eerst valt mij in het boek het volgende stukje tekst op: ‘…dat er in ieder van ons een verborgen deel is dat elk stukje van ons aardse bestaan opslaat en dat dit proces al in het allereerste begin een aanvang neemt. …op een precognitief, preverbaal niveau…’.

En dan begrijp ik het weer. Dan begrijp ik waardoor ik zo gedreven ben om mensen te overtuigen van het feit dat aanstaande ouders mentale hulp nodig hebben bij de geboorte van hun gezin. Baby’s krijgen alle problemen en moeilijkheden mee wanneer hun ouders uit elkaar gaan terwijl ze zelf nog heel jong zijn. En dat dragen ze hun hele leven met zich mee. Daarom hoop ik dat er een tijd komt dat deze mentale hulp net zo gewoon wordt als de fysieke hulp die er al is bij de geboorte van een baby.

En ik hoop dat mensen ooit zullen weten dat ze worden bemind en gekoesterd, innig en voor altijd. Dat ze durven te geloven dat dokter Alexander deze boodschap mee kreeg van zijn reis naar de Hemel.

Belang van de kinderen

Per abuis en bij toeval kom ik in het bezit van adresgegevens van een heel bekende kinderboekenschrijver. Omdat ik niet geloof in toeval schrijf ik hem direct een mail. Ik vertel over de Prille-ouder blogs die ik schrijf en mijn pogingen om een cursus voor aanstaande ouders in de basisverzekering te krijgen.

Ik krijg diezelfde dag een antwoordmail en meneer Vriens attendeert mij op zijn boek ‘Mijn vader woont in het tuinhuis’. In de informatie over dit boek lees ik dat meneer Vriens al jaren dit boek wilde schrijven naar aanleiding van de scheiding van zijn eigen ouders. Als ik het goed gezien heb, heeft deze gebeurtenis al meer dan een halve eeuw geleden plaats gevonden…

Het boek is ongetwijfeld al door veel kinderen gelezen en nu dus ook door mij. Ik vind het mooi geschreven. De gebeurtenissen worden verteld vanuit beide kinderen in het gezin, de elf jarige tweeling Lara en Joeri. Wanneer hun ouders in een vechtscheiding dreigen te belanden steken zij daar samen een stokje voor.

Ik ga niet verklappen hoe ze dat doen maar ik vind het briljant hoe meneer Vriens dit heeft opgelost en hiermee de focus heeft verlegd van de bijna vecht-scheidende ouders naar het belang van de kinderen die van een vechtscheiding de dupe waren geweest.

Ik hoop dat vele scheidende en gescheiden ouders met jonge kinderen dit boek zullen lezen, liefst samen met hun kinderen en daarmee een vechtscheiding kunnen ombuigen of zo mogelijk voorkomen. Iedereen wil het beste voor zijn kind en dat kan alleen met goede communicatie en respect voor het kind en elkaar. 

Achter iedere vechtscheiding zit onmacht, pijn en verdriet. Dat kan echt anders wanneer je erbij stilstaat wat dat doet met je kind. Alle kinderen zijn niet even mondig als Lara en Joeri en het feit dat zij samen zijn, is ook in hun voordeel. Dank voor dit boek meneer Vriens, ik hoop dat het uw meest verkochte boek ooit wordt…voor een groep kwetsbare kinderen.

Bang

Zijn pappa en mamma zijn een avondje uit en zijn broertje ligt in bed. Het is blijkbaar tijd voor een goed gesprek. ‘Was je altijd al zo bang, oma, of is er een keer iets gebeurd?’ We zitten samen op de bank en ik moet even bedenken waar deze vraag vandaan komt.

Oh, ik weet het al, hij is met zijn broertje een poosje bij mij thuis geweest en daar hebben ze samen, buiten mijn gezichtsveld op onze slaapzolder, gestoeid en ik weet dat het er dan hard aan toegaat. Ik hoor opeens mijn angstige kreten: pas op, kijk uit, zeg  ‘stop’ als je wilt stoppen, omdat ik van hen hoor: ‘Auw!’ En, ‘oh sorry.’ En duidelijke vechtgeluiden.

Ik zeg: ‘Ja, oma zal je vertellen wat er gebeurd is,’. En ik vertel hem hoe ik voor het eerst in het ziekenhuis belandde, met een grote wond. Ik zeg langs mijn neus weg dat ik daar ‘gehecht’ ben en vertel maar niet wat voor traumatische ervaring dat was. Ik was pas vijf toen ik door een vriendinnetje werd uitgenodigd achter op haar fiets verder naar huis te gaan. Ze kon nog niet zo goed recht fietsen en al slingerend is toen mijn voet tussen de spaken van haar wiel terecht gekomen. Ik laat hem het litteken zien en vraag of hij weet wat een korst is. Hij laat direct een korst op zijn arm zien. Ja hij weet het en om het luchtig te laten eindigen vertel ik hoe verbaasd ik was dat op enig moment die korst weg was toen mijn moeder een keer het verband eraf haalde.

‘En toen ik negen was,’ ga ik verder, ‘ben ik met mijn nichtje, bij wie ik logeerde, samen van een paard gevallen. Zij bovenop mij.’ De arm is goed geheeld, maar niet in de juiste stand. Ook daarvan heb ik een litteken overgehouden. Ik vertel hoe ik drie weken in het ziekenhuis lag, in Enschede waar ik logeerde en hoe mijn hele familie kwam om te kijken hoe het met mij ging.

Opeens herinner ik me ook weer dat wij daar na het warm eten tussen de middag een poosje moesten slapen. En daarna werden gewekt met een bordje met fruit en wat lekkers erop. Ze stelden dat samen van wat de kinderen hadden gekregen. Ik weet nog dat ik direct minder verdrietig was. Ik zie hoe hij alles in zich opneemt, aandachtig luistert en mee glimlacht om mijn herinnering.

Ik weet niet precies wat het met hem doet maar opeens haalt hij een balletje tevoorschijn en begint de ene na de andere truc te laten zien. Ik ben niet bang dat ik met mijn verhalen hem angstig maak. Ik denk juist dat het hem gerustgesteld heeft te weten waar mijn angst vandaan komt. Als een kind een duidelijke vraag stelt geef ik graag een duidelijk antwoord en ik ben blij met de herinnering die het bij mij opriep.

Wie beïnvloedt de jongeren het meest?

‘Mijn zoon vraagt zich echt af, of hij wel een kind op deze wereld wil zetten.’ Ik kijk haar aan en begrijp helemaal wat zij, en haar zoon zeggen. Haar kinderen zijn in de twintig, onze kinderen zijn in de dertig. Onze kinderen hebben ieder twee kinderen op deze wereld gezet. Net als wijzelf dus…destijds.

Ik denk serieus na over die tijd, toen wij onze kinderen op de wereld zetten. Het was een economisch slechte tijd, de jaren tachtig. Ik had mijn baan, op 10% na opgegeven om voor ons kind te zorgen. Mijn man zat net in zijn eerste baan. Wij hadden ‘niets te makken’ en die hele economische crisis ging aan ons voorbij.

Net als in deze tijd was er drank en drugs, geweld en seksuele intimidatie. Ik benoem dat expliciet omdat het opvallend negatieve aspecten zijn in onze samenleving nu. Het lijkt steeds erger te worden en er lijkt anders, losser mee te worden omgegaan dan vroeger en dan wenselijk is.

Er is een meisje in elkaar geslagen door een leeftijdsgenoot omdat ze haar sekse niet aan hem bekend wilde maken. Op LinkdIn vindt iemand dat zijn ouders zich moeten schamen en een ander pareert onmiddellijk dat dat nergens op slaat omdat niet de ouders het hebben gedaan. Ik denk ook niet dat de ouders zich ervoor hoeven te schamen maar ik vraag me wel af hoeveel invloed de ouders van deze jongen hebben op hun kind.

Ik lees over dertigers (met kinderen) die in het weekend drugs en drank moeten of willen gebruiken om ‘te ontstressen’ en ‘als uitlaatklep’. Er is een vaste dealer en één van deze hoogopgeleide ouders koopt voor zijn hele vriendengroep tegelijk de drugs in. Ik vraag me serieus af of deze mensen er niet bij stil staan welke ellende en schade er aan de samenleving wordt gedaan, opdat zij op deze manier kunnen ontstressen. En ik vraag me af hoe het kan dat ze niet creatief genoeg zijn om daar een andere manier voor te vinden. Wat denken zij van zichzelf als ouders? Willen zij dat hun kinderen later ook aan de drugs gaan om te ‘ontstressen’?

In grote steden in ons land worden op grote schaal meisjes en jonge vrouwen op straat seksueel geïntimideerd. Het is vaak groepsgedrag (zo laf zijn blijkbaar zulke jongens en mannen) en ik vermoed dat er vaak drank en/of drugs in het spel is. Daarnaast vraag ik me weer af wat de invloed van hun ouders is, of is geweest toen zij jonger waren. Een jonge vrouw met wie ik hierover sprak, had daar wel een zinvolle opmerking over. Ze zei: ‘Misschien blijven kinderen die in hun jeugd strikt hebben moeten luisteren naar hun ouders, wel hetzelfde doen in hun puberteit, maar dan naar anderen, zoals hun vriendengroep.’

Een kind goed opvoeden tot een verantwoordelijke, verstandige en zelfstandige volwassene, hem daarbij een liefdevolle, veilige jeugd bieden en respectvolle communicatie bijbrengen, is een enorme uitdaging. Daarbij heb je elkaar als ouders hard nodig en aangezien je samen ouders bent van een kind, is dat ook het meest zinvolle en in mijn beleving logische dat je kunt doen.  

Een jongvolwassene die zich afvraagt of hij op deze wereld wel een kind wil zetten denkt dus na. Wij zijn blij dat onze kinderen en hun gezinnen dat ook doen. Ze werken allemaal en zorgen goed en samen voor hun kinderen. En ze hebben gelukkig geen drank en drugs nodig om te ontstressen. Daarvoor nemen ze tijd om iets leuks te doen met en soms zonder hun kinderen. Ik hoop dat juist jongvolwassenen die nadenken, kinderen krijgen. Zodat de wereld een betere wereld kan worden in plaats van een wereld waarin mensen vooral denken aan zichzelf en wat zij denken nodig te hebben.