Jij beslist.

Ik volg het nieuws … een beetje. Mijn dag begint meestal met een half uurtje televisie. Ik zie het korte nieuwsbericht dat steevast wordt gevolgd door ‘Goedemorgen Nederland’. Ik lees de zaterdagedities van het Dagblad van het Noorden en de Volkskrant waarbij ik echt de tijd neem voor de weekendbijlages waarin ik de mooie reportages lees. Verder kijk ik regelmatig DWDD en soms Jinek (hoewel die voor mij te laat op de avond is).
Een beetje nieuws krijg ik ook mee via het internet omdat mijn startpagina opent met nieuws. Wanneer ik mensen spreek die doorgaans veel meer ‘nieuws’ tot zich nemen krijg ik nooit het idee dat ze items benoemen waar ik helemaal niets van heb meegekregen. Voor mij is dit dus precies genoeg. Ik weet wat er speelt en hoef niet overal wat van te vinden.
Met mijn dochter bespreek ik soms dit soort zaken. Zij waarschuwt mij voor het feit dat ook ik beïnvloed wordt door de advertenties en reclames die zich aan ons allen opdringen. Ze spreekt over ‘de cookies’ die zij begrijpt en vertelt mij dat je er de beste keuzes uit moet maken. We komen erachter dat wanneer er keuzes zijn ik die ook kan maken zonder precies te weten hoe het werkt. Ik heb niets te verbergen en ben daarom ook niet bang dat me veel kan overkomen door ook cookies te moeten accepteren omdat ik anders van het goede van het internet geen gebruik kan maken. Ik heb, materieel gezien, niet veel en ik wil ook niet veel. Misschien is dat in deze kwestie wel een groot voordeel.
Ik ben een groot fan van Duolingo. De twee en nog wat uur die ik gemiddeld per dag op mijn ‘scherm zit’ komt mede door de 6 lesjes, twee bij twee die ik ’s morgens, ’s middags en voor het slapengaan Engels-Spaans doe. De advertenties die daarbij voorbijkomen ken ik bijna uit mijn hoofd en nog nooit heb ik de neiging gehad daar iets van te downloaden of te bestellen. Ik weet dat er altijd iemand betaalt als artikelen goedkoop worden aangeboden. Bovendien is dat heen en weer gereis van die artikelen enorm belastend voor de mensen die ermee moeten werken (ik heb ook een artikel gelezen over hoe het werkt bij Bol.com) en voor het milieu.
Hierover sprekend komen we erachter dat ook onze dochter niet erg vatbaar is voor het gevaar van ‘de invloed van social media’. Natuurlijk weet ik dat zij en haar gezin artikelen bestellen en versturen via de post, veel meer dan dat enkele boek dat in een winkel niet meer te verkrijgen is en dat ik via het internet bestel. Zij zijn mensen van deze tijd en leven en handelen overeenkomstig daarmee. Zij gaan daar bewust mee om met idee voor welke impact het heeft op hun leven en omgeving en hun plek op deze wereld. En dat heeft te maken met ons, de jeugd die ze bij ons hebben gehad. De besluiten die wij voor hen hebben genomen toen ze zelf nog te jong waren om te weten hoe ze dat moesten doen.
Ik las vanmorgen een verontrustend bericht over jongeren die slecht slapen omdat ze ’s avonds voor het slapen gaan nog uren met hun telefoon bezig zijn. Jaren geleden sprak ik al met mijn leerlingen over het feit dat ze ’s nachts uit hun slaap werden gehouden door alle berichtjes die (vaak met geluid) ze uit hun slaap halen omdat ze met de telefoon naast hun bed slapen. Ik spreek ook ouders die vertellen dat ze hun kind (soms heel jong) niet kunnen laten stoppen met filmpjes kijken op de telefoon omdat ‘ze anders gaan huilen’. Of ouders die hun kind vragen de telefoon ’s nachts in de woonkamer te laten en er laat op de avond achter komen dat zoon of dochter er toch op bezig is omdat ze er geen gehoor aan hebben gegeven. Deze kinderen zijn te jong om hier zelf over te beslissen en wanneer hun ouder dat nu niet voor hen doet zullen ze ook niet kunnen leren dat en hoe zij er uiteindelijk zelf over ‘kunnen’ beslissen, terwijl dat beter en gezonder voor ze is.
Het is goed om je er bewust van te zijn. Om te weten en te begrijpen dat dingen gebeuren omdat jij daarvoor kiest of het toestaat. Waar je voor kiest is altijd goed, mits je er geen last van hebt of nog erger, het een enorme belasting voor je is.
Wanneer je dus ergens last van hebt weet dan dat je er iets anders over kunt bedenken en dat uiteindelijk … jij beslist.

Je weet waar je aan begint …

Onze oudste kleinzoon was nog echt jong toen hij van ons zijn eerste legodoosje kreeg. Een klein doosje, misschien vijf euro of iets meer. Een zakje met blokjes en wat onderdelen en een boekje waaruit we samen stap voor stap een legodingetje bouwden. In mijn beleving was hij drie, niet ouder. Ik zocht de onderdeeltjes voor hem uit en hij drukte ze op en in elkaar. Het is inmiddels bijna acht jaar geleden dat hij drie was maar ik zie ons nog samen zitten, met dat zakje en dat boekje. Voor oma was het net zo nieuw als voor het kleine ventje.
Na dat eerste Legodoosje kwam er al gauw een tweede doosje en in het begin lieten we de bouwwerkjes staan op een boekenplank tot hij kwam en ermee speelde. Als hij iets mocht vragen was het altijd Lego. Voor zijn verjaardag, Sinterklaas, een rapport of een grote vakantie. De doosjes werden groter en de constructies ingewikkelder. De bouwwerkjes laten staan was op enig moment niet meer te doen en de boekjes die ik nog lang bewaarde raakten uiteindelijk kwijt.
Zo kwam er een plastic box waarin we alles bij elkaar bewaren. Finn begon zelf bouwsels te maken en wist dan precies welke stukjes hij wou hebben. Vroeger was Lego een kwestie van blokjes, nu is daar van alles bij gekomen. Draaiende onderdeeltjes, piepkleine gekleurde knopjes, stukjes met een vlakke bovenkant, ramen, deuren, Jan Rap en zijn maat. Vind daar maar eens het goede stukje in.
Kleinzoon twee had een idee: “Waarom doen we niet de grote stukjes in de grote box en de kleine stukjes in een kleine,” Wat een goed idee. We begonnen opgetogen. Groot bij groot, klein bij klein. We namen zelfs een nog kleinere box voor de piepkleine dingetjes. We kwamen best wel ver, ondanks de peuter die om ons heen rende en helemaal wild werd van ons gewoel door al die kleine onderdeeltjes. In een onbewaakt ogenblik wist hij een graai in de bak te doen en later moest ik zijn romper van onderen los maken om hem te bevrijden van het gekriebel op zijn buik.
Nu hebben we drie bakken vol onderdeeltjes, zo goed en zo kwaad als het kan onderverdeeld in grote stukjes, kleine stukjes en piepkleine stukjes. Het idee dat de jongens ooit de oorspronkelijke bouwwerken kunnen of zullen maken heb ik al lang laten varen. Na een eindeloos gegraai in dus nu drie bakken ontstaan onder mijn ogen de mooiste en meest wonderlijke bouwwerken waar de kleinzonen precies van weten hoe ze het hebben bedacht en hoe ze moeten functioneren. De bijbehorende geluiden komen nog steeds uit de jongens zelf en ze hebben er eindeloos plezier aan.
Wist ik dit allemaal toen ik als jonge, naïeve oma met die Lego begon? Nee, dat wist ik niet. Vaak vraag ik me af hoe andere mensen dat doen. Hebben die een (vitrine) kast met al die in elkaar geknutselde bouwwerken? Spelen die kinderen precies met de werkjes zoals zij ze gebouwd hebben? Hebben ze alle boekjes bewaard, hoe doen mensen dat?
Voor mij geldt wat voor zoveel dingen geldt: Lego, je weet wel waar je aan begint maar waar het eindigt …?

Communicatie. Hoe dan?

Je kunt dezelfde taal spreken … en toch ook weer niet. We weten het allemaal, woorden zijn maar een klein deel van de communicatie. Het grootste deel is de non-verbale communicatie, en wat is dat dan?
Het zijn de woorden die niet worden uitgesproken maar blijken uit ons gedrag. Door de onzekerheid die we hebben, de onmacht die ons overvalt wanneer we overzicht verliezen. De emotie die we niet beheersen, het verschil tussen wat wordt gezegd en wat wordt gehoord en begrepen. Communicatie is complex.
Als twee mensen een relatie beginnen is het niet vreemd dat hun communicatie mankementen vertoont. Beiden zijn uit verschillende families met verschillende manieren van communiceren voortgekomen. Bovendien zijn zij verschillende persoonlijkheden met ieder een eigen karakter dat zich heeft gevormd in een jeugd waar de ander geen deel aan heeft genomen.
Dus begin je te communiceren op je eigen niveau en manier en komt er gaandeweg achter dat je wel eens een verkeerde aanname doet of iets hoort wat je niet direct begrijpt. Dat geeft niet. Het zou bijzonder zijn als je direct ‘dezelfde taal sprak’. Het is wel belangrijk hoe je reageert op het moment dat je samen in een ‘spraakverwarring’ zit. Het is dan juist belangrijk dat je blijft communiceren. Vraag wat de ander bedoelt. Zeg dat je hem niet begrijpt. Je hoeft je niet te verontschuldigen, een open vraag stellen zonder lading is belangrijk.
Mensen zijn kwetsbare wezens. Ieder hebben we onze eigen kwetsbaarheid. Het kan komen uit onzekerheid, frustratie, angst. We hebben het allemaal meegenomen uit onze jeugd. Uit de opvoeding die we hebben genoten. En hoe goed deze opvoeding ook is bedacht en bedoeld, het heeft op ieder van ons zijn eigen, heel specifieke uitwerking. Het is afhankelijk van ons karakter en onze plaats in het gezin, van hoe we kijken naar onze ouders, grootouders en als ze er zijn onze broers en zusters.
We kunnen ervoor kiezen uit te gaan van het goede. Als je dat kunt hoef je geen negatieve gedachten te krijgen over wat je hoort en ziet. Je kunt dan ook alles vragen. Verkeerde vragen bestaan niet en verkeerde antwoorden ook niet. Je hebt alleen mogelijk wat meer communicatie nodig om zowel de vraag als het antwoord zo te interpreteren dat het voor beide ‘kanten’ bevredigend is. Probeer een zo open mogelijke blik en houding te hebben wanneer je communiceert, onafhankelijk van wie je gesprekspartner is. Moeilijke gesprekken zijn dan niet meer moeilijk omdat je er samen uitkomt.
Ik weet hoeveel rust dat geeft. Tenzij je mij keihard en opzettelijk zou kwetsen (en om maar met Nielson te spreken: Waarom zou je dat doen?) kun je bij mij helemaal niets fout doen. Hoe sta jij daar eigenlijk in?

Alle begin is moeilijk.

Iedereen heeft met zijn eigen gezinnetje een ‘modus’ waarin ze leven. Ieder gezinslid heeft zijn rol en gezamenlijk hebben zich normen, waarden en gewoontes ontwikkeld. Wat voor het ene gezin ‘normaal’ is kan voor een ander gezin totaal niet te vatten zijn. Het is daarom handig als je daar buiten je eigen gezin flexibel mee kunt omgaan.
Wanneer twee gezinnen samenkomen is het de uitdaging de modus te vinden voor dit nieuwe, samengestelde gezin. Hoe pak je dit aan?
Ieder gezinslid verdient en heeft het nodig om ‘gezien’ te worden. Het maakt niet uit of je een van de ouders bent van het gezin of een van de kinderen. Je hebt allemaal evenveel recht om er te zijn. Het maakt ook niet uit of je fulltime in het gezin woont of dat er nog een gezin is waardoor je een deel van de tijd niet in het gezin aanwezig bent. Het is belangrijk dat je elkaar erkent en accepteert en dat je begrijpt dat ‘de regels van het spel’ zijn veranderd.
De biologische ouders van de kinderen hebben hierin een grote rol. Zij bepalen voor hun eigen kinderen hoe zij gezamenlijk in het nieuwe huishouden het beste kunnen functioneren. Ten slotte kennen zij kun kinderen het best. Het prille ouderpaar (want dat ben je dan, hoe oud of jong je ook bent) zal samen de duidelijkheid geven voor wat de gezamenlijke normen en waarden worden voor het gezin. Praat daarover met elkaar en met je kinderen. Betrek ze er, afhankelijk van hun leeftijd, bij. Luister vooral naar wat ze zeggen en kijk naar hoe ze zich gedragen. Je wilt graag dat je je allemaal prettig voelt in je nieuwe, gezamenlijke (t)huis.
Laat dus communicatie een belangrijk item zijn in het geheel. Ook de village (it takes a village to raise a child) die bij je gezin betrokken is heeft nieuwe instructies nodig. Wat zijn voor hun de aanwijzingen om ook het nieuwe gezin te ondersteunen zoals voor hun het beste is.
Misschien moet je wat regels aanpassen. Wat in het oude gezin werkte hoeft niet perse in het nieuwe te werken. Spreek dat, als ze daarvoor niet te jong zijn, met alle kinderen af. Vertel ze waarom je dat zo wilt afspreken en laat ook ruimte voor discussie. Laat ieder, ouder en kind, in zijn waarde. Laat ieder zich gehoord voelen.
Het zal wat ongemakkelijk zijn in het begin maar met respect voor elkaar zul je zeker een goede modus kunnen vinden voor het samengestelde gezin.

Het vergeten kind.

Ergens in januari ontving ik het magazine ‘Het vergeten kind TALKS’. Het is gemaakt door THE UNFORGETTABLES zoals het op de cover staat, vet en in hoofdletters. The unforgettables zijn allemaal jonge kinderen en adolescenten, ervaringsdeskundigen die hebben meegemaakt dat ze op een nieuwe plek, steeds weer, opnieuw moesten beginnen. Zo logisch dat dat moet stoppen en zij zich daar hard voor willen maken.
Het is ongeveer twee jaar geleden dat ik donateur ben geworden van ‘Het vergeten kind’. Het kwam bij ons donateurschap voor o.a. de Kankerbestrijding, het WNF en het Longfonds. Stichtingen die we steunen omdat we het behoud van onze planeet zo belangrijk vinden voor onze kinderen en kleinkinderen en hun toekomstig nageslacht. En de ziektes waaraan we familieleden hebben verloren. In die zin paste deze stichting niet bij ons omdat wij het geluk hebben gehad dat onze kinderen bij ons konden opgroeien.
Maar ik ben, als ex-leerkracht van een MBO, met veel kinderen in de knel in aanraking gekomen. Ik las een keer over de stichting ‘Het vergeten kind’, zag een spotje op de televisie en ik dacht: “Deze kinderen hebben hulp en steun nodig die hun families blijkbaar niet kunnen geven,” Ik kan dat ook niet, maar de stichting wel. En ik kan hun steunen door donateur te worden.
Ik heb direct de meegestuurde poster van het Hartenhuis voor ons raam gehangen, en ik laat dat nog even hangen. Ook na de week van Het vergeten kind. Het is erg dat een kind niet meer thuis, niet meer bij zijn familie kan wonen. Maar elk kind moet kunnen hechten en dat lukt niet wanneer het steeds weer wordt overgeplaatst. Bovendien zijn ze al heel kwetsbaar en is het niet wenselijk dat ze steeds aan een andere plaats, een andere omgeving, een ander huis en andere mensen moeten wennen.
Chapeau dus voor de gezinshuizen waar de kinderen kunnen opgroeien alsof ze wel in een gezin wonen. Ik steun al vele jaren de stichting SOS kinderdorpen. Daar doen ze dit al langere tijd. Op hun site zie ik een filmpje van DJ Martin Garrix over zijn steun en bezoeken aan SOS kinderdorpen. Hij vertelt er liefdevol over en ook over zijn ouders die hem hebben voorgeleefd in wat je voor een ander kunt doen.
Deze had ik zelf niet kunnen bedenken … dat ik vandaag zou leren dat een voorbeeld kan komen van wat wij ‘arme landen’ noemen en van een jongeman die mij tot tranen toe zou roeren door ‘liefdevol communiceren’ zo mooi in praktijk te brengen.

Beter voorkomen dan …

De prille ouder coach komt in beeld voordat de baby er is. Met de aanstaande pappa en mamma bespreekt zij in de workshop het Prille ouder boekje. In dit boekje (be)schrijven zij wie zij zijn op het moment dat mamma nog zwanger is en pappa de baby vast wel eens heeft voelen bewegen maar nog niet met hem heeft kennis gemaakt.
Samen bespreken we hun sociale vangnet (It takes a village to raise a child), praktische en emotionele zaken en een persoonlijk ouderschapsplan dat ze samen kunnen vormgeven. We bekijken alvast de bladzijden om herinneringen te maken en de prille ouder tips die we aan het boekje hebben toegevoegd. Misschien hebben ook ouders tips voor elkaar.
Met dit kleine en heel waardevolle document hebben ze een blijvende herinnering aan waar ze samen waren op een heel belangrijk punt in hun leven. Omdat we erover gesproken hebben en ze er zelf over geschreven hebben is het een deel van pappa en van mamma geworden. “Wie waren wij toen ons kleintje naar ons onderweg was.”
Nog twee keer in het eerste jaar zal de prille ouder coach bij het gezinnetje langs komen om te bespreken hoe het gaat. Uit de tijd dat haar eigen gezinnetje nog pril was weet ze (ze kan het bijna nog voelen) hoe groot de impact was op hun relatie toen de baby kwam. Hoe groot haar voorsprong was op haar man die de baby pas kon leren kennen toen ze er was. En ook hoe kort zijn lontje kon zijn als in huis even niks liep zoals hij dat heel graag wou. Wat had ze compassie met hem en ook met de bijna ontroostbare baby die nog niets kon dan haar instincten volgen.
Buiten de twee keer dat de prille ouder coach nog fysiek contact met de ouders heeft mogen de pappa en mamma zo vaak als ze willen appen en/of mailen om zich wanneer nodig gerust te laten stellen of elke vraag te stellen die ze hebben. En de prille ouder coach zal hen bellen wanneer zij dat nodig hebben.
Een goede, intensieve begeleiding en ‘helpdesk’ in het eerste jaar geeft een stevig fundament voor het prille gezinnetje om zich verder op een prettige manier samen te ontwikkelen.
Toch nog even dit: wanneer je nadenkt over wel of geen kinderen krijgen en je twijfelt, doe het dan (in ieder geval nog even) niet. Bespreek het uitgebreid met degene met wie je dit kindje wilt krijgen. Spreek je angsten en je zorgen uit, dat neemt er vaak al iets van weg. Het is een grote beslissing die je samen maakt en waar je samen achter staat. Want, neem dit in ieder geval maar aan, wanneer het kleintje er is heb je elkaar keihard nodig en ook heel lang.
Er zit geen garantie op een baby en je kunt het niet terug brengen, daarom …

Zo onrustige kan een nacht zijn.

Wanneer ik bij hun thuiskom ligt hij ziek op de bank. Hij reageert niet op mijn kus, ligt stilletjes onder een dekentje op de bank. De hele avond zegt hij geen woord, slaapt een poosje, wordt even wakker om wat water te drinken. Wij zijn er stil van en in de ogen van zijn jonge ouders zie ik de zorg. Zijn broertje huppelt door de kamer, geeft hem een kusje als hij even wakker is. En wil zijn pappa helpen om hem te voeren als zijn broer even een beetje vla krijgt.
Ik blijf slapen en doe dat op het matras voor de bank waarop het jongetje die nacht mag slapen. Zijn broertje is dan al even in dromenland maar wordt precies onrustig wanneer wij volwassenen er net in liggen. Door zijn pappa getroost en met een lampje aan keert de rust weer. Midden in de nacht wordt ik wakker. Het zieke jongetje roept om zijn mamma en zij komt snel bij hem kijken. Boven mijn hoofd hoor ik haar zacht sussende woorden zeggen en hem nog een beetje water geven. Ik doe alsof ik slaap om het niet onrustiger te maken.
Wanneer we een poosje geslapen hebben roept hij: “Mamma, mamma, ik zweet,” en weer komt mamma bij hem. Hij heeft koorts en mamma doet hem een schoon shirtje aan en draait zijn kussen om. Steeds hoor ik haar zachtjes tegen hem praten en hij valt weer in slaap. Wij vallen ook weer in slaap. Ergens in de nacht hoor ik hem vragen om een lichtje. Ik zie zijn pappa over hem gebogen staan en zeg, nog een beetje slaapdronken, dat ik het goed vind als hij een lichtje aan krijgt.
Als ik weer wakker wordt is het omdat ik het kleine broertje hoor roepen: “Mamma, maaaamma!” Boven mijn hoofd slaapt het jongetje verder. Nog in de nacht heeft zijn mamma hem laten plassen waarvoor hij op dat moment was wakker geworden. Mamma komt niet waaruit ik concludeer dat het nog erg vroeg is. Het kleine jongetje roept niet langer maar begint te zingen wat ik zachtjes op de achtergrond meekrijg. Ik hoor nog een keer: “Oma, oma, yeah, yeah,” en dan slaap ik weer.
Nog tussen slapen en waken merk ik wat licht om me heen en hoor zacht gemurmel. Mamma kijkt met de kinderen Peppa big, de ‘lievelingsserie’ van het kleine jongetje. Wanneer ik een kindje hoor zingen blijkt dat, tot mijn gelukkige verbazing, het zieke jongetje te zijn. Hij zit rechtop en praat met een kraakstemmetje mee over Peppa en zijn vriendjes.
Het is dan 7 uur en ik merk hoe opgelucht mamma is dat haar jongetje weer praat en zingt. Voor de zekerheid maakt zij een afspraak voor hem bij de dokter waar het jongetje later op de dag met zijn pappa en broertje heen zal gaan. Wij maken ons klaar om respectievelijk naar huis en werk te gaan en ik denk: “Oh, dappere pappa en mamma. Ik weet dat jullie in vijf jaar tijd veel meer van dit soort onderbroken nachten hebben gehad dan dat je gewoon een nacht kon doorslapen. Maar, houd moed, want ze komen, de dagen dat de jongetjes en jullie heerlijk zullen genieten van je nachtrust en tot die tijd, gewoon lekker vroeg naar bed,”

Peddelen tussen twee huizen.

“Interessant artikeltje mam,” zo begint mijn dochter haar mail waarin ze me een koppeling stuurt naar het Volkskrant artikel: Permanent peddelen tussen twee ouders, wat doet dat met kinderen.
Ze kent mijn verhalen over kinderen die dit, in verband met de scheiding van hun ouders, moesten doen toen ik ze in de klas had. Er waren er bij die hun boeken ‘bij hun moeder hadden terwijl ze bij hun vader waren’, hun werkstuk niet konden inleveren omdat ze, in het huis waar ze op dat moment verbleven, ‘maar tien blaadjes mochten uitprinten’ en meer van deze ongemakken die ze het schoolgaan niet gemakkelijker maakten.
We kennen beiden de verhalen van de kinderen die dagelijks de ongemakkelijke relatie van hun ouders over zich heen krijgen. Details horen van een slechte relatie die niet voor hun oren bestemd zijn en worden geconfronteerd met frustraties van volwassenen waar ze met hun kinderverstand en -gevoel geen bescherming voor hebben. Die zouden ze juist van hun ouders moeten krijgen.
En dan zijn er nog de verhalen van de kinderen die na zes weken zomervakantie (want drie met vader en drie met moeder) doodmoe thuiskomen. En van de kinderen die bij de ouder waar ze op dat moment zijn worden weggehaald voor een bezoek aan jarige stiefoma, of omdat het een andere feestdag is.
Ik vind het artikel goed en zeer uitgebreid. Alle kanten van dit gepeddel van kinderen tussen twee huizen wordt belicht. Uit eigen ervaring weten we nu dat dit ook wel eens drie of meer huizen kunnen zijn. Alleen de ouders kunnen hierin de rust voor hun kinderen bewaren.
Sinds twee jaar peddelen ook twee van onze kleinkinderen tussen (minstens) twee huizen. Ze doen dit 50/50 en aan de dagen die ze bij pappa en de dagen die ze bij mamma doorbrengen tornt geen van de volwassen betrokkenen. Gelukkig passen wij al 10 jaar een dag per week en sinds ze naar school gaan een halve dag per week op ze en kon dit ook na de scheiding zo blijven. Gelukkig, want we kennen ook de verhalen van de opa’s en oma’s die na de scheiding geen contact meer mogen hebben met hun kleinkinderen of er niet meer op mogen passen.
We hebben in de afgelopen jaren geleerd dat je elke feestdag op een andere dag kunt vieren (of zonder de kinderen in de wetenschap dat zij die met andere familieleden vieren) en dat de band met onze kleinkinderen niet afhankelijk is van hoe vaak we elkaar zien.
Onze kleinkinderen hebben twee goede huizen en als ze eens bij ons komen logeren is dat een nog groter feestje dan ‘vroeger’ toen dat vaker gebeurde. Ik ben wel benieuwd hoe ze hier later op terugkijken. Dat zullen we horen, ik denk over een jaar of tien.

Fietsen.

Het was vroeger voor mij dagelijkse kost, met een kind voor- en een kind achterop fietste ik elke dag, alle kanten op. De herinnering kwam bij me terug toen ik, nu als oma, een keer met beide kinderen op de fiets van de ene naar de andere kant van de stad fietste.
Ik bleek nog veel kinderliedjes en spelletjes met liedjes te kennen en begon met de “Drie kleine kleutertjes” gevolgd door “Er zaten zeven kikkertjes al in de boerensloot”, “Schaapje, schaapje, heb je witte wol”, “Witte zwanen, zwarte zwanen”, “Hé lammetje ben je ziek”, “Zakdoekje leggen”, “Berend Botje”, “In Holland staat een huis ”en “In de maneschijn”.
Het was geen saai achter elkaar gezing van liedjes, als het even kon gaf ik commentaar op bijvoorbeeld de kikkertjes die doodvroren in de sloot, breidde ik een liedje uit met de kindjes die een opa en oma kozen en de opa die respectievelijk een zwarte auto koos en de oma die een roze fiets koos. En liet ik met één hand de vogel vliegen, de vis zwemmen en de duizendpoot schoenpoetsen (op Famke’s handje).
Nu zijn ze groot en fietsen zelf. Ik herinner me een zomer, een paar jaar geleden dat ik met ze van Paterswolde naar de stad fietste en hoe spannend ik dat zelf vond. Op gevaarlijke stukken weg stapten we alle drie af en liepen we een stukje tot ik vond dat het wel weer veilig was om te fietsen. Ik vind het nog steeds een vrijheid, een fiets, je stapt erop en bent eigen baas. Je bepaalt waarlangs je gaat en wanneer. Het is bovendien gezond.
Mijn kinderen hadden ze niet maar mijn jongste kleinzoontjes zijn allebei op een loopfietsje begonnen. Daarop hebben ze goed evenwicht leren bewaren. De jongste is twee en zit er nog op. Hij is groter dan zijn broer toen die twee was en begon dus al eerder met oefenen. Doordat hij nog zo jong is is het luisteren wel eens een probleem en dus ook een gevaar.
Leer ze die twee dingen goed. Goed luisteren en goed fietsen. Onze oudste kleinzoon beheerst beide en dat geldt ook voor zijn zusje. Dat betekent dat ze op een vrije middag ook wel eens even de fiets kunnen pakken om een stukje verderop te spelen. En dat ze, als het nodig is ook naar school kunnen fietsen. Zo handig als ze straks zelf ‘de wereld’ in gaan.
Mijn fiets en ik zijn onafscheidelijk. Fietsen? Ik blijf het zo lang mogelijk doen. En zo lang mogelijk op eigen kracht. Beschouw het, zoals Daniël Lohues deed met gitaarspelen, als het omgekeerde van wat je met roken moet doen, beginnen en niet meer ophouden.

Daarom, genieten, nu.

Als ik, vroeger, mijn baby’s reed in de kinderwagen, dacht ik vaak: “Wat is het toch jammer dat je je daar later helemaal niets meer van herinnert,” want hoe heerlijk ligt zo’n baby’tje daar in zijn wagen. Dekentjes en een kap over je heen als het koud en nat is en een parasolletje of zoals tegenwoordig een gordijntje voor de kap om je te beschermen tegen teveel zon.
Je eerste herinneringen zul je ongeveer hebben als je een kleuter bent geworden of misschien nog iets jonger. Voor de meesten van ons zal het ook een prettige, zorgeloze tijd zijn. Je ouders zullen misschien zorgen hebben maar die zoveel als mogelijk is bij hun jonge kinderen vandaan houden.
Dan worden we tieners en gaan we ons tegen onze ouders en de gevestigde orde afzetten. Omdat dat in ons zit en ‘erbij hoort’. We worden ons bewuster van wat er om ons heen gebeurt en als we verstandige ouders hebben weten we inmiddels ook wat af van ‘verantwoordelijkheid nemen’. Hoe je leven is hangt erg af van de relatie die er is met de mensen om je heen. Je bent nog steeds jong en grotendeels afhankelijk van je familie. Begrijpen zij dat je je van hen losmaakt, ruimte nodig hebt voor jezelf en vooral veel moet slapen om deze periode goed door te komen dan heb je geluk en is het aan jou om te laten zien dat je daar goed mee weet om te gaan. Zelf kunnen ze dan weten hoe heerlijk en vooral zorgeloos die tijd nog was ten opzichte van hun eigen leven waarin ze alle zeilen moeten bijzetten om alle ballen in de lucht te houden.
Wat zij dan nog vaak niet weten is hoe gelukkig die tijd ook is omdat ze hun kinderen nog ‘bij zich’ hebben. Als ze het wel weten zullen ze er ook van kunnen genieten. Ook van de momenten dat er strubbelingen of misschien zelfs botsingen zijn want die zijn er ‘omdat je om elkaar geeft, omdat je van elkaar houdt’.
Je hebt je familie en je hebt je gezin. Er is drukte, soms stress. Er zijn leuke en minder leuke momenten. Maar geniet, in welke levensfase je ook zit. Als je dat kunt is het leven zoveel leuker.
Daarom, genieten, nu.