Merry Christmas Everybody

Toen onze kinderen nog klein waren kreeg mijn liefste voor zijn verjaardag, ongetwijfeld van een goede vriend, een cd. We hadden nog geen cd speler en het was een mooie gelegenheid om die te kopen. We vonden een goede, en voor ons betaalbare speler, in een klein winkeltje in het centrum. Bij het afrekenen griste (en betaalde) ik de voorste cd uit een rekje op de toonbank, zo hadden we er in ieder geval twee.

Welke cd wij ooit als eerste kregen weet ik niet meer, maar de tweede cd was een kerst cd met een beetje suffe voorkant. Naast de titel ‘Merry Christmas Everybody’ staat schuin afgebeeld een halve, eenvoudig getekende, dennenboom met muziekinstrumentjes erin gehangen en erachter wat notenbalken met muzieknootjes. De samenstelling van liedjes, kerst en wintersongs vind ik, na ruim dertig jaar, nog steeds geweldig. De cd begint met het a capella begonnen ‘Sleigh Ride’, uitgevoerd door de Carpenters, gevolgd door het bijzondere ‘David’s song’ van de Stoneage achtige Kelly Family met de jonge jongen met zijn volwassen stem.

De cd heeft 18 nummers, bekend en onbekend, uitgevoerd door solisten als Elton John (Cold as Christmas) en Rita Reys (Have yourself a merry little Christmas), bands als Abba (Happy New Year) en Slade (Merry Christmas Everybody) en het instrumentaal uitgevoerde ‘Santa Claus is coming to town’ door Bert Kaemfert, een artiest van wie ik nog nooit gehoord had.

Ik was, en ben nog steeds, gek op die cd. We hebben hem jarenlang gedraaid van oktober tot en met maart totdat mijn liefste dat te gek vond en wij dat aanpasten tot draaien van november tot en met februari. En nog steeds begint het bij mij te kriebelen wanneer ik begin november de kerst cd, nog niet heb gedraaid.

Ik heb het eerste exemplaar letterlijk stuk gedraaid. Gelukkig had een bevriend stel diezelfde cd in de kast staan, door hen misschien één keer gedraaid, en stonden zij die liefdevol aan ons af. Daardoor kan ik er ook dit jaar, en nog heel lang, van genieten.

Door het steeds weer draaien van deze cd heb ik veel kerstherinneringen aan de jaren dat onze kinderen nog klein en van ons afhankelijk waren. De kersttruitjes die ik voor ze breidde toen ze twee en vijf waren. Hun glimmende koppies erboven die we ook vastlegden op de foto, samen zittend voor de kerstboom. De dagen dat ik bij Albert Heijn werkte tot aan kerstavond en de feestelijke pannenkoeken die de meisjes toen gebakken hebben als verrassing bij mijn thuiskomst. De kerstavond dat ik met mijn oudste de wijk rond fietste om nog zoveel mogelijk kaarten te bezorgen omdat ik door de drukke studietijd geen tijd had gehad om ze allemaal op te sturen. De kennis die die avond was komen aanwaaien en die we uitnodigden bij ons te blijven kersteten, het diner met de rollade die ik van tevoren had klaargemaakt.

Fijne kerstdagen allemaal en dat we weer mooie herinneringen mogen maken.

Herinneringen

1963 Ik ben vier en mijn broer is zes. Hij heeft bij het steppen (ik voorop zittend, hij staand steppend) per ongeluk op mijn rokje gestaan waardoor er een scheur in is gekomen. Ik maak me een beetje bezorgd om mijn moeder. Omdat ze zou mopperen? Of omdat ze al zoveel werk heeft met al haar kinderen. 1964 Ik ben vijf en loop naar huis, al in onze straat. Een buurmeisje (zes of zeven) vraagt of ik meega achterop haar fietsje. Ze slingert een beetje en opeens lig ik op de grond met mijn enkel kapot. Er gaapt een groot gat waar veel bloed uitstroomt. Een buurmeisje komt met een deken en mijn vader wordt geroepen. In zijn armen op weg naar de in de haast gebelde taxi roep ik: ‘Doe er maar een pleister op, ik wil er een pleister op!’ 1966 Ik ben zeven en mag één van de zeven dwergen spelen in ‘Sneeuwwitje’. Van het schooloptreden weet ik niets meer maar ik weet nog precies welke zus mij kwam ophalen nadat we voor de lieve oude mensen in het Menno Lutterhuis (het laatste huis waar onze ouders hebben gewoond) hebben opgetreden. 1968 Ik ben negen en ik val, samen met mijn nichtje, van een pony. Ik breek mijn arm net onder de elle boog en mijn pols. In de drie weken (!) dat ik in het ziekenhuis lig komt mijn hele familie op bezoek.

1969 Ik ben tien. Mijn broer is naar de groenteboer gegaan om aardappels te halen. Ik sta voor het raam naar hem uit te kijken. Ik ben blij wanneer ik hem in het donker ontwaar, zijn pet met de oorkleppen op en achter zich aan de slee trekkend met de zak met aardappels erop. 1971 Ik ben twaalf. We zijn op schoolreisje. Ik zit met een vriendinnetje in de speeltuin wanneer Robbie voorbij komt lopen. We roepen hem plagend iets toe, wetend dat hij daarvan in de war zal raken. Pas dan zien we dat de meester achter hem loopt. Hij kijkt ons verwijtend aan en zegt: ‘Niet doen, dat is niet leuk,’

1972 Ik ben 13. Als enige twee brugpiepers (heette dat toen al zo?) mogen mijn vriendinnetje en ik meedoen met een jongensband uit de tweede klas. We zingen van de Beatles ‘All my lovin’’ en ‘Octopus Garden’ (hier is mijn liefde voor het podium ontstaan). 1976 Ik ben 16. Het is Valentijnsdag en ik sta te dansen met de jongen op wie ik al maanden smoorverliefd ben. Ik ben in de zevende hemel, terwijl ik weet van het meisje dat daags daarna van hem ‘de bons’ krijgt. 1978 Ik ben 19 en krijg op mijn beurt van hem ‘de bons’. Ik weet dan al van zijn ontrouw (ook in onze relatie) en blijf toch nog lang van hem houden. Ik ga alleen wonen in het huis dat ik niet meer af durfde te zeggen (daardoor ging ik op mijn negentiende uit huis) en waarvan hij nooit heeft gezegd met mij te gaan wonen.

1981 Ik ben 22 en trouw met de man met wie ik meer dan drie jaar samen ben geweest, terwijl mijn hart hing aan die ander. 1982 Ik ben net 23 geworden en kijk in de ogen van de (jonge)man, voor wie ik niet alleen het huwelijk liet stranden, maar die voor altijd mijn leven veranderde.

Familie

Met ons grote gezin hadden we gemakkelijk het programma ‘Een huis vol’ kunnen vullen. Ik kijk niet veel televisie, maar bij de stukjes die ik wel heb gezien, viel mij op dat ik het ‘zo veel’ vond. Acht, negen of tien kinderen, zo veel, zo druk. Ons gezin telde twaalf kinderen en dat heb ik nooit als ‘veel’ ervaren. En misschien is dat ook logisch. Ik maakte er onderdeel van uit en ervaarde het daarom als ‘gewoon’.

Voor mij was het handig dat er zoveel rolmodellen waren, dat er altijd iemand was om met mij mee te gaan, om mee te spelen, om mee te praten. Misschien waren er, in ons gezin, dingen die beter besproken hadden kunnen worden en die onbesproken bleven. Mij heeft dat nooit belemmerd te bespreken, benoemen wat ik belangrijk vond. Zelfs wel eens tegen wil en dank van degene die tegenover mij zat, ben ik bang.

Door onze familieband en het feit dat we van elkaar houden (al zeggen we dat zelden tot nooit tegen elkaar) is mij veel vergeven en kon ik trouw zijn aan mezelf en worden wie ik ben. Dat dank ik aan mijn familie. En aan de invloed van mijn man en kinderen. Zij zijn voor mij net zo belangrijk, de volgende kern van een nieuwe familie.

Ik vind het verdrietig te zien hoe families uit elkaar vallen, vaak na het overlijden van de ouders. Mensen die zeggen: ‘Ja, ik heb een zus (of broer), maar die zie ik nooit,’. En ik ken de verhalen, die eraan vooraf zijn gegaan, maar toch… Ook in onze familie en ons gezin hadden zulke verwijderingen zich kunnen voordoen. Ik denk dat dat altijd kan, maar wij kozen ervoor dat niet te laten gebeuren.

Ik ben blij met mijn familie, ik zou er niet één van kunnen missen. En daarom koester ik ze en probeer met ze te praten als ik denk dat er iets speelt. Mijn familie en mijn kinderen heb ik niet kunnen kiezen, maar zoals ik vroeger tegen mijn kinderen zei, toen ze nog heel klein waren: ‘Het kon niet maar als het had gekund, dan had ik jou gekozen,’

Vreemdgaan heeft vele gezichten

In het Volkskrant Magazine lees ik over een jonge moeder, haar kinderen zijn vier en vijf jaar, die al twee jaar een buitenechtelijke relatie heeft met een collega. Elke zes weken ontmoeten zij elkaar privé en maken dan samen een lange, liefdevolle wandeling. Er wordt gezoend en er worden gesprekken over het leven gevoerd en daaruit lijkt de relatie te bestaan.

De jonge moeder gaat er bijna kapot aan en tegelijk leeft ze op deze ontmoetingen. Ze heeft meerdere keren bij haar man aangegeven dat ze niet gelukkig is in hun relatie, dat ze meer verbondenheid met hem wil en hij doet het af als ‘haar probleem’.

In een ander blad lees ik over een jonge vader die bij zijn vrouw een piepjonge stagiaire van zijn werk aanbeveelt als oppas voor hun kind. Ze kunnen dan tegelijk sporten en zo meer tijd voor elkaar hebben op andere avonden. De jonge moeder heeft lang niets in de gaten. Totdat ze een keer besluit toch niet te gaan sporten, ze voelt zich niet lekker en heeft zich door haar man laten overhalen wel te gaan. Thuisgekomen vindt ze haar man met de oppas/stagiaire in hun echtelijk bed.

De man stamelt dat het ‘niet de bedoeling was’ en moet diep door het slijk, en het duurt een hele tijd, voordat zijn vrouw hem kan vergeven (voor de kinderen, of misschien toch ook voor haarzelf).

Toen ik zelf net de veertig gepasseerd was las ik over een echtpaar, iets ouder dan ikzelf, waarvan ook de man was vreemdgegaan. Hoe deze relatie verder ging weet ik niet meer, maar wel dat ik me erover verbaasde dat de dame van het stel dacht ‘dat je op die leeftijd toch geen seks meer had’.

Ik wilde juist niet vreemdgaan waardoor ik, na een half jaar huwelijk, mijn man verliet. De man waarvoor ik dat deed, en met wie ik al bijna 40 jaar samen ben, had mij de ogen geopend en mij laten zien hoe mannen ook kunnen zijn. Ik had het geluk dat ik nog geen kinderen had en ik denk dat mijn ex-man, in ieder geval uiteindelijk, begreep dat ik met mijn man een veel betere match ben. Ik had, als ik het had gekund, hem deze ervaring liever bespaard.

Ik heb er vaak moeite mee als mensen vreemdgaan, en ook als mensen gaan scheiden, wanneer er jonge kinderen in het spel zijn. En toch kan ik het soms ook zo goed begrijpen. De verhalen zijn altijd verschillend en hoewel ik ervan overtuigd ben dat je met goede communicatie vaker dan we denken vreemdgaan en scheiden kunt voorkomen, weet ik dat je soms tegen de klippen op kunt communiceren en het toch niet kunt voorkomen.

Toch is het alles waard te communiceren, hoe moeilijk dat ook is, wanneer je je over je relatie onzeker voelt. Als er liefde is, vecht er dan voor, omdat je kinderen, je liefste en jijzelf, het waard zijn.

Voorgelicht

Een zondagmorgen. Een klopje op onze voordeur en er staan twee jongetjes die nog even komen spelen met de Lego die ze bij ons hebben achtergelaten. Ze neuriën er zachtjes bij terwijl op de achtergrond ook zacht muziek speelt, begeleid door beelden van YouTube. Wanneer een oude Australische band in beeld komt zeg ik zachtjes voor mezelf sprekend: ‘Daar had ik ook bijna gewoond,’ en wanneer oudste kleinzoontje mij aankijkt, ‘dan hadden jullie een andere oma gehad,’. Even speelt hij verder, kijkt mij dan recht aan en zegt: ‘Maar, dan waren wij er toch niet oma?’

Hij is net acht geworden en ik denk: ‘Dat wist ik nog lang niet, toen ik acht was,’. Sterker nog, ik bleef in onwetendheid, tot ik op mijn dertiende eindelijk menstrueerde en toen het boek ‘Als je een meisje bent’ kreeg. In dat leuke boek stond van alles wat ik allemaal niet had, een eigen kamer bijvoorbeeld met leuke meisjesmeubeltjes en accessoires. Er stond van alles in over verzorging van huid en haar met producten waarvan ik zeker wist dat ik ze nooit zou bezitten. Maar ik vond het een erg leuk boek met grappige illustraties en ik vond het heerlijk erin te lezen en te mijmeren over hoe zo’n meisjesleven wel zou zijn. Een van de laatste hoofdstukken bevatte dan de onthulling van wat voor mij een groot mysterie was. Ik kan me niet meer herinneren hoe ik dat toen vond. Ik geloof dat ik het gewoon las, als de rest van het verhaal.

Mijn eigen kinderen heb ik ook niet voorgelicht. Toen ik erover wilde beginnen gaven ze aan ‘het allang te weten’. Stom genoeg heb ik het daar toen bij gelaten. Nu we beter met elkaar hebben leren communiceren zou ik verder vragen. Ik zou vragen wat ze dan precies wisten en proberen er uitgebreider met ze over te praten. En ik begrijp heel goed dat het voor ouders van jonge kinderen nog steeds geen gemakkelijk onderwerp is.

Gelukkig kreeg de mamma van mijn kleinzoontjes een boek dat speciaal geschreven is om jonge kinderen hier alvast over te vertellen. Het heet ‘Hoe maak je een baby’.  En getuige mijn kleinzoontjes opmerking heeft hij de inhoud van het boek al goed begrepen. Het lijkt mij in deze tijd bijna nog belangrijker dan vroeger dat kinderen op tijd en goed worden voorgelicht. Wat ze via Social Media tot zich krijgen is wellicht niet wat je voor je kind wilt. Er zal op school vast aandacht zijn voor seksuele voorlichting, maar het is altijd goed ook als ouder te weten hoe je kind zich erbij voelt.

Communicatie tussen jou en je kind is volgens mij cruciaal bij een goede voorlichting.

Cynisch

In een stuk over Paul McCartney lees ik dat bij hem, thuis in Liverpool, alles warm en harmonieus was en dat hij als kind dacht dat iedereen zo’n heerlijke, liefhebbende familie had. Ik herken dat heel goed. Dat was ook vroeger mijn gevoel. Veel later begreep ik dat lang niet iedereen in ons grote gezin hetzelfde heeft gevoeld. En toch denk ik dat voor ons allen, terugkijkend, het liefhebbende en de warme overheerst.

Na een wat valse start met zijn geliefde, verloofde Jane Asher, trouwde hij zijn Linda. Ze hebben een fijn gezin gekregen en zijn tot Linda’s te vroege dood in 1998 bij elkaar gebleven. Paul wilde Linda altijd graag dicht bij zich hebben en zij was graag bij hem. Ik kan hetzelfde over ons zeggen: ik ben altijd graag dicht bij mijn liefste en hij is graag bij mij.

In het stuk zegt Sir Paul, over de liefde: ‘Ik denk dat veel mensen die cynisch zijn over de liefde nooit het geluk hadden om die te ervaren,’ Hij voegt daaraan toe: ‘Love isn’t silly at all,’ Ik ben dat helemaal met hem eens. Liefde is groot, misschien wel het grootste dat je ooit in je leven kunt ervaren.

Hoe is het dan dat veel mensen die liefde niet kunnen vinden, of in ieder geval niet als zodanig kunnen ervaren. Of heeft dat te maken met het gras dat altijd groener is (of in ieder geval lijkt) aan de overkant.

Katherine Hepburn, die al lang niet meer onder ons is, is nooit getrouwd omdat ze hield van Spencer Tracey. Hij was getrouwd en vader van een kind met een handicap. Maar ze heeft wel de ware liefde ervaren. Haar motto was: liefde heeft niets te maken met wat je verwacht te krijgen, maar met wat je verwacht te geven. Ook daar ben ik het helemaal mee eens. Geef vooral, aan je man, je kinderen, je familie. Niet om terug te ontvangen maar omdat je van ze houdt. En ik heb het gevoel dat ik altijd terug krijg. Hoeveel? Dat weet ik niet, want het maakt mij niet uit.

Ik hoor mensen vaak zeggen: ‘Het moet altijd van mijn kant komen?’ Vroeger dacht ik dan: ‘Nou, en? Is dat erg?’ en nu weet ik: Het is niet altijd zo, je ervaart het zo, omdat wanneer het van die ander komt je het vaak gewoon voor lief neemt, in plaats van het heel erg te waarderen. Begin eens met heel erg waarderen en geef zonder terug te verwachten.

Wie weet, zie je dan ook opeens de ware liefde in die ander.

Perspectief

Ik heb weer wat slapeloze nachten. Niet leuk, maar ik weet dat het ook weer over gaat. Tijdens die slapeloze nachten kan ik wel genieten van mijn warme bed en mijn rustig slapende echtgenoot naast mij.

Ondertussen gaat er van alles door me heen. Dan zie ik de meneer weer voor me die rustig lag te slapen in een slaapzak op de hardstenen vloer van een winkelportiek. Mijn man en ik waren aan het wandelen toen we hem zagen liggen, nog vrij vroeg op een herfstavond. En de ochtend dat ik naar school fietste en een persoon zag liggen onder een bankje op de stoep van een brug. Ik hoopte dat hij of zij in iets warms lag onder het zeil dat over hem of haar heen lag.

Ik denk aan de mensen die ziek of gewond zijn in mijn omgeving. Het zijn er best veel. Wanneer ik bid voor de veiligheid en ondersteuning van onze familie, ons gezin en andere geliefden denk ik vaak: ‘Oh ja, en die ook nog…en die…en die,’

Vaak komt dan het moment dat ik me afvraag: ‘Wij hebben het zo goed. Hoe kan dat? We hebben ook ziekte in de familie, en ongemak. We hebben daardoor ook zorg om elkaar. We hebben onderdak en werk. We zijn tevreden en misschien is dat het wel.’

In deze moeilijke Corona tijd volgen we de regels. We hebben ons gehouden aan de avondklok, de mondkapjesplicht, we zijn gevaccineerd en schudden geen handen. We zijn niet persé volgzame types maar proberen zelf te bedenken wat we goed vinden voor onszelf en onze omgeving en gaan uit van de goede intentie van de mensen die het meeste weten van de pandemie en de gevolgen ervan.

Ik geloof niet dat ik gelukkiger zou zijn met meer geld, meer spullen of wanneer ik werk zou doen waar mensen tegenop kijken. Misschien was ik vroeger wel minder tevreden omdat ik meer keek naar wat andere mensen hadden en deden. Misschien is dat wel een van de grootste voordelen van ouder worden, dat me dat niet meer overkomt.

Ik geloof dat het niet uitmaakt wat je wel of niet hebt maar veel meer met welke bril je naar de wereld kijkt. Ik zie van dichtbij dat je ziek kunt zijn en je toch kunt ontwikkelen en sterker kunt worden. Dat draagt positief bij aan mijn perspectief.

De regels van het spel

Ik weet van heel veel dingen heel weinig, en soms vind ik dat wel lastig. Ik denk dat ik best slim ben, dat is het niet, maar er zijn gewoon dingen die niet in mijn hoofd willen. Heel even heb ik me gewaagd op het pad van wetenschap. In die korte tijd was ik soms diep onder de indruk van de wetenschappers (to be) in mijn buurt en soms dacht ik: ‘Zij doen heel gewichtig, maar ik vertrouw ze niet helemaal.’ Bij alles werd gevraagd het te bewijzen, terwijl ik denk: ‘Hoe zit het nou, één en één is toch twee?’ Of: ‘Gebruiken zij nooit hun gezonde verstand?’ Maar zo werkt het blijkbaar niet.

Ik heb een grote familie. Dat is onze rijkdom. Rijk van geld zullen we niet worden, dat weet ik, dat is voor ons niet weg gelegd. Maar we hebben wel een goed leven. Goed in de zin van een huis, liefde, relaties, werk. We hebben niet allemaal alles, maar het meeste hebben we wel. We zorgen ook voor elkaar, we helpen elkaar waar we kunnen en we hebben oog voor elkaars onvolkomenheden. Want die hebben we allemaal, niemand van ons is perfect en het is mooi dat onze imperfecties er mogen zijn.

Ik ben geen mens van wetenschap, maar ik ben niet onwetend. Ik voel veel dingen aan. Ik heb bijvoorbeeld al heel lang geleden begrepen dat veel kinderen lijden onder een vroege scheiding van hun ouders. En ik weet (al heel lang) dat veel vroege scheidingen te maken hebben met de relatie van de ouders. Voor mij is dat zoiets als één en één is twee. Elke baby begint immers bij de relatie van zijn ouders. Wat anderen wetenschappelijk hebben onderzocht en ontwikkeld wist ik zomaar, zonder dat op die manier te hoeven doen.

Wetenschap en sensitiviteit staan mijlenver uit elkaar. Maar ze zijn er beiden en ik denk dat ze beiden even belangrijk zijn. Ik denk dat ze beiden een belangrijk deel uitmaken van de regels van het spel dat ‘leven’ heet. Om het spel goed te spelen hebben ze elkaar nodig om de wereld, waarop het spel zich afspeelt, een betere wereld te maken.

Ik weet het, maar ik ben mijn tijd ver vooruit. De meeste mensen kennen de regels van het spel nog niet en begrijpen niet dat samenwerken veel beter werkt dan tegenwerken, elkaar tegenwerken, wat jammer genoeg een heel groot deel van deze wereldbewoners…doen.

Onvoorwaardelijke liefde

‘Er bestaat maar één soort onvoorwaardelijke liefde en dat is die van kinderen voor ouders’ zegt Griet Op de Beeck in VPRO Zomergasten. Via LinkedIn word ik met deze uitspraak geconfronteerd en ik stel de vraag of dit niet familie afhankelijk kan zijn. ‘Nee,’ antwoordt betreffende persoon heel stellig, het is volgens haar een ‘wetmatigheid’ omdat kinderen van hun ouders afhankelijk zijn en andersom niet.

Deze uitspraak blijft in mijn hoofd hangen omdat ik weet dat ik mijn kinderen onvoorwaardelijk liefheb. Wat dit betekent? Dit betekent dat ik mijn kinderen liefheb ‘no matter what’. Ik zal ze geven wat ze nodig hebben en er altijd voor ze zijn. Ze zouden niets kunnen doen waardoor ik ze niet meer zou liefhebben. En ik denk dat dit voor heel veel ouders en grootouders geldt.

Wanneer ik het programma vind waarop mevrouw Op de Beeck de uitspraak doet, hoor en zie ik dat ze zegt ‘niet alle ouders kunnen oprecht liefde voelen voor hun kinderen, daar ben ik wel zeker van’. En dan noemt ze de ‘onvoorwaardelijke loyaliteit naar de ouders, waar geen kind omheen kan’. Dat begrijp ik, en dat klopt. Die loyaliteit naar onze ouders zit in ieder van ons, daar zijn we mee geboren maar dat is volgens mij niet hetzelfde als ‘onvoorwaardelijke liefde’. Dat kun je voelen voor je kind en voor je man…en ik denk ook, voor je familie.

Wanneer je een slechte jeugd hebt gehad en er zelfs misbruik heeft plaatsgevonden, begrijp ik dat je ‘zeker weet’ dat niet alle ouders oprecht liefde kunnen voelen voor hun kinderen. Dat heb je dan aan den lijve ondervonden. Griet kon bij haar ouders geen kind zijn omdat haar moeder bij haar uithuilde, zij zorgde voor haar ouders in plaats van andersom. Parentificatie heet dat in de psychologie.

Ik heb gelukkig een andere ervaring en misschien kan ik daardoor wel zoveel van mijn  gezin en mijn familie houden. Zoveel en onvoorwaardelijk.

Gelukkig is mevrouw Op de Beeck schrijfster en heeft ze door het schrijven van haar boeken (waar ze heel succesvol mee is) hopelijk veel van de pijn van vroeger kunnen verwerken. Ik gun haar en iedereen onvoorwaardelijke liefde, daar is, in tegenstelling tot loyaliteit, niets gedwongens aan. Het is een keuze die je maakt, omdat je van elkaar houdt.