Alle ouders zouden minstens een Prille-ouder workshop aangeboden moeten krijgen. Dat is mijn absolute overtuiging. Met drie of vier ouderstellen zouden we het Prille-ouderboekje kunnen bespreken. Er zitten vier enkele pagina’s ‘Over ons’ in. Daarin kunnen ouders over zichzelf vertellen aan de hand van korte rubrieken. Misschien zijn er meer dan twee ouders, of misschien zijn er halfbroertjes of -zusjes. Het zou leuk zijn als er daadwerkelijk foto’s bij worden geplakt. Wat je opschrijft gaat in je lijf zitten. Dat dat werkt heb ik zelf ondervonden. Wat jullie in het boekje invullen dat zijn jullie rond de geboorte van de baby.
De pagina’s ‘Elkaar zien’ bespreek en vul je samen als ouderpaar in. Dit geldt ook voor het middenblad ‘Sociale vangnet’. Wie helpt jullie bij het opvoeden van jullie kinderen, sta je daar voor open? Het eerste deel ‘Communicatie’ en ‘Ouderschap’ kan interessant zijn om met een ander ouderpaar te bespreken. Daarna kan ieder ouderpaar hun gezamenlijke boekje invullen. Naast communicatie gaat dit boekje over praktische en emotionele zaken die onder de ouderparen moeten worden verdeeld (verdeling zorg, huishouden, werk en financiën) en samen gedeeld. Ouderschap en jullie persoonlijk ouderschapsplan vul je samen in en misschien wil je het met de andere ouderparen delen. Zo kun je elkaar op ideeën brengen en helpen.
Met zo’n Prille-ouder workshop (gegeven door een ervaringsdeskundige) kun je beter voorbereid zijn op het ouderschap, dan zonder. En wil je daarna coaching van de Prille-ouder coach, dan kun je daarvoor kiezen. Vragen stellen kan (ook zonder coaching) altijd, via de mail of de website http://www.liefdevolcommuniceren.com Was dit maar geen Wishful Thinking, maar ik werk eraan, tot er iets is veranderd.
Volgens het CBS eindigden in 2015 bijna 40% van de huwelijken in een scheiding. Per jaar verliezen 70.000 thuiswonende kinderen hun gezin door de scheiding van hun ouders. Dat is teveel. Teveel leed voor teveel kinderen.
Ik vraag me af of met een persoonlijke, rechtstreekse ondersteuning bij de ‘geboorte van een gezin’, zoals met deze workshop, er een mogelijkheid is dat het aantal scheidingen terug zal lopen. En stel je eens voor wat dat zou betekenen voor de kinderen die daar dan niet de dupe van hoeven te worden.
Pleidooi voor een gelukkig leven
Wat is een goed leven. Is het genoeg als één lid van een gezin een goed leven heeft? Of moet het hele gezin een goed leven hebben? Moet het gezin verder kijken dan hun aller neus lang is en ook nog iets voor een ander betekenen? Moeten ze van elkaar houden? Of hoeft dat niet? Aan zichzelf denken, of aan elkaar? Verbeter de wereld en begin bij jezelf.
Mijn liefste en ik houden van elkaar. Evenveel? Misschien inmiddels wel. Was dat dan anders? Ja, ik hield al heel veel van mijn man. Vanaf de eerste keer dat wij elkaar in de ogen keken. Hield hij van mij? Hij vond mij zeker aardig. Hij vond mij sympathiek en hij was ook, in ieder geval een beetje, verliefd op mij. Ik was pas getrouwd en misschien voelden wij allebei instinctief dat dat (huwelijk) niet klopte. Anders kan ik niet verklaren dat het zo ging.
Ik ging scheiden en even trok hij zich terug. Heel even maar. Na een jaar raakte ik zwanger en wij voelden ons beiden verantwoordelijk. Ik hield van hem met heel mijn hart. En hij? Ik weet het niet. Hij zei het niet en ik merkte het ook niet. Hij hield van ons kind, dat voelde ik heel duidelijk en hij nam zijn verantwoordelijkheid. We zorgden ieder op onze eigen manier voor elkaar en voor ons kind en ook drie jaar later voor ons tweede kind. Ook dit kind heeft zijn hart. Net als zijn familie. Wij houden beiden veel van onze families.
Wij hadden lange tijd een moeizame relatie. Met name omdat ik onzeker was. Over hem en over mijzelf. Over mijn werk. Niet over onze kinderen. Wij waren beiden goed voor de kinderen. Communiceerden goed over ze. En met ze. Over onze relatie moesten we communiceren. Ik had veel bevestiging van hem nodig. En hij was niet alleen steeds beter in staat dat te geven maar ook mij te laten weten en voelen dat hij mij ook nodig had. Met de kinderen hebben we een goede relatie opgebouwd en een goede communicatie ontwikkeld. Zij hebben veel goed gedaan aan ons huwelijk. Wij vieren houden veel van elkaar.
Wij houden nu meer van elkaar dan toen we trouwden. Hij heeft het niet alleen gezegd, ik voel het ook. Wij hebben samen een prettig leven. Wij hebben aandacht voor elkaar en zijn bij elkaar betrokken. Er zijn tijden dat hij zich wat terugtrekt. Hij is dan een beetje stil en nu ik dit zeg weet ik dat ik zelf ook wel eens een beetje stil ben. Bij mij betekent dat, dat iets mij bezighoudt zonder dat ik het direct wil of kan delen. Als hij een beetje stil is, word ik een beetje onrustig. Ik probeer dan wel te achterhalen wat hem bezig houdt omdat ik er dan misschien iets aan kan doen. Maar soms is dat gewoon niet zo. Hij kan ook niet alles voor mij goedmaken. Al willen we dat wel omdat we zoveel om elkaar geven.
Als laatste: wat is ‘houden van’. Om Katherine Hepburn te citeren: ‘Houden van heeft alles te maken met wat je verwacht te geven,’ en daar ben ik het helemaal mee eens. Volgens mij zijn de meeste mensen bang om te geven, omdat ze bang zijn niet terug te ontvangen. En soms, of misschien wel vaak is dat natuurlijk ook zo. Ik zou willen dat mensen de angst overboord kunnen gooien. Zodat ze kunnen krijgen wat ze verdienen. Geef zoveel als je kunt aan zoveel mogelijk mensen.
Liefde, aandacht, betrokkenheid, complimenten, twee euro voor een Riepe die één vijftig kost, muntjes (of één) aan een straatmuzikant of misschien zelfs aan een bedelaar. Neem (als je je het kunt permitteren) een paar goede doelen. We kunnen niet allemaal huizen voor kinderdorpen bouwen, of onderzoek doen naar ziekten, maar er is wel veel geld voor nodig. Beteken iets voor een ander, maar vooral ook voor jezelf.
Liefde kan groeien. Kinderen hebben veel liefde en aandacht nodig om dat later ook te kunnen geven. En juist dit soort geven kunnen we allemaal, want het kost geen geld en ook geen tijd, we moeten het ons alleen eigen maken. We moeten er ons bewust van worden. Kijk niet langs je eigen (man, vrouw, kind, ouders, familie) naar een ander. Wanneer je samenwoont, doe dat dan bewust. Kijk eerst naar jezelf en elkaar en als dat goed is kunnen er heel veel mensen in allerlei relaties bij. Maar begin bij jezelf. Zorg goed voor jezelf en je directe omgeving. Dan wordt de wereld langzamerhand beter. Daar geloof ik in.
De prille ouder
Twintig, dertig, veertig en alle leeftijden daartussen. Wanneer je je eerste baby krijgt ben je een prille ouder. Ja, allemaal even pril. Echt weten hoe het is om vader of moeder te zijn, dat weet je allemaal niet.
De omstandigheden kunnen enorm verschillen. Je kunt veel of weinig geld hebben. Lang of kort bij elkaar zijn. De baby kan gewenst zijn of een verrassing. En soms komt een baby totaal onverwacht. Maar dat is heel zeldzaam. Soms heb je er heel lang naar uitgekeken omdat de zwangerschap op zich liet wachten.
Bij de geboorte van een baby zijn er één, twee of misschien wel drie ouders die samen met de baby een nieuw gezinnetje vormen. Ik zeg dan dat er ‘een gezin is geboren’. Terwijl er voor de geboorte van een baby allerlei hulp en protocollen zijn, is die er voor de geboorte van het gezin niet. Om vader of moeder te worden hoef je geen opleiding te volgen en je hoeft er ook geen examen in te doen, terwijl het zo’n ingrijpend en complex gebeuren is.
Volgens mij bepalen al die omstandigheden niet hoe het gezin zich zal ontwikkelen. Ook het feit dat ouders hoog of laag zijn opgeleid maakt niet het verschil. Daar vergissen mensen zich nog wel eens mee. Als ik vertel over mijn prille-oudercoach idee hoor ik vaak: ‘Oh, dat is zeker voor lager opgeleide mensen,’ of: ‘dat is zeker voor tienermoeders,’ maar nee, dat is niet zo.
Het heeft veel meer te maken met hoe je communiceert. En dan bedoel ik niet alleen wat je tegen elkaar zegt maar ook hoe je met elkaar praat. Deel je daadwerkelijk elkaars leven? Vertel je elkaar wat je meemaakt in de tijd dat je niet bij elkaar bent? Als je dat doet is het leuk en gemakkelijk, want je weet waar de ander het over heeft. Deel ook je verhalen over de kinderen met elkaar. En ook daarbij geldt: hoe praat je erover. Kinderen zijn bewerkelijk, onhandig, traag als jij snel wilt en andersom. Dat doet wat met je. Deel dat samen. Dan deel je ook het gevoel…als het naar is, en ook als het heel leuk is. Want dat zijn kinderen ook, leuk en lief, ondeugend en trouw en loyaal.
Ouders worden, ouders zijn, dat is een heel ding. Natuurlijk maak je fouten, net als je ouders en je grootouders voor jou. Dat hoort bij het leven, vallen en weer opstaan. Het begint allemaal bij het prille ouderschap…voor iedereen.
Onze goede dingen samen…om te koesteren
We houden van elkaar
Onze geweldige kinderen
De goede band met onze families
Iedere keer dat we wederzijds begrip vinden
Iedere keer dat we innerlijke rust vinden
Onze goede, lieve vrienden
Iedere keer dat we elkaar weten te verrassen
Elk moment dat we beseffen, hoe rijk we zijn
Het vergeten kind TALKS
Ik krijg een appje van mijn kind: ‘Hoi, mam, het is de week van het vergeten kind, zie ik,’. Zij heeft gedoneerd en ik ben ook donateur. Ik heb twee weken geleden het blad ontvangen van The Unforgettables, de jongerenraad van de stichting Het Vergeten Kind. Zij zijn allen ervaringsdeskundigen en weten daardoor als geen ander wat kinderen in moeilijke thuissituaties doormaken. Zij zijn daarmee de beste ambassadeurs die zowel de stichting als de kinderen kunnen hebben.
Het papieren huis met het grote hart in het midden zit inmiddels op mijn raam geplakt. Het thema dit jaar is: Stop het wisselen van hulpverleners. In het magazine lees ik over kinderen die in een paar jaar tijd meer dan veertig tot één jongen zelfs 120 hulpverleners hebben gehad. En ik lees over een meisje dat zich afvraagt: ‘Wat is er mis met mij dat ik zoveel hulpverleners nodig heb,’. Inmiddels weet ze gelukkig dat ‘de hoeveelheid hulpverleners niets over haar zegt’. Gelukkig, want het ene gegeven geeft nogal een ander gevoel dan het andere.
Doordat de kinderen, die niet thuis kunnen wonen, in leef(tijds)groepen werden geplaatst moesten ze steeds doorschuiven naar een volgende groep. Het werd daar voor de kinderen erg onrustig van. Ze moesten steeds opnieuw hun verhaal vertellen en er waren per groep veel verschillende begeleiders en hulpverleners.
Sinds vorig jaar is er een ‘Echt Heppie (t)Huis’. Het Heppie (t)Huis is er voor kinderen van 6 tot 23 jaar en er is plek voor acht kinderen. Het heeft een klein groepje vaste opvoeders. In dit huis staat het ‘Klimaat van Aandacht’ centraal. Dit houdt in dat ze een positieve omgeving creëren en onder het gedrag kijken dat veroorzaakt wordt door de trauma’s. De opvoeders blijven warmte, liefde en knuffels geven, ongeacht het gedrag van de kinderen.
Dit huis, zo lees ik in ‘Het vergeten kind TALKS’, staat in de gemeente Geldrop-Mierlo. Het idee was van René van Camp van de stichting Het Vergeten Kind. Nu het eerste jaar Heppie (t)Huis er bijna opzit merken de opvoeders dat de kinderen meer rust vinden, meer vertrouwen krijgen en zich meer thuis voelen.
Wat heerlijk voor deze kinderen. Ik hoop dat er nog veel meer van deze Heppie (t)Huizen zullen komen in zoveel mogelijk gemeenten. Ik kan zelf niet rechtstreeks iets voor ze doen maar ik kan wel donateur zijn van de stichting en helpen het geld bij elkaar te krijgen om deze kinderen de zorg te geven die ze nodig hebben. En ik ben blij dat ik, door donateur te zijn, één keer per jaar zo’n mooi huisje voor mijn raam kan plakken en daarmee aandacht voor de kinderen kan vragen.
Het is overigens niet zo dat deze kinderen (door ouders of hulpverleners) vergeten zijn maar zij voelen zich zo en voor hen is dat niet fijn. Zij verdienen het ook om gelukkig te zijn.
On- versus offline
Kinderen in Nederland kunnen steeds minder goed lezen. Ik schrik daarvan en tegelijk kan ik het me wel voorstellen. Het moet iets te maken hebben met de telefoons, IPads en laptops waar kinderen zich tegenwoordig graag mee vermaken.
In mijn hoofd komt het liedje ‘Het Dorp’ op van de al lang geleden overleden Wim Sonneveld. In het liedje zingt hij ‘… de nieuwe tijd, net wat u zegt, maar het maakt me wat melancholiek …’. Ik hoor jullie bijna denken: ‘Hè, wat? Wat is dat nou voor een woord?’ Het betekent somber of depri, dat zal mensen van nu misschien meer aanspreken. Dat voel ik soms ook een beetje.
Ben ik dan tegen de apparaten die ik heb genoemd? Nee, hoor. Wij hebben ze ook in huis en onze kinderen met hun gezinnen ook. Onze kleinkinderen zitten ook wel eens langer op de IPad of kijken langer televisie, over de hele dag, dan de toegestane één uur per dag voor kinderen van vier tot zes jaar (mediaopvoeding.nl). Nee, ik ben daar helemaal niet tegen. Het hoort bij deze tijd en ik begrijp steeds beter dat kinderen ook veel leren van wat ze via die media zien en horen.
Ik ben wel, vooral voor ‘oude gewoontes’ als elke dag voorlezen, met de kinderen naar buiten gaan en lekker een beetje voor mij uit zitten kijken terwijl de jongetjes voetballen of capriolen uithalen op de apparaten in de speeltuin. Ik hou niet echt van spelletjes doen maar ik doe het wel en dan gebeurt wat ik eigenlijk altijd zeg: ‘Gewoon doen en dan vind je het hartstikke leuk,’. De kinderen vinden het altijd zo fijn als er een ‘mens’ meedoet. Dat maakt het spel blijkbaar extra leuk of gezellig. Ook de kinderen van nu willen nog steeds gewoon aandacht, de meeste mensen van nu ook, denk ik.
Ik ben blij dat we allemaal van lezen houden. Het maakt je wereld groter en er is zoveel uit te leren. En je kunt er heerlijk bij fantaseren. Het zal zeker helpen als de kinderen straks echt moeten gaan leren en al lezend veel tekst moeten verwerken. Het is even extra onder de aandacht in deze Nationale Voorleesdagen. Gelukkig want het is zo belangrijk. Dus, vanaf nu, iedereen meer lezen. Neem je kinderen mee naar ons prachtige nieuwe Forum en geniet van de mooie, nieuwe bibliotheek. Je kinderen zullen je er later echt dankbaar voor zijn.
Onvoorwaardelijke liefde
Ik heb mijn moeder 51 jaar gehad. Ze was 86 jaar oud toen ze, ruim negen jaar geleden, overleed. Ik was haar negende kind en ik begreep heel goed dat ze niet zoveel met mij besprak, ze had alles al zo vaak gezegd. Bovendien had ze haar handen vol aan het zorgen voor haar grote gezin, elke dag weer.
Voor de liefde die ik van haar voelde, haar onvoorwaardelijke liefde, had ze geen woorden nodig. Ik voelde, altijd, dat het goed was. Toen ik een keer veel te laat was begonnen met een proefwerk en tot diep in de nacht moest leren, lag zij op de bank te slapen tot ik klaar was. Omdat ik bang was alleen in de kamer. Toen een zusje, omdat ze te laat thuis was gekomen, niet gewekt zou worden door mijn vader deed zij het, omdat ze niet wilde dat mijn zusje te laat op haar werk zou komen.
Mijn man en kinderen heb ik onvoorwaardelijk lief. Althans, dat is mijn intentie, wat ik absoluut wil. Onze verdeling van zorg en werk begon zoals wij van ons beider thuis kenden. Mijn man werkte, en ik zorgde voor de kinderen. Grotendeels kwam de opvoeding dus op mij terecht en ik pakte blijmoedig deze belangrijke klus op.
Zoals ik bij mijn moeder had ervaren mocht en kon bij mij ook veel. Mijn grenzen lagen ver uit elkaar waardoor de meisjes veel zelf mochten beslissen. Ik noemde dat toen vrijheid en ze verantwoordelijkheid aanleren. Pas heel veel jaren later begreep ik hoe die verantwoordelijkheid voor het oudste meisje toen veel teveel was. En ik had het met de beste bedoelingen en mijn onvoorwaardelijke liefde gedaan. Ik geloof dat ze dat wel heeft begrepen toen we er, nog weer wat later, een keer over spraken.
Wanneer je kinderen groot zijn, en zelf gezinnen hebben gekregen, dan weet je pas hoe je opvoeding heeft uitgepakt. Net als andere gezinnen zijn wij hobbels en bobbels op ons pad tegengekomen en gelukkig hebben we die samen kunnen nemen. Met het gezin dichtbij ons en het gezin dat veraf woont hebben we wekelijks contact en ik zie ze zelfs allemaal om de andere week. De gezinnen hebben hun eigen leven en ieder een modus die wonderlijk van elkaar verschilt. En beiden zijn prima. Ook bij hen zie ik de onvoorwaardelijke liefde onderling. Betekent dat dat er nooit eens onenigheid is? Jawel hoor, al zullen wij niet snel iets ruzie noemen.
Misschien lukt het niet altijd met die ‘onvoorwaardelijke liefde’ maar het lijkt me niet verkeerd wanneer het tussen geliefden wel het uitgangspunt is.
Normaal
Een agent die vertelt dat hij van bijna elke dienst wel thuiskomt met ergens een schaafplek of een blauwe plek vanwege geweld dat hij heeft ondergaan tijdens het uitvoeren van zijn werk. Hulpverleners die hun werk niet kunnen doen zonder dat er agenten worden opgeroepen om hen, terwijl ze die hulp willen en moeten verlenen, te beschermen.
Ik heb een hekel aan het woord normaal omdat wij, over het algemeen, niet voor een ander kunnen bepalen wat normaal is. Toch kan ik dit soort berichten niet normaal vinden. Agenten en hulpverleners moeten gewoon hun werk kunnen doen. Zonder dat ze belaagd worden door onverlaten die ze naar het leven staan. Om het woord dan maar goed te gebruiken, dat zou normaal moeten zijn.
Ooit lagen deze onverlaten allemaal als een hulpeloos, onschuldig baby’tje in een wieg. Ze zullen allemaal zijn opgevoed naar het beste inzicht en met liefde van hun ouders. En toch …, toch doen ze nu dit.
Het kan natuurlijk zijn dat ze onder invloed van drank en/of drugs zijn geweest. Dan zijn ze zich er, op het moment dat het gebeurde, niet van bewust geweest. Noemen ze dat dan ‘ontoerekeningsvatbaar’? Maar ze hebben het wel gedaan en de slachtoffers zijn wel slachtoffer en vaak voor het leven getekend. Misschien niet zichtbaar maar onzichtbaar is wellicht nog veel erger, dat heelt niet zo gemakkelijk. Of misschien deden ze het ‘om mee te doen met de groep’ en zouden ze het alleen nooit gedaan hebben. Dat kan. Maar ook dan, hebben ze het wel gedaan.
We kunnen uit het verleden niets veranderen, helaas, maar we kunnen nog steeds invloed hebben op de toekomst. We kunnen kijken naar onze eigen jonge kinderen en met hen hierover in gesprek gaan. We kunnen met ze praten over wat zij in zo’n situatie zouden doen. Niemand moet de held uithangen, ook daar hebben we al veel voorbeelden van gezien die niet goed zijn afgelopen. Maar we moeten de juiste keuze maken. Een foto maken en op Facebook zetten? Of hulpdiensten bellen en verder doen wat we, onze veiligheid in acht nemend, kunnen doen. We hebben een keuze.
We kunnen onze kinderen sterk maken door ze te laten weten dat ze goed zijn zoals ze zijn. Door ze het onderscheid te leren tussen de wereld waarin de mensen, met filters en halve waarheden, proberen er zo goed mogelijk uit te zien en te komen. En de echte wereld waarin je accepteert dat er verschillen zijn en dat dat mag. Door (als je het echt wilt) drank en drugs te gebruiken waar ze voor bedoeld zijn, genot, en niet omdat je er niet meer zonder kunt. Onze kinderen doen wat wij doen. Wij zijn hun rolmodel. Wij moeten ze laten zien wat voor maatschappij we met elkaar willen zijn. Om nog een keer het woord te gebruiken: dat zou normaal zijn.
Nog een keer, opvoeden
Op LinkedIn lees ik een artikel over kinderen die gepamperd worden en in een ander artikel lees ik dat tegenwoordig ouders vooral willen dat het leven voor hun kind ‘leuk’ is. Dat is van deze ouders lief dit voor hun kind te willen. Het heeft dus met liefde te maken. Echter, als ik het artikel goed begrijp willen deze ouders dat het leven voor hun kind ‘altijd leuk’ is … en dat kan niet. Zo zit het leven niet in elkaar. Het leven is voor ouders ook niet altijd leuk.
Het is goed als kinderen leren dat het leven bestaat uit leuke en niet leuke gebeurtenissen. Het leven is niet altijd ‘eerlijk’ en niet alles kan en hoeft op een weegschaal. Kinderen moeten niet alleen het lopen maar ook het leven leren met vallen en opstaan. Dat is ook een onderdeel van opvoeden. Je kind laten ervaren dat dingen soms lukken en soms niet. Dat ze soms krijgen wat ze willen … en soms niet.
Bedenk altijd dat je hun pappa of mamma bent en geen vriend of vriendin. Daarom vind ik een vader of moederwoord zo goed voor een kind en dat ze je als ouder niet bij je naam noemen. Je hebt maar één pappa of mamma en die heeft naar jou toe een taak en verplichting die enorm groot is. Hij en/of zij moet je belangrijkste rolmodel zijn. Degene die, als je jong bent, voor jou bepaalt wat goed voor je is en wat hij jou leert dat ‘gewoon’ voor jullie is.
Wat in jullie gezin als ‘gewoon’ kan worden beschouwd maak je met elkaar uit. Eet je altijd aan tafel dan wordt dat een gewoonte. Mag iedereen tien minuten doezelen voordat je opstaat nadat je gewekt bent of je wekker is afgegaan? Prima, maak dat een gewoonte. Zeg je thuis geen lelijke woorden? Dat communiceert prettig. Doe je gewoon wat de ander vraagt? Dat is heel prettig, dan zal de ander ook doen wat jij vraagt en je ouders of opvoeders zullen dat goede voorbeeld moeten geven zodat jullie dat kunnen opvolgen.
Zie je, het is heel simpel en bij een goede communicatie is ook ruimte voor onderhandeling als het redelijk is. Dat is ook iets dat de volwassenen samen bepalen, wat is redelijk, wat willen we voor onze kinderen.
Ouders zijn, opvoeden is een heel leuke en dankbare taak die wel heel groot is en daarom heb je elkaar daarbij nodig. Hier komt weer het gezegde of de spreuk ‘It takes a village to raise a child’ in beeld. Hier is ook het belang van ‘openstaan voor ideeën’. Je hoeft het niet alleen te doen, je moet wel je gezonde verstand gebruiken want zo belangrijk is opvoeden.
Opvoeden
Kinderen krijgen gaat vaak vanzelf. Samen bepaal je dat je het wilt en dan ga je er voor. Je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben en niemand zal je interviewen om te kijken of je het aankunt. Gelukkig wordt het proces wel goed begeleid wanneer de baby eenmaal ‘in de maak’ is. De verloskundige staat je bij.
Opvoeden gaat zeker niet vanzelf. We horen weleens verkondigen: houden van is een werkwoord, en dat geldt ook voor opvoeden. Ze horen ook bij elkaar, die twee werkwoorden. Als je houdt van degene met wie je je kind opvoedt dan is opvoeden al twee keer zo licht dan dat het anders zou zijn. En als je dan ook nog kunt communiceren zoals voor jullie alle drie (of meer wanneer er meer mensen bij betrokken zijn) goed is, gaat het zeker lukken.
Nu komt het volgende, want wat is dan goed? Goed is maar een woord. Hoe je goed opvoedt, daar moet je samen over communiceren. Wat wil je voor je kind? Wat voor ouder wil je zijn? Wiens belang gaat voor? Sta je open voor ideeën? Wat hadden jullie in gedachten voordat de baby er was.
Moeilijk hè? Of toch niet? Elke baby, elk mensenkind heeft liefde nodig. Echte liefde. Liefde die uit betrokkenheid en genegenheid wordt gegeven. Hoe dat eruit ziet is aan zijn ouders, zijn opvoeders. Hoe betrokken ben je bij je kind? Genoeg om zijn babysignaaltjes te herkennen? Genoeg om te weten waar hij van houdt en waar hij een absolute hekel aan heeft? Genoeg om hem aan jou te laten hechten? Genoeg om met jou te leren communiceren? En is zijn andere ouder ook genoeg bij hem betrokken? En hoe zijn jullie samen? Betrokken?
Ja, een baby heeft ook eten nodig en een goede slaapplek en genoeg kleren en luiers en speelgoed en een wagentje om in gereden te worden. Maar een kind heeft niet nodig: het nieuwste van het nieuwste en het mooiste van het mooiste. Hoe mooi dit ook staat op Facebook of Instagram, of welk ander medium ook.
Een kind heeft vooral jullie nodig. Jullie liefde, aandacht en betrokkenheid zodat je elkaar goed leert kennen en dan leert hij je wel hoe je hem goed moet opvoeden.