Waar verloren we elkaar?

Cal en Emily krijgen op hun 17de dochter Hannah en na hun 30ste, wanneer ze echt volwassen zijn, nog een zoon en een dochter. Ze houden van elkaar maar er knaagt iets. Emily gaat vreemd en wil scheiden, Cal vertrekt meteen. In een bar ontmoet hij een jongeman die hem bewust maakt van de ietwat slonzige manier waarop hij door het leven gaat en, nadat hij hem een soort make over heeft gegeven,  hem kennis laat maken met wat ‘loslopende’ dames. Bij een bezoek dat ze samen doen aan de school van hun zoon bekennen Cal en Emily elkaar schoorvoetend dat ze elkaar missen.

Met Cal en Emily in de mooie film Crazy, Stupid, Love, komt het goed. Het gezin blijft bij elkaar en ieder heeft iets uit de moeilijke, gelukkig korte, periode geleerd. Een zinnetje uit de film bleef bij mij hangen. Emily vraagt Cal: ‘When did we stop being ‘us’?

Voor mij staat in deze zin het ‘us’ voor het samenzijn van twee mensen. Je hoeft niet alles samen te doen maar een vorm van ‘samenzijn’ is in een relatie wel wenselijk. Wanneer je ieder je eigen gang gaat en langzamerhand steeds minder elkaars leven gaat delen dan verlies je dat samenzijn. Wanneer dan je ex-geliefde met een ander is en je vraagt je af: ‘Waarom kan hij nu wel zo zijn, zo doen, zo praten?’ dan heeft hij blijkbaar met die ander dat samenzijn dat jullie samen ergens zijn verloren. En soms vraag je je dan, te laat, af of dat wel nodig was geweest.

Ik ben er altijd alert op geweest en misschien heeft dat, voor mijn liefste, wel eens wat beperkend gevoeld. Ik heb hem ook eens gezegd dat ik bang was ons huwelijk te verliezen aan ‘iets dat niets voorstelt’. Dat heb ik mensen wel eens horen zeggen of las het ergens: ‘Het stelde niets voor,’ en dan was wel de relatie over of verstoord. Tegelijk heb ik me ook altijd gerealiseerd dat, wat er ook gebeurt iemand altijd meer is dan die ene gebeurtenis. En dat er gelukkig mensen zijn die hebben kunnen vergeven en daarmee hun huwelijk en gezin konden redden, zoals Cal en Emily.

Wanneer je relatie niet goed voelt en je daar wat ongerust over bent kan de vraag: ‘Zijn we goed samen?’ een goede opening zijn voor een mooi gesprek.

Mijn kleinste, grote jongen

Oh mijn jongetje toch. Stel dat we jou niet gehad hadden, wat hadden we dan enorm veel gemist. Alleen al het feit dat jij mij laat zien hoe mijn eigen kleinste meisje eruit had gezien als zij van het andere geslacht was geweest. Daarvoor krijgen, denk ik, niet veel mensen de kans.

Na al die Coronamaanden heb ik vandaag weer een keer op je gepast. Ik was wel klaar met dat niet meer oppassen op jou en je broer. Ik werd verwelkomd met een straaltje water die jij vanaf jullie balkon uit je waterpistooltje schoot.

Je wilde meteen naar de speeltuin om daar ook met een waterpompje te schieten en daarvoor kregen we van je mamma een bakje mee (met deksel) met daarin een laagje water. ‘Maar liefje, daar is toch een kraan in die speeltuin?’ vroeg ik. ‘Ja,’ antwoordde zij, ‘maar we hoeven dit water toch niet weg te gooien?’ Tegen zoveel logica kon ik niet op. In de speeltuin bleek het ook wel handig te zijn, dat bakje, omdat ik nu niet iedere keer naar de kraan hoefde te lopen.

De hele dag klets jij aan één stuk door en ik vind het zo aandoenlijk hoe jij probeert de woorden helemaal goed uit te spreken. Wat je bedoelt met ‘milonade’ is mij volkomen duidelijk en als ik herhaal met: ‘Oh, hebben jullie limonade?’ zie ik aan je koppie dat je iets opmerkt wat je nog niet helemaal begrijpt.

In de HEMA ontdek jij allemaal mooie en leuke dingen die je gaat kopen ‘als je net zo groot als oma bent’. En ik denk: ‘Nee, dat doe je dan niet,’ maar ik snap wel dat je dat nu graag zou willen. Wanneer je iets mag uitzoeken wijs je een groot doosje met stempeltjes aan. Een kleinere variant ligt ernaast en ik zeg: ‘Zullen we deze doen. Die zijn toch ook mooi?’ Je laat de twee doosjes node omruilen en zegt: ‘Als ik net zo groot ben als oma, dan koop ik die grote,’ en ik denk: ‘Flauw hoor oma, voor die ene euro kun je hem toch ook die grotere geven,’ ‘Okay,’ zeg ik, ‘pak die grote maar en dan is die voor jullie samen,’ Met een gelukzalige glimlach ruil je ze om en zegt: ‘Ja, voor ons allebei,’

Later in de speeltuin vertel je aan de moeder van een vriendje dat je pappa een nieuwe motor heeft gekocht. Aan mij vraagt ze: ‘Heeft hun pappa een motor gekocht of is het misschien een scooter,’ ‘Nee, ‘ zeg ik, ‘het is een nieuwe motor voor onze boot,’ Dat was ook wel wat veel voor jou om uit te leggen. En jij had het helemaal goed gezegd.

Ik had juist gedacht dat het laatste jaar op jouw passen was ingegaan toen de Coronacrisis de boel kwam verstoren en ik maanden niet bij jullie mocht oppassen. Nu gaat het om de laatste maanden en ik ben blij dat we het weer hebben opgepakt. Je wordt al zo groot mijn jongetje, van ‘klein’ kunnen we straks helemaal niet meer spreken. En ook als jij naar school gaat kom ik om de andere week naar jullie toe om in ieder geval nog een paar uur op die dagen bij jullie te zijn.

Zorg versus geld

Toen ons oudste meisje werd geboren spraken wij, haar ouders, samen af dat ik thuis bleef om voor ons en ons huishouden te zorgen. Mijn man bleef fulltime werken om de kosten te kunnen betalen van ons gezin en ons huishouden. We kregen van mij zorg en we kregen van hem geld. ‘Mijn’ zorg en ‘zijn’ geld waren evenveel waard.
Het lijkt op een ‘berekening’ zoals het hier staat, maar zo was het niet en dat kan ook niet. Want ik werd wel eens ziek. En dan zorgde mijn man, terwijl hij ook het geld bleef verdienen.
Toen ik later weer ging verdienen, kregen we meer geld en verder veranderde er niet veel. Mijn man ging niet opeens meer zorgen. Hij had dat sowieso gedaan wanneer het nodig was en verder deed ik het als voorheen. In onze taal heet dit ‘liefde’.
Toen we trouwden hebben we ook de belofte gedaan dat we voor elkaar zullen zorgen. ‘Till death do us part’. Dat was oorspronkelijk de opzet van een huwelijk. Ook voor ons was dat de opzet. Het moment waarop we trouwden was voor een belangrijk deel ingegeven door de baby die ik toen al bij mij droeg. Misschien was zij wel de grootste reden voor ons om dat met hart en ziel te voelen.
Mijn moeder is haar hele huwelijk financieel en emotioneel afhankelijk geweest van mijn vader en mijn vader emotioneel van mijn moeder. Ik weet niet wat zij zonder elkaar hadden gemoeten en wij zonder hen. Gelukkig zijn het nog twee op de drie huwelijken die goed gaan, toch nog de meerderheid. Ik zeg dit niet omdat het huwelijk heilig is, want dat is het niet. Ik zeg dit wel omdat een goed huwelijk, een goede relatie van onschatbare waarde is.
Met dit uitgangspunt is het niet erg wanneer één van de twee tijdelijk ‘niet financieel onafhankelijk’ is. In een relatie gaat het ook niet om één van de twee. In een relatie gaat het juist om samen. Samen deel je het geld en samen deel je de zorg. Niet op een weegschaal maar gewoon, zoals je samen goed vindt. Samen ben je ouders van je kinderen en samen draag je ook die verantwoordelijkheid.
Stoppen dus met ‘mijn geld’ en ‘jouw geld’. Je spreekt ook niet over ‘mijn zorg’ en ‘jouw zorg’. Wanneer je samen een gezin bent bepaal je samen wat er gekocht wordt en wat er gebeurt, ongeacht wie wat verdient of wie wat doet. Over het hoe hoeven we ook niet moeilijk te doen, ieder doet wat hij doet, op zijn eigen manier…MITS het ten goede komt aan het gezin. Aan het begin van dit alles staat de ‘liefdevolle communicatie’ en wanneer je dat niet beheerst is het tijd om mij te bellen.

Bubbel

Mijn man en ik zijn samen thuis. Net als heel veel andere mensen in deze vreemde tijd. Terwijl hij een digitaal overleg heeft in onze woonkamer hang ik buiten de was op het balkon. Het is nog pittig koud met een blauwe, beetje sluierachtige lucht. Het is stil om mij heen terwijl we te midden van tientallen eenpersoonseenheden wonen. Ook onze buren boven en onder ons hoor ik niet en achter ons huis is en blijft het schoolplein voorlopig leeg, net als de school.
Er hangt een vreemde, beetje serene sfeer om ons heen. Drie dagen geleden zijn wij, voorlopig voor het laatst, bij een echtpaar op bezoek geweest. Twee weken geleden had ik voor het laatste een zusje op bezoek, vorige week, voorlopig voor het laatst, andere familie. Ik kan niet naar Diemen reizen om op mijn kleinzoontjes te passen. Ze zijn beiden al een tijd verkouden en het is voor hun ouders een hele toer om ze op hun betrekkelijk kleine appartementje te helpen met het huiswerk van de oudste die net in groep 3 is begonnen. Tegelijk moet de jongste van 3 worden beziggehouden en moeten ze om de beurt hun eigen werk voor elkaar zien te krijgen. Zij zijn beiden zelfstandig ondernemer en gewend om van tijd tot tijd thuis te werken maar niet met steeds hun jongetjes om hen heen.
Elke dag krijgen wij updates, van de kleinste die op het balkon ‘gelucht wordt’, vader en zoon die de familie verschillende challenges sturen op een filmpje. Vader die 7 keer een toiletrol weet hoog te houden, zoontje die een minuut ‘plankt’ en op een ander filmpje de jongste die ondersteboven met zijn voeten tegen de muur staat.
Moeder weet zelfs op dat kleine oppervlak meer dan 6000 stappen te zetten door indoor bootcamp te doen, Just dance en alle stappen die een moeder sowieso de hele dag zet, waar ze ook is.
Gelukkig woont de andere familie dichtbij en komen de grote kleinkinderen (voorlopig) nog wel op hun oppasdag. Ze maken hun huiswerk en op verzoek van hun moeder geef ik ze een uurtje Engels. Heel leuk om even mijn oude vak op deze manier weer op te pakken. Voor de buitenlucht en beweging gaan ze met opa (voor oma) een speurtocht uitzetten en leven zich even uit op het verlaten schoolplein.
We leven allemaal een beetje in onze eigen bubbel en onverwacht komen we in een modus van ‘pas op de plaats en nadenken over het vervolg’.
Tegelijk zijn er de mensen die nu keihard werken om het virus de baas te worden en uit te bannen. De mensen die, waar ze kunnen, anderen om hun heen bijstaan. De ouders die opeens twee taken tegelijk moeten doen, hun werk en hun kinderen. Respect voor al deze mensen en hopen en bidden op een goede afloop.

Opvoeden, het belangrijkste werk dat er is

Via mijn autoradio hoor ik dames praten over het feit dat niet alleen Nederlandse vrouwen maar ook Nederlandse mannen in Europa het hoogst scoren op parttime werken. Het programma gaat over de Nederlandse economie. Het is niet de eerste keer dat ik hoor over dit parttime werken in Nederland en dat dat beschouwd wordt als een negatief gegeven.
Ik vraag me altijd af of de mensen die hier zo over spreken zelf kinderen hebben. Als ze kinderen hebben dan kunnen ze weten hoe complex en belangrijk het opvoeden, het grootbrengen van kinderen is. Dan kunnen ze weten hoe belangrijk het ‘goed voorleven’ van je kind is en dat je dat alleen kunt als je met je kinderen tijd doorbrengt.
In die zin vind ik het heel raar dat ‘kinderen grootbrengen’ niet geldelijk wordt beloond. Ten slotte brengen wij ouders de kinderen ook groot om ze later goed te kunnen laten functioneren in de maatschappij, waarvan wij allen afhankelijk zijn. Of het kind later een goede winkelmedewerker wordt of een goed politicus dat maakt niets uit. Als de politicus aan het einde van de werkdag zijn boodschappen wil (laten) doen, dan is daar een winkelmedewerker voor nodig om dat voor elkaar te krijgen.
Ik hoor dat vrouwen gemiddeld 27 uur per week werken en mannen gemiddeld 37 uur per week. Ik zou zeggen: ‘Doe ieder maximaal 24 uur per week.’ Samen maximaal 6 dagen dan heb je ook nog tijd om regelmatig samen door te brengen. Dat kan je relatie ten goede komen.
Dus wat mij betreft, ouders die ervoor kiezen om minder te gaan werken omdat je kinderen hebt gekregen: chapeau. U heeft de beste keuze gemaakt die er is.
Er zijn landen (in Scandinavië) waar ouders veel meer, en langer, betaald ouderschapsverlof krijgen dan hier in Nederland. Dat is ook een optie, of eigenlijk is dat hetzelfde als wat de ouders die hier parttime werken doen. Alleen betalen zij het zelf. Dus nogmaals: chapeau!

Lief zusje in de hemel

Vanmiddag ging ik even uit school om een kaartje te kopen voor kleine, bijna jarige Famke. Ik liep richting winkelcentrum Van Lenneplaan en toen ik over de ‘brug over de vijver’ liep realiseerde ik me hoe vaak ik daar gelopen had en hoe lang ik er niet was geweest.
Toen Jennifer (je kleine dochtertje die slechts vier jaar is geworden) was overleden, heb ik een van haar taakjes overgenomen. Elke vrijdagmiddag fietste ik naar mammie om vandaaruit samen met jou de boodschappen voor pappie en mammie en jullie te doen. Toen pappie en oom Toto de lotto deden gingen we dan naar de Primera (heet het wel zo?) om daar, ja wat eigenlijk, nieuwe biljetten te kopen, een enkele keer een klein prijsje in ontvangst te nemen? Jij deed altijd een soort abacadabra waar ik nooit iets van begreep.
We hebben dit samengaan op vrijdagmiddag heel lang gedaan. Jennifer overleed in 2001 en ook met Davy heb ik het nog lang volgehouden. Tot hij anderhalf of twee was en elke week ziek nadat hij bij ons was geweest omdat het voor hem te zwaar was. Met slecht weer achterop mijn fiets, dan in de winkelkar, dan weer achterop mijn fiets (nog steeds slecht weer), wij lopen naar pappie en mammie die inmiddels een stuk verder van de winkel woonden. Ik wist hoe fijn je het vond als ik met Davy kwam, maar toen ik moest kiezen tussen hem en jou koos ik toch voor mijn kleine Davy, met pijn in mijn hart om jou.
Je zei het nog vaak tegen me Riët, hoe je dat soms ‘toch wel’ miste, en je schreef het ook in ons boekje toen we hier iets samen vierden met familie. Jij was een van de weinigen die altijd spontaan in mijn boekje schreef. Je kwam altijd en je kwam graag. Met Pieter, als we wat te vieren hadden. En toen ik een keer ziek op bed lag kwam je, met een bakje huzarensalade van mammie.
Toen jij ziek op bed lag kwam ik ook, alleen was de aard van jouw ziekte heel anders. In het begin nam ik ook dingen mee om te eten, voor ons en voor Pieter. Toen zeiden jullie een keer: ‘Nee, hoeft niet,’ en op het laatst nam ik niets meer mee. Ik kwam elke week bij je zitten en we dronken koffie. Jij vertelde me dat onze tekenleraar de broer was van Rutger Kopland (toen deze dichter was overleden), en ik zei: ‘Oh ja, Hoofdakker, Kopland,’ En je liet me je roze gedichten map zien toen ik voor jou een gedichtenboekje had gemaakt. We spraken over Loes, onze juf Duits waar wij, samen met Remco zo dol op waren. We spraken over boeken, die jij of ik hadden gelezen. We spraken nog best wel veel tot jij steeds meer pijn kreeg.
We spraken nooit over jou, hoe jij je voelde, of hoe ik me voelde. Hoe het verder zou gaan, want ik durfde dat niet. Ik kon ook niet geloven dat het echt zo zou aflopen, zelfs niet op de laatste dag dat ik je zag. Toen lag je stilletjes in bed, met je ogen dicht. Je handen onrustig bewegend. Met mijn hoofd dicht bij de jouwe zei ik dat we tien dagen weggingen en dat ik direct weer naar je terug zou komen als we weer thuis waren. Jij glimlachte heel even, maar hield je ogen dicht.
Na al die tijd was de winkel nog dezelfde en toch anders nu jij niet bij de kassa stond je lotto ding voor pappie te doen. Ik heb er de hele dag aan gedacht maar nu realiseer ik me pas dat ik je daar meer dan ooit heb gevoeld.
Lief zusje, na al die tijd, wat fijn dat je daar bij mij was en alleen daarom, om jou zal ik juist naar die winkel gaan voor een blaadje, of een kaartje of een klein cadeautje voor op je graf. Groet onze pappie en mammie en kleine Jennifer. Het blijft onze troost dat jullie daar nu samen zijn.
Heel veel liefs, van je zus.

Opvoeden

Kinderen krijgen gaat vaak vanzelf. Samen bepaal je dat je het wilt en dan ga je er voor. Je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben en niemand zal je interviewen om te kijken of je het aankunt. Gelukkig wordt het proces wel goed begeleid wanneer de baby eenmaal ‘in de maak’ is. De verloskundige staat je bij.
Opvoeden gaat zeker niet vanzelf. We horen weleens verkondigen: houden van is een werkwoord, en dat geldt ook voor opvoeden. Ze horen ook bij elkaar, die twee werkwoorden. Als je houdt van degene met wie je je kind opvoedt dan is opvoeden al twee keer zo licht dan dat het anders zou zijn. En als je dan ook nog kunt communiceren zoals voor jullie alle drie (of meer wanneer er meer mensen bij betrokken zijn) goed is, gaat het zeker lukken.
Nu komt het volgende, want wat is dan goed? Goed is maar een woord. Hoe je goed opvoedt, daar moet je samen over communiceren. Wat wil je voor je kind? Wat voor ouder wil je zijn? Wiens belang gaat voor? Sta je open voor ideeën? Wat hadden jullie in gedachten voordat de baby er was.
Moeilijk hè? Of toch niet? Elke baby, elk mensenkind heeft liefde nodig. Echte liefde. Liefde die uit betrokkenheid en genegenheid wordt gegeven. Hoe dat eruit ziet is aan zijn ouders, zijn opvoeders. Hoe betrokken ben je bij je kind? Genoeg om zijn babysignaaltjes te herkennen? Genoeg om te weten waar hij van houdt en waar hij een absolute hekel aan heeft? Genoeg om hem aan jou te laten hechten? Genoeg om met jou te leren communiceren? En is zijn andere ouder ook genoeg bij hem betrokken? En hoe zijn jullie samen? Betrokken?
Ja, een baby heeft ook eten nodig en een goede slaapplek en genoeg kleren en luiers en speelgoed en een wagentje om in gereden te worden. Maar een kind heeft niet nodig: het nieuwste van het nieuwste en het mooiste van het mooiste. Hoe mooi dit ook staat op Facebook of Instagram, of welk ander medium ook.
Een kind heeft vooral jullie nodig. Jullie liefde, aandacht en betrokkenheid zodat je elkaar goed leert kennen en dan leert hij je wel hoe je hem goed moet opvoeden.

Waar zoek je naar?

Een aantal jaren geleden hoorde ik een collega (ik was nog docent op een ROC) verzuchtten: ‘Ik vind het helemaal niet meer leuk. We waren gisteren alle vijf thuis en we zaten allemaal op onze eigen laptop, IPad of telefoon iets anders te doen. Ik dacht: we zijn wel samen, maar niet echt,’. Ik weet niet meer of ik daar toen iets op heb gezegd.
Onlangs hoorde ik een dame zich soortgelijk uitlaten. Zij zou graag met haar man een keer samen een film willen zien. Ik zei: ‘Nou, dan doen jullie dat toch,’. Zo simpel lag het niet. Ze wilden best allebei een film zien, maar hadden wat films betreft blijkbaar een heel uiteenlopende smaak. Haar man gaf aan graag een keer eens met haar te willen Trivianten, maar daar had zij helemaal geen zin in: ‘Ach,’ verzuchtte ze, ‘al die vragen,’.
Het gaat natuurlijk niet om de laptops, IPads, telefoons, films of spelletjes, het gaat om onze relaties. Hoe willen we een gezin zijn, hoe willen we een (echt)paar zijn. Het is voor mij niet moeilijk, als je wilt dat je gezin ‘echt samen’ is dan zorg je daarvoor. Je kunt afspreken hoe je met al die apparaten omgaat. Samen bepalen wanneer de kinderen op hun apparaat mogen. En je begint bij jezelf. Hoe vaak zit je op je laptop of telefoon? Kinderen doen wat jij doet. Dus bepaal samen, als ouders, hoe je dat wilt. En houd rekening met je eigen gedrag.
In plaats van de tijd die je ieder op je apparaat zit kun je dan echt samen iets doen. Elkaar beter leren kennen bijvoorbeeld. Neem eens de tijd om elkaar te vertellen hoe je je voelt of wat je bezighoudt. Dat kan in het begin ongemakkelijk voelen maar het is heel prettig als je eraan gewend bent. Wie weet wat de kinderen je te vertellen hebben wanneer je echt naar ze luistert.
We zoeken al heel lang naar geluk en bevrediging in dingen die helemaal geen geluk en bevrediging geven. We kunnen steeds meer hebben en we kunnen steeds meer weten … en we raken elkaar steeds meer kwijt. Willen we dat? Ik geloof het niet.
We lijken op de jonge schaapherder, Santiago uit de Alchemist, die van Andalusië reist naar Egypte om daar een schat te zoeken terwijl hij die al die tijd al had.
Kom vandaag eens thuis en kijk bewust naar wat je hebt en vooral, wie je hebt, en koester elkaar. Geef je kinderen en elkaar iets van onschatbare waarde wat met geen geld te betalen is … aandacht en oprechte belangstelling. En als je allebei iets anders wilt, doe het dan allebei, samen. Eerst doe je het voor de ander, en als je het volhoudt, uiteindelijk, ook voor jezelf.

Tsja, het is maar hoe je het bekijkt

“Wanneer een vrouw die gestudeerd heeft ervoor kiest om fulltime moeder te worden dan is dat kapitaalvernietiging.” “Mijn kinderen hebben het prima naar hun zin op de crèche (de hele week).” En dan deze: “Ik heb een dag per week ‘pappadag’.” Zijn de rest van de dagen dan mammadagen?
Wat is eigenlijk een opvoeding waarbij kinderen bij hun ouders, met hulp van ‘the village you need to raise a child’, opgroeien tot stabiele volwassenen die voor zichzelf en hun gezin kunnen zorgen, in euro’s waard? Of laat ik het omdraaien, wat kosten de kinderen die, door scheiding van hun ouders, of ouders die wel bij elkaar zijn maar vooral voor zichzelf hebben geleefd, niet goed voor zichzelf kunnen zorgen? Lastige kwestie.
Ik praat met een cursist over het belang van de zorg van ouders voor hun kinderen. De zorg van de eigen ouders. ‘Als een vrouw alleen maar voor haar kinderen heeft gezorgd en ze gaan scheiden dan kan zij niet voor zichzelf zorgen,’ zegt hij en ik denk: ‘Is dat waar?’ Hij is niet de eerste die ik het hoor zeggen maar ik geloof het niet per se. Ik heb ook gelezen dat iemand het “teren op de zak van je man” noemde en dan stel ik weer de vraag: ‘Wat is een thuis waar een kind door zijn eigen ouders wordt verzorgd en grootgebracht eigenlijk waard in euro’s?’
Het maakt daarbij niet uit wie vaker thuis is om voor de kinderen te zorgen, de ene of de andere ouder. Of de een volledig werkt en de ander volledig thuis is of dat je allebei een aantal dagen werkt en je kind één of twee dagen naar de opvang gaat en/of oma een dag komt oppassen. Maar het grootste deel van zijn leven is een kind dan bij zijn ouders thuis en onder hun verantwoordelijkheid. En dat lijkt mij geen verkeerde plek en omstandigheid.
Laten we juist de ouders koesteren die ervoor kiezen samen voor hun kinderen te zorgen. Zij kiezen voor minder geld voor zichzelf en laten we dat geen “kapitaalvernietiging” noemen. En laten we ook niet zeggen dat “de één teert op de zak van de ander” want dat hebben ze waarschijnlijk samen besloten. De zorg van de één is net zoveel waard als de baan van de ander. En omdat de baan wel wordt betaald en de zorg niet, kiezen zij samen ook voor minder geld. Hun kinderen zullen hen er dankbaar voor zijn. En laten we helemaal stoppen met dat rare “pappadag”. Pappa zorgt die dag of dagen voor de kinderen en dat is goed voor pappa en voor de kinderen. En als het goed is zorgt hij (net als mamma op de andere dagen) ook voor het huishouden.
Is hij dan een superpappa? Nee hoor, hij is gewoon een pappa die samen met mamma zorgt voor de kinderen en het huishouden, waar ze ook samen voor gekozen hebben. Ja, zo kun je het ook bekijken.