Ken je dit: je hebt ontzettend haast en je kind schiet maar niet op. Sterker nog, hoe harder je hem maant om op te schieten hoe langzamer hij lijkt te bewegen, niet te luisteren of zelfs van je weg te lopen. Ik heb het helaas vroeger heel vaak gedaan omdat ik nogal eens haast had vanwege mijn eigen treuzelende gedrag. Als mijn kind dan ook nog eens hetzelfde deed raakte ik daar behoorlijk gestrest van.
In het artikel ‘Waarom je kind vertraagt als jij haast hebt’ in Psychologie Magazine nummer 13 van 2018 legt psycholoog en bestsellerauteur Isabelle Filliozat uit dat ‘je kind verstart (hij komt in een freeze-toestand)’ wanneer hij bij jou enorme stress ervaart.
Ik citeer uit het artikel ‘Symptomen bij je kind kunnen zijn: trager bewegen, een lagere spierspanning, een langzamer hartslag, maar ook hyperalertheid en toenemende angstgevoelens, die je kind kan proberen te bedwingen door te gaan spelen of naar je te glimlachen. Dat doet hij dus niet uit brutaliteit, hij probeert zo -grotendeels automatisch- de stress te reguleren. Einde citaat.
Filliozat raadt ons vervolgens aan het omgekeerde te doen van wat een tot wanhoop gedreven ouder het liefst zou doen, namelijk ‘met een glimlach, een aai of een grapje je kind mentale en lichamelijke ontspanning bezorgen’. Omdat hij zo beter in staat zal zijn te doen, wat jij van hem wilt.
Wanneer jij, omwille van je kind, op deze manier kunt reageren zal bij jou de stress direct afnemen. Probeer maar eens oprecht te glimlachen, je kind over de bol te aaien of een grapje te maken en tegelijk gestrest te blijven. Dat lukt echt niet.
Ik vond dit artikel nogal een eyeopener. Ik denk dat menig ouder wel eens een verkeerde conclusie trekt bij het gedrag van zijn kind.
Famke
Zij werd in een razende vaart geboren. Net als haar moeder, 26 jaar daarvoor. Ze kondigde zich in de vroege ochtend aan en we haalden haar bijna twee jaar oude broertje naar ons huis. En we gingen weer naar bed, want het was nog best vroeg. Slapen deed ik niet. Ik vond het weer heel spannend. De uren kropen voorbij en we wachtten. Op het verlossende woord, dat het kindje was geboren en dat alles in orde was.
Het telefoontje kwam om half negen. Ons kind vond dat een goede tijd om ons te laten weten dat, vlak nadat wij thuis waren aangekomen met haar kleine jongetje, zijn zusje was geboren. Ze had ons niet willen wakker maken …
Famke was een wolk van een baby, met al lang haar. Bij de echo hadden ze tegen haar ouders gezegd dat ze de haarelastieken wel vast mochten kopen. Het was een vooruitziende blik, we hebben ze elke dag nodig.
Ze huilde veel en helaas werd dat niet minder. Het huilen werd steeds meer krijsen en wanneer ik er ook maar was, of haar mamma aan de telefoon had, altijd hoorde ik ons krijsende kindje. Het was om wanhopig van te worden. Ze gingen naar het consultatiebureau en ze gingen naar de dokter. Ons meisje werd bevoeld en bekeken en, nee, ze konden er niets vreemds aan zien. Ze had ondertussen bijna geen geluid meer, wat was overgebleven was een zacht schor stemmetje.
Gelukkig kwamen ze op enig moment bij een ‘bottenkraker’ terecht en deze meneer constateerde dat ze een beentje uit de kom had. En hij kon hem er, zacht masserend, ook weer inkrijgen. Wat een geluk voor Famke en een opluchting voor ons. Hoeveel pijn ze eraan gehad heeft zullen we nooit weten, maar ze veranderde op slag in een blij en stralend baby’tje. Volgens mij zegt dat wel wat.
Ze is hard op weg een groot meisje te worden. Een meisje die in veel gevallen ‘haar mannetje staat’. Gelukkig, want Famke groeit op in een door mannen en jongens gedomineerde omgeving. Aardige mannen en jongens, maar toch, jongens en we kennen toch allemaal het spreekwoord ‘boys will be boys’. En ze staat er ook niet alleen voor, want mamma of oma is nog altijd in de buurt.
Ik schreef al eerder een blog over Famke en haar creatieve geest. Ze was toen pas vier en we wisten nog niet hoe mooi ze al jong zou gaan tekenen. En knutselen. Ik ben benieuwd wat zij uiteindelijk zal doen, later, als ze groot is. Ik hou heel veel van haar en één ding weet ik zeker, Famke … die komt er wel.
Het beste voor je kind.
De afgelopen twee en een half jaar heb ik twee relaties, die verkeerden in een scheidingsproces, van dichtbij meegemaakt. Wat ze met elkaar delen, de ouders en hun partners en de kinderen, is de pijn en ontreddering die daarmee gepaard gaat. In beide gevallen is een van de echtelieden verliefd geworden op een persoon buiten de relatie en heeft na een innerlijke strijd besloten het gezin op te breken. Zo’n besluit is voor alle betrokkenen moeilijk en beschadigt iedereen, vooral de kinderen. Zij zijn de enige die geen stem hebben in het geheel en moeten accepteren wat er gebeurt.
Ook de ‘verlaten partners’ hebben geen stem in het besluit van hun ex het gezin op te breken. Hopelijk zullen ze het op een dag accepteren en misschien kunnen ze het op enig moment zelfs begrijpen. Zij hebben deel gehad aan de opgebroken relatie en hebben daar een aandeel in gehad.
Voor beide gezinnen is het de moeilijke start geweest van een leven waar niet ieder voor heeft gekozen en het verlies van het ‘eigen gezin’. Voor beide ex-echtelieden begint het proces van ‘van elkaar los komen’ en ‘afspraken maken over: hoe gaan we verder’. Hiervoor wordt een mediator ingezet en er zijn instanties die de mensen kunnen bijstaan.
Het ene gezin regelt de zorg op een 50/50 basis. Beiden hebben de kinderen een helft van de week. Met vakanties wordt overlegd wat de plannen zijn en daarnaar wordt het ‘verblijven van de kinderen’ aangepast. Financieel worden de nodige regelingen getroffen. De betrokkenen hebben er geen moeite mee, de scheiding wordt vlot geregeld.
De kinderen, leren nog tijdens het scheidingsproces de nieuwe partner van hun ouder kennen. Natuurlijk gaat dat niet zonder problemen. Het kost tijd en kinderen hebben ruimte en een goede communicatie van hun ouders nodig om te begrijpen en accepteren hoe hun nieuwe leven vorm krijgt. Misschien zijn ze gefrustreerd en misschien stellen ze veel vragen. Ze hebben dit nodig om te bepalen wat in hun nieuwe leven ieders rol is. Ze moeten leren dat ze van alle betrokkenen mogen (blijven) houden en ervan overtuigd zijn of worden dat zij geen aandeel hebben in het proces. Dat pappa en mamma van elkaar en niet van hen zijn gescheiden.
Het andere gezin heeft moeite met het regelen van de zorg en de financiën. Zij willen het graag op een ‘eerlijke’ manier verdeeld zien. Er worden voorstellen en tegenvoorstellen gedaan. Knopen zijn vooralsnog niet doorgehakt. Misschien heeft het ermee te maken dat het moeilijk is te bepalen wat ‘eerlijk’ is. Wat het in ieder geval doet is frustreren aan beide kanten.
Het ene gezin is een samengesteld gezin geworden en woont sinds een paar maanden samen in een nieuw huis. Er zijn dagen dat er vier kinderen wonen, en dagen dat er twee wonen, en een dag in de week wonen ze er alle vijf. Ze beginnen aan elkaar te wennen en zoeken naar een modus om op de prettigste manier met elkaar samen te leven. Ze wagen zich dit jaar zelfs aan een nieuw huwelijk en alle kinderen hebben naar hun ouder uitgesproken dat ze daar, de oudere kinderen vooral voor hun ouder, blij mee zijn.
Het andere gezin zit nog midden in het scheidingsproces. Samenwonen met de kinderen is een droom die vooralsnog niet realiseerbaar is. Ook deze betrokkenen doen hun best om de scheiding rond te krijgen en toch lukt het nog niet.
We willen allemaal het beste voor ons kind, ook in een scheidingssituatie … en hoe krijgen we dat nou voor elkaar.
Als baby’s konden praten.
Hij wordt wakker uit zijn slaapje en knippert met zijn oogjes. Hij is nog niet gewend aan al die ‘dingen’ om hem heen. Dan voelt hij zijn maagje knorren en zonder woorden weet hij dat hij moet eten, om zijn maagje weer ‘goed’ te krijgen. “Mamma, mamma, waar ben je? Ik moet eten mamma,” Hij krijgt zijn melk en moet tussendoor een boertje laten. En als hij klaar is dan stopt hij met drinken.
Daarna wil hij verschoond worden en een keer per dag in een lekker warm badje. “Ja, lekker mamma,” zou hij zeggen wanneer mamma steeds een beetje warm water over zijn lijfje sprenkelt terwijl ze hem met haar ander arm ondersteunt. “Lekker een beetje dobberen, net als vroeger,”
“Hè bah,” denkt hij nadat mamma hem zachtjes in een handdoek heeft droog gewreven, “moet ik die dingen weer aan,” en hij luistert naar mamma’s stem die hem rustig vertelt dat ze hem kleertjes aandoet omdat het anders veel te koud voor hem zou zijn. Ze loopt een beetje met hem rond en hij vind dat heerlijk. Mamma vertelt ondertussen van alles. Dat ze nu samen in dit huis wonen en dat mamma even uitrust als hij straks weer in zijn bedje ligt. Dat pappa nu ‘op zijn werk is’ en dat mamma dat straks ook weer gaat doen, als hij wat groter geworden is. En dat er hele lieve mensen voor hem zorgen als pappa en mamma er niet zijn.
Ondertussen wordt baby alweer een beetje moe. Hij gaapt een keer en zijn handje gaat naar zijn oogjes die hij ook een beetje dichtknijpt. “Ik wil wel slapen, mamma,” zegt hij en als mamma hem in zijn bedje legt lukt het toch niet direct. Daarom jengelt hij een beetje. Gelukkig heeft mamma gezegd dat ze straks nog even komt kijken. “Het was toch wel lekker dat ze een beetje met mij rondliep,” denk hij, “eigenlijk wil ik dat wel weer. Mamma, mam..,” en dan vallen zijn oogjes dicht.
Wat zou het heerlijk zijn als het kon. Als je baby al direct kon praten. En ook als hij altijd direct in slaap viel. Maar dat kan niet en gelukkig kunnen baby’s wel signaaltjes uitgeven. Voor wanneer ze moeten slapen bijvoorbeeld. Gapen, oogjes wrijven en aan een oortje trekken zijn de signaaltjes die ik bij mijn baby’s heb gezien en er zijn er vast wel meer op te merken als je er goed op let. En als het echt een keer niet lukte, dan wiegde ik ze in slaap. Ik liep rustig de kamer met ze op en neer en praatte er ondertussen zachtjes bij. Als ze sliepen legde ik ze stil in hun bedje. Wat ze ook fijn vonden was een vast knuffeltje en welke dat werd hebben ze altijd zelf gekozen.
We spraken vroeger over rust, reinheid en regelmaat en al zijn we nu in een heel andere tijd dan toen ik 35 jaar geleden mijn baby’s kreeg, ik denk dat de baby’s van nu dat nog steeds nodig hebben. Ik denk dat ze er misschien zelfs om zouden vragen: als baby’s konden praten.
En dan zijn ze zomaar groot.
Je bent ons eerste kleinkind. Toen je mamma stopte met roken (waarmee ze veel te vroeg begonnen was) wist ik dat, als alles mee zou zitten, ik al voor mijn vijftigste oma zou worden. En dat klopte. De avond voordat je kwam had ze nog bij mij gegeten want het was haar vergaderavond in een pand dicht bij ons huis. Niets wees op de aanstaande bevalling, en de uitgerekende datum was nog ver weg, nog vijf en een halve week. Toch kwam je de volgende dag, net als je moeder 24 jaar daarvoor in een razende vaart. Je was niet persé klein en je woog nog vijf en een half pond maar je velletje slingerde nog ruim om je heen.
Wat waren we trots. Als moeder van twee meisjes had ik nooit aan een jongetje gedacht, en tussen ons zat het direct goed. Je had wel, vanaf het begin, een voorkeur voor opa. Of misschien pakte opa wel direct de verzorging van jou op vanaf de eerste dag dat wij op jou pasten, nu al bijna 11 jaar. Moeiteloos schakelde jij over op oma nadat we opa, na de lunch hadden uitgezwaaid naar zijn werk.
De geboorte van je zusje, twee jaar later was een even groot feest. Jij begon toen ook zelf te spelen en jij en zij begrijpen elkaar nu nog steeds moeiteloos in jullie spel. Gisteren was weer onze oppasdag, een hele omdat de docenten die dag staakten. Onafgebroken hoor ik jullie stemmen in een continue dialoog terwijl ondertussen Famke met een Barbiepop in haar handen bezig is en jij rondloopt, tussendoor geluiden makend van het Legoruimteschip in je hand. Jullie dialoog gaat over water dat ergens vandaan wordt gehaald en waar ze: “Ik weet niet hoe …,” zegt Famke, “zout uithalen en dan drinken ze het water en ze eten het zout op,” En zo krijg ik een snippertje mee van Famke’s laatste schooldag.
Wanneer zijn jullie zo groot geworden? Bijna 11 en net 9. Wanneer ik met opa naar huis ga, trek jij je jas aan om wat vriendjes op te zoeken in de buurt. Ik wil je erheen brengen maar je gaat zelf. Dat doe je tenslotte ook als opa en oma er niet bij zijn. Rest ons niets meer dan je na te zwaaien en onderweg nog een glimp van jou op te vangen.
Stel je voor.
Je bent zwanger en via de verloskundige word je in de zesde maand van je zwangerschap, samen met je partner uitgenodigd voor een workshop bij de prille ouder coach. In een lichte kamer nemen jullie plaats aan een grote tafel met twee andere ouderparen. Er is een paar dat net als jullie hun eerste kind krijgt en er is een echtpaar van wie de man twee puberkinderen heeft. Het laatste paar dat binnenkomt zijn twee vriendinnen. Zij zijn geen stel maar de zwangere vrouw gaat haar kindje alleen opvoeden.
Ieder ouderpaar heeft een Prille ouder boekje voor zich liggen en samen met de coach beginnen jullie de inhoud te bespreken. Ieder paar vult vervolgens de eerste bladen met wie zij zijn en wat hen bezighoudt op dit moment. Het moment dat ze zwanger zijn van hun kindje. Voor het paar met de puberkinderen is er de mogelijkheid om ook hen een pagina over zichzelf te laten vullen, op een later moment.
Afwisselend praten we over de in te vullen onderwerpen in het boekje, hoe de ouders elkaar leerden kennen, hun toekomst als ouders, ‘the village’ die er nodig is ‘to raise a child’, wie is hun netwerk, wie zijn hun rolmodellen. Hoe organiseren ze werk en vrije tijd in relatie tot hun kind. Ze denken na en bespreken een ouderschapsplan. Tussendoor vullen ze samen het boekje in.
Zes weken na de geboorte van het kindje komt de prille ouder coach voor het eerst bij jullie thuis kijken en bespreken we samen hoe de afgelopen weken zijn gegaan. De bevalling is achter de rug en is toch heel anders gegaan dan je had verwacht. Een stel ouders heeft enorm geworsteld met ‘de huilbaby’ die het kindje bleek te zijn. Ze vonden het ook heel moeilijk om een ritme met de baby te krijgen, ze viel vaak tijdens het voeden in slaap en sliep dan bij mamma of pappa op schoot, totdat ze weer wakker werd, vaak na twee uur of minder, en dan legde mamma haar maar weer aan. Ze bleek veel last te hebben van krampjes en sliep daar dan weer niet van. Na zes weken werd ze nog elke twee uur minstens en vaak vaker gevoed.
Samen met de ouders probeert de prille ouder coach dan te achterhalen wat ze misschien anders kunnen doen. Ze vertelt ook dat het kindje wellicht meer rust nodig heeft. Dat het belangrijk is ‘de slaapsignalen’ te achterhalen omdat een baby’tje het gemakkelijkst in slaap valt wanneer het ‘haar tijd ervoor is’. Ook vertelt ze dat een baby’tje dat te moe is om te drinken maar wel blijft sabbelen daar veel lucht bij binnenkrijgt en daar misschien krampjes van kan krijgen. De prille ouder coach benadrukt nogmaals dat, wanneer ze coaching willen, de ouders daarnaast met alle vragen bij haar terecht kunnen via mail of what’s app.
Na zes maanden komt ze nog een keer langs om te kijken hoe het met het gezinnetje gaat. De puberkinderen van een van de paren hebben ook zowaar een blad over zichzelf ingevuld in het Prille ouder boekje. Aanvankelijk vonden ze het ‘stom’ maar naarmate het baby’tje ouder werd en ze het beter leerden kennen vonden ze het toch heel leuk om ook deel uit te maken van het Prille ouder boekje van hun vader, stiefmoeder en halfbroertje.
Het huilbaby’tje is een tevreden en bij tijden schaterende baby geworden. Wat daarbij heeft geholpen is het waak- en slaaprooster wat haar ouders samen met de prille ouder coach hebben gemaakt. Het heeft rust en regelmaat gebracht waar zowel ouders als baby behoefte aan hadden.
Tientallen jaren later zijn alle ouders nog bij elkaar. Ze hebben goed leren communiceren over en met hun kinderen en door de jaren heen zijn ze in staat geweest samen de problemen, die op ieders pad komen, het hoofd te bieden. Het Prille ouder boekje hebben ze nog wel eens samen doorgenomen. Ze hebben soms heerlijk gelachen om de antwoorden die ze toen gaven. En ze hebben tegelijk begrepen dat het hun een verbondenheid en inzichten heeft gegeven die ze hebben ondersteund bij de zware taak die opvoeden is.
De Prille ouder workshop is helemaal geïntegreerd in het proces van kinderen krijgen. Iedereen krijgt de workshop aangeboden als onderdeel van het traject dat ze bij een verloskundige of gynaecoloog volgen. Vervolgens bepaalt elk ouderpaar of ze ook de coaching nemen die op de workshop kan volgen.
Het aantal kinderen dat op heel jonge leeftijd hun gezin verliezen door een scheiding is drastisch afgenomen en dit heeft een gunstige uitwerking gehad op de hele maatschappij.
Stel je voor dat het ooit zover zou komen.
Hoe heerlijk, rustig, overzichtelijk en veilig zou dat zijn …
Jij beslist.
Ik volg het nieuws … een beetje. Mijn dag begint meestal met een half uurtje televisie. Ik zie het korte nieuwsbericht dat steevast wordt gevolgd door ‘Goedemorgen Nederland’. Ik lees de zaterdagedities van het Dagblad van het Noorden en de Volkskrant waarbij ik echt de tijd neem voor de weekendbijlages waarin ik de mooie reportages lees. Verder kijk ik regelmatig DWDD en soms Jinek (hoewel die voor mij te laat op de avond is).
Een beetje nieuws krijg ik ook mee via het internet omdat mijn startpagina opent met nieuws. Wanneer ik mensen spreek die doorgaans veel meer ‘nieuws’ tot zich nemen krijg ik nooit het idee dat ze items benoemen waar ik helemaal niets van heb meegekregen. Voor mij is dit dus precies genoeg. Ik weet wat er speelt en hoef niet overal wat van te vinden.
Met mijn dochter bespreek ik soms dit soort zaken. Zij waarschuwt mij voor het feit dat ook ik beïnvloed wordt door de advertenties en reclames die zich aan ons allen opdringen. Ze spreekt over ‘de cookies’ die zij begrijpt en vertelt mij dat je er de beste keuzes uit moet maken. We komen erachter dat wanneer er keuzes zijn ik die ook kan maken zonder precies te weten hoe het werkt. Ik heb niets te verbergen en ben daarom ook niet bang dat me veel kan overkomen door ook cookies te moeten accepteren omdat ik anders van het goede van het internet geen gebruik kan maken. Ik heb, materieel gezien, niet veel en ik wil ook niet veel. Misschien is dat in deze kwestie wel een groot voordeel.
Ik ben een groot fan van Duolingo. De twee en nog wat uur die ik gemiddeld per dag op mijn ‘scherm zit’ komt mede door de 6 lesjes, twee bij twee die ik ’s morgens, ’s middags en voor het slapengaan Engels-Spaans doe. De advertenties die daarbij voorbijkomen ken ik bijna uit mijn hoofd en nog nooit heb ik de neiging gehad daar iets van te downloaden of te bestellen. Ik weet dat er altijd iemand betaalt als artikelen goedkoop worden aangeboden. Bovendien is dat heen en weer gereis van die artikelen enorm belastend voor de mensen die ermee moeten werken (ik heb ook een artikel gelezen over hoe het werkt bij Bol.com) en voor het milieu.
Hierover sprekend komen we erachter dat ook onze dochter niet erg vatbaar is voor het gevaar van ‘de invloed van social media’. Natuurlijk weet ik dat zij en haar gezin artikelen bestellen en versturen via de post, veel meer dan dat enkele boek dat in een winkel niet meer te verkrijgen is en dat ik via het internet bestel. Zij zijn mensen van deze tijd en leven en handelen overeenkomstig daarmee. Zij gaan daar bewust mee om met idee voor welke impact het heeft op hun leven en omgeving en hun plek op deze wereld. En dat heeft te maken met ons, de jeugd die ze bij ons hebben gehad. De besluiten die wij voor hen hebben genomen toen ze zelf nog te jong waren om te weten hoe ze dat moesten doen.
Ik las vanmorgen een verontrustend bericht over jongeren die slecht slapen omdat ze ’s avonds voor het slapen gaan nog uren met hun telefoon bezig zijn. Jaren geleden sprak ik al met mijn leerlingen over het feit dat ze ’s nachts uit hun slaap werden gehouden door alle berichtjes die (vaak met geluid) ze uit hun slaap halen omdat ze met de telefoon naast hun bed slapen. Ik spreek ook ouders die vertellen dat ze hun kind (soms heel jong) niet kunnen laten stoppen met filmpjes kijken op de telefoon omdat ‘ze anders gaan huilen’. Of ouders die hun kind vragen de telefoon ’s nachts in de woonkamer te laten en er laat op de avond achter komen dat zoon of dochter er toch op bezig is omdat ze er geen gehoor aan hebben gegeven. Deze kinderen zijn te jong om hier zelf over te beslissen en wanneer hun ouder dat nu niet voor hen doet zullen ze ook niet kunnen leren dat en hoe zij er uiteindelijk zelf over ‘kunnen’ beslissen, terwijl dat beter en gezonder voor ze is.
Het is goed om je er bewust van te zijn. Om te weten en te begrijpen dat dingen gebeuren omdat jij daarvoor kiest of het toestaat. Waar je voor kiest is altijd goed, mits je er geen last van hebt of nog erger, het een enorme belasting voor je is.
Wanneer je dus ergens last van hebt weet dan dat je er iets anders over kunt bedenken en dat uiteindelijk … jij beslist.
Je weet waar je aan begint …
Onze oudste kleinzoon was nog echt jong toen hij van ons zijn eerste legodoosje kreeg. Een klein doosje, misschien vijf euro of iets meer. Een zakje met blokjes en wat onderdelen en een boekje waaruit we samen stap voor stap een legodingetje bouwden. In mijn beleving was hij drie, niet ouder. Ik zocht de onderdeeltjes voor hem uit en hij drukte ze op en in elkaar. Het is inmiddels bijna acht jaar geleden dat hij drie was maar ik zie ons nog samen zitten, met dat zakje en dat boekje. Voor oma was het net zo nieuw als voor het kleine ventje.
Na dat eerste Legodoosje kwam er al gauw een tweede doosje en in het begin lieten we de bouwwerkjes staan op een boekenplank tot hij kwam en ermee speelde. Als hij iets mocht vragen was het altijd Lego. Voor zijn verjaardag, Sinterklaas, een rapport of een grote vakantie. De doosjes werden groter en de constructies ingewikkelder. De bouwwerkjes laten staan was op enig moment niet meer te doen en de boekjes die ik nog lang bewaarde raakten uiteindelijk kwijt.
Zo kwam er een plastic box waarin we alles bij elkaar bewaren. Finn begon zelf bouwsels te maken en wist dan precies welke stukjes hij wou hebben. Vroeger was Lego een kwestie van blokjes, nu is daar van alles bij gekomen. Draaiende onderdeeltjes, piepkleine gekleurde knopjes, stukjes met een vlakke bovenkant, ramen, deuren, Jan Rap en zijn maat. Vind daar maar eens het goede stukje in.
Kleinzoon twee had een idee: “Waarom doen we niet de grote stukjes in de grote box en de kleine stukjes in een kleine,” Wat een goed idee. We begonnen opgetogen. Groot bij groot, klein bij klein. We namen zelfs een nog kleinere box voor de piepkleine dingetjes. We kwamen best wel ver, ondanks de peuter die om ons heen rende en helemaal wild werd van ons gewoel door al die kleine onderdeeltjes. In een onbewaakt ogenblik wist hij een graai in de bak te doen en later moest ik zijn romper van onderen los maken om hem te bevrijden van het gekriebel op zijn buik.
Nu hebben we drie bakken vol onderdeeltjes, zo goed en zo kwaad als het kan onderverdeeld in grote stukjes, kleine stukjes en piepkleine stukjes. Het idee dat de jongens ooit de oorspronkelijke bouwwerken kunnen of zullen maken heb ik al lang laten varen. Na een eindeloos gegraai in dus nu drie bakken ontstaan onder mijn ogen de mooiste en meest wonderlijke bouwwerken waar de kleinzonen precies van weten hoe ze het hebben bedacht en hoe ze moeten functioneren. De bijbehorende geluiden komen nog steeds uit de jongens zelf en ze hebben er eindeloos plezier aan.
Wist ik dit allemaal toen ik als jonge, naïeve oma met die Lego begon? Nee, dat wist ik niet. Vaak vraag ik me af hoe andere mensen dat doen. Hebben die een (vitrine) kast met al die in elkaar geknutselde bouwwerken? Spelen die kinderen precies met de werkjes zoals zij ze gebouwd hebben? Hebben ze alle boekjes bewaard, hoe doen mensen dat?
Voor mij geldt wat voor zoveel dingen geldt: Lego, je weet wel waar je aan begint maar waar het eindigt …?
Communicatie. Hoe dan?
Je kunt dezelfde taal spreken … en toch ook weer niet. We weten het allemaal, woorden zijn maar een klein deel van de communicatie. Het grootste deel is de non-verbale communicatie, en wat is dat dan?
Het zijn de woorden die niet worden uitgesproken maar blijken uit ons gedrag. Door de onzekerheid die we hebben, de onmacht die ons overvalt wanneer we overzicht verliezen. De emotie die we niet beheersen, het verschil tussen wat wordt gezegd en wat wordt gehoord en begrepen. Communicatie is complex.
Als twee mensen een relatie beginnen is het niet vreemd dat hun communicatie mankementen vertoont. Beiden zijn uit verschillende families met verschillende manieren van communiceren voortgekomen. Bovendien zijn zij verschillende persoonlijkheden met ieder een eigen karakter dat zich heeft gevormd in een jeugd waar de ander geen deel aan heeft genomen.
Dus begin je te communiceren op je eigen niveau en manier en komt er gaandeweg achter dat je wel eens een verkeerde aanname doet of iets hoort wat je niet direct begrijpt. Dat geeft niet. Het zou bijzonder zijn als je direct ‘dezelfde taal sprak’. Het is wel belangrijk hoe je reageert op het moment dat je samen in een ‘spraakverwarring’ zit. Het is dan juist belangrijk dat je blijft communiceren. Vraag wat de ander bedoelt. Zeg dat je hem niet begrijpt. Je hoeft je niet te verontschuldigen, een open vraag stellen zonder lading is belangrijk.
Mensen zijn kwetsbare wezens. Ieder hebben we onze eigen kwetsbaarheid. Het kan komen uit onzekerheid, frustratie, angst. We hebben het allemaal meegenomen uit onze jeugd. Uit de opvoeding die we hebben genoten. En hoe goed deze opvoeding ook is bedacht en bedoeld, het heeft op ieder van ons zijn eigen, heel specifieke uitwerking. Het is afhankelijk van ons karakter en onze plaats in het gezin, van hoe we kijken naar onze ouders, grootouders en als ze er zijn onze broers en zusters.
We kunnen ervoor kiezen uit te gaan van het goede. Als je dat kunt hoef je geen negatieve gedachten te krijgen over wat je hoort en ziet. Je kunt dan ook alles vragen. Verkeerde vragen bestaan niet en verkeerde antwoorden ook niet. Je hebt alleen mogelijk wat meer communicatie nodig om zowel de vraag als het antwoord zo te interpreteren dat het voor beide ‘kanten’ bevredigend is. Probeer een zo open mogelijke blik en houding te hebben wanneer je communiceert, onafhankelijk van wie je gesprekspartner is. Moeilijke gesprekken zijn dan niet meer moeilijk omdat je er samen uitkomt.
Ik weet hoeveel rust dat geeft. Tenzij je mij keihard en opzettelijk zou kwetsen (en om maar met Nielson te spreken: Waarom zou je dat doen?) kun je bij mij helemaal niets fout doen. Hoe sta jij daar eigenlijk in?
Alle begin is moeilijk.
Iedereen heeft met zijn eigen gezinnetje een ‘modus’ waarin ze leven. Ieder gezinslid heeft zijn rol en gezamenlijk hebben zich normen, waarden en gewoontes ontwikkeld. Wat voor het ene gezin ‘normaal’ is kan voor een ander gezin totaal niet te vatten zijn. Het is daarom handig als je daar buiten je eigen gezin flexibel mee kunt omgaan.
Wanneer twee gezinnen samenkomen is het de uitdaging de modus te vinden voor dit nieuwe, samengestelde gezin. Hoe pak je dit aan?
Ieder gezinslid verdient en heeft het nodig om ‘gezien’ te worden. Het maakt niet uit of je een van de ouders bent van het gezin of een van de kinderen. Je hebt allemaal evenveel recht om er te zijn. Het maakt ook niet uit of je fulltime in het gezin woont of dat er nog een gezin is waardoor je een deel van de tijd niet in het gezin aanwezig bent. Het is belangrijk dat je elkaar erkent en accepteert en dat je begrijpt dat ‘de regels van het spel’ zijn veranderd.
De biologische ouders van de kinderen hebben hierin een grote rol. Zij bepalen voor hun eigen kinderen hoe zij gezamenlijk in het nieuwe huishouden het beste kunnen functioneren. Ten slotte kennen zij kun kinderen het best. Het prille ouderpaar (want dat ben je dan, hoe oud of jong je ook bent) zal samen de duidelijkheid geven voor wat de gezamenlijke normen en waarden worden voor het gezin. Praat daarover met elkaar en met je kinderen. Betrek ze er, afhankelijk van hun leeftijd, bij. Luister vooral naar wat ze zeggen en kijk naar hoe ze zich gedragen. Je wilt graag dat je je allemaal prettig voelt in je nieuwe, gezamenlijke (t)huis.
Laat dus communicatie een belangrijk item zijn in het geheel. Ook de village (it takes a village to raise a child) die bij je gezin betrokken is heeft nieuwe instructies nodig. Wat zijn voor hun de aanwijzingen om ook het nieuwe gezin te ondersteunen zoals voor hun het beste is.
Misschien moet je wat regels aanpassen. Wat in het oude gezin werkte hoeft niet perse in het nieuwe te werken. Spreek dat, als ze daarvoor niet te jong zijn, met alle kinderen af. Vertel ze waarom je dat zo wilt afspreken en laat ook ruimte voor discussie. Laat ieder, ouder en kind, in zijn waarde. Laat ieder zich gehoord voelen.
Het zal wat ongemakkelijk zijn in het begin maar met respect voor elkaar zul je zeker een goede modus kunnen vinden voor het samengestelde gezin.