Ergens in januari ontving ik het magazine ‘Het vergeten kind TALKS’. Het is gemaakt door THE UNFORGETTABLES zoals het op de cover staat, vet en in hoofdletters. The unforgettables zijn allemaal jonge kinderen en adolescenten, ervaringsdeskundigen die hebben meegemaakt dat ze op een nieuwe plek, steeds weer, opnieuw moesten beginnen. Zo logisch dat dat moet stoppen en zij zich daar hard voor willen maken.
Het is ongeveer twee jaar geleden dat ik donateur ben geworden van ‘Het vergeten kind’. Het kwam bij ons donateurschap voor o.a. de Kankerbestrijding, het WNF en het Longfonds. Stichtingen die we steunen omdat we het behoud van onze planeet zo belangrijk vinden voor onze kinderen en kleinkinderen en hun toekomstig nageslacht. En de ziektes waaraan we familieleden hebben verloren. In die zin paste deze stichting niet bij ons omdat wij het geluk hebben gehad dat onze kinderen bij ons konden opgroeien.
Maar ik ben, als ex-leerkracht van een MBO, met veel kinderen in de knel in aanraking gekomen. Ik las een keer over de stichting ‘Het vergeten kind’, zag een spotje op de televisie en ik dacht: “Deze kinderen hebben hulp en steun nodig die hun families blijkbaar niet kunnen geven,” Ik kan dat ook niet, maar de stichting wel. En ik kan hun steunen door donateur te worden.
Ik heb direct de meegestuurde poster van het Hartenhuis voor ons raam gehangen, en ik laat dat nog even hangen. Ook na de week van Het vergeten kind. Het is erg dat een kind niet meer thuis, niet meer bij zijn familie kan wonen. Maar elk kind moet kunnen hechten en dat lukt niet wanneer het steeds weer wordt overgeplaatst. Bovendien zijn ze al heel kwetsbaar en is het niet wenselijk dat ze steeds aan een andere plaats, een andere omgeving, een ander huis en andere mensen moeten wennen.
Chapeau dus voor de gezinshuizen waar de kinderen kunnen opgroeien alsof ze wel in een gezin wonen. Ik steun al vele jaren de stichting SOS kinderdorpen. Daar doen ze dit al langere tijd. Op hun site zie ik een filmpje van DJ Martin Garrix over zijn steun en bezoeken aan SOS kinderdorpen. Hij vertelt er liefdevol over en ook over zijn ouders die hem hebben voorgeleefd in wat je voor een ander kunt doen.
Deze had ik zelf niet kunnen bedenken … dat ik vandaag zou leren dat een voorbeeld kan komen van wat wij ‘arme landen’ noemen en van een jongeman die mij tot tranen toe zou roeren door ‘liefdevol communiceren’ zo mooi in praktijk te brengen.
Beter voorkomen dan …
De prille ouder coach komt in beeld voordat de baby er is. Met de aanstaande pappa en mamma bespreekt zij in de workshop het Prille ouder boekje. In dit boekje (be)schrijven zij wie zij zijn op het moment dat mamma nog zwanger is en pappa de baby vast wel eens heeft voelen bewegen maar nog niet met hem heeft kennis gemaakt.
Samen bespreken we hun sociale vangnet (It takes a village to raise a child), praktische en emotionele zaken en een persoonlijk ouderschapsplan dat ze samen kunnen vormgeven. We bekijken alvast de bladzijden om herinneringen te maken en de prille ouder tips die we aan het boekje hebben toegevoegd. Misschien hebben ook ouders tips voor elkaar.
Met dit kleine en heel waardevolle document hebben ze een blijvende herinnering aan waar ze samen waren op een heel belangrijk punt in hun leven. Omdat we erover gesproken hebben en ze er zelf over geschreven hebben is het een deel van pappa en van mamma geworden. “Wie waren wij toen ons kleintje naar ons onderweg was.”
Nog twee keer in het eerste jaar zal de prille ouder coach bij het gezinnetje langs komen om te bespreken hoe het gaat. Uit de tijd dat haar eigen gezinnetje nog pril was weet ze (ze kan het bijna nog voelen) hoe groot de impact was op hun relatie toen de baby kwam. Hoe groot haar voorsprong was op haar man die de baby pas kon leren kennen toen ze er was. En ook hoe kort zijn lontje kon zijn als in huis even niks liep zoals hij dat heel graag wou. Wat had ze compassie met hem en ook met de bijna ontroostbare baby die nog niets kon dan haar instincten volgen.
Buiten de twee keer dat de prille ouder coach nog fysiek contact met de ouders heeft mogen de pappa en mamma zo vaak als ze willen appen en/of mailen om zich wanneer nodig gerust te laten stellen of elke vraag te stellen die ze hebben. En de prille ouder coach zal hen bellen wanneer zij dat nodig hebben.
Een goede, intensieve begeleiding en ‘helpdesk’ in het eerste jaar geeft een stevig fundament voor het prille gezinnetje om zich verder op een prettige manier samen te ontwikkelen.
Toch nog even dit: wanneer je nadenkt over wel of geen kinderen krijgen en je twijfelt, doe het dan (in ieder geval nog even) niet. Bespreek het uitgebreid met degene met wie je dit kindje wilt krijgen. Spreek je angsten en je zorgen uit, dat neemt er vaak al iets van weg. Het is een grote beslissing die je samen maakt en waar je samen achter staat. Want, neem dit in ieder geval maar aan, wanneer het kleintje er is heb je elkaar keihard nodig en ook heel lang.
Er zit geen garantie op een baby en je kunt het niet terug brengen, daarom …
Zo onrustige kan een nacht zijn.
Wanneer ik bij hun thuiskom ligt hij ziek op de bank. Hij reageert niet op mijn kus, ligt stilletjes onder een dekentje op de bank. De hele avond zegt hij geen woord, slaapt een poosje, wordt even wakker om wat water te drinken. Wij zijn er stil van en in de ogen van zijn jonge ouders zie ik de zorg. Zijn broertje huppelt door de kamer, geeft hem een kusje als hij even wakker is. En wil zijn pappa helpen om hem te voeren als zijn broer even een beetje vla krijgt.
Ik blijf slapen en doe dat op het matras voor de bank waarop het jongetje die nacht mag slapen. Zijn broertje is dan al even in dromenland maar wordt precies onrustig wanneer wij volwassenen er net in liggen. Door zijn pappa getroost en met een lampje aan keert de rust weer. Midden in de nacht wordt ik wakker. Het zieke jongetje roept om zijn mamma en zij komt snel bij hem kijken. Boven mijn hoofd hoor ik haar zacht sussende woorden zeggen en hem nog een beetje water geven. Ik doe alsof ik slaap om het niet onrustiger te maken.
Wanneer we een poosje geslapen hebben roept hij: “Mamma, mamma, ik zweet,” en weer komt mamma bij hem. Hij heeft koorts en mamma doet hem een schoon shirtje aan en draait zijn kussen om. Steeds hoor ik haar zachtjes tegen hem praten en hij valt weer in slaap. Wij vallen ook weer in slaap. Ergens in de nacht hoor ik hem vragen om een lichtje. Ik zie zijn pappa over hem gebogen staan en zeg, nog een beetje slaapdronken, dat ik het goed vind als hij een lichtje aan krijgt.
Als ik weer wakker wordt is het omdat ik het kleine broertje hoor roepen: “Mamma, maaaamma!” Boven mijn hoofd slaapt het jongetje verder. Nog in de nacht heeft zijn mamma hem laten plassen waarvoor hij op dat moment was wakker geworden. Mamma komt niet waaruit ik concludeer dat het nog erg vroeg is. Het kleine jongetje roept niet langer maar begint te zingen wat ik zachtjes op de achtergrond meekrijg. Ik hoor nog een keer: “Oma, oma, yeah, yeah,” en dan slaap ik weer.
Nog tussen slapen en waken merk ik wat licht om me heen en hoor zacht gemurmel. Mamma kijkt met de kinderen Peppa big, de ‘lievelingsserie’ van het kleine jongetje. Wanneer ik een kindje hoor zingen blijkt dat, tot mijn gelukkige verbazing, het zieke jongetje te zijn. Hij zit rechtop en praat met een kraakstemmetje mee over Peppa en zijn vriendjes.
Het is dan 7 uur en ik merk hoe opgelucht mamma is dat haar jongetje weer praat en zingt. Voor de zekerheid maakt zij een afspraak voor hem bij de dokter waar het jongetje later op de dag met zijn pappa en broertje heen zal gaan. Wij maken ons klaar om respectievelijk naar huis en werk te gaan en ik denk: “Oh, dappere pappa en mamma. Ik weet dat jullie in vijf jaar tijd veel meer van dit soort onderbroken nachten hebben gehad dan dat je gewoon een nacht kon doorslapen. Maar, houd moed, want ze komen, de dagen dat de jongetjes en jullie heerlijk zullen genieten van je nachtrust en tot die tijd, gewoon lekker vroeg naar bed,”
Peddelen tussen twee huizen.
“Interessant artikeltje mam,” zo begint mijn dochter haar mail waarin ze me een koppeling stuurt naar het Volkskrant artikel: Permanent peddelen tussen twee ouders, wat doet dat met kinderen.
Ze kent mijn verhalen over kinderen die dit, in verband met de scheiding van hun ouders, moesten doen toen ik ze in de klas had. Er waren er bij die hun boeken ‘bij hun moeder hadden terwijl ze bij hun vader waren’, hun werkstuk niet konden inleveren omdat ze, in het huis waar ze op dat moment verbleven, ‘maar tien blaadjes mochten uitprinten’ en meer van deze ongemakken die ze het schoolgaan niet gemakkelijker maakten.
We kennen beiden de verhalen van de kinderen die dagelijks de ongemakkelijke relatie van hun ouders over zich heen krijgen. Details horen van een slechte relatie die niet voor hun oren bestemd zijn en worden geconfronteerd met frustraties van volwassenen waar ze met hun kinderverstand en -gevoel geen bescherming voor hebben. Die zouden ze juist van hun ouders moeten krijgen.
En dan zijn er nog de verhalen van de kinderen die na zes weken zomervakantie (want drie met vader en drie met moeder) doodmoe thuiskomen. En van de kinderen die bij de ouder waar ze op dat moment zijn worden weggehaald voor een bezoek aan jarige stiefoma, of omdat het een andere feestdag is.
Ik vind het artikel goed en zeer uitgebreid. Alle kanten van dit gepeddel van kinderen tussen twee huizen wordt belicht. Uit eigen ervaring weten we nu dat dit ook wel eens drie of meer huizen kunnen zijn. Alleen de ouders kunnen hierin de rust voor hun kinderen bewaren.
Sinds twee jaar peddelen ook twee van onze kleinkinderen tussen (minstens) twee huizen. Ze doen dit 50/50 en aan de dagen die ze bij pappa en de dagen die ze bij mamma doorbrengen tornt geen van de volwassen betrokkenen. Gelukkig passen wij al 10 jaar een dag per week en sinds ze naar school gaan een halve dag per week op ze en kon dit ook na de scheiding zo blijven. Gelukkig, want we kennen ook de verhalen van de opa’s en oma’s die na de scheiding geen contact meer mogen hebben met hun kleinkinderen of er niet meer op mogen passen.
We hebben in de afgelopen jaren geleerd dat je elke feestdag op een andere dag kunt vieren (of zonder de kinderen in de wetenschap dat zij die met andere familieleden vieren) en dat de band met onze kleinkinderen niet afhankelijk is van hoe vaak we elkaar zien.
Onze kleinkinderen hebben twee goede huizen en als ze eens bij ons komen logeren is dat een nog groter feestje dan ‘vroeger’ toen dat vaker gebeurde. Ik ben wel benieuwd hoe ze hier later op terugkijken. Dat zullen we horen, ik denk over een jaar of tien.
Fietsen.
Het was vroeger voor mij dagelijkse kost, met een kind voor- en een kind achterop fietste ik elke dag, alle kanten op. De herinnering kwam bij me terug toen ik, nu als oma, een keer met beide kinderen op de fiets van de ene naar de andere kant van de stad fietste.
Ik bleek nog veel kinderliedjes en spelletjes met liedjes te kennen en begon met de “Drie kleine kleutertjes” gevolgd door “Er zaten zeven kikkertjes al in de boerensloot”, “Schaapje, schaapje, heb je witte wol”, “Witte zwanen, zwarte zwanen”, “Hé lammetje ben je ziek”, “Zakdoekje leggen”, “Berend Botje”, “In Holland staat een huis ”en “In de maneschijn”.
Het was geen saai achter elkaar gezing van liedjes, als het even kon gaf ik commentaar op bijvoorbeeld de kikkertjes die doodvroren in de sloot, breidde ik een liedje uit met de kindjes die een opa en oma kozen en de opa die respectievelijk een zwarte auto koos en de oma die een roze fiets koos. En liet ik met één hand de vogel vliegen, de vis zwemmen en de duizendpoot schoenpoetsen (op Famke’s handje).
Nu zijn ze groot en fietsen zelf. Ik herinner me een zomer, een paar jaar geleden dat ik met ze van Paterswolde naar de stad fietste en hoe spannend ik dat zelf vond. Op gevaarlijke stukken weg stapten we alle drie af en liepen we een stukje tot ik vond dat het wel weer veilig was om te fietsen. Ik vind het nog steeds een vrijheid, een fiets, je stapt erop en bent eigen baas. Je bepaalt waarlangs je gaat en wanneer. Het is bovendien gezond.
Mijn kinderen hadden ze niet maar mijn jongste kleinzoontjes zijn allebei op een loopfietsje begonnen. Daarop hebben ze goed evenwicht leren bewaren. De jongste is twee en zit er nog op. Hij is groter dan zijn broer toen die twee was en begon dus al eerder met oefenen. Doordat hij nog zo jong is is het luisteren wel eens een probleem en dus ook een gevaar.
Leer ze die twee dingen goed. Goed luisteren en goed fietsen. Onze oudste kleinzoon beheerst beide en dat geldt ook voor zijn zusje. Dat betekent dat ze op een vrije middag ook wel eens even de fiets kunnen pakken om een stukje verderop te spelen. En dat ze, als het nodig is ook naar school kunnen fietsen. Zo handig als ze straks zelf ‘de wereld’ in gaan.
Mijn fiets en ik zijn onafscheidelijk. Fietsen? Ik blijf het zo lang mogelijk doen. En zo lang mogelijk op eigen kracht. Beschouw het, zoals Daniël Lohues deed met gitaarspelen, als het omgekeerde van wat je met roken moet doen, beginnen en niet meer ophouden.
Daarom, genieten, nu.
Als ik, vroeger, mijn baby’s reed in de kinderwagen, dacht ik vaak: “Wat is het toch jammer dat je je daar later helemaal niets meer van herinnert,” want hoe heerlijk ligt zo’n baby’tje daar in zijn wagen. Dekentjes en een kap over je heen als het koud en nat is en een parasolletje of zoals tegenwoordig een gordijntje voor de kap om je te beschermen tegen teveel zon.
Je eerste herinneringen zul je ongeveer hebben als je een kleuter bent geworden of misschien nog iets jonger. Voor de meesten van ons zal het ook een prettige, zorgeloze tijd zijn. Je ouders zullen misschien zorgen hebben maar die zoveel als mogelijk is bij hun jonge kinderen vandaan houden.
Dan worden we tieners en gaan we ons tegen onze ouders en de gevestigde orde afzetten. Omdat dat in ons zit en ‘erbij hoort’. We worden ons bewuster van wat er om ons heen gebeurt en als we verstandige ouders hebben weten we inmiddels ook wat af van ‘verantwoordelijkheid nemen’. Hoe je leven is hangt erg af van de relatie die er is met de mensen om je heen. Je bent nog steeds jong en grotendeels afhankelijk van je familie. Begrijpen zij dat je je van hen losmaakt, ruimte nodig hebt voor jezelf en vooral veel moet slapen om deze periode goed door te komen dan heb je geluk en is het aan jou om te laten zien dat je daar goed mee weet om te gaan. Zelf kunnen ze dan weten hoe heerlijk en vooral zorgeloos die tijd nog was ten opzichte van hun eigen leven waarin ze alle zeilen moeten bijzetten om alle ballen in de lucht te houden.
Wat zij dan nog vaak niet weten is hoe gelukkig die tijd ook is omdat ze hun kinderen nog ‘bij zich’ hebben. Als ze het wel weten zullen ze er ook van kunnen genieten. Ook van de momenten dat er strubbelingen of misschien zelfs botsingen zijn want die zijn er ‘omdat je om elkaar geeft, omdat je van elkaar houdt’.
Je hebt je familie en je hebt je gezin. Er is drukte, soms stress. Er zijn leuke en minder leuke momenten. Maar geniet, in welke levensfase je ook zit. Als je dat kunt is het leven zoveel leuker.
Daarom, genieten, nu.
Je hoeft het nooit alleen te doen.
“Wat heb je een mooi mens gemaakt, mijn kind,”. Afwachtend keek ik mijn Vader aan. Ik mocht komen en wat vragen voor mijzelf, voor het mensenkind dat ik ging worden. “Heb ik teveel gevraagd, Vader?” vroeg ik aarzelend, want dat had ik niet bedoeld.
God keek mij aan met zijn liefdevolle blik. “Oh nee,” zei Hij, “zeker niet,”
Ik dacht na over de woorden die ik had gekozen. Liefde en trouw, samen, sterk, helpen en ook humor.
Ik mocht ook kiezen tussen één ding heel goed kunnen of meerdere dingen ‘een beetje’. Ik had gekozen voor dat laatste want er waren zoveel leuke dingen om te doen, dat had mijn Engel mij verteld.
“Je zult ons wel missen, mijn kind,” zei God en in Zijn blik meende ik medelijden te bespeuren. “Dat zeker, Vader, maar daarom heb ik ook gevraagd om bij veel mensen te mogen wonen, zodat ik nooit alleen ben,”
Met mijn Engel had ik alles besproken. Dat ik een zorgeloos zieltje ben en ook straks, bij mijn missie op aarde, graag zou blijven, als het kon. We hadden besproken hoe rijkdom begerenswaardig kon zijn en tegelijk altijd problemen met zich mee zou brengen en ik wist al snel dat ik dat niet zou willen. Niet die soort rijkdom.
“Denk erom,” had mijn Engel gezegd: “als je veel hebt (ook aan mensen) dan kun je ook veel verliezen,” en ik wuifde dat weg: “Ja, dat weet ik, dat heb je gezegd. Je hebt gezegd dat ik dan sterk genoeg zal zijn om dat te dragen,” “En ook …,” begon de Engel, “Ja,” zei ik, “en ook voor andere mensen,”
Zowel de Engel als God hadden ernstig en tegelijk liefdevol met mij gesproken. Over de wereld waar ik heen zou gaan, de mensen bij wie ik ging wonen. En de mens die ik zou zijn. Ik leerde dat het niet gemakkelijk zou zijn om mij in de wereld te bewegen. Dat in deze wereld veel mensen alleen voor zichzelf leven in plaats van om te kijken naar een ander. Soms zelfs niet omkeken naar hun familie, of alleen als zij ze nodig hadden. Maar ik leerde ook dat ik alles mag vragen en dat ik het nooit alleen hoef te doen.
“Maar, wat is dan niet gemakkelijk, Vader?”
“Mijn kind, wat je ziet zal niet gemakkelijk zijn. Ja, je bent er met velen, net als hier maar de saamhorigheid is er niet vanzelfsprekend. En of je die op kunt zoeken hangt van zoveel af. De familie waarin je opgroeit, en ook wie jij bent, wie jij wordt als je groot geworden bent. Durf je te vragen? Durf je te vragen wat je nodig hebt? En zul je je realiseren dat je altijd een keuze hebt. En daar verantwoordelijk voor bent?”
Ik keek naar God en voelde Zijn liefde. In stilte vroeg ik die mee te mogen nemen op mijn grote reis.
Relatieslim.
“Heb je gekeken, mam?” vraagt ze me door de telefoon. Eerder die week appte ze mij met de vraag of ik die zondag ‘Zomergasten’ had gezien. Toen ze de naam van de gast noemde kwam die mij wel bekend voor. Ik had inmiddels de halve uitzending gezien en vertelde haar dat.
“Was je erg onder de indruk?” vraagt ze. Ik antwoord dat ik, wat ik gezien had, heel herkenbaar had gevonden. Ik realiseerde me dat ik veel had zitten knikken tijdens het kijken. Ik vroeg haar of zij ook dacht dat dit ook ons gedachtengoed was en, ja, dat dacht zij ook.
We zijn beiden al jaren getrouwd en hebben allebei twee kinderen. Onze mannen lijken in bepaalde opzichten op elkaar en volgens mij klopt dat met het gegeven dat ik wel eens ergens heb gelezen: dat een vrouw zich het liefst een man zoekt die lijkt op haar vader.
Omdat ik om de week op hun kinderen pas en we op 200 km afstand van elkaar wonen logeer ik regelmatig bij hen. Daardoor heb ik wel een kijkje in hun leven gekregen. Het is fijn dat ze ook openstaat voor ‘goede raad’ en soms mijn raad vraagt bij kwesties met haar man en/of haar kinderen.
De acht jaar die zij inmiddels getrouwd zijn staat niet in verhouding tot de 35 jaar die wij achter de rug hebben en toch denk ik al te weten dat zij de rest van hun leven bij elkaar zullen blijven. Het heeft te maken met hun communicatie en de manier waarop ze, vanaf het begin van hun relatie, naar elkaar kijken.
“Misschien zijn we wel ‘relatieslim’ of zoiets,” zegt ze en ik denk: “Ja, dat kon het wel eens zijn, relatieslim.” Ik vind het een mooi woord. Ik houd hem erin.
Als het toch anders had gekund.
Het is stellig ons plan om altijd bij elkaar te blijven wanneer we beginnen aan het grote avontuur dat ‘gezin’ heet. En we weten dat dat vele gezinnen niet lukt. Helaas. Voor de scheidende ouders verdrietig en voor de kinderen die daarvan de dupe zijn, soms een onoverkomelijke ramp. Gelukkig zijn er nog veel gescheiden ouders die hun eigen belang dan aan de kant kunnen zetten en ervoor kunnen zorgen dat het scheidingsleed voor de kinderen beperkt wordt.
Er zijn ook gescheiden ouders die ,soms na vele jaren als de kinderen volwassen en uit huis zijn, erachter komen dat ze toch bij elkaar willen zijn. Dat is mooi voor de ouders die het betreft en soms moeilijk voor de betreffende kinderen. Zij hebben veel verdriet gehad in hun (vaak jonge) leven en kunnen zich afvragen waarom pappa en mamma dan niet bij elkaar konden zijn toen zij ze allebei zo nodig hadden. Ik kan me dat heel goed voorstellen. Het is mooi als ouders hun kinderen daarin dan kunnen erkennen. Hun verdriet over de verloren jaren is reëel en niet af te doen als ‘aanstellen’ of op een andere manier te bagatelliseren.
Soms ook wil een gescheiden ouder weer naar zijn of haar ex terug en kan dat niet omdat de ander met zijn leven is verdergegaan en het geluk bij een ander heeft gevonden. En soms durft de ex het niet meer aan omdat het vertrouwen teveel is beschadigd.
Waarschijnlijk hebben nog veel gescheiden (echt)paren een soort van relatietherapie gehad voordat ze tot de grote, verdrietige beslissing van een scheiding zijn overgegaan. En vaak zal in die therapie geprobeerd zijn de dan nog echtelieden opdrachten te laten doen, waardoor ze mogelijk meer met elkaar verbonden raken. Grappig genoeg zijn dat vaak opdrachten die met ‘anderen’ niet moeilijk te doen zijn en met ‘eigen’ wel, zoals: “Ga eens samen iets leuks doen,” Sta er eens bij stil hoe vaak je iets met anderen doet en hoe vaak met je man of je vrouw.
Wat volgens mij in die therapieën vergeten wordt is, dat voor het slagen van dergelijke opdrachten er daadwerkelijk iets moet veranderen in de communicatie van die mensen. Verbeter je namelijk je communicatie dan verbeter je ook je relatie. Het is daarom wenselijk om er regelmatig bij stil te staan hoe de communicatie is in de meest intieme relatie die je hebt wanneer je samen ouders bent van een of meer kinderen. En om hulp in die richting te zoeken wanneer je dat samen niet lukt.
Het zou mooi zijn als een scheiding kan worden voorkomen als het wel anders kan.
Tussen twee werelden.
Ooit las ik ergens dat kinderen tot hun zevende tussen twee werelden leven. De wereld waar ze vandaan zijn gekomen en de wereld waar ze naartoe zijn gegaan. Toen Eefje nog een klein baby’tje was keek ze vaak net even boven mijn hoofd. Ik weet, na het leren van de kindercoachcursus, dat baby’s kijken naar de haargrens van de moeder omdat die het duidelijkst zou zijn.
Ik geloofde toen sterk, en nu nog, dat ze keek naar haar beschermengel(en) die zij nog zag en ik niet (meer).
‘Maar als jullie er niet meer zijn dan ben ik alleen, oma,’
Ik kijk naar het blonde jongetje aan mijn hand. Zijn ogen staren ernstig in de verte. Hij heeft mij eerder gevraagd waar mijn pappa en mamma zijn en toen ik zei dat zij zijn overleden zei hij ontsteld: ‘Dus ze zijn dood. Maar waarom dan?’
Ik vertel hem dat mijn vader en moeder heel oud waren toen ze overleden. Bijna honderd en dat dat heel oud is. Hij kijkt mij aan met zijn ernstige, grote kinderogen en ik zie hem nadenken.
‘En jij en mamma en pappa dan?’
‘Oma is 58, dat is ook oud maar nog lang geen 100 en mamma en pappa zijn nog jong.’ Hij laat het tot zich doordringen maar ik weet dat hij slim is. We zijn allemaal nog lang geen 100 maar oma’s pappa en mamma zijn er niet meer. En hij weet dat ze ook niet meer terug komen.
‘Maar als jullie er niet meer zijn dan ben ik alleen, oma,’
‘Nee, dan ben je niet alleen,’ stel ik hem gerust, ‘want Noah is er ook. En dan zijn jullie groot en getrouwd, jij misschien wel met Ana. En misschien hebben jullie dan ook wel kinderen. Mijn pappa en mamma zijn er niet meer maar wij zijn er allemaal wel,’
Hij lijkt het te accepteren en zijn lijfje ontspant. Och jongetje, wat hou ik van jou. Mijn zorgelijk zorgenkindje. Soms denk ik dat je nog vastzit aan die andere wereld en ik hoop dat je daar snel van loskomt. En dat je dan steviger en sterker wordt. Gelukkig geloof ik dat al.