Wisseldag

Vandaag is onze wisseldag. Die is van het westen naar het noorden meestal op vrijdag. Dat wij zo’n wisseldag hebben heeft ermee te maken dat we ook in het westen zijn komen wonen vanwege werk (van mijn liefste). Ons sociale leven speelt zich nog voornamelijk af in het noorden. Daarbij is één van mijn  voornemens van dit nieuwe jaar, om ook wat meer weekenden in het westen door te brengen.

Wanneer je in twee huizen woont dan heb je regelmatig een wisseldag. Dat geldt vaak voor mensen die dat doen vanwege werk in een andere dan de woonomgeving, en voor kinderen vanwege ouders, die niet meer bij elkaar wonen.

Net als voor ons gelden voor deze families vaste gewoonten op die dagen. Ik ken een gezin dat (net als wij) twee dagen per week zo’n wisseldag heeft. De vaste dag in hun week is de woensdag. Zij vertrekken dan ’s morgens van het ene huis naar school en ze gaan ’s middags na school naar het andere huis. In het weekend is de ene week de zaterdag, en de andere week de zondag wisseldag. In het geval van dit gezin zorgen de ouders ervoor dat de zware dingen, zoals de laptop en andere nodige dingen, zoals de toiletspullen, naar het andere huis worden gebracht.

Ik ken ook een gezin waarvan de kinderen één keer per week van huis wisselen. Bij hun worden niet alleen spullen verplaatst, maar wordt ook de hond naar het andere huis gebracht. Waar de kinderen zijn is de hond, een mooi baken vind ik in het woelige leven van deze kinderen.

En ik ken een gezin waarvan de kinderen alleen in het weekend naar hun vader gaan. Zij nemen uit hun moeders huis niets mee omdat ze bij vader en stiefmoeder alles hebben (wat hun hartje begeert). Bij aankomst wisselen ze direct van kleren en dat doen ze ook weer voor hun vertrek naar huis, zodat die kleren blijven waar ze ‘horen’.

Zo heeft dus een ieder hun modes voor de wissel dag. Ik zorg op zo’n dag dat de was wordt gewassen en opgehangen, althans in ons huis in het westen. Ik ruim op en maak schoon, wat nodig is. Wij moeten altijd onze laptops mee omdat we zowel op locatie als soms thuis werken, en ik wil altijd kunnen ‘schrijven’. De inhoud van de koelkast gaat mee, en de meeste aangebroken etenswaren. Kleding en schoenen hebben we in beide huizen en gaan zelden heen en weer, alleen bij speciale gelegenheden.

Waar de kinderen geen keus hebben, kiezen wij zelf voor wat anderen vaak vinden ‘een onrustig bestaan’. Wij waren er al aan gewend, omdat we in het noorden al heel lang op twee plekken wonen. Wij hebben een zomerplek en een winterplek. Het mooie van dit alles vind ik dat ik altijd weer uitkijk naar het wonen in ons andere huis.

Ik hoop dat het voor de kinderen, die in deze modus leven, ook zo is en dat het anders mag, wanneer dat voor hen beter is.

Met twee maten meten

We zijn geneigd de mensen in onze ‘inner circle’ beter te vinden dan de rest van de mensen. Ik heb zo vaak iemand horen zeggen: ‘Het zat tussen hen niet goed, maar dat kwam door haar,’ en zij is dan meestal degene die niet behoort tot de familie.   

Ik vind het altijd moeilijk wanneer bij een scheiding de schuld wordt geschoven naar de partij die niet tot de eigen familie behoort, terwijl er bij een scheiding geen kwestie hoeft te zijn van schuld. Wel van hoe er door de betrokken partijen mee omgegaan en tegenaan wordt gekeken. En een vechtscheiding kun je in je eentje niet hebben. Gevochten wordt er wanneer er twee partijen aan mee doen.

Ik probeer oprecht begrip te hebben voor beide partijen want elke scheiding is moeilijk en gaat gepaard met pijn. En helaas niet in de laatste plaats voor de kinderen.

En toch…en toch…blijk ik ook met twee mate te meten. Ik heb ook meestal meer begrip voor mijn  eigen familie- en gezinsleden dan voor wat we noemen ‘aangetrouwd’ en dat komt omdat ik ze langer en beter ken. Maar ik ben me bewust van de beide partijen en van wat het gezegde ‘twee kijven, twee schuld’ inhoudt.

Wanneer jij stopt met vechten zal de ander dat ook (moeten) doen. En misschien betekent dat wel dat jij dan meer doet dan de ander, en meer verantwoordelijkheid neemt en dat zal het kind of de kinderen ten goede komen.

Het is menselijk om met twee maten te meten maar probeer daarbij reëel te blijven. Probeer oog te houden voor wat er daadwerkelijk gebeurt en wees ook kritisch op je ‘inner circle’. Wat zij doen heeft net zoveel invloed als wat de ander doet. En is daarmee niet slechter of beter.

Matthew Perry, alleen reizend kind

Op zoek naar een ander boek vind ik het boek van Matthew Perry, vers van de pers. 10 jaar lang speelde hij de rol van Chandler in de hit-serie Friends die liep van 1994 tot 2004. Ik zou er nog steeds dagelijks van kunnen genieten al heb ik de afleveringen bijna allemaal meerdere keren gezien.

Matt Perry was één van de twee belangrijkste grappen bedenkers van de serie. Daarom verbaasde het mij zo dat hij tijdens de Friends reunion in 2021 zo’n gelaten, bijna angstige indruk op mij maakte. Hij leek oud en breekbaar, in niets de grappige, zeer aanwezige Chandler zoals ik me hem herinnerde.

Ik had al eens gelezen dat zijn ouders scheidden voordat hij een jaar oud was. Dat was de eerste trigger tot de verlatingsangst die zijn hele leven bij hem is gebleven. Dat moeder vervolgens de ene na de andere vriend ‘versleet’ hielp ook niet echt en al helemaal niet dat hij vanaf zijn vijfde ‘als een alleenreizend kind’ van Canada naar Amerika werd gevlogen om tijd bij zijn vader door te brengen.  

Ook begreep ik uit showbizz nieuwsberichten dat hij meerdere malen in afkickklinieken moest proberen van zijn drank, drugs en sigarettenverslaving af te komen. Dat hij het heeft overleefd is een groot wonder, dat hij ook als zodanig beschouwt.

Zijn verslavingen zitten deels in zijn genen en of zijn problemen daarmee zo groot zouden zijn geworden in een andere gezinssituatie is nooit met zekerheid te zeggen. Feit is wel dat hij tot op heden zich niet veilig genoeg heeft gevoeld om zich ooit aan iemand te binden. En dat hij zich ‘van het gezin dat zich om hem heen vormde’ geen onderdeel voelde. Zowel bij zijn vader als bij zijn moeder heeft hij halfzusjes en een halfbroertje van wie hij veel houdt. Maar zij zijn de gezinnen van zijn ouders. Waar hij zich geen onderdeel van voelt.

In zijn algemeenheid kunnen kinderen in soortgelijke situaties ‘zich alleenreizend’ voelen. Terwijl hun ouders daarin het verschil kunnen maken.  

De blik in je ogen

Op LinkedIn zie ik een ontroerende foto van twee mensen op leeftijd. Door wat ik zie op de foto, maar ook door het verhaal, begrijp ik dat de oude dame aan het einde van haar leven is. Zij ligt op de gebloemde bank met naast de bank, schrijlings gezeten, de man van haar hart. De man tegen wie ze zegt: ‘Bel de dokter niet, ik wil vredig in slaap vallen, met jouw hand in de mijne,’ de man ook, tegen wie ze zegt: ‘Ik hou voor altijd van je!’

De blik in hun ogen kan ik niet zien. Daarvoor is de foto niet duidelijk genoeg, maar ik kan me die blik wel voorstellen. Het is een liefdevolle blik. Een begrijpen dat zij, tot het einde van haar leven, bij elkaar horen en oneindig veel van elkaar houden. Door die blik in haar ogen zal hij ook, de rest van zijn leven, altijd weten van haar liefde, van hun liefde.

Een groot deel van ons leven samen hebben wij die liefdevolle blik voor elkaar, omdat we van elkaar houden. Nooit is daar minachting geweest, wel eens onverschilligheid omdat daar ware gevoelens achter werden verscholen waar nog niet over gesproken kon worden. Echt op mijn hoede was ik, wanneer mijn blik werd ontweken. Want dan was er een kwestie waarover gesproken moest worden.

De blik die je in elkaars ogen ziet, weerspiegelt de relatie die je met elkaar hebt. Ik hoop voor ons dat die liefdevolle blik steeds weer mag terugkomen. Tot het einde van ons leven.

Niet gehoord

Mijn dochter overhandigt mij een Vrij Nederland. ‘Er staat een artikel in over ‘Degrowth’. Dat spreekt je vast wel aan, want daar heb jij het ook altijd over,’, zegt ze. Ik verkondig inderdaad vaak dat we, met elkaar, veel te veel hebben en dat de gemiddelde mens ook veel te veel wil. Dat we vooral zouden moeten minderen.

Jason Hickel, de man die voor het artikel is geïnterviewd, is verbonden aan de London School of Economics en hoogleraar aan het Institute for Environmental Science and Technology aan de Autonome Universiteit van Barcelona. In zijn boek ‘Meer is minder’ beschrijft hij een wereld waarin de economie draait om menselijk welzijn en een gezonde planeet, in plaats van om oneindig economische groei. Zoals ik heel vaak heb gezegd: ‘Niets kan eindeloos groeien, mensen niet, bomen niet en dus ook een economie niet,’

Eerder deze week las ik een artikel in Trouw van milieutechnoloog Cees Buisman die daarin zegt dat ‘Ook 10 miljard mensen de aarde leefbaar kunnen houden’. Hij vertelt hierover in zijn pas verschenen essay ‘De mens is geen plaag’. Niet de wereldbevolking is het probleem volgens Buisman, maar het feit dat we de wereld moeten veranderen.

Buisman ging milieutechnologie studeren omdat hij het milieuprobleem-zoals dat toen nog heette- wilde oplossen. Dat is niet gelukt. In het artikel zegt hij: ‘In de huidige wereld worden alleen de technologieën ontwikkeld waarmee geld verdiend kan worden. Technologie gaat niet over problemen oplossen, maar over geld verdienen’.

Gelukkig vertelt hij ook het verhaal dat hem optimistisch stemt. Het verhaal over ‘Het integrale bewustzijn’ dat nu hooguit 5% van de mensen heeft maar dat bij 10% van de mensheid het verschil in de wereld kan gaan maken. Zijn uitleg hierover in het artikel: ‘Integraal bewuste mensen denken met hun hart. Ze hechten aan ratio en aan gevoel. Ze streven naar heelheid. En ze hebben een wereldperspectief. Ze zien de droogte in de wereld en niet alleen in hun eigen rivier. En ze zien een wereld die zorg en barmhartigheid nodig heeft.’

Ik voel me vaak niet gehoord maar begrijp dat ook heel goed. Om gehoord te worden moet je een heleboel mensen achter jou en je standpunten hebben staan en dat heb ik niet. Maar wat ik niet begrijp is dat deze wetenschappers, die een grote naam zijn in hun vakgebied en ongetwijfeld een heleboel mensen achter hen en hun standpunten hebben staan ook niet gehoord worden.

Of misschien zeg ik het verkeerd, ze worden wel gehoord, maar er wordt niet, door de mensen die de macht hebben in de wereld, naar ze geluisterd. En dat is maar om één klein woordje: geld.

Onbekend maakt onbemind

Ik ben geboren in, wat vroeger heette, Nederlands-Indië. Toen het land aan de Indonesiërs werd terug gegeven (en dat ging ook helaas gepaard met een bloedige oorlog) moesten wij ‘terug’ naar ons moederland, waar we nog nooit waren geweest. Onze allereerste opvang toen lijkt wel wat op dat van vluchtelingen/asielzoekers nu. Een piepklein beetje, want onze omstandigheden waren veel beter.

We werden per gezin ergens geplaatst (niet op grote slaapzalen of nog erger in tenten buiten) eerst in pensions en daarna (in afwachting van echte huizen) in houten barakken, wij in Zuid-Drenthe. En we hadden al een ‘status’ al sprak, denk ik, destijds niemand daarvan. We waren al in Nederlands-Indië Nederlanders. We spraken daar al gewoon Nederlands, ik vraag me wel eens af of iedereen dat begrijpt.

Als ik allochtone mensen zag en in hun eigen taal met elkaar hoorde spreken vond ik dat altijd een beetje spannend. Dat veranderde al toen ik met ouders van jonge kinderen uit verschillende landen ging werken. Mensen uit Eritrea, Irak, Syrië, Slovenië, Polen, India, China en andere landen. Van mijn Eritrese tolk hoorde ik het ongelooflijke verhaal van de vlucht uit hun land waarbij ze nachten hebben gelopen, overdag hebben geschuild voor de soldaten en de moeder van een 4-jarig meisje moesten begraven omdat ze op die zware tocht het leven liet. En hoe zij en haar babyjongetje op Schiphol aankwamen, niet wetende in welk land ze waren terecht gekomen.

Nu heb ik het boek ‘De gelukvinder’ gelezen van de auteur Edward van de Vendel. Het gaat over de familie van Hamayun die op acht jarige leeftijd met zijn familie uit Afghanistan moet vluchten voor de Taliban. Aan het einde van het boek is hij 17, is de familie al een paar jaar in Nederland en is net voor de derde keer hun asiel aanvraag afgewezen. Wat ze in Afghanistan hebben meegemaakt is verschrikkelijk, ik begrijp goed waarvoor ze gevlucht zijn. Wat ze onderweg hebben meegemaakt, in handen van mensensmokkelaars, is ook verschrikkelijk. Maar wat ze hier, in ons ‘veilige’ land moeten ondergaan is ook verschrikkelijk. En gelukkig zit Hamayun op een school waar de leiding zich voor hen inzet om de status te krijgen die ze nodig hebben om niet terug te hoeven naar hun land (waar hun leven niet veilig is). Daarom heb ik goede hoop dat het met dit gezin is goed gekomen, maar ik heb hard gehuild toen ik las over die derde weigering en hoe dat is gegaan.

Door het boek heb ik het gezin goed leren kennen en het is een mooi, liefdevol gezin met ondanks hun ellende een mooie humor. Het zou mijn eigen gezin kunnen zijn, of dat van mijn vrienden.

Onbekend maakt onbemind. Ik hoop dat veel mensen dit boek gaan lezen voor wat meer begrip voor en mededogen met mensen die niet voor niets hun land verlieten.

Vechtscheidingen. Meer in plaats van minder

Op televisie zie ik een vooraankondiging van een item ‘Jeugdbeschermers lopen steeds vaker vast op vechtscheidingen’ in het programma Nieuwsuur. In het programma wordt ook het feit vermeld dat het aantal vechtscheidingen oploopt.

Sinds 2015 heb ik me beziggehouden met en geschreven over relaties, communicatie en (vecht)scheidingen en de ontwikkelingen omtrent (v)echtscheidingen gevolgd. Ik heb over de nare gevolgen ervan voor kinderen contact gehad met mensen van de GGD, de gemeente en de politiek. En ik heb mensen gecoacht die in een scheiding zaten of in een tweede scheiding terecht dreigden te komen.

In 2018 en 2019 heb ik met oud-minister Rouvoet gemaild en via LinkedIn berichten uitgewisseld over zijn project Scheiden zonder Schade. Dit stopte toen hij mij ‘overdroeg’ aan zijn medewerkers, met wie vervolgens geen contact tot stand kwam. Ik ben bang dat zowel het project Scheiden zonder Schade als een interventie als KIES (kinderen in een scheiding/ KIES voor het kind) niet heeft kunnen zorgen voor minder vechtscheidingen. Integendeel. Ik denk dat het komt omdat deze interventies altijd te laat komen. En misschien komt elke interventie op dit gebied wel te laat. Het kwaad is dan al lang geschied met alle nare gevolgen voor de kinderen.

In 2019 ontdekte ik dat er een geweldige cursus voor aanstaande ouders wetenschappelijk is onderzocht en ontwikkeld, door de Hogeschool van Leiden. De cursus OuderTeam. Dit is, in mijn beleving, het soort cursus dat alle aanstaande ouders standaard moet worden aangeboden willen we ooit echt preventief en constructief werken aan het voorkomen van (v)echtscheidingen. En de politiek kan hiervoor zorgen.

Iedereen die ik in de afgelopen jaren heb gesproken over een cursus voor aanstaande ouders begrijpt wat ik bedoel en is het eens met mijn argumenten hierover. De bezwaren die worden aangedragen gaan over ‘dwang’ die je mensen niet kunt opleggen en dat je zo’n cursus niet kunt ‘verplichten’. Maar dat is de verkeerde benadering. Het zou een recht voor iedere aanstaande ouder moeten zijn zo’n cursus te krijgen, omdat het voor iedereen moeilijk is om tijdens het ingrijpende gebeuren van wat ik noem ‘de geboorte van een gezin’, je relatie goed te houden. Daar kun je alle hulp bij gebruiken en alle communicatie die daarvoor nodig is. Zie het als de voorloper van het consultatiebureau, waar je ook wordt begeleid, maar dan voordat de baby er is.

En het bezwaar dat het geld kost? Er is al vaak berekend wat een gezin kost dat van verschillende instanties hulpverlening krijgt en in vele gevallen niet geholpen wordt. Laten we dat geld investeren in een preventieve maatregel als een goede oudercursus, voor iedereen.

En een bijkomend voordeel…de huizen die niet gebouwd hoeven te worden, omdat meer gezinnen in één huis blijven wonen.

Prijs per stuk, heel gewoon

Ik vraag me wel eens af hoe het voor mensen die weinig te besteden hebben moet zijn, om een reclame voorbij te zien komen waarin twee mannen met karren met koppen erop bij de kassa komen. De man met twee karren zegt tegen de ander: ‘Ga jij maar eerst, jij hebt maar een beetje,’. Ik stel me voor dat genoeg mensen nooit en te nimmer aan zo’n volle kar toekomen.

De kar zit dan vol met 2 voor de prijs van 1 aanbiedingen. Iemand die graag minder zou betalen, zit daar niet op te wachten. Zijn budget is zo klein dat hij al blij mag zijn als hij er één kan betalen. Maar die tweede krijgt hij GRATIS. Ja…daar lijkt het op. Volgens mij is het zo dat de artikelen zo duur zijn gemaakt dat de winkeliers kunnen doen alsof ze artikelen gratis weggeven, maar dat is natuurlijk niet zo. Geen enkel artikel is gratis. Er is altijd iemand die betaalt en dat is in ieder geval niet de winkelier.

Wanneer het artikel voor de gewone prijs (de prijs die het zou moeten kosten) wordt aangeboden, in mijn beleving dus de helft, dan zou de klant de andere helft van dat bedrag kunnen uitgeven aan wat hij nog meer nodig heeft. Daar hebben mensen wat aan.

Ik kan het me nu veroorloven om te kopen wat ik nodig heb. Wanneer het houdbare artikelen zijn (en dat zijn het meestal) neem ik de tweede en geef het soms weg. Of het is iets wat ik echt regelmatig gebruik, en dan houd ik het zelf. Bij drogisterijen worden soms 4 voor de prijs van 2 aangeboden en wat het dan ook is, dat laat ik staan. Net als groenten of fruit wanneer er twee van worden aangeboden, dan kies ik iets wat gewoon een ‘per stuk’ prijs heeft. Ik wil niet gedwongen worden meer te eten omdat iets aan bederf onderhevig is. Tweede halve prijs koop ik alleen als ik het echt nodig heb. Ik heb altijd de keuze, maar die heeft niet iedereen.

Maar stel je nu eens voor dat we al die (belachelijke) reclames weg zouden doen en gewoon de prijzen zouden vragen die we zouden moeten betalen. Dus niet twee voor de prijs van één maar gewoon de helft van die prijs. Boodschappen doen zou weer leuk worden voor iedereen. En mensen die niet veel te besteden hebben zouden er enorm door geholpen worden.

Er is een Doe-het-zelf winkel die op die manier werkt. Geen aanbiedingen maar gewoon vaste lage prijzen. En ik vraag me af…welke supermarkt durft dat voorbeeld te volgen?

40 jaar samen

In mijn boek ‘Roos’ perikelen’ beschrijf ik de eerste ontmoeting met mijn liefste als volgt: Ik weet nog precies hoe het was. Nadat zij (de collega bij wie ik thuis kwam) de deur voor mij had open gedaan, hoorde ik vanuit de kamer zachte gitaarmuziek. In de zithoek zat de vriend, René dus, gitaar te spelen. Hij stond direct op toen ik binnenkwam. Hij kwam naar mij toe en gaf me een hand. Twee blauwe ogen onder een krullenbos keken mij aan. Ik was totaal verloren, het was een soort explosie van binnen. Ik wist dat voortaan alles anders zou zijn. Van zijn vriend hoorde ik later dat hij tegen René had gezegd, nadat ik naar huis was gegaan: ‘Ze is pas getrouwd René. Afblijven dus,’

Ik had mijzelf in het boek de naam ‘Roos’ gegeven, als afkorting van mijn eerste officiële voornaam, Rosemarie. Mijn liefste had gekozen voor de naam van zijn overleden jeugdvriend, René.

Dat ons samenkomen onvermijdelijk was blijkt, voor mij, uit het feit dat wij dit jaar veertig jaar samen zijn. Die jaren zijn zeker niet ongemerkt voorbij gegaan en hadden ook een andere uitkomst kunnen hebben, wat gelukkig niet is gebeurd.

26 jaar geleden schreef ik het volgende gedicht. In die tijd gebeurde dat ongeveer één keer per jaar. Aangezien het al achter in het jaar was had ik het niet meer verwacht, totdat…die eerste ontmoeting als een filmpje in mijn hoofd verscheen.

Still in love

He was sitting there playing the guitar

And I was lost forever

And it’s still the way we are

After 14 years together

You’re still the same, I’m up and down

So different you and I

But I’m learning to accept by now

Instead of asking: “Why?”

I’m still “in love” it just won’t go

Although my love is strong

But the foursome that we make just shows

That being “in love” can’t be wrong

It only makes me the vulnerable kid

I’m afraid I’ll always be

But you know what, I don’t care a bit

As long as he is next to me

30-11-1996     00.30 a.m.

Na veertig jaar samen klopt het gedicht nog steeds. En wat ook klopt is dat een verliefd hart ook een kwetsbaar hart is.

Hoe wij het redden

In de grote familie, en ons veel kleinere gezin, waarin ik ben opgegroeid zijn veel van de grote hobbels, ongemakkelijkheden en misschien wel levensdrama’s voorbij gekomen. We hebben te maken (gehad) met wat men noemt ‘stoornissen’ als ADHD en autisme, ziekten als kanker, hartfalen, astma, Parkinson, depressies en bij één van onze jonge kinderen diabetes. Hoog sensitief, kinderloosheid, lhbti, ontslagen, handicaps, echtscheidingen en overlijdens op veel te jonge leeftijd maken ook onderdeel uit van ons leven.

Toch komen we er samen ‘goed’ door. Ik schrijf dat toe aan het grote netwerk dat wij met elkaar zijn en hebben, oftewel ‘the village to raise the child’. Ik heb de ervaring van een grote familie en een klein gezin en die zijn beiden, bij het opgroeien en ouder worden, ‘bij elkaar’ gebleven. Je kunt je familie niet kiezen, maar je kunt er wel voor kiezen hoe je, in je familie, met elkaar om wilt gaan. Strubbelingen, onenigheden en ruzies zijn er helaas overal en ik ben ervan overtuigd dat het niet erg hoeft te worden wanneer ieder zou kunnen kijken naar wat zijn eigen aandeel daarin is, want die is er…altijd.

Dat de overheid steeds meer lijkt te falen bij de hulpverlening, die juist goed zou moeten zijn, heeft ook te maken met het grote aantal mensen die die hulp lijkt nodig te hebben. Ik zeg ‘lijkt’ omdat veel minder hulp nodig zou zijn wanneer ieder in staat zou zijn, eigen verantwoordelijkheid te onderkennen. Wanneer (scheidende) ouders niet in staat zijn voor hun kinderen te zorgen dan grijpen instanties in. Met veel te vaak gevolgen die, voor de mensen die geholpen zouden moeten worden, verkeerd uitpakken. Dat kun je in veel gevallen voor zijn door in je ‘village’ hulp te zoeken en dat vraagt ook van de mensen in je ‘village’ verantwoordelijkheid. Samen kritisch kijken naar wat er daadwerkelijk gebeurt, en dan helpen en die hulp toelaten.

Hoe wij het redden heeft te maken met communicatie. In onze familie en ons gezin doen we het allemaal op onze eigen manier, maar we doen het omdat we elkaar belangrijk vinden en liefde en respect voor elkaar hebben.

Het gezin als hoeksteen van de maatschappij lijkt (is, volgens velen) achterhaald, maar waar we steeds weer achter komen is dat het altijd bij het gezin begint. Het begint bij de geboorte van een gezin. Op dat moment moet de village gevormd worden en ben je enorm in het voordeel wanneer je familie hebt die jou te hulp kan schieten wanneer je die nodig hebt. Een verstoorde relatie, een verbroken band is te herstellen, als je het van beide kanten wilt. En ook vrienden, familie van familie en buren kunnen deel uitmaken van een village.

Zo redden wij het met elkaar, omdat we het willen.