Touwtje uit de brievenbus

Hij mag er oud en fragiel uitzien, maar ik denk dat hij ook gewoon 100 kan worden. Ik zou bijna zeggen, minstens. Zijn pleidooi om elkaar weer te vertrouwen zou mijn pleidooi kunnen zijn.

Ik groeide op in een wereld waarin we elkaar nog vertrouwden. Een wereld waarin we met elkaar nog gewoon buiten speelden. Genoeg hadden aan het samenzijn en samen iets konden bedenken om te spelen.

’s Zomers was dat touwtje springen, elastiekentwist, verstoppertje spelen of stoeprandje. De jongens voetbalden op straat en het portiek was een prima doel want er zat nog geen glas in. Wie had er geen rolschaatste, een tol met een touwtje aan een stok of een bal om blikspuit mee te spelen.

’s Winters lag er vaker sneeuw en ik kan nog het gevoel oproepen van het zwieren over de glijbaan, iets wat ik durfde omdat ik zelf kon bepalen hoe hard ik ging. In het vroege middag donker was je samen op de bevroren vijver, aan het schaatsen, glijden of sleetje rijden van de heuvel af. Het was een gegons van stemmen en je kende bijna iedereen.

Ik vertel wel eens gekscherend hoe ons enige paar rolschaatsen was uitgeleend aan een familie verderop die negen kinderen hadden en dus ook niet heel veel speelgoed. Je deelde met elkaar, je speelde met elkaar en je vertrouwde elkaar volkomen.

De wereld is veranderd en dat begrijp ik wel. Gamen is ook spelen met elkaar, alleen op een andere manier. Ik ben bang dat er kinderen zijn die nooit echt buiten spelen en ik ben zo blij dat ‘die van ons’ dat allemaal wel doen. Terwijl ze ook ‘op z’n tijd’ gamen of een spelletje doen op de telefoon.

We kunnen niet meer terug naar ‘ons vroeger’ maar we kunnen wel proberen om elkaar te (blijven) vertrouwen. En ik gun de kinderen zo het gevoel van veiligheid dat we hadden…toen de touwtjes nog gewoon… uit de brievenbus konden hangen.

Bingewatchen versus rust

Vroeger keek ik elke week naar CSI Los Angeles. Ik wist precies welke dag en hoe laat het kwam en ik miste, jaren geleden, geen enkele aflevering. Mijn liefste was veel weg en de meisjes waren nog zo jong dat ze redelijk vroeg op bed lagen en dan keek ik dus ‘mijn serie’.

Op enig moment kwam daar CSI Miami bij met de roodharige Horatio en zijn doordringende blik. Ook die serie volgde ik lange tijd en toen CSI New York erbij kwam werd mijn belangstelling al minder. Het werd een beetje teveel van hetzelfde.

Dat er een tijd zou komen dat wij niet meer gewoon, zoals toen, televisie zouden kijken, daar kon ik me niets bij voorstellen. Ik denk dat ik lang één van ‘de laatste der Mohikanen was’ die dat nog deed toen de rest van de wereld al dagelijks Netflixte.

Toen wij uiteindelijk begonnen met Netflix was dat met één aflevering per avond van de serie Downton Abbey. Daarna volgden Virgin River en Manifest en daarna nog vele andere die we ook begonnen te bingewatchen, soms twee of zelfs drie afleveringen achter elkaar. We begonnen ook met de mooie films die op Netflix worden aangeboden. Titels kan ik me daar niet van herinneren en van enkele maar hoe het verhaal in elkaar zat, ze volgden elkaar stomweg te snel op.

Van leuk werd het gewoon en van gewoon werd het gewoonte. We zaten soms uren achter het scherm en dan dacht ik daarna: ‘Ik had wel willen lezen,’ of, ‘we hebben vanavond helemaal niet echt met elkaar gesproken.’ Ik ging ook slechter slapen. Soms buitelden de filmbeelden door mijn hoofd en ze kwamen zelfs in mijn dromen voor.

Nu we het Netflixen beperken tot maximaal een film of aflevering van een serie per dag is er weer tijd voor andere dingen totdat we de dag eindigen met een beetje lezen en op tijd gaan slapen. En nu ik vroeger naar bed ga, sta ik ook weer vroeger op, of ik moet werken of niet…en dat is de echte winst, ik heb meer rust en tegelijk veel meer profijt van de dag.

Voor geen ‘kleintje’ vervaard

Toen wij ouders werden waren we jong en we hadden er helemaal niet over nagedacht. We werden het gewoon en we handelden ernaar. Mijn man werkte en ik zorgde voor kind en huishouden. En werkte er een klein beetje bij.

Ik weet niet of ik er goed in was, maar ik deed er wel mijn uiterste best voor. Mijn meisje was gemakkelijk, met bijna alles, en wanneer ze niet gemakkelijk was had dat meestal te maken met iets dat voor haarzelf ongemakkelijk was. Ze kreeg tandjes, had buikpijn of een kinderziekte, of ze kon niet slapen. Dat hebben we allemaal wel eens.

Hoewel ze het grootste deel van de eerste twee jaar niet kon praten, net als alle baby’s, praatte ik wel veel met haar. Als ze iets over haar hoofd moest hebben, waar ze een hekel aan had, dan deed ik dat voorzichtig en praatte zachtjes met haar om haar gerust te stellen. En als ze niet kon slapen wiegde ik haar, toen ze een baby was, tot ze sliep. Ik had wel goed haar slaapsignaaltjes in de gaten en daarom viel ze meestal moeiteloos in slaap.

Toen ze groter werd en een zusje kreeg moest ik de aandacht verdelen, en dat lukte goed omdat ik veel tijd met de meisjes kon doorbrengen. Dat ze gemakkelijk waren betekende niet dat ‘er nooit wat was’. Ze waren, net als andere kinderen, soms stout, soms verdrietig, boos of gefrustreerd maar ik vond ook ons tweede meisje, gemakkelijk.

Mijn aandacht en zorg was vooral voor hen. Ik deed en doe mijn huishouding zoals ik dat doe. Er werd elke dag gekookt en afgewassen, regelmatig gewassen en stof gezogen. Ik heb minder schoon gemaakt dan heel veel moeders, maar volgens mij hebben we daar niet onder geleden.

Toen de meisjes één en vier jaar waren begon ik met thuis studeren. Nederlands en Engels op HAVO niveau leek mij een goed begin om later de docenten opleiding Engels te gaan doen. Omdat ik alleen mijn huiswerk kon doen wanneer het met het gezin goed ging, had ik bij het examen niet alles af maar slaagde ik toch. En het bleek voldoende om twee jaar later aan de HBO opleiding te beginnen.

Toen ik een keer een jonge moeder hoorde zeggen dat ze niet zoveel bij de kinderen kon of wilde zijn omdat ze ‘intellectueel uitgedaagd moest worden’ dacht ik: ‘Wat betekent dat eigenlijk?’

Ik Google het en vind: Je wordt intellectueel uitgedaagd wanneer je ‘Steeds iets nieuws mag doen. Vraagstukken mag onderzoeken die nog niet eerder onderzocht zijn en waarvan het antwoord onbekend is. Complexe onderzoeksgebieden toevertrouwd krijgt die ook nog jouw interesse hebben’.

Volgens mij ben ik, in de jaren thuis met de kinderen, juist voldoende intellectueel uitgedaagd en dat had niet met mijn studie te maken.

Ware liefde

Ze is overleden in 2003, op 96 jarige leeftijd, en ik was echt een fan van Katherine Hepburn. Ik heb slechts een enkele film van haar gezien, maar ik was gefascineerd door de buitenechtelijke relatie die ze 27 jaar had met Spencer Tracey. Ik dacht altijd, wanneer ik hoorde van een buitenechtelijke relatie: ‘Kies dan, als je niet bij je man of vrouw wilt blijven. Eet niet van twee walletjes en doe je man of vrouw niet zo’n verdriet.’ Maar net als met alles kan er een uitzondering zijn. En wat mij betreft is dit zo’n uitzondering.

Spencer Tracey had met zijn vrouw een dove zoon en een dochter. Dat was voor hem de reden om niet zijn vrouw te kunnen verlaten. Katherine Hepburn is nooit getrouwd geweest en kon niet anders dan Spencer Tracey trouw zijn en blijven, zolang hij leefde en zelfs daarna. Zij hield met heel haar hart van hem. En waarom? Ik hoorde haar in een interview zeggen dat ze dat niet wist. Ze had niet van hem weg kunnen gaan omdat ze, met heel haar hart, van hem hield.

In haar biografie las ik dat ze probeerde hem nooit in de weg te zitten. Als hij iets aan haar niet prettig vond dan veranderde ze dat. Ze heeft hem nooit gevraagd voor haar te kiezen. Daarnaar gevraagd, kon ze niet zeggen wat ze dacht voor hem te betekenen. En ze was een sterke, zelfstandige, autonome dame.

Volgens mevrouw Hepburn heeft liefde niets te maken met wat je verwacht te krijgen maar juist met wat je verwacht te geven. Onbaatzuchtige liefde, dat was voor haar de ware liefde…dat is voor mij de ware liefde.

Vraag mij waarom ik zoveel van mijn liefste hou en ik weet het niet. Hij heeft heel veel goede dingen en ook dingen die ik niet zo goed vind. Wij maken geen ruzie maar kunnen elkaar erg raken of van streek maken, ieder op onze eigen manier. Hou ik daarom zoveel van hem? Ik weet het niet. Ik hou gewoon heel veel van hem. Zomaar, omdat hij is wie hij is, denk ik. Als ik door hem van streek ben geraakt hou ik nog steeds van hem. Nog evenveel.

Misschien maak ik voor mevrouw Hepburn een uitzondering omdat ik weet dat het bijna onmogelijk is, dat mevrouw Tracey het niet zou hebben geweten. Misschien omdat ik zoveel van mijn manier van liefhebben herken in de manier die zij beschrijft. Zij denkt dat weinig mensen echt kunnen liefhebben omdat het de meeste mensen teveel zou kosten…

Ik denk dat het te maken heeft met degene die je liefhebt. Als je ook van hem of haar die liefde krijgt, volgens Katherine, dan heb je geluk en ik heb het gevoel dat ik dat geluk heb.

Spijt…maar waarvan dan?

In de Volkskrant van 22 oktober 2022 lees ik een artikel over ‘spijtmoeders’. Het is niet het eerste en zal ook vast niet het laatste artikel zijn dat ik erover lees. Niemand weet van tevoren hoe het zal zijn om een kind te hebben. Dat blijft altijd een mysterie dat pas kan worden onthuld wanneer het kind(je) er is.

Een even vast gegeven als dat mysterie is, dat er geen kind wordt gemaakt wanneer niet twee mensen bij elkaar zijn gekomen om dit mogelijk te maken. Deze twee mensen hebben daarmee een verantwoordelijkheid op zich genomen die niet voor iedereen even gemakkelijk blijkt.

Wat ik in dit artikel, en ook in andere die ik over dit onderwerp heb gelezen, mis is het belang van de relatie, het feit dat er niet alleen een moeder is geboren, maar ook een vader en hiermee ‘een gezin’. Over de vaders wordt bijna niet gerept, hooguit over het feit dat ze niet evenveel voor het kind en de moeder doen als de moeders doen voor het kind en de vader. Mijn vraag is of dat wel moet.

Elke relatie zit anders in elkaar en wat we wel of niet voor elkaar doen is een gevoel, een beleving. We weten het pas als we er met elkaar over praten. Als we benoemen wat we ‘spijtig’ vinden. Het helpt ook erg als we dat kunnen doen zonder elkaar te overladen met verwijten. Als we onze angsten en frustraties aan elkaar benoemen dan kunnen we er ook samen wat aan doen.

In een relatie zou niet op een weegschaal moeten worden afgewogen, wat we voor elkaar doen. Als we samen één of meer kinderen hebben dan zorgen we daar samen voor, dat zou de goede norm zijn. En hoe dat ‘samen zorgen voor’ eruit ziet dat maakt elk stel ouders samen uit. De één zorgt meer voor het kind, de ander brengt meer geld in, of je doet samen, met hulp van familie of met betaalde hulp, ongeveer de helft. Alles is mogelijk omdat je er samen de baas over bent.

Waar heeft een spijtmoeder echt spijt van? Dat ze een kind heeft gekregen? Dat geloof ik niet. Ik geloof wel dat ze het spijtig vindt hoe haar relatie zich heeft ontwikkeld nadat het kind is geboren. En dat is volgens mij een heel andere discussie.

Misschien onderschatten we met elkaar het belang van een relatie, terwijl die in mijn beleving zo belangrijk is. Wat wil je in je relatie? En wat wil je daar zelf voor doen? Realiseer je je dat je samen verantwoordelijkheid hebt in een relatie, maar dat je alleen invloed hebt op wat je zelf doet?

En misschien zijn er wel moeders die echt spijt hebben dat ze een kind hebben gekregen en dat is dan heel verdrietig. Ik hoop dat deze moeders steun krijgen van de vaders van hun kind(eren) en van hun familie. Omdat hoe ze ermee om kunnen gaan heel bepalend is…voor het kind.

Meer dan wat je ziet

Het zou heel mooi zijn als een mens uit louter goede eigenschappen zou bestaan. Maar dat is niet reëel. Het Enneagram beschrijft de 9 menstypen waaruit volgens die theorie de mensheid bestaat. Ik ben (volgens die ‘leer’ een nummer 4, een romanticus). Er zijn over de nummer 4 veel goede dingen te zeggen maar wat de nummer vier doet dat lastig is voor hemzelf of haarzelf, is zich constant met anderen vergelijken. En omdat dat wat doet met zijn gedrag kan dat ook lastig zijn voor anderen. In het boek ‘De beste versie van jezelf’ legt Monique Schouten heel duidelijk uit wat de verschillende eigenschappen en vooral drijfveren zijn van de verschillende menstypen. Daarmee kun je met jezelf ‘aan het werk gaan’. Mij heeft dat veel rust gegeven omdat ik nu inzie hoe onzinnig het is om mij met anderen te vergelijken. Bovendien heeft dat veel negatieve gevoelens bij mij weg gehaald. Ik hoop daarmee ook voor anderen een prettiger persoon te zijn.

Ik heb eens iemand horen zeggen: ‘Hij (mijn zoon, man, vriend) heeft alle goede eigenschappen van menstype 2 en 4 maar de negatieve eigenschappen heeft hij niet,’ dan vraag ik me af wie zo iemand voor de gek wil houden. Heel waarschijnlijk zichzelf want ik denk dat zoon, man, vriend heel goed weet dat hij ook negatieve eigenschappen heeft.

Velen van ons hebben onze idolen en helden in de sport, de film- of muziekwereld. Wanneer we iets dieper in hun leven duiken blijkt niet zelden dat ze, ondanks hun enorme succes en soms dikke bankrekening, ook veel problemen hebben of hebben gehad. Het liefst willen we dat ontkennen en alleen de mooie kanten van deze mensen zien, maar daarmee ontkennen we ook een deel van wie ze zijn. Dat is jammer en doet geen recht aan de personen als geheel.

Iemand is altijd meer dan wat je ziet en vaak zien we verschillende kanten van een mens, afhankelijk van onze relatie tot hen. Als over iemand lelijk wordt gesproken dan denk ik, en soms zeg ik het ook: die persoon is veel meer dan je met dit verhaal zou denken. Vaak, vanwege een heilige overtuiging, blijft de spreker bij zijn mening. Als ik dan zeg: ‘Maar dat hebben mensen ook over mij gezegd,’ dan willen ze dat niet geloven. ‘Nee,’ zeggen ze dan, ‘jij bent zo niet,’ en dat is wat ik bedoel. Niemand is zoals tegen hem of haar wordt aangekeken. Mensen zijn veel meer dan wat je van ze ziet en dat is soms positief en soms negatief.

Maar we mogen allemaal erkend en geaccepteerd worden om de hele persoon die we zijn. Daar hebben we allemaal recht op. Jij…en ik ook.

Wisseldag

Vandaag is onze wisseldag. Die is van het westen naar het noorden meestal op vrijdag. Dat wij zo’n wisseldag hebben heeft ermee te maken dat we ook in het westen zijn komen wonen vanwege werk (van mijn liefste). Ons sociale leven speelt zich nog voornamelijk af in het noorden. Daarbij is één van mijn  voornemens van dit nieuwe jaar, om ook wat meer weekenden in het westen door te brengen.

Wanneer je in twee huizen woont dan heb je regelmatig een wisseldag. Dat geldt vaak voor mensen die dat doen vanwege werk in een andere dan de woonomgeving, en voor kinderen vanwege ouders, die niet meer bij elkaar wonen.

Net als voor ons gelden voor deze families vaste gewoonten op die dagen. Ik ken een gezin dat (net als wij) twee dagen per week zo’n wisseldag heeft. De vaste dag in hun week is de woensdag. Zij vertrekken dan ’s morgens van het ene huis naar school en ze gaan ’s middags na school naar het andere huis. In het weekend is de ene week de zaterdag, en de andere week de zondag wisseldag. In het geval van dit gezin zorgen de ouders ervoor dat de zware dingen, zoals de laptop en andere nodige dingen, zoals de toiletspullen, naar het andere huis worden gebracht.

Ik ken ook een gezin waarvan de kinderen één keer per week van huis wisselen. Bij hun worden niet alleen spullen verplaatst, maar wordt ook de hond naar het andere huis gebracht. Waar de kinderen zijn is de hond, een mooi baken vind ik in het woelige leven van deze kinderen.

En ik ken een gezin waarvan de kinderen alleen in het weekend naar hun vader gaan. Zij nemen uit hun moeders huis niets mee omdat ze bij vader en stiefmoeder alles hebben (wat hun hartje begeert). Bij aankomst wisselen ze direct van kleren en dat doen ze ook weer voor hun vertrek naar huis, zodat die kleren blijven waar ze ‘horen’.

Zo heeft dus een ieder hun modes voor de wissel dag. Ik zorg op zo’n dag dat de was wordt gewassen en opgehangen, althans in ons huis in het westen. Ik ruim op en maak schoon, wat nodig is. Wij moeten altijd onze laptops mee omdat we zowel op locatie als soms thuis werken, en ik wil altijd kunnen ‘schrijven’. De inhoud van de koelkast gaat mee, en de meeste aangebroken etenswaren. Kleding en schoenen hebben we in beide huizen en gaan zelden heen en weer, alleen bij speciale gelegenheden.

Waar de kinderen geen keus hebben, kiezen wij zelf voor wat anderen vaak vinden ‘een onrustig bestaan’. Wij waren er al aan gewend, omdat we in het noorden al heel lang op twee plekken wonen. Wij hebben een zomerplek en een winterplek. Het mooie van dit alles vind ik dat ik altijd weer uitkijk naar het wonen in ons andere huis.

Ik hoop dat het voor de kinderen, die in deze modus leven, ook zo is en dat het anders mag, wanneer dat voor hen beter is.

Met twee maten meten

We zijn geneigd de mensen in onze ‘inner circle’ beter te vinden dan de rest van de mensen. Ik heb zo vaak iemand horen zeggen: ‘Het zat tussen hen niet goed, maar dat kwam door haar,’ en zij is dan meestal degene die niet behoort tot de familie.   

Ik vind het altijd moeilijk wanneer bij een scheiding de schuld wordt geschoven naar de partij die niet tot de eigen familie behoort, terwijl er bij een scheiding geen kwestie hoeft te zijn van schuld. Wel van hoe er door de betrokken partijen mee omgegaan en tegenaan wordt gekeken. En een vechtscheiding kun je in je eentje niet hebben. Gevochten wordt er wanneer er twee partijen aan mee doen.

Ik probeer oprecht begrip te hebben voor beide partijen want elke scheiding is moeilijk en gaat gepaard met pijn. En helaas niet in de laatste plaats voor de kinderen.

En toch…en toch…blijk ik ook met twee mate te meten. Ik heb ook meestal meer begrip voor mijn  eigen familie- en gezinsleden dan voor wat we noemen ‘aangetrouwd’ en dat komt omdat ik ze langer en beter ken. Maar ik ben me bewust van de beide partijen en van wat het gezegde ‘twee kijven, twee schuld’ inhoudt.

Wanneer jij stopt met vechten zal de ander dat ook (moeten) doen. En misschien betekent dat wel dat jij dan meer doet dan de ander, en meer verantwoordelijkheid neemt en dat zal het kind of de kinderen ten goede komen.

Het is menselijk om met twee maten te meten maar probeer daarbij reëel te blijven. Probeer oog te houden voor wat er daadwerkelijk gebeurt en wees ook kritisch op je ‘inner circle’. Wat zij doen heeft net zoveel invloed als wat de ander doet. En is daarmee niet slechter of beter.

Matthew Perry, alleen reizend kind

Op zoek naar een ander boek vind ik het boek van Matthew Perry, vers van de pers. 10 jaar lang speelde hij de rol van Chandler in de hit-serie Friends die liep van 1994 tot 2004. Ik zou er nog steeds dagelijks van kunnen genieten al heb ik de afleveringen bijna allemaal meerdere keren gezien.

Matt Perry was één van de twee belangrijkste grappen bedenkers van de serie. Daarom verbaasde het mij zo dat hij tijdens de Friends reunion in 2021 zo’n gelaten, bijna angstige indruk op mij maakte. Hij leek oud en breekbaar, in niets de grappige, zeer aanwezige Chandler zoals ik me hem herinnerde.

Ik had al eens gelezen dat zijn ouders scheidden voordat hij een jaar oud was. Dat was de eerste trigger tot de verlatingsangst die zijn hele leven bij hem is gebleven. Dat moeder vervolgens de ene na de andere vriend ‘versleet’ hielp ook niet echt en al helemaal niet dat hij vanaf zijn vijfde ‘als een alleenreizend kind’ van Canada naar Amerika werd gevlogen om tijd bij zijn vader door te brengen.  

Ook begreep ik uit showbizz nieuwsberichten dat hij meerdere malen in afkickklinieken moest proberen van zijn drank, drugs en sigarettenverslaving af te komen. Dat hij het heeft overleefd is een groot wonder, dat hij ook als zodanig beschouwt.

Zijn verslavingen zitten deels in zijn genen en of zijn problemen daarmee zo groot zouden zijn geworden in een andere gezinssituatie is nooit met zekerheid te zeggen. Feit is wel dat hij tot op heden zich niet veilig genoeg heeft gevoeld om zich ooit aan iemand te binden. En dat hij zich ‘van het gezin dat zich om hem heen vormde’ geen onderdeel voelde. Zowel bij zijn vader als bij zijn moeder heeft hij halfzusjes en een halfbroertje van wie hij veel houdt. Maar zij zijn de gezinnen van zijn ouders. Waar hij zich geen onderdeel van voelt.

In zijn algemeenheid kunnen kinderen in soortgelijke situaties ‘zich alleenreizend’ voelen. Terwijl hun ouders daarin het verschil kunnen maken.  

De blik in je ogen

Op LinkedIn zie ik een ontroerende foto van twee mensen op leeftijd. Door wat ik zie op de foto, maar ook door het verhaal, begrijp ik dat de oude dame aan het einde van haar leven is. Zij ligt op de gebloemde bank met naast de bank, schrijlings gezeten, de man van haar hart. De man tegen wie ze zegt: ‘Bel de dokter niet, ik wil vredig in slaap vallen, met jouw hand in de mijne,’ de man ook, tegen wie ze zegt: ‘Ik hou voor altijd van je!’

De blik in hun ogen kan ik niet zien. Daarvoor is de foto niet duidelijk genoeg, maar ik kan me die blik wel voorstellen. Het is een liefdevolle blik. Een begrijpen dat zij, tot het einde van haar leven, bij elkaar horen en oneindig veel van elkaar houden. Door die blik in haar ogen zal hij ook, de rest van zijn leven, altijd weten van haar liefde, van hun liefde.

Een groot deel van ons leven samen hebben wij die liefdevolle blik voor elkaar, omdat we van elkaar houden. Nooit is daar minachting geweest, wel eens onverschilligheid omdat daar ware gevoelens achter werden verscholen waar nog niet over gesproken kon worden. Echt op mijn hoede was ik, wanneer mijn blik werd ontweken. Want dan was er een kwestie waarover gesproken moest worden.

De blik die je in elkaars ogen ziet, weerspiegelt de relatie die je met elkaar hebt. Ik hoop voor ons dat die liefdevolle blik steeds weer mag terugkomen. Tot het einde van ons leven.