Het vergeten kind TALKS

Ik krijg een appje van mijn kind: ‘Hoi, mam, het is de week van het vergeten kind, zie ik,’. Zij heeft gedoneerd en ik ben ook donateur. Ik heb twee weken geleden het blad ontvangen van The Unforgettables, de jongerenraad van de stichting Het Vergeten Kind. Zij zijn allen ervaringsdeskundigen en weten daardoor als geen ander wat kinderen in moeilijke thuissituaties doormaken. Zij zijn daarmee de beste ambassadeurs die zowel de stichting als de kinderen kunnen hebben.
Het papieren huis met het grote hart in het midden zit inmiddels op mijn raam geplakt. Het thema dit jaar is: Stop het wisselen van hulpverleners. In het magazine lees ik over kinderen die in een paar jaar tijd meer dan veertig tot één jongen zelfs 120 hulpverleners hebben gehad. En ik lees over een meisje dat zich afvraagt: ‘Wat is er mis met mij dat ik zoveel hulpverleners nodig heb,’. Inmiddels weet ze gelukkig dat ‘de hoeveelheid hulpverleners niets over haar zegt’. Gelukkig, want het ene gegeven geeft nogal een ander gevoel dan het andere.
Doordat de kinderen, die niet thuis kunnen wonen, in leef(tijds)groepen werden geplaatst moesten ze steeds doorschuiven naar een volgende groep. Het werd daar voor de kinderen erg onrustig van. Ze moesten steeds opnieuw hun verhaal vertellen en er waren per groep veel verschillende begeleiders en hulpverleners.
Sinds vorig jaar is er een ‘Echt Heppie (t)Huis’. Het Heppie (t)Huis is er voor kinderen van 6 tot 23 jaar en er is plek voor acht kinderen. Het heeft een klein groepje vaste opvoeders. In dit huis staat het ‘Klimaat van Aandacht’ centraal. Dit houdt in dat ze een positieve omgeving creëren en onder het gedrag kijken dat veroorzaakt wordt door de trauma’s. De opvoeders blijven warmte, liefde en knuffels geven, ongeacht het gedrag van de kinderen.
Dit huis, zo lees ik in ‘Het vergeten kind TALKS’, staat in de gemeente Geldrop-Mierlo. Het idee was van René van Camp van de stichting Het Vergeten Kind. Nu het eerste jaar Heppie (t)Huis er bijna opzit merken de opvoeders dat de kinderen meer rust vinden, meer vertrouwen krijgen en zich meer thuis voelen.
Wat heerlijk voor deze kinderen. Ik hoop dat er nog veel meer van deze Heppie (t)Huizen zullen komen in zoveel mogelijk gemeenten. Ik kan zelf niet rechtstreeks iets voor ze doen maar ik kan wel donateur zijn van de stichting en helpen het geld bij elkaar te krijgen om deze kinderen de zorg te geven die ze nodig hebben. En ik ben blij dat ik, door donateur te zijn, één keer per jaar zo’n mooi huisje voor mijn raam kan plakken en daarmee aandacht voor de kinderen kan vragen.
Het is overigens niet zo dat deze kinderen (door ouders of hulpverleners) vergeten zijn maar zij voelen zich zo en voor hen is dat niet fijn. Zij verdienen het ook om gelukkig te zijn.

On- versus offline

Kinderen in Nederland kunnen steeds minder goed lezen. Ik schrik daarvan en tegelijk kan ik het me wel voorstellen. Het moet iets te maken hebben met de telefoons, IPads en laptops waar kinderen zich tegenwoordig graag mee vermaken.
In mijn hoofd komt het liedje ‘Het Dorp’ op van de al lang geleden overleden Wim Sonneveld. In het liedje zingt hij ‘… de nieuwe tijd, net wat u zegt, maar het maakt me wat melancholiek …’. Ik hoor jullie bijna denken: ‘Hè, wat? Wat is dat nou voor een woord?’ Het betekent somber of depri, dat zal mensen van nu misschien meer aanspreken. Dat voel ik soms ook een beetje.
Ben ik dan tegen de apparaten die ik heb genoemd? Nee, hoor. Wij hebben ze ook in huis en onze kinderen met hun gezinnen ook. Onze kleinkinderen zitten ook wel eens langer op de IPad of kijken langer televisie, over de hele dag, dan de toegestane één uur per dag voor kinderen van vier tot zes jaar (mediaopvoeding.nl). Nee, ik ben daar helemaal niet tegen. Het hoort bij deze tijd en ik begrijp steeds beter dat kinderen ook veel leren van wat ze via die media zien en horen.
Ik ben wel, vooral voor ‘oude gewoontes’ als elke dag voorlezen, met de kinderen naar buiten gaan en lekker een beetje voor mij uit zitten kijken terwijl de jongetjes voetballen of capriolen uithalen op de apparaten in de speeltuin. Ik hou niet echt van spelletjes doen maar ik doe het wel en dan gebeurt wat ik eigenlijk altijd zeg: ‘Gewoon doen en dan vind je het hartstikke leuk,’. De kinderen vinden het altijd zo fijn als er een ‘mens’ meedoet. Dat maakt het spel blijkbaar extra leuk of gezellig. Ook de kinderen van nu willen nog steeds gewoon aandacht, de meeste mensen van nu ook, denk ik.
Ik ben blij dat we allemaal van lezen houden. Het maakt je wereld groter en er is zoveel uit te leren. En je kunt er heerlijk bij fantaseren. Het zal zeker helpen als de kinderen straks echt moeten gaan leren en al lezend veel tekst moeten verwerken. Het is even extra onder de aandacht in deze Nationale Voorleesdagen. Gelukkig want het is zo belangrijk. Dus, vanaf nu, iedereen meer lezen. Neem je kinderen mee naar ons prachtige nieuwe Forum en geniet van de mooie, nieuwe bibliotheek. Je kinderen zullen je er later echt dankbaar voor zijn.

Onvoorwaardelijke liefde

Ik heb mijn moeder 51 jaar gehad. Ze was 86 jaar oud toen ze, ruim negen jaar geleden, overleed. Ik was haar negende kind en ik begreep heel goed dat ze niet zoveel met mij besprak, ze had alles al zo vaak gezegd. Bovendien had ze haar handen vol aan het zorgen voor haar grote gezin, elke dag weer.
Voor de liefde die ik van haar voelde, haar onvoorwaardelijke liefde, had ze geen woorden nodig. Ik voelde, altijd, dat het goed was. Toen ik een keer veel te laat was begonnen met een proefwerk en tot diep in de nacht moest leren, lag zij op de bank te slapen tot ik klaar was. Omdat ik bang was alleen in de kamer. Toen een zusje, omdat ze te laat thuis was gekomen, niet gewekt zou worden door mijn vader deed zij het, omdat ze niet wilde dat mijn zusje te laat op haar werk zou komen.
Mijn man en kinderen heb ik onvoorwaardelijk lief. Althans, dat is mijn intentie, wat ik absoluut wil. Onze verdeling van zorg en werk begon zoals wij van ons beider thuis kenden. Mijn man werkte, en ik zorgde voor de kinderen. Grotendeels kwam de opvoeding dus op mij terecht en ik pakte blijmoedig deze belangrijke klus op.
Zoals ik bij mijn moeder had ervaren mocht en kon bij mij ook veel. Mijn grenzen lagen ver uit elkaar waardoor de meisjes veel zelf mochten beslissen. Ik noemde dat toen vrijheid en ze verantwoordelijkheid aanleren. Pas heel veel jaren later begreep ik hoe die verantwoordelijkheid voor het oudste meisje toen veel teveel was. En ik had het met de beste bedoelingen en mijn onvoorwaardelijke liefde gedaan. Ik geloof dat ze dat wel heeft begrepen toen we er, nog weer wat later, een keer over spraken.
Wanneer je kinderen groot zijn, en zelf gezinnen hebben gekregen, dan weet je pas hoe je opvoeding heeft uitgepakt. Net als andere gezinnen zijn wij hobbels en bobbels op ons pad tegengekomen en gelukkig hebben we die samen kunnen nemen. Met het gezin dichtbij ons en het gezin dat veraf woont hebben we wekelijks contact en ik zie ze zelfs allemaal om de andere week. De gezinnen hebben hun eigen leven en ieder een modus die wonderlijk van elkaar verschilt. En beiden zijn prima. Ook bij hen zie ik de onvoorwaardelijke liefde onderling. Betekent dat dat er nooit eens onenigheid is? Jawel hoor, al zullen wij niet snel iets ruzie noemen.
Misschien lukt het niet altijd met die ‘onvoorwaardelijke liefde’ maar het lijkt me niet verkeerd wanneer het tussen geliefden wel het uitgangspunt is.

Normaal

Een agent die vertelt dat hij van bijna elke dienst wel thuiskomt met ergens een schaafplek of een blauwe plek vanwege geweld dat hij heeft ondergaan tijdens het uitvoeren van zijn werk. Hulpverleners die hun werk niet kunnen doen zonder dat er agenten worden opgeroepen om hen, terwijl ze die hulp willen en moeten verlenen, te beschermen.
Ik heb een hekel aan het woord normaal omdat wij, over het algemeen, niet voor een ander kunnen bepalen wat normaal is. Toch kan ik dit soort berichten niet normaal vinden. Agenten en hulpverleners moeten gewoon hun werk kunnen doen. Zonder dat ze belaagd worden door onverlaten die ze naar het leven staan. Om het woord dan maar goed te gebruiken, dat zou normaal moeten zijn.
Ooit lagen deze onverlaten allemaal als een hulpeloos, onschuldig baby’tje in een wieg. Ze zullen allemaal zijn opgevoed naar het beste inzicht en met liefde van hun ouders. En toch …, toch doen ze nu dit.
Het kan natuurlijk zijn dat ze onder invloed van drank en/of drugs zijn geweest. Dan zijn ze zich er, op het moment dat het gebeurde, niet van bewust geweest. Noemen ze dat dan ‘ontoerekeningsvatbaar’? Maar ze hebben het wel gedaan en de slachtoffers zijn wel slachtoffer en vaak voor het leven getekend. Misschien niet zichtbaar maar onzichtbaar is wellicht nog veel erger, dat heelt niet zo gemakkelijk. Of misschien deden ze het ‘om mee te doen met de groep’ en zouden ze het alleen nooit gedaan hebben. Dat kan. Maar ook dan, hebben ze het wel gedaan.
We kunnen uit het verleden niets veranderen, helaas, maar we kunnen nog steeds invloed hebben op de toekomst. We kunnen kijken naar onze eigen jonge kinderen en met hen hierover in gesprek gaan. We kunnen met ze praten over wat zij in zo’n situatie zouden doen. Niemand moet de held uithangen, ook daar hebben we al veel voorbeelden van gezien die niet goed zijn afgelopen. Maar we moeten de juiste keuze maken. Een foto maken en op Facebook zetten? Of hulpdiensten bellen en verder doen wat we, onze veiligheid in acht nemend, kunnen doen. We hebben een keuze.
We kunnen onze kinderen sterk maken door ze te laten weten dat ze goed zijn zoals ze zijn. Door ze het onderscheid te leren tussen de wereld waarin de mensen, met filters en halve waarheden, proberen er zo goed mogelijk uit te zien en te komen. En de echte wereld waarin je accepteert dat er verschillen zijn en dat dat mag. Door (als je het echt wilt) drank en drugs te gebruiken waar ze voor bedoeld zijn, genot, en niet omdat je er niet meer zonder kunt. Onze kinderen doen wat wij doen. Wij zijn hun rolmodel. Wij moeten ze laten zien wat voor maatschappij we met elkaar willen zijn. Om nog een keer het woord te gebruiken: dat zou normaal zijn.

Nog een keer, opvoeden

Op LinkedIn lees ik een artikel over kinderen die gepamperd worden en in een ander artikel lees ik dat tegenwoordig ouders vooral willen dat het leven voor hun kind ‘leuk’ is. Dat is van deze ouders lief dit voor hun kind te willen. Het heeft dus met liefde te maken. Echter, als ik het artikel goed begrijp willen deze ouders dat het leven voor hun kind ‘altijd leuk’ is … en dat kan niet. Zo zit het leven niet in elkaar. Het leven is voor ouders ook niet altijd leuk.
Het is goed als kinderen leren dat het leven bestaat uit leuke en niet leuke gebeurtenissen. Het leven is niet altijd ‘eerlijk’ en niet alles kan en hoeft op een weegschaal. Kinderen moeten niet alleen het lopen maar ook het leven leren met vallen en opstaan. Dat is ook een onderdeel van opvoeden. Je kind laten ervaren dat dingen soms lukken en soms niet. Dat ze soms krijgen wat ze willen … en soms niet.
Bedenk altijd dat je hun pappa of mamma bent en geen vriend of vriendin. Daarom vind ik een vader of moederwoord zo goed voor een kind en dat ze je als ouder niet bij je naam noemen. Je hebt maar één pappa of mamma en die heeft naar jou toe een taak en verplichting die enorm groot is. Hij en/of zij moet je belangrijkste rolmodel zijn. Degene die, als je jong bent, voor jou bepaalt wat goed voor je is en wat hij jou leert dat ‘gewoon’ voor jullie is.
Wat in jullie gezin als ‘gewoon’ kan worden beschouwd maak je met elkaar uit. Eet je altijd aan tafel dan wordt dat een gewoonte. Mag iedereen tien minuten doezelen voordat je opstaat nadat je gewekt bent of je wekker is afgegaan? Prima, maak dat een gewoonte. Zeg je thuis geen lelijke woorden? Dat communiceert prettig. Doe je gewoon wat de ander vraagt? Dat is heel prettig, dan zal de ander ook doen wat jij vraagt en je ouders of opvoeders zullen dat goede voorbeeld moeten geven zodat jullie dat kunnen opvolgen.
Zie je, het is heel simpel en bij een goede communicatie is ook ruimte voor onderhandeling als het redelijk is. Dat is ook iets dat de volwassenen samen bepalen, wat is redelijk, wat willen we voor onze kinderen.
Ouders zijn, opvoeden is een heel leuke en dankbare taak die wel heel groot is en daarom heb je elkaar daarbij nodig. Hier komt weer het gezegde of de spreuk ‘It takes a village to raise a child’ in beeld. Hier is ook het belang van ‘openstaan voor ideeën’. Je hoeft het niet alleen te doen, je moet wel je gezonde verstand gebruiken want zo belangrijk is opvoeden.

Opvoeden

Kinderen krijgen gaat vaak vanzelf. Samen bepaal je dat je het wilt en dan ga je er voor. Je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben en niemand zal je interviewen om te kijken of je het aankunt. Gelukkig wordt het proces wel goed begeleid wanneer de baby eenmaal ‘in de maak’ is. De verloskundige staat je bij.
Opvoeden gaat zeker niet vanzelf. We horen weleens verkondigen: houden van is een werkwoord, en dat geldt ook voor opvoeden. Ze horen ook bij elkaar, die twee werkwoorden. Als je houdt van degene met wie je je kind opvoedt dan is opvoeden al twee keer zo licht dan dat het anders zou zijn. En als je dan ook nog kunt communiceren zoals voor jullie alle drie (of meer wanneer er meer mensen bij betrokken zijn) goed is, gaat het zeker lukken.
Nu komt het volgende, want wat is dan goed? Goed is maar een woord. Hoe je goed opvoedt, daar moet je samen over communiceren. Wat wil je voor je kind? Wat voor ouder wil je zijn? Wiens belang gaat voor? Sta je open voor ideeën? Wat hadden jullie in gedachten voordat de baby er was.
Moeilijk hè? Of toch niet? Elke baby, elk mensenkind heeft liefde nodig. Echte liefde. Liefde die uit betrokkenheid en genegenheid wordt gegeven. Hoe dat eruit ziet is aan zijn ouders, zijn opvoeders. Hoe betrokken ben je bij je kind? Genoeg om zijn babysignaaltjes te herkennen? Genoeg om te weten waar hij van houdt en waar hij een absolute hekel aan heeft? Genoeg om hem aan jou te laten hechten? Genoeg om met jou te leren communiceren? En is zijn andere ouder ook genoeg bij hem betrokken? En hoe zijn jullie samen? Betrokken?
Ja, een baby heeft ook eten nodig en een goede slaapplek en genoeg kleren en luiers en speelgoed en een wagentje om in gereden te worden. Maar een kind heeft niet nodig: het nieuwste van het nieuwste en het mooiste van het mooiste. Hoe mooi dit ook staat op Facebook of Instagram, of welk ander medium ook.
Een kind heeft vooral jullie nodig. Jullie liefde, aandacht en betrokkenheid zodat je elkaar goed leert kennen en dan leert hij je wel hoe je hem goed moet opvoeden.

Genoeg liefde maar geen gelukkige relatie

Hoe krijg je een gelukkige relatie? Wat is daarvoor belangrijk? Ooit hoorde ik iemand zeggen: ‘Ze zijn erg op elkaar gesteld,’ en dat vond ik toen raar. ‘Op elkaar gesteld zijn’ is toch veel te weinig als je het over liefde hebt?
Nu ik met mijn grote liefde al 37 jaar heb samengeleefd denk ik daar wat anders over. Wij houden van elkaar, ik in ieder geval al 37 jaar van hem. Ik was niet vrij toen ik hem voor het eerst in de ogen keek maar hield direct al van hem. En hij was zeker meteen op mij gesteld. Dat wij gaandeweg steeds meer van elkaar gingen houden was belangrijk, maar dat wij ook steeds meer op elkaar gesteld raakten was zeker zo belangrijk. Het hielp ons enorm om onze communicatie positief te ontwikkelen. Dat ging niet zonder slag of stoot, maar dat gebeurde wel.
Hoe kan er genoeg liefde zijn en de relatie toch ongelukkig? Ik weet dat niet want ik heb zelf niet in zo’n situatie verkeerd. Maar ik kan het misschien wel bedenken. Liefde is namelijk geen garantie voor geluk. Het is denk ik wel het beste uitgangspunt. In beginsel moet er liefde zijn. En verder? Een cruciaal onderdeel van een relatie is, en daar is hij weer, communicatie. Hoe praat je met elkaar, maar ook, hoe kijk je naar elkaar en wat gun je elkaar. Wat vind je samen belangrijk en hoe reageer je op een voorstel waar jij niet zoveel zin in hebt maar waarvan je wel weet dat je liefste het graag wil, of belangrijk vindt. En dat kan alles zijn, bij wijze van spreken van fietsen tot seks. Eigenlijk weten we allemaal wel, dat als je samen iets doet en de één ziet hoe de ander geniet, de zin bij die ene ook komt. Tenminste … als er liefde is, als je elkaar wat gunt, als je ervoor open staat.
De communicatie kan te moeilijk zijn, mensen begrijpen elkaar soms echt niet. En soms realiseren ze zich niet hoe destructief hun eigen gedrag kan zijn of hoe lastig het is als er competitie en strijd tussen twee geliefden is in plaats van harmonie en met elkaar meebewegen.
Dat kan allemaal en dat maakt de relatie moeilijk, soms bijna onmogelijk. Maar dat betekent niet … dat er geen liefde is.

Liefde

Wat is liefde en hoe voelt liefde. Wat maakt dat de ene liefdesrelatie een leven lang kan duren, zoals ik bij mijn ouders zag en waar ik bij ons goede hoop en vertrouwen op heb, en de andere liefde na korte tijd dooft.
Ik heb in mijn leven drie liefdes(relaties) gehad. De eerste twee kort en toen ik nog heel jong was. De derde, sinds ik 23 was, nu al 37 jaar. Op mijn eerste vriend was ik intens verliefd, ik dacht destijds dat hij mijn grote liefde was. Tegelijk voelde ik heel sterk dat er iets niet goed was (hij bleek het met de trouw niet zo nauw te nemen) en toen hij mij na twee jaar verliet was ik intens verdrietig. Ik was net 19 geworden. Ik heb wel eens gedacht dat ik vanwege dat verdriet in de armen van de eerste de beste jongen liep die mij positieve aandacht gaf. Dat ik ruim drie jaar bij hem ben gebleven en zelfs met hem ben getrouwd (het huwelijk was kinderloos en duurde tot en met de uitgesproken scheiding 13 maanden) betreur ik zeer voor hem. Ik zou het ongedaan willen maken maar dat kan niet.
Toen ik mijn man leerde kennen was ik dus getrouwd. Op mijn 23ste gescheiden en een jaar later met hem getrouwd omdat we onze oudste dochter verwachtten. Ik hield toen al heel veel van hem. Ik wilde toen, en nu nog, alleen maar bij hem zijn. Hield hij ook direct en zoveel van mij? Ik denk het niet en vond dat heel lang, heel moeilijk. Ik vond het wel een eyeopener toen zijn beste vriend tegen mij zei: ‘Misschien heeft hij veel minder te geven dan jij en hij geeft alles aan jullie,’. Onze vriend zal ik hiervoor altijd dankbaar blijven want het veranderde direct mijn gevoel.
Ik hoor vaak mensen als reden van een scheiding zeggen: ‘We (of ze) waren heel verschillend,’. Dat zijn wij ook. Ik meen het wanneer ik zeg: ‘Hij is alles wat ik niet ben en ik ben alles wat hij niet is,’. Daarvan zeg ik nu: was.
37 jaar is een lange tijd en die kun je alleen maar prettig en fijn (gelukkig niet doorlopend, dat zou niet goed zijn) bij elkaar blijven wanneer je leert met elkaar mee te bewegen en elkaar positief te beïnvloeden. Hoe dat ‘positief’ eruit ziet bepaal je samen.
Volgens mij kan een relatie slagen als er in beginsel liefde is. En als je die liefde weet te behouden en uit te breiden. Uitbreiden, eerst en vooral, naar je kinderen en dan naar andere mensen om je heen, die je ook kunt liefhebben.
Misschien is het goed om te checken hoe het met de liefde is voordat je aan kinderen begint. Het is sowieso wel goed om in een relatie af en toe te checken hoe het met de liefde is, als je een liefdesrelatie wilt behouden. Als je geen kinderen wilt, of hebt, is het minder belangrijk omdat de relatie dan gaat over twee of meer volwassenen.
Het blijkt voor veel mensen te moeilijk om hun kind voorop te stellen (dat is een van mijn conclusies bij veel scheidingen waarover ik hoor en lees) maar, en dat is mijn overtuiging, dat gaat een stuk gemakkelijker wanneer er tussen beide ouders liefde is.

Linda

You have your own place, deep in my heart
Although you’re not there, you’ll always be part
Of this family, so big and strong
Forever the place where you belong

You have loved this family so intense
The emptiness you leave is so immense
We’ll never forget any part of you
Because we have loved you so much too

Nothing else could have given us more togetherness
Than just the tragic of your death
The best are the memories of a person loved
We’ll see you again when we arrive up above

Although you’re up there and we are still here
Together we have nothing to fear

We still love you and we always will.

De anderen … en zij.

De meeste kinderen houden van de gymlessen. Vooral wanneer de les bestaat uit een potje volleybal, basketbal of misschien wel voetbal. Een beetje gezonde competitie. Een beetje krachten meten. Een beetje vrij, anders dan de klassikale lessen waarin je moet opletten en in je bankje zitten werken.
Vooraf was er het selecteren van de groepen. Daarvoor werden twee leerlingen aangewezen die vervolgens om de beurt iemand mochten kiezen in hun groepje. Precies daar begon voor haar de ellende. Een voor een werden de kinderen gekozen. Je zag de verschillende groepjes opgetogen reageren, oh ja, die … die kan heel hard lopen. Of die, die kan heel goed een bal gooien, of vangen, of wegslaan. Soms zag ze de teleurstelling op de gezichten als iemand voor hun neus was weggekaapt. Och, die hadden ze ook zo graag in hun groepje willen hebben. Met angst en beven zag ze de een na de ander in een groepje worden opgenomen en dan de wetenschap …
Ze was niet voorzien van een heel soepel lichaam. Misschien hielp het ook niet dat ze pas op haar zesde naar school was gegaan. De kleuterschool had ze geskipt. Waarom? Ze weet het niet eens. Het was blijkbaar niet verplicht. En ze was precies met haar familie op haar vierde naar een nieuwe stad verhuisd. Ze had het heerlijk gevonden altijd bij haar moeder thuis te zijn, samen met het jongere broertje en de jongere zusjes. Heerlijk rustig ook nu de oudere broers en zussen naar school of naar hun werk waren. Maar voor haar is het achteraf niet zo handig geweest.
De gymlessen waren een crime, want wat ze ook deden, echt lukken wilde het nooit. Bij het maken van een vogelnestje aan het einde van de gelijke brug stonden twee leerlingen om je op te vangen zodat je niet zou vallen … en ze viel toch. Ze grepen net mis of misschien was het wel de onhandige manier van bewegen van haar lichaam? Met het zwaaien aan de ringen wist eenieder dat dooie punt te vinden waarop je de ringen loslaat en keurig, recht naar beneden op je voeten terechtkomt … behalve zij. Ze liet in de zwaai los en viel daardoor voorover op haar buik neer, keihard want, precies niet op de mat.
Toch viel dat allemaal in het niet bij dat ene. Het weten dat na het verdelen van de groep er nog één iemand zou staan … alleen … en zou worden toegewezen aan de laatste groep die aan de beurt was om te ‘kiezen’. Aan sommige gezichten had zij al lang gezien aan welke groep dat was. Die hadden al berekend wie die slome zou krijgen die geen bal wist te vangen, of te gooien, of te slaan.
Ze heeft zich vaak afgevraagd waarom ze toch zo slecht aansluiting weet te vinden bij een groep, maar eigenlijk weet ze het allang. En het is ook de reden waarom ze wil opkomen, altijd … voor die ene.