Weinig kan ook genoeg zijn

Op de radio hoor ik over een jong stel dat net samenwoonde in een tiny house toen de Coronacrisis uitbrak. Ze leven samen op 30 vierkante meter. Nu ze veel bij elkaar zijn is dat moeilijk. De mannelijke helft van het paar heeft daarom naast het huis een tentje op gezet om ze beiden wat privacy te gunnen. Mooie oplossing, zeker wanneer je die nodig hebt.
Ik hoor het bericht terwijl ik zelf in mijn tiny house sta af te wassen. Hier wonen mijn man en ik met mooi weer, op iets minder dan de oppervlakte van de jongelui. We hebben hier wel om ons heen een ruimte van 100 vierkante meter waar we het grootste deel van de mooie dagen buiten wonen, in onze buitenkamer op de steiger. Toen in Nederland een totale lockdown een optie werd zei mijn man direct dat we in ons tiny house zouden gaan wonen als dat zou gebeuren. We hebben dat namelijk al eens gedaan met regen, wind en kou toen we een periode van 15 maanden overbrugden zonder ander huis dan dit kleine, ons zo dierbare huis.
Ons huis in de stad is ook relatief klein. Een appartement met twee slaapkamers. Qua oppervlakte drie keer ons klein huisje. Wij delen het met ons tweeën maar 200 kilometer verderop woont onze jongste dochter met haar man en twee drukke jongetjes van 3 en 6 in een soortgelijk appartement. Ook zij zijn door de lockdown al zes weken alle dagen met zijn vieren thuis. Zij waren al gewend aan thuis werken al is het natuurlijk een heel ander gebeuren met, dan zonder de jongetjes thuis. Maar ze redden zich prima. Stiekem verdenk ik ze ervan dat ze het zelfs wel fijn vinden om zoveel samen te zijn. Ze hebben het zelfs voor elkaar gekregen om in het kleinste kamertje een kantoortje te maken wat het thuis werken nog gemakkelijker maakt. Het was een logeerkamertje/slaapkamertje van oma en dat betekent dat daar weer een andere oplossing voor komt als er iemand komt logeren.
Weinig is soms echt genoeg en dat maakt dan het leven best gemakkelijk.

Het kleine meisje

Oma en het kleine meisje waren heel goede vriendinnetjes. Zes jaar al, want zo oud was het kleine meisje. Elke week kwamen ze bij elkaar en dan brachten ze samen de dag door. Het was eigenlijk altijd leuk. Oma keek en luisterde goed naar wat het kleine meisje nodig had en ze probeerde zo goed mogelijk daaraan gehoor te geven.
Toen de pappa en mamma van het kleine meisje uit elkaar gingen was het meisje heel verdrietig. Had ze iets verkeerd gedaan? Maar pappa en mamma zeiden dat zij niets verkeerd had gedaan en dat ze heel veel van haar hielden. Toen was ze niet meer alleen verdrietig maar toen was ze ook in de war en later werd ze ook boos. Ze begreep er helemaal niets van.
Nog steeds kwam het kleine meisje elke week bij oma en nu bleef ze er ook meestal slapen. Nog steeds waren ze vriendinnetjes maar soms werd het kleine meisje zo boos dat oma zich geen raad wist. Soms was het zelfs zo erg dat oma haar geduld dreigde te verliezen. Uit onmacht. Dat mocht natuurlijk nooit gebeuren.
Oma moest alle zeilen bijzetten om het meisje uit haar boosheid te krijgen. Soms met afleiden, soms met troosten, soms met een enkel boos woord, ondanks haarzelf, uit haar eigen frustratie geuit. Nooit wist ze of het aankwam, of het meisje haar goede bedoeling voelde. Meestal kwamen ze er samen uit, en als het een enkele keer niet lukte en het kleine meisje boos de kamer verliet, met het dichtslaan van een deur, ging oma’s hart nog het meest naar haar uit. Als ze dan weer in de kamer kwam, waar oma ogenschijnlijk met iets bezig was, deden ze beiden of er niets was gebeurd.
De pappa en mamma van het meisje deden er alles aan het zo gemakkelijk mogelijk voor het meisje te maken en langzamerhand merkte oma verandering. Het meisje sliep niet meer zo vaak bij haar maar ze waren nog elke week samen. De boze buien namen af en op een dag sloeg het meisje haar armen om oma’s middel en ze uitte maar één woord: ‘Oma,’
Een paar jaar later is de rust weergekeerd. Het meisje wordt een groot meisje en ze is allang gewend aan het wonen in twee huizen. Wanneer ze bij oma slaapt is het een groot feest en daar zijn ze beiden blij mee. Dat het minder vaak gebeurt begrijpt oma heel goed. Elk kind wil toch het allerliefst bij pappa of mamma zijn.
Het meisje en oma zijn goede vriendinnetjes. Ze hangen zelfs een beetje aan elkaar en stiekem denkt oma dat het kleine meisje, in die moeilijke fase, toch oma’s goede bedoeling heeft gevoeld. En oma is blij, zo blij dat ze altijd haar kleine meisje kon geven wat ze verdiende. Alles om het meisje te helpen. Want zij, de kleine en jonge jongetjes en meisjes, hebben het meest onze steun en aandacht nodig in een moeilijke situatie. Want zij zijn klein en wij zijn groot.

Relatieslim 2.0

‘Misschien zijn we wel relatieslim, mam,’ een opmerking van mijn dochter nadat we hebben gekeken naar een uitzending op t.v. over relaties. ‘Die houd ik erin, ‘ zei ik toen. Misschien zijn wij wel relatieslim.
Ik heb vaak aan haar opmerking gedacht omdat ik me oprecht afvraag waarom veel mensen tegenwoordig zo worstelen met het wel of niet willen of hebben van een relatie. Ik heb verhalen gelezen en gehoord over datingsites, voor hoger opgeleiden of om een relatie naast je relatie te hebben met de vraag: ‘Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook,’ En ik vraag me af: als je gelukkig getrouwd bent waarom zou je er dan een relatie naast willen hebben? Ik heb het dan over een liefdesrelatie. Tegelijk denk ik dat we op het gebied van familierelaties, voor mij het vervolg op een liefdesrelatie, ook relatieslim zijn.
De relaties van onze dochters en mij hebben veel verschillen maar waarschijnlijk meer overeenkomsten. We zijn vroeg met vriendjes begonnen, niet met de eerste de beste getrouwd en relatief vroeg getrouwd en moeder geworden.
Oudste dochter en ik zijn beiden twee keer getrouwd. Haar eerste huwelijk duurde acht jaar en ze kreeg met haar ex-man twee prachtige kinderen. Mijn eerste huwelijk duurde maar een jaar en was gelukkig kinderloos. Zij trouwde na drie jaar met haar tweede man, ik na ruim één jaar met mijn tweede man, de vader van onze twee prachtige kinderen.
Ik denk dat veel overeenkomsten zitten in hoe we met onze relaties omgaan. Niet ‘wat zit er voor ons in’ was ons uitgangspunt maar eerder ‘wat hebben we te geven in deze relatie’. Dat we daarbij verliefd waren is een belangrijk onderdeel van dat uitgangspunt, en ook dat de verliefdheid overging in houden van.
Toen ik mijn dochter ermee complimenteerde dat zij zo goed met haar ex-man was
meebewogen toen hij grote moeite had om met hun scheiding om te gaan zei zij: ‘Ja mamma, maar hij heeft zich ook aangepast en er veel voor over gehad,’ Hun goede wil en inspanning heeft de pijn en het verdriet van de kinderen, na de scheiding, kunnen verzachten. Zij weten dat ze van pappa en mamma evenveel mogen houden en dat ze in hun beide huizen evenveel betekenen.
Is het vertrouwen dat we hadden in dat het goed zou komen? Konden we daardoor weer openstaan voor een nieuwe relatie? Is het de verantwoordelijkheid die we hebben genomen in ons aandeel in de relaties die niet zijn gelukt? Hebben wij kunnen leren van onze eerdere relaties?
Ik gun iedereen die dat wil een mooie relatie. En ik vraag me af: ‘Worden mensen nog spontaan verliefd en kunnen ze nog vol overgave en in vol vertrouwen van iemand houden?’ Ik ben daar oprecht benieuwd naar.

Onze oudste jongen

Ze kwam nog gewoon bij ons eten de dag voordat jij kwam. In razende vaart zoals ook zij, vierentwintig jaar voor jou, werd geboren. Ik stond nog op school en na de lessen fietste ik maar eens naar het ziekenhuis om te kijken hoever zij was.
Jij was al geboren, veel te vroeg en gelukkig was alles goed gegaan. Ik stond versteld…een jongetje, ik had daar zelfs nooit aan gedacht. Vierentwintig jaar zijn wij van de meisjes geweest en opeens was daar een jongetje. En wat voor een jongetje. Het mooiste dat ik ooit zag. Je slingerde nog in je vel maar dat was vanwege je vroeggeboorte. Het is al best lang geleden, twaalf jaar alweer, maar volgens mij was je heel alert met van die grote, wakkere oogjes.
We waren direct goed bevriend. Jij en je opa waren vanaf dag één, twee handen op één buik. Als jij vrijdag ’s ochtend kwam hoefde ik helemaal niets te doen. Opa deed het allemaal tot luiers verschonen aan toe. Als hij ’s middags wegging om te werken wendde jij je als vanzelf naar mij. Alsof je wist dat je het van dan af van mij moest hebben. En dat klopte. Helemaal. Gelukkig dat opa moest werken, kon ik ook nog even lekker met jou tuttelen. Beetje kletsen, de fles geven, verschonen. Ik moest dat ook allemaal leren, want jij was onze eerste.
Na twee jaar kreeg je een zusje en je werd direct een grote broer. Je begon ook opeens te praten en kletste ons de oren van de kop. Je was direct al heel sociaal. Je groette de mensen op straat, sommige volwassenen wisten niet hoe ze het hadden en zeiden van schrik niets terug. ‘Zeker niet ehoord,’ zei je een keer.
Terwijl je met mij meeliep leek je soms je heel eigen leven te leiden. Naast mij of om mij heen deed je verstoppertje met de winkeljuffrouw, die van niets wist. Dan schoot je steeds weg als zij in de buurt kwam tot ik zei: ‘Hè Finn, niet doen, daar word ik zo zenuwachtig van,’ Beetje flauw hè, maar ik was ook nog maar een jonge oma met een druk leven.
Je kon het bijna niet geloven toen je een keer hoorde dat ik, op de dagen dat jullie niet bij ons waren, gewoon op school stond en juf was. Opa werkte, maar oma toch niet? Nu weet je dat al lang. We zien elkaar elke week nu al twaalf jaar achter elkaar. En ik realiseer me dat dat niet meer zo lang zal duren. Want je zusje is ook al tien en op een dag zullen jullie tegen je mama zeggen, dat het niet meer hoeft. En dat is goed. Zo is het leven. We hebben jullie gekregen, maar niet om te houden. Slechts om te verzorgen, op te voeden en te koesteren zolang jullie dat toestaan.
We zijn nog steeds bevriend en houden ook zielsveel van elkaar. Daar was ik wel een beetje ongerust over toen de kleine neefjes kwamen. Ik vroeg me af of ik ook zoveel van hen zou kunnen houden. Maar dat kwam helemaal goed. Al wonen ze ver weg ze zitten net zo stevig in ons hart en zijn daarmee dus ook altijd dichtbij ons.
Het klopt helemaal wat je zusje vandaag tegen mij zei op mijn vraag of ze wel wist dat ik heel veel van haar houd. ‘Je bent mijn oma en oma’s houden altijd van hun kleinkinderen,’ Zo is het. Ik ben je oma en ik hou zielsveel van jou.

Ouderverstoting

Twee mensen krijgen een baby’tje. Ze kijken elkaar vertederd aan en geloven oprecht dat ze samen zullen opgroeien. Een gezinnetje te zijn en te blijven, omdat ze daarvoor gekozen hebben. Slechts een paar jaar later gaan de ouders uit elkaar. Er is pijn en verdriet. Begrijpelijk. Maar hoe het kan uitmonden in ouderverstoting is elke verstoten ouder een raadsel.
Ik zie een 2Doc over verstoten vaders. Drie vaders vertellen over omgangsregelingen die niet worden nagekomen, valse aangiftes die worden gedaan, instanties die niet beide partijen gelijke kansen lijken te geven, kinderen die niet meer bij hun vader willen zijn, dwangsommen die worden opgelegd wanneer een ouder blijft dwarsliggen. Natuurlijk is dit alles verteld vanuit het perspectief van de vaders, het wordt aan het einde van de documentaire nadrukkelijk vermeld.
Eén verhaal werpt misschien licht op dit fenomeen waarin iedereen als verliezer dreigt uit te komen. Deze vader komt ook uit een ‘gebroken gezin’. Zijn ouders zijn gescheiden toen hij 7 jaar was. Hij heeft zijn vader daarna niet meer gezien tot zijn 18de, toen hij dacht verhaal te gaan halen. Toen bleek dat zijn vader hem wel had willen zien maar het toch steeds niet voor elkaar kreeg.
De vader bezoekt zijn moeder en kijkt met haar naar een videoband uit zijn jeugd toen zijn vader nog bij hen was. Op zijn vraag waarom hij zijn vader na hun scheiding niet meer zag antwoordt zijn moeder dat dat niet aan haar lag. Er was geen omgangsregeling en zijn vader had gewoon kunnen komen. Maar hij was voor hun geen goed voorbeeld, zegt moeder. De zoon zegt dat zijn ex over hem precies hetzelfde zegt. Moeder wil van zo’n vergelijk niets horen. ‘Je hebt aan je vader niets gemist,’ zegt zij, ‘je hebt een leuke jeugd gehad. Ik wilde voor jullie rust,’
De zoon antwoordt dat hij geen leuke jeugd heeft gehad, hij heeft altijd iets gemist. En hij wil zijn dochter dat besparen. Moeder vraagt waarom hij er nu pas mee komt. Zeker omdat dat nu ook met zijn dochter gebeurt? Zoon geeft aan dat hij dat vroeger ook wel had willen zeggen maar hij wist niet aan wie. Er werd al die jaren niet over zijn vader gesproken.
Uit dit dappere gesprek tussen moeder en zoon blijkt dat moeder uit goede bedoeling heeft gehandeld. Haar zoon was hier al van overtuigd. Maar uit het gesprek blijkt dat moeder en zoon een heel ander gevoel hadden over wat uit die goede bedoeling is voortgekomen. Wat de zoon heeft gemist heeft moeder nooit opgemerkt…of was het misschien te pijnlijk voor haar om te voelen?
De wanhoop van de zoon om het feit dat zijn dochter moet ondergaan wat hijzelf heeft ondervonden moet verschrikkelijk zijn. Daarom vecht hij al jaren om dat onrecht recht te zetten. Ook zijn ex zal een goede bedoeling hebben en nu (nog) niet weten welke schade er bij haar kind ontstaat.
Tenzij er sprake is van seksueel of ander misbruik of mishandeling heeft een kind zijn beide ouders nodig en hij heeft er recht op. Wat kunnen we hiervan leren?
Kunnen we hier iets van leren?

Bubbel

Mijn man en ik zijn samen thuis. Net als heel veel andere mensen in deze vreemde tijd. Terwijl hij een digitaal overleg heeft in onze woonkamer hang ik buiten de was op het balkon. Het is nog pittig koud met een blauwe, beetje sluierachtige lucht. Het is stil om mij heen terwijl we te midden van tientallen eenpersoonseenheden wonen. Ook onze buren boven en onder ons hoor ik niet en achter ons huis is en blijft het schoolplein voorlopig leeg, net als de school.
Er hangt een vreemde, beetje serene sfeer om ons heen. Drie dagen geleden zijn wij, voorlopig voor het laatst, bij een echtpaar op bezoek geweest. Twee weken geleden had ik voor het laatste een zusje op bezoek, vorige week, voorlopig voor het laatst, andere familie. Ik kan niet naar Diemen reizen om op mijn kleinzoontjes te passen. Ze zijn beiden al een tijd verkouden en het is voor hun ouders een hele toer om ze op hun betrekkelijk kleine appartementje te helpen met het huiswerk van de oudste die net in groep 3 is begonnen. Tegelijk moet de jongste van 3 worden beziggehouden en moeten ze om de beurt hun eigen werk voor elkaar zien te krijgen. Zij zijn beiden zelfstandig ondernemer en gewend om van tijd tot tijd thuis te werken maar niet met steeds hun jongetjes om hen heen.
Elke dag krijgen wij updates, van de kleinste die op het balkon ‘gelucht wordt’, vader en zoon die de familie verschillende challenges sturen op een filmpje. Vader die 7 keer een toiletrol weet hoog te houden, zoontje die een minuut ‘plankt’ en op een ander filmpje de jongste die ondersteboven met zijn voeten tegen de muur staat.
Moeder weet zelfs op dat kleine oppervlak meer dan 6000 stappen te zetten door indoor bootcamp te doen, Just dance en alle stappen die een moeder sowieso de hele dag zet, waar ze ook is.
Gelukkig woont de andere familie dichtbij en komen de grote kleinkinderen (voorlopig) nog wel op hun oppasdag. Ze maken hun huiswerk en op verzoek van hun moeder geef ik ze een uurtje Engels. Heel leuk om even mijn oude vak op deze manier weer op te pakken. Voor de buitenlucht en beweging gaan ze met opa (voor oma) een speurtocht uitzetten en leven zich even uit op het verlaten schoolplein.
We leven allemaal een beetje in onze eigen bubbel en onverwacht komen we in een modus van ‘pas op de plaats en nadenken over het vervolg’.
Tegelijk zijn er de mensen die nu keihard werken om het virus de baas te worden en uit te bannen. De mensen die, waar ze kunnen, anderen om hun heen bijstaan. De ouders die opeens twee taken tegelijk moeten doen, hun werk en hun kinderen. Respect voor al deze mensen en hopen en bidden op een goede afloop.

Coronavirus

Ongewild schrijven we met ons allen geschiedenis. Wie had dit voor mogelijk gehouden? Ik niet. Ik denk niemand. Het coronavirus is een pandemie geworden. We hebben in Nederland tot nu toe meer dan twintig (inmiddels meer dan honderd) dodelijke slachtoffers te betreuren. Volgens het RIVM hadden allen al gezondheidsklachten. Onderliggend lijden noemen ze het.
De ziekenhuizen en andere hulpdiensten kunnen gelukkig nog functioneren. Wellicht door de vergaande maatregelen die toch dit weekend zijn genomen. Gesloten scholen, afgelaste evenementen. We kennen ze allemaal. Ik ben blij met deze maatregelen. Het is van levensbelang deze ziekte zo snel mogelijk te beteugelen.
Tegelijk denk ik na over de overige gevolgen van deze bizarre situatie. Schiphol wil uitbreiden, wat ik persoonlijk niet wenselijk vind, aangezien er al veel teveel co2 uitstoot is. Mensen hebben zich enorm druk gemaakt over parttime werkende ouders. Alles om de economie te laten groeien.
En nu … wordt ten gevolge van dit virus de co2 uitstoot zomaar enorm verminderd. Ouders en kinderen, veel meer dan de tot nu toe parttime werkende ouders, zullen tot drie weken achter elkaar met elkaar doorbrengen. We kunnen tijd aan elkaar besteden.
Het is te hopen en zou heel verstandig zijn als wij, die gedwongen een stapje opzij moeten doen, inderdaad onze rust nemen en ondertussen om ons heen kijken of er iemand is die ons nodig heeft. Laten we onze helden eren, de mensen die de slachtoffers moeten helpen, beter maken en bijstaan. En de mensen die ervoor zorgen dat, als wij ons hoofd koel houden, iedereen gewoon de boodschappen kan krijgen die ze nodig hebben. De mensen die ervoor zorgen dat de maatregelen worden uitgevoerd en de mensen zullen opvangen die hiervan in de war raken.
Nee, ik weet niet hoe dat straks moet met de economie. Natuurlijk krijgt die een enorme knauw. Maar ik ben wel blij dat eindelijk de mensen voorop staan. Misschien kunnen we na deze crisis met elkaar nadenken over wat echt belangrijk is. En hoe wenselijk het eigenlijk is om steeds meer te willen. En hoe fijn het is om wat meer rust te hebben en meer bij onze jonge kinderen en elkaar te zijn.
Thuis werken en thuis je kinderen opvangen kan elkaar bijten. Het is dus belangrijk ook daar de goede keuzes in te maken. Na al het rennen en vliegen, wat we zo gewend zijn, zal het moeilijk zijn maar … alles moet even op een lager pitje en op een lager tempo.
Laten we uit deze beroerde en bizarre situatie proberen iets goeds te halen. Zou dat kunnen? En dankbaar zijn voor de mensen die in deze moeilijke omstandigheden onze redders zijn in de nood.

Opvoeden, het belangrijkste werk dat er is

Via mijn autoradio hoor ik dames praten over het feit dat niet alleen Nederlandse vrouwen maar ook Nederlandse mannen in Europa het hoogst scoren op parttime werken. Het programma gaat over de Nederlandse economie. Het is niet de eerste keer dat ik hoor over dit parttime werken in Nederland en dat dat beschouwd wordt als een negatief gegeven.
Ik vraag me altijd af of de mensen die hier zo over spreken zelf kinderen hebben. Als ze kinderen hebben dan kunnen ze weten hoe complex en belangrijk het opvoeden, het grootbrengen van kinderen is. Dan kunnen ze weten hoe belangrijk het ‘goed voorleven’ van je kind is en dat je dat alleen kunt als je met je kinderen tijd doorbrengt.
In die zin vind ik het heel raar dat ‘kinderen grootbrengen’ niet geldelijk wordt beloond. Ten slotte brengen wij ouders de kinderen ook groot om ze later goed te kunnen laten functioneren in de maatschappij, waarvan wij allen afhankelijk zijn. Of het kind later een goede winkelmedewerker wordt of een goed politicus dat maakt niets uit. Als de politicus aan het einde van de werkdag zijn boodschappen wil (laten) doen, dan is daar een winkelmedewerker voor nodig om dat voor elkaar te krijgen.
Ik hoor dat vrouwen gemiddeld 27 uur per week werken en mannen gemiddeld 37 uur per week. Ik zou zeggen: ‘Doe ieder maximaal 24 uur per week.’ Samen maximaal 6 dagen dan heb je ook nog tijd om regelmatig samen door te brengen. Dat kan je relatie ten goede komen.
Dus wat mij betreft, ouders die ervoor kiezen om minder te gaan werken omdat je kinderen hebt gekregen: chapeau. U heeft de beste keuze gemaakt die er is.
Er zijn landen (in Scandinavië) waar ouders veel meer, en langer, betaald ouderschapsverlof krijgen dan hier in Nederland. Dat is ook een optie, of eigenlijk is dat hetzelfde als wat de ouders die hier parttime werken doen. Alleen betalen zij het zelf. Dus nogmaals: chapeau!

Lief zusje in de hemel

Vanmiddag ging ik even uit school om een kaartje te kopen voor kleine, bijna jarige Famke. Ik liep richting winkelcentrum Van Lenneplaan en toen ik over de ‘brug over de vijver’ liep realiseerde ik me hoe vaak ik daar gelopen had en hoe lang ik er niet was geweest.
Toen Jennifer (je kleine dochtertje die slechts vier jaar is geworden) was overleden, heb ik een van haar taakjes overgenomen. Elke vrijdagmiddag fietste ik naar mammie om vandaaruit samen met jou de boodschappen voor pappie en mammie en jullie te doen. Toen pappie en oom Toto de lotto deden gingen we dan naar de Primera (heet het wel zo?) om daar, ja wat eigenlijk, nieuwe biljetten te kopen, een enkele keer een klein prijsje in ontvangst te nemen? Jij deed altijd een soort abacadabra waar ik nooit iets van begreep.
We hebben dit samengaan op vrijdagmiddag heel lang gedaan. Jennifer overleed in 2001 en ook met Davy heb ik het nog lang volgehouden. Tot hij anderhalf of twee was en elke week ziek nadat hij bij ons was geweest omdat het voor hem te zwaar was. Met slecht weer achterop mijn fiets, dan in de winkelkar, dan weer achterop mijn fiets (nog steeds slecht weer), wij lopen naar pappie en mammie die inmiddels een stuk verder van de winkel woonden. Ik wist hoe fijn je het vond als ik met Davy kwam, maar toen ik moest kiezen tussen hem en jou koos ik toch voor mijn kleine Davy, met pijn in mijn hart om jou.
Je zei het nog vaak tegen me Riët, hoe je dat soms ‘toch wel’ miste, en je schreef het ook in ons boekje toen we hier iets samen vierden met familie. Jij was een van de weinigen die altijd spontaan in mijn boekje schreef. Je kwam altijd en je kwam graag. Met Pieter, als we wat te vieren hadden. En toen ik een keer ziek op bed lag kwam je, met een bakje huzarensalade van mammie.
Toen jij ziek op bed lag kwam ik ook, alleen was de aard van jouw ziekte heel anders. In het begin nam ik ook dingen mee om te eten, voor ons en voor Pieter. Toen zeiden jullie een keer: ‘Nee, hoeft niet,’ en op het laatst nam ik niets meer mee. Ik kwam elke week bij je zitten en we dronken koffie. Jij vertelde me dat onze tekenleraar de broer was van Rutger Kopland (toen deze dichter was overleden), en ik zei: ‘Oh ja, Hoofdakker, Kopland,’ En je liet me je roze gedichten map zien toen ik voor jou een gedichtenboekje had gemaakt. We spraken over Loes, onze juf Duits waar wij, samen met Remco zo dol op waren. We spraken over boeken, die jij of ik hadden gelezen. We spraken nog best wel veel tot jij steeds meer pijn kreeg.
We spraken nooit over jou, hoe jij je voelde, of hoe ik me voelde. Hoe het verder zou gaan, want ik durfde dat niet. Ik kon ook niet geloven dat het echt zo zou aflopen, zelfs niet op de laatste dag dat ik je zag. Toen lag je stilletjes in bed, met je ogen dicht. Je handen onrustig bewegend. Met mijn hoofd dicht bij de jouwe zei ik dat we tien dagen weggingen en dat ik direct weer naar je terug zou komen als we weer thuis waren. Jij glimlachte heel even, maar hield je ogen dicht.
Na al die tijd was de winkel nog dezelfde en toch anders nu jij niet bij de kassa stond je lotto ding voor pappie te doen. Ik heb er de hele dag aan gedacht maar nu realiseer ik me pas dat ik je daar meer dan ooit heb gevoeld.
Lief zusje, na al die tijd, wat fijn dat je daar bij mij was en alleen daarom, om jou zal ik juist naar die winkel gaan voor een blaadje, of een kaartje of een klein cadeautje voor op je graf. Groet onze pappie en mammie en kleine Jennifer. Het blijft onze troost dat jullie daar nu samen zijn.
Heel veel liefs, van je zus.

De Prille-ouder workshop

Alle ouders zouden minstens een Prille-ouder workshop aangeboden moeten krijgen. Dat is mijn absolute overtuiging. Met drie of vier ouderstellen zouden we het Prille-ouderboekje kunnen bespreken. Er zitten vier enkele pagina’s ‘Over ons’ in. Daarin kunnen ouders over zichzelf vertellen aan de hand van korte rubrieken. Misschien zijn er meer dan twee ouders, of misschien zijn er halfbroertjes of -zusjes. Het zou leuk zijn als er daadwerkelijk foto’s bij worden geplakt. Wat je opschrijft gaat in je lijf zitten. Dat dat werkt heb ik zelf ondervonden. Wat jullie in het boekje invullen dat zijn jullie rond de geboorte van de baby.
De pagina’s ‘Elkaar zien’ bespreek en vul je samen als ouderpaar in. Dit geldt ook voor het middenblad ‘Sociale vangnet’. Wie helpt jullie bij het opvoeden van jullie kinderen, sta je daar voor open? Het eerste deel ‘Communicatie’ en ‘Ouderschap’ kan interessant zijn om met een ander ouderpaar te bespreken. Daarna kan ieder ouderpaar hun gezamenlijke boekje invullen. Naast communicatie gaat dit boekje over praktische en emotionele zaken die onder de ouderparen moeten worden verdeeld (verdeling zorg, huishouden, werk en financiën) en samen gedeeld. Ouderschap en jullie persoonlijk ouderschapsplan vul je samen in en misschien wil je het met de andere ouderparen delen. Zo kun je elkaar op ideeën brengen en helpen.
Met zo’n Prille-ouder workshop (gegeven door een ervaringsdeskundige) kun je beter voorbereid zijn op het ouderschap, dan zonder. En wil je daarna coaching van de Prille-ouder coach, dan kun je daarvoor kiezen. Vragen stellen kan (ook zonder coaching) altijd, via de mail of de website http://www.liefdevolcommuniceren.com Was dit maar geen Wishful Thinking, maar ik werk eraan, tot er iets is veranderd.
Volgens het CBS eindigden in 2015 bijna 40% van de huwelijken in een scheiding. Per jaar verliezen 70.000 thuiswonende kinderen hun gezin door de scheiding van hun ouders. Dat is teveel. Teveel leed voor teveel kinderen.
Ik vraag me af of met een persoonlijke, rechtstreekse ondersteuning bij de ‘geboorte van een gezin’, zoals met deze workshop, er een mogelijkheid is dat het aantal scheidingen terug zal lopen. En stel je eens voor wat dat zou betekenen voor de kinderen die daar dan niet de dupe van hoeven te worden.