De prille ouder

Twintig, dertig, veertig en alle leeftijden daartussen. Wanneer je je eerste baby krijgt ben je een prille ouder. Ja, allemaal even pril. Echt weten hoe het is om vader of moeder te zijn, dat weet je allemaal niet.
De omstandigheden kunnen enorm verschillen. Je kunt veel of weinig geld hebben. Lang of kort bij elkaar zijn. De baby kan gewenst zijn of een verrassing. En soms komt een baby totaal onverwacht. Maar dat is heel zeldzaam. Soms heb je er heel lang naar uitgekeken omdat de zwangerschap op zich liet wachten.
Bij de geboorte van een baby zijn er één, twee of misschien wel drie ouders die samen met de baby een nieuw gezinnetje vormen. Ik zeg dan dat er ‘een gezin is geboren’. Terwijl er voor de geboorte van een baby allerlei hulp en protocollen zijn, is die er voor de geboorte van het gezin niet. Om vader of moeder te worden hoef je geen opleiding te volgen en je hoeft er ook geen examen in te doen, terwijl het zo’n ingrijpend en complex gebeuren is.
Volgens mij bepalen al die omstandigheden niet hoe het gezin zich zal ontwikkelen. Ook het feit dat ouders hoog of laag zijn opgeleid maakt niet het verschil. Daar vergissen mensen zich nog wel eens mee. Als ik vertel over mijn prille-oudercoach idee hoor ik vaak: ‘Oh, dat is zeker voor lager opgeleide mensen,’ of: ‘dat is zeker voor tienermoeders,’ maar nee, dat is niet zo.
Het heeft veel meer te maken met hoe je communiceert. En dan bedoel ik niet alleen wat je tegen elkaar zegt maar ook hoe je met elkaar praat. Deel je daadwerkelijk elkaars leven? Vertel je elkaar wat je meemaakt in de tijd dat je niet bij elkaar bent? Als je dat doet is het leuk en gemakkelijk, want je weet waar de ander het over heeft. Deel ook je verhalen over de kinderen met elkaar. En ook daarbij geldt: hoe praat je erover. Kinderen zijn bewerkelijk, onhandig, traag als jij snel wilt en andersom. Dat doet wat met je. Deel dat samen. Dan deel je ook het gevoel…als het naar is, en ook als het heel leuk is. Want dat zijn kinderen ook, leuk en lief, ondeugend en trouw en loyaal.
Ouders worden, ouders zijn, dat is een heel ding. Natuurlijk maak je fouten, net als je ouders en je grootouders voor jou. Dat hoort bij het leven, vallen en weer opstaan. Het begint allemaal bij het prille ouderschap…voor iedereen.

Onze goede dingen samen…om te koesteren

We houden van elkaar
Onze geweldige kinderen
De goede band met onze families
Iedere keer dat we wederzijds begrip vinden
Iedere keer dat we innerlijke rust vinden
Onze goede, lieve vrienden
Iedere keer dat we elkaar weten te verrassen
Elk moment dat we beseffen, hoe rijk we zijn

 

Het vergeten kind TALKS

Ik krijg een appje van mijn kind: ‘Hoi, mam, het is de week van het vergeten kind, zie ik,’. Zij heeft gedoneerd en ik ben ook donateur. Ik heb twee weken geleden het blad ontvangen van The Unforgettables, de jongerenraad van de stichting Het Vergeten Kind. Zij zijn allen ervaringsdeskundigen en weten daardoor als geen ander wat kinderen in moeilijke thuissituaties doormaken. Zij zijn daarmee de beste ambassadeurs die zowel de stichting als de kinderen kunnen hebben.
Het papieren huis met het grote hart in het midden zit inmiddels op mijn raam geplakt. Het thema dit jaar is: Stop het wisselen van hulpverleners. In het magazine lees ik over kinderen die in een paar jaar tijd meer dan veertig tot één jongen zelfs 120 hulpverleners hebben gehad. En ik lees over een meisje dat zich afvraagt: ‘Wat is er mis met mij dat ik zoveel hulpverleners nodig heb,’. Inmiddels weet ze gelukkig dat ‘de hoeveelheid hulpverleners niets over haar zegt’. Gelukkig, want het ene gegeven geeft nogal een ander gevoel dan het andere.
Doordat de kinderen, die niet thuis kunnen wonen, in leef(tijds)groepen werden geplaatst moesten ze steeds doorschuiven naar een volgende groep. Het werd daar voor de kinderen erg onrustig van. Ze moesten steeds opnieuw hun verhaal vertellen en er waren per groep veel verschillende begeleiders en hulpverleners.
Sinds vorig jaar is er een ‘Echt Heppie (t)Huis’. Het Heppie (t)Huis is er voor kinderen van 6 tot 23 jaar en er is plek voor acht kinderen. Het heeft een klein groepje vaste opvoeders. In dit huis staat het ‘Klimaat van Aandacht’ centraal. Dit houdt in dat ze een positieve omgeving creëren en onder het gedrag kijken dat veroorzaakt wordt door de trauma’s. De opvoeders blijven warmte, liefde en knuffels geven, ongeacht het gedrag van de kinderen.
Dit huis, zo lees ik in ‘Het vergeten kind TALKS’, staat in de gemeente Geldrop-Mierlo. Het idee was van René van Camp van de stichting Het Vergeten Kind. Nu het eerste jaar Heppie (t)Huis er bijna opzit merken de opvoeders dat de kinderen meer rust vinden, meer vertrouwen krijgen en zich meer thuis voelen.
Wat heerlijk voor deze kinderen. Ik hoop dat er nog veel meer van deze Heppie (t)Huizen zullen komen in zoveel mogelijk gemeenten. Ik kan zelf niet rechtstreeks iets voor ze doen maar ik kan wel donateur zijn van de stichting en helpen het geld bij elkaar te krijgen om deze kinderen de zorg te geven die ze nodig hebben. En ik ben blij dat ik, door donateur te zijn, één keer per jaar zo’n mooi huisje voor mijn raam kan plakken en daarmee aandacht voor de kinderen kan vragen.
Het is overigens niet zo dat deze kinderen (door ouders of hulpverleners) vergeten zijn maar zij voelen zich zo en voor hen is dat niet fijn. Zij verdienen het ook om gelukkig te zijn.

On- versus offline

Kinderen in Nederland kunnen steeds minder goed lezen. Ik schrik daarvan en tegelijk kan ik het me wel voorstellen. Het moet iets te maken hebben met de telefoons, IPads en laptops waar kinderen zich tegenwoordig graag mee vermaken.
In mijn hoofd komt het liedje ‘Het Dorp’ op van de al lang geleden overleden Wim Sonneveld. In het liedje zingt hij ‘… de nieuwe tijd, net wat u zegt, maar het maakt me wat melancholiek …’. Ik hoor jullie bijna denken: ‘Hè, wat? Wat is dat nou voor een woord?’ Het betekent somber of depri, dat zal mensen van nu misschien meer aanspreken. Dat voel ik soms ook een beetje.
Ben ik dan tegen de apparaten die ik heb genoemd? Nee, hoor. Wij hebben ze ook in huis en onze kinderen met hun gezinnen ook. Onze kleinkinderen zitten ook wel eens langer op de IPad of kijken langer televisie, over de hele dag, dan de toegestane één uur per dag voor kinderen van vier tot zes jaar (mediaopvoeding.nl). Nee, ik ben daar helemaal niet tegen. Het hoort bij deze tijd en ik begrijp steeds beter dat kinderen ook veel leren van wat ze via die media zien en horen.
Ik ben wel, vooral voor ‘oude gewoontes’ als elke dag voorlezen, met de kinderen naar buiten gaan en lekker een beetje voor mij uit zitten kijken terwijl de jongetjes voetballen of capriolen uithalen op de apparaten in de speeltuin. Ik hou niet echt van spelletjes doen maar ik doe het wel en dan gebeurt wat ik eigenlijk altijd zeg: ‘Gewoon doen en dan vind je het hartstikke leuk,’. De kinderen vinden het altijd zo fijn als er een ‘mens’ meedoet. Dat maakt het spel blijkbaar extra leuk of gezellig. Ook de kinderen van nu willen nog steeds gewoon aandacht, de meeste mensen van nu ook, denk ik.
Ik ben blij dat we allemaal van lezen houden. Het maakt je wereld groter en er is zoveel uit te leren. En je kunt er heerlijk bij fantaseren. Het zal zeker helpen als de kinderen straks echt moeten gaan leren en al lezend veel tekst moeten verwerken. Het is even extra onder de aandacht in deze Nationale Voorleesdagen. Gelukkig want het is zo belangrijk. Dus, vanaf nu, iedereen meer lezen. Neem je kinderen mee naar ons prachtige nieuwe Forum en geniet van de mooie, nieuwe bibliotheek. Je kinderen zullen je er later echt dankbaar voor zijn.

Onvoorwaardelijke liefde

Ik heb mijn moeder 51 jaar gehad. Ze was 86 jaar oud toen ze, ruim negen jaar geleden, overleed. Ik was haar negende kind en ik begreep heel goed dat ze niet zoveel met mij besprak, ze had alles al zo vaak gezegd. Bovendien had ze haar handen vol aan het zorgen voor haar grote gezin, elke dag weer.
Voor de liefde die ik van haar voelde, haar onvoorwaardelijke liefde, had ze geen woorden nodig. Ik voelde, altijd, dat het goed was. Toen ik een keer veel te laat was begonnen met een proefwerk en tot diep in de nacht moest leren, lag zij op de bank te slapen tot ik klaar was. Omdat ik bang was alleen in de kamer. Toen een zusje, omdat ze te laat thuis was gekomen, niet gewekt zou worden door mijn vader deed zij het, omdat ze niet wilde dat mijn zusje te laat op haar werk zou komen.
Mijn man en kinderen heb ik onvoorwaardelijk lief. Althans, dat is mijn intentie, wat ik absoluut wil. Onze verdeling van zorg en werk begon zoals wij van ons beider thuis kenden. Mijn man werkte, en ik zorgde voor de kinderen. Grotendeels kwam de opvoeding dus op mij terecht en ik pakte blijmoedig deze belangrijke klus op.
Zoals ik bij mijn moeder had ervaren mocht en kon bij mij ook veel. Mijn grenzen lagen ver uit elkaar waardoor de meisjes veel zelf mochten beslissen. Ik noemde dat toen vrijheid en ze verantwoordelijkheid aanleren. Pas heel veel jaren later begreep ik hoe die verantwoordelijkheid voor het oudste meisje toen veel teveel was. En ik had het met de beste bedoelingen en mijn onvoorwaardelijke liefde gedaan. Ik geloof dat ze dat wel heeft begrepen toen we er, nog weer wat later, een keer over spraken.
Wanneer je kinderen groot zijn, en zelf gezinnen hebben gekregen, dan weet je pas hoe je opvoeding heeft uitgepakt. Net als andere gezinnen zijn wij hobbels en bobbels op ons pad tegengekomen en gelukkig hebben we die samen kunnen nemen. Met het gezin dichtbij ons en het gezin dat veraf woont hebben we wekelijks contact en ik zie ze zelfs allemaal om de andere week. De gezinnen hebben hun eigen leven en ieder een modus die wonderlijk van elkaar verschilt. En beiden zijn prima. Ook bij hen zie ik de onvoorwaardelijke liefde onderling. Betekent dat dat er nooit eens onenigheid is? Jawel hoor, al zullen wij niet snel iets ruzie noemen.
Misschien lukt het niet altijd met die ‘onvoorwaardelijke liefde’ maar het lijkt me niet verkeerd wanneer het tussen geliefden wel het uitgangspunt is.

Normaal

Een agent die vertelt dat hij van bijna elke dienst wel thuiskomt met ergens een schaafplek of een blauwe plek vanwege geweld dat hij heeft ondergaan tijdens het uitvoeren van zijn werk. Hulpverleners die hun werk niet kunnen doen zonder dat er agenten worden opgeroepen om hen, terwijl ze die hulp willen en moeten verlenen, te beschermen.
Ik heb een hekel aan het woord normaal omdat wij, over het algemeen, niet voor een ander kunnen bepalen wat normaal is. Toch kan ik dit soort berichten niet normaal vinden. Agenten en hulpverleners moeten gewoon hun werk kunnen doen. Zonder dat ze belaagd worden door onverlaten die ze naar het leven staan. Om het woord dan maar goed te gebruiken, dat zou normaal moeten zijn.
Ooit lagen deze onverlaten allemaal als een hulpeloos, onschuldig baby’tje in een wieg. Ze zullen allemaal zijn opgevoed naar het beste inzicht en met liefde van hun ouders. En toch …, toch doen ze nu dit.
Het kan natuurlijk zijn dat ze onder invloed van drank en/of drugs zijn geweest. Dan zijn ze zich er, op het moment dat het gebeurde, niet van bewust geweest. Noemen ze dat dan ‘ontoerekeningsvatbaar’? Maar ze hebben het wel gedaan en de slachtoffers zijn wel slachtoffer en vaak voor het leven getekend. Misschien niet zichtbaar maar onzichtbaar is wellicht nog veel erger, dat heelt niet zo gemakkelijk. Of misschien deden ze het ‘om mee te doen met de groep’ en zouden ze het alleen nooit gedaan hebben. Dat kan. Maar ook dan, hebben ze het wel gedaan.
We kunnen uit het verleden niets veranderen, helaas, maar we kunnen nog steeds invloed hebben op de toekomst. We kunnen kijken naar onze eigen jonge kinderen en met hen hierover in gesprek gaan. We kunnen met ze praten over wat zij in zo’n situatie zouden doen. Niemand moet de held uithangen, ook daar hebben we al veel voorbeelden van gezien die niet goed zijn afgelopen. Maar we moeten de juiste keuze maken. Een foto maken en op Facebook zetten? Of hulpdiensten bellen en verder doen wat we, onze veiligheid in acht nemend, kunnen doen. We hebben een keuze.
We kunnen onze kinderen sterk maken door ze te laten weten dat ze goed zijn zoals ze zijn. Door ze het onderscheid te leren tussen de wereld waarin de mensen, met filters en halve waarheden, proberen er zo goed mogelijk uit te zien en te komen. En de echte wereld waarin je accepteert dat er verschillen zijn en dat dat mag. Door (als je het echt wilt) drank en drugs te gebruiken waar ze voor bedoeld zijn, genot, en niet omdat je er niet meer zonder kunt. Onze kinderen doen wat wij doen. Wij zijn hun rolmodel. Wij moeten ze laten zien wat voor maatschappij we met elkaar willen zijn. Om nog een keer het woord te gebruiken: dat zou normaal zijn.

Nog een keer, opvoeden

Op LinkedIn lees ik een artikel over kinderen die gepamperd worden en in een ander artikel lees ik dat tegenwoordig ouders vooral willen dat het leven voor hun kind ‘leuk’ is. Dat is van deze ouders lief dit voor hun kind te willen. Het heeft dus met liefde te maken. Echter, als ik het artikel goed begrijp willen deze ouders dat het leven voor hun kind ‘altijd leuk’ is … en dat kan niet. Zo zit het leven niet in elkaar. Het leven is voor ouders ook niet altijd leuk.
Het is goed als kinderen leren dat het leven bestaat uit leuke en niet leuke gebeurtenissen. Het leven is niet altijd ‘eerlijk’ en niet alles kan en hoeft op een weegschaal. Kinderen moeten niet alleen het lopen maar ook het leven leren met vallen en opstaan. Dat is ook een onderdeel van opvoeden. Je kind laten ervaren dat dingen soms lukken en soms niet. Dat ze soms krijgen wat ze willen … en soms niet.
Bedenk altijd dat je hun pappa of mamma bent en geen vriend of vriendin. Daarom vind ik een vader of moederwoord zo goed voor een kind en dat ze je als ouder niet bij je naam noemen. Je hebt maar één pappa of mamma en die heeft naar jou toe een taak en verplichting die enorm groot is. Hij en/of zij moet je belangrijkste rolmodel zijn. Degene die, als je jong bent, voor jou bepaalt wat goed voor je is en wat hij jou leert dat ‘gewoon’ voor jullie is.
Wat in jullie gezin als ‘gewoon’ kan worden beschouwd maak je met elkaar uit. Eet je altijd aan tafel dan wordt dat een gewoonte. Mag iedereen tien minuten doezelen voordat je opstaat nadat je gewekt bent of je wekker is afgegaan? Prima, maak dat een gewoonte. Zeg je thuis geen lelijke woorden? Dat communiceert prettig. Doe je gewoon wat de ander vraagt? Dat is heel prettig, dan zal de ander ook doen wat jij vraagt en je ouders of opvoeders zullen dat goede voorbeeld moeten geven zodat jullie dat kunnen opvolgen.
Zie je, het is heel simpel en bij een goede communicatie is ook ruimte voor onderhandeling als het redelijk is. Dat is ook iets dat de volwassenen samen bepalen, wat is redelijk, wat willen we voor onze kinderen.
Ouders zijn, opvoeden is een heel leuke en dankbare taak die wel heel groot is en daarom heb je elkaar daarbij nodig. Hier komt weer het gezegde of de spreuk ‘It takes a village to raise a child’ in beeld. Hier is ook het belang van ‘openstaan voor ideeën’. Je hoeft het niet alleen te doen, je moet wel je gezonde verstand gebruiken want zo belangrijk is opvoeden.