Soms zou je iets willen afleren

We worden schaamteloos geboren, letterlijk…schaamteloos. Een baby weet nog niets en moet alles nog leren van de mensen om hem heen. Dat is in de meeste gevallen een positief gebeuren. Eten, drinken, poepen, plassen, slapen, boeren, alles wat de baby doet vinden we geweldig en we stimuleren hem dat steeds te doen. De baby ontwikkelt zich en daar zijn we blij mee.

Als hij groter wordt en al pratend en doend de wereld ontdekt komt er een moment dat hij dingen doet die we niet zo leuk vinden. Dan wijzen we hem terecht en dat is goed, want hij moet leren dat er ook dingen zijn die hij beter kan laten. Niet persé omdat wij het niet leuk vinden maar omdat dat voor hemzelf beter zal zijn.

En zo hoort hij op een dag: ‘Schaam je,’ of ‘je moest je schamen,’ omdat hij blijkbaar iets heeft gedaan dat niet goed is en waarvoor hij ‘zich moet schamen’. Hij weet niet precies wat het betekent maar voelt wel aan, of hoort aan de manier waarop het gezegd wordt, dat het niet goed is, niet ‘zoals het hoort’.

Gaandeweg lijkt er steeds meer te zijn waarvoor je je zou kunnen schamen. Wanneer je relatie niet lekker loopt, bijvoorbeeld. Of je je kinderen niet echt ‘in de hand hebt’. Je kunt je schamen omdat je familie zich anders gedraagt dan wat volgens een ander ‘normaal’ zou zijn. Of je kunt je schamen omdat je het lezen en schrijven niet optimaal onder de knie hebt gekregen.

Dat kan allemaal, maar…waarom zou je je daarvoor schamen? Dat je relatie niet lekker loopt wil niet zeggen dat je niet van elkaar houdt of er niet je best voor doet. Je kinderen hebben er geen last van wanneer je ze niet in de hand hebt. Jij wel, en het is niet goed voor ze, maar je hoeft je er niet voor te schamen. En wanneer je niet goed kunt lezen en/of schrijven is dat echt lastig voor je. Er gaat een (boeken)wereld voor je open wanneer het je wel lukt.

Als er een school was waar je kon ‘afleren’ zou ik dat een goed vak vinden. Om schaamte af te leren. Het is in de meeste gevallen niet nodig en de weg om hulp te vragen zou open staan. Ik denk dat ik best wel eens iets gevraagd heb dat een ander ‘schaamteloos’ zou vinden. Dat kan, want ik vraag gewoon alles. Of ik antwoord krijg is aan die ander. En of die dat wel of niet doet, is allebei goed. Dat mag hij helemaal zelf weten. Daar hoeft hij zich niet voor te schamen.

Klein ventje met zijn oma

Hij is vier en omdat hij vakantie heeft blijft zijn oma een nachtje slapen om twee dagen op hem te passen. Zijn broer is op een voetbalkamp, zijn mamma en tati zijn naar hun werk, alle tijd om met oma een gezellig dagje door te brengen.

Daags tevoren heeft hij zo’n smak tegen de tafelpunt gemaakt dat de wond, net onder zijn haargrens, bij de dokter moest worden geplakt. De blauwe schaafplekken op zijn kin, van de vorige val, zijn ternauwernood hersteld. ‘Daar moeten we dan maar een cadeautje voor kopen, jongen,’ zegt oma en mamma zegt: ‘Och mam, ik weet dat het niet allemaal op een weegschaal hoeft hoor, maar mag zijn broer misschien ook een cadeautje? Dat betaal ik dan wel voor hem,’ en oma zegt: ‘Nee, hoor, dat krijgt hij ook van mij,’ Het is nog niet zolang geleden dat zijn grote broer zo hoog uit een boom viel dat het een wonder is dat het bij de heel pijnlijke schaafplekken bleef die hij daarbij opliep.

Het jongetje is enorm in zijn hum en op weg naar de winkel zegt hij: ‘Een cadeautje is dat je dan niet weet wat het is, hè oma?’ ‘Ja,’ zegt oma, ‘dat kan, maar het kan ook zijn dat je het niet zelf hoeft te betalen,’ en daar denkt hij even over na.

In de winkel loopt hij het speelgoed schap op en neer. Hij pakt veel dingen in de hand en geeft commentaar: ‘Dit heb ik al. Wat is dit, oh dit is voor meisjes. Hoe moet dit oma?’ Hij kiest een straaljageroutfit, en dit klinkt veel duurder dan het is, voor zichzelf en zijn broer en vraagt en passant of de straaljager, die op de doos staat afgebeeld, er ook bij zit. Dat dit niet zo is, kan de pret niet drukken. Het ventje is slim, misschien was het wel het verwachtte antwoord.

Een ventje en zijn oma, dat is de hele dag genieten.

Leef je eigen leven

Toen ik jong was deed ik het heel erg; me vergelijken met andere mensen. Hoe zagen ze eruit, wat voor baan hadden ze, hoe spraken ze. Ik was een heel onzekere jongere, begreep van mode helemaal niets en werkte achter de kassa bij Albert Heijn. Het kon niet uitblijven dat ik er, met dat steeds maar weer vergelijken, altijd als de mindere uitkwam. En dat deed wat met mijn gemoed. Het voelde niet prettig.

Ik las ook veel. Boeken over meisjes met een heel gewoon leven, een leven net als ik. Ze waren over het algemeen alleen stoerder, voelden zich zekerder en durfden meer dan ik. En daar laafde ik me aan. Ik beschouwde ze als vriendinnen en voelde me door ze gesteund.

Toen ik redelijk jong trouwde en moeder werd moesten mijn man en ik de verantwoordelijkheid op ons nemen voor ons jonge gezinnetje…en dat lukte. Ik werd daar zekerder van. Niet direct en zonder slag of stoot, maar ik voelde gaandeweg dat ik tot meer in staat was, dan ik dacht.

Ik vergeleek mezelf nog steeds met anderen, maar ik kreeg er steeds minder last van. Misschien had ik het daar ook ‘te druk’ voor want ik had de zorg voor ons gezin, werkte en studeerde. Natuurlijk samen met mijn man, en hij had het, met twee banen, ook altijd razend druk.

We werden een team, mijn man, de kinderen en ik. We ontwikkelden ons samen en we konden steeds beter beslissen wat goed voor ons was. Vergeleek ik me nog steeds met anderen? Ja, en volgens mij doe ik dat nog steeds. Het doet alleen niets meer met mijn gemoed. Want we zijn allemaal verschillend en dat is okay.

Door social media is er veel veranderd in onze wereld. En als je het hebt over ‘vergelijken’ lijkt dat voor veel mensen een probleem te zijn geworden. Op Facebook en Instagram komt er zoveel moois voorbij dat je als jong mens wel sterk in je schoenen moet staan om te begrijpen, dat een groot deel daarvan maar schijn is. Bovendien is het zo aantrekkelijk dat je er veel tijd aan ‘kwijt’ kunt zijn.

Jouw leven is anders maar hoeft, in de werkelijkheid, zeker niet minder te zijn. Blijf vooral kijken, er is ook veel uit te leren. En doe het, als alles, met mate.

Leef je eigen leven en maak het mooi. Jij weet echt het best hoe dat kan.

Pleidooi voor het kind…in een samengesteld gezin

Een tijdje terug las ik iets over hoe we netjes van ons eerste gezin afstand kunnen doen. De reden die ik hierover las was dat we ‘recht hebben op geluk’. We moeten, volgens velen, vooral voor onszelf kunnen kiezen. Ik vraag me dan af: ‘En de kinderen? Waar is hun recht op geluk? Zijn de meeste kinderen van gescheiden ouders gelukkig? Of juist niet? En zo niet, waaraan hebben ze dat dan verdiend?’ 

Ik wil gescheiden ouders geen schuldgevoel aanpraten. Jullie blijven namelijk de keuze houden om het samengestelde gezin echt goed te laten werken. Daarvoor is nodig dat  jullie je samengestelde kinderschare op de eerste plaats zet. Altijd.

Bedenk bij de omgangsregelingen en het co-ouderschap wat goed is voor het kind en niet wat handig is voor jezelf. Bedenk ook dat de energie van een kind ergens ophoudt. Drie keer je verjaardag vieren, twee keer Sinterklaas en vier keer Kerst lijkt aantrekkelijk vanwege de daarvan te verwachten cadeaus maar ik denk dat geen kind daar echt tegen opgewassen is. 

De relatie tussen een ouder en zijn of haar stiefkind, is bij iedereen verschillend. Ongeacht de leeftijd van het kind zal, in eerste instantie, de (aanstaande) stiefouder sympathiek tegenover de zoon of dochter van zijn of haar nieuwe liefde staan. Het kind hoort bij de ouder en je hebt de ouder lief. Er is alle reden om het kind in je hart te sluiten. Een samengesteld gezin met aan beide kanten alleen stiefkinderen, heeft meer kans van slagen omdat er de gelijkheid is van de kinderen. Daar zijn jouw kinderen en mijn kinderen.

Wanneer een stiefouder nog geen kinderen heeft, verandert er iets op het moment dat hij of zij ook ‘nieuwbakken ouder’ wordt. Dit is niet bijzonder. Je eigen kind of een ander kind, ook als het je stiefkind is. Dat voelt anders. Dit verschil kan een verstoring geven in een (tweede) relatie. Op deze gevoelens zijn doorgaans de ouders, waarvan op dat moment één ouder twee of meer kinderen heeft, en de ander één, (te) vaak niet goed voorbereid.

De aanstaande ouder, in een samengesteld gezin, zou daarom ook, samen met zijn of haar partner baat kunnen hebben bij een oudercursus.

Maak alles bespreekbaar

Ik lees altijd graag de rubriek ‘lust en liefde’ in het Volkskrant Magazine. Ik vind het mooie, eerlijke inkijkjes in de relaties van mensen. Natuurlijk zijn ze anoniem want op een enkele bekende Nederlander na worden we niet geacht openlijk iets over ons liefdesleven los te laten. Persoonlijk ben ik er waarschijnlijk wel opener over dan de gemiddelde mens. Dat ik veel van mijn liefste hou en dat mijn liefde voor hem nog elke dag groeit heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken.

Het wordt vaak gezegd, je bent de eerste tijd van je relatie verliefd op elkaar en daarna gaat die verliefdheid over in houden van. Je kunt niet eeuwig verliefd blijven. Gelukkig maar, want ik weet dat een verliefd hartje een kwetsbaar hartje is. Dat is voor niemand eeuwig vol te houden.

Ik weet ook, en ik heb dat maar ooit één keer van een ander gelezen, dat ik wel met regelmaat weer verliefd op mijn liefste ben. En ik hoop dat dat terug blijft komen, zolang als ik leef. Ik vind het prettig en het heeft mij geholpen bij het ontwikkelen van onze relatie. Want aan een relatie moet je altijd blijven werken. Houden van is echt een werkwoord. Om een heel langdurige relatie te hebben moet deze zich ontwikkelen…en dat moet je samen doen.

Net als iedereen zijn wij in het verleden tegen relatie issues aangelopen. Die kunnen er op allerlei gebieden zijn. De kinderen bijvoorbeeld: hoe je ze wilt opvoeden, de tijd en energie die je in ze wilt steken. Of hoe je met je geld wilt omgaan: leg je het bij elkaar, of op een weegschaal. En de aandacht en intimiteit die je voor elkaar hebt: komt het overeen, of heeft één van de twee het gevoel dat hij vaak ‘in de kou’ staat.

Wat er ook schoort aan je relatie, je lost het op door erover te praten. Elk onderwerp moet bespreekbaar zijn. Als jij het kan en je liefste (nog) niet, probeer het dan op een rustig moment weer. Lust en liefde in balans en een hechte band met je kinderen, is de lijm voor een goede relatie. Probeer het maar, het werkt.

Pandemie

‘Heb jij hem al? Hoe kan dat nou, ik ben toch ouder? Welke heb je dan?’ ‘De AZ…,’ ‘Die met die gevaarlijke bijwerkingen?’ ‘Ach, ja, één op de miljoen, of zo? En je mag toch niet kiezen?’ ‘Nee, dat is zo? Maar ik ben wel blij dat ik de Pfizer krijg,’

‘Ik doe het niet hoor,’ zei ik tegen mijn man toen de vaccinaties eraan kwamen, ‘en ik snap ook niet hoe dat kan, zo snel. Het duurt toch altijd jaren voordat ze zo’n vaccin hebben ontwikkeld?’ ‘Tja,’ gaf hij terug, ‘we hebben nu een pandemie en die moeten ze zo snel mogelijk bestrijden. Ik doe het wel,’

Het werd maart en de tijd ging voorbij. Elke dag bedekte ik geschrokken mijn ogen wanneer op t.v. weer eens iemand geprikt werd. Ik was bang, echt bang voor het prikje. Ik heb pijnlijke ongelukjes gehad in mijn leven, belandde er twee keer mee in het ziekenhuis. Ik werd voor het vullen van een kies meestal, op eigen verzoek, verdoofd en toen ik eens met een gekneusde hand bij de dokter kwam, bleek ik een gescheurde lip te hebben die met drie felle prikjes verdoofd moest worden voordat het aan elkaar kon worden genaaid. Maar zo’n prik…in mijn arm…

Ik was negen toen ik de laatste vaccinatie kreeg. Ik zie mijn vader nog met zijn arm zwaaien: ‘Zo moet je doen Ro’m. Je arm bewegen, dan gaat het over,’ en ik durfde er nog niet naar te wijzen. En toen mijn oudste 11 was en haar laatste vaccinatie kreeg, ging ik mee en kreeg en passant nog twee kinderen in de arm gedrukt om mee te nemen. De meiden liepen van de zenuwen te giechelen, en toen ze aan de beurt waren duwden ze elkaar naar voren omdat niemand als eerste wou, en mijn meisje had pech…Ik duwde haar naar voor en zei: ‘Ga jij dan maar eerst,’

Misschien had ze eigenlijk wel geluk, na de schrik en de prik kreeg zij als eerste de ‘rolo-troost’ en kon ze, met een traantje op haar wang, de vriendinnetjes bijstaan. Ik zal haar eens vragen hoe zij het heeft ervaren. Bij mij hebben deze twee ervaringen die angst achtergelaten, voor een prik, in mijn arm.

Toen ik aan de beurt was, deed ik het natuurlijk wel. Omdat ik Corona heb gehad hoefde ik maar één. Dat wist ik inmiddels. Ik had echt geluk want ik werd ook nog eens geprikt door één van de aardigste dames die ik ken. ‘Laat je arm maar even hangen,’ zei ze en prik, hij zat erin. Ik voelde dat zij er iets in spoot…en ik was vrij. Ik heb mijn vaccinatiebewijs. Ik mag in deze pandemie naar een volgende fase. Ik mag weer wat meer, maar zal toch voorzichtig blijven. En ik ben vrij…bevrijd van een heel klein kindertrauma, en dat is fijn, zo fijn.

Omstandigheid? Of wat je ermee doet?

We waren er eerder niet aan toe,’ zegt hij. We wandelen in de stad, de aardige kennis en ik. Nooit spraken we elkaar zo, en het blijkt verbazend makkelijk te gaan. Zijn opmerking betreft het krijgen van kinderen. Ze wilden hun zaakjes op orde hebben en allebei zeker weten eraan toe te zijn. Het klinkt mij in de oren, als een prima basis voor het stichten van een gezin.

Ik glimlach en vertel hoe wij daar niet aan toe kwamen, omdat ik zwanger raakte toen ik mijn man net kende, en eigenlijk, nog niet echt. Hij was 22 en ik net 24. We hadden een jaar verkering, zoals we dat toen noemden. En na dat jaar wisten wij nog weinig van elkaar. ‘We namen onze verantwoordelijkheid,’ zeg ik, ‘en we leerden met elkaar praten, want dat was nodig, voor de baby,’

Thuis mijmer ik daar verder over. Is het één beter dan het ander? Het lijkt mij ingewikkeld om te bepalen wanneer je nu precies klaar bent voor een kind. Ik heb een keer mensen horen zeggen dat ze eerder aan kinderen waren begonnen, als ze hadden geweten dat het zo was. Voor ons was dat dus niet aan de orde, ze kwam gewoon. Het besluit was voor ons genomen.

En toen…? Ik stopte met werken om voor het gezin te zorgen. Mijn man werkte keihard om het gezin te voeden en te kleden. Met het leren kennen van ons kleintje leerden we ook elkaar kennen. En dat ging niet zonder slag of stoot. Gelukkig was er liefde. Als die er is lukt uiteindelijk alles.

Er zullen altijd omstandigheden zijn. Dat is de uitdaging van het leven. En hoe je daarmee omgaat, dat bepaal jij. En als je samen bent, jullie. Het klinkt simpel en ik weet dat dat niet altijd zo voelt. En dan hoeft het nog niet zo te blijven. Dus vraag je vandaag eens af hoe het is. Heb jij de omstandigheid in de hand? Of heeft de omstandigheid jou?

Mijn oudste

Onlangs zag ik een foto terug van je vader, jou en mij. Jij was net geboren en ik verbaas me erover dat niet die heel grote verwondering, die ik toen voelde, erop te zien is. Wat wel te zien is…twee heel jonge, prille ouders. We kijken allebei ontspannen en blij. Jij ligt in een babydoek gewikkeld in de handen van je vader. Ik herinner me ook nog een gevoel van: ‘Zo, ik heb een baby, het is klaar,’ Alsof het met de voorplanting (van iedereen) nu over kon zijn.

Net als voor veel pasgeboren gezinnen, ging het zorgen voor en regelen van het gezinnetje niet vanzelf. Je vader en ik waren pas getrouwd en woonden ook zo kort samen en in praktische zin kon ik niets van het huishouden. Tel daar nog bij op een heel klein budget, omdat ik voor 90% met mijn fulltime baan was gestopt om voor ons gezin te zorgen, en je begrijpt dat ook dat niet gemakkelijk was.

Maar jij maakte het allemaal waard. Voor jou gingen wij door het vuur en dwars door alle obstakels die we vonden op onze weg. Noodgedwongen moesten wij meer praten dan je vader lief was, want het ging niet direct soepel tussen ons. We deden best veel fout en dat moesten we dan pratend weer oplossen. Je vader en ik leerden daardoor gaande weg goed communiceren. Zo gauw jij goed kon praten deed je daar ook volop aan mee. Omdat ik altijd luisterde (probeerde althans) en je tegen mij alles mocht zeggen. Ook wat niet leuk was. En daar spaarde je mij niet mee. Ik vond en vind dat, volkomen terecht. Ik heb er veel van geleerd.

Ik heb me lang zorgen gemaakt over wat wij als ouders aan jou, als eerstgeborene hebben verzuimd of verkeerd gedaan. Door onwetendheid, naïviteit, verkeerd beoordelen. Ik ben er nu rustiger op, omdat ik het gevoel heb dat wij elkaar wel begrijpen. Volgens mij ben jij (door je SPH opleiding) bekend met ‘de theorie van Erikson’. Deze theorie laat zien dat je in verschillende levensfasen, verschillende ontwikkelingen moet doormaken om een zekere tevredenheid te voelen met je leven. Ik heb geleerd dat je in een volgende fase kunt herstellen wat in een eerdere fase niet (helemaal) is gelukt. Volgens mij hebben wij dat samen goed gedaan.

Ik schreef het al eens, een moeder en haar kind…pure liefde.

Burgerinitiatief

Ik heb een missie. Ik vind dat de twee oudercursussen, waarover ik schreef in  mijn blog OuderTeam, aan alle aanstaande ouders moet worden aangeboden. En daar moeten ze niet voor hoeven te betalen. In het basispakket zit zwangerschapszorg en geboortezorg. Alle aanstaande ouders hebben recht op die zorg. Wat er, mijns inziens, nog bij hoort is, wat ik zou noemen, relatiezorg.

Bij de geboorte van een baby verandert een relatie. Tot dan toe bestond die relatie uit de verbintenis tussen twee volwassenen. Met het kleintje erbij is dat evenwicht ‘verstoord’. Dat vraagt een aanpassing waar alle ouders hulp bij kunnen gebruiken. Persoonlijk zou ik zeggen: ‘Waar alle ouders hulp bij nodig hebben.’

Deze cursussen zijn door wetenschappers ontwikkeld, nadat zij hebben onderzocht of en waarom dat nodig zou zijn. In andere landen (Amerika, Scandinavië) zijn met soortgelijke oudercursussen goede resultaten behaald. Dat zou ook hier in Nederland gebeuren, daarvan ben ik overtuigd.

Er is (te)veel onrust in onze maatschappij. De coronacrisis heeft dat meer dan ooit op scherp gesteld. De maatschappij, dat zijn wij. Wij die allemaal komen uit een gezin. Veel gezinnen ervaren onrust omdat het grootbrengen van een gezin niet gemakkelijk is. Er is een gezegde: It takes a village to raise a child. Vroeger was die village, die gemeenschap, er. Toen zorgde men samen voor elkaar en voor elkaars kinderen. Nu is dat anders en hebben we dus ook iets anders nodig om ervoor te zorgen dat de kinderen alle kans krijgen om in hun gezinnen goed te kunnen opgroeien.

Daarom pleit ik voor ondersteuning van de relatie van aanstaande ouders door middel van die oudercursussen. En daarom wil ik een burgerinitiatief starten om dit aan de politiek te kunnen voorleggen.

40.000 steunbetuigingen zijn er nodig om dat initiatief te kunnen voorleggen aan de Tweede Kamer. Geven jullie je steun?

Mammie

Ze kwam uit een gezin met vier kinderen. Ze was de oudste en verloor op de leeftijd van bijna 16 jaar haar moeder. Haar zusje was 14, hun broertje 9 en het jongste meisje net, of net niet, één jaar. Omdat hun vader ‘onder de wapenen moest’ werden de kinderen verdeeld, mammie en haar zus bij de ouders van hun moeder en broertje en de baby bij de zus van hun vader.

Toen zij pappie voor het eerst op straat tegenkwam knipoogde ze naar hem (hij heeft mij dat zelf verteld) en zei tegen haar vriendin: ‘Dat wordt mijn man,’ (dat heeft zij mij verteld). Typisch mammie, zo zeker weten wat ze wil.

Ze kreeg mij als haar negende kind, van de twaalf die ze in totaal kreeg. Haar kinderen die ze samen met pappie, en onze oudste broer en zus, grootbracht. Gedeeltelijk in Nieuw Guinea en gedeeltelijk hier in Nederland. Al moeten zij en pappie hun land verschrikkelijk gemist hebben, ze pasten zich aan hun nieuwe omgeving aan en leefden hier verder met dezelfde innerlijke beschaving als die ze hadden in hun geliefde moederland. 

Mammie was 35 toen ze mij kreeg en had hoofd en handen vol aan al het werk dat een groot gezin met zich meebrengt. Haar wil was voor mij wet, niet omdat ze dat oplegde, maar ik voelde dat zo. Ik zou nooit iets niet gedaan hebben dat ze mij vroeg. Net zoals ik deed met alles en iedereen heb ik haar vooral geobserveerd. Wij spraken niet veel samen. Dat deed ze met de kinderen (en kleinkinderen) die haar opzochten in de keuken, waar ze een groot deel van de dag doorbracht.

Ze had ‘draadjes’ naar bepaalde kinderen en kleinkinderen. Die zochten haar meer op en die kregen ook van haar net wat meer aandacht. Ik vond dat prima. Voor mij was het eigenlijk genoeg dat ze er was.

Een paar gebeurtenissen en kwesties uit mijn jeugd blijven mij bij, omdat ik die bijzonder vind. Ik heb nooit iets hoeven eten dat ik niet lustte. Ze zorgde altijd dat er een alternatief was, in de vorm van een kliekje van de vorige dag of havermout, wat ik nog steeds graag lust. Toen ik 13 was en heel graag een concert wilde zien op t.v. (waar niemand verder belangstelling voor had), zorgde zij ervoor dat het gebeurde. In een huis waar in ieder geval negen mensen woonden, met maar één televisie! Toen ik negen was kreeg ik voor Sinterklaas een verzamelband met drie van mijn lievelingsboeken uit de Dorientje serie van Betty van der Plaats. Ik denk dat daar mogelijk mijn lieve oudere zussen mede voor gezorgd hebben.

Ik heb het gevoel dat ze mij altijd ‘zag’ en ik hoop dat dat voor de anderen ook zo was. We hebben niet allemaal dezelfde herinneringen aan onze jeugd en ik weet dat die van mij net iets ‘blijer’ zijn dan die van een paar broers en zussen. Dat heeft ook te maken met wie ik ben en hoe ik naar de wereld kijk.

Wij hebben ‘slechts’ twee kinderen gekregen maar schoon- en kleinkinderen meegerekend hebben we er inmiddels acht. Ik hoop dat ik belangrijk voor ze ben. Net zoals mijn moeder was voor mij.